zondag, november 22, 2009

Allium molly en de Odysseus?
Ik heb, wel wat laat, nog enkele bolgewassen aan de grond toevertrouwd. Niet de superdikke en populaire soorten zoals tulpen en hyacinten, dat is niet zo direct mijn ding, maar de lieve, kleine bolletjes met bescheiden bloemen zoals crocus- en alliumsoorten. Vooral van de geelbloeiende Allium molly hou ik wel, ook al omdat het een 'wilde' soort is en in het verleden ook als geneeskrachtig beschreven werd.

Allium molly is door zijn ontdekker, Linnaeus, genoemd naar een oude 'toverplant' met de naam Moly of Môlu. In zijn gebied van oorsprong, zuidelijk Europa, geloofde men dat wanneer deze Allium molly in de tuin tot bloei kwam, dit een goed voorteken was.

De toverplant moly word vermeld in de Odysseus van Homerus. In deze Odyssee verandert de godin Kirke de metgezellen van Odysseus in varkens door ze drugs toe te dienen waardoor, zoals Homerus schrijft, 'een mens zijn vaderland vergeet'.
Kirke's helse kruiden bestonden uit doornappel of alruin en monnikskap, een combinatie die zich tot in de 20ste eeuw in de apotheek heeft gehandhaafd als een uitwendig pijnstillend middel. Aconitine uit monnikskap veroorzaakt na inname een specifieke jeuk en tinteling van de huid, alsof je stekelige varkensharen krijgt.

Odysseus krijgt echter van Hermes een kruid dat als tegengif werkte en, ongevoelig geworden voor het vergif, dwingt hij Kirke met het zwaard zijn makkers weer uit hun roes te halen. De anti-drug van Hermes noemde Moly en werd beschreven als een bolgewas met witte of met gele bloemen.
Zou dat wonderbaarlijke bolgewas onze Allium molly geweest kunnen zijn? Of toch eerder het sneeuwklokje, Galanthus nivalis, dat het alkaloïde galanthamine bevat, waarvan bekend is dat het de giftige parasympaticolytische werking van de tropaanalkaloïden uit doornappel en mandragora kan neutraliseren.

Wat een ingewikkelde en bevreemdende gedachtenkronkels een herborist toch kan hebben, door alleen maar wat kleine witte knolletjes in de grond te stoppen.

H. Marzell, 1964:47.
F.C. Czygan. Hellas und phytopharmaka.Deutsche Apoth. Ztg. 1995 ;135:15-19.
Ducourthial. Flore magique et astrologique de l'Antiquité.

Geen opmerkingen: