maandag, november 16, 2009

Wilgenschors / Cortex salix
Schors oogsten van bomen en struiken doe ik niet zo veel meer. Het is zowat 13 jaar geleden dat ik nog eens een tinctuur van wilgenschors gemaakt heb. Toen van een fors gesnoeide boom uit mijn eigen tuin, en ik schreef in mijn dagboek 'om mijn eigen gewrichten wat ge-wilg-iger te maken'. Vandaag heb ik het nog eens geprobeerd met de gele, gemakkelijk te schillen schors van de schietwilg.

Gewone wilgen hebben als jonge boom een gladde schors, die later diep gegroefd wordt. De kleur van de schors is donkerbruin of grijs. De kroon van de boom is onregelmatig net als de stam en de takken. Het geheel doet wat rommelig aan. Wilgen zijn nauw verwant aan populieren, met in de winter dit verschil dat een wilg geen of hoogstens slecht ontwikkelde eindknoppen heeft, terwijl deze bij een populier juist opvallen omdat ze groot en puntig zijn. Aan het eind van de winter staan wilgen in de startblokken om uit te lopen zodra de temperatuur naar omhoog gaat en dan tonen ze hun 'katjes', de opvallend witte, viltige omhulsels van de knoppen.

Dioscorides over de wilg
De meeste medische auteurs uit de oudheid hebben de wilg in hun geschriften vermeld en zijn deugden bezongen. Zij beschreven vooral de verkoelende eigenschappen. De voornaamste gebruiksaanwijzingen waren koorts, hoofdpijn, bloedspuwen en onmatige geslachtsdrift. Dioskorides schrijft in zijn De Medica Materia Libri Sex, cap. CXVII (in vertaling) : De wilg is voldoende bekend : zijn zaad, bladeren, schors en sap hebben stoppende kracht. Stukgewreven bladeren met een weinig peper in wijn gedronken is nuttig voor darmlijders en met water ingenomen maken zij dat de vrouwen niet zwanger worden. Wilgenzaad in drank is nuttig voor degene die bloedspuwen. As van de schors in azijn gemacereerd neemt eksterogen en wratten weg door die ermee droog in te wrijven. Het sap uit de bladeren en de schors met rozenwater in een kelk van granaatappel verwarmd, helpt tegen de oorpijn. Een decoct ervan is uitermate nuttig voor de jichtlijders, het reinigt het lichaam van huidschilfers. Men verzamelt gedurende de bloeitijd het sap, dat bij insnijding uit de schors sijpelt, in de wonde wordt een sap aangetroffen dat zeer krachtig is om de stoffen die schadelijk zijn voor de ogen weg te nemen.

Pijnstillend, bloedstelpend en contraceptief zijn dus volgens Dioskorides de voornaamste gebruiksaanwijzingen, waarbij het bloedstelpende en natuurlijk het pijnstillende (aspirinestoffen) ook nu nog bekend zijn, maar hoe zit dat met het contraceptieve? Zou het alleen de bevruchting tegen gaan omdat de wilg en vooral de katjes de 'goesting' verminderen, dus anaphrodisiaak zijn? Of is er meer aan de hand?

Van Maerlant over de wilg
Ook gedurende de Middeleeuwen leverde de wilg een courante medicijn. In ons taalgebied is Jacob van Maerlant de eerste die in de 13de eeuw over de wilg schrijft en dan nog in dichtvorm ook :

Salix es der wilghen name
een nuttelic boem van grooter vrame
Men seghet wie dat wilgebloemen
in sine spise hevet ghenomen
dat hem luxurie over waer
neporret nemmermeer dar naer
sap gheduwet huten bloemen
ende in enen dranc ghenomen
dat es goet ieghen den rede
sine blade in watre mede
ghestroiet omtrent hem die leghet
in heeter sucht enties pleghet
het vercoelt die quade lucht
die dar es vander grooter sucht


Jacob van Maerlant wist dus, dat de wilg alle hitte van koorts en geslachtsdrift bestrijdt en dat zijn bladeren kunnen gebruikt worden om de ziekenkamer te verfrissen.

Geen opmerkingen: