donderdag, mei 19, 2022

Magische schaduwplanten bij l'ermitage des Cascatelles

Zomaar een lijst van bijzondere planten die we mogen aanplanten in de tuin van het magische Ermitage des Cascatelles. Work in progress.
  • ACONITUM LYCOCTONUM VULPARIA / MONNIKSKAP, GELE Zeer zeldzaam en zeer giftig, zoals het een monnikskap betaamd. Groot glanzend blad en een hoge bloei. Houdt van een vochtige, redelijk voedselrijke grond in de halfschaduw. Zaaien aug-okt of voorjaar met koudebehandeling. Koudekiemer. Kouder dan -5°Celcius.
  • ACONITUM NAPELLUS /MONNIKSKAP, BLAUWE*
  • ACTAEA RACEMOSA / CIMICIFUGA sp. /  ZILVERKAARS* 
  • ALCHEMILLA VULGARIS (XANTOCHLORA) /VROUWENMANTEL, GEELGROENE* Deze lage tot middelhoge vrouwenmantel is lichtgroen en heeft de typische oplichtende geelgroene bloemetjes die vrouwenmantels eigen zijn. De zaden van deze koudekiemer moeten eerst vocht op kunnen nemen in een warme periode (2 tot 5 weken). Daarna doorbreekt een periode van kou (tussen +5 tot -5 °C) de kiemrust. Hoe lang zo´n periode moet zijn is per soort verschillend. Temperaturen lager dan -5 °C verlengen de periode omdat dan het proces stil staat. De natuurlijke winteromstandigheden zijn meestal het meest effectief voor het doorbreken van de kiemrustperiode.
  • ALLIUM URSINUM /DASLOOK* 
  • ANGELICA ARCHANGELICA / ENGELWORTEL, GROTE*
  • AQUILEGIA VULGARIS /AKELEI, WILDE* De Wilde Akelei is een van de allermooiste soorten uit onze inheemse flora. Daarnaast is het een van de oudste bekende en meest geliefde blauwe tuinplanten in Europa en een klassieke soort voor de authentieke boerentuin. Zaaien in augustus of april. De zaden kiemen onregelmatig en vaak over een lange periode. Bij slechte kieming kan een periode van kou (onder 5 °C) er voor zorgen dat de zaden alsnog kiemen. Dit is een soort waarbij geduld vereist is en waarvan het zaaisel zeker niet te vroeg moet worden weggedaan.
  • ARCTIUM LAPPA /KLIT, GROTE*
  • ARUM ITALICUM / ARONSKELK, ITALIAANSE*
  • ASARUM EUROPAEUM /MANSOOR*
  • ATROPA BELLADONNA / WOLFSKERS*  Een zeer zeldzame plant. De huidige naam Atropa verwijst naar de schikgodin Atropos uit de Griekse mythologie. Het is een prachtige hoge vaste plant met bruinpaarse bloemen en grote, glanzende zwarte bessen. Groeit goed op neutrale tot kalkhoudende grond, halfschaduw en zo. De soortnaam bella-donna verwijst naar het Latijns voor 'mooie vrouw'. In de Renaissance werd het atropine uit de plant door vrouwen in hun ogen gedruppeld om de pupillen te verwijden en om ze donkerder en groter te laten lijken. Een bijwerking ervan, slechter zicht, werd voor lief genomen. Ook tegenwoordig gebruiken oogartsen de pupilverwijdende eigenschap van atropine nog steeds bij oogonderzoek.
  • BALLOTTA NIGRA FOETIDA /BALOTTE, STINKENDE*  Stinkende Ballote is de laatste jaren opnieuw in gebruik geraakt als sedatieve plant. De spasmolytische werking was echter al veel langer bekend. Dr. Leclerc beschrijft resultaten bij kinkhoestspasmen, menopauzale zenuwachtigheid en angstfobieën. En in een ver verleden werd de 'Marrube noir' door Jean Ray geadviseerd bij hysterie en hypochondrie, toch zoiets als depressie zou ik zeggen. Ook Dr. Valnet geeft als hoofdindicaties: angsten, neurasthenie, ontregeling van het vegetatieve zenuwstelsel met een te sterk werkende sympathicus. Vandebussche in zijn 'Gebruik van farmaceutische en volkse geneeskruiden' vindt de Stinkende andoorn of Zwarte malruwe 'een doeltreffend zenuwsterkend middel dat te veel in vergetelheid is geraakt'. 
  • CAMPANULA TRACHELIUM /KLOKJE, RUIG Het zaad van deze warmtekiemer kiemt meestal snel. Een enkele keer laat de kieming wat langer op zich wachten en kan wat onregelmatig plaatsvinden. Het zaaisel gelijkmatig vochtig houden (niet te nat!) bij een temperatuur van 20 °C. Zaad licht afdekken (nooit dikker dan de zaaddikte) en de fijnste zaden niet afdekken en alleen licht aandrukken en voorzichtig natmaken met bijvoorbeeld een plantenspuit of gieter.
  • CHELIDONIUM MAJUS /GOUWE, STINKENDE
  • CHENOPODIUM BONUS-HENRICUS /HENDRIK, BRAVE*
  • CIRSIUM OLERACEUM / MOESDISTEL* De plant wordt 60 tot 150 cm.hoog. Ondanks dat de plant distel wordt genoemd  heeft het slappe bladeren en zijn de doorns op de stengels niet scherp. De onderste bladeren zijn donkerder en veer-spletig, ongedeeld. De bladeren rond de stengel, stengel-omvattend en lichtgroen tot geelgroen. De geel-witte bloemhoofdjes zitten in grote, bleke schutbladeren. Moesdistel bloeit van juli tot september. Bloemen zijn 2 tot 3 cm. groot. De Moesdistel is een makkelijke plant met een onweerstaanbare aantrekkingskracht voor hommels. Daarnaast is de Moesdistel waardplant voor de distelvlinder, Vanessa cardui.
  • CYCLAMEN HEDERIFOLIUM / CYCLAMEN, NAPOLITAANSE
  • DIGITALIS GRANDIFLORA / VINGERHOEDSKRUID, GROOTBLOEMIG*
  • DIGITALIS PURPUREA / VINGERHOEDSKRUID, GEWOON*
  • DORONICUM PARDALIANCHES /HARTBLADZONNEBLOEM Het zaad van deze warmtekiemer kiemt meestal snel. Een enkele keer laat de kieming wat langer op zich wachten en kan wat onregelmatig plaatsvinden. Het zaaisel gelijkmatig vochtig houden (niet te nat!) bij een temperatuur van 20 °C. Zaad licht afdekken (nooit dikker dan de zaaddikte) en de fijnste zaden niet afdekken en alleen licht aandrukken en voorzichtig natmaken met bijvoorbeeld een plantenspuit of gieter.
  • EUPATORIUM CANNABINUM /KONINGINNEKRUID*
  • EUPHORBIA AMYGDALOIDES /AMANDELWOLFSMELK*
  • FILIPENDULA ULMARIA /MOERASSPIREA*
  • GALIUM ODORATUM /LIEVEVROUWEBEDSTRO
  • GERANIUM PHAEUM /OOIEVAARSBEK, DONKERE* Mourning Widow or Black Widow wordt de Donkere ooievaarsbek in Engeland genoemd. De diep purperen bloemen verschijnen vanaf mei massaal boven de groene bladeren. Zelf op zeer schaduwrijke plaatsen wil ze nog tot bloei komen wat haar maakt tot een waardevolle plant voor donkere hoekjes.
  • GEUM URBANUM /NAGELKRUID, GEWOON*
  • HELLEBORUS FOETIDUS /NIESKRUID, STINKEND*
  • HESPERIS MATRONALIS /DAMASTBLOEM* De Damastbloem wordt al sinds de oudheid in Nederland en Belgie gekweekt en geroemd om haar heerlijke geur die vooral in de avond verspreid wordt. Joncfrouwen Vilieren werd zij in het verleden ook wel genoemd naar de oude Latijnse naam Viola matronalis. De plant dient als waardplant voor verschillende soorten rupsen van dagvlinders, waaronder het oranjetipje, klein koolwitje, groot koolwitje en van motten zoals Plutella porrectella. Het zaad van deze warmtekiemer kiemt meestal snel. Een enkele keer laat de kieming wat langer op zich wachten en kan wat onregelmatig plaatsvinden. Het zaaisel gelijkmatig vochtig houden (niet te nat!) bij een temperatuur van 20 °C. Zaad licht afdekken (nooit dikker dan de zaaddikte) en de fijnste zaden niet afdekken en alleen licht aandrukken en voorzichtig natmaken met bijvoorbeeld een plantenspuit of gieter.
  • INULA HELENIUM /ALANT, GRIEKSE
  • LEONURUS CARDIACA /HARTGESPAN*
  • LUNARIA REDIVIVA /JUDASPENNING*
  • Welriekende Judaspenning wordt ze ook wel genoemd deze geurende, vaste vorm van Judaspenning. Rediviva komt van het Latijn redi = opnieuw en vivus = levend dit in tegenstelling tot de 2-jarige tuinjudaspenning (Lunaria annua). Judaspenning is waardplant voor het Oranjetipje. De zaden van deze koudekiemer moeten eerst vocht op kunnen nemen in een warme periode (2 tot 5 weken). Daarna doorbreekt een periode van kou (tussen +5 tot -5 °C) de kiemrust. Hoe lang zo´n periode moet zijn is per soort verschillend. Temperaturen lager dan -5 °C verlengen de periode omdat dan het proces stil staat. De natuurlijke winteromstandigheden zijn meestal het meest effectief voor het doorbreken van de kiemrustperiode.
  • LYSIMACHIA VULGARIS /WEDERIK, GROTE
  • LYTHRUM SALICARIA / KATTESTAART, GROTE*  Grote kattenstaart is een prachtige en rijkbloeiende inheemse soort, die van nature op vochtige en zeer natte plaatsen groeit, bijvoorbeeld aan oevers. In tuinen blijkt hij echter ook uitstekend te doen op drogere bodem. De Grote kattenstaart is waardplant voor het Boomblauwtje (Celastrina argiolus).
  • MELITTIS MELISSOPHYLLUM /BIJENBLAD
  • MENTHA ROTUNDIFOLIA / MUNT, WITTE
  • PARIETARIA OFFICINALIS /GLASKRUID, GROOT*
  • PEUCEDANUM OSTRUTHIUM / MEESTERWORTEL*
  • PETASITES HYBRIDUS /HOEFBLAD, GROOT*
  • PHYTEUMA NIGRUM /RAPUNZEL, ZWARTBLAUWE*
  • PRIMULA ELATIOR / SLEUTELBLOEM, SLANKE* 
  •  DYSENTERICA / HEELBLAADJES  Een natuurlijke vlooienvijand! Vroeger het huismiddel tegen vlooien bij honden en katten. Deze telg van het vlooienkruidgeslacht wordt 50 cm hoog met gele bloemhoofdjes, dezelfde vorm als madeliefjes. De bloei is heel rijk van juli-september. Aan de naam zie je het al, dat hier vroeger ook dysenterie mee werd bestreden. Of... veroorzaakte het diarree? 
  • PULMONARIA OFFICINALIS / LONGKRUID, GEVLEKT*Longkruid bloeit vroeg, maar laat je daarna als plant niet in de steek. Het blad blijft tot diep in het najaar aantrekkelijk. Als minder exotische en wat ingetogenere plant leent Pulmonaria zich beter voor combinaties met een natuurlijke uitstraling. Het is een plant voor rijke en vochthoudende grond. Omdat schaduwplekken zich vaak onder bomen en struiken bevinden die voor droogte zorgen komen ze nogal eens op de verkeerde plek terecht. Liever dan in droge schaduw staan ze op een wat zonnigere vochtige plek. 
  • RUSCUS ACULEATUS / MUIZEDOORN, STEKELIGE* 
  • SANICULA EUROPAEA /HEELKRUID*
  • SCROPHULARIA NODOSA / HELMKRUID, KNOPIG
  • SEDUM TELEPHIUM TELEPHIUM / HEMELSLEUTEL*
  • SOLIDAGO VIRGAUREA / GULDENROEDE, ECHTE
  • STACHYS OFFICINALIS / BETONIE* Betonie (oude naam Betonica officinalis) is een zeldzame, meestal laagblijvende zomerbloeier. Bloeit lang en rijk met roze bloemen. Zeer aantrekkelijk voor vele bestuivers. De zaden kiemen onregelmatig en vaak over een lange periode. Bij slechte kieming kan een periode van kou (onder 5 °C) er voor zorgen dat de zaden alsnog kiemen. Dit is een soort waarbij geduld vereist is en waarvan het zaaisel zeker niet te vroeg moet worden weggedaan.
  • SYMPHYTUM OFFICINALE / SMEERWORTEL, GEWONE*
  • THALICTRUM FLAVUM /  POELRUIT*
  • VALERIANA OFFICINALIS / VALERIAAN* Echte valeriaan wordt gebruikt als kalmerend middel. Het is een goede drachtplant (nectar en stuifmeel) voor bijen, maar ook voor vlinders en vele andere insecten. De plant groeit goed op vochthoudende tot natte voedselrijke grond. Het zaad van deze warmtekiemer kiemt meestal snel. Een enkele keer laat de kieming wat langer op zich wachten en kan wat onregelmatig plaatsvinden. Het zaaisel gelijkmatig vochtig houden (niet te nat!) bij een temperatuur van 20 °C. Zaad licht afdekken (nooit dikker dan de zaaddikte) en de fijnste zaden niet afdekken en alleen licht aandrukken en voorzichtig natmaken met bijvoorbeeld een plantenspuit of gieter.
  • VERBASCUM NIGRUM /  TOORTS, ZWARTE*
  • VERONICA LONGIFOLIA / EREPRIJS, LANGE* 
  • VIOLA ODORATA / VIOOLTJE, MAARTS*
Planten met sterretje zijn al geplant. Eeuwigdurende samenwerking tussen natuur en mens.

zaterdag, mei 14, 2022

Zoetgeurende wilde judaspenning

Wilde judaspenning / Lunaria rediviva. Ik vond ze vandaag volop in de Lessevallei in het natuurpartk van Furfooz. Welriekende Judaspenning wordt ze ook wel genoemd deze geurende, vaste vorm van judaspenning. Rediviva komt van het Latijn redi = opnieuw en vivus = levend dit in tegenstelling tot de 2-jarige tuinjudaspenning (Lunaria annua). Judaspenning is waardplant voor het Oranjetipje.

De zaden van deze koude kiemer moeten eerst vocht op kunnen nemen in een warme periode (2 tot 5 weken). Daarna doorbreekt een periode van kou (tussen +5 tot -5 °C) de kiemrust. Hoe lang zo´n periode moet zijn is per soort verschillend. Temperaturen lager dan -5 °C verlengen de periode omdat dan het proces stil staat. De natuurlijke winteromstandigheden zijn meestal het meest effectief voor het doorbreken van de kiemrustperiode.

De zaaddozen in het vroege najaar, lijken op geldstukken, en verklaren de ene helft van de naam voor judaspenning. De andere helft van de naam komt van de legende dat Judas Iskariot, toen hij Jezus verraadde, de dertig zilverlingen die hij daarvoor als beloning had gekregen, weggooide. Op de plek van de zilverlingen groeide vervolgens de judaspenning. De Latijnse naam Lunaria betekent maanvormig. Luna (maan) en arius (vormend). De bloemen verspreiden een fijne, zoete geur, vooral aan het begin van de avond. Een geur die enigszins lijkt op de geur van het Maarts viooltje.

Dodonaeus schrijft

Dodonaeus  in zijn Cruydt Boeck schrijft ‘De Brabanders noemen het penninck-bloemen naar de gedaante van de hauwtjes daar het zaad in steekt die op een zilveren penning schijnen te lijken’. Zo was het gebruik vroeger.  ‘Om de maandstonden en de urine te verwekken: Neem van het zaad een vierendeel lood, als het fijn gestampt is geef het met enig goed nat in. Brunfelsus.

Vele alchimisten en andere onderzoekers van de verholen kunsten hebben dit kruid zeer gezocht en gebruikt en hoopten daarmee enige wonderwerken uit te richten zoals ze meestal plegen met alle andere soorten van kruiden die de naam Lunaria of maankruid voeren want sommige er van gebruiken het zaad van dit kruid wat door de velletjes van de platte penningvormige hauwtjes te zien is,  sommige gebruiken alleen het middelste velletje wat zilverkleurig is en eerder op het maagdenperkament dan enig deel van een kruid schijnt te wezen want ze geloven dat die zeer geschikt zijn om hun zegels van Mars en ander dolende sterren te maken waarmee ze vreemde kunsten hopen te doen. Maar deze zullen we bij hun goeddunken laten en schrijven niets anders dan hetgeen ons wel bekend is en door lengte van tijd en lang gebruik van de oude en nieuwe meesters waar bevonden is geweest’.

Culpeper vermeldt dat het een kruid is die onder de Maan is. Opmerkelijk is nog een stuk bijgeloof: “Ze laat de hoefijzers van paarden afvallen en werd zo unshoe the horse genoemd. ‘Men kan erom lachen’, zegt hij, “but I have heard commanders say that on White Down, in Devonshire, there were found thirty horse-shoes, pulled of from the Earl of Essex’s horses, many of them being newly shod, and no reason known, unshoe the horse genoemd”.

donderdag, mei 12, 2022

Schaduwplanten. Over de monnikskap.

Beschut onder een heg van klimop staan zowat 300 magische bosplanten in plastic potjes te wachten tot ik hun wortels bevrijd uit hun te enge omhulling. Ik wil hen loslaten in de steile boshelling rondom mijn huis, in hun min of meer natuurlijk biotoop tussen bloeiende bosanemonen en geurende daslookplanten. Loslaten ja maar ook vasthouden, beschermen. Hoe moet dat? Een les in leven.

Vandaag dus aan de blote grond toevertrouwd. De machtige monnikskap, de magische wolfskers en de romantische damastbloem, allemaal in principe stevige planten die boven de lage begroeiing uitgroeien en zich zo hopelijk kunnen handhaven. Allemaal mooie planten maar ook planten met een verhaal en daar draait het toch om voor een herborist. Planten met betekenis, planten met een geschiedenis, planten ook die giftig worden genoemd.

Over de giftigste onder de giftigen: monnikskap

Men gebruikte het vroeger zo. (Dodonaeus) ‘Deze algemene blauwe wolfswortel of Napellus is van aard en kracht de mensen en veel viervoetige dieren schadelijk, ja dodelijk.

Dit is met een opmerkelijke, doch zeer beklagenswaardig en jammerlijk teken te Antwerpen niet veel jaren geleden gebleken zodat de herinnering daaraan noch vers is want sommige vrouwen die dit kruid niet kenden en de wortels er van in salade voor een goed kruid gedaan hebben zijn daardoor en al diegene die er van gegeten hadden kort daarna in onlijdelijke en onuitsprekelijke smarten, trekkingen, spanningen en hertaanvallen gevallen en allen zijn er niet lang daarna van gestorven. 

Dan het gebruik van dit kruid plag onder ander kwaad gewoonlijk het volgende ongeval in te brengen, kort nadat men het ingenomen heeft zwellen de lippen en de tong wordt zeer dik, de ogen puilen, ja vallen bijna voorwaarts uit, de benen worden stijf, stram en koud en daarna volgen ook draaiingen van het hoofd en bezwijming en onmacht van het hart, zoals Avicenna in zijn 4de boek betuigt. Zo groot is ook de kracht van dit vergif dat de punten of spitsen van de pijlen, schichten en flitsen die ermee bestreken zijn al diegene die daardoor gekwetst worden tot de dood brengen.

Tegen dit zo vergiftig en dodelijk gewas verhaalt ons dezelfde Avicenna ettelijke tegenbaten of remedies die diegene die het ingenomen hebben genezen kunnen als ze het vergif zelf eerst door het braken of overgeven kwijt geworden zijn en onder deze dingen vermaant hij ook van een muis (immers zoals zijn boeken inhouden zo ze overal uitgegeven zijn) die men met Napellus opgevoed vindt en die door haar ganse stof en eigenschap tegen de hindernis en het kwaad van Napellus schijnt te strijden op die manier dat diegene die het innemen gans van alle letsel en nood bevrijd en verlost worden. Dan Antonius Guanerius, een zeer geleerde dokter in zijn tijden te Pavia in zijn boekje of traktaat van het vergif meent dat dit geen muis is, maar eerder vliegen zijn (in het Latijn Muscae, in plaats van Mus) waarvan Avicenna heeft willen spreken die zodanige kracht tegen de Napellus zou hebben. Want hij verhaalt dat een wijs en geleerd man en een zeer naarstig onderzoeker van de waarheid met grote moeite die muizen gezocht heeft, nochtans nimmermeer enige dusdanige muis heeft kunnen vinden en zelfs die ook nimmermeer aan de wortels van Napellus geknaagd of gegeten, maar altijd heel en gans gevonden heeft, maar dat hij een grote menigte van vliegen daar omtrent gezien heeft die de bladeren van dit kruid opgegeten of tenminste bezet hebben en daarom heeft hij (zegt dezelfde Guanerius) deze vliegen in plaats van die muizen genomen en daarvan een antidotum of geneesmengsels bereid die hij tegen allerhande vergift bevonden heeft, maar boven alles tegen het vergif van de Napellus zelf. Deze antidotum wordt in het Latijn Antidotus es muscis Napelli genoemd. En voorwaar het is geloofwaardiger dat er vliegen te vinden zijn die hun leven met het lekken van Napellus onderhouden dan dat er muizen zouden zijn die van de wortel van het kruid hun voedsel hebben. Want het Aconitum of gele wolfswortel, wiens medesoort deze Napellus is, plag muizen om te brengen en daarom heeft het de namen van Myoctonon, Myophonon of Muricida, dat is muizendoder of muizenmoordenaar, gekregen.

Het ganse kruid is schadelijk en dodelijk en vooral de wortel (als Castor Durante betuigt) en als die door de slappe mensen maar een tijd lang in de hand goed vast gehouden worden die ter dood brengen kan. Nochtans kan men aan die planf goed wennen op die manier dat ze ons tenslotte niet schaden zal zoals blijkt uit Avicenna die betuigt dat hij een oude vrouw gezien heeft die de Napellus zo vrij en zonder zorg innam al of ze een raap gegeten had omdat ze zichzelf eraan gewend had. Van buiten plegen sommige nochtans deze wortel of het sap er van te gebruiken om de sproeten of plekken van de huid daarmee weg te nemen.’

Giftig en geneeskrachtig

Ondanks alle oude waarschuwingen ziet men het kruid nog steeds in tuinen als een herinnering aan oude pijlgiften, moordenaars en fatale vergissingen. Plantverzamelaars nemen deze plant pas op als ze handschoenen aan hebben. Het gif kan door een wondje of de mond opgenomen worden en is vrij snel actief. Net als de meeste ranonkelachtige is het groen schadelijk voor vee, maar in gedroogde vorm geheel onschadelijk. Er lijken zelfs vergiftigingen te zijn geweest van mensen die de geur te veel geroken hebben. Anderen hebben de plant aangeraakt en daarna een ooglid waarvan ze een pijnlijke ontsteking hebben gekregen. Zelfs het stuifmeel dat in de ogen wordt geblazen geeft irritatie. De wortel is het meest gevaarlijke. Een fataal ongeval deed zich voor in Engeland in 1853 toen de wortel aangezien werd voor een radijs. Vergissingen met deze plant zijn meestal fataal. Er was een zaak waarin een man van de plant had gegeten en gek werd. De dokter verklaarde dat de ziekte niet door de plant kon komen en stond er op om wat van de bladeren te eten om zijn gelijk te krijgen, hij stierf.

Het wordt gebruikt bij jicht, neuralgieën, reuma, tandpijn. In de homeopathie wordt het blad gebruikt tegen tandpijn en reuma. Maar het gebruik is twijfelachtig en kan gemakkelijk door andere planten vervangen worden. Het is te giftig.

Het gif en verlammingsmiddel werd door de heksen in Thessalië gebruikt bij de bereiding van hun vliegzalf. Hun voeten en handen raakten er gevoelloos door en ze hadden het gevoel dat ze zweefden.

De mysterieuze vliegende zalf zou gemaakt zijn van Aconitum en Atropa belladonna. De eerste veroorzaakt onregelmatigheden van het hart en tweede delirium. De zo gecombineerde symptomen zouden de sensatie van vliegen gegeven hebben. Theophrastus bericht dat vele inwoners van Herkleotis door de tiran Clearchos om het leven werden gebracht met de akoniet. Plinius vermeldt dat zelfs de honig giftig zou zijn. 

Vergiftiging kan al optreden na het plukken van de bladeren zonder handschoenen te dragen; het aconitine-toxine wordt gemakkelijk door de huid opgenomen. In dit geval zijn er geen gastro-intestinale effecten. Tintelingen beginnen op het punt van absorptie en strekken zich uit van de arm naar de schouder, waarna het hart begint te worden aangetast. Het tintelen wordt gevolgd door een onaangename gevoelloosheid. Behandeling is vergelijkbaar met vergiftiging veroorzaakt door orale inname en er is gerapporteerd dat zelfs het hanteren van de plant zonder handschoenen resulteert in het falen van meerdere organen en de dood.

zondag, april 03, 2022

Onder de wolkenluchten van Weris

Kruidenweekend bij Weris. Na een hele dag wandelen, planten ontdekken ((herderstasje, huislook, maretak, sleedoorn, smeerwortel, japanse duizendknoop, stinkende ballote...), en het beleven van mythische monumenten (menhir, dolmen, duivelsbed), zien we aan het eind van de dag in een weiland een mogelijke 'eik' met maretakken.  Een eik met maretakken! De droom van elke herborist. Helaas is de eik een linde, toch ook mooi en voor ons de gelegenheid om wat mooie glimmende bladknoppen te oogsten onder een machtige wolkenhemel.

Over de gemmotherapie. 

Onder invloed van de alchemisten is men reeds tijdens de Middeleeuwen gestart met het gebruik van boomknoppen.

Hildegarde Von Bingen(1098-1179)  kende reeds in de middeleeuwen de wonderbaarlijke geneeskracht van de knoppen en beschreef ze in haar beroemde boeken die vandaag de dag nog heel actueel zijn voor de herboristen.

Rond 1950 introduceert Dr. Niehaus, het gebruik van verse dierlijke embryonale cellen. Naar aanleiding van deze resultaten start Dr. Henry, een Belgische arts, in de jaren ’70 een studie over jonge knoppen en scheuten van plantaardige oorsprong. Hij noemt dit phyto-embryothérapie en onder die noemer wordt hij dan ook de grondlegger van wat wij nu de gemmotherapie noemen.

Dr. Paul Henry studeerde tijdens de tweede oorlog geneeskunde aan de universiteiten van Brussel (ULB) EN Gent (RUG). Hij voltooide zijn studie aan de universiteit van Leuven (UCL). Aangetrokken door homeopathie, maar geremd door de limieten die hij er in ontdekte, richtte hij zich al snel op de fytotherapie. Hij was een groot waarnemer van de natuur en via zijn studie over de effecten van de knoppenextracten, ontwikkelde hij een nieuwe therapeutische benadering.

Onder gemmotherapie verstaan we het gebruik van plantaardige embryonale weefsels zoals jonge kiemen, verse knoppen, wortelvezels. Ze worden gemacereerd in een mengsel van water/alcohol/glycerine, waarbij we een extract bekomen genaamd glycerinemaceraat.

De knop vertoont aan de basis  embryonaal weefsel, samengesteld uit ongedifferentieerde cellen. Deze weefsels sterven nooit af en produceren ieder jaar opnieuw nieuwe bladeren van de boom. (Een van deze embryonale cellen, in vitro, kan de volledig plant reconstrueren).

De jonge knoppen van bomen en struiken bevatten alle kennis van de toekomst van de boom. Ze bevatten meer genetische informatie dan alle andere weefsel en tevens vitaminen en mineralen, oligo-elementen, andere elementen zoals hormonen, enzymen en vooral het mineraalrijke sap in de lente.

Deze therapievorm werkt voornamelijk met het fyto-embryonale weefsel. .Deze jonge weefsels bieden nieuwe therapeutische mogelijkheden die niet gekend zijn bij volwassen planten. Deze glycerine-maceraten, afkomstig van boomknoppen, stimuleren de eliminatie, hebben een drainagefunctie en bevorderen het ontgiften van het organisme.

Dr. Henry beschreef dit als globale fytotherapie – de geneeskrachtige werking van de hele boom of plant bevindt zich in de cellen van de embryonale cellen in de knop. Een wetenschappelijk onderzoek heeft aangeduid dat het maceraat van linde (Tilia tomentosa) zowel de rustgevende eigenschappen van de bloesem als de bloedzuiverende en diuretische eigenschappen van het spint bevat.

Over de jonge lindebladeren als voedsel

De bladeren zijn lekker in salade en zijn te bereiden zoals spinazie. Taaie bladeren moeten eerst gekookt worden. In gerechten kunnen de bladeren spinazie vervangen. Van de bladeren is thee te zetten. Gedroogde en gemalen bladeren en knoppen kunnen aan granenmeel worden toegevoegd. De bloemen kunnen in juni geplukt worden en gebruikt als aroma voor limonade, desserts, chocolade, siroop, thee, maar ook hartige gerechten (kruidenkaas en gerechten met ei).

Lindebloesem is bekend als een theesoort. De speciale lindebloesemhoning heeft een aparte smaak. De groene bloemknoppen in mei kunnen worden gegeten als salade en gedroogd en gemalen knoppen kunnen worden toegevoegd aan granenmeel. De malse delen kunnen helpen bij het binden van soepen en sauzen. De jonge en zachte zaden kunnen eind juni worden ingemaakt als kappertjes. In de maanden augustus en september kunnen de rijpe zaden worden rauw na schillen worden gegeten. Uit de rijpe zaden is olie te winnen (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 104-105).

Lindebloesem is eetbaar, smaakt zoet en wat slijmerig. De linde smaakt lekker met een zure ondertoon (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 104-105) .


zaterdag, maart 05, 2022

Over de naam daslook

Omringd door daslook wil ik er niet alleen van eten maar ook nadenken over zijn naam. 
De naam Daslook, vinden we reeds in 1608 bij Dodonaeus ‘in Brabant van den gemeynen man Dasloock gheheeten’. Dat een plant die een echte bosbewoner is, daslook genoemd wordt, is begrijpelijk. Vroeger waren er meer bossen en ook meer dassen. Het domein van deze nachtdieren is het bos, waar zij in holen leven. De soortnaam Ursinum beduidt ‘van de beren’ (ursus: beer) en zou dan, eveneens als bij daslook, slaan op het voorkomen van beren in de bossen. Beren komen sinds eeuwen niet meer in ons land voor en de naam is thans dan ook minder op zijn plaats, hoewel ook dassen thans bij ons allerminst in grote getale voorkomen.

De Duitse volksnaam is Bärenlauch. Dodonaeus schreef reeds ‘dattet hedens daechs gemeynlijck Allium ursinum dat is Beer Loock ghenaemt wordt’. De namen Daslook en Berelook zouden ook kunnen wijzen op het feit dat beide dieren nu bepaald geen aangename geur verspreiden. Een oude Duitse volksnaam luidt daarom niet voor niets Stinkende Lauch en in het Engelse Lincolnshire is de volksnaam Stink plant en in Somerset Stinking Lilies bekend.

En om verder onze illustere voorganger Dodoens te citeren.......Het ander geslacht dat we Allium sylvestre latioris folij of latifolium noemen, dat is wilde look met brede bladeren is in Brabant van de gewone man daslook genoemd, in Hoogduitsland Walde lauch en Waldt Knob lauch, dat is in het Latijn Allium taxi en Allium nemorense, hoewel dat het tegenwoordig gewoonlijk Allium ursinum, dat is beer look genoemd wordt. Sommige menen dat dit het Moly van Hippocrates zou mogen wezen hoewel hij nochtans er zo weinig van geschreven en vermaand heeft dat men zulks niet goed uit zijn woorden zou kunnen verstaan of immers vast mogen verzekeren.......De bol van daslook stinkt als ander look en is scherp van smaak, maar niet onlieflijk en heeft de krachten van teriakel en is vijand van de besmettelijke ziekte of pest.

En dan toch maar een recept: Daslook olie

  • 250 ml neutrale olie (arachide olie); snuf zout
  • 100 gram daslookbladeren

Blancheer de daslook kort en koel snel terug op ijskoud water. Knijp zo goed als het kan het vocht uit de daslook en voeg de olie en wat zout toe. Mix dit met de staafmixer. Zet nu de olie op het vuur en laat warm worden. Blijf goed opletten, je zult nu zien dat het vocht van de daslook gaat verdampen. Wanneer al het vocht verdampt is zal de olie in temperatuur gaan stijgen en dus verbranden. Dit moet je net voor zijn. Als het meeste vocht is verdampt zet je de olie op kamertemperatuur weg en laat je hem afkoelen. Nog even zeven en dan heb je als alles gelukt is een groene zeer smakelijke daslookolie.

dinsdag, maart 01, 2022

Curcuma en curcumine

Curcumine is een van de actieve bestanddelen van Curcuma. Curcuma wordt gemaakt door de wortels van de plant Curcuma longa / geelwortel te malen. Naast de functie als specerij, het zit ook in kerrie, en als kleurstof wordt steeds meer bekend over de geneeskrachtige eigenschappen.  Het kent om die reden ook een lange traditie van gebruik in de Ayurveda (Indiase traditionele geneeskunde) en de traditionele Chinese geneeskunde. Traditionele Indiase genezers maken al eeuwen gebruik van de ontstekingsremmende eigenschappen van geelwortel, en geven de plant aan mensen met ademhalingsproblemen of wonden die moeizaam genezen.

Curcumine is ontstekingsremmend en heeft daarnaast nog vele andere eigenschappen. Bijvoorbeeld de activiteiten bij sommige vormen van kanker zijn op zijn minst interessant. Curcumine lijkt verschillende aangrijpingspunten te hebben. Hieronder vallen het iNOS, een enzym dat de vorming van NO katalyseert, verschillende cytokines, het enzym COX-2, etc. 
Sommige onderzoekers vermoeden dat curcumin de hersenen beschermt. In dierproeven vermindert curcumin de schade die cadmium en lood aanrichten in de hersenen. Epidemiologen vermoeden dat curcumin de hersenen beschermt tegen de ziekte Alzheimer, en dat daarom de ziekte in India - waar de consumptie van koenjit hoog is - minder vaak voorkomt dan op andere plekken in de wereld.

Ook de anti-catabole* werking van geelwortel is het werk van curcumine, blijkt uit een overzichtsartikel van onderzoekers van Harvard Medical School. Dat gaat vooral over curcumine als medicijn tegen spierafbraak door bloedvergiftiging, de specialisatie van de onderzoekers. Maar, schrijven ze, "there is evidence that curcumin may inhibit the catabolic response in skeletal muscle during other catabolic conditions".
Ze doelen daarbij op dierstudies die het anti-catabole effect van curcumin hebben aangetoond bij kanker en beschadiging van het spierweefsel. In sommige van die studies versnelde curcumin ook het herstel van het spierweefsel.

Recent onderzoek laat zien dat curcumine ook een remmende werking heeft op onderdelen van het zogenaamde endocannabinoide systeem. Dit is een belangrijk regelsysteem in ons lichaam dat zijn naam ontleent aan het feit dat ook stoffen uit de Cannabis plant (bekend als bron van hasj en marihuana,) er op in kunnen werken. Het effect dat curcumine op het endocannabinoide systeem heeft zou de positieve effecten van curcumine bij diabetes type-2 kunnen verklaren.

Zie voor meer literatuur over curcumine: Hatcher, H., Planalp, R., Cho, J., Torti, F.M., Torti, S.V. (2008) Curcumin: From ancient medicine to current clinical trials. Cellular and Molecular Life Sciences, 65 (11),
pp. 1631-1652. 


* anti-catabool: het tegengaan van weefselafbraak. Het verschil tussen anabole en katabole processen is kort samen te vatten: anabole ('opbouwende') processen zorgen voor minder vet en meer spiermassa, terwijl katabole ('afbrekende') processen het tegenovergestelde doen

maandag, februari 21, 2022

Viooltjes. Een bloempje op je bord

De eerste blauwbloeiende maartse viooltjes vandaag gezien, wel dus een februari-viooltje. De Verstandige Hovenier uit 1672 schrijft dat 'men de schoone, welriekende Vioelen in maert vergaedert. ‘t Sap in de ooghen gedaen, verdrijft de donckerheydt, verklaert het ghesicht, verdrijft oock de vlecken in de oogen. Een krans van Vioelen op het hoofd gedraegen of daer aen geroken, verdrijft de donckerheydt'. Het lijkt wel alsof het Maartse viooltje zowel voor lichamelijke donkerte (oogproblemen) als voor geestelijke donkerte (depressie) goed was. 

Hedendaags is zijn medicinale reputatie sterk verminderd. Hij wordt nog wel eens gebruikt als slijmoplossend middel bij verkoudheid en bronchiale aandoeningen. Een romantische bloementhee krijg je door de bloemen te mengen met echte kamille, klaproos, kaasjeskruid en toortsbloemen. Het plukken en drogen van al die bloemen, zeker van het Viooltje is op zich een spirituele oefening in geduld, zeker nuttig in onze jachtige tijd. Toch ook wel barbaars om al die minuscule zeldzame bloempjes zomaar te plukken, gelukkig zijn de plantjes ook goed te kweken.
 Het is dan ook met een zekere schroom dat ik hier voorstel om die kleine, fijne bloemen ook eens op te eten. Ze lenen zich zeker niet om schrokkerige vreetfestijnen te houden, maar eerder om op een verfijnde manier eens een bloemetje in een dessert te verwerken of in een drankje te laten drijven.

Viooltjes-ijs en sorbet
Neem een goede handvol viooltjes en wrijf ze fijn. Los 125 g suiker op in 1 liter warm water, voeg er de fijn gewreven viooltjes aan toe en laat dit ongeveer een uur staan. Zeef , breng het over in een ijsbakje en laat het bevriezen, waarbij het ijs af en toe wordt omgeschept. Het is de bedoeling dat het nog half vloeibaar blijft.
Schep viooltjes-ijs in een hoog glas, vul bij met goed gekoelde champagne of mousserende wijn, bijvoorbeeld Clairette de Die..

Gecandeerde viooljes
Was voorzichtig de viooltjes. Gebruik alleen de mooie paarse bloemhoofdjes. Droog ze voorzichtig tussen een zachte doek. Klop eiwit los en schuimig maar niet stijf. Bestrijk met een zacht kwastje voorzichtig de viooltjes aan alle kanten met eiwit en haal ze dan door fijne vruchtesuiker, zodat ze daarmee goed aan alle kanten bedekt zijn. Haal daarbij voorzichtig met een cocktailprikker de blaadjes uit elkaar zodat de bloemnvorm behouden blijft. Laat ze op keukenpapier op een warme plaats door en door droog worden en bewaar ze in een goed gesloten glazen pot.
Gebruik deze beeldschone, zacht van suikerkristallen glinsterende viooltjes als garnering van ijs en andere nagerechten.

Viooltjessla
Klop een slasaus van 3 delen olie op 1 deel azijn met wat zout, peper en een snufje suiker. Leg onderin een slabak een mengsel van in repen getrokken kropsla en waterkers. Giet de saus erover, schep enkele malen om, strooi er een handvol gewassen en uitgelekte viooltjes over, en dan nog even voorzichtig omscheppen.

Viooltjessiroop
Leg in een kom 50 g viooltjes, giet er een 1/2 liter heet water op, dek af met een doek en laat dit 24 uur op een warme plaats staan. Zeef dit door een doek, waarbij u de viooltjes goed uitdrukt. Voeg aan de viooltjesthee 400 g suiker, zet dit au bain marie en laat de suiker zo al roerend in de vloeistof oplossen. Daarna laten afkoelen en in goed gesloten fles bewaren.

zondag, februari 13, 2022

Kruidige wandeling

Een kruidenwandeling die uitloopt op een avontuurlijk onderdompelen in de ruige natuur van de Colébikloof. Kriskras klimmen in Buxusbosjes, onder en over omgevallen bomen en als ultiem moment het beklimmen van een rotsmuur in de oude bedding van de Colebibeek. 


Planten? Ja zeker overal planten om ons heen, ondergedompeld in het natte groen, deze keer niet veel namen noemen maar beleven, soms vechten met Buxus en andere bomen, glibberig houvast zoeken. Overlevend beleven.

En later, hier dus toch namen noemen. Kennis. Weten en Beleven. Eerste daslook, aronskelken, al uitgebloeide hazelaarskatjes. Nog onder de grond zeldzaam Christoffelkruid, 

Over het christoffelkruid. Actaea spicata een zeldzame soort, die je vindt in bossen op kalkrijke bodems of op steile hellingen van holle wegen, in donkere beekvalleien. De plant heeft trossen met witte bloemen, die na de bloei overgaan in zwarte bessen. Bijzonder is het feit dat de vrucht een bes is. Dat komt bij de Ranonkelfamilie verder niet voor. De bes kleurt zwart en is giftig, wat de oudere naam Zwarte gifbes verklaart. In de middeleeuwen werd de naam Herba Sancti Christophori voor het kruid gebruikt en deze naam is later vertaald de officiële Nederlandse naam: Christoffelkruid geworden.


St. Christoffel is de schutspatroon van de schatgravers. De plant zou toverkracht bezitten en middels deze toverkracht helpen bij het zoeken naar verborgen schatten. De oorspronkelijke benaming was Herba sancti Christophori waar het Duitse Christophskraut, Sanct Cristophskraut, Stoffeleskraut, Zwitsers Christofferli,
het Franse herbe de Saint-Christophe en het Engelse herb-Christopher van afgeleid zijn. 

St. Christoffel is ook de patroon van geesten en tovenaars. Onder het kruid zou een geest liggen die een schat bewaakte. Om de geest te verdrijven moest het kruid aangeraakt worden en een bijzonder christoffelgebed opgezegd worden. Dit bezweren werd christoffelen genoemd. Tovenaars gebruikten het kruid om te christoffeln, met andere woorden: om geld verbergende geesten te bezweren.

Wij wandelen, zweven, kruipen, christoffelen en verdrijven zo onze eigen en andermans kwade geesten om uiteindelijk bevrijd boven te komen. Opgelucht ademend boven te komen, uitzicht over leven en over de Maasvallei. 

zaterdag, februari 12, 2022

Aronskelken

Ook aronskelken vinden we al vroeg in de hellingbossen van Bonsoy. De Italiaanse aronskelk (Arum italicum) is het Mediterrane broertje van de inheemse gevlekte aronskelk (Arum maculatum). De Italiaanse aronskelk is hier al in de zeventiende eeuw gearriveerd en staat als bekend als stinzeplant. Dat zijn planten die ooit bedoeld waren om oude landgoederen aantrekkelijker te maken. De stinzeplanten duiken ook nog steeds op in tuinen waar weinig veranderingen plaatsvinden, zoals oude boerenhoeven, pastorietuinen en aanverwante milieus zoals kerkhoven, stadswallen en slotheuvels. De Italiaanse aronskelk is al vroeg vanuit die milieus ontsnapt, vervolgens verwilderd en ze worden nu als ingeburgerd en inheems beschouwd. 

De oorsprong van het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Arum, is vaag. Het woord zou, volgens sommige deskundigen, uit het Grieks stammen, waarbij Aron de naam voor een giftige plant zou zijn. Een veel betere verklaring is dat het Griekse woord Aron weer geleend is van het Hebreeuwse woord Jaron en dat betekent ‘een pijl of speer’ en dat is een duidelijke verwijzing naar de lansachtige kolf (de spadix) van de aronskelken. Tegelijkertijd is het dan een verbastering van het Griekse woord akon dat ook al pijl betekent. In Engelstalige landen wordt die spadix vergeleken met de staf van de Hogepriester Aaron, maar dat kan ook een geval van wensdenken zijn. Het tweede deel, italicum, betekent uiteraard '(uit) Italië'.

Het meest opvallende verschil tussen de Italiaanse aronskelk en de gevlekte aronskelk is dat de eerste 'gemarmerde' bladeren heeft met een geelwitte tint langs de nerven, terwijl de bladeren van de tweede soms bruin- en zwartgevlekt zijn.

Door de vorm van de spadix werd de gevlekte aronkelk soms als een lustverhoger, ofwel een afrodisiaca, gezien en dat was gezien zijn giftigheid nu niet echt een goed idee. Alle delen van de gevlekte aronskelk bevatten kristallen van calciumoxalaat, oplosbare oxalaten en cyanoforische glycociden. De gevolgen van inname zijn een gevoel van branderigheid en zwellen van de lippen, mond, tong en keel. Ook krijg je last van maagpijnen, krampen en duizeligheid door het eten van de bessen. Alle delen van de plant kunnen allergische reacties opwekken.

De knol van de gevlekte aronskelk kan behoorlijk omvangrijk worden en bevat veel zetmeel, dat – mits goed geroosterd en gemalen – in het verleden als voedsel gebruikt werd. Er werd in Engeland zelfs een drank van gebrouwen voordat thee en koffie waren geïntroduceerd. Ook werd van dat zetmeel een stijfsel geproduceerd waarmee de bekende kragen in de tijd van Elizabeth I (1533-1603) werden verstevigd en waar het ook een Engelse bijnaam aan te danken heeft: starchwort betekent stijfselwortel. Voor de wasvrouwen, die met dit stijfsel aan de slag moesten, was het beslist geen pretje omdat hun handen het door de giftigheid van de plant voortdurend moesten bekopen met pijnlijke blaren en kloven. Schoonheid had toen ook al zijn prijs. 

zaterdag, februari 05, 2022

Vroege helmbloemen

De helmbloemen doen hier en daar al hun best om fris groen te zijn en zelfs wat bloemknopjes te vertonen. Een vroege wat vreemde plantenfamilie met anti-gel in hun sap en stevige alkaloiden in hun leden. 

Gele helmbloem is inheems in het zuidelijke deel van de Alpen en hier terecht gekomen doordat mensen de plant hebben ingevoerd en aangeplant in tuinen en parken vooral bij buitengoederen. in de negentiende eeuw is de plant uit de tuinen van die buitengoederen ontsnapt, verwilderd en is tegenwoordig een plant die goed stand houdt op en tegen oude muren. Stadsmuren, kademuren en vooral de uit mergelsteen opgetrokken muren in Zuid-Limburg zijn favoriete plaatsen van de Gele helmbloem.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Corydalis, is afkomstig uit het Grieks. De Italiaanse arts, dichter en plantkundige Castore Durante (1529-1590) meende dat de bloem wat op de kop van een kuifleeuwerik leek en vond het handig om deze familie dus maar κορυδάλλις (kopudallis) ofwel '(lijkend op een) kuifleeuwerik' te gaan noemen. Het tweede deel, lutea, is Latijns voor '(ei)geel' en beschrijft de kleur van de bloemen.

In de paardenwereld is het algemeen bekend dat gele helmbloem giftig is voor paarden. Het veroorzaakt bij die dieren zweren in de bek, ontsteking van het tandvlees (gingivitis), koliek en een plotselinge dood als er voldoende van gegeten is.

Die problemen zijn het gevolg van de aanwezigheid van een alkaloïde met de naam bulbocapnine. Die bulbocapnine remt de werking van het enzym acetylcholinesterase[1] en remt bovendien de biosynthese van de neurotransmitter dopamine via remming van het enzym tyrosine hydroxylase[2][3]. 

De gele helmbloem heeft nog een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de psychiatrie opgeleverd doordat ene Robert Heath experimenten uitvoerde op gevangenen in de Staatsgevangenis van Louisiana: hij testte of die bulbocapnine stupor (een hersentoestand met bewegingloosheid) kon veroorzaken. Uiteraard werd niet vooraf toestemming aan de arme drommels gevraagd.

Wetenschappelijk onderzoek

[1] Adsersen et al: Acetylcholinesterase and butyrylcholinesterase inhibitory compounds from Corydalis cava Schweigg. & Kort. in Journal of Ethnopharmacology – 2007 [2] Zhang et al: Inhibition of tyrosine hydroxylase by bulbocapnine in Planta Medica – 1997 [3] Shin et al: Inhibitory effects of bulbocapnine on dopamine biosynthesis in PC12 cells in Neuroscience Letters – 1998

According to the Dorlands Medical Dictionary, it "inhibits the reflex and motor activities of striated muscle. It has been used in the treatment of muscular tremors and vestibular nystagmus".[4] The psychiatrist Robert Heath carried out experiments on prisoners at the Louisiana State Penitentiary using bulbocapnine to induce stupor.[5] The author William S. Burroughs references the drug in his book Naked Lunch, in which the fictional Dr. Benway uses it to induce obedience in torture victims. The drug also briefly appears in the second season of the TV series Boss.

zondag, januari 30, 2022

In de holle wegen van Hoegaarden. Hazelaarkatjes en speenkruidknolletjes.


Weer wandelen met herboristen in spé in de holle wegen van Hoegaarden. Hazelaars bloeien volop. 
De bloeiende katjes, verre voorlopers van de lente. De katjes worden culinair gebruikt, terwijl de bladeren en de schors van jonge takken fytotherapeutisch ingezet worden. De plant is onder andere rijk aan adstringente tanninen, proanthocyanidinen en flavonoïden. Vanwege deze inhoudsstoffen worden het blad en de schors inwendig gebruikt ter versterking van de aders (als zogenaamd venotonicum). De inhoudsstoffen vernauwen de haarvaten en kleine aders en stabiliseren de haarvaatwanden. De plant wordt daarom toegepast bij spataderen en daaraan gerelateerde klachten (zoals zware benen, oedeem en nachtelijke beenkramp), bij aambeien en bij ulcus cruris (“open been”). 

Uitwendig kunnen aftreksels van het blad en de schors vanwege de bloedstelpende, wondhelende en samentrekkende eigenschappen worden gebruikt bij aambeien, spataders, wonden en ontsteking van het mondslijmvlies en het tandvlees. De katjes van de hazelaar zijn niet alleen eetbaar, maar ook rijk aan stuifmeel en eiwitten. Erg voedzaam dus! Ik pluk elk jaar een handje vol om er een simpele delicatesse van te maken. 

Wat heb je nodig?
​- bloeiende hazelaarkatjes, niet te laat plukken
- chocolade naar smaak
- Optioneel: versiering (stukjes gedroogd fruit, kokos- en fruitpoeders, nootjes.....)
Was de katjes niet, want dan gaat het voedzame stuifmeel verloren. Smelt de chocolade au bain-marie. Dip de katjes in de chocolade, strooi er eventueel een versiering overheen en laat ze op bakpapier opstijven. Ideeën voor versiering zijn: lavendelbloemen, sinaasappelpoeder, grof zeezout, kokosrasp, nootjes, enz.

Speenkruid
Jong blad van speenkruid vinden we massaal in de Hoegaardse holle wegen.Het blad smaakt nu voor de bloei best lekker, zacht van smaak met een zure toon, maar de nasmaak is al veel sterker en licht peperig. Ouder blad zeker als speenkruid staat te bloeien is veel scherper van smaak. De in de plant aanwezige proto-anemonine is verantwoordelijk voor deze smaak en de hoeveelheid neemt meestal toe als het blad ouder wordt.Om die reden pluk ik zelf alleen vroeg in februari het blad van speenkruid en lang duurt deze verlokking ook niet want kort na de bloei voor de zomer begint trek de plant zich helemaal in de grond terug. Een aantal blaadjes gebruik ik meestal in een gemengde salade met bijvoorbeeld veldsla. 

Anemonine is een natuurlijk voorkomende licht giftige stof die in het melksap van planten zit die tot de ranonkelfamilie behoren, zoals de anemonen en de boterbloemen. De blaartrekkende boterbloem met 2 % proto-anemonine is een echt giftige plant. Als je het melksap op je huid krijgt geeft dat rode vlekken en blaren. Eet je dit dan kan je bij een hoge dosering vergiftigingsverschijnselen krijgen. Giftigheid is zo wie zo relatief, gebonden aan de hoeveelheid die je eet en aan de persoon die het eet. Zelf eet ik al jaren, weliswaar mondjesmaat van het al bloeiende speenkruid en inderdaad de blaadjes zijn iets scherper van smaak, maar in leven ben ik nog altijd. Probeer eens de bloemknoppen te eten of nog beter ze als een soort kappertjes op azijn te zetten. Wel werk aan de winkel, maar speenkruidknoppen zijn er genoeg.  

dinsdag, januari 11, 2022

Over flavonoïden dan maar

Wil je langer leven? Gooi dan zoveel mogelijk voedingsmiddelen die alleen maar lege energie leveren uit je dieet, en vervang ze door flavonoidrijke voedingsmiddelen als groenten, fruit, cacao en thee. Onderzoekers van de University of Western Australia ontdekten in een kleine epidemiologische studie dat een dieet met veel flavonoïden de sterftekans dramatisch verlaagt.
De onderzoekers volgden 1063 vrouwen, die allemaal ouder dan 75 waren, gedurende 5 jaar. De vrouwen hadden aan de hand van vragenlijsten verteld wat ze aten, en de onderzoekers berekenden op basis daarvan hoeveel flavonoïden de vrouwen binnenkregen.
Ze verdeelden de vrouwen in 3 even grote groepen aan de hand van hun inname van flavonoïden. De low-groep consumeerde dagelijks minder dan 547 milligram flavonoïden, de moderate-groep consumeerde dagelijks 547-813 milligram flavonoïden, en de vrouwen in de high-groep kregen dagelijks meer dan 813 mg flavonoïden binnen.

Resultaten
In de periode dat de onderzoekers de vrouwen volgden, overleden 17 vrouwen in de low-groep, 13 in de moderate-groep en 5 in de high-groep. Een hoge inname van flavonoïden beschermde tegen zowel dodelijke hart- en vaatziekten als tegen dodelijke vormen van kanker.

Bron:Am J Clin Nutr. 2015 May;101(5):1012-20.

Soorten flavonoïden
Isoflavone

Isoflavones zitten onder meer in peulvruchten, en dan vooral in soja. De structuurformule van isoflavon zie je hiernaast.

Anthocyanidine

Anthocyanidines zitten onder meer in bessen. Amerikaanse onderzoekers vonden vooral hoge concentraties in kruisbessen. [J Agric Food Chem. 2006 May 31;54(11):4069-75.] De structuurformule van anthocyanidine zie je hiernaast.

Flavanone

Flavanones zitten onder meer in citrusvruchten, zoals grapefruits, sinaasappels en limoenen. [Journal of Food Composition and Analysis 19 (2006) S74–S80.] De structuurformule van flavanon zie je hiernaast.







Flavone

Flavones zitten onder meer in appels, uien, selder en thee. [J Am Diet Assoc. 2002 Oct;102(10):1414-20.] De structuurformule van flavon zie je hiernaast.

Flavonol

Flavonol

Flavonoles zitten onder meer in appels, uien, selder en thee. [J Am Diet Assoc. 2002 Oct;102(10):1414-20.] De structuurformule van flavonol zie je hiernaast.

Flavanol & Proanthocyanidin

Flavanoles en proanthocyanidines zitten onder meer in cacao en bessen[J Nutr. 2004 Mar;134(3):613-7.] Hiernaast zie je de structuurformules van flavanol (boven) en proanthocyanidine (onder).

vrijdag, januari 07, 2022

Karwij vroeger en nu.

De karwij is een tweejarige plant met een gestreepte vertakte stengel en dubbel gevinde bladeren. De bloempjes zijn wit 'en leveren cleyn saet dat scerp op die tonge es' (Dodonaeus). Het zaad smaakt zurig en pikant en is bijzonder geurig.

De carvol in de olie ruikt naar kamfer en behoudt die geur lange tijd, zodat de zaden uitermate geschikt zijn om gemalen en vermengd met andere zaden klerenkasten en linnengoed te parfumeren. Dat carvol werd toegepast in de zeep- en parfumindustrie ligt voor de hand. Het wordt dan meestal vermengd met lavendelolie en bergamot. De likeurindustrie gebruikt de zaden in kummel, een brandewijn waarin ook delen anijs- en venkelolie worden verwerkt en in Scandinavië drinkt men de akwavit, een destillaat van aardappels met karwijzaad. 

De lange, aromatische penwortels van karwij lijken op pastinaken, de gele wortelen uit oudhollandse kookboeken en kunnen als zodanig gegeten worden. Culpeper prijst ze aan als uitstekend voedsel voor ouden van dagen : reinigend, versterkend en licht verteerbaar. Het bladgroen lijkt op dat van peterselie en kan als toekruid aan salades, sauzen, soepen en vruchtenpasteitjes worden toegevoegd. 

Men schreef vroeger de plant de kracht toe om te binden en te behouden, zoals dat ook met komijn het geval was. Een koek waarin karwij was mee gebakken werd de geliefde aangeboden en rovers die brood met karwij stalen waren aan de plaats van het misdrijf gebonden. Een dergelijk geloof stoelt meestal op praktische bevindingen die vaak niet meer te achterhalen zijn. In dit geval zal men evenals bij komijn deze reactie hebben voorspeld uit het gedrag van kippen en duiven die een sterke voorkeur hebben voor de aromatische zaden en altijd terugkeren naar de plaats waar ze deze krijgen aangeboden. 

Karwij is behalve voor koeken en broden een goede gezel van vruchten. De enigszins zure, kruidige smaak vult de vruchten-smaak aan en de slechte verteerbaarheid van sommige fruitsoorten wordt door karwij opgeheven. Rauwe of gepofte appels werden in Engeland altijd opgediend met wat karwijzaad en de wei-gestelden besloten hun overvloedige dis met deze combinatie om de spijsvertering aan te zetten en zich van 'winderigheid' te ontdoen. In het tweede bedrijf van Shakespeare's Henri IV stelt Shallow voor een appeltje te gaan gebruiken met een schoteltje karwijzaad ('a last year's pippin of my own gaffing with a dish of caraways'). 

Koekjes tegen winderigheid
Over 'winderigheid' was trouwens veel te doen. Men at vroeger waarschijnlijk te zwaar en te veel en moest dan met allerlei kunstgrepen de gevolgen te lijf. Karwijsnoepjes, de gesuikerde zaadjes, werden op de nuchtere maag gegeten en ook na iedere maaltijd : 'a most admirable remedy for those that are troubled with wind' (Culpeper). De volgende notitie over deze toepassing is van Parkinson: 'Karwij wordt in suikertjes verwerkt en in Trageas, of dredges zoals we ze in 't Engels noemen. Ze worden gegeten tegen de kou en de wind in het lichaam...' Culpeper noemde deze koekjes 'troches' en legde uit hoe ze gemaakt konden worden. Het is eigenlijk een medisch recept, want Culpeper hield zich niet op met koekjes of ander lekkers, althans niet in zijn Complete Herball. De koekjes waren op de allereerste plaats bedoeld om te worden meegenomen door reizigers, door mensen 'met kou op de maag, en dan kou tussen haakjes, want de maag is pas koud als de man in kwestie dood is.' 

