maandag, juli 13, 2026

De tuin als huisapotheek: Rode en andere zonnehoeden

Rode zonnehoed, een mooie vaste plant, die nu in alle tuincentra aangeboden wordt, leidde al langer een ander leven en wel als gezondheidsdrank, kruidentablet en lipstick in herboristerie en apotheek. Planten leiden ook zonder de mens een eigen leven. Tot dat ze, ontdekt worden, een naam krijgen, ingedeeld, geproefd, geprobeerd, vermeerderd, geanalyseerd en soms uitgeroeid worden. In een ‘zwak’ moment denk ik wel eens: moeten we al die planten niet hun eigen leven laten leiden? Maar, kunnen wij wel zonder hen en kunnen zij wel zonder ons?

Rode zonnehoed is zo een plant, waar wij het lang zonder hebben gedaan. En die nu als gezondheidsplant bijna onvervangbaar lijkt. Omdat het een Noord-Amerikaanse plant is, kon hij hier in Europa natuurlijk ook niet bekend zijn en dus niet gebruikt worden. Bij de Indiaanse volkeren heeft hij reeds eeuwenlang een grote reputatie. Plantenresten in graven van de Lakota Sioux dateren al van 1600. Vooral tussen 1845 en 1930 werd hij door de bekende Eccletic docters King en Loyd met succes gebruikt, in die periode werden de planten door Dr. Meyer naar Europa gebracht en bij de firma Madaus verder onderzocht. Bekend en gepopulariseerd werd hij vooral door de Zwitserse natuurgeneeskundige Vogel en de firma Biohorma.

Botanisch

De Rode zonnehoed hoort bij de grote familie van de Samengesteldbloemigen, vroeger werd hij Rudbeckia genoemd, om rond 1800 de naam Echinacea te krijgen. De Indianen noemden hem Snakeroot, omdat hij tegen slangenbeten gebruikt werd.

Volgens McGregor bestaan er 9 soorten, waarvan de bekendsten en meest gebruikten Echinacea purpurea, E. angustifolia en E. pallida zijn. Het zijn allemaal bossige vaste planten, die op de Amerikaanse prairies groeien, maar gelukkig in Europa ook goed te telen zijn. Vooral de Echinacea purpurea is een gemakkelijke 1m hoge zomerbloeier, die zowel door zaaien als door scheuren vermeerderd kan worden. Hij past prachtig in een klassieke paars-roze border bijvoorbeeld in het gezelschap van de zwarte Stokroos, Kaasjeskruiden, de rose Lavatera, Zeeuwse knoopjes, de merkwaardige Vuurwerkplant en de inheemse Donkere ooievaarsbek. Een zomerse bloemenborder om je vingers bij af te likken!

Goed onderzocht en veel gebruikt

Eindelijk een plant waarbij de dagelijkse gebruikservaringen bevestigd worden door het vele wetenschappelijk onderzoek. Al in de jaren 20 werd in Duitsland door dr. Madaus de invloed van Rode zonnehoed op ontstoken wonden onderzocht. Sindsdien zijn er meer dan 400 wetenschappelijke artikels gepubliceerd over de scheikundige samenstelling en het klinisch gebruik van verschillende Echinaceasoorten.

De plant wordt vooral gebruikt om de weerstand te verhogen, het immuunsysteem te versterken bij allerlei infectieziekten. Vooral voor de luchtwegen, dus bij verkoudheid, griep, en bronchiale aandoeningen is hij goed te gebruiken. Daarnaast ook bij blaasontsteking samen met Solidago en Kaasjeskruid en bij huidinfecties samen met Goudsbloem en Echte kamille.

Mensen met een verlaagde weerstand, bijvoorbeeld na ziekte of na het leveren van zware inspanningen, kunnen gedurende 1 week tot 10 dagen, 3 maal daags 30 druppels moedertinctuur gebruiken. Langer hoeft niet! Uit onderzoek is gebleken dat Echinacea tijdelijk o.a. een impuls geeft aan de witte bloedcellen, een effect dat na 1 week al kan verdwijnen. Als je het langer nodig hebt, kun je het beter om en om, 1 week wel en 1 week niet gebruiken. En op die wijze doorgaan zolang je dat nodig vindt.

Huidmiddelen in onze apotheektuin

Goudsbloem, Echte kamille, Sint-janskruid en Rode zonnehoed vormen in onze kruidige siertuin samen de grote vier voor eerste hulp. Een combinatie van Sint-janskruid en Echinacea is vooral geschikt bij virusinfecties zoals lippenblaasjes en gordelroos, Goudsbloem en Rode zonnehoed zijn dan weer goed om allerlei wonden te ontsmetten. Tegen slangenbeten en zadelpijn waarvoor hij door de Indianen gebruikt werd, hebben wij deze plant niet meer nodig, maar andere huidproblemen zijn er des te meer en daar kan de Zonnehoed volop voor gebruikt worden.

Een alfabetische opsomming van die huidproblemen ziet er als volgt uitzien: acné, abces, brandwonden, doorligwonden, eczeem, gordelroos, insektensteken, lippenblaasjes (herpes) nagelriemontsteking, psoriasis, schimmelinfecties, spataderzweren en wonden. Een hele waslijst, maar voor veel van deze kwalen zijn er wetenschappelijke onderzoeken verricht of zijn er serieuze praktijkervaringen bekend, die de efficiëntie van Echinacea bevestigen.

Hoe efficiënt te gebruiken?

Weten waar kruiden echt goed voor zijn is belangrijk, weten hoe ze verwerkt en gebruikt moeten worden is even noodzakelijk. Wanneer en welk deel van de plant moet geoogst worden? Kan het vers of gedroogd? Zullen we ze zo opeten of maken we er thee of tinctuur van? Hoelang moeten of mogen we die plant gebruiken?

Al deze vragen zijn niet zomaar te beantwoorden. Bij de Zonnehoed lijkt het verse gebruik het meest efficiënt te zijn. Dat betekent dat we het blad, de bloem of de wortel zo kunnen opeten, maar praktischer is het om de verse plant te verwerken tot tinctuur. Een eenvoudige tinctuur maken kan door 50gr blad en bloem te laten trekken in 250 cc alcohol van 30 tot 70 % (gewichtsverhouding 1:5), regelmatig schudden en na 14 dagen uitzeven.

Een alcoholisch aftreksel maken is dus gemakkelijk, maar toch ook moeilijk. Want, moeten we het vochtgehalte van de verse planten niet meten? Welke alcohol moeten we gebruiken? Hoe is de verhouding tussen plant en alcohol? Met andere woorden, hoe geconcentreerd is zo een tinctuur en hoeveel druppels kunnen we daarvan gebruiken?

Niet voor niks zijn er boeken van 1000 bladzijden geschreven alleen maar over het verwerken van kruiden. Een van die boeken is het HAB, het Homöopathisches Arzneibuch, waar voor elke plant exact beschreven wordt hoe de tinctuur gemaakt moet worden.

Voor ons doe-het-zelvers zijn al die berekeningen praktisch gezien niet uitvoerbaar. Maak het dus maar op de eenvoudige manier, maar besef wel dat we het zo nauwkeurig mogelijk moeten doen en dat de kwaliteit van zelfgemaakte preparaten zeer wisselend kan zijn. Soms erg goed en soms zeer slecht! Kennis en ervaring is daarom erg belangrijk.

