zaterdag, maart 21, 2015

Verhuizen tijdens de zonsverduistering

Verhuizen tijdens de zonsverduistering. Vooral boeken naar mijn bungalow brengen. Waarom eigenlijk? Staat alle informatie uit die boeken niet op internet? Blijkbaar niet. De boeken van Valnet, Dr. Leclerc en andere Franse coryfeeën blijven onvindbaar op het net. Een geluk met een ongeluk zou ik zeggen. Zo kan ik toch nog het gevoel hebben dat kruidenliefhebbers en herboristen bij mij moeten zijn om de mooie taal en de kennis van Dr. Leclerc te ontdekken. Een boeken- bibliotheekslaapkamer! Wie zou daar niet willen overnachten! Zo kun je tijdens je slaap de kennis uit die boeken automatisch downloaden?

Over meidoorn schreef  Dr. Leclerc in zijn Précis de Phytothérapie' L'emploi de l'aubépine comme antispasmodique est de date récente; les Anciens n'y ont fait allusion que pour recommander ses fleurs contre la goutte (P. des Crescences), la pleurésie (Tragus), la leucorrhée (Gilibert) et ses baies ou sérielles comme un spécifique des calculs urinaires (Louise Bourgeois, J. du Chesne). Cependant, une phrase d'un anonyme de la fin du quinzieme siècle nous fournit une indication bien intéressante : la voici telfe que je l'ai trouvée dans des notes qu'avait réunies sur la flore médicinale' du Vexin le Dr Bonnejoy de Chars : Nimio motui sanguinis unde fit major vis pulsi sanguinis in vasa recipientia, curatio absolvitur missu sanguinis:: distendentes autem causas tempérant vinca, spina acuta, alchemilla : à un. mouvement exagéré du sang déterminant une impulsion trop grande de ce sang dans les vaisseaux qui le reçoivent on opposera comme traitement une émission sanguine : quant aux causes de distension, elles seront diminuées par la pervenche, par l'aubépine et par l'alchémille. En Leclerc zegt verder C'est après en avoir pris connaissance, au début de I 897, que j'ai eu l'idée d'expérimenter l'Aubépine comme modérateur de t'éréthisme cardio­vasculaire : d'ailleurs, je savais déjà, par une habitante d'Épinal, qu'en Lorraine, l'infusion de ce simple était d'un usage courant pour calmer les palpitations et pour combattre l'insomnie.

donderdag, maart 19, 2015

Sleutelbloemen voor een huis

Nog steeds aan de verhuis! Hoe ver is mijn huis? Weer de auto inladen, boeken, boeken, boekenrekken en toch ook wat planten die mee mogen. Al heb ik dan officieel geen grond bij mijn huis in Hastière toch veronderstel ik dat het hellingbos rond het huis gastvrij zal zijn voor mijn bedstro, sleutelbloem, longkruid en lelietje van dalen.
Bij het uitgraven van slanke en echte sleutelbloem knipt ik ook wat wortels weg om er een siroop of tinctuur mee te maken. De wortels geuren zoet en fris naar methylsalicylaten, de aspirine-achtige stoffen bekend om hun pijnstillende werking. Niet verwonderlijk dat ze dan ook eeuwen in gebruik zijn geweest bij allerlei gewrichtsklachten.

Dodoens schrijft: De sleutelbloemen groeien in lage en vochtige bossen, hangen aan de bergen en sommige ook in de beemden. Aan de bergen hangen kunnen ze bij mij zeker wel en mijn gewrichten kunnen er ook wel wat van gebruiken.
In de apothekersboeken van 19de en zelfs van de 20ste eeuw werden vooral de sleutelbloemwortels als geneeskrachtig beschreven. De 'radix primulae' werden voorgeschreven als expectorans, dus vooral gebruikt om taai slijm uit de luchtwegen te verwijderen. Maar ook als pijnstillend en ontstekingswerend middel waren ze bekend. Een heel eenvoudige siroop kun je maken door wat verse wortels in vloeibare honing 2 weken te laten trekken.

