woensdag, oktober 04, 2006

Zicht op Bellegarde
Oude linde in de buurt van Bellegarde

22 december 2003
We beginnen er wel wat vroeg mee. Dit jaarboek 2004 start vandaag op 22 december 2003. Het is 7.00 uur s’avonds. We zijn in Bellegarde-en-Diois, de eerste dag in ons lege Franse huis, de houtkachel aan, naar de oervlammen staren, buiten de eerste striemende sneeuwvlokken in de Oostenwind. Bijna alle oerelementen verzamelen zich om ons een verhaal te vertellen. De voorbije weken is Zuid-Frankrijk geteisterd geweest door overstromingen en aardverschuivingen. Hier in Bellegarde leek het mij hoog en droog, maar toch sijpelde het water in het hotel door de muren heen en verschoof er zo maar een bergje met huis en al. In het stadje Die was ook de brug over de Drôme niet meer berijdbaar en moesten we via de Quintvallei, een omweg van driekwartier maken, om onze bestemming te bereiken.
Maar toch komen we hier voor het plezier in de natuur, voor de schoonheid, de rust en natuurlijk voor de planten. Natuur is niet alleen vredige maar ook verschrikkelijke schoonheid. En maar goed ook!
December is voor mij en voor vele anderen, de maand van bezinning over natuur en mens. Dat kan voor mij door buiten te wandelen en de elementen te trotseren of door binnen een boek te lezen over de filosofische natuur (hersenspinsels van de mens?). Bijvoorbeeld het boek ‘Met open zinnen’ van Ton Lemaire over natuur, landschap en aarde.
De moderne mens denkt dat de aarde van hem is, maar zou de mens niet eerder de aarde toebehoren.

Gedicht 1
Ik herken de eik in
de rook uit de schouw
Hard hout word oude lucht

Gedicht 2
Het huis staat er al eeuwen
Maar ik
stook er mijn eerste vuur.

24 december 2003
La Motte-Chalacon, een dorp met 385 inwoners, in 1831 woonden er 1247 mensen. Voor ons het dichtstbije dorp voor onze boodschappen, met een kleine supermarkt, een bakker, een café en een tabac-boekhandeltje.
Het is een aangename verrassing om hier in dat winkeltje een hele rits biologische producten te vinden, van olijfolie tot eieren en kamillethee. Ook zaden om te kiemen van het merk Markal. Mélange a germer: kleine gespikkelde linzen, fenegriek en radijs. Lijkt mij een goede combinatie. Fenegriek is en klassieker, maar de laatste jaren worden er ook steeds meer andere snelkiemende zaden aangeboden, zoals in dit mengsel linzen en radijs, maar ook rode kool, prei en luzernezaden zijn makkelijk te vinden.
Over fenegriek – Trigonella foenum-graecum
Deze eenjarige vlinderbloemige was in de jaren tachtig even erg populair, maar zoals het dikwijls gaat in onze tijd van modes, verdween hij weer snel in de schuif van de anonimiteit. Het is nochtans een plant, die met zijn zenuwversterkende en roborerende werking thuis hoort in onze jachtige wereld. Hij zou goed passen naast sintjanskruid , naast adaptogenen zoals Ginseng en naast immuunversterkers zoals Rode zonnehoed. Verder bevorderen de zaden ook de eetlust en zijn ze wat spierversterkend. Dus goed te gebruiken bij algemene zwakte na een griep of om de spieren te herstellen na een zware inspanning (sport).
De zaden kunnen niet alleen gekiemd gegeten worden, maar je kan ze ook fijn malen en van het poeder samen met honing elke dag 2 koffielepels gebruiken als versterkend middel.
Het is nog altijd 24 december, kerstavond en zoals het hoort, zien we buiten echte sterren tot de melkweg toe.
Onze overbuurman hier in Bellegarde is Jezus Christus zelf of tenminste zijn huis. De deur staat vanavond gastvrij open, maar er is geen mens of zelfs geen god te zien.
De lindebomen voor de kerk en voor ons huis dragen nog steeds wat schutblaadjes van de zomerbloesem; samen met de eenvoudige kerstverlichting roepen ze bij mij een sfeer van bescheiden eeuwigheid of vrolijke vergankelijkheid op, als je begrijpt wat ik bedoel.
Lindebomen staan er hier overal. In Frankrijk wordt in de kruidengeneeskunde zeer veel gebruikt gemaakt van het lindespint ‘Aubier du tilleul’, deze binnenste bast van de kleinbladige linde (Tilia cordata) wordt in het najaar, in de winter maar vooral vroeg in voorjaar (sapstroom) geoogst. Ik heb het nog nooit zelf gewonnen en dat moet er de volgende dagen of maanden toch maar eens van komen.
Deze ‘aubier’ is bijzonder goed voor de lever, drainerend en krampwerend en dus op dit moment goed te gebruiken om kalkoenen en ander overdadig eten door te spoelen.