Wetenschappelijk onderzoek
Carum carvi or caraway is traditionally used for treatment of indigestion, pneumonia, and as appetizer, galactagogue, and carminative. Essential oil, fixed oil and many other valuable extractive compounds with industrial applications are prepared from caraway. A review article has new deep research on caraway as medicinal plant. For preparing the manuscript, the information was extracted from accessible international databases (Google scholar, PubMed, Science direct, Springer, and Wiley), electronic resources and traditional books by key word of caraway or Carum carvi. The results of traditional studies exhibited that the galactagogue and carminative effects of caraway fruits are superior to other effects. Although, the traditional scholars used it as appetizer, while caraway was the main ingredient of anti-obesity drugs in traditional medicine, which has been confirmed in two modern clinical trials of human studies. Caraway oil in combination with peppermint oil or menthol is used for treatment of functional dyspepsia in clinical studies. Caraway oil topically on abdomen relieves the IBS symptoms in patient. Although, the use of caraway oil is not recommended in adults under 18 years due to insufficient data, but it can topically use as anti-colic and carminative agent in children or infants. The anti-aflatoxigenic, antioxidant and antimicrobial effects of caraway oil along with its reputation as spice help the industries to use it as natural preservatives and antioxidant agents. 

donderdag, januari 06, 2022

Iep of olm

Iep of olm, niet zo direct de boom waar we vandaag veel medische aandacht aan besteden. Wij kennen hem vooral omwille van de gevreesde iepenziekte, waardoor hele iepenbestanden volledig vernietigd worden. Toch is het een boom die in een ver verleden ook om zijn geneeskrachtige kwaliteiten bekend was.

Dodoens (1554) beschrijft de iep al in zijn Cruydtboeck 'Die Olmboom wordt gheheeten in Griecx Ptelea, In Latijn Ulmus, In Hoochduytsch Rustholtz en Yffenholtz. In Franchois Orme.  De Gladde iep (Ulmus minor) heette vroeger Veldiep (Engels: Smoothleafed Elm, European Field Elm), een naam die berustte op de oude botanische naam Ulmus campestris (van Latijn campus 'veld') voor zowel de Engelse als de Nederlandse veldiep. Ulmus, waarvan ons woord olm is afgeleid, is het Latijnse woord voor iep; procera betekent 'rijzig, slank'. Het woord iep komt uitsluitend in het Nederlands voor, de herkomst is onbekend. Het Engelse woord elm is verwant met olm.

Iepen uiterlijk
De boom bloeit in maart met rode bloemen. In april groeien daar massa’s platte, vliezige zaden uit. Omdat deze beginnen te groeien voordat de iep in blad komt, worden iepen eerst frisgroen van het zaad. Wat mij het meeste opvalt in de winter zijn de jonge takken die schuin omhoog, naar buiten gericht groeien. In de winter vallen de kale, jonge takken op omdat ze een soort visgraatpatroon hebben, de kleine takjes zitten afwisselend links en rechts aan de grote tak vast (iepenveren).

Ulmus, medicinaal gebruik bij Dodonaeus, Matthiolus en Munting
Al gebruiken we de olm nu nauwelijks nog voor zijn geneeskrachtige kwaliteiten toch schreef Dodonaeus er heel wat 'cracht ende werckinghe' aan toe. Vooral voor de huid en als bloedstelpend, wondgenezend middel werden de bladeren en de schors aangeprezen. Die bladeren van Olmen heylen ende ghenesen die versche wonden cleyn ghestooten ende daer op gheleyt. Tselve doen oock die binnenste scorssen als die wonden daer mede verbonden worden. Die bladeren van Olmen met azijn vermenght/ ghenesen die quade ruydicheyt ende scorftheyt. Die vetticheyt ende vochticheyt die in die bladeren ghevonden wordt/ maeckt die huyt ende dat aensicht schoon/ ende doet die vlecken sproet ende masen vergaen/ daer op ghestreken. Dus als cosmetisch water of lotion leek het ook interessant te zijn. Matthiolus, nog een autoriteit uit de 16de eeuw adviseerde het vocht dat bij het klieven van het verse hout uit het merg liep, tegen haaruitval. Ook in Abraham Munting's 'Nauwkeurige beschrijving der Aardgewassen' werd de wortelbast beschreven 'om brandwonden te genezen zonder littekens na te laten'.

Ulmus in de gemmotherapie
Een boom dus die volgens de oude literatuur vooral goed zou moeten zijn voor huid en haar. En dat wordt enigszins bevestigt door zijn gebruik in de hedendaagse gemmotherapie, waarbij vooral de knoppen van de Ulmus campestris (Ulmus minor, Gladde iep) gebruikt worden tegen nat eczeem, acné en impetigo. De knoppen hebben een huidzuiverende werking en mogelijk een regulerende werking op de talgafscheiding, dus te proberen bij een te vette huid

donderdag, december 30, 2021

Klimop, de mythische klimmer

Klimop, in onze tijd een gewone, wat woekerende grondbedekker, was ooit een plant met spirituele betekenis. Hoe kunnen planten door de eeuwen heen zo totaal verschillende betekenissen krijgen?

In de Oudheid was de klimop toegewijd aan Donar en aan Bacchus. Beide goden hanteerden de blik­sem als bewijs van manlijke kracht. Bacchus draagt een klimoprank om het hoofd en om zijn thyrsos zijn staf, levensroede. Bij de Litouwers heet de klimop Perkunas naar de god van de donder- en bliksemgod Pehrkon. Ook Alexander de Grote kroonde zichzelf met klimop bij de terugkeer van zijn tocht naar Indië. Trouwens veel meer goden en andere mannetjesputters lijken klimop wel als symbool voor hun macht en kracht beschouwd te hebben.

Klimop, mythologische krans
Volgens de mythologie zou de klimop dan ook goddelijke vermogens, in de eerste plaats die van helderziendheid en profetie, aan de mens verschaffen. Wie een krans van klimop droeg, kon de heksen herken­nen, zegt het middeleeuws volksgeloof. Het is ook merkwaardig, dat de klimop zo vaak voorkomt in gezelschap van de wijnstok, bij Bac­chus, en bij alle gelegenheden waar wijn gedronken wordt. Boven de herbergdeur hing in vroeger tijden een klimoprank of een eikentak. Men beweerde dat klimop de drinker tegen dronkenschap be­schermde, zij maakte de wijn onschuldig.

De klimop was ook een zinnebeeld voor de liefde, de omhelzende, alhoewel je het ook als verstikkende kan beschouwen! Vooral in Engeland is de altijd groene Ivy zeer geliefd geweest. Een middeleeuws vers, waarschijnlijk gezon­gen onder het versieren met klimop, is een duidelijk bewijs van de vermenging van heidense natuurliefde met Latijns kerkgezang:
He that seyth other, do amysse;
And worthy to bere the crowne;
Veni, coronaberis.
Ivy is soft and melk off speech,
Ageynst all balt she is blysse;

Klimop geneeskrachtig
In vroegere tijden werd klimop dan ook veel meer dan nu in de genees­kunde gebruikt. Hildegard von Bingen noemt de rechtopstaande soort goed voor de milt. Verder gaf men toen thee, tinctuur en poeder van de bladeren tegen allerlei kwalen, als catarrh, rachitis, voetjicht, TBC, geelzucht, waterzucht, enz.
Tegenwoordig vertrouwt men het sap niet meer en gebruikt de klimop alleen nog voor uitwendige be­handelingen. Het afkooksel van de bladeren b.v. tegen hoofduitslag en -ongedierte, brandwonden en zweren. Een oud volksmiddel tegen ekster­ogen is een in azijn gedrenkt klimopblad. Gekneusde bladeren trekken het etter uit zweren.

Klimop bij Dodoens
Ook Dodoens adviseerde in de 16de eeuw klimop toch vooral ook voor uitwendig gebruik, bij verwondingen, tegen brandwonden maar ook als sap om door de neus op te snuiven of in het oor te druppelen. Tsap van den bladeren ende dijsghelijcx oock van den vruchten/ duer die nuese opghehaelt/ suyvert die herssenen/ ende treckt daer uut/ duer den nuese/ die taeye fluymen ende andere couwe vochticheden daer die herssenen mede verladen sijn. Dus meer als slijmoplossend middel; dit gebruik voor de luchtwegen is wetenschappelijk wel aangetoond.
Dat zuiveren van de hersenen klinkt voor ons wel bijzonder vreemd. In de 16de eeuw en ook nog lang nadien ging men er vanuit dat het opsnuiven van kruiden, denk maar aan de snuifdoos, de hersenen kon prikkelen. Mogelijk heeft het ook te maken met een diepere ademhaling en een betere zuurstofvoorziening.

Klimop in 2 gedaanten
Een merkwaardigheid van klimop als plant is haar dubbele gedaante: de vorm die met hechtwortels tegen huizen en bomen opkruipt, heeft drie ­tot vijflobbige bladeren. Die van de bloeiende takken zijn eirond met 'n puntje, terwijl een stek van zo'n tak een struik met alleen eironde bladeren voortbrengt.
Klimop, Hedera helix. Een plant die groen blijft, bloeit in de winter, tegen andere planten opgroeit en van gedaante kan veranderen, zo een plant moet wel tot de menselijke verbeelding spreken. Het is dan ook niet te verwonderen dat klimop door de eeuwen heen als een mythische plant werd beschouwd.

donderdag, december 23, 2021

Wintergreen

Glimmemd groene blaadjes en rode bessen. Wintergreen of Gaultheria. In deze kersttijd vinden we ze volop in tuincentra en op kerstmarkten. Deze bergthee groeit van oorsprong op het noordelijk halfrond, in Azië en Noord-Amerika. De botanische naam luidt Gaultheria procumbens, naar de Franse botanicus Jean Francois Gaulthier. Zijn Nederlandse en Engelse naam ‘teaberry’ dankt bergthee aan het feit dat er op de plekken waar hij van origine groeit (medicinale) thee wordt getrokken van zijn bladeren. Bergthee staat overigens ook bekend als wintergroen, de naam spreekt voor zich. Dit bescheiden plantje is familie van de heidekruidachtigen, samen met bijvoorbeeld heide en Rhododendron.
In Amerika maken ze ijs en snoep van de besjes van bergthee, die smaken frismunterig. In Russische volksverhalen wordt de bergthee voorgesteld als een goede wintergeest, die mensen door de koude winter helpt en moed inspreekt. 