Over de wetenschappelijke naam: Primula
Prímula is het verkleinwoord van het Latijnse primus: eerste (hier in het voorjaar), omdat enkele soorten tot de vroegst bloeiende planten in de lente behoren. In het midden van de dertiende eeuw vinden we bij Jacob van Maerlant in zijn ‘Naturen Bloeme’:

Primula dats een kruut
Tierste dat te lentin coemt uut,
Ende taleerst dat bloemen draghet.
Dit cruut, alsmen ons ghewaget,
Ghedronken met roeden wine,
Dats volmaeckte medicine
Ghedronken in alre noet
Jegent swaer evel groet.

zaterdag, maart 14, 2015

Voorjaar, verwachtingen overal

Wandelen in Hoegaarden. Veel volk van overal, veel bekenden maar ook 'vreemden' via facebook. Zelfs uit het verre Nederland. Bij de grote kerk komen we samen. Veel verwachtingen. Ik zie meidoorn in knop, verwachting voor een nieuwe lente; mensen verwachtingen van mij en ik verwachtingen van mijn nieuwe woonst, waar ik na de wandeling voor de eerste keer de sleutel in het slot zal steken. Een nieuwe lente.

We wandelen de berg naar beneden richting Hauthem, bij de gerestaureerde brouwerij Loriers kijken we langs de Nermbeek zomaar naar de paardenbloem, niks bijzonder op het eerste zicht. En... moeten kruidenliefhebbers helemaal uit Nederland hier in Hoegaarden naar Maurice komen luisteren om verhalen te horen over brandnetel en paardenbloem. En toch... is er iets meer superfood, om die door mij gehate term maar eens te gebruiken, dan paardenbloem en brandnetel. En het is nu ook hét moment om ze te eten.
We stappen door een verharde holle weg, Verstopt achter een forse pol koolzaad vinden we frisse kleine veldkers. Als er iets eetbaar is in de natuur, dan toch zeker dit pittig familielid van de waterkers. Ook kraailook vinden we in overvloed en hogerop de gedroogde zaadstelen van wilde marjolein (Origanum vulgare). We kruisen de Kauterhof, de berg die ik in mijn jeugd elke dag beklom en waar ik nu nog mijn conditie aan te danken heb. Of toch een beetje.
Holle wegen in Hoegaarden zijn ook bomen en struiken, in de hellingen zien we meidoorn, sleedoorn, rozenbottel en natuurlijk vlier en hoog er boven uit de grijsgladde stammen van de es. De zwarte knoppen zijn nu te oogsten om er een glycerinemaceraat mee te maken. Goed voor oude gewrichten.

Veel nieuwe mensen en dus heb ik wat meer gepraat dan gewoonlijk en dus moeten we nu wat steviger doorstappen. Toch stoppen we nog even om smeerwortel te oogsten, al weer een plant voor de gewrichten. We naderen opnieuw Hoegaarden, al zijn we nooit ver weg geweest. Via een hoge holle weg komen we in de Stoopkensstraat en bij de beroemde brouwerij, waar we gezellig afsluiten in het café, met wit bier en Verboden vrucht.


En dan, in de late namiddag, na de drukte, het praten, de overvloed aan indrukken rij ik alleen naar de Ardennen, naar Hastiere Lavaux. Het contrast kan niet groter zijn.  In de schemering kom ik aan bij mijn nieuwe huis, twee en dertig treden naar omhoog alsof ik een appartement gekocht heb zonder lift. Wel een natuurtrap tussen de bosaardbeien, het speenkruid en de opkomende aronskelken.  De sleutel past in het slot, de deur gaat vlot open, even zoeken naar alles, waterkraan, schakelaars, alles is door de vorige eigenaars keurig achterlaten. Zelfs wat stookhout ligt klaar om de haard aan te maken. En dat is wel nodig want de elektrische accumulatiekachel zal pas morgenvroeg warmte geven. Maar niks beter dan hout op dit moment. Hout warmte voor lichaam en geest. Hout is kruidengeneeskunde op zich.