Over de ‘aubier du tilleul’

Soorten linde:
Tilia x vulgaris Hayne – Hollandse linde
Tilia cordata Miller – Kleinbladige linde of Winterlinde
Tilia platyphyllos Scop. – Grootbladige linde of Zomerlinde
Tilia tomentosa Moench of T. argentea DC – Zilverlinde
Gebruikte delen:
De binnenste bast van de stam, het hout tussen de kern (duramen) en het cambium van de stam, meestal wordt de Franse term ‘aubier de tilleul’ gebruikt om dit geneeskrachtig gedeelte aan te duiden.
Wordt vooral gewonnen in de Franse Rousillonstreek.
Werking
Leverdrainerend**
Diuretisch, urinezuur oplossend en uitdrijvend
Ontkrampend (spasmolytisch)**
Licht bloeddrukverlagend
Medische toepassingen
Vooral bij galstenen, maar ook bij niergruis (+ Meekrap)
Migraine met leverzwakte (+ Moederkruid)
Gewrichtklachten en jicht (zuiverend, vocht- en urinezuurafdrijvend)
Cellulitis (+ Moerasspiraea)
Gebruik
Klassieke volkse bereiding als decoct (afkooksel) 40 gr per liter. Inkoken tot 750 cc, dit verdeeld over 1 of 2 dagen opdrinken, gedurende 10 tot 20 dagen gebruiken.
Moderne fytotherapie: Het poeder of het nebulisaat wordt in tablet of capsules gebruikt
Geschiedenis
Plinius vermelde het gebruik van lindebastazijn bij huidziekten.
Abdis Hildegard van Bingen zou de pest bezworen hebben met een groene steen (ring) en een stukje lindebast gewikkeld in spinnenweb.

25 december 2003
De stralen van de lage winterzon scheren schuin langs de daken van Bellegarde door ons vensterraam en tekenen een smalle poëtische lichtlijn op de enige tafel in ons bijna lege huis. Achter het huis de helling op, groeien stevige sleedoornstruiken met vettige blauw berijmde bessen. De eerste vorst is er over heen gegaan, waardoor ze wat zoeter en sappiger geworden zijn. Dus het moment om ze te plukken. Hier in de Drôme laat men een handvol van die bessen een maand trekken in 1 liter eau-de-vie (brandewijn), waarna dit aftreksel gemengd wordt met een siroop van 300g suiker op 1 liter water. Dit drankje heeft een wat kirschachtige smaak van de pitten in de sleebessen.
De bessen zijn rijk aan vitamine C en looizuren, die echter minder samentrekkend werken na een vorstperiode. De pitten bevatten nogal wat giftige blauwzuurverbindingen (amandelaroma), maar zijn ongevaarlijk in de bovenbeschreven hoeveelheden, vooral ook omdat de pitjes niet gebroken worden.
Van de ontpitte bessen kun je ook een versterkende vitaminensiroop maken, door ze te laten trekken in honing.

Sleedoorn – Prunus spinosa L.
Deze tot 3 meter hoge struik met bijna zwarte takken en witte bloesem, vind je veel langs bosranden en in heggen samen met Meidoorn en Rozebottel. Alle delen van de plant zijn ooit gebruikt geweest (schors, bloemen en bessen), nu maken we hoofdzakelijk nog gebruik van de donkerblauwe bessen. Ze bevatten veel looistoffen (wrange, samentrekkende smaak), vruchtenzuren (frisse smaak) en veel vitamine C. Een aromatische en gezonde siroop verkrijg door de goedrijpe vruchten in honing te laten trekken. Tegen diarree kun je van de verse of gedroogde bessen een afkooksel maken (20 gr per liter water 1’ koken en 10’ laten trekken)
Vroeger waren vooral de bloemen medicinaal. Ze werden vermeld in de officiële apothekersboeken van Duitsland (DAB) en Zwitserland (Ph. Helv.) als licht laxeermiddel en gebruikt in bloedzuiverende voorjaarskuren.
Mooie wandeling gemaakt langs het dorpje Montlahuc, gelegen op 1000m, wel hoog en dus kouder maar ook langer zon in de winter. In de gîte werd er zelfs buiten gegeten.
Ik bestudeer nu vooral de boomknoppen. Ik wil wat glycerinemaceraten maken, een soort aftreksels van knoppen in alcohol en glycerine. Deze gemmotherapie wordt vooral in de professionele Franse kruidengeneeskunde veel gebruikt. De knoppen van de populier, de wilg en de es zien er al goed uit.
Op de zuidhellingen groeien vooral Bergdennen, ‘Pinus uncinata, Pin à crochets, ze lijken nogal op de gewone Grove den, alleen de kleine dennenappels hebben omgebogen schubben. Als onderbegroeiing vinden we vooral mooie Jeneverbessen en vele donkergroene Palmboompjes, hogerop rond 1200m vind ik enkele kruipende berendruifplanten.
Het hout van de dennenbomen werd in deze streek vroeger vooral gebruikt om doodskisten te maken. Het hout bleef langer geconserveerd dan de doden zelf. Maar de bomen moesten dan wel bij nieuwe maan gekapt en gezaagd worden. Zou nieuwe maan ook een goed moment zijn om dood te gaan? Of is er geen goed moment om dood te gaan?

