maandag, december 22, 2003

zicht op Bellegarde
We beginnen er wel wat vroeg mee. Dit jaarboek 2004 start vandaag op 22 december 2003. 

Het is 7.00 uur s’avonds. We zijn in Bellegarde-en-Diois, de eerste dag in ons lege Franse huis, de houtkachel aan, naar de oervlammen staren, buiten de eerste striemende sneeuwvlokken in de Oostenwind. Bijna alle oerelementen verzamelen zich om ons een verhaal te vertellen. De voorbije weken is Zuid-Frankrijk geteisterd geweest door overstromingen en aardverschuivingen. Hier in Bellegarde leek het mij hoog en droog, maar toch sijpelde het water in het hotel door de muren heen en verschoof er zo maar een bergje met huis en al. In het stadje Die was ook de brug over de Drôme niet meer berijdbaar en moesten we via de Quintvallei, een omweg van driekwartier maken, om onze bestemming te bereiken.
Maar toch komen we hier voor het plezier in de natuur, voor de schoonheid, de rust en natuurlijk voor de planten. Natuur is niet alleen vredige maar ook verschrikkelijke schoonheid. En maar goed ook!
December is voor mij en voor vele anderen, de maand van bezinning over natuur en mens. Dat kan voor mij door buiten te wandelen en de elementen te trotseren of door binnen een boek te lezen over de filosofische natuur (hersenspinsels van de mens?). Bijvoorbeeld het boek ‘Met open zinnen’ van Ton Lemaire over natuur, landschap en aarde.
De moderne mens denkt dat de aarde van hem is, maar zou de mens niet eerder de aarde toebehoren.

Gedicht 1
Ik herken de eik in
de rook uit de schouw
Hard hout word oude lucht

Gedicht 2
Het huis staat er al eeuwen
Maar ik
stook er mijn eerste vuur.

24 december 2003
La Motte-Chalacon, een dorp met 385 inwoners, in 1831 woonden er 1247 mensen. Voor ons het dichtstbije dorp voor onze boodschappen, met een kleine supermarkt, een bakker, een café en een tabac-boekhandeltje.
Het is een aangename verrassing om hier in dat winkeltje een hele rits biologische producten te vinden, van olijfolie tot eieren en kamillethee. Ook zaden om te kiemen van het merk Markal. Mélange a germer: kleine gespikkelde linzen, fenegriek en radijs. Lijkt mij een goede combinatie. Fenegriek is en klassieker, maar de laatste jaren worden er ook steeds meer andere snelkiemende zaden aangeboden, zoals in dit mengsel linzen en radijs, maar ook rode kool, prei en luzernezaden zijn makkelijk te vinden.
Over fenegriek – Trigonella foenum-graecum
Deze eenjarige vlinderbloemige was in de jaren tachtig even erg populair, maar zoals het dikwijls gaat in onze tijd van modes, verdween hij weer snel in de schuif van de anonimiteit. Het is nochtans een plant, die met zijn zenuwversterkende en roborerende werking thuis hoort in onze jachtige wereld. Hij zou goed passen naast sintjanskruid , naast adaptogenen zoals Ginseng en naast immuunversterkers zoals Rode zonnehoed. Verder bevorderen de zaden ook de eetlust en zijn ze wat spierversterkend. Dus goed te gebruiken bij algemene zwakte na een griep of om de spieren te herstellen na een zware inspanning (sport).
De zaden kunnen niet alleen gekiemd gegeten worden, maar je kan ze ook fijn malen en van het poeder samen met honing elke dag 2 koffielepels gebruiken als versterkend middel.
Het is nog altijd 24 december, kerstavond en zoals het hoort, zien we buiten echte sterren tot de melkweg toe.
Onze overbuurman hier in Bellegarde is Jezus Christus zelf of tenminste zijn huis. De deur staat vanavond gastvrij open, maar er is geen mens of zelfs geen god te zien.
De lindebomen voor de kerk en voor ons huis dragen nog steeds wat schutblaadjes van de zomerbloesem; samen met de eenvoudige kerstverlichting roepen ze bij mij een sfeer van bescheiden eeuwigheid of vrolijke vergankelijkheid op, als je begrijpt wat ik bedoel.
Lindebomen staan er hier overal. In Frankrijk wordt in de kruidengeneeskunde zeer veel gebruikt gemaakt van het lindespint ‘Aubier du tilleul’, deze binnenste bast van de kleinbladige linde (Tilia cordata) wordt in het najaar, in de winter maar vooral vroeg in voorjaar (sapstroom) geoogst. Ik heb het nog nooit zelf gewonnen en dat moet er de volgende dagen of maanden toch maar eens van komen.
Deze ‘aubier’ is bijzonder goed voor de lever, drainerend en krampwerend en dus op dit moment goed te gebruiken om kalkoenen en ander overdadig eten door te spoelen.

Over de ‘aubier du tilleul’

Soorten linde:
Tilia x vulgaris Hayne – Hollandse linde
Tilia cordata Miller – Kleinbladige linde of Winterlinde
Tilia platyphyllos Scop. – Grootbladige linde of Zomerlinde
Tilia tomentosa Moench of T. argentea DC – Zilverlinde
Gebruikte delen:
De binnenste bast van de stam, het hout tussen de kern (duramen) en het cambium van de stam, meestal wordt de Franse term ‘aubier de tilleul’ gebruikt om dit geneeskrachtig gedeelte aan te duiden.
Wordt vooral gewonnen in de Franse Rousillonstreek.
Werking
Leverdrainerend**
Diuretisch, urinezuur oplossend en uitdrijvend
Ontkrampend (spasmolytisch)**
Licht bloeddrukverlagend
Medische toepassingen
Vooral bij galstenen, maar ook bij niergruis (+ Meekrap)
Migraine met leverzwakte (+ Moederkruid)
Gewrichtklachten en jicht (zuiverend, vocht- en urinezuurafdrijvend)
Cellulitis (+ Moerasspiraea)
Gebruik
Klassieke volkse bereiding als decoct (afkooksel) 40 gr per liter. Inkoken tot 750 cc, dit verdeeld over 1 of 2 dagen opdrinken, gedurende 10 tot 20 dagen gebruiken.
Moderne fytotherapie: Het poeder of het nebulisaat wordt in tablet of capsules gebruikt
Geschiedenis
Plinius vermelde het gebruik van lindebastazijn bij huidziekten.
Abdis Hildegard van Bingen zou de pest bezworen hebben met een groene steen (ring) en een stukje lindebast gewikkeld in spinnenweb.

25 december 2003
De stralen van de lage winterzon scheren schuin langs de daken van Bellegarde door ons vensterraam en tekenen een smalle poëtische lichtlijn op de enige tafel in ons bijna lege huis. Achter het huis de helling op, groeien stevige sleedoornstruiken met vettige blauw berijmde bessen. De eerste vorst is er over heen gegaan, waardoor ze wat zoeter en sappiger geworden zijn. Dus het moment om ze te plukken. Hier in de Drôme laat men een handvol van die bessen een maand trekken in 1 liter eau-de-vie (brandewijn), waarna dit aftreksel gemengd wordt met een siroop van 300g suiker op 1 liter water. Dit drankje heeft een wat kirschachtige smaak van de pitten in de sleebessen.
De bessen zijn rijk aan vitamine C en looizuren, die echter minder samentrekkend werken na een vorstperiode. De pitten bevatten nogal wat giftige blauwzuurverbindingen (amandelaroma), maar zijn ongevaarlijk in de bovenbeschreven hoeveelheden, vooral ook omdat de pitjes niet gebroken worden.
Van de ontpitte bessen kun je ook een versterkende vitaminensiroop maken, door ze te laten trekken in honing.

Sleedoorn – Prunus spinosa L.
Deze tot 3 meter hoge struik met bijna zwarte takken en witte bloesem, vind je veel langs bosranden en in heggen samen met Meidoorn en Rozebottel. Alle delen van de plant zijn ooit gebruikt geweest (schors, bloemen en bessen), nu maken we hoofdzakelijk nog gebruik van de donkerblauwe bessen. Ze bevatten veel looistoffen (wrange, samentrekkende smaak), vruchtenzuren (frisse smaak) en veel vitamine C. Een aromatische en gezonde siroop verkrijg door de goedrijpe vruchten in honing te laten trekken. Tegen diarree kun je van de verse of gedroogde bessen een afkooksel maken (20 gr per liter water 1’ koken en 10’ laten trekken)
Vroeger waren vooral de bloemen medicinaal. Ze werden vermeld in de officiële apothekersboeken van Duitsland (DAB) en Zwitserland (Ph. Helv.) als licht laxeermiddel en gebruikt in bloedzuiverende voorjaarskuren.
Mooie wandeling gemaakt langs het dorpje Montlahuc, gelegen op 1000m, wel hoog en dus kouder maar ook langer zon in de winter. In de gîte werd er zelfs buiten gegeten.
Ik bestudeer nu vooral de boomknoppen. Ik wil wat glycerinemaceraten maken, een soort aftreksels van knoppen in alcohol en glycerine. Deze gemmotherapie wordt vooral in de professionele Franse kruidengeneeskunde veel gebruikt. De knoppen van de populier, de wilg en de es zien er al goed uit.
Op de zuidhellingen groeien vooral Bergdennen, ‘Pinus uncinata, Pin à crochets, ze lijken nogal op de gewone Grove den, alleen de kleine dennenappels hebben omgebogen schubben. Als onderbegroeiing vinden we vooral mooie Jeneverbessen en vele donkergroene Palmboompjes, hogerop rond 1200m vind ik enkele kruipende berendruifplanten.
Het hout van de dennenbomen werd in deze streek vroeger vooral gebruikt om doodskisten te maken. Het hout bleef langer geconserveerd dan de doden zelf. Maar de bomen moesten dan wel bij nieuwe maan gekapt en gezaagd worden. Zou nieuwe maan ook een goed moment zijn om dood te gaan? Of is er geen goed moment om dood te gaan?

Over beredruif, Arctostaphyllos uva-ursi, raisin d’ours in het frans.
De leerachtige, glimmende blaadjes kunnen nu, ook geplukt worden. Ze zijn geurloos, maar hebben wel een bittere, samentrekkende smaak door de looistoffen die ze bevatten. Medisch zijn het vooral de fenolglycosiden zoals arbutine, die zorgen voor de ontsmettende werking bij blaasontsteking. Het best kun je er een tinctuur van maken en die dan combineren met een thee van Solidago / Guldenroede.

26 december 2003
Zonnig en koud in Bellegarde. Hout verzamelen voor de kachel, zwarte esknoppen plukken om een tinctuur te maken en een beetje wandelen.
Samen: droge lucht, houtwarmte, esknoppen en beweging; de ideale therapie tegen oude, reumatische gewrichten.
In Valence bij de apotheker 1 liter pure alcohol gekocht voor 8.40 euro. Niet om op te drinken maar om glycerinemaceraten te maken. Tijdens het terug rijden naar Bellegarde genieten we van een vermiljoenen zonsondergang boven het massif de Saou en omstreken.

27 december
Luc-en-Diois en Chatillon-en-Diois op de middag: levenloze dorpjes in de winterDrome. Ik pluk nog wat rijp zaad van de Stokrozen. Dé planten die hier overal tussen straat en muur langs de huizen groeien. Hopelijk volgend jaar ook in mijn straat en in ons huis.
In Chatillon een winkeltje uit de duizenden, zomaar boeken over de flora van de Vercors en zelfs een CD-rom en een tentoonstelling met geboetseerde paddestoelen, speciaal voor ons open gesteld. Ook producten van Solaure (Claire Montesonis) en van de boerderij van Soubreroche (Anick) worden er verkocht.

28 december
Krijg ik toch wel tandpijn zeker. Een abces onder een ontzenuwde kies. Meestal goed weg te krijgen met etherische olie (kruidnagel, tijm) en vers weegbreeblad. Nu op vakantie, naar het einde van het jaar toe, in den vreemde? lukt het mij niet. Dus voor de eerste keer naar een Franse tandarts, een prachtige praktijk in een oud gerestaureerd pand met hypermoderne apparatuur. Zeer vriendelijk, to the point, even de vulling uit de tand boren zodat de druk verdwijnt en een half uur later ben ik een gelukkige mens zonder pijn.
Even pijn hebben is toch wel een goede manier om daarna even gelukkig te zijn. 
Na de tandarts kan ik zelfs weer genieten van een bezoek aan een boekhandel.

31 december
De beekranden en hellingbossen zijn hier begroeid met zeer oude, knoestige populieren met als onderbegroeiing vooral veel palmboompjes. Het mooie, harde hout van de Buxus leent zich goed om een stevige wandelstok te maken. Dat moet ik dan maar proberen.
Het eind van een oud jaar is ook het begin van een nieuw jaar. De ene zijn dood is den andere zijn brood. Na regen komt zonneschijn. Yin wordt altijd gevolgd door Yang. Na weten komt vergeten.

Bestaan er filosofische planten? Planten die je een les leren? Vele zogenaamde giftige planten zoals bilzenkruid, doornappel en alruin zijn, denk ik, een soort leraars, die ons spiritueel kunnen begeleiden. Niet alleen of zelfs niet in de eerste plaats door ze op te eten, maar door ze te ontmoeten in de natuur of er uitwendig gebruik van te maken. Bijvoorbeeld door er creatief mee om te gaan. Er amuletten, kettingen of collages mee te ontwerpen of ze gewoon in huis op te hangen.
Maretak is ook zo’n plant met een symbolische betekenis, een plant die helemaal bij de overgang van het ene naar het andere jaar hoort. Als groenblijvende halfparasiet groeiend in de nu kale populieren roept hij om geplukt te worden. Mooi is ook, dat je er echt een inspanning voor moet leveren, hij laat zich hoog in de bomen, niet zomaar plukken.
De inspanning wordt dan een soort ritueel, krijgt emotionele betekenis. Dat is misschien ook de reden waarom ik me al de geplukte maretakken uit mijn leven kan herinneren.
De maretak uit Wéris in de schemering,
de maretak zo groot als mijn kleine dochter,
de hoog onbereikbare mistel die zomaar voor mijn voeten viel,
de vogellijm in de oude appelbomen in de Voerstreek.


Allemaal maretakken van lang geleden en daar komen de maretakken van nu bij.
De wintermistel met de lokkende bessen bij La Charce en
de Maretak uit de dennenboom op de col des Tourettes.


Het volledige 'dagboek van een herborist' is bij mij verkrijgbaar voor de som van 10 euro. Maar met wat geduld is het hier mettertijd misschien wel volledig leesbaar.


vrijdag, augustus 22, 2003

Ochtend in de ganzendreef

Zitend in de ochtendzon. 
Een augustuswindje, een vleugje koelte geeft mij besef van warmte. 
Een smorgensvroeggevoel van leven.


Moment 1
Ochtendzon
gezeefd door zomerbries.
Een mens
vermoeden van eeuwigheid.

Moment 2
Rustig buiten in de tuin.
In de verte en dan steeds dichterbij
het klepperend geluid van kleine paardenhoeven.
Zelfs het keelgekruin van kippen is hoorbaar. Vlakbij
in de vlierbomen verstoren lompe houtduiven
mijn eeuwig moment.

Moment 3
Mijn tuin lijkt
van heel lang.
En toch
is hij
van gisteren.
Eeuwigheid
van één dag.

Moment 4
Metershoge hop in groene bellenbloei
Stevige Belladonna blijft maar bessen vormen
Rode zonnehoed tovert bijna onbeschoft grote geneeskrachtige bloemen
En de Kruipende rozemarijn lijkt wel een grondbedekker te willen worden

Over guldenroede

Over Guldenroede. Ondanks de hete, droge zomer bloeit de Echte guldenroede op zijn gewone tijd, dus geen 14 dagen vroeger zoals de druiven, de maïs of de peren
Guldenroede nog steeds mijn basisplant voor nieren en urinewegen, moet tijdens de bloei, dus nu geoogst worden. De kleine gele bloemetjes worden gelukkig samen met stengels en stengelbladeren geplukt, zo krijgen we tenminste wat meer opbrengst. Ook andere Solidagosoorten mogen gebruikt worden, bijvoorbeeld de Canadese guldenroede, die al enkele weken eerder bloeide en ook de Late guldenroede, die zijn bloeiperiode pas eind september heeft. Wel handig voor een plukker-herborist zo kunnen we de oogst spreiden.
Een week geleden heb ik wat guldenroede uit de bergen meegebracht. De echte neemt daar natuurlijk zijn gedrongen berggedaante aan, hij is 30 cm korter dan die uit de lage landen. Geen andere soort?

De monografie van Solidago virgaurea van de ESCOP beschrijft dat toepassing van extracten geïndiceerd zijn ter uit- en doorspoeling van de urinewegen en de ter eliminatie van toxinen, in het bijzonder bij aandoeningen die gekenmerkt worden door ontstekingen en steenvorming. Daarnaast beveelt de ESCOP extracten aan als adjuvans bij de behandeling van bacteriële ontstekingen aan de urinewegen.

Door wetenschappelijk onderzoek weten we dat gestandaardiseerde plantenextracten de diurese bevorderen. In zowel dier- als humane studies pasten onderzoekers extracten toe bereid uit luchtgedroogde, bovengrondse plantendelen die men tijdens de bloeiperiode verzamelt en standaardiseert op minimaal 0.3% flavonoïden.

In een dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek waar gezonde vrijwilligers aan deelnamen bleek de diurese bij de groep die een alcohol extract van guldenroede kreeg toegediend, aanzienlijk toe te nemen. Men constateerde een verhoging van de geproduceerde urine van 27%. In een open studie namen 53 patiënten aan deel die leden aan ontstekingen van de urinewegen. Zij werden behandeld met een gestandaardiseerd plantenextract. Bij 76% van de patiënten verdwenen alle symptomen na de behandeling met het extract.

Dierstudies bewezen dat de leiocarposiden (een saponine-derivaat) vermoedelijk zowel ontstekingsremmend als pijnstillend werken. De flavonoïden verminderen vooral de permeabiliteit van de bloedvaten en vermeerderen de vaatweerstand (Van Hellemont). Sommige auteurs stellen dat guldenroede ook spasmolytische, bloeddrukverlagende en sedatieve eigenschappen bezit.


dinsdag, augustus 19, 2003

Liefdesvetkruid

Nog altijd naweeën van mijn Gran Paradiso-trektocht. Ik vond bij Lago Serru een Sedumsoort, die net zoals de Rhodiola ook naar rozen leek te ruiken. Hij was echter kleiner dan Rhodiola en ook kleiner dan onze inheemse Hemelsleutels. Hij was zo'n 20cm hoog en bloeide op 15 augustus met de typische roodbruine schermen eigen aan de Sedums.

In de Alpenflora van Huxley bladerend vind ik nu een Sedum die sterk gelijkt op mijn Paradisosoort met de naam Sedum anacampseros en met de prachtige Nederlandse naam van Liefdes-Vetkruid. Met zo'n naam wil ik maar al te graag deze soort gezien hebben. Anacampseros zou komen van het Griekse 'ana' weder, terug en 'kamptein' ombuigen, terugkeren en volgens Plinius zou de naam geschonken zijn aan een gewas, 'welks aanraking geacht werd voldoende te zijn om verloren gegane liefde te doen wederkeren, zelfs als zij reeds in haat verkeerd was' (Historia Naturalis XXIV, 102).

Nuchter, botanisch bekeken is deze vetplant een vrij veel, maar toch niet algemeen voorkomende soort in de Hautes Alpes. Hij groeit daar op een hoogte van 1200 tot 2800 meter tussen de rotsen en in de éboulis. De Franse benaming is Orpin bleu, dat blauw komt waarschijnlijk van de grijs bijna paarse verkleuring die de bloemstengel en bloem krijgt tijdens en na de bloei. Een nog merkwaardiger Franse naam, orpin des infidéles, de plant der ontrouwen, werpt een heel ander licht op dat liefdesvetkruid. Zou zo’n een plant dan ook een afrodisiacum zijn?

Heb ik wat te leren van de planten, die ik ontmoet?

zondag, augustus 17, 2003

Rhodiola verwerken


Terug thuis. Het inventariseren en verwerken van zaden en planten, die ik meegebracht heb uit de Gran Paradiso.
Het gemengd zaad van het plateau van Nivolet dient niet alleen om te zaaien, maar zorgt ook voor een mooie, levende herinnering aan mijn lievelingsplek. De forse planten die bij het meer van Nivolet op 2500 meter groeien zijn niet alleen eigen aan deze natuur en de hoogte maar profiteren ook van de menselijke aanwezigheid: het mest en de betreding van zowel mensen als koeien. Alpenzuring, Meesterwortel, Zwartmoeskervel, Vrouwenmantel, Brave Hendrik en zelfs de witte Alpenanemoon vormen hier samen met allerlei grassen het biotoop van deze bergweilanden. Zelfs op plaatsen waar de boerderijen verdwenen zijn, kun je nog vele jaren later deze ruigtekruiden terugvinden als teken van vroegere menselijke aanwezigheid.

-Alpenzuring - Rumex alpinus: stevige tott 1 m hoge plannt met geelgroenige langwerpige maar toch enigszins gedrongen bloem- en zaadpluimen. Groeit vooral bij bergboerderijen tot 2500 m hoogte.
-Meesterwortel - Peucedanum osthruthium: sstevige tot 1 m hoge witbloeiende schermbloemige. Vrucht bijna bolvormig, maar breed gevleugeld. Vrij sterke geur.
-Brave Hendrik - Chenopodium bonus-henricus
-Witte alpenanemoon - Pulsatilla alpina: WWitbloeiende aanemoonachtige, vooral ook opvallend door zijn vuilwitte grote zaadpluizen in augustus, verwant aan ons Wildemanskruid.

Rhodiola verwerken: zaaien, planten en tinctuur maken

Rozenwortel moeten stevig gewassen worden en strikt beoordeeld op kwaliteit. De knobbelige bovenkant van oude wortels zijn dikwijls vezelig maar de binnenkant is juist zacht sponsig. Tussen de kronkelige wortels zit zacht dood materiaal van afgestorven bijwortels en natuurlijk ook veel aarde en steengruis. Na het openbreken en spoelen, snij ik ze in dwarse plakjes en giet er ethanol van 45° over, in een verhouding van 1:5 (gewichtsdelen). Ik laat dit mengsel 2 dagen trekken en verdun dan de ethanol nog eens tot een gehalte van 30° en zo laat ik het geheel nog 1 tot 2 weken verder trekken. Geur en de kleur bepaalt voor mij de duur van het trekken.








Bergtocht Chianale - Chianale

Chianale, het eerste Italiaanse dorp na de 2748 meter hoge col d'Agnel of colle dell' Agnello. Ik vertrek van hieruit naar het Lagho Blu. Net buiten het dorp, bij de motorhome kampeerplaats draaien we links op, we komen eerst bij de torrent en hebben dan maar het pad te volgen. Naar omhoog natuurlijk.

Veel Italiaans volk, die ondanks het klimmen driftig blijven kwetteren en veel stoppen. Ik steek ze dan ook allemaal voorbij. Het meer is zo te zien een populair uitstapje voor dagtoeristen. Rustig naar boven, picknicken, luieren en dan savonds terug naar beneden. Ik kan dat begrijpen, maar het is niet mijn manier van vrijtijdsbesteding. Al vind ik het bewonderenswaardig dat je toch 2 uur naar boven klautert om bij een waterplas te picknicksen. Het meer is werkelijk mooi, en is voor mij extra interessant omdat het de uitbundige groeiplaats is van mijn lievelingsplant. 

Naar Col Blanchet 2897 meter
Ik wil een tour, une boucle maken en dat is meestal moeilijk op één dag. Het zou mogelijk moeten zijn om via col Blanchet door te steken naar Col de St Véran en vandaar af te dalen naar Chianale. Wel, mits 7 uur wandelen. Dus beginnen we er maar aan. Col Blanchet ken ik, heb ik al 2 keer gedaan en, zelfs met enige omzwervingen, van het pad af, komen we vlot op die col aan. Het is ook de grens met Frankrijk. Onder mij aan Franse kant kijken we ook op verschillende meren Lac inférieur, Lac Blanc en Lac supérieur, via deze meren is het ook mogelijk om bij de col van St Véran te komen, maar dat moet je toch eerst 200 hoogtemeters dalen en dat wil ik juist vermijden. 

Gelukkig is er naast het grote pad naar beneden, toch een spoor naar rechts richting col de St Véran. Er is wel geen bewegwijzering op de col, alleen zijn er hier en daar wel steenmannetjes geplaatst, alhoewel die in de grote chaos van rotsblokken niet altijd opvallen. Hier zijn we weer een beetje alleen op de wereld, al klinken de hoge Italiaanse stemmetjes wel ver door. Tussen 2 cols is er natuurlijk een top, daar kun je overeen of in de flank er langs. De top in dit geval is de Rocco Bianca, indrukwekkend maar toch te beklimmen voor geoefende wandelaars, alleen heb ik daar vandaag niet genoeg tijd voor, dus volgen we het spoor in de flank. Hier en daar is er nog een klein sneeuwveldje, zomaar half augustus. Veel planten vind je hier niet meer rond 3000 meter, wel al zaadvormend bergnagelkruid, die nu juist op zijn mooist is, de gele bloemen zijn maar gewoontjes, maar die roodgekleurde en glinsterend gedraaide zaadpluizen zijn wonderbaarlijk mooi.

We naderen nu de col de St Véran, de grote chaos van rotsblokken ooit naar beneden gekomen van de Rocco Bianca, verandert in sterk verweerd, bijna zwart glinsterend gesteente, hier groeit alleen nog Hoornbloem, Cerastium latifolium, puur teder wit bloeiend in dat zwarte, onherbergzame gruis. De schone en het beest! Ik kijk nu beneden mij op de colle di St Véran, een wandelaar komt naar boven en vraagt of ik van de Rocca Bianca kom. Blijkbaar was ik al een eind op weg naar de top, even twijfel ik nog om naar boven te gaan, maar een blik op die reuzenblok neemt alle twijfels weg. Naar beneden!

Col de St Véran

Op de col wordt het mij wat duidelijker, daar staat een wegwijzer naar Rocco Bianca, laconiek aangegeven voor 45 minuten. Het verwonderd mij nu niet meer, dat ik een vader, moeder en 2 tieners tegenkwam naar de top. Over het algemeen kloppen de wandeltijden wel, meestal doe je het sneller dan aangegeven, maar deze indicatie naar Rocco Bianca lijkt mij sterk onderschat. Controleren zal voor de volgende keer zijn.

Op de col te zien: oplossende wolken vanuit Italië, het stadje St Véran en de kapel aan de Franse kant, 2 vrouwen zonnebadend een boek aan het lezen, een wachtende dame met wenende hond, die op haar topjes beklimmende zoon wacht en.... een jong koppel met warme fleecejas, die vanuit St Véran net op de col aankomen. Een beetje vreemd tableau vivant. Nog vreemder wordt het even later, als er uit de diepte een jong wezen van 6 jaar verschijnt, die, op de col aangekomen begint te schelden op het jonge koppel, haar ouders blijkbaar. Ze zegt dat er niks te zien is en maakt rechtsomkeer. Van deze bergbeklimster zullen we nog horen! Wonderbaarlijke wezens midden in de zomer op de col de St Véran.

Afdalen naar Chianale
Ik stap uit mijn tableau vivant, de wolken en het dorp Chianale tegemoet. Vanuit rots en gruis van boven kom ik vrij snel in grazige en nog grazerige weilanden terecht. In de wat hogere, voedselarme maar plantenrijke weilanden vind ik Alpenasters, Rozenkransjes en Anjers, oeillet oeil de paon in het Frans, en verder vind ik nog enkele toefjes Génepi. Tien mini-takjes kan ik nog plukken, wettelijk mogen er in de Franse Queyras honderd per persoon verzameld worden om er de beroemde likeur mee te maken. Als Artemisia muttelina, de Genepi in de buurt is, zijn de Edelweisjes nooit veraf. Ik ga even van het pad af achter het rotshoekje kijken en jawel, een tiental Leontopodium alpinum bloeien mij tegemoet. Ik aai even over hun wollig velletje en dan dalen we weer verder naar de grazige, meer bemeste weilanden. Hier groeien en bloeien de Alchemilla's, de Aangebrande klaver en veel Ogentroost en nog dichter bij de koeien, in de 'espace pastoral', brave Hendrik, Alpenzuring en zelfs wat brandnetel. In de Franse Alpen noemt men de Brave Hendrik zelfs 'la plante des reposoirs'.

Italiaanse heilige maagd
In de verte zie ik Chianale al schitteren in de zon. Maar eerst verschijnt mij de Heilige Maagd nog. In een grotje bij een grote rots is een klein plastic madonnabeeldje geplaatst, ze is vastgesnoerd met ijzerdraad om haar te beschermen tegen de natuurelementen. De Italianen, ze kunnen het niet laten, zelfs een wegwijzer met Madonnina, moet ons naar deze verschijning leiden. Met de zegen van de Madonnina daal ik de laatste hoogtemeters veilig af en belandt zo in de Middeleeuwse straatjes van Chianale. Italia, toch een ander land!

zondag, augustus 10, 2003

Gran Paradiso en rozenwortel

Italiaanse Alpen. Het is twee jaar geleden, dat ik hier nog was, op de Pian della Nivoletta in mijn Gran Paradiso, nu maandagavond, hier voor de eerste maal alleen, geen begeleider van mensen, maar toch met veel mensen, dagjesmensen om mij heen, baders en zonnebaders in mijn 'Lago'. Een vorm van heiligschennis. Een troost is dat ze vanavond terug afzakken naar hun Italiaanse huizen. In de schemering verzamel ik een zak vol zaden, drink mijn 'laatste' cappuccino in de wat gore bar van de refugio. Het cappuccino-ritueel: een bodempje straffe koffie, heel veel opgeschuimde warme melk, die door het barmeisje afgeklopt wordt en dan al draaiend op de koffie wordt gegoten. Vroeger werd er door de moeder van het meisje ook nog een snuifje cacaopoeder over het melkschuim gestrooid, maar de moeder is er niet meer, gestorven of gewoon even weg? Ik weet het niet en wil het ook niet weten. Het meisje vervolgt het ritueel, overhandigt mij onverschillig het kopje. Hoe kan zij ook weten dat dit voor mij meer is dan cappuccino. Ik neem het schuimend kopje aan, betaal 1.50 en om het ritueel vol te maken, strooi ik nog wat witte suiker over de bruine cacao. En dan rustig slok voor slok opdrinken. Dit is niet alleen aards maar ook hemels genot. Dit is niet alleen geluk maar ook verdriet.

11 augustus
En nu actie! Op zoek naar de Rozenwortel in mijn Italiaanse Alpen. Om 7 uur sta ik bij de bergboerderij tussen het meer van Serru en Agnel. Vijf honden van allerlei allooi komen, de enen blaffend de anderen loerend op mij af. De boer zit in de bijna donkere stal zijn koeien te melken. Ik vraag en gebaar, of ik mijn auto 3 dagen bij de boerderij mag parkeren. Na enige verwarring, twijfel wijst de man mij een plaatsje aan. En dan op weg naar het Rhodiolaplekje van 2 jaar geleden. Een half uur later, plek in zicht, de Rozenwortels zijn er nog steeds. Meer dan ik me had voorgesteld. Een helling vol! De meeste planten zijn moeilijk bereikbaar, maar vlak bij het pad in het losse gesteente zijn er enkelen los getrapt, die kan ik met een gerust geweten mee nemen. Restjes Rozenwortel drie dagen als geurig amulet in mijn rugzak. Nu kan mij niets meer overkomen!



woensdag, augustus 06, 2003

Nog altijd bloedheet in België

Tuin Schriek. We hebben samen een kruidenmengsel van Maurice Messegué geplukt voor M. haar dochter. Rationeel gezien, zijn het recepturen die niet altijd te verklaren zijn en praktisch zijn ze soms moeilijk samen te stellen. Maar romantisch is het wel en misschien is dat ook energetisch wel belangrijk.
Ik bedoel het directe, zoeken en plukken van de planten in de natuur of in mijn geval nu op ons gecontroleerd wild stukje grond in Schriek, is misschien wel de essentie van de kruidengeneeskunde. Plukken is het rationele met het emotionele in evenwicht brengen! Dus er tegenaan!

Wat hebben we nodig: (1) braambladeren, die zijn al eens afgemaaid maar daardoor zijn er nu mooie, jonge blaadjes te plukken, rationeel gezien zijn de braambladeren vooral looistofplanten, die bij diarree gebruikt worden; (2) klein kaasjeskruid bloemen en blad staat er in het recept, wij hebben alleen het groot kaasjeskruid, dus plukken we die maar (eerlijk gezegd lijken mij de grote beter dan de kleine, maar ik ben wel Mességué zijn recept aan het maken en niet mijn eigen samenstelling, ik mag dus zelf niet te veel nadenken, Mességué doet dat voor mij); (3) kweekgras, we hebben volgens Mességué de bladeren nodig, dus het gras zelf bedoelt hij zeker, dat is geen probleem, woekerend kweek hebben we genoeg; (4) klaproosbloemen én zelfs zaaddozen, dat komt goed uit, want er zijn nu nog bloemen maar ook al volop onrijpe en zelfs rijpe zaaddozen aanwezig, zouden het rijpe of onrijpe moeten zijn? De onrijpe bevatten een bitter wit melksap dat een beetje de verdovende werking bezit van de opiumslaapbol; (5) tweestijlige meidoornbloesem, dat lukt ons niet meer om die vers te plukken, dus laten we die maar weg, al zouden we het blad of de bessen kunnen proberen; (6) stinkende gouwe, een lievelingsplant van onze Franse Maurice, kunnen we bijna het hele jaar door vinden, dus geen probleem; (7) echte salie hebben we genoeg, alleen vermeldt het recept tegen het klassieke gebruik in, om geen blad maar wel de bloem te plukken, maar de plant is nu al lang uitgebloeid, dus gebruiken we toch maar het blad; (8) maarts viooltjesbloemen in augustus, ook dat hebben we nu niet, misschien het blad?
(Uit ''Mensen en Kruiden' van Maurice Mességué, oorspronkelijke titel ' Des Hommes et des Plantes')


donderdag, juli 10, 2003

Notenlikeur

In de Drome tussen Luc-en-Diois en Bellegarde richting col, in de vlakte nog wat onrijpe groene noten geplukt of gestolen. Het is niet altijd duidelijk of het bomen zijn die zomaar langs de weg groeien of dat we in een boomgaard terecht zijn gekomen. In elk geval onze bedoelingen zijn goed, we willen er een notenlikeur mee te maken.

Recept 

notenblad
10 groene noten in vieren gedeeld, de schil van een bittere appelsien (Citrus aurantium), 20 klontjes suiker, eventueel 5 kruidnagels of kaneel, dit alles overgieten met 4 liter rode wijn (Beaujolais, Cote du Rhone) en 0,5 liter brandewijn van 40°, laten trekken (maceraat) 40 dagen op een koele, beschaduwde plaats. Dan zeven en nog een tijdje laten rusten. De likeur wordt beter met de maanden en de jaren. Waarom is niet duidelijk.
Andere mogelijke ingrediënten: vele amara aromatica anijs, venkel, engelwortel of specerijen zoals steranijs en muskaatnoot.

De Notenboom krijgt dit jaar nogal wat aandacht in mijn leventje, vooral door de belangstelling voor bomen van mijn vriendin. Zo hebben we de voorbije maand verschillende zaailingen van de Juglans in en rondom onze tuin gevonden. Ze zijn er waarschijnlijk gebracht door de eekhoorntjes of zou gewoon verlangen naar noten en notenbomen ook al helpen.

11 juli
Een kleine avondwandeling in de Drome bij Bellegarde. Terug geworpen in de tijd. Op de weg in de schemering, een oud heksachig vrouwtje met oude hond en 7 geitjes ontmoet. Een kruidenvrouwtje? Een echte herborist? En ik een valse herborist?, een verleden tijd achterna lopend? Ik blijf hopen de nieuwe herborist te worden, die oude en nieuwe waarden kan samenbrengen.
Verderop kruist het beekje ons pad; 2 wegen, één van water en één van aarde. De mens noemt dit een doorwaadbare plaats, een gué, de plaats waar we, soms, veilig aan de overkant geraken om onze weg te vervolgen. De juiste weg?

dinsdag, juli 08, 2003

de Drôme, kerryplant en lumbago

Nog altijd in de Drome. De acute lumbago die ik net voor mijn vertrek kreeg, speelt me logischerwijs nog steeds parten. Marleen heeft voor mij een massage-olie samengesteld, gebaseerd op een recept van Dr. Zhiri. Avocado-olie (omdat we die bij hebben) gemengd met etherische olie van Kerryplant, Laurier en Gaultheria. Marc, onze kinesist van dienst, heeft 'mijn heupen gecorrigeerd'. Het voordeel van 'iets te hebben' is dat mensen tijdelijk iets voor je doen. Klagen mag ik dus niet. Niet over de mensen en zeker niet over mijn heupen. Als je weet dat ik op 3 juli volledig plat lag en me nauwelijks kon bewegen, dan mag ik nu wel tevreden zijn. De anti-inflammatoire spuit die ik toen gekregen heb, zal zeker ook wel wat geholpen hebben.

Helychrisum Italicum
Plus puissant que l'arnica on l'utilise pour les soins des bleus et des coups et pour aider à la circulation et raffermir les tissus. L' immortelle à de nombreuses vertus mais on l'utilise essentiellement pour:
- les hématomes, les douleurs inflammatoires, les troubles de la circulation
- les allergies cutanées et la couperose
- son action cicatrisante et anti-bactérienne
- ses propriétés anti-oxydantes et anti-rides.
L'allié idéal en cosmétique pour prévenir les rides ou réduire celles plus profondes . A 40 ans je l'utilise dans mes préparations pour le visage quotidiennement et j'en suis ravie.

Comment utiliser l'immortelle?
En massage pour diminuer les hématomes et les varices
Diluez 3 gouttes d'huile essentielle dans une huile végétale type amande douce ou argan.

Recette pour lutter contre rides: 

  • 50ml d'huile d'argan
  • 8 gouttes d'huile essentielle d'immortelle (hélichryse italienne)
  • 4 gouttes d'huile essentielle de lavande vrai

Appliquez quotidiennement sur le visage, le décolleté et les mains.
Attention aux femmes enceintes, l'huile essentielle d'immortelle est abortive.


woensdag, september 11, 2002

Gran Paradiso

Gran Paradiso Italiaanse Alpen. Het is twee jaar geleden, dat ik hier nog was, op de Pian della Nivoletta in mijn Gran Paradiso. Nu maandagavond, ben ik hier voor de eerste maal alléén, geen begeleider van mensen, maar toch met veel mensen, dagjesmensen om mij heen, baders en zonnebaders in mijn 'Lago'. Een vorm van heiligschennis.
Een troost is dat ze vanavond terug afzakken naar hun Italiaanse huizen. In de schemering verzamel ik een zak vol zaden, drink mijn 'laatste' cappuccino in de wat gore bar van de refugio.

Het cappuccino-ritueel
Een bodempje straffe koffie, heel veel opgeschuimde warme melk, die door het barmeisje opgeklopt wordt en dan al draaiend op de koffie wordt gegoten. Vroeger werd er door de moeder van het meisje ook nog een snuifje cacaopoeder over het melkschuim gestrooid. Maar de moeder is er niet meer, gestorven of gewoon even weg? Ik weet het niet en wil het ook niet weten. Het meisje vervolgt het ritueel, overhandigt mij onverschillig het kopje. Hoe kan zij ook weten dat dit voor mij meer is dan een cappuccino. Ik neem het schuimend kopje aan, betaal 1.50, en om het ritueel vol te maken, strooi ik nog wat witte suiker over de bruine cacao. En dan rustig slok voor slok opdrinken. Dit is niet alleen aards maar ook hemels genot. Dit is niet alleen geluk maar ook verdriet.

11 augustus: Rozenwortelritueel
En nu actie! Op zoek naar de Rozenwortel in mijn Italiaanse Alpen. Om 7 uur sta ik bij de bergboerderij tussen het meer van Serru en Agnel. Vijf honden van allerlei allooi komen, de enen blaffend de anderen loerend op mij af. De boer zit in de bijna donkere stal zijn koeien te melken. Ik vraag en gebaar, of ik mijn auto 3 dagen bij de boerderij mag parkeren. Na enige verwarring, twijfel wijst de man mij een plaatsje aan. En dan op weg naar het Rhodiolaplekje van 2 jaar geleden. Een half uur later, plek in zicht, de Rozenwortels zijn er nog steeds. Meer dan ik me had voorgesteld. Een helling vol! De meeste planten zijn moeilijk bereikbaar, maar vlak bij het pad in het losse gesteente zijn er enkelen los getrapt, die kan ik met een gerust geweten mee nemen. Restjes Rozenwortel drie dagen als geurig amulet in mijn rugzak. Nu kan mij niets meer overkomen!

Colle de la Losa en refuge du Prairiond
Rozenwortel
Ik steek over naar Frankrijk, naar de Vanoise via de col de la Loze 2957, maar eerst nog een  een klein stukje nogal hoogtevrezerige via ferrata, net boven de onbemande hut van Pian della Ballotta 2470 meter.
Van de col de la Loze, samen met de gemzen en steenbokken, afdalen naar refuge du Prairiond 2324 m. Daar maak ik kennis met een jong Italiaans koppel, die morgen, net zoals ik, ook over de col de Montet naar refuge du Carro willen gaan. We besluiten, ook op aandringen van de refuge-beheerder om samen de oversteek te maken. Het is namelijk niet helemaal zonder gevaar, van het pad af, alleen maar sporen en hier en daar een steenmannetje en op het eind van de klim een kleine gletsjer die moet overgestoken worden. Wat psychologische en technische ondersteuning kan dan nooit kwaad.

Bij de gletsjer gekomen, besluiten we zonder stijgijzers, toch maar aan de rand in de rotsen te blijven wandelen. Nu ja, wandelen! Het is meer klimmen, passen en meten maar wel goed te doen. We komen dan ook zonder problemen op de 3185 meter hoge Col de Montet. Spannend is altijd weer, hoe is het aan de overkant?  Geen gletsjer, maar wel even een dikke laag sneeuw in een smal kloofje en dan de eindeloos open ruimte. Diep onder ons is het grote ‘sentier du Haute Maurienne’ al duidelijk zichtbaar, al ligt dat nog wel 600 meter lager. Normaal op een goed pad is dat een dik uur naar beneden rennen, maar hier nog steeds van het pad af, is het voorzichtig zoeken naar de juiste doorgang. Toch komen we zonder problemen na anderhalf uur op het pad en na nog een half uur bereiken we de prachtig gelegen refuge du Carro met zicht op Lac Noir en Lac Blanc.
En morgen dan maar weer naar Italië via de col de Carro.. Een mens is nooit tevreden! 

12 augustus Col du Carro

Een breed, zelfs wat geplaveid pad leidt naar de brede Carrokam. Het plateau is bezaaid met vreemde platte stenen, waar bergwandelaars niet één steenman maar wel honderden kleine mannetjes en vrouwtjes hebben gemaakt. Een vreemd natuurlijk of onnatuurlijk schouwspel. Een commedia del’arte! Stenen toeschouwers bij het grandioos optreden van de Gran Paradisoberg himself aan de overkant. We worden er wel even stil van en vergeten zelfs om de afdaling te beoordelen. En dat is er toch wel eentje. Recht naar beneden, gelukkig in trapvorm, hier en daar een sneeuwveldje en verderop moeten we kiezen of we hoger blijven of het verleidelijker pad naar beneden kiezen. Het Lago Serru, waar wij moeten zijn, ligt onzichtbaar links achter de Punta della Rocce en dus kunnen we beter het hoge pad aanhouden. Eerst is het wel wat spoorzoeken maar daarna wordt het een mooi breed pad. Het hoekje om, zien we het stuwmeer en de verharde weg die van Ceresole reale naar Col del Nivolet gaat. We doen nog even moeilijk, van het pad af omdat we op de hoogte van het meer willen uitkomen zonder extraklim te moeten doen.  En dan is de kring weer gesloten, na 3 dagen terug op mijn vertrekpunt. Vreemde cirkels gelopen, zinvolle onzin. Tot de volgende kring-loop.

Over enkele planten bij het meer van Nivolet
De forse planten die in de bergweilanden bij het meer van Nivolet op 2500 meter groeien zijn niet alleen eigen aan deze natuur en de hoogte maar profiteren ook van de menselijke aanwezigheid: het mest en de betreding van zowel mensen als koeien. Alpenzuring, Meesterwortel,  Zwartmoeskervel, Vrouwenmantel, Brave Hendrik en zelfs de witte Alpenanemoon vormen hier samen met allerlei grassen het biotoop van deze bergweilanden. Zelfs op plaatsen waar de boerderijen verdwenen zijn, kun je nog vele jaren later deze ruigtekruiden terugvinden als teken van vroegere menselijke aanwezigheid.

  • Alpenzuring - Rumex alpinus: stevige tot 1 m hoge plant met geelgroenige langwerpige maar toch enigszins gedrongen bloem- en zaadpluimen. Groeit vooral bij bergboerderijen tot 2500 m hoogte.
  • Meesterwortel - Peucedanum osthruthium: stevige tot 1 m hoge witbloeiende schermbloemige. Vrucht bijna bolvormig, maar breed gevleugeld. Vrij sterke bijna selderachtige geur. Werd vroeger ook als groente gebruikt.
  • Brave Hendrik - Chenopodium bonus-henricus
  • Witte alpenanemoon - Pulsatilla alpina: Witbloeiende anemoonachtige, vooral ook opvallend door zijn vuilwitte grote zaadpluizen in augustus, verwant aan ons Wildemanskruid.

woensdag, augustus 29, 2001

Rozenwortel in de Gran Paradiso

We zijn even afgedaald van onze 2500m hoge gite naar het dorpje Ceresole reale op 1500m. Wat boodschappen gedaan in een kleine superette, jonge kaas van de streek Tome, fruit en een flesje ‘Alcool di Mentha’, een oplossing van Mitchammunt etherische olie in alcohol van 80° gekocht. Zo een product is zelf goed te maken en kan als eerste hulpmiddel bij maagpijn, misselijkheid, hoofdpijn en zelfs hoogtevrees gebruikt worden. Tenminste volgens de plaatselijke informatie.