Ik wil morgenvroeg pas uitladen. Nu toch al de eerste dozen met boeken naar binnen gebracht. Toevallig of niet, geen kruidenboeken maar restjes van mijn filosofisch verleden. Boeken van Ton Lemaire, John Berger en Carlos Castaneda. Gids voor de verdoolden van Schumacher...'De kunst van het leven is altijd om van het slechte iets goeds te maken....Of dat klopt of ik er mee eens ben? Zelfs dat weet ik niet meer. Wat ik nu wel weet is, dat de open haard warmte geeft en dat de uitgestalde boeken het huis voor mij vertrouwd maken. Ik hoef deze boeken ook niet meer te lezen, het is zelfs beter dat ik ze niet meer lees. Laat Roel Van Duyn, Thoreau en Ivan Illich er maar gewoon zijn.

http://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/31199-lentekruiden-speenkruid-sleutelbloem-en-maarts-viooltje.html
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/29926-in-de-naam-van-paardebloem.html

woensdag, maart 11, 2015

Over de naam paardenkastanje en linde,

Over paardenkastanje, de bomen staan er nu bloot maar stevig bij, de bodybuilder onder de bomen.. Zonder bladeren zien bomen er naar mijn gevoel, echter en eerlijker uit.  De naam kastanje is wat vreemd voor deze boom, want botanisch gezien is het geen echte Castanea, daarom wordt hij ook wel wilde kastanje genoemd. Wij hebben het woord kastanje reeds lang geleden ontleend aan het Frans. Daar luidde het castagne, in het hedendaagse Frans châtaigne. Castagne gaat weer terug op het Latijnse castanea en waarschijnlijk is dit oorspronkelijk de plaatsnaam Castanea in Klein-Azië of Castana in Griekenland.

Oorspronkelijk is kastanje de naam voor Castanea sativa uit de beukenfamilie; deze boom is in Europa niet inheems, maar werd in de 5de eeuw vanuit Perzië ingevoerd en gedijde ook in de Lage Landen op kalkarme droge grond goed. De tamme kastanje is dus botanisch gezien niet verwant met de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), die inheems is in Noord-Griekenland en Albanië, maar vanaf de 17de eeuw in de Lage Landen overvloedig is aangeplant. De paardenkastanje heet zo naar de vruchten die enigszins lijken op die van de tamme kastanje; het eerste lid paard is een vertaling van hippo- ‘paard’ in de Latijnse naam. Voor dat paard is geen bevredigende verklaring, mogelijk wordt er verwezen naar de geneeskrachtige werking die deze vruchten hadden bij bepaalde paardenziekten. Dodonaeus schrijft ‘De vreemde kastanjes zijn zeer goed om de dampige en hoestende paarden te helpen en te genezen en daarom zijn ze paarden kastanjes of ros kastanjes genoemd’.

Een heel andere boom is de linde. Soepel, teer, sierlijk. Mogelijk komt daar het woord linde vandaan. Daar de buigzame bast van de linde voor vlechtwerk en banden gebruikt werd, kan men het woord verbinden met nhd. lind, gelinde ‘zacht, toegevendʼ, os. līði, oe. līðe ‘zacht, mildʼ (ne. lithe ‘buigzaamʼ), nnoorw. linn ‘buigzaam, zachtʼ (vgl. lintworm), verder lat. lentus ‘buigzaam, taai; langzaamʼ

 Dodonaeus 1554 zegt: De gewone lindeboom, dat is het wijfje van de linde, wordt ook groot en dik en met zijn lange takken breidt hij zich zeer wijd en breed uit en maakt een grote en brede schaduw als de zon schijnt. Zijn schorsen zijn van buiten bruinachtig, effen en kaal en naast het hout wit, vochtig en taai die zich laten buigen, vouwen en verwerken in alle manieren en daarom worden daarvan de basten gemaakt waarvan men koorden en zwepen draait. Het hout is witachtig, effen en zonder knoesten en zeer zacht en daarom worden ook daar de kolen van gebrand die men voor het buspoeder gebruikt.