Over beredruif, Arctostaphyllos uva-ursi, raisin d’ours in het frans.
De leerachtige, glimmende blaadjes kunnen nu, ook geplukt worden. Ze zijn geurloos, maar hebben wel een bittere, samentrekkende smaak door de looistoffen die ze bevatten. Medisch zijn het vooral de fenolglycosiden zoals arbutine, die zorgen voor de ontsmettende werking bij blaasontsteking. Het best kun je er een tinctuur van maken en die dan combineren met een thee van Solidago / Guldenroede.

26 december 2003
Zonnig en koud in Bellegarde. Hout verzamelen voor de kachel, zwarte esknoppen plukken om een tinctuur te maken en een beetje wandelen.
Samen: droge lucht, houtwarmte, esknoppen en beweging; de ideale therapie tegen oude, reumatische gewrichten.
In Valence bij de apotheker 1 liter pure alcohol gekocht voor 8.40 euro. Niet om op te drinken maar om glycerinemaceraten te maken. Tijdens het terug rijden naar Bellegarde genieten we van een vermiljoenen zonsondergang boven het massif de Saou en omstreken.

27 december
Luc-en-Diois en Chatillon-en-Diois op de middag: levenloze dorpjes in de winterDrome. Ik pluk nog wat rijp zaad van de Stokrozen. Dé planten die hier overal tussen straat en muur langs de huizen groeien. Hopelijk volgend jaar ook in mijn straat en in ons huis.
In Chatillon een winkeltje uit de duizenden, zomaar boeken over de flora van de Vercors en zelfs een CD-rom en een tentoonstelling met geboetseerde paddestoelen, speciaal voor ons open gesteld. Ook producten van Solaure (Claire Montesonis) en van de boerderij van Soubreroche (Anick) worden er verkocht.

28 december
Krijg ik toch wel tandpijn zeker. Een abces onder een ontzenuwde kies. Meestal goed weg te krijgen met etherische olie (kruidnagel, tijm) en vers weegbreeblad. Nu op vakantie, naar het einde van het jaar toe, in den vreemde? lukt het mij niet. Dus voor de eerste keer naar een Franse tandarts, een prachtige praktijk in een oud gerestaureerd pand met hypermoderne apparatuur. Zeer vriendelijk, to the point, even de vulling uit de tand boren zodat de druk verdwijnt en een half uur later ben ik een gelukkige mens zonder pijn.
Even pijn hebben is toch wel een goede manier om daarna even gelukkig te zijn. 
Na de tandarts kan ik zelfs weer genieten van een bezoek aan een boekhandel.

31 december
De beekranden en hellingbossen zijn hier begroeid met zeer oude, knoestige populieren met als onderbegroeiing vooral veel palmboompjes. Het mooie, harde hout van de Buxus leent zich goed om een stevige wandelstok te maken. Dat moet ik dan maar proberen.
Het eind van een oud jaar is ook het begin van een nieuw jaar. De ene zijn dood is den andere zijn brood. Na regen komt zonneschijn. Yin wordt altijd gevolgd door Yang. Na weten komt vergeten.

Bestaan er filosofische planten? Planten die je een les leren? Vele zogenaamde giftige planten zoals bilzenkruid, doornappel en alruin zijn, denk ik, een soort leraars, die ons spiritueel kunnen begeleiden. Niet alleen of zelfs niet in de eerste plaats door ze op te eten, maar door ze te ontmoeten in de natuur of er uitwendig gebruik van te maken. Bijvoorbeeld door er creatief mee om te gaan. Er amuletten, kettingen of collages mee te ontwerpen of ze gewoon in huis op te hangen.
Maretak is ook zo’n plant met een symbolische betekenis, een plant die helemaal bij de overgang van het ene naar het andere jaar hoort. Als groenblijvende halfparasiet groeiend in de nu kale populieren roept hij om geplukt te worden. Mooi is ook, dat je er echt een inspanning voor moet leveren, hij laat zich hoog in de bomen, niet zomaar plukken.
De inspanning wordt dan een soort ritueel, krijgt emotionele betekenis. Dat is misschien ook de reden waarom ik me al de geplukte maretakken uit mijn leven kan herinneren.
De maretak uit Wéris in de schemering,
de maretak zo groot als mijn kleine dochter,
de hoog onbereikbare mistel die zomaar voor mijn voeten viel,
de vogellijm in de oude appelbomen in de Voerstreek.


Allemaal maretakken van lang geleden en daar komen de maretakken van nu bij.
De wintermistel met de lokkende bessen bij La Charce en
de Maretak uit de dennenboom op de col des Tourettes.


Het volledige 'dagboek van een herborist' is bij mij verkrijgbaar voor de som van 10 euro. Maar met wat geduld is het hier mettertijd misschien wel volledig leesbaar.