Rozenwortel
De ontdekking van de dag deed ik echter bij de rifugio Pian della Ballotta, gelegen aan de achterkant van het Lago Serru. Deze onbemande hut ligt vastgeklemd tegen de rotswand en op de padkant boven de afgrond groeide volop een soort Hemelsleutel. De planten waren gedeeltelijk vertrapt, waardoor de wortels bloot lagen en sommige zelfs helemaal afgebroken. Door de luchtige, licht beangstigende omgeving was ik meer met mijn wandelpartners bezig dan met de planten, totdat Nadine opmerkte dat het naar rozen rook. Nogal absurd op deze hoogte. Eerst dacht ik dat haar geurgewaarwording gestoord was door de angst, totdat ik aan al die gekneusde Sedums dacht. Dat moesten de fameuze Rozenwortels zijn! En inderdaad de wortels roken duidelijk naar rozenwater. Maar wat moest ik met die rode bloemkleur en de vrij hoge planten, terwijl de Rhodiola geelbloeiend en laag moet zijn. Volgens mijn Kosmos Naturfuhrer moet de Rozenwurz maar 10 tot 35 cm hoog worden, maar worden de blutenblatter zuweilen an der spitzen rot en groeien ze meestal op kalkarme vochtige bodem van 1000 tot 3000m, dàt klopte wel. Toch later nog eens goed controleren! Merkwaardig dat een stress-reducerende plant zo massaal op een stress bevorderende plaats groeit?

s’Avonds in de refuge Savoia de Suppe Valdostano gegeten, een vaste soep, meer een soort broodpap van oud brood, kool, kaas en kruiden. Heeft niks te maken met de Rozenwortel maar is wel energie voor vermoeide en uitgehongerde trekkers.

maandag, augustus 27, 2001

Wandelen in de Gran Paradiso

Eind augustus, we zijn in de Gran Paradiso op het plateau van Nivolet zowat 2500m hoog, een van mijn lievelingsplekken in de Italiaanse Alpen. We verblijven in de refugio Savoia. Vandaag wandelen we via de 2800m hoge Grand Collet naar Pont, eindstation in de vallei van Valsavarenche. In de afdaling vinden we de laatste bloeiende Arnicaplanten op veengrond, een plaats waar ze volgens de flora ook thuishoren. Ik oogst wat rijp zaad en stop het in het netzakje van mijn trekkersbroek, daar kunnen ze tegelijkertijd luchten en drogen.

Arnica montana of Valkruid, is zoals zijn naam zegt, een kruid tegen de gevolgen van het vallen, en dus helemaal op zijn plaats in de bergen. Echt een wonderbaarlijk middel tegen kneuzingen en verstuikingen, maar wel eentje met gebruiksaanwijzingen. Vers kunnen de bloemen voor gevoelige personen wel huidirritatie veroorzaken, dus altijd eerst voorzichtig uittesten of wel verdund met water of olie gebruiken. 

We dalen verder, bij een bergbeekje vind ik een Sedumsoort met gele naar rood verkleurende bloemen, een soort Hemelsleutel. Zou dit de Rhodiola rosea zijn, waar ik naar op zoek ben? Deze vetplant is de laatste jaren bekend geraakt als adaptogeen en dus wil ik zo een versterkend kruid graag eens in levende lijve zien. De Rhodiolawortel ruikt naar rozenwater en dus probeer ik aan de wortels te krabben om de geur op te snuiven. Helaas ruik ik alleen maar natte, humusrijke grondgeur! Of toch iets van rozen? Twijfel blijft.

Verder in de afdaling vinden we nog de giftige, maar o zo magische Veratrums en Aconitums, planten die veel als homeopathisch middel gebruikt worden. Zo vers en onverdund, zeker niet om op te eten, behalve als je persoonlijk een eind aan je leven wilt maken en dat ben ik op dit moment zeker niet van plan. De monnikskap in blauwe bloei ziet er altijd eerbiedwaardig uit, maar schijn bedriegt onder zijn monniksuiterlijk verbergt hij sterk werkende alkaloïden, die onze hersenen en hart onderste boven halen. Twee gram wortel inwendig kan al dodelijk zijn en zelfs het sap op de huid kan al vergiftigingsverschijnselen veroorzaken. 
Het Nieskruid, veratrum album is zijn ecologisch broertje in dit voedselrijke, vochtige biotoop, een even statige maar ook gevaarlijke plant, die vroeger heel wat mensen flink ziek heeft gemaakt. Het per vergissing oogsten van de Nieswortel in plaats van de onschuldige Gele gentiaan was dikwijls de oorzaak van deze vergiftigingen. Het gevolg was dat we een giftig likeurtje krijgen, die heel wat minder heilzaam is voor maag en darmen. 

Maar we zijn nog altijd in de Gran Paradiso, nog steeds niet zat of ziek en op weg naar Pont. Een groep zwaar beladen Hollanders begint aan deze toch wel zware klim en hoe graag ik zelf ook rond toer in de bergen, toch ben ik nu blij dat ik niet mee naar boven moet. In Pont genieten we van een lekker biertje, altijd een hemels genot na een goede inspanning. Zouden we die zware lichamelijke inspanningen alleen maar leveren om daarna extra te kunnen genieten? En 'genieten' kunnen en moeten we straks weer, want na dalen komt het stijgen om bij onze verblijfplaats de Savoiahut te geraken. Het is een mooi, breed en bekend pad, eerst nog in de schaduw van bomen en struiken, maar dan boven de boomgrens in de hitte van de open vlakte. Halfweg de klim houden we onze rustpauze bij het Jezuskruis met aan de overkant de echte heer Gran Paradiso in hoogst eigen gedaante. De bergen zijn me heilig, maar ze worden, wat mij betreft niet heiliger door het plaatsen van kristuskruisen en madonnabeelden.
Het tweede gedeelte van de klim is minder steil, we wandelen al op de hoogvlakte van Nivolet, zigzaggen tussen rotsen en waterrijke bergweilanden begroeid met het feeërieke pluizige wollegras. Het biotoop is niet alleen geschikt voor wandelaars, maar vooral het ideale terrein voor mollige marmotten, die zich vol gevreten hebben om straks aan hun winterslaap te beginnen. Aan de einder doemt onze thuisbasis al op, nog even een inspanning en dan kunnen we ons weer te goed doen aan de lekkere, vettige keuken van de Savoia.

Over Veratrum. 

De witte nieswortel (Veratrum album L. is een uiterst giftige vaste plant die behoort tot de Eenbesfamilie. De wortel werd vroeger als pijlgif gebruikt. De plant komt van nature voor in de Alpen. Hij wordt 50 tot 150 cm hoog..De witte nieswortel bloeit van juni tot augustus met witte, 12 tot 15 mm grote bloemen, die in een 50 cm lange tros staan. Vooral als de zon schijnt geuren de bloemen doordringend.
Alle delen van de plant zijn zeer giftig. De mate van giftigheid hangt wel af van de standplaats. Planten op 700 m hoogte bevatten 1,5% alkaloïden en die op 2500 m hoogte nog maar 0,2%. Vooral in de wortelstok komen de alkaloïden protoveratrine en germerine voor.

Rembertus Dodonaeus schrijft over Veratrum. Die wortel van wit Niescruyt doet sterckelijck ende met groot ghewelt braken ende overgheven alderhande overvloedighe quade fenijnnighen taeye vochticheden ende fluymen/ ende es mits dyen goet tseghen die vallende sieckte/ rasernie ende langduerende pijne in thooft/ dullicheyt/ swaermoedicheyt/ fledercijn/ pijn ende weedom in die hope diemen sciatica heet/ alle manieren van waterladen/ vergiftheyt/ ende tseghen alle oude coude wederspannighe sieckten die niet lichtelijcken met anderen bequaemen remedien en willen sceyden. Ende hoe ende in wat manieren datmen dese wortel sal ierst bereyden eermense in gheven sal ende dijsghelijcx oock dat lichaem dat dese wortel ghebruycken sal/ es van vele oude doctoren seer lanck bescreven/ dat wy niet en hebben willen verhalen/ om dat die saken ende redenen diemen aenmercken moet/ zoo veel ende groot sijn datmense int corte niet en kan stellen/ ende wel eenen boeck soude vullen. Ten anderen oock om dat men dese gheweldighe wortele naer Galenus leeringhe niet en behoort in te ghevene/ maer alleen van buytens tlichaems te hebruyckene.


donderdag, februari 11, 1999

Speelse lessen en muntvriend

Een vreemde, boeiende winterse dag! Ik moet om 9.00 uur al in Roeselare zijn, om twaalfjarigen wat te vertellen over kruiden. Een moeilijke opgave, zowel om er te geraken over besneeuwde wegen als om zes maal driekwart uur hedendaagse computerjeugd bezig te houden met ouderwetse kruidenverhalen. Toch leek het me goed gelukt, vooral door een direct beroep te doen op hun zintuigen. Dat wil zeggen, hen laten proeven, ruiken en voelen. Het verse slijm uit de Aloë is altijd goed voor vieze gezichten en snotterige verhalen. Of het proeven van anijs of venkelzaadjes vinden ze verwonderlijk smakelijk of worden door anderen (jongens!) met afgrijzen uitgespuugd. Als we dan ook nog de etherische olie uit deze kruiden doorgeven, is het hek helemaal van de dam. Sommigen wreven, ondanks de waarschuwing, wat te veel op hun gezicht, met als gevolg roodgloeiende wangen die ze moesten blussen onder de koude waterkraan. Vervelend vond ik het zeker niet, integendeel, het was net genoeg actie om die driekwart uur spannend door te brengen.

Muntvriend
Omdat ik dan toch in de buurt was, ben ik even op bezoek geweest bij een kruidenvriend en lid van onze vereniging uit Izegem. Een man met een uitgebreide botanische kennis van klassieke kruiden zoals munt, tijm en rozemarijn, maar ook een man die kan praten als een marktkramer, en dat is hij dan ook in het echt. Hij bezit mogelijk de meest veelzijdige muntverzameling van heel Europa. In de lijst, die ik van hem gekregen heb, tel ik 26 mentha piperita soorten, 8 suaveolens soorten, 19 spicata’s, 4 soorten akkermunt, maar ook vietnamese, corsicaanse, chinese en marokkaanse munt.
De verzameling is voor een gedeelte de erfenis van de franse muntkenner bij uitstek, Jean Lebeau, maar er zijn ook planten bij afkomstig van het Conservatoire nationale des plantes medicinales uit Milly-la-Foret, uit de Hortus Botanicus in het Nederlandse Leiden of van de Wisley universiteit in Engeland. Verder is er zaad gebruikt van oa. Iden Croft Herbs Staplehurst en Richter Herb Plants.
Deze laatste kataloog RHP uit Canada is bij mij ook in te kijken, zij bieden niet alleen zaden maar ook jonge plantjes aan van de onmogelijkste kruidensoorten. Ik noem maar wat: Aswagandha, de indische ginseng, hij zou zelfs makkelijk te zaaien zijn, of varieteiten van Salie ‘Extracta’ met een hoger gehalte aan etherische olie, verder een familielid van de KavaKava met de naam Macropiper exelsum, die als kamerplant kan gebruikt worden; of Teatree zaden en plantjes, zelfs van Sintjanskruid zijn er kweekvariëteiten beschikbaar zoals Anthos, Topas en Elixir. Weer genoeg informatie om flink chaotisch te worden!
Toch nog even het adres van Richters, dat is in Canada, Ontario LOC 1AO, Goodwood en electronisch kun je ze bereiken met ‘orderdesk@richters.com.

Commentaar: In het verleden hebben we met de vereniging nogal wat educatieve kruidenactiviteiten op scholen begeleid: voordrachten, aanleg van kruidentuintjes, cursussen.

21 februari 1999
De eerste wandeling van onze vereniging in 1999. De overdadige sneeuw van de voorbije weken was net op tijd gesmolten om weer wat schuchter groen te kunnen bekijken.
Elk jaar weer dezelfde snelle groeiers, jonge brandnetelblaadjes, ronde look-zonder-lookjes, stevige driekleurig viooltje met zelfs hier en daar al een gedurfd bloempje. Dertien mensenkinderen op een doorweekte zondagvoormiddag bij een door planten herwonnen oude spoorweg, triest en tover tegelijkertijd! Daar hoort een gedicht bij.