Duizend en een stoffen

Alle planten bevatten een oneindige hoeveelheid stoffen, die in de eerste plaats bedoeld zijn om de plant zelf overeind en in leven te houden. De ‘slimme’ mens heeft geleerd om al die ingrediënten als voedsel en als medicijn te gebruiken. De voedingsstoffen noemen we vitamines, mineralen, eiwitten en zo verder, de geneesstoffen met een specifieke fysiologische werking zijn bijvoorbeeld looistoffen met een samentrekkende werking, slijmstoffen met een verzachtend effect op de geïrriteerde huid en de slijmvliezen, etherische olie met een ontsmettende werking.

In de Rode zonnehoed zijn het een aantal polysacchariden en alkylamiden die zorgen voor de stimulering van het immuunsysteem. Alkylamiden kunnen een licht prikkelend en verdovend effect op de tong veroorzaken. Deze ‘tingling sensation’ werd door de Indianen gebruikt om de kwaliteit van de plant te beoordelen. Als herborist vind ik dit wel interessant omdat we zo moeilijke stoffen door het gebruik van onze zintuigen gemakkelijker kunnen begrijpen. Ons lichaam werkt als wetenschappelijk detectie-instrument. Rode zonnehoed, tintelt of tintelt hij niet?

Literatuur

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/echinacea-species

maandag, juli 06, 2026

Betoverende teunisbloemen

Wanneer de zon in de zomermaanden ondergaat en veel planten in rust gaan, verschijnt de teunisbloem in volle glorie. De heldergele fluoriserende bloemen openen zich geruisloos in de schemering – een fascinerend schouwspel dat talloze nachtvlinders aantrekt.

De gewone teunisbloem (Oenothera biennis) is echter veel meer dan alleen een mooie bloeiende plant langs de weg: het is een medicinale plant die op overtuigende wijze traditioneel gebruik combineert met moderne wetenschap, en zelfs culinaire verrassingen biedt. 

Gasten uit Amerika

De gewone teunisbloem (Oenothera biennis) arriveerde aan het begin van de 17e eeuw als sierplant in Europa. Tegenwoordig is deze plant, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, verwilderd in grote delen van Europa en komt hij veelvuldig voor langs wegen, taluds en braakliggende gronden. Tientallen andere teunisbloemsoorten hebben zich hier inmiddels ook gevestigd. Een voorbeeld hiervan is de roodzadige teunisbloem (Oenothera glazioviana) met zijn zeer grote bloemen. Soorten met kleine bloemen, zoals de kleinbloemige teunisbloem (Oenothera parviflora) of de roodstelige teunisbloem (Oenothera rubricaulis), worden ook vaak aangetroffen. Maar maak je geen zorgen: uiteindelijk is het niet belangrijk om ze precies van elkaar te onderscheiden, want ze zijn allemaal even nuttig.

Botanisch gezien is de teunisbloem een ​​tweejarige plant: in het eerste jaar vormt ze een rozet van bladeren dicht bij de grond; in het tweede jaar komt de rechtopstaande bloemstengel tevoorschijn, die tot 180 cm hoog kan worden. Van juni tot september openen zich elke avond nieuwe bloemen die een subtiel zoete geur verspreiden. Na de bevruchting ontwikkelen zich talrijke langwerpige zaadkapsels, die elk 200-300 kleine zaadjes bevatten. Uit deze zaden wordt de waardevolle teunisbloemolie gewonnen.

Traditionele toepassingen

Voor veel inheemse volkeren van Noord-Amerika was de teunisbloem een ​​veelzijdige en nuttige plant. Verschillende stammen, zoals de Cherokee en de Ojibwa, gebruikten delen van de plant zowel als voedsel als medicijn. De Cherokee aten jonge bladeren als groente en kookten de wortels zoals aardappelen. Sommige stammen gebruikten ook de zaden als voedsel. De Ojibwa legden een kompres van de plant op blauwe plekken. Andere stammen gebruikten de teunisbloem tegen hoest (bloemen), menstruatiekrampen (zaden) of huidaandoeningen (zaden).