Etymologie uit oude kruidenboeken
(a) Gaultheria is zo genoemd door Kalm naar Dr. Hugues Jean Francois Gaulther (1708–1756). Origineel een Fransman en later een Canadese geneesheer en raadsheer te Quebec in de achttiende eeuw. Een verdienstelijke amateur/botanicus. Zijn werkelijke naam was echter Gauthier. De naam Gautiera van Endlicher uit 1838 en Gaultiera van Bergmans in 1924 zijn verbeterde spellingen, maar de originele schrijfwijze van Linnaeus uit 1756 is Gaultheria.
(b) Bergthee, Duits Canadischer Thee, Theebeerenstrauch of Scheinbeere, Engelse American mountain tea en teaberry en in Frans the du Canada. Heeft zijn naam te danken naar zijn bladeren die gebruikt werden om er een thee van te bereiden, vooral na de beroemde Boston Tea party. Die thee is zeer aromatisch.
Naar het altijdgroene blad Engelse wintergeen, wintergroenstruik, in Duits Wintergrünstrauch, Amerikanisches Wintergrün.
(d) De plant wordt in Amerika wintergeen, checkenberry, boxberry en partridge-berry genoemd omdat patrijzen er dol op zijn, ook andere dieren zijn er dol op.

Historisch gebruik
Tevens wordt er een olie van verkregen, oil of wintergreen, die gebruikt wordt om verdovende middelen een smaakje te geven, ook wordt het door parfumeurs gebruikt. Het is dezelfde geur als die balsemgeur die door sportlieden wordt gebruikt om hun benen mee in te wrijven. Ook wordt het gebruikt als medicijn. Als wrijfmiddel tegen reumatiek zou het goed helpen.
Wintergreenolie is in Amerika een geliefd huismiddel dat in- en uitwendig wordt toegepast. In Europa heeft alleen het uitwendige gebruik ingang gevonden, als middel tegen uitvallen van het haar. Ook heeft de olie antiseptische eigenschappen.

Eigen gebruik
De etherische olie of de rode gekneusde bessen en bladeren in vette olie of in sintjanskruidolie kunnen gebruikt worden als pijnstillende spier- en gewrichtsolie.

Werking
Gaultheria zit vol met sterk geurende asperine-achtige stoffen, zogenaamde methylsalicylaten. Ze behoren tot de farmacologische groep van salicylaten, waar de NSAID’s (medicijnen zoals paracetamol, aspirine en ibuprofen) onder vallen. Salicylzuur en methylsalicylaat zijn beiden zeer irriterend voor maag en darmen, en worden daardoor uitsluitend voor topicale (lees: smeren) toediening gebruikt. Nadat methylsalicylaat op de huid wordt aangebracht, wordt het grotendeels omgezet in salicylzuur in de huid en onderhuid.

Het werkingsmechanisme van salicylaten is gebaseerd op het remmen van het COX-enzym. COX-1 en COX-2 zetten arachidonzuur om in prostaglandines. Prostaglandines zorgen voor pijn en ontsteking, dus door deze procedure in het lichaam te remmen, ontstaat een pijnstillend middel. Doordat methylsalicylzuur door de huid kan worden opgenomen en een soortgelijke werking heeft als aspirine, zit het in zeer veel gels en crèmes voor bij spier- en gewrichtspijn! 5ml pure wintergroenolie bevat ongeveer 7000mg (7g) methylsalicylaat, wat ongeveer gelijk is aan 21 aspirinetabletten!

Wetenschappelijk onderzoek
The fruits of Gaultheria procumbens are traditionally used for culinary and healing purposes as anti-inflammatory agents. In the present work, the active components of the fruits were identified (UHPLC-PDA-ESI-MS3, preparative HPLC isolation, and NMR structural studies), and their biological capacity was evaluated in vitro in cell-based and non-cellular models. The fruits were revealed to be the richest known dietary source of salicylates (38.5 mg per g fruit dw). They are also rich in procyanidins (28.5 mg per g fruit dw). Among five tested solvents, acetone was the most efficient in concentrating the phenolic matrix (39 identified compounds; 191.3 mg g-1, 121.7 mg g-1, and 50.9 mg g-1 dry extract for total phenolics, salicylates, and procyanidins, respectively). In comparison to positive controls (dexamethasone, indomethacin, and quercetin), the extract (AE) and pure salicylates exhibited strong inhibitory activity towards pro-inflammatory enzymes (cyclooxygenase-2 and hyaluronidase). The analytes were found to be non-cytotoxic (flow cytometry) towards human neutrophils ex vivo. Moreover, they significantly, in a dose-dependent manner, downregulated the release of ROS, TNF-α, IL-1β, and elastase-2 and slightly inhibited the secretion of IL-8 and metalloproteinase-9 in the cells. The observed effects might support the usage of G. procumbens fruits as functional components of an anti-inflammatory diet and indicate the potential of AE for use in adjuvant treatment of inflammatory disorders cross-linked with oxidative stress and associated with the excessive production of TNF-α, IL-1β, and elastase-2.Food Funct. 2020 Sep 23;11(9):7532-7544. doi: 10.1039/d0fo01750g.
Biological and chemical insight into Gaultheria procumbens fruits: a rich source of anti-inflammatory and antioxidant salicylate glycosides and procyanidins for food and functional application. Piotr Michel 1, Sebastian Granica 2, Karolina Rosińska 1, Jarosław Rojek 1, Łukasz Poraj 1, Monika Anna Olszewska 1

maandag, december 20, 2021

Over vuilboom

Vuilboom, sporkehout, pijlhout, sprokkel, houtjeshout, bloedboom, stinkboom en buskruithout. Allemaal namen van de Rhamnus frangula die met zijn gespikkeld hout nog altijd de schaduwrijke randen van onze bossen bevolkt. Ook allemaal namen die wat vertellen over het vroeger gebruik van deze struik.

Rhamnus, of “rhamnos” in het Grieks, betekent naaien of steken en verwijst naar dorens, omdat vele soorten van dit geslacht doornen hebben. De soortnaam frangula, van het Latijnse “frangere” of breken, refereert dan weer naar de fragiele takjes.
In het Nederlands wordt deze boom zowel sporkehout als vuilboom genoemd. Er zijn twee mogelijke verklaringen voor de Nederlandse naam vuilboom: de onaangename geur van de verse schors of de laxerende werking. Andere Nederlandse namen zoals pijlhout, sprokkel, peggehout, houtjeshout, buskruitboom, etc. verwijzen vaak naar de vroegere toepassingen van het hout.

Habitat
Sporkehout is een gemakkelijke boom die weinig eisen stelt aan de bodem. Hij komt voor in loofbossen – vooral langs boswegen, aan bosranden, in kreupelhout en op kaalvlakten – langs sloten, in venen en moerassen. De ondergrond is bij voorkeur vochtig, licht, humusrijk en zuur. De bomen groeien het best in licht of halfschaduw, maar kunnen ook schaduwrijke plekjes aan. In droge en winderige gebieden doen ze het niet goed.
Sporkehout kan dienen als verf: het blad en de schors geven een gele kleur, of zwart als ze gemengd worden met ijzerzouten; de onrijpe vruchten kleuren groen en de rijpe zorgen voor een grijze of blauwe kleur.

Het hout is bruikbaar voor o.a.schoenleesten en houten nagels. Imkers gebruiken de lange, dunne, rechte twijgen als spijlen in bijenkorven, zodat de bijen er uitneembare raten kunnen uit bouwen.
De bladeren van sporkehout dienen als voedsel voor verschillende insecten zoals vlinders, motten en wantsen. Door de lange bloeitijd kunnen bijen een hele tijd genieten van de bloesems. Vruchtenetende
vogels zoals de grote lijster, kramsvogel en fazant doen zich dan weer tegoed aan de bessen.

Medicinaal gebruik

De schors van jonge stammen en takken wordt best geoogst in het voorjaar wanneer het gehalte aan anthrachinonen het hoogst is. De bast van 3 tot 4 jaar oude bomen laat het gemakkelijkst los en de dunste schors is de beste. De bast drogen bij een temperatuur van 40°C.

Tijdens het drogen verandert de kleur van de schors van geel naar roodbruin tot grijsbruin en rolt hij ineen.
De gedroogde bast heeft geen geur, maar wel een bitterzoete, slijmerige smaak.
De schors mag nooit vers gebruikt worden. Hij moet minstens 12 maanden gedroogd worden, zo kan de anthranol die in de verse bast zit eruit verdwijnen. Deze stof kan het maagslijmvlies irriteren en pijn, misselijkheid, braken en buikkrampen veroorzaken.

Deze symptomen kunnen ook opduiken als de sporkehoutbast teveel en te lang gebruikt wordt. Voor thee is 1 gram gedroogde bast de maximale aanbevolen hoeveelheid per dag en dit gedurende maximaal 2 weken.

Sporkehout is een licht laxativum en kan zowel bij acute als bij chronische constipatie gebruikt worden. De antrachinonen in de bast worden in de dikke darm afgebroken met irritatie tot gevolg. Dit zorgt 8 tot 12 uur later voor een laxerend effect.
Een afkooksel van de schors kan ook helpen bij onvoldoende galvloed, aambeien, levercirrose, hevige menstruatie en geelzucht.

Uitwendig werkt het afkooksel mogelijk als spoeling bij schurft, bij tandvleesaandoeningen, acne en psoriasis.

Bronnen
  • http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/35573-vuilboom-of-sporkehout.html
  • http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/62516-geneeskrachtige-kruiden-bij-verstopping-of-obstipatie.html
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Sporkehout
  • http://www.dekruidenwereld.be/sporkehout-rhamnus-frangula
  • http://www.pfaf.org/user/Plant.aspx?LatinName=Rhamnus+frangula
  • http://www.plantvanhier.be/plantengids/plant/sporkehout-of-vuilboom/34
  • Thurzová, L., Kresánek, I., Mareček, Š., & Mika, K. (1980). Elseviers gids van geneeskrachtige kruiden (3de druk). Amsterdam-Brussel: Elsevier
  • Godefridi, Maurice. Fytologie/Kruidenleer. Vlaamse Herboristenopleiding Dodonaeus 2016-2017 – cursus
  • Annelies Michotte Eindwerk Herboristenopleiding ‘Dodonaeus’ 2016-2017
  • https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/35573-vuilboom-of-sporkehout.html