Er is iets in de dingen dat ontroert:
het is de schoonheid niet der bloemen,
noch het glanzen van een blad, noch het roepen
van de roerdomp in de nacht. Het is
daarin, maar ook daarachter en daarboven
en daaronder, dieper in de grond........
De tover tussen onder en boven, tussen binnen en buiten, tussen weten en vergeten.

Commentaar: plaats van handeling was Weelde Statie bij het oude spoorwegemplacement op de grens met Nederland. De locatie waar ook de herboristenvereniging ontstond en toen ook de kruidentuin van Maurice was gelegen. Ja 'was'. Nu, zijn er daar nog steeds resten te vinden van die verloren tuin.

zaterdag, juli 19, 1997

Bergtocht in de Ecrins

19 juli 1997 
We zijn met zeven voor deze trektocht in de vallei van Valgaudemar: vier vrouwen en drie mannen. Onze bergtocht begint in het Refuge Hotel Gioberney. We vinden elkaar in de namiddag en gaan even een mislukte "croque monsieur" verorberen. Daarna hijsen we vol enthousiasme de zware rugzak en ja, te voet de berg op. De jonge Joke op kop, de oudjes achteraan. Het is slechts enkele honderden meters stijgen, maar wat valt het zwaar voor Hilde, haar hart begint te sputteren en haar humeur ook.
De anderen laten haar begaan en ja, een stuk achteraan komt ze ook aan op het groene stukje paradijs waar de tentjes zullen geplant worden. De omgeving is er prachtig en de inspanning snel vergeten. We bevinden ons in een "cirque" van bergen en gletsjers dichtbij een meertje. Er zijn mooie orchideeën, eentje ruikt bijzonder fijn, de vanilleorchis. Daarvoor heeft Maurice, behendig als een berggeit, rap rap een heuveltje beklommen. We drinken nog iets warms en flaneren nu tussen de vele soorten bloemen en kruiden .

's Nachts bedenkt Hilde een aftocht. Doch het gaat niet door: verder omhoog is de boodschap! De zon komt stralend te voorschijn achter de bergtop. Is het de Sirac of een andere berg? De eerste bergbeklimmers komen voorbij en slaan een babbeltje: "Ja, er is met het vorige slechte weer weinig toerisme...". Maurice krijgt zin om de gletsjers te bestijgen, de anderen niet. Nu eerst water halen in het bergbeekje voor koffie of thee. Maurice zet het gasvuurtje aan en we drinken en slurpen; alleen Eric komt te laat, dan maar een tweede emmertje koken. Dit scenario zal zich nog herhalen: zo zit Eric in elkaar. En toch zal deze vlijtige jongen zich ontpoppen tot een echte bergwandelaar dankzij of ondanks de sigaretjes. Na het ontbijt gaan
we opnieuw gepakt en gezakt de bergen in. 's Middags komen we aan in de Refuge du Pigeonnier, gelegen aan een bergbeek in de stralende zon. We eten en babbelen en 't is reuzegezellig samen. We vertrekken en alles gaat goed tot op een st eil sneeuwveldje. Voor Jo met het keurige shortje gaat het opeens snel
bergafwaarts, de sympathieke Jo met het sexy kippevel glijdt in haar volle lengte, zo sierlijk mogelijk, naar beneden, met rugzak en al. Hilde krijgt het in de gaten en wil haar tegemoet skiën op haar schoenen: het lukt niet echt en beide gaan de diepte tegemoet. "Dat had je nu ook niet moeten doen.", roept Jo, en juist dat wekt een kordate beslissing bij Hilde los. Ze plant resoluut een wandelstok in de diepsneeuw, hijst zichzelf en Jo uit de diepte om zo alsnog, als heldin van de dag, een onvriendelijke landing in het steenveldje onderaan te voorkomen.

Hoera! Gered! Met een geschaafde onderarm komt Jo er goed vanaf. Hilde heeft haar linkerbil "verbrand" aan de sneeuw. Geen nood. Vrolijk stappen we verder en keuvelen gezellig over onderwerpen die soms diepgaande filosofieën uitlokken o.a. over onderbroeken: vooral Maurice weet Jo hier het één en het ander over te vertellen. Wim en Joke, vader en dochter, maken een zwijgzame en wijze indruk. Joke heeft last van
hoofdpijn en steekt haar rode kop bij elk bergbeekje onder water, al helpt dat niet veel.
Als we, na een hele lange afdaling uitgeput en moe beneden komen, zijn er al paarden en vliegen op onze kampplaats aanwezig. Vooral de vliegen zullen we niet snel vergeten. Nog even wachten op Marianne voor het avondeten. Haar beide teennagels zijn een beetje zwart geworden door te knellende schoenen en dat speelt haar parten. Het eten wordt een wandelend buffet. Slalommend tussen zwermen muggen en vliegen banen we een weg voor het eten naar onze mond: noedels met een groentensausje en tonijn. Het
smaakt ondanks alles. Marianne en Hilde zijn uitgeteld en gaan vroeg onder de veren. De anderen gaan voorraad halen in de auto, een honderdtal meter dieper, dichtbij het refuge hotel. Het wordt een mooie
avondwandeling met zicht op de lichtjes ergens aan de flank van de Sirac. Terug in de tent proberen we te slapen, maar de luid bruisende bergbeek maakt geen aanstalten om te stoppen en dat houdt ons toch een beetje wakker. Al werkt het eentonige geluid uiteindelijk ook wel als slaapverwekkend.

Tweede dag
De volgende morgen worden we gewekt door speels snuffelende paarden die buiten Marianne’s plastiek zakken onderste boven proberen te halen. Ze komen vriendelijk tussen de bekertjes koffie en thee, en de muesli doorgrazen zonder zich aan ons te storen.
En dan weer op stap. Het weer is mooi, de klim niet te steil en Maurice huppelt vrolijk van rots naar rots alsof hij zijn hele leven niets anders doet. Maar Marianne heeft het moeilijk, ze had zich een betere conditie voorgesteld. Maurice komt als een galante begeleider ter hulp en biedt haar zijn rug aan ter ondersteuning. Nu gaat het beter, maar aan de "Cabanne du Pis" is ze helemaal uitgeteld, deels ook door de grote hitte. We laten haar op de matras van Jo even bijkomen en Wim zorg voor een frisse bus bergwater. Wat verder picknicken we aan de rand van een bergbeek en genieten van de prachtige natuurrotstuin, die even ons privé bezit word.

Opnieuw naar beneden, nu richting Refuge Chabournéou. Eenmaal aangekomen in de refuge, steekt Hilde haar kop onder de kraan en haar voeten in het openluchtbad. Het water is ijskoud. De haren zijn rap gewassen, nog even later drogen in de zon in de luie zetel van een oude 2 PK Citroen.
Voor de verandering willen we eens in de refuge eten en overnachten. Het warm eten bestaat uit kippenbout met aardappelen, na een warme aspergesoep of zoiets. Borden worden verzameld om af te ruimen, maar zijn te rap. Er komt nog kaas en een toetje met kasta njepuree en chocoladecrème. En dan naar onze slaapstee, na een serenade van jeudige Franse alpinistjes, allemaal meisjes tussen 12 en 16 jaar met een jonge leider aan de kop. We klimmen de laddertjes op en installeren ons op de bovenste verdieping de meisj es rechts, de
jongens links. Maurice wil zijn fotoapparaat laten flitsen doch spijtig genoeg gaat de deur open voor de lens. Hilariteit alom. Niet de bergbeek maar het snurken houdt ons nu even uit de slaap.

Derde dag.
Voor we de volgende morgen vertrekken, worden we nog even opgeschrikt door een luide knal. Een meneer in zwembroek zijn gasflesje ontploft. Gelukkig is de broek intact en iedereen ongedeerd. We zullen hem later in de bergen nog tegenkomen met vrouw en twee dochtertjes die heel moedig dezelfde tocht maken, deze keer niet meer in zwembroek.
Nu gaan we enkele steile sneeuwhellingen tegemoet maar we laten ons niet afschrikken. Alles loopt prima en via die sneeuwruggen in de flanken van de Sirac komen we op een prachtig plateau, dat geel ziet van
de boterbloemen en de ganzerikken. Het is pas middag. Er is een idyllisch meertje, een refuge met drankjes en een zee van tijd.
Wim is een beetje ziek, darmrommelingen houden hem binnen. De anderen zwieren de rugzak af en gaan omhoog naar de "col de Vallonpierre" van 2300 naar 2700m. Het wordt een marmottenwandeling. Wat zijn ze lief. Soms zie je ze per twee tegen elkaar aan loodrecht als periscoopjes uit het gras te voorschijn komen om de omgeving in ogenschouw te nemen. En maar kijken naar die vreemde grote mensen ... Tot er eentje, als alarm, een luid doordringend gefluit laat horen en ze allemaal snel weer in hun hol verdwijnen. Het lijken net reuzenhamsters met hun dikke staart en wollige vacht. 

Van de groene en gele Alpenweiden klimmen we naar het zwarte gruis van de col, een mengeling van leisteen en granietrotsen. Zelfs het beetje sneeuw bij de col wordt zwart. Op de col hebben we een prachtig zicht. De col is zo smal dat Marianne te paard over de rand kan zitten. Maurice en Eric gaan nog hoger op. De anderen gaan terug naar de hut. Beneden eten we pikant en zoeken een plaatsje om de tent op te zetten tussen grote rotsblokken. Marianne en Hilde zetten hun tent een beetje verder om de één of andere nog niet
duidelijke reden ... ja, want 's nachts zal er gedonder zijn, niet alleen van rotsblokken in de verte, die met dreunend geluid naar beneden storten maar ook gedonder in de darmen. Het veldje rond de tent wordt afgebakend door beiden: de witte zakdoekjes liggen overal verspreid zoals Hansje en Grietje een spoor maakten in de maneschijn. Het wordt een vreemde nacht. Terwijl Marianne kreunend van de buikkrampen de slaapzak in en uit gaat om van de overvloedige vloeistoffen af te geraken, gaat Hilde hulp zoeken bij een goede ziel. Eric deelt kwistig Immodium uit om de salvo's wat te beperken. Is het de vermoeidheid die zijn toleist? Het houdt niet op, ook bij Hilde komt er wat darmbeweging. Gelukkig wordt de ellende door humor en lachen goed opgevangen. Het wordt zo aanstekelijk dat ook de Jo's van de volgende tent de slappe lach krijgen. De nacht is lang en nat. Het regent, de tent is nat, er is mist en er komt geen einde aan. Hoe komen we morgen beneden in die toestand ? Waarschijnlijk "op het gemak". Weer lachen geblazen ...
'
 Vierde dag. Terug
s Morgens bijeenkomst bij Maurice in de grote tent. We besluiten in de regen op te breken en af te dalen. Wat een vrolijke ellende en toch wordt de laatste dag nog stralend. Het weer zonnig, het groen geurt geweldig na de regen en we moeten alleen maar naar beneden wandelen.
Zo komen we rond 13 uur aan in het refuge-hotel Gioberney. Het is mooi geweest. De sekte van de herborenen of "herboristen" is aangekomen. Zelfs Hilde heeft haar strakke ideeën op zij gezet.Wim is niet langer zwijgzaam en Maurice die onderweg de berggendarmerie tegenkwam, heeft zijn illegaal geplukt kwastjesbloempje niet moeten afgeven evenmin als Eric zijn sigaret. Marianne was bij de eersten beneden en de Jo's nog altijd even sympathiek. Het was alles bij mekaar een zalige wandeling. Nog even nagenieten bij
een drankje in het hotel en dan gaat ieder weer zijn eigen weg. Tot in het najaar voor de foto's en de
herinneringen. Bedankt allen voor het aangename gezelschap. Ook bedankt hierboven voor de mooie
bloemetjes, zoals die zilverkleurige anemoon, de Geum, de blauwe en gele gentiaan, Arnica, de lelie van Martagon, Veratrum, tijm, Soldanella, rozenkransje en zo vele andere kruiden en planten, ’t Was prachtig! En de geur van de vanille-orchis vergeten we nooit meer!

