donderdag, januari 15, 2026

Geschiedenis van gebruik: den en spar

Naaldhoutbomen werden al in de oudheid medicinaal gebruikt. Vele kruidenboeken uit vroeger tijden maken echter geen nauwkeurig onderscheid tussen de verschillende naaldhoutsoorten. Zo beschrijft Pedanius Dioscorides in zijn 'Materia Medica' (1e eeuw na Christus), het gebruik van verschillende Pinus-soorten (hoofdstuk 86) en hun kegels (87, 88) in Boek 1. Het is moeilijk om precies te bepalen welke soort hij bedoelt, vooral omdat er geen beschrijvingen worden gegeven (er wordt aangenomen dat ze bekend waren). Hij noemt echter specifiek de steenpijnboom (waarschijnlijk Pinus pinea), de spar (Picea abies) en de grove den (Pinus pinaster syn. Pinus maritima of P. nigra syn. P. laricio = zwarte den).

De bladeren (“naalden”) van deze bomen zouden ontstekingen voorkomen of verlichten wanneer ze als kompres worden aangebracht, en, gemengd met azijn als mondspoeling, tandpijn verzachten. De kegels (hoofdstuk 88) zouden helpen bij chronische hoest en tuberculose wanneer ze vers geoogst, in hun geheel geplet en als drankje in zoete wijn geserveerd worden.

De belangrijkste arts uit de oudheid, Galenus van Pergamon, stelt in zijn verhandeling over geneeskunde ('Peri amplon pharmacon') dat de zaden van deze bomen de kracht bezitten om "pus" uit de borst te trekken, zodat het gemakkelijk kan worden uitgespuugd. Tegenwoordig zou dit waarschijnlijk worden geïnterpreteerd als een slijmoplossend effect.

Deze teksten van de twee Griekse artsen hebben de geneeskunde in de Arabisch sprekende wereld aanzienlijk beïnvloed. Ze worden ook volledig geciteerd in een materia medica die in 1290 door Simon von Genau in het Latijn werd vertaald onder de titel 'Liber aggregatus in medicinis simplicibus', die in Europa veelvuldig werd gekopieerd. De relevante uitspraken zijn te vinden in hoofdstuk 58.

Middeleeuwen en vroegmoderne tijd

Voor de middeleeuwse farmacologie was de ‘Circa instans’, geschreven in Salerno door Matthäus Platearius in het tweede kwart van de 12e eeuw, van centraal belang . Het bevat een hoofdstuk over ‘dennenappels’ (“Pineae”, hoofdstuk 178), hoewel het onduidelijk is welke soorten bedoeld worden. Het stelt onder andere: ‘Het is het beste voedsel voor zieken die lijden aan aandoeningen van de luchtwegen en aan een apostem (abces) veroorzaakt door koude lichaamsvloeistoffen, voor astmapatiënten en mensen met een droge hoest, tbc-patiënten en sterk vermagerde mensen…’.

Hildegard von Bingen (1098–1179), die in haar 'Physica' uitgebreid over bomen schrijft, beveelt in het 33e hoofdstuk van het 3e boek, onder de namen "Fornha" of "Picea", wat den of spar betekent, alleen het sap uit de takken van de bomen aan voor zalven tegen oogaandoeningen.

De ‘Tuin van de Gezondheid’, het eerste grote, volledig geïllustreerde kruidenboek in druk (Mainz 1485, Peter Schöffer), bevat een kort hoofdstuk (hoofdstuk 322) over de vruchten (zaden). Deze worden beschouwd als een tonicum en afrodisiacum. Astma en bloederige ontlasting worden als specifieke indicaties genoemd. Het werk werd uitgebreid en herzien door de stadsartsen van Frankfurt, Eucharius Rößlin de Jongere en Adam Lonitzer (eerste editie 1557, laatste editie 1783).

In hoofdstuk 43, getiteld "Sparrenboom / Pinus", bespreekt Lonitzer expliciet sparren, dennen en steendennen, waarbij hij zich opnieuw voornamelijk richt op de zaden, die hier ook wel "noten" worden genoemd. Chronische, aanhoudende hoest, die wijst op tering, wordt wederom als de belangrijkste indicatie genoemd. De bladeren worden echter ook gebruikt, met name bij leveraandoeningen en als poeder tegen schuurplekken en open zweren. Verpulverd en uitwendig aangebracht, zouden ze zeer effectief zijn tegen allerlei ontstekingen. Gebruikt met azijn als warm mondwater, zouden ze tandpijn verlichten [22].

Hieronymus Bock (1498–1554), een van de ‘vaders van de botanie’, behandelt ook naaldboomsoorten zoals spar, lariks, den en pijnboom samen. In zijn kruidenboek (vanaf 1534) noemt Bock voornamelijk de terpentijn uit deze bomen voor gebruik bij de behandeling van tuberculose, chronische hoest, bloed ophoesten en als maagversterkend en laxerend middel [4]. Leonhart Fuchs nam deze bomen niet op in zijn werk.

En Rembertus Dodonaeus in zijn Cruydboeck schrijft: ... Voorts aangaande de krachten van deze wilde pijnboom, ze kunnen hetzelfde dat de tamme doen, maar haar schors is droger en haar hars is heter. En de toppen van de bladeren gestoten en met wijn gedronken zijn goed tegen de pijn van het hart. De schil van de vruchten gekookt en dat water gedronken geneest de rode loop of men kookt ze in azijn en men stooft de buik daarmee. Water van de groene pijnappels gedistilleerd eer ze beginnen hard te worden laat de rimpels van het aanzicht vergaan, maakt de borsten van de vrouwen stijf en vast, de natuur eng en belet alle vrouwelijke vloeden, als men daarmee stooft. Hetzelfde met fijne doekjes aan het voorhoofd en slaap van het hoofd gehouden stelpt het bloeden van de neus. Maar het sap van die vruchten is tot de voor vermelde dingen noch veel nuttiger.

Johann Schröder verwijst expliciet naar sparrenbladeren in zijn "Medicin-Chymical Pharmacy", de belangrijkste farmacopee van de 17e eeuw. In het hoofdstuk "Pineus en Pinea" schrijft hij dat de schors en bladeren van de spar dezelfde effecten hebben als die van de steenpijnboom. Hij noemt echter alleen een afrodisiacum en een effect dat de vruchtbaarheid verhoogt.

In Köhlers Medicinal Plants uit 1887 worden spar, rode den, zwarte den en harsden samen in één hoofdstuk behandeld (pp. 47-48). Wat betreft het gebruik van sparrenscheuten wordt ook verwezen naar het voorgaande hoofdstuk over den (Pinus sylvestris). Daar (p. 46) staat: “Den en sparrenscheuten worden voornamelijk gebruikt voor de bereiding van Tinct. Pini composita, en in zeldzame gevallen waarschijnlijk ook als aftreksel, als diureticum en bloedzuiverend middel, en voor inhalatie bij longziekten. De hars wordt gebruikt voor de bereiding van pleisters, zalven en voor fumigatie bij chronische longcatarre.”

Twintigste eeuw

In zijn ‘Leerboek van biologische geneesmiddelen’ uit 1938 somt Gerhard Madaus talrijke toepassingen op voor sparrenscheuten: “Hoest, trachea-catarre, longcongestie, rachitis, jicht, reuma, oedeem, maagkrampen, winderigheid, indigestie, scheurbuik, scrofula, wormen, ringworm, chronische huidziekten”. Dit overtreft het aantal historische indicaties voor naaldbomen. Voor dennen- en terpentijnolie noemt Madaus jicht, reuma, rachitis, scrofula, scheurbuik (door het kauwen op de hars) en diverse huidziekten als toepassingen.

De vierde editie van ' Hager's Handbook of Pharmaceutical Practice ' vermeldt alleen toepassingen van dennennaalden uit de 'volksgeneeskunde', wat ongetwijfeld te wijten is aan de algemene situatie met betrekking tot de goedkeuring van geneesmiddelen in de jaren zeventig. Het citeert in wezen Madaus: 'Hoest, catarre van de luchtpijp, longcongestie, rachitis, jicht, reuma, scheurbuik, enz.' Oedeem, maagkrampen, winderigheid en indigestie, evenals scrofula, wormen, ringworm en chronische huidaandoeningen worden niet expliciet genoemd; in plaats daarvan wordt er verwezen naar badextracten voor nerveuze aandoeningen en nieraandoeningen.

In de 5e editie van het handboek, gepubliceerd in 1994, wordt vermeld dat sparrennaaldolie (p. 123) en dennenolie (p. 184) secretolytische, hyperemische, licht antiseptische, bronchospasmolytische, expectorerende en huidirriterende effecten worden toegeschreven. Voor uitwendig en inwendig gebruik worden catarrale aandoeningen van de bovenste en onderste luchtwegen genoemd, terwijl voor uitwendig gebruik reumatische en neuralgische klachten worden vermeld. Het gebruik ervan in baden wordt beschreven als een ondersteunende behandeling voor acute en chronische luchtwegaandoeningen en voor reumatische aandoeningen in het niet-acute stadium. Er worden geen specifieke medicinale toepassingen gegeven voor grove den (Pinus sylvestris) (pp. 690–691).

Monografie HPMC, ESCOP, Commissie E

Er zijn momenteel geen monografieën over sparren en dennen van HMPC of ESCOP. Commissie E onderzocht in het midden van de jaren tachtig verse sparrenscheuten (Piceae turiones recentes) en dennenscheuten (Pini turiones) en hun respectievelijke essentiële oliën (Piceae aetheroleum en Pini aetheroleum) en actualiseerde deze beoordelingen grotendeels in 1990. Op vergelijkbare wijze heeft de Duitse Commissie B 8 (Medicinale Baden) beoordelingen gepubliceerd van baden met naaldhoutolie, zowel afzonderlijk als in combinatie.

Spar: De indicaties voor sparrenscheuten en sparrennaaldolie zijn identiek. 

  • Inwendige en uitwendige toepassing bij infecties van de luchtwegen.
  • uitwendig voor de behandeling van reumatische klachten (warmtetherapie) en ook
  • voor zenuwpijn.

Den: Olie van dennenscheuten en -naalden kan worden gebruikt.

  • Voor inwendig en uitwendig gebruik bij catarrale aandoeningen van de bovenste en onderste luchtwegen.

De aanbeveling voor uitsluitend extern gebruik verschilt enigszins:

  • Dennenscheuten worden aanbevolen voor de behandeling van lichte spier- en zenuwpijn.
  • Voor naaldolie, de behandeling van reumatische klachten (warmtetherapie) en zenuwpijn.

Er bestaan ​​geen officiële kwaliteitsbeschrijvingen voor sparrenscheuten en dennenscheuten; de kwaliteit van sparrennaaldolie wordt gedefinieerd in de Duitse Farmacopee (DAB), en die van dennennaaldolie in de Europese Farmacopee (Ph. Eur.).

In 2012 werd een onderzoek gepubliceerd waarin een opmerkelijk effect van een sparrenextract (8,6 mg/kg gedurende 28 dagen, oraal) werd waargenomen bij ratten met geïnduceerde plaque-afzettingen, die ook voorkomen bij de ziekte van Alzheimer.

Literatuur

  • Berendes J. Des Pedanios Dioskurides aus Anazarbos Arzneimittellehre in fünf Büchern [De materia medica], übersetzt und erläutert von Julius Berendes, Stuttgart 1902 (Nachdrucke Wiesbaden 1970, Vaduz / Lichtenstein 1987), Kapitel 87-88
  • Blaschek W. et al., Hrsg. Hagers Handbuch der Pharmazeutischen Praxis. , 5. . Aufl. Heidelberg: Springer; . Bd. 6; 1994
  • Bock H. Kreutterbuch. Straatsburg: Josias Rihel; 1565: 411
  • Fedotova J. Soultanov V, Nikitina T. et al. Ropren ® is een polyprenolpreparaat uit naaldbomen dat cognitieve stoornissen verbetert in een ratmodel van door bèta-amyloïde peptide-(25–35) geïnduceerde amnesie. Phytomedicine 2012; 19: 451-456 CrossrefPubMed Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
  • Goehl K. Das 'Circa Instans'. De eerste grote Drogenkunde van de Abendlandes. Baden-Baden: Deutscher Wissenschafts-Verlag; 2015.: Kap. 178 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
  • Hänsel R. et al., Hrsg. Hagers Handbuch der Pharmazeutischen Praxis. , 4. . Aufl. Heidelberg: Springer; . Bd. 4, 1973: 856; Bd. 6 Deel A, 1977: 649
  • Madaus G. Lehrbuch der biologischen Heilmittel. 4. Bände. Leipzig: Thieme; 1938 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
  • Müller-Jahncke WD, Friedrich C. Geschichte der Arzneimitteltherapie. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag; 1996: 189

woensdag, januari 14, 2026

De hondsroos komt van nature bijna overal voor. Hij is te vinden in heel Europa, maar ook in Azië en Noord-Afrika. In het oosten van Noord-Amerika is hij verwilderd.

De botanische naam, Rosa canina, bevat het Griekse woord "rhodon" of het Latijnse "rosa", wat – niet verrassend – roos betekent. "Canina" is afgeleid van het Latijnse "canis" (hond) en leidde tot de Duitse naam Hundsrose rn de Nederlandse naam Hondsroos. Deze naam heeft echter niets met honden te maken, maar betekent eerder zoiets als alledaags, alomtegenwoordig en onopvallend. De naam "rozenbottel" komt ook vaak voor. Dit is echter niet helemaal correct, want die term is gereserveerd voor de vrucht. 

Botanische beschrijving: Geen doornen, maar stekels.

 De hondsroos behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Botanisch gezien is het een groep soorten die verschillende variëteiten omvat. Bovendien kruist hij gemakkelijk met andere wilde rozensoorten. Een kenmerk dat alle hondsrozen gemeen hebben, is echter de afwezigheid van klieren aan de onderkant van hun bladeren. De hondsroos is een bladverliezende struik die zowat 3 meter hoog kan worden. Kenmerkend zijn de hangende, vertakte stengels met gesteelde, 5- tot 7-lobbige onbehaarde blaadjes. De bladranden zijn enkel- of dubbel gezaagd. De haakvormige, scherpe stekels, die vaak ten onrechte voor doorns worden aangezien, zijn direct voelbaar bij aanraking van de takken.

Waarom de rozenbottel geen echte vrucht is

In juni verschijnen witte tot lichtroze bloemen, bestaande uit vijf hartvormige bloemblaadjes, talrijke gele meeldraden en vijf kelkblaadjes. Na bestuiving door insecten ontwikkelen zich in de late zomer de rozenbottels, waardoor de struik een levendige rode kleur krijgt. Botanisch gezien zijn dit schijnvruchten (Rosae pseudofructus), ook wel samengestelde vruchten genoemd: de zaden, de eigenlijke noten, bevinden zich in hun glanzende kelk. Deze zaden zijn bedekt met vele zijdeachtige haartjes die jeuk en allergische reacties op de huid en slijmvliezen kunnen veroorzaken.

De rozenbottelschillen (Rosae pseudofructus), de hele rozenbottels (Rosae pseudofructus cum fructibus) en de rozenbottelzaden worden medicinaal gebruikt. De schijnvruchten worden geoogst van september tot oktober, wanneer de kelkblaadjes aan de top van de rozenbottel zijn afgevallen en de rozenbottels zacht en volledig rijp zijn.

Rozenbottelschillen bevatten talrijke vitaminen, vooiral vitamine C (tot 1,2%), maar ook vitamine A, B1 , B2 en K, pectines, koolhydraten, vruchtenzuren, tannines, etherische olie (β-ionon en heptanal), flavonoïden, anthocyanen, carotenoïden (lycopeen, β-caroteen) en mineralen, met name magnesium en calcium. Ook noemenswaardig zijn de galactolipiden, een subgroep van glycolipiden waarvan de glycerol is veresterd met het monosaccharide galactose in plaats van met één of twee vetzuren. Rozenbottelschillen hebben een licht laxerende werking en bezitten antioxiderende, immuunversterkende, ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen.

Rozenbottelzaden bevatten ook etherische olie (met sporen van vanilline) en daarnaast een vette olie met een hoog gehalte aan onverzadigde linolzuur en alfa-linoleenzuur. Deze waardevolle rozenbottelolie wordt verkregen door de zaden te persen en wordt in natuurlijke cosmetica gebruikt als een huidregenererend actief ingrediënt.

Geschiedenis en traditioneel gebruik

Zelfs de artsen uit de oudheid gebruikten al rozenbottels. Hippocrates van Kos noemde hun ontstekingsremmende eigenschappen al in 460 v. Chr. De Griekse arts Dioscorides, die in de 1e eeuw na Christus in het Romeinse Rijk praktiseerde, noemde rozenbottels in zijn Materia Medica: "De gedroogde vrucht zonder het wollige vruchtvlees, want dat is schadelijk voor de luchtpijp, gekookt in wijn en gedronken, stopt diarree." . Preparaten van rozenbottels tegen bloed ophoesten, braken en dysenterie worden ook vaak genoemd in middeleeuwse kruidenboeken. De Duitse arts en apotheker Tabernaemontanus schreef in zijn Neuw Kreuterbuch (Nieuw Kruidenboek) uit 1588: "De gele zaden zijn een speciaal middel tegen bloed ophoesten. Ingenomen met water, stoppen ze overmatige vaginale afscheiding. Van deze zaden wordt tandpoeder gemaakt om het tandvlees te versterken en de tanden te verstevigen." Naast de rozenbottels werd ook de wortel gebruikt tegen de beet van hondsdolle honden, en de reeds genoemde rozengallen / bedeguar werden ingezet tegen koorts, nier- en niersteenproblemen.

In 1564 schreef de Duitse arts en botanicus Hieronymus Bock in zijn kruidenboek een verkoelende en samentrekkende werking toe aan de hondsroos en schreef deze voor bij "hittepijnen, cholerische dampen" (tegenwoordig: opvliegers en cholerische uitbarstingen), om het hart te versterken, en uitwendig bij hoofdpijn en tranende ogen.

In het Nieuwe Kruidenboek van de Italiaanse arts Matthiolus uit 1626 worden rozenbottels beschreven als een middel tegen nierstenen, gonorroe en dysenterie. De kruidengeneeskundige priester Künzle beveelt ze in 1931 aan in Salvia, zijn maandblad voor niet-toxische kruidengeneeskunde, voor albuminurie en nier- en galstenen.

Toepassingen in de fytotherapie: griep, ontstekingen, versterking van de spieren

ESCOP heeft een ondersteunende werking van rozenbottels en rozenbottelschillen erkend bij de behandeling van griep en verkoudheid. Rozenbottels hebben ook een monografie gekregen vanwege hun galactolipiden, die een ondersteunende werking hebben bij het verlichten van pijn en stijfheid in verband met artrose. Rozenbottels hebben nog geen monografie van de HMPC ontvangen, maar rozenblaadjes van de hondsroos wel – voor uitwendig gebruik bij de behandeling van milde ontstekingen van de mond en keel, evenals milde huidontstekingen.

In de traditionele en volksgeneeskunde staan ​​rozenbottelschillen bekend om diverse andere toepassingen. Deze omvatten de preventie van verkoudheid, de preventie en behandeling van vitamine C-tekort, het versterken van het immuunsysteem, als maagtonikum, bij diarree, urinewegproblemen, jicht en reumatische aandoeningen. Ook rozenbottelzaadthee, gemaakt van de zaden, is bekend.

In de volksgeneeskunde worden de bottels gebruikt bij de behandeling van nier- en blaasziekten, nierstenen, jicht, ischias en reuma.

Geschikte toedieningsvormen: infusie, poeder, olie-extract

Een van de meest beproefde toedieningsmethoden is de bereiding als infusie. Giet hiervoor meerdere keren per dag 150 ml heet water over 2-2,5 gram gedroogde en fijngemaakte rozenbottels, dek af, laat 10-15 minuten trekken en zeef vervolgens.

Het maken van een tinctuur is geen gangbare praktijk. Een olie-infusie van verse of gedroogde rozenbottels bevat echter de vetoplosbare galactolipiden, die ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen hebben. De olie moet worden ingenomen, omdat opname via de huid niet gegarandeerd is. Om de olie te bereiden, bedek je de geplette rozenbottels met olijfolie, laat je ze een week trekken op een warme, donkere plaats en zeef je dan de olie.

Om bij reumatische klachten te profiteren van galactolipiden, kan men ook een poeder gebruiken dat gemaakt is van gedroogde rozenbottels. Na inname van 5-10 gram rozenbottelpoeder tweemaal daags gedurende 3 tot 6 maanden, werd een significante pijnvermindering en verbeterde gewrichtsmobiliteit waargenomen.

Rozenbottels zijn een ware vitamine C-bom: ze bevatten 4-30 mg ascorbinezuur per gram vruchtvlees. Om hiervan te profiteren en zo het immuunsysteem te versterken, kun je in de herfst 2-3 verse rozenbottels doormidden snijden, de pitten en haartjes verwijderen en ze drie keer per dag voor de maaltijd kauwen. Het is makkelijker om rozenbottelsap te kopen als rozenbottelmost of -pulp, of er jam van te maken.

Gemmotherapie: Krachtige knoppen tegen virussen

In de gemmotherapie neemt de hondsroos (Rosa canina) een zeer speciale plaats in. Het is een van de middelen die in ieders huisapotheek thuishoren. Het belangrijkste voordeel is de ontstekingsremmende werking op de huid en slijmvliezen, met name die van de luchtwegen en gewrichten. In combinatie met de antivirale eigenschappen maakt dit het een essentieel middel tegen virale infecties die keelpijn, verkoudheid en middenoorontstekingen kunnen veroorzaken. Kinderen die vaak ziek zijn en mogelijk een lymfatische diathese hebben, hebben baat bij een kuur met Rosa canina, 1-2 sprays 2-3 keer per dag. Het is ook het middel bij uitstek tegen uitputting na langdurige infecties, vooral in combinatie met zwarte bes (Ribes nigrum), omdat dit het immuunsysteem extra stimuleert.

Niet alleen bij verkoudheidsvirussen, maar ook bij waterpokken, gordelroos, koortsblaasjes en positieve uitstrijkjes (humaan papillomavirus) worden herhaaldelijk verrassend goede resultaten waargenomen. In het gewrichtsgebied is Rosa canina bijzonder effectief wanneer het gewrichtsslijmvlies ontstoken is en ernstige pijn veroorzaakt.

Literatuur

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-planten-van-a-tot-z/rosa-canina-hondsroos



vrijdag, januari 09, 2026

Over bitterstoffen

Plantaardige bitterstoffen behoren tot een heterogene groep stoffen die als enige gemeenschappelijke eigenschap hun bittere smaak hebben. De intensiteit van deze bitterstoffen varieert per plant. Sommige planten hebben een bitterwaarde van 1:10.000, zoals gentiaan, absint, artisjok of duivelsklauw, wat betekent dat 1 gram van het kruid nog steeds als bitter waarneembaar is in 10 liter water. 

Helaas zijn de groenten die we tegenwoordig in de winkels vinden, door veredeling grotendeels veranderd, waardoor ze nauwelijks nog bittere stoffen bevatten. Toch leveren bittere stoffen een belangrijke bijdrage aan een gezonde spijsvertering, zoals de volksmond al zegt. Vandaar het gezegde: "Bitter in de mond, gezond in de maag."

Hoe werken bitterstoffen?

De effecten van bittere stoffen op de spijsvertering zijn zeer uiteenlopend:

  • Ze stimuleren een verhoogde speekselproductie in de speekselklieren, wat leidt tot een betere voorvertering van voedsel in de mond.
  • In de maag zorgen de bittere stoffen voor een verhoogde afscheiding van maagsap en een verhoogde bloedtoevoer naar het maagslijmvlies.
  • De lever produceert meer gal en de galafgifte door de galblaas neemt toe, wat onder andere de vetvertering ten goede komt.
  • De peristaltiek van de maag en darmen wordt gestimuleerd, wat leidt tot een verbeterd transport van de maag- en darminhoud.
  • Ze verminderen ook een opgeblazen gevoel en zouden mogelijk de trek in zoetigheid doen afnemen.
  • In de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) worden ze al sinds jaar en dag gewaardeerd als verfrissend, stimulerend, energiegevend en verwarmend.
  • Ze worden over het algemeen beschouwd als toniserend, wat betekent dat ze het hele organisme versterken, de spankracht van een orgaan verbeteren.

In tegenstelling tot de gecultiveerde varianten van onze groenten, bevatten veel medicinale en wilde planten nog steeds natuurlijke bitterstoffen. Je kunt ze als thee drinken om ze door je lichaam te laten opnemen. Het gebruik ervan in druppelvorm is zelfs nog eenvoudiger en handiger.

Enkele geneeskrachtige planten die bittere stoffen bevatten

Er zijn tegenwoordig diverse zogenaamde bittermiddelen commercieel verkrijgbaar in de vorm van bittere druppels. Als u zelf bittere druppels wilt maken, kunt u de werking ervan beïnvloeden. Verschillende planten zijn hiervoor geschikt:

Paardenbloem (Taraxacum sect. Ruderalia) : De wortel van de paardenbloem wordt gebruikt voor de bittere kruidendruppels. Wanneer deze in het voorjaar wordt opgegraven, zou de bitterheidswaarde 100 zijn, en vaak zelfs nog hoger. In de herfst bevat de paardenbloemwortel aanzienlijk minder bittere stoffen. Het stimuleert de eetlust, bevordert de galstroom, stimuleert de stofwisseling en helpt bij de spijsvertering. Commissie E beveelt het onder andere aan bij stoornissen in de galstroom en bij een opgeblazen gevoel en winderigheid. Tip: Paardenbloemblaadjes bevatten ook bittere stoffen en smaken licht bitter. Je kunt bijvoorbeeld fijngesneden paardenbloemblaadjes direct aan een salade toevoegen om je spijsvertering op een milde manier te stimuleren.

Duizendblad (Achillea millefolium L.)  De bloemen worden gebruikt voor de bittere tonicumdruppels. Duizendblad heeft een bitterheidswaarde tussen 3000 en 5000. De HMPC beveelt het aan als traditioneel middel tegen milde krampen in het maag-darmkanaal. Bovendien stimuleren de bloemen van duizendblad de eetlust.

Artisjok (Cynara cardunculus L.)  Voor bittere kruidendruppels worden de bladeren van de artisjokbloem gebruikt, met name de medicinale artisjok. De bitterheid van artisjokbladeren is maar liefst 10.000! Artisjokbladeren hebben een bijzonder sterk effect op de galproductie en -afvoer, wat leidt tot een betere vetvertering. Bovendien stimuleren de actieve bestanddelen in artisjokbladeren de aanmaak van spijsverteringsenzymen in de alvleesklier en beschermen ze levercellen en bevorderen ze hun regeneratie.

Echte kamille (Matricaria recutita L.)  Hoewel de bloemen zelf weinig bittere stoffen bevatten, is het toch gunstig om ze toe te voegen aan de druppels met bittere kruiden. Kamille heeft krampstillende, gasverdrijvende en antimicrobiële eigenschappen, waardoor het de werking van de bittere kruiden aanvult.

Pepermunt (Mentha x piperita L.)  De bladeren bevatten nauwelijks bittere stoffen, maar worden door de HMPC aanbevolen voor inwendig gebruik bij dyspeptische indigestie en winderigheid. Ze versnellen de maaglediging en worden in de traditionele geneeskunde ook gebruikt tegen misselijkheid. Met deze effecten vormt pepermunt een perfecte aanvulling op uw bittere kruidendruppels. En tot slot verbetert het ook nog eens de smaak.

Bitterdruppels voor de spijsvertering

Ingrediënten

  • 15 g paardenbloemwortel
  • 15 g duizendbladbloemen of bloeitoppen
  • 10 g artisjokbladeren
  • 5 g kamillebloemen
  • 5 g pepermuntblaadjes
  • ongeveer 250 ml alcohol van 40% (bijv. wodka of witte rum)
materiaal
  • snijplank
  • mes, mortier, vijzel
  • keukenweegschaal met de fijnst mogelijke schaalverdeling, indien mogelijk nauwkeurig tot op de gram.
  • maatbeker
  • bokaal met glazen deksel (weckpot of apothekersfles)
  • theefilterzakjes of een (fijne) zeef
  • doseerfles met druppelaar of sproeikop
  • labels

Bereiding

Hak de wortel en gedroogde kruiden zo fijn mogelijk. Doe ze in een vijzel met een beetje alcohol en maal ze zo fijn mogelijk. Doe de gemalen kruiden in de bokaal en voeg de alcohol toe. Voeg indien nodig nog wat alcohol toe; de ​​kruiden moeten volledig ondergedompeld zijn en lichtjes kunnen drijven. Plak een etiket met de infusiedatum op de bokaal. Laat  7-10 dagen op een lichte, maar niet te zonnige plek staan. Schud de pot dagelijks voorzichtig om ervoor te zorgen dat de actieve ingrediënten goed verdeeld zijn in de oplossing.

Zodra de trektijd voorbij is, giet u het mengsel door een theefilter in een glazen pot. Knijp het filter goed uit. Vul vervolgens de doseerfles met de tinctuur en voorzie deze van een etiket (naam van de tinctuur en bereidingsdatum). Bewaard op een koele, donkere plaats is de bittertinctuur een jaar houdbaar. 

Bij acute spijsverteringsproblemen kunt u 10-15 druppels ongeveer 30 minuten voor de maaltijd innemen. Als deze dosering onvoldoende is, kunt u deze verhogen tot 20-25 druppels. De werking van bittere stoffen verschilt sterk van persoon tot persoon, dus iedereen moet experimenteren om de dosering te vinden die voor hem of haar het beste werkt. U kunt de spijsvertering ook ondersteunen met 15 druppels van uw tinctuur vóór een grote, feestelijke maaltijd.

Tip : Wodka of witte rum zijn bijzonder geschikt voor een tinctuur omdat ze een neutrale smaak hebben. Voor het extraheren van de kruiden raad ik aan om potten met schroefdeksels te gebruiken waarvan de afsluiting geen pvc of weekmakers bevat. Deze zijn gemakkelijk te herkennen aan de blauwe rand aan de binnenkant. Zelfs als de pot eerder een alcoholische drank heeft bevat, is dit type pot nog steeds geschikt. Ik gebruik geen potten met andere deksels, omdat de alcohol er mogelijk kankerverwekkende weekmakers uit kan laten vrijkomen.



donderdag, januari 08, 2026

Boekweitplant tegen spataderen

Een oud cultuurgewas, waarvan de zaden al duizenden jaren als graan gegeten wordt, is pas de laatste jaren als geneeskrachtige plant ontdekt. Of hoe oude planten een nieuw leven gaan leiden.

Boekweit is reeds sedert de Middeleeuwen als cultuurgewas in Europa bekend. Toch is het wereldwijd bijna zeker al 6 tot 8000 jaar in gebruik. Van oorsprong is het kruid in zijn wilde vorm waarschijnlijk afkomstig uit de provincie Yunnan in China, waar ook nu nog een wilde ondersoort groeit, de Fagopyrum esculentum subsp.ancestralis. Het is waarschijnlijk door de Mongolen (Franse naam: sarrasin, blé noir) aan het eind van de Middeleeuwen naar Europa gebracht en werd vooral gewaardeerd voor zijn vruchten (zaden, graan) wegens zijn hoge voedingswaarde en zijn gemakkelijke teelt. In de 17de en 18de eeuw werd het alleen nog beschouwd als voeding voor de arme mensen. Voor de ontdekking van de groene plant als geneesmiddel moesten we wachten tot in de 20ste eeuw.

Boekweit en rutine

De voornaamste inhoudsstoffen van Boekweit zijn de flavonoïden met rutoside (rutine) als belangrijkste vertegenwoordiger. Door farmacologische en klinische studies ontdekte men dat het boekweitkuid de capillaire permeabiliteit verminderde, de microcirculatie in de aders verbeterde en oedeemoplossend en ontstekingsremmend werkte. Ook het neutraliseren van zuurstofradicalen, dus een anti-oxidantwerking wordt toegeschreven aan de flavonoïden. Voor de toekomst is het afwachten op verder onderzoek, in hoeverre bioflavonoïden uit natuurlijke voedingsbronnen zoals boekweitkruid, ook bij aandoeningen van hart- en vaatziekten en als bescherming tegen kanker, zijn nut kan bewijzen.

Werken flavonoïden kankerbeschermend?

Bij het uitgebreid onderzoek met flavonoïden werd ook gekeken of deze stoffen een anti-mutagene en anti-cancerogene werking hebben. Zo zijn er een aantal vaststellingen over een in-vitro-tumorremming door flavonoïden. Quercetine remt in-vivo bepaalde kinasen, die de celaanmaak sturen; ze hebben de mogelijkheid om tumoruitlokkers te remmen, en vertonen in hoge dosis een anti-mutageen effect. Voor de eventuele inzet van flavonoïden bij de kankertherapie moet er echter nog meer onderzoek worden verricht.

Vaatvernauwende activiteit van rutoside

Rutoside behoort tot de flavonoïden, die de afbraak (auto-oxydatie) van hormonen zoals adrenaline kan verhinderen. Door deze werking verlengt de halfwaardetijd van het sympathomimeticum 'adrenaline' en heeft daardoor een vaatvernauwend effect.

Remming yan het enzym hyaluronidase

Hyaluronzuur is een belangrijk bestanddeel van het basaalmembraan van de vaten en vermindert de doorlaatbaarhei (permeabiliteit) van de vaten. Bij ontstekingsreacties kan deze hyaluronzuurstructuur door he enzym hyaluronidase worden afgebroken, waardoor de vaatwand beschadigt. Rutoside is een remstof voor hyaluronidase. Een voorbehandeling met rutoside vermindert de capillairschade die door hyaluronidase kan ontstaan.

Lichtgevoeligheid voor boekweitkruid

Bij paarden, koeien, schapen, geiten en varkens kan na het eten van vers bloeiend boekweitkruid en na inwerking van zonlicht, vergelijkbaar met Sint-janskruid, een fotosensibiliserende reactie optreden. Dit verschijnsel is reeds honderden jaren bekend en het ziektebeeld met symptomen zoals rusteloosheid, zwelling en ontsteking wordt fagopyrisme genoemd. Verantwoordelijk hiervoor is de stof fagopyrine en verbindingen hiervan, die net als hypericine uit Sint-janskruid tot de naphthodiantronen behoren. Bij in-vitro onderzoeken met ethanolisch boekweitextract (0,5% fagopyrine) werd een geringe phototoxiciteit waargenomen, vergelijkbaar met hypericine. Een waterig, fagopyrine-vrij extract vertoonde geen photoxiciteit. Deze overgevoeligheid voor licht is tot op heden bij de mens nog niet vastgesteld. Als gevolg van de geringe wateroplosbaarheid van naphthodiantronen zijn vergiftigingen met boekweitkruid, in therapeutische doseringen, dan ook niet te verwachten.

Klinische studie over Boekweit

De werking van boekweitkruid bij 'chronisch veneuze insufficiëntie' (CVI) is met actuele klinische studies goed gedocumenteerd: In een gerandomiseerde, placebo gecontroleerde dubbelblinde studie kon men voor theebereiding uit boekweitkruid, de klinische werking in de zin van oedeembescherming worden bewezen. Aan de studie namen 67 patiënten deel met CVI in de stadia I en II. De therapie bestond in 3 x daags, één filterbuiltje boekweitthee, als placebo diende een rutosidevrije-thee, bereid uit bladeren van Malva (kaasjeskruid).

Toepassing van de gedroogde bloeiende plant

  • veneuze aandoeningen: spataderen, aambeien,
  • oedemen,
  • arteriosclerose.

Dosering: 3 maal daags een kopje thee drinken van gedroogde boekweitplant gedurende 3 weken, dan 1 week niet en dan opnieuw 3 weken wel. Een eenvoudige methode om de bloedvaten en vooral het veneuze vaatstelsel te versterken.

Literatuur

woensdag, januari 07, 2026

Winterdip of SAD

De winterdepressie is een seizoensgebonden depressieve stemmingsstoornis die, zoals de naam al doet vermoeden, optreedt tijdens de donkere en koude herfst- en wintermaanden. Deze tijdelijke stemmingswisseling eindigt met de terugkeer van de zon, het licht en de warmte in de lente. Het heel belangrijk om hier te benadrukken dat de symptomen van een winterdip lijken op die van een depressie. Een arts kan vaststellen of je last heeft van een seizoensgebonden affectieve stoornis (SAD) of misschien van een depressie. Het onderscheiden van de symptomen en het verkrijgen van een duidelijke diagnose is cruciaal, omdat de behandeling voor depressie en SAD niet hetzelfde is. 

Welke kruiden te gebruiken bij winterdip of SAD? Sint-Janskruid, Saffraan en rozenolie.

Sint-Janskruid ( Hypericum perforatum ) – brenger van licht in het donkere seizoen

Sint-Janskruid is een klassieke medicinale plant die gebruikt wordt om de stemming te verbeteren. Ondanks talrijke studies is het exacte werkingsmechanisme ervan nog niet volledig begrepen. Hypericine en hyperforine spelen echter een belangrijke rol in de stemmingsverbeterende en angstverminderende effecten[1 ]. In 2018 publiceerde de European Society for Phytotherapy (ESCOP) een monografie over sint-janskruid, waarin 54 gecontroleerde, dubbelblinde klinische onderzoeken naar het gebruik van de plant bij depressieve stemmingen werden erkend. Dit gebruik wordt ook bevestigd door Commissie E en de HMPC.

Ik gebruik sint-janskruid graag bij stemmingswisselingen, angst, nerveuze rusteloosheid en de daaruit voortvloeiende symptomen, zoals moeite met inslapen. Als tinctuur is het effectiever en makkelijker te gebruiken dan als thee. 

Belangrijk: Neem nooit medicijnen voor de (zelf)behandeling van depressie zonder uw arts te raadplegen, inclusief sint-janskruid! Als u al medicijnen gebruikt, is overleg met uw arts daarom essentieel voordat u sint-janskruid inneemt in een extract met een hoge dosering, omdat dat bijwerkingen en interacties met andere medicijnen kan veroorzaken!

Saffraan (Crocus sativus) – de stemmingsverbeteraar

De bestanddelen in saffraan kunnen helpen de balans tussen serotonine, dopamine en noradrenaline te behouden. Saffraan is niet alleen de meest kostbare specerij ter wereld, het is ook een interessante medicinale plant. Safranal en crocine zijn verantwoordelijk voor het in evenwicht houden van onze gelukshormonen serotonine, dopamine en noradrenaline [2]. De afgifte van het stresshormoon cortisol wordt geremd [5] en de serotoninespiegels stijgen. [2]

Let op: saffraan is niet alleen de duurste specerij ter wereld, maar ook de meest vervalste. Let daarom goed op de kwaliteit. Biologische saffraan, die je kunt kopen in het specerijenschap van een biologische winkel, is over het algemeen een veilige keuze.

Giet 150 ml heet, maar niet kokend, water over 4-5 biologische saffraanstrengen en laat het, afgedekt, 20 minuten trekken. Drink de thee ongezoet, op een lege maag, in kleine slokjes. 

Saffraan wordt in kleine hoeveelheden verkocht, niet alleen omdat het zo duur is, maar ook omdat het innemen van hogere doses kan leiden tot vergiftiging, verlamming en zelfs de dood. Deze waarschuwing is minder relevant bij het gebruik van saffraan als specerij, aangezien te veel saffraan simpelweg niet lekker smaakt. Als u saffraan echter als voedingssupplement gebruikt, moet u goed opletten en de instructies van de fabrikant opvolgen. Orale inname van saffraan tot 1,5 g per dag is veilig. 5 g/kg is giftig en 20 g/kg is dodelijk [5]. Giftige effecten zijn onder andere braken, bloedingen, duizeligheid en slaperigheid.

Roos ( Rosa damascena ) 

Het gebruik van rozen als medicinale plant kent een lange traditie die duizenden jaren teruggaat. Ze werden in diverse culturen gebruikt voor medicinale doeleinden, waaronder het oude Egypte en Griekenland, het Romeinse Rijk en het oude Perzië. De bloemblaadjes, etherische olie en andere delen van de roos werden van oudsher gebruikt voor het maken van geneesmiddelen, parfums en cosmetische producten.

Van alle toepassingen vind ik rozenolie en rozenhydrolaat het meest effectief. Beide hebben een kalmerend, zenuwversterkend, balancerend en stressverlagend effect [3] [4].

In de winter meng je de etherische olie door een lichaams- en gezichtsolie. Ik voeg 30 druppels biologische rozenolie (10% verdunning) toe aan 100 ml biologische amandelolie of gebruik het rozenhydrolaat als gezichtslotion. Voor inwendig gebruik voeg je 1-2 eetlepels hydrolaat toe aan 1 liter water en drink dit gedurende de dag op.

Rozenolie is kostbaar en duur omdat het belangrijkste oogstseizoen erg kort is en er vooral een groot aantal rozenblaadjes nodig is. Slechts 30 blaadjes leveren één druppel etherische olie op [3]. Daardoor zijn er veel namaakproducten op de markt, maar alleen echte rozenolie heeft het gewenste effect. Hoogwaardige fabrikanten zijn onder andere te herkennen aan de volgende informatie op de verpakking: de  wetenschappelijke naam van de plant en het land van herkomst, het gebruikte plantendeel, of de plant biologisch geteeld of in het wild verzameld is, een batchnummer en diverse kwaliteits- en testzegels.

Een filosofisch slot. Donkerte en licht.

In onze westerse beschaving wordt duisternis gelijkgesteld aan dood en angst. In andere culturen is duisternis echter het begin van alles. En als je erover nadenkt, is dat logisch: nieuw menselijk leven begint in de donkere baarmoeder. Een zaadje rust in de aarde voordat het in de lente ontkiemt en uitgroeit tot een plant. Het is dus de moeite waard om je perspectief te veranderen. ... En ja inzicht krijg je misschien ook door het drinken van een kruidenthee van sint-janskruid met citroenmelisse en een snuifje saffraan en ..... wandelen in licht en donker.

Literatuur
  1. Blaschek W (red.). Wichtl – Kruidengeneesmiddelen en fytofarmaceutica. 6e druk. Stuttgart: Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft; 2016
  2. Stadelmann I. Rozen in aromatherapie. Geneeskrachtige planten 2022; 2: 48–53
  3. Werner M, v Braunschweig R. Aromatherapie in de praktijk. 6e editie. Stuttgart: Haug; 2022
  4. Bosson L. Hydrolathérapie. Brussel: Editie Amyris; 2016
  5. https://www.uniklinik-freiburg.de/fileadmin/mediapool/08_institute/rechtsmedizin/pdf/Addenda/Paper_21-01/Safran_Update.pdf
  6. https://kruidwis.blogspot.com/2017/06/morgen-de-langste-dag.html
  7. https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/hypericum-perforatum-l
  8. https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-planten-van-a-tot-z/crocus-sativus-saffraan

zondag, januari 04, 2026

Volkse middelen: recepten met rammenas en mierikswortel

Rammenas en mierikswortel hebben altijd een goede reputatie gehad als eerste hulp middeltjes voor van alles en nog wat. Zijn makkelijke groei, de sterke geur en smaak en de goede resultaten zorgden er voor dat het populaire volkse geneeskruiden waren. Helaas vind je nu nog weinig mierikswortel in de tuinen. Het is ook geen mooie plant en nog woekerend op de koop toe, maar het zijn ook planten die juist vers hun sterkste werking vertonen. En dus zijn ze ook minder interessant om er commerciële producten mee te maken. Dus het moment om zelf mierikswortel te kweken en er eenvoudige siropen en kompressen mee te maken. Van de vele mogelijkheden om van honing, rammenas en mierikswortel een goed middel te maken wil ik er nu 4 noemen.

Recept 1:

Raspt 3 theelepels rammenas of 1 theelepel mierikswortel en vermeng dit met 3 eetlepels honing. Van dit mengsel neemt u 3 tot 5 keer per dag 1 theelepel. Dat maakt het slijm los en verbetert de ademhaling. Mogelijk dat het ook bij astma helpt.

Recept 2:

Hol een dikke ronde rammenas uit, vult hem met honing en zet hem op een warme plaats. Na enkele uren eet men de inhoud en het rammenasomhulsel. Dat smaakt best lekker en werkt uitstekend wanneer kinderen last hebben van hoest.

Recept 3:

Raspt een hele rammenas. U doet de geraspte rammenas en het sap dat er uit is gelopen in een kom en u voegt ongeveer 3 à 4 eetlepels honing toe. Daarna zet u het mengsel voor een paar uur weg. Nadat u het door een linnen doek geperst heeft, hebt u een rammenashoning waarvan u meerdere keren per dag 1 à 2 theelepels neemt. Deze honing is hoofdzakelijk voor kinderen bedoeld.

Recept 4:

1 eetlepel geraspte mierikswortel met 5 eetlepels honing vermengen. Zonder dat u het mengsel uitperst roert u er nog een eetlepel klein gehakte ui door en 5 eetlepels water. U brengt het mengsel aan de kook of alleen maar even opwarmen. Na het afkoelen is de mierikswortel-ui-honing klaar, 5 keer per dag 1 theelepel innemen. Te proberen bij verkoudheid, astma en aanverwante kwalen

Recept 5

Een huismiddel met mierikswortel, dat ook zeker het noemen waard is, is het kompres tegen hoofdpijn, kiespijn en reuma. Maar ik moet er wel bij zeggen dat u het voorzichtig moet uitproberen, omdat niet iedereen de scherpte van de geraspte mierikswortel verdraagt.

En zo gaat het: Ongeveer een halve mierikswortel op een scherpe rasp fijn maken en er een beetje water aan toevoegen (2 à 3 theelepels). Van dit mengsel een laagje, zo dik als de achterkant van een mes, op een linnen doek aanbrengen en dan op de pijnlijke plaats leggen. Daarna wikkelt u er een wollen doek om. Bij hoofdpijn wordt het mierikswortelkompres in de nek, bij kiespijn op de wang gelegd. Na 5 of hoogstens 10 minuten moet u het kompres weer weg nemen. Heel gevoelige huid moet van te voren met ongezouten boter of varkensvet ingewreven worden.

Alle hier genoemde toepassingen van rammenas, rettich, mierikswortel en ui als huismiddel, zijn door de werking van stoffen die ze bevatten zeker te verklaren. De etherische oliën en de antibiotisch werkende of de groei van bacteriën remmende stoffen, de zogenaamde mosterdolieglycosiden (isothyocianaten) verklaren grotendeels het vroegere veelvuldig gebruik van mierikswortel en rammenas.

Voor verder onderzoek

  • Maslov AK, Luzhnova SA, Kalyanina OV. Effects of horseradish root on functional activity of phagocytes, total blood cell count, and state of the liver in mice with experimental leprosy. Bull Exp Biol Med . 2002;134:156-158.
  • Weil MJ, Zhang Y, Nair MG. Tumor cell proliferation and cyclooxygenase inhibitory constituents in horseradish (Armoracia rusticana) and Wasabi (Wasabia japonica). J Agric Food Chem 3-9-2005;53(5):1440-1444. 
  • Conaway CC, Yang YM, Chung FL. Isothiocyanates as cancer chemopreventive agents: their biological activities and metabolism in rodents and humans. Curr Drug Metab 2002;3(3):233-255.View Abstract
  • Goos KH, Albrecht U, Schneider B. [Efficacy and safety profile of a herbal drug containing nasturtium herb and horseradish root in acute sinusitis, acute bronchitis and acute urinary tract infection in comparison with other treatments in the daily practice/results of a prospective cohort study]. Arzneimittelforschung 2006;56(3):249-257. 

zaterdag, januari 03, 2026

Kruiskruid, een gewone grijsaard

Nog even namijmerend in het nieuwe jaar over onze magische wandeldagen bij Weris. Na het beleven van de menhirs en de mythische maretakken vonden we aan de bosrand de resten van het boskruiskruid, en zoals het met Maurice gaat, sprongen we van het boskruiskruid over naar het klein kruiskruid. Dat onooglijk onkruid dat winter en zomer groeit en bloeit en zijn zaad onverbiddelijk verspreid. Een voorbeeld van wilskracht. Mijn bewondering gaat dan ook volledig uit naar deze onooglijke planten, deze invasieven zoals vele mensen ze noemen. Bij deze een ode aan het klein kruiskruid dus. 

Klein kruiskruid of Senecio vulgaris. vrij vertaald wil dat zeggen 'gewone grijsaard'. Gewoon om niet te zeggen vulgair is het plantje wel, groeiend tussen de straatstenen, langs vervallen huizen en braakliggende terreinen, wordt het door weinig mensen gewaardeerd. Mooi is het niet en op de koop toe bevat het ook nog giftige pyrrolizidine-alkaloïden.

Dat er giftige planten bestaan wisten we natuurlijk al veel langer en dat giftig ook niet altijd negatief hoeft te zijn lijkt mij ook vanzelfsprekend. Voor de planten zelf is het een manier om zich te verdedigen tegen hongerige insecten. Planten hebben nu eenmaal geen pootjes om op de vlucht te slaan.

Maar ik wou het over het onooglijk en bijna altijd bloeiend klein kruiskruid hebben. Dit tuinonkruidje met zijn gele buisbloempjes en zijn grijs pluisvormende zaadjes bevat pyrrolizidine-alkaloïden, stoffen die de levercellen van zoogdieren kunnen beschadigen. Niet dat het daarom direct dodelijk hoeft te zijn voor mens of dier. Een naïeve kennis van mij heeft het zelfs regelmatig als 'kamille'thee gedronken en voorlopig leeft hij nog.

Over de hele wereld bekeken gebeuren er wel regelmatig vergiftigingen met kruiskruiden vooral bij grote zoogdieren zoals paarden en runderen, vooral als het gedroogd in het hooi voorkomt kunnen de dieren te veel kruiskruid binnen krijgen. In de ernstigste gevallen sterven de dieren door levercirrose. Kleine zoogdieren zoals schapen, geiten en konijnen schijnen er beter tegen te kunnen, mogelijk kunnen zij de alkaloïden in hun pens beter afbreken.

Medicinaal gebruik van klein kruiskruid

Ondanks de 'gitigheid' is het klein kruiskruid ooit wel gebruikt geweest als medicijn. In het Cruydboeck van Dodoens van 1644 wordt het beschreven als 'een seer ghemeyn ende bijna veracht cruydt' toch schrijft hij ' het is vol van deugden ende krachten, in sonderheyt om kwetsuren en wonden te genezen. ....hedendaags bijster veel geprezen om de vuile, etterende zweren, lopende gaten en de verouderde wonden te genezen'. En zelfs als kompres adviseert hij 'de bladeren en de bloemen ' gelegd op de hete gezwellen van het fondament en de schamelijke leden'. Dus toch voornamelijk uitwendig in gebruik. Al schrijft hij ook dat 'het wel als salaet wordt gegeten'.

Culpeper over kruiskruid

'This herb is Venus's mistress piece and is as gallant and universal a medicine for all diseases coming of heat, in what part of the body so ever they be, as the sun shines upon: it is very safe and friendly to the body of man, yet causes vomiting if the stomach be afflicted, if not, purging. It doth it with more gentleness than can be expected: it is moist and something cold withal, thereby causing expulsion and repressing the heat caused by the motion of the internal parts in purges and vomits. The herb preserved in a syrup, in a distilled water, or in an ointment, is a remedy in all hot diseases, and will do it: first, safely; secondly, speedily.'

Dioscorides over kruiskruid

Voor Dioscorides lijkt het wel een veelzijdig geneeskruid geweest te zijn. Zowel voor maag en lever en tegen epilepsie, nierstenen en koliek, zou het volgens hem goed zijn. 'The decoction of the herb, saith Dioscorides, made with wine and drunk helpeth the pains in the stomach proceeding from choler (bile). The juice thereof taken in drink, or the decoction of it in ale gently performeth the same. It is good against the jaundice and falling sickness (epilepsy), and taken in wine expelleth the gravel from the reins and kindeys. It also helpeth the sciatica, colic, and pains of the belly. The people in Lincolnshire use this externally against pains and swelling, and as they affirm with great success. The juice of the herb, or as Dioscorides saith, the leaves and flowers, with some Frankinsense in powder, used in wounds of the body, nerves or sinews, help to heal them. The distilled water of the herb performeth well all the aforesaid cures, but especially for inflammation or watering of the eye, by reason of rheum into them.'

En ook voor jicht werd het geadviseerd 'pound it with lard, lay it to the feet and it will alleviate the disorder.'

Senecio in de apothekersboeken

Zelfs tot in de 20ste eeuw werd het als 'Senecio herba' voor de bereiding van 'tinctura Senecionis' in sommige apotekersboeken vermeld tegen te sterke uterusbloedingen. Ook in de brochure van het herbetum, de medicinale plantentuin in Meise uit 1992, wordt het als baarmoederactiverend omschreven samen met de witte dovenetel. 'Deze verwekken een samentrekking van de uterus en vinden dus toepassing bij te hevige of te lange bloedingen' wordt daar vermeld. Recent is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kruiskruiden een anti-oxidante, anti-diabetische en cytotoxische werking hebben. Dus toch nog positief nieuws over deze grijsaards.

Besluit: Kruiskruid en zijn verwanten zoals jakobskruiskruid zou ik voorlopig zeker niet meer aan raden voor inwendig gebruik. Toch lijkt mij het uitwendig gebruik als ontstekingswerend middel wel interessant. Uitproberen? Proef 'konijnen' gezocht!

Nota. Een recent onderzoek over Senecio vulgaris.

Senecio vulgaris L., een lid van de Asteraceae-familie, wordt al eeuwenlang veelvuldig gebruikt in de traditionele Iraanse kruidengeneeskunde. Een onderzoek met tot doel de samenstelling van de etherische oliën en de antibacteriële eigenschappen van twee verschillende populaties van S. vulgaris te analyseren en te vergelijken. Essentiële oliën werden verkregen uit de bovengrondse delen van deze populaties door middel van hydrodestillatie, en hun chemische bestanddelen werden onderzocht met behulp van gaschromatografie-massaspectrometrie. De antibacteriële werking van de essentiële oliën tegen zowel grampositieve als gramnegatieve bacteriën werd geëvalueerd.

Monoterpeenkoolwaterstoffen bleken dominant te zijn in beide populaties, waarbij humuleenepoxide II het belangrijkste bestanddeel was, met een aandeel van 17,87% in de eerste populatie en 21,55% in de tweede. De agar-diffusiemethode toonde significante antibacteriële effecten van de essentiële oliën van S. vulgaris aan. De bevindingen gaven aan dat de essentiële olie een verhoogde activiteit vertoonde tegen Escherichia coli in beide populaties. Verder gaven de minimale remmende concentratie (MIC) en de minimale bactericide concentratie (MBC) aan dat Pseudomonas aeruginosa met concentraties van 400 μg/mL voor beide testen de meest gevoelige bacterie was, terwijl Streptococcus pyogenes met een MIC van 800 en een MBC van >800 μg/mL de meest resistente bacterie was in beide populaties van S. vulgaris. Dit onderzoek benadrukt het belang van S. vulgaris als een waardevolle bron van monoterpeenrijke olie met sterke antibacteriële eigenschappen, wat wijst op het potentiële gebruik ervan bij de ontwikkeling van nieuwe, natuurlijk verkregen geneesmiddelen tegen bacteriële ziekten. Iran J Microbiol.2025 feb;17(1):171-179.

zondag, december 28, 2025

Wandelen op de rug van de draak naar de witte menhir en de Grosse Roche


Grosse Roche is een enorme dolmen-achtige rots of hunebed waarvan de trapezium-achtige vorm doet denken aan het één of ander sterrenbeeld. De rots is, zoals veel klassieke dolmens, georiënteerd volgens een magnetische dolmen-lijn, namelijk Noord/Zuid. Er is een, hoogstwaarschijnlijk door mensen, uitgehouwen gang. Bovendien kun je vanaf deze gangopening de maanopkomst waarnemen die in de winter het vroegst opkomt. Honderd jaar oude archeologie-boeken zeggen dat ‘Grosse Roche’ de grootste dolmen van Europa is maar het is nu geclassificeerd als natuurmonument (en dus maakt het geen deel uit van het toeristencircuit). Wat het ook zij, het is een wondermooie krachtplek, het bezoeken waard voor wie de moeite wil doen en het ligt ook op wat ik het Drakenpad noem ofte ‘het pad van de Wyvere’, een mythisch initiatiepad, die ik momenteel aan het bestuderen ben, zie ook blog - 
hagezussen.wordpress.com
(Met een postume dank aan Druïde Renaat Dejonghe voor de info. 




Planten op de rug van de draak
En natuurlijk vonden we tussendoor ook planten, resten van planten... op de rug van de draak zuurminnende planten zoals struikheide https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/36317-heide-zijn-geschiedenis.html, bosbesstruiken https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/38825-bosbes-in-soorten.html en brem https://kruidwis.blogspot.com/2019/05/brem-in-bloei.html en ook zaadstelen en bladresten van de valse salie https://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/50661-valse-salie-vreemdeling-in-vlaanderen.html

Bloeiende struikheide kan eind augustus geplukt worden. Calluna vulgaris is een plant die in de professionele kruidengeneeskunde niet veel meer gebruikt word. Toch heeft deze plant zo zijn voordelen. Hij is makkelijk te oogsten, geeft veel opbrengst en het plukken is een vorm van snoeien, waar deze struikjes alleen maar beter van worden.

Je zou de bloeitoppen als vervanging van de zeer zeldzame berendruif kunnen gebruiken, dus bij blaasontsteking. De hele heidefamilie is rijk aan looistoffen en andere fenolische verbindingen, waarvan het meest bekende arbutine is. Naast zijn vrij nuchtere medische toepassing zijn er ook veel wonderbaarlijke verhalen in de omloop. Niet te verwonderen, de eenzame, uitgestrekte heidegebieden hebben de mensen in het verleden altijd afgeschrikt en aangetrokken. Heksen hielden er hun sabbat en dwaallichtjes, de geesten van ongedoopte, overleden kinderen doolden er rond.

Maar de heideplant was ook nuttig. De Romein Boethius beschreef hoe de jonge scheuten van de heide werden verzameld door de Kelten, die een soort bier mee maakten. Heide werd ook gebruikt voor manden en bezems, zelfs matrassen werden ermee gevuld, en volgens de Schotten zorgde het slapen op een kussen gevuld met heide voor een gezonde nachtrust. Voor zijn rustgevende werking wordt heide ook nu nog door hedendaagse heksen of herboristen gebruikt, al is het dan eerder als badextract. Slapen op houtige heide lijkt mij niet zo direct een ontspannende bezigheid.

zaterdag, december 27, 2025

Ons energetisch opladen bij Weris

Winters wandelen in Weris. Dag 1. Naast de overvloed van natuur en de vele verhalen van mensen vonden we kleine, bijna onzichtbare planten. 

Verhalen van planten. Oude notenboom, indrukwekkende lindeboom aan de kerk van Wéris, stinkende gouwe, eikvaren en dan... de verdwenen maar ook teruggevonden maretakken, waar we ritueel onze tinctuurflesjes ophangen om ze op te laden met maretakkrachten. Viscum album verum! We wandelen verder, vinden bedeguar in de hondsroos, stenen kruisen van vergaste jongelingen, stinkende ballote die er niet meer was, zaailingen van kleefkruid en ereprijs, bamboestokken van de exotische invasieve Japanse duizendknoop en... van de weg af stinkend nieskruid, bedstro en zelfs 1 moedig bloeiend maarts viooltje. En dan in de verte opduikend in het landschap ,,,,, de menhirs van Oppagne en nog verder verstopt in het landschap vinden we de dolmen van Oppagne. Al wandelend verstoppen we onszelf in de doolhof van het olifantengras om via de nieuwe, oude menhirs de dag af te sluiten met het ritueel oogsten van onze opgeladen flesjes uit de oude boom met immense maretakken. Oef, oef, oef..... energie alom!


Artikels over enkele planten die we ontmoet hebben

zondag, december 21, 2025

Arbutus unedo L. - de aardbeiboom. Een monografie.

Arbutus unedo L., de aardbeiboom, komt veel voor in het Middellandse Zeegebied. De bladeren staan ​​bekend om hun ontstekingsremmende, antidiabetische en bloeddrukverlagende eigenschappen.

Geschiedenis en etymologie van de aardbeiboom

A. unedo was al in de oudheid bekend; de Griekse filosoof en natuuronderzoeker Theophrastus (ca. 371–280 v.Chr.) noemde de aardbeiboom in zijn boek over de geschiedenis van planten onder de naam “κόμαρος” (comaros) [20] [30]. De aardbeiboom komt ook voor in de werken van de Romeinse dichters Ovidius (43 v.Chr.–17 n.Chr.), Vergilius (70–19 v.Chr.) en Horatius (65–8 v.Chr.) [30].

De huidige botanische naam A. unedo is afkomstig van Carl von Linné uit 1753, die in datzelfde jaar ook de Latijnse naam Arbutus uva-ursi (huidige naam: Arctostaphylos uva-ursi (L.) Spreng.) koos voor de berendruif; dit maakt de nauwe verwantschap tussen de twee planten duidelijk.

De geslachtsnaam “Arbutus” zou zijn samengesteld uit het Keltische woord “ar” (ruw) en “boise” (voor struik) [30]; een etymologische relatie met “arbor” of “arbustum” (Latijn voor boom of struik) is echter ook denkbaar. De soortnaam “unedo” zou teruggaan op Plinius (23-79 n.Chr.) en zijn opmerking over de vruchten “unum tantum edo” (“Ik eet er maar één”), omdat de smaak van de vruchten hem blijkbaar niet beviel [20] [30]. A. unedo is regionaal bekend onder verschillende namen, waaronder Sandbeere of Hagapfel in Duitsland, arbousier (commun) in Frankrijk, madroño in Spanje, corbezzolo in Italië en strawberry tree in Engeland [27].

Verspreiding en botanische beschrijving

Arbutus unedo L. (Ericaceae) is een meerjarige, groenblijvende struik of boom die tot 12 meter hoog kan worden en inheems is in het Europese Middellandse Zeegebied. De aardbeiboom groeit in Frankrijk, Italië, Albanië, Griekenland en het Iberisch schiereiland, maar ook in Noordoost-Afrika, de Canarische Eilanden, West-Azië en zelfs Ierland. Het is een plant die groeit in maquis-struikgewassen, aan bosranden of op rotsachtige hellingen [22]. Andere Arbutus-soorten groeien in het Middellandse Zeegebied, waaronder A. andrachne L. (Oostelijke aardbeiboom), A. canariensis L. (Canarische aardbeiboom) en A. pavarii Pamp. [27].

A. unedo is bestand tegen lage temperaturen en slechte bodemomstandigheden en regenereert snel na bosbranden. Tegenwoordig wordt A. unedo gecultiveerd [18] [34]. Aardbeibomen vertonen een hoge genetische, morfologische en fenologische variabiliteit [27] [28].

Morfologische kenmerken van Arbutus unedo

De bladeren staan ​​afwisselend, zijn enkelvoudig, eivormig-lancetvormig tot lancetvormig, donkergroen, kort gesteeld en getand met een stompe punt; het blad (5–8 cm × 3–4 cm) buigt licht naar beneden. Vooral de onderkant van de bladeren is bedekt met wasachtige uitgroeiingen, waardoor ze een leerachtig uiterlijk hebben dat doet denken aan laurierbladeren. De middennerf is prominent aanwezig aan de onderkant, soms met een roodachtige tint. De bloemen zijn klokvormig met naar achteren gebogen kroonbladen, 8–9 mm lang, wit met een groenachtige tint en geuren naar honing; ze bloeien in de herfst. De vruchten zijn bolvormige bessen, 15–20 mm in diameter (ongeveer zo groot als een kers), waarbij rijpe vruchten roodachtig-oranje of dieppaars zijn, een wratachtige textuur hebben en meerdere zaden bevatten. Het rijpen van fruit duurt twaalf maanden, zodat aan één plant zowel de rijpe vruchten als de bloemen tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn [18] [25] [27] [32] [34].

De vruchten hebben een melige smaak en worden als voedsel gegeten [28]. De bladeren van A. unedo, ook bekend als Arbuti folium of Folia Arbuti unedinis, worden al lange tijd medicinaal gebruikt in de volksgeneeskunde van het Middellandse Zeegebied, dus hieronder zal alleen het bladgeneesmiddel worden besproken.

Gebruik van A. unedo als voedsel en als volksgeneesmiddel

De rijpe vruchten van Arbutus unedo worden in het Middellandse Zeegebied gegeten, zowel rauw als verwerkt, bijvoorbeeld in jam en, na distillatie, als brandewijn of likeur (zoals "Corbezzolo" in Italië, "Koumaro" in Griekenland en "Medronho" in Portugal). De vruchten bevatten onder andere vitamine C, fenolen en vezels. In de traditionele geneeskunde worden de bladeren, vruchten, wortels en schors gebruikt voor de behandeling van urologische, gastro-intestinale, cardiovasculaire en dermatologische aandoeningen. Arbutus unedo maakt deel uit van het wapen van de stad Madrid en de stad L'Arboç (in Catalonië), evenals de provincie Ancona, wat het belang van deze plant in het Middellandse Zeegebied aantoont.

Fytochemie / Inhoudsstoffen en hun werking

Naast het hydrochinonglycoside arbutine, dat ook in berendruifbladeren voorkomt, zijn er andere arbutinederivaten geïsoleerd uit het bladextract van A. unedo. Het arbutinegehalte in de bladeren van A. unedo bedraagt ​​0,06–1,24% [9]. In alle onderzoeken werden slechts sporen van vrije hydrochinon gevonden, wat toxicologisch gezien niet onschadelijk is [9] [26] [29] [34].

In diverse onderzoeken zijn talrijke fenolische verbindingen geïdentificeerd als verdere bestanddelen. De hoeveelheden van deze verbindingen variëren aanzienlijk afhankelijk van de bodem en het klimaat, en sommige zijn nog niet volledig structureel opgehelderd [22] [31]. Het bladextract wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van hydrolyseerbare tannines (gallotannines en ellagitannines en verwante stoffen) en gecondenseerde tannines (monomeren, maar ook oligomere proanthocyanidinen). Iridoïden zijn ook structureel gekarakteriseerd als bestanddelen. 

De samenstelling van de vluchtige fractie (bijv. na stoomdestillatie) varieert afhankelijk van de auteur en de herkomst van het bladmateriaal [4] [5] [16]. Gezien de verschillende samenstellingen van de vluchtige fractie is gespeculeerd of er mogelijk verschillende chemotypen van A. unedo bestaan ​​[5], terwijl andere auteurs de verschillende resultaten toeschrijven aan het oogstmoment, de groeicyclus van de plant, de regio en de extractiemethode [4].

Traditionele en volksgeneeskundige toepassingen

Theophrastus en later Rembert Dodoens, een Vlaamse arts en botanicus (1517-1585), gebruikten de bladeren als afkooksel tegen diarree en als gorgeldrank vanwege hun samentrekkende eigenschappen [20]. De bladeren, vruchten en wortels van A. unedo (box) waren een tijdlang officieel in Frankrijk, hoewel hun medicinale gebruik in de loop der tijd grotendeels in de vergetelheid raakte [32] [34]. De geneesmiddelen uit de bladeren en wortels van A. unedo zijn echter nu opgenomen in de lijst van traditioneel gebruikte medicinale planten van het Franse Nationale Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (ANSM) [3].

Afkooksels van de bladeren worden traditioneel in de volksgeneeskunde in het Middellandse Zeegebied gebruikt vanwege hun diuretische, samentrekkende en desinfecterende werking in de urinewegen. De bladeren worden ook traditioneel gebruikt en worden nog steeds gebruikt voor de behandeling van hypertensie, diabetes mellitus, ontstekingen en diarree. Andere traditionele toepassingen van een afkooksel van de bladeren zijn onder andere reuma, hypercholesterolemie en vaginale en dermatologische klachten [15] [16] [31].

Geschiedenis van het gebruik

In Oostenrijk waren in 1917, als gevolg van de oorlog, zelfs inheemse geneesmiddelen schaars, waardoor men naar vervangende middelen zocht, waaronder berendruifbladeren. De bladeren van Arbutus unedo werden ook grondig onderzocht, vooral omdat dit geneesmiddel in november nog steeds geoogst kon worden in het zuidelijke deel van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Onderzoek door Richard Wasicky aan het Farmacognostisch Universitair Instituut in Wenen in 1917 leidde tot de ontdekking van tannines in het blad en, bijgevolg, tot een samentrekkend effect. Bovendien werd arbutine uit het blad geëxtraheerd en werd hydrochinon, een hydrolyseproduct van arbutine, aangetroffen in de urine van personen die een afkooksel van de bladeren hadden geconsumeerd. Wasicky concludeerde hieruit dat berendruifbladeren en de bladeren van A. unedo dezelfde therapeutische toepassingen zouden kunnen hebben [34]. In de daaropvolgende jaren werd er echter onder wetenschappers gedebatteerd over de vraag of A. unedo-bladeren daadwerkelijk arbutine bevatten [32].

In zijn dissertatie aan de ETH Zürich in 1944 stelde Gustav Weissflog dat er begin jaren veertig, vanwege leveringsproblemen, opnieuw naar een vervangend geneesmiddel voor berendruifbladeren werd gezocht, en dat in dit werk de bladeren van de veenbes (Vaccinium vitis-idaea) en de bladeren van Bergenia crassifolia werden gekozen omdat deze bladgeneesmiddelen een hoger gehalte aan arbutine en een lager gehalte aan tannines bevatten dan de bladeren van A. unedo [35].

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd aan de Universiteit van München verder gezocht naar een vervangend geneesmiddel voor berendruifbladeren [32]. Op basis van fytochemische onderzoeken concludeerden Thies en Šulc in 1951 dat het arbutinegehalte te laag was om als vervanging voor berendruifbladeren te kunnen worden gebruikt. Bovendien hadden de bladeren van A. unedo een hoog tanninegehalte. Het lage arbutinegehalte kon niet gemakkelijk worden gecompenseerd door de dosering te verhogen, omdat dit ook het tannine-effect zou versterken (als een ongewenste bijwerking) [33].

Talrijke publicaties, beginnend bij de toepassing in de volksgeneeskunde, behandelden de werking van extracten van A. unedo (bladgeneesmiddel), met name de antimicrobiële, antioxidatieve en ontstekingsremmende effecten, evenals de effecten op het cardiovasculaire systeem.

Effecten op de urinewegen

Antimicrobiële werking tegen uropathogene bacteriën

Bladextracten van A. unedo, bereid met verschillende extractieoplosmiddelen (n-hexaan, ethanol en water), werden getest op antimicrobiële activiteit in de agar-diffusietest. De ethanol- en n-hexaanextracten vertoonden een sterke activiteit tegen de grampositieve bacterie Staphylococcus aureus, en het ethanolextract was zeer effectief tegen een van de geteste stammen van de gramnegatieve bacterie Escherichia coli. Het ethanolextract vertoonde echter slechts een zwakke activiteit tegen een andere E. coli-stam, Staphylococcus epidermidis, en Enterobacter cloacae [17]. Sterke antibacteriële activiteit werd aangetoond in de microverdunningstest tegen klinische isolaten van Enterococcus faecalis voor zowel een waterig als een methanolisch extract van A. unedo-bladeren. Hydrochinon als afzonderlijke stof was zeer effectief tegen deze isolaten, terwijl arbutine als afzonderlijke stof niet antibacterieel was. De auteurs van de studie wijzen erop dat hydrochinon wordt gevormd uit arbutine met behulp van de eigen β-glucosidase van de bacterie, en dat de extracten daarom effectief waren tegen E. faecalis-bacteriën. Bacteriën die geen β-glucosidase bezitten (waaronder Klebsiella pneumoniae, E. coli en Pseudomonas aeruginosa) waren daarom niet gevoelig voor de twee geteste extracten [10].

Anti-urolithische effecten

Een afkooksel van A. unedo-bladeren en een ethanolisch extract werden onderzocht  op de remming van calciumoxalaatkristallisatie met behulp van veldfrequentie-infrarood (FT-IR)-metingen. Er werd vastgesteld dat de kristalvorming nauwelijks werd vertraagd, maar dat de twee fenolrijke extracten de aggregatie sterk remden [13]. In een ander in vitro-onderzoek van deze onderzoeksgroep werd het litholytische effect van A. unedo-extracten tegen calciumoxalaatstenen onderzocht gedurende een blootstellingsperiode van 8 weken, waarbij een dosisafhankelijk, matig litholytisch effect voor het heetwaterextract werd aangetoond [14]. Het moet echter worden opgemerkt dat deze in vitro-onderzoeken de complexe fysiologische omstandigheden bij mensen niet nabootsen en daarom niet geschikt zijn om een ​​litholytisch effect van het extract aan te tonen.

Antioxidante werking

Er is aangetoond dat extracten van het blad van A. unedo sterke dosisafhankelijke vrije radicalen-vangende eigenschappen bezitten in verschillende in vitro testsystemen, met name in de DPPH-test (2,2-difenyl-1-picrylhydrazyl) en de ABTS-test (2,2′-azino-di(3-ethylbenzthiazoline-6-sulfonzuur)). Remming van lipideperoxidatie is beschreven voor extracten in de β-caroteenbleektest. Bovendien werd een sterk reducerend effect vastgesteld voor extracten in de FRAP-test (Ferric Ion Reducing Antioxidant Power). Deze effecten worden toegeschreven aan de fenolische bestanddelen [4] [15] [31]. Aangezien vrije radicalen altijd betrokken zijn bij ontstekingen, zijn deze resultaten significant.

Ontstekingsremmende effecten

In menselijke borstkankercellen (MDA-MB-231-cellen) en menselijke fibroblasten bleek een waterig extract de door interferon-γ geïnduceerde activering van STAT-1 (signaaltransducer en activator van transcriptie 1) te remmen, maar ook, in mindere mate, de door TNF-α geïnduceerde NFκB-activering te verminderen. Evenzo werd de STAT-1-afhankelijke expressie van ontstekingsgenen (bijv. iNOS en ICAM-1) verminderd. STAT-1-activering is normaal gesproken goed gereguleerd, maar deregulatie kan leiden tot ontstekingsziekten [23]. In een dierstudie werd carrageen-geïnduceerde longontsteking bij mannelijke CD-muizen behandeld met een waterig extract van A. unedo-bladeren in vergelijking met een zoutoplossing. Het extract verminderde oedeem, weefselschade en weefselinfiltratie met ontstekingscellen significant in vergelijking met een placebogroep [24].

Effecten op het cardiovasculaire systeem

Vasorelaxerende effecten

De effecten van een waterig extract van A. unedo-bladeren werden onderzocht op de aorta van ratten, die vooraf was gecontraheerd met noradrenaline, en er werden vaatverwijdende effecten waargenomen; een intact endotheel was hiervoor vereist. De enkelvoudige stof catechinegallaat in het extract was zeer effectief in dit testmodel. Interessant is dat galluszuur, dat ook een bestanddeel van het extract is, als enkelvoudige stof vaatvernauwing veroorzaakte [19]. Deze resultaten werden bevestigd in een andere studie op de geïsoleerde thoracale aorta van Wistar-ratten. De flavonoïde aglyconen verhoogden de fenylefrine-geïnduceerde contractie, terwijl de flavonoïde glycosiden leidden tot een sterke relaxatie, die endotheelafhankelijk is. De auteurs van deze studie concluderen daarom dat het effect van A. unedo-bladextracten op hypertensie is bevestigd [2].

Remming van bloedplaatjesaggregatie

Een heetwaterextract van A. unedo-bladeren vertoonde een dosisafhankelijke vermindering van de door trombine geïnduceerde plaatjesaggregatie in vitro, evenals een ethylacetaat- en een diethyletherextract [7]. In een latere studie van dezelfde onderzoeksgroep bleken flavonoïden, met name de aglyconen, bijzonder effectief te zijn. De auteurs zien dit als een bevestiging van de cardiovasculaire effecten van A. unedo-bladeren [8].

Antihypertensieve effecten

Het effect van een heetwaterextract van A. unedo-bladeren werd onderzocht in een testmodel voor arteriële hypertensie veroorzaakt door L-nitro-L-argininemethylester (L-NAME) bij in totaal 40 mannelijke Wistar-ratten, verdeeld over 6 behandelingsgroepen (elk met 6-8 dieren) gedurende een periode van 4 weken. L-NAME bindt competitief aan NO-synthase, waardoor de NO-productie wordt verminderd. Toediening van L-NAME alleen leidde tot een significante stijging van de bloeddruk, evenals een significant verminderd urinevolume en een verminderde uitscheiding van natrium en kalium, terwijl toediening van het A. unedo-extract het effect van L-NAME sterk afzwakte. De auteurs concluderen daarom dat het waterige extract de ontwikkeling van hypertensie bij ratten tegengaat wanneer het lang wordt toegediend [1].

Verdere effecten

In in vitro-onderzoeken werd remming van α-amylase en α-glucosidase waargenomen, waardoor de auteurs concludeerden dat hypoglycemische effecten kunnen optreden als gevolg van verminderde koolhydraatabsorptie [31].

Toxiciteit

In verschillende in vitro-onderzoeken met menselijke lymfocyten werden geen cytotoxische effecten waargenomen voor een waterig bladextract van A. unedo, zelfs niet bij hoge doses, en werd een verwaarloosbaar genotoxisch potentieel gevonden in de micronucleustest. In vivo-onderzoeken bij ratten bevestigden de goede verdraagbaarheid van de extracten bij doses van 200 mg/kg lichaamsgewicht gedurende periodes van 14 en 28 dagen. Bij muizen werd een LD50-waarde van >1200 mg/kg lichaamsgewicht bepaald voor een waterig extract [8] [11] [12].

Literatuur

1 Afkir S, Nguelefack TB, Aziz M. et al. Arbutus unedo prevents cardiovascular and morphological alterations in L-NAME-induced hypertensive rats. Part I: Cardiovascular and renal hemodynamic effects of Arbutus unedo in L-NAME-induced hypertensive rats. J Ethnopharmacol 2008; 116: 288-295

2 Afkir S, Markaoui M, Aziz M. et al. Effect of flavonoids from Arbutus unedo leaves on rat isolated thoracic aorta. Arabian Journal of Medicinal and Aromatic Plants 2015; 1: 75-93

3 ANSM. Liste A des plantes médicinales utilisées traditionnellement. Dokument der Agence nationale de sécurité du médicament et des produits de santé; Pharmacopée française, Januar 2021, Link: ansm.sante.fr/uploads/2021/03/25/liste-a-des-plantes-medicinales-utilisees-traditionnellement-4.pdf,eingesehenam24.09.2022

4 Asmaa N, Abdelaziz G, Boulanouar B. et al. Chemical composition, antioxidant activity and mineral content of Arbutus unedo (leaves and fruits). J Micobiol Biotechnol. Food Sci 2019; 8: 1335-1339

5 Bessah R, Benyoussef E-H.. Essential oil composition of Arbutus unedo L. leaves from Algeria. Journal of Essential Oil Bearing Plants 2012; 15: 678-681

6 Davini E, Esposito P, Iavarone C, Trogolo C.. Structure and configuration of unedide, an iridoid glucoside from Arbutus unedo . Phytochemistry 1981; 20: 1583-1585

7 El Haourari M, López JJ, Mekhfi H. et al. Antiaggregant effects of Arbutus unedo extracts in human platelets. J Ethnopharmacol 2007; 113: 325-331

8 El-Haourari M, Mekhfi H.. Anti-platelet aggregation effect of extracts from Arbutus unedo leaves. Plant Science Today 2017; 4: 68-74

9 Jurica K, Karačonji IB, Šegan S. et al. Quantitative analysis of arbutin and hydroquinone in strawberry tree (Arbutus unedo L., Ericaceae) leaves by gas chromatography-mass spectrometry. Arh Hg Rada Toksikol 2015; 66: 197-202

10 Jurica K, Gobin I, Kremer D. et al. Arbutin and its metabolite hydroquinone as the main factors in the antimicrobial effect of strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves. J Herbal Medicine 2017; 8: 17-23 DOI: 10.1016/j.hermed.2017.03.006.

11 Jurica K, Karačonji IB, Mikolić A. et al. In vitro safety assessment of the strawberry tree (Arbutus unedo L.) water leaf extract and arbutin in human peripheral blood lymphocytes. Cytotechnology 2018; 70: 1261-1278

12 Jurica K, Benković V, Sikirić S. et al. The effects of strawberry tree (Arbutus unedo L.) water leaf extract and arbutin upon kidney function and primary DNA damages in renal cells of rats. Nat Prod Res 2020; 34: 2354-2357

13 Kachkoul R, Houssaini TS, El Habbani R. et al. Phytochemical screening and inhibitory activity of oxalocalcic crystallization of Arbutus unedo L. leaves. Heliyon 2018; 4: e01011 DOI: 10.1016/j.heliyon.2018.e01011.

14 Kachkoul R, Housseini TS, Mohim M. et al. Chemical compounds as well as antioxidant and litholytic activities of Arbutus unedo L. leaves against calcium oxalate stones. J Integrative Medicine 2019; 17: 430-437

15 Karačonji IB, Jurica K, Gašić U. et al. Comparative study on the phenolic fingerprint and antioxidant activity of strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves and fruits. Plants 2022; 11: 25

16 Kivcak B, Mert T, Demirci B, Baser KHC.. Composition of the essential oil of Arbutus unedo . Chem Nat Compounds 2001; 37: 445-446

17 Kivcak B, Mert T, Denizci AA.. Antimicrobial activity of Arbutus unedo L. FABAD. J Pharm Sci 2001; 26: 125-128

18 Koukos D, Meletiou-Christou M-S, Rhizopoulou S.. Leaf surface wettability and fatty acid composition of Arbutus unedo and Arbutus andrachne grown under ambient conditions in a natural macchia. Acta Botanica Gallica: Botany Letters 2015; 162: 225-232

19 Legssyer A, Mekhfi H, Bnouham M. et al. Tannins and catechin gallate mediate the vasorelaxant effect of Arbutus unedo on the rat isolated aorta. Phytother Res 2004; 18: 889-894

20 Lemery Dictionnaire universel des drogues simples. Paris: D´Houry; 1760

21 Maldini M, D´Urso G, Pagliuca G. et al. HPTLC-PCA complementary to HRMS-PCA in the case study of Arbutus unedo antioxidant phenolic profiling. Foods 2019; 8: 294

22 Malheiro R, Sá O, Pereira E. et al. Arbutus unedo L. leaves as source of phytochemcials with bioactive properties. Industrial Crops and Products 2012; 27: 473-478

23 Mariotto S, Ciampa AR, Carcereri de Prati A. et al. Aqueous extract of Arbutus unedo inhibits STAT1 activation in human breast cancer cell line MDA-MB-231 and human fibroblasts through SHP2 activation. Med Chem 2008; 4: 219-228

24 Mariotto S, Esposito E, Di Paola R. et al. Protective effect of Arbutus unedo aqueous extract in carrageenan-induced lung inflammation in mice. Pharmacol Res 2008; 57: 110-124

25 Markwirth J, Steinecke H.. Erdbeerbäume. Der Palmengarten 2018; 82: 39-46 DOI: 10.21248/palmengarten.459.

26 Martins J, Batista T, Pinto G, Canhoto J.. Seasonal variation of phenolic compounds in strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves and inhibitory potential on Phytophthora cinnamomi . Trees 2021; 35: 1571-1586 DOI: 10.1007/s00468-021-02137-4.

27 Miguel MG, Faleiro ML, Guerreiro AC, Antunes MD.. Arbutus unedo L: Chemical and biological properties. Molecules 2014; 19: 15799-15823

28 Morgado S, Morgado M, Plácido AI. et al. Arbutus unedo L.: From traditional medicine to potential uses in modern pharmacotherapy. J Ethnopharmacol 2018; 225: 90-102

29 Pavlović DR, Branković S, Kovačević N. et al. Comparative study of spasmolytic properties, antioxidant activity and phenolic content of Arbutus unedo from Montenegro and Greece. Phytother Res 2011; 25: 749-754

30 Poiret JLM.. Histoire philosophique, littéraire, économique des plantes de l’Europe. Band 5. Paris: Ladrange et Verdiére; 1827

31 Tenuta MC, Deguin B, Loizzo MR. et al. Contribution of flavonoids and iridoids to the hypoglycaemic, antioxidant, and nitric oxide (NO) inhibitory activities of Arbutus unedo L. Antioxidants 2020; 9: 184

32 Thies H, Šulc D.. Beiträge zur Kenntnis von Arbutus unedo L. 1. Mitteilung: Der Nachweis von Arbutin in Erdbeerbaumblättern. Pharmazie 1950; 5: 553-555

33 Thies H, Šulc D.. Beiträge zur Kenntnis von Arbutus unedo L. 2. Mitteilung: Über die quantitative Bestimmung von Arbutin und Gerbstoffen in Erdbeerbaumblättern. Pharmazie 1951; 6: 169-172

34 Wasicky R.. Der gegenwärtige Drogenmangel und über Arbutus unedo als Ersatz für Folia uva ursi. Zeitschrift des Allgem. Österr. Apotheker-Vereines 1917; 55: 343-345

35 Weisflog G.. Untersuchungen über einige arbutinhaltige Arzneidrogenpräparate [Dissertation]. Zürich: ETH; 1944