Zelfs in Europa ontdekten we al snel, na de komst en verspreiding van de uitheemse plant, dat de wortels, bladeren en bloemen eetbaar waren.Vooral de wortel werd als voedzaam en vullend beschouwd. De nieuwe groente werd vervolgens "hamwortel" of "rapontika" genoemd. De naam "hamwortel" komt van de roodachtige kleur van de raapachtige penwortel, die aan ham deed denken.

Ingrediënten en farmacologische effecten

Teunisbloem werd pas in de 20e eeuw bekend om haar geneeskrachtige eigenschappen, toen het waardevolle gamma-linoleenzuur (GLA) werd ontdekt in de oliehoudende zaden. Sindsdien is de vette olie die uit de zaden (Oenotherae oleum) wordt gewonnen het farmacologisch relevante bestanddeel van de teunisbloem. Teunisbloemolie bevat bijzonder hoge concentraties linolzuur (65-80%) en 8-14% van het zeldzame gamma-linoleenzuur (GLA), beide essentiële omega-6-vetzuren. GLA is opmerkelijk omdat het in het lichaam wordt omgezet in hormoonachtige prostaglandinen, die ontstekingsremmende, vaatverwijdende en immuunmodulerende effecten kunnen hebben. Ze verlagen ook het cholesterolgehalte en de bloeddruk. Daarom wordt teunisbloemolie in de rationele fytotherapie zowel uitwendig als inwendig gebruikt bij neurodermatitis, om jeuk en een droge huid te verlichten (HMPC-monografie).

De moderne fytotherapie heeft de toepassingen van teunisbloemolie aanzienlijk uitgebreid: inwendig voor premenstrueel syndroom (PMS) en menopauzale symptomen, voor een hoog cholesterolgehalte en hoge bloeddruk, voor acne en psoriasis, en voor reumatoïde artritis. In tegenstelling tot veel synthetische ontstekingsremmers blokkeert teunisbloemolie niet, maar reguleert het juist – een aspect dat de goede verdraagbaarheid verklaart, maar ook geduld vereist, aangezien de effecten vaak pas na 4-12 weken merkbaar worden. De kracht ervan ligt dus niet in een spectaculair direct effect, maar in een geleidelijke regulering – een principe dat goed aansluit bij de moderne fytotherapie.

Wortel van een teunisbloem

De wortel van de teunisbloem kan op dezelfde manier als andere wortelgroenten worden bereid. Hij moet echter wel in de herfst of winter worden geoogst.Naast de medicinale toepassingen is de teunisbloem een ​​eetbare wilde plant met interessante culinaire mogelijkheden. De vlezige penwortels van deze tweejarige plant worden in de herfst en winter opgegraven wanneer ze nog jong en mals zijn. Ze kunnen op dezelfde manier als andere wortelgroenten worden bereid.

De smaak van de wortel van de teunisbloem doet enigszins denken aan schorseneer. Wie echter de wortel van een zomerbloeiende teunisbloem probeert, zal teleurgesteld zijn, want die is taai en houtachtig. De wortel wordt al in het voorjaar oneetbaar, wanneer er nieuwe scheuten uit het bladrozet tevoorschijn komen.

Zolang de teunisbloem zich nog in het rozetstadium bevindt, zijn de jonge blaadjes eetbaar. Hun smaak doet denken aan snijbiet. Tijdens de bloeiperiode in de zomer kunnen de lichtzoete bloemen en knoppen gegeten worden. Ze vormen een prachtige, kleurrijke toevoeging aan verse salades of als garnering. De kleine zaadjes zijn ook voedzaam – ze kunnen gebruikt worden als topping of in muesli en energierepen.

De teunisbloem is meer dan alleen een mooie verschijning in de schemering. Als medicinale plant combineert ze traditioneel gebruik met modern onderzoek en laat ze zien hoe kruidenremedies op zinvolle wijze kunnen worden geïntegreerd in holistische therapieën. Ze toont ook de culinaire rijkdom van eetbare wilde planten. De teunisbloem verdient dan ook een plek in de zon, ook al bloeit ze het liefst in de schemering.

Literatuur

donderdag, juli 02, 2026

Kruidenstage in de Drome en we vinden de berendruif.

En tijdens de klim in de flanken van de Vercors vinden we de berendruif. Herboristen altijd blij met het vinden van een onnozel plantje. Dat het in het verleden en ook nu nog medicinaal waardevol kan zijn is meegenomen. Wij genieten nu vooral van het ontmoeten, het eens zien, het aanraken hier in zijn natuurlijke omgeving in de flanken van de Vercors. Gewoon planten ontmoeten is voor mij genoeg geneeskracht op zich. En planten ontmoeten is vandaag wel aan de orde..... Het begon met de stoere bitterstofplant gele gentiaan, verder vinden we het reeds uitgebloeide groot vingerhoedskruid, het longkruid met gevlekt blad, het zeldzame zich verstoppende bijenblad Mellitis melissophyllum, leverbloempjes en nog veel meer.

Maar terug naar de berendruif. 

De berendruif heeft verschillende verwante soorten in de Ericaceae-familie, met name de cranberry, die ook gebruikt wordt bij de behandeling van blaasontsteking. Hetzelfde geldt voor de bekende bosbes. De botanische naam, "arctostaphylos", betekent "berendruif" in het Grieks. In het Latijn heeft "uva-ursi" dezelfde betekenis. Beren zouden grote hoeveelheden van deze plant gegeten hebben. De bladeren van de berendruif (Uvae ursi folium) bevatten onder andere 5-12% arbutine en 10-15% tannines. Arbutine wordt in de lever omgezet tot het bacterieremmende hydrochinon, dat vervolgens via de nieren wordt uitgescheiden. Bacteriën in de urine scheiden het hydrochinon weer af via een enzymatisch proces, ongeacht de pH-waarde van de urine. Contra-indicaties zijn onder andere zwangerschap (vanwege het potentieel om de bevalling op te wekken), borstvoeding. Bijwerkingen zijn onder andere maagklachten bij patiënten met een gevoelige maag. 

Berendruifbladthee

Om de thee te bereiden, meng je de dagelijkse dosis (10 g) met 4-6 kopjes koud water, laat je het 6-12 uur (een nacht) trekken, zeef je het, breng je het eenmaal aan de kook en drink je er gedurende de dag 4-6 kopjes van. Door het eerste koud aftreksel komen er minder maagirriterende tannines in de thee terecht.

De klassieke toepassing van berenduif is dus duidelijk blaasontsteking maar uit hedendaags wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het bladextract van Arctostaphylos uva-ursi een natuurlijk product zou kunnen zijn om de virulentie van C. acnes tegen te gaan, en daarmee een nieuwe therapeutische optie voor de behandeling van acne vulgaris zou kunnen zijn.

Literatuur

In vitro antibacteriële en ontstekingsremmende activiteit van Arctostaphylos uva-ursi bladextract tegen Cutibacterium acnes.Pharmaceutics 2022 , 14 (9), 1952; https://doi.org/10.3390/pharmaceutics14091952

Op ontdekking tijdens onze kruidenstage. Het bijenblad.

Verstopt onder het geurende groen in de flanken van de Vercors vinden we het zeldzame bijenblad. Melittis melissophyllum werd al in de oudheid gebruikt door de Grieken en Romeinen als geneeskrachtige plant. De naam 'Melittis' verwijst naar de Griekse godin van de honingbijen. In de middeleeuwen werd de plant gebruikt bij de behandeling van hoest, verkoudheid en maagklachten. Ook werd het gebruikt als aromatische toevoeging aan wijn en bier. 