Met dank aan Hilde Hardeman voor het bijhouden van de gegevens.

zaterdag, maart 25, 1995

Fragmenten uit mijn herboristenjaar 1995

Het jaar 1995 blijkt in mijn dagboek pas eind mei te beginnen, maar dan is het wel goed raak: mooie momenten in de tuin, kruidenweekend in Belvaux, bergtocht in de Franse en Zwitserse Alpen, een magisch moment bij Fons in Baarle, een deftig knoflookcongres in Berlijn en een herfstig weekend in Spa. En tussendoor herboristen opleidingen begeleiden, maar daar vergat ik over te schrijven. O ja, we planden voor volgend jaar 1996 een eerste kruidenvakantie in de Franse Drôme.



zaterdag 30 maart: start 7de herboristen opleiding
Geen persoonlijk genoteerde gegevens terug te vinden in mijn verleden.

april 1995 ergens. Over kruidig leven
Ik schreef het volgend artikel over mezelf en de paardenbloem in Forum, een antroposofisch blaadje uitgegeven in Turnhout.

Mijn kruidig leven begon in de fameuze jaren "60 met het lezen van Mellie Uylderts boek "De taal der kruiden". De ontdekking dat 'ordinaire' planten zoals paardebloem, brandnetel en weegbree ergens goed voor waren, sprak me zo erg aan, dat ik me er steeds verder in ging verdiepen en er zelfs mijn beroep van maakte. Ik ben nu, 30 jaar later, zowat 300 kruidenboeken rijker, geef les in de kruidengeneeskunde en noem mezelf herborist. Ondertussen is deze 'fytotherapie' niet alleen in de volksgeneeskunde maar ook in de officiële wetenschap bekend en herkend gewor­den.
Een voorbeeldje van hoe een volkse plant zoals de pisbloem kan uitgroeien tot het deftig medicijn Taraxacum volgt hieronder.

Wie kent haar niet, de Paardebloem! En toch zitten er nog wel wat onbekende kanten aan deze plant. Zo zouden volgens de botanici niet een maar wel 200 verschillende soorten zijn. De Flora van België deelt ze op in sekties zoals obliqua, erythr-osperma en palustria. De grote verschillen in bladvorm en bladgrootte zijn gedeeltelijk ook te verklaren uit de ecologische kenmerken van hun groeiplaats: nat of droog, voedselarm of voedselrijk enz. Zoals je ziet, het aanpas­singsvermogen van deze plant is zeer groot, zoals trou­wens bij alle veel voorko­mende 'on'kruiden. Het zijn echte overlevers. Merkwaardig genoeg zijn het net deze planten die veel als versterkers en bloedzui-veraars gebruikt worden.

Paardenbloem is in feite het prototype van de reinigende voorjaarsplant. Ten eerste is hij in maart en april volop fris voorradig. Ten tweede bevat hij, net zoals de brandnetel veel mineralen en vooral een zeer hoog kaliumgehalte, dat waar­schijnlijk veranwoordelijk is voor de goede urinedrijvende werking. Denk maar aan zijn franse naam Pissenlit - Bed-plasser.
Ten derde, bezit hij een goed onderzochte galdrijvende en spijsverteringbevorderende werking. Bij één van die onderzoeken met ratten bleek de diuretische werking even sterk als van chemische diuretica. Verder konstateerde men een gewichtsverlies van wel 30%. Dit onderzoek werd gedaan door Racz-Kotilla en gepubliceerd in het weten­schappelijk tijdschrift Planta Medica nr.26 uit 1974. Maar reeds in 1875 konsta-teerden de Engelse onder­zoekers Rutherford en Vignal een galdrijvende en tonise-rende werking bij honden. De Franse vader van de moderne fytotherapie Henzi Leclerc genas patiënten met leverproblemen, galstenen en ontstekingen van de galca-pillairen.
Ook huidaandoeningen met als oorzaak een galinsufficiëntie verdwenen door het gebruik van paardebloemsap. Dr.Leclerc beschreef zijn ervaringen in de 'Revue de Phyothérapie' van juni 1952. Veel van deze oudere maar serieuze onderzoeken zijn nu nog na te lezen in het boekvan H.Leclerc 'Précis de phythothérapie' van de uitgeverij Masson Paris.

Een recept van Brissemoret uit 1902 is ook nu goed te gebruiken. We mengen l00cc wortelsap van de paardebloem met 20cc alcohol van 90%, 15cc glycerine en 15cc water en gebruiken daarvan 1 tot 2 eetlepels per dag. Natuurlijk kun je als voorjaarskuur nog beter de verse blaadjes of het sap gebruiken.
Vroeger werd de zoge­naamde molsla in het wild gezocht op weilanden waar veel molshopen voorkwamen. Dat waren jonge paarde­bloemplantjes, die juist onder een molshoop ontkiemd waren. Zij bleven wit en zacht, en waren daardoor minder bitter. Het is devoorloper van ons witloof.

Veel planten hadden vroeger ook een spirituele betekenis. Zo was paardebloem een krachtig anti-magisch middel en daar hoorde natuurlijk een ritueel bij. Zo schreef Apileus in zijn werk 'De Virutibus Herbarum': Neem zeven paardenbloemplanten zonder de wortelen, kook ze af in water bij afnemende maan, was u hiermee buiten de huisdeur, verbrand dan het kruid Aristolochia, snuif de rook op, treed het huis weer binnen zonder omzien en ge zult van alle betovering bevrijd zijn. Misschien kan de Paarde­bloem ons van de chemische betovering en vervuiling bevrijden.

24 mei 1995: een moment van magie
Na een hele dag noodzakelijke regen verlicht de avondzon mij en mijn tuin. Een magisch moment.
Laag bij de grond, levend op plantenhoogte, zogenaamd aan het wieden, krijgen de kruiden een nieuw aanzien. De bloemknoppen van de echte salie en de net geopende felrose bloemen van het fijn bieslook vertellen samen een verhaal van harmonie. De bieslook met zijn kapje op zijn bloemkop lijkt wel een wild geworden monnik. Het is alsof soberheid met uitbundigheid tot evenwicht wordt. Zeker met de bolvormige buxus in de buurt ontstaat er vorm- en geneeskracht die beter werkt dan bidden.
Geneeskracht wordt voor mij steeds meer in de natuur aanwezig zijn, opgaan en één worden. Mystiek van materie alom !
Maar nu terug naar de materie ! Voorlopig eten we de kruiden nog op en moeten we ze dus op het goeie moment oogsten, drogen en verwerken. Nu half mei kan de meidoornbloesem geplukt worden. Het makkelijkst doe je dat door de eindtakken af te knippen en deze dan onderste boven opgehangen te laten drogen. Zelf maak ik er ook een hartwijn van, door 50 gram verse bloesem met blad in 1 liter witte wijn ongeveer 1 week te laten trekken. Voor een betere smaak is 20 gram al genoeg.
Ook de vlierbloesem begint al voorzichtig te bloeien. In mijn tuin groeit ook de peterselievlier. Deze struik bloeit minder uitbundig dan de gewone Sambucus nigra maar heeft een sterk ingesneden blad. Vandaar zijn naam. Ook de boeiende en uitbundig bloeiende akkeronkruiden zoals korenbloem en echte kamille vertonen hun eerste bloemen. Prachtige planten voor de tuin en om de kruidenthee op kleur te brengen.
Het herboristenoogstseizoen draait nu op volle toeren. Oogsten jullie ook mee ?

Commentaar in 2010: dit artikel werd gepubliceerd in 'Herba nr 8' juni 1995

24 juni 1995 Belvaux kruidenweekend
Een hedendaagse herborist geniet van zijn tuin, geeft gezondheidsadvies aan gezonde en zieke mensen, en begeleidt mensen op kruidige tochten om kennis en conditie op te doen. Zaterdag 24 en zondag 25 juni is weer zo'n kruidig weekend. Afspraakplaats is de brug over de Ourthe bij Hotton.
Een vreemd begin is het wel. Onverwacht Irene op halen in Leuven en dan een drukke rit naar Hotton, waar we stipt 1 minuut over 10 aankomen, dan langs een rumoerige markt naar de klimrotsen van Hotton om eindelijk alleen nog het geluid van de natuur, wat we ook wel ‘stilte’ noemen, te ervaren. Met soms het steigerend geluid van zwaar ademende en zwetende herboristjes als we de helling op moeten.
In het eerste zijdal ... de eerste maretakken in enkele oude fruitbomen. Met enige moeite heb ik er enkele geplukt en dan kan, wat mij betreft, de dag al niet meer stuk. Waar een mens al mee tevreden kan zijn!
Bij Werpin in de wegberm lacht een uitbundige kalkflora en een reusachtige betonnen Heilige Maagd ons toe: wilde marjolein, slangekruid, glad walstro, wit vetkruid en nog veel meer, maar ik wil verder, het keerpunt ligt nog een eind verder.
Bardowez, een verwilderd arboretum met vele uitheemse struiken en bomen, die een curieus maar harmonieus huwelijk aangaan met hun inheemse vrienden. De plant die hier als een voorhistorisch overblijfsel de show steelt, is een Amerikaanse moerasplant Lysichiton americanus uit de Aronskelkfamilie. Net als zijn Europees familielid verspreidt de geelgroene bloem een ‘aantrek-lijke’ aasgeur, voor insecten tenminste.
De terugweg hoger op in de Ourthevallei leidt en lijdt ons eerst door dichtbegroeide hellingbossen. Bijna onzichtbaar tussen het woeste groen, slaken sommigen hoge kreten, om op koers te blijven zullen we maar denken. De natuur slokt de mens op en zo hoort het af en toe voor een herborist.

25 juni 1995 Belvaux
In het ‘Belladonna-straatje’ het leven beleven en dan letterlijk en figuurlijk opstijgen naar mijn magische rots. Hoog boven het weidse landschap ontmoeten we wildemanskruid (wie ?), gamander (annemie), jeneverbes (bruno), graslelie (dominique), zonneroosje (annick), kalkaster (philippe), verborgen tijm (irene) en zoveel andere plantenmensen ingrid, patrick, wit vetkruid en ik.

Angsten worden overwonnen
Warmte wandelt door de ziel
Een geur van heiligheid alom

9 juli: Met je lichaam in het landschap
Als fanatieke bergwandelaar en 'overlever' heb ik ook geprobeerd om niet alleen het kruiden- maar ook het wandelvirus over te brengen op mijn cursisten en andere natuurliefhebbers en dus hebben we met de herboristenvereniging ook enkele jaren een trektocht in de Franse en Zwitserse Alpen georganiseerd
Wandelen in de bergen, is niet alleen lichamelijk inspannend en dus gezond maar ook geestelijk verrijkend. Het kan het beste maar ook het slechtste in de mens naar boven brengen. In elk geval is het nooit vrijblijvend. Het confronteert je met een mooie maar ook meedogenloze natuur, en dat maakt juist het bergwandelen zo aantrekkelijk. Met je lichaam in het landschap!

9 juli 1995: Bergtocht vertrek in Vallorcine
Belgie – Vallorcine. Zoals bij elke goed georganiseerde tocht vertrekken ook wij met vertraging. De boosdoener van dienst is Wim. Uiteraard zal hij zijn gerechte straf niet ontlopen want zonder ontbijt moet hij mee en zal tot 's middags op een eerste deftige maaltijd moeten wachten. Verder geen problemen meer en om halfzes s'avonds komen we aan in Vallorcine, waar we de auto's op stal zetten. Vanaf nu ruilen we de ijzeren paardenkracht voor vijf paar getrainde kuiten.
Na het noodzakelijke cafébezoek om te bekomen van de rit, de rugzakken opgetild en we gaan "en route". Onmiddellijk weten we hoe laat het is. Na amper honderd meter beginnen enkelen zich al vragen te stellen over het gewicht van de rugzak. Maar gelukkig is het alleen maar de bedoeling om een kampeerplekje te zoeken in de natuur, weg van de bewoonde wereld. En dat plekje vinden we ook in de vallei van Barberine. We slaan voor het eerst onze tenten op.

10 juli 1995: Lac d'Emosson
Onmiddellijk weten we waar we aan begonnen zijn want de klim naar het lac d’Emosson, de grens tussen Zwitserland en Frankrijk, is een stevig stukje klimmen, maar bij het meer aangekomen worden we wel voor onze inspanning beloont. Een gigantische wateroppervlakte, een stuwmeer dat wel, in een kuip van besneeuwde bergen. Grandioos mooi, maar we willen wel 300 meter hogerop naar het oude stuwmeer.  Gelukkig is de half verharde weg langs het meer gedeeltelijk sneeuwvrij. We wandelen dan ook tussen en zelfs onder sneeuwbergen door naar 2200 meter tot bij het nog grandiozer gelegen Vieux Lac.
Maurice en Wim gaan kijken of we niet kunnen oversteken langs het dichtgevroren stuwmeer, maar daar hebben de anderen geen boodschap aan. Lekker lui in de zon relaxen lijkt een veel beter idee.

De bedoeling is versteende sporen van dinosaurussen te vinden maar door de uitzonderlijke sneeuwval van de voorbije winter kunnen we zonder stijgijzers daar zeker niet geraken en dinosaurussporen onder een dikke laag sneeuw daar hebben we ook niks aan. We wijzigen dan ook onze plannen en gaan niet over de col de la Terrasse maar langs de helling en de montagne de Barberine naar de refuge de Loriaz. Onderweg zijn er ook daar enkele moeilijke passages, sneeuwtongen die het voetpad versperren, zodat zelfs Wim, die meestal een eindje voorop loopt, het veiliger vindt om op versterking te wachten. In de refuge kunnen de mannen aan de verleiding van de pintjes niet weerstaan.

Op aanwijzen van de gastvrouw gaan we de tenten opslaan enkele honderden meters verder in de vallei. Yo met rugzak en pantoffels op weg want die heeft zich ondertussen al grondig opgefrist en propere kleren aangetrokken. En dan komt de apotheose van de dag: we maken voor het eerst kennis met de kookkunst van Maurice. Alles wat binnen handbereik ligt gaat de pot in en het resultaat is ...erg lekker!



Een zaterdag in september 1995: Een impressie van een daguitstap met de Herboristen Opleiding Dodonaeus
Op bezoek bij Fons, een monument uit de tijd van de Witte van Zichem en Maurice, een monument voor het jaar 2000 : twee mooie wijsheidsbronnen te samen, met elkaar communicerend via onzichtbare draden. De blikken die ze uitwisselen zijn immers veelbetekenend.
Het was alsof we op die dag door professor Barabas (alias Maurice) in de teletijdcapsule werden gedeponeerd met de 19de eeuw als bestemming. Daar kwamen we bij een oude geest terecht, die overliep van liefde voor de planten en het goddelijke. Hij beleefde het grootste plezier door ons hierover te vertellen en te vertellen en te vertellen. Gebogen op zijn knieën om contact te maken met de aarde, plukte hij voor ons (bewoners van de toekomst) plantjes die opgroeiden in zijn zuinig opgespaarde lege potjes margarine. Sommige onder ons wat onhandig, andere wat onwennig, hielden we onze boterpotjes als kostbare schatten in onze handen.

En als Suskes en Wiskes liepen we verbouwereerd rond. Verbazing over, hoe deze oude geest nog spelend vocht met zijn mooie bok en kleine geitjes die in een oeroude stal mekkerden. Verbazing over de heksenkruiden, bilzenkruid en doornappel die tussen de keurige sla groeiden. Verbazing ook over die geheimzinnig glunderende blik die op het gezicht van Maurice verscheen.
Fons, een bewijs dat de geest sterker is dan het lichaam. Een oude man wiens lichaam langzaam verdwijnt, terwijl diens ogen verraden dat er een groot leven in zit, de kracht van het eeuwige kind, de deugniet....
's Avonds krijgen alle planten in mijn tuintje een ander uitzicht. Stilletjes voel ik een weggekwijnd contact terug groeien. Ik koester het gevoel en voel me diep gelukkig.

Commentaar 2010: de lichamelijke Fons is ondertussen al heel wat jaartjes overleden, maar de spirituele Fons blijft voor eeuwig bestaan. Ingrid Fament, de schrijfster van deze impressie, zal nog wel leven, maar is tussen de plooien van de tijd verdwenen.

Zaterdag 6 en zondag 7 oktober 1995. Knoflookcongres.

Als herborist had ik de eer en het genoegen om een Internationaal Knoflook Research Symposium te Berlijn bij te wonen. Stel je voor, 12 professoren van universiteiten overal ter wereld kwamen daar bijeen om hun wetenschappelijke ervaringen met knoflook uit te wisselen. En de eerbiedwaardige heren roken niet eens naar dat beruchte 'bolletje' !

Zo was er Dr. Orekhov, een vrij wild uitziende prof uit Moskou, die ons liet zien hoe lookpoeder de afzetting van vetten op de bloedvaatwanden tegengaat en dus de verkalking ervan. Als herborist was ik daar natuurlijk reeds van overtuigd, maar om het wetenschappelijk nog eens zó onderbouwd te zien, was toch wel indrukwekkend. Tussen haakjes, Dr. Orekhov liet zich 's avonds het cholesterolrijke voedsel opvallend goed smaken. Toch goed dat er knoflook is!

Knoflook voor het hart
Wetenschappers zijn wonderbaarlijk wroetende en vasthoudende mensen. Zo doen ze niet alleen 25 keer een onderzoek naar de werking van knoflook op en in de bloedvaten, maar ze gaan die 25 onderzoeken nadien óók nog eens onderzoeken. Dat noemen ze meta-analyses. Zo vergeleek Andrew Neil, een saaie maar serieuze Oxfordprofessor, al die onderzoeken met mekaar. Zijn conclusie was dat lookpoeder een gemiddelde cholesterolverlaging van 10% kon veroorzaken en een verlaging van de bloeddruk met 8%. Net genoeg om de volksgezondheid opvallend te verbeteren als we allemaal op de juiste manier aan de look zouden gaan. Dit zou hartinfarcten met 25% en beroertes met 40% kunnen verminderen.

Knoflook voor een lang leven
Boeiend was ook wat Prof. Belz, de voorzitter van het symposium naar voren bracht. Hij is niet alleen een stimulerend spreker, maar durfde (voor een wetenschapper) gewaagde uitspraken doen over de mogelijk levensverlengende effecten van lookgebruik. Hij onderzoekt in het Centrum voor Cardiovasculaire Farmacologie te Mainz het lange termijneffect van 'het teentje' op de elasticiteit van de bloedvaten. Dit onderzoek is nog aan de gang maar na 2 jaar blijkt reeds dat de soepelheid van de vaten beduidend beter is bij de knoflookgebruikers (300 mg poeder per dag) dan bij een vergelijkbare groep niet-gebruikers. Als u dan weet dat elasticiteit van de bloedvaten een maat is voor de veroudering van het menselijk lichaam, dan mag ik met wat overdrijving zeggen dat knoflook een verjongend of beter een 'anti-verouderingseffect' heeft. Onze professor durfde er zelfs een levensverlengend cijfer op plakken. We kunnen nu met z'n allen uitbundig verse knoflook gaan eten, maar praktisch en therapeutisch gezien geeft dat heel wat problemen. We zouden dagelijks zowat 2 tot 3 verse, rauwe teentjes moeten eten … met alle geurproblemen van dien. De medische kwaliteit van de gebruikte knoflook moet ook goed gecontroleerd worden. Zo is het allicinegehalte van de Chinese knoflook het hoogst en dus beter geschikt voor geneeskrachtig gebruik. Daarom is het verstandig om naast het bescheiden gebruik van verse look in de keuken 3x per dag knoflooktabletten van 100 mg te gebruiken. Ik zeg wel tabletten want veel andere preparaten zoals de bekende oliecapsules zijn dikwijls van minderwaardige kwaliteit. Ook dat werd in Berlijn nog maar eens bewezen.

Zoals u ziet, het was als herborist echt fijn om samen met knoflook in Berlijn te zijn.

Zaterdag 4 november 1995: herfstweekend en spiritueel wandelen
Zondag 5 november
Mooie ochtend met rijm. Groen zomaar plots overschildert met zilverwit, de kunstenaar die tijdens de nacht van penseel veranderde? De zon geeft al goed warmte, dus we willen weer naar buiten. Maurice is nog aan 't 'kaarten': "Ik gok op kleurenwiezen". Kleuren, ja, wat een kleurenpallet, steeds weer delen we met mekaar deze verwondering. Dit is zonder twijfel de meest kleurrijke novemberochtend in de Lessevallei ooit geweest. De tweede dag, dus wat rustiger, meer met planten bezig, plukken, verzamelen, veel leren. Mijn boeketje groeit steeds meer naar zijn bestemming toe.
Te rustig ? Maurice, plots actiever, sleurt ons mee de helling op. Zo onverwacht, toch weer ferm moeilijk. Ik wroet met mijn handen om een houvast te vinden. Waar zijn mijn wortels? Nooit was ik meer met aarde bezig en van zo dichtbij. Het werkt beter dan een modderbad in een kostelijk kuuroord.
Weer een weekend voorbij. Samen iets drinken, een feestelijke afsluiter. Mijn afsluiter. Misschien kan mijn passie rond dit herfstig stappen u niet bekoren, maar een uitspraak van Goethe kan u misschien tot nadenken stemmen : "Als u mij uw mening wil vertellen, vertel mij dan waarin u gelooft. Twijfels heb ik al genoeg aan mezelf. "

Commentaar 2010: Het verslag is een persoonlijke impressie van een van ons vele kruidenweekends, geschreven door Irene Verhoeven. Met een vertraagde, oprechte dank voor haar spiritueel enthousiasme.

December 95: Sangoma
In het laatste nummer van ons kruidenblad schreef ik het volgende als editoriaal:
Sangoma! Is de titel van het boek van James Hall, een moderne Amerikaan die na een zware lichamelijke opleiding traditioneel genezer werd in Swaziland. Sangoma betekent zoiets als sjamaan, medicijnman of mag ik zeggen, herborist.
En het boek van Hall doet mij weer dromen van een herborist die zijn kennis niet alleen verkrijgt door zijn hersenen vol te proppen met rationele informatie over planten, maar daar ook lichamelijke inspanningen voor wil en moet leveren.Een herborist op expeditie in de Kalahariwoestijn om duivelsklauw te oogsten, zelf valkruid verzamelen op gevaarlijke plekken in de Alpen, slapen in de natuur op een bed van wilde tijm.
Pas dan, wordt een mens verbonden met zijn eigen lijfelijke natuur! Pas dan wordt kennis in je bloed opgenomen! Pas dan wordt kennis echt kracht! Kruiden worden dan meer dan medische of modische planten. Herboristen worden dan weer spiritisten die in de oude aarde de nieuwe hemel ervaren.
James Hall kijkt me tweemaal aan. Eenmaal als de modieus geklede, zelfbewuste Westerling trots op zijn gerestaureerde Cadillac uit 1937. Een tweede maal als Sangoma, in een eenvoudige lendendoek gehuld, ernstig, vol van oer-ervaringen. Ik wil niet kiezen tussen die twee. Ik wil ze gewoon allebei zijn.