Melittis melissophyllum L. (Lamiaceae) is een meerjarige plant die voorkomt in bosrijke en schaduwrijke gebieden in Midden- en Zuid-Europa. De soort bevat een breed scala aan chemische verbindingen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende geneeskrachtige eigenschappen die in de traditionele geneeskunde worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld als krampstillend, spijsverteringsbevorderend en kalmerend middel. Er zijn verschillende studies uitgevoerd naar de chemische verbindingen van M. melissophyllum , flavonoïden, fenolzuren, polysacchariden, essentiële oliecomponenten en iridoïden werden in de plant gevonden. Onlangs hebben Venditti en Frezza de iridoïde fractie van M. melissophyllum subsp. melissophyllum opnieuw onderzocht en daarbij één nieuwe verbinding voor deze soort geïsoleerd en geïdentificeerd: allobetonicoside, naast de vijf reeds bekende verbindingen: harpagide, 8- O -acetyl-harpagide, melittoside, monomelittoside en ajugoside.

De soort M. melissophyllum omvat drie ondersoorten (subsp. albida (Guss.) PW Ball; subsp. carpatica (Klokov) PW Ball; subsp. melissophyllum L. ) , die verschillen in enkele morfologische kenmerken en verspreidingsgebied. M. melissophyllum subsp. melissophyllum groeit onder andere in Polen. Italiaanse onderzoekers hebben ontdekt dat subsp. melissophyllum en subsp. albida verschillen in de chemische samenstelling van de etherische olie en de iridoïdefractie. M. melissophyllum subsp. albida bevat , naast harpagide, 8- O -acetyl-harpagide, melittoside en allobetonicoside , ook iridoïden zoals virginioside en geniposidic acid, die onbekend zijn voor subsp. melissophyllum.

En nog meer bewondering en verwondering overvalt me want zowel waterige als alcoholische extracten van M. melissophyllum hebben een significant therapeutisch potentieel bij de behandeling van verschillende soorten oppervlakkige wonden. Topische toepassing van deze extracten bleek ontstekingen te verlichten, de celproliferatie te verhogen, de collageensynthese op de wondplaats te bevorderen en te resulteren in een snellere wondsluiting, zoals aangetoond in een onderzoek met geïnduceerde brandwonden bij knaagdieren en diabetische wonden. Deze eigenschappen suggereren dat het potentieel nuttig kan zijn als geneesmiddel voor de behandeling van diabetische voetulcera, doorligwonden, brandwonden en andere problematische huidaandoeningen.

Literatuur

  • Skrzypczak-Pietraszek E, Hensel A. Polysachariden van Melittis melissophyllum L. kruid en teelt. Farmacie. 2000; 55 (10): 768–71. [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Maggi F, Martonfi P, Conti F, Cristalli G, Papa F, Sagratini G, et al. Vluchtige componenten van de gehele plant en verschillende plantendelen van de bastaardbalsem ( Melittis melissophyllum L., Lamiaceae) verzameld in Midden-Italië en Slowakije. Chem Biodivers. 2011; 8(11): 2057–79. 10.1002/cbdv.201000365 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Guiso M, Panizzi L. Iridoïden.1. Harpagide-acetaat van Melittis melissophyllum . Tetraëder Lett. 1965; (39): 3439–43. [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Esposito P. Iridoidi (III): structuur en configuratie van de melittoside. Gazz Chim Ital. 1967; 97: 211–8. [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Esposito P. Iridoidi (IV): monomelittoside. La Ricerca Scientifica. 1967; 37: 840–5. [ Google Scholar ]
  • Venditti A, Frezza C, Guarcini L, Maggi F, Bianco A, Serafini M. Herbeoordeling van Melittis melissophyllum L. subsp melissophyllum iridoidische fractie. Nat Prod Res. 2016; 30(2): 218–22. 10.1080/14786419.2015.1040792 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Maggi F, Conti F, Cristalli G, Giuliani C, Papa F, Sagratini G, et al. Chemische verschillen in vluchtige stoffen tussen Melittis melissophyllum L. subsp. melissophyllum en subsp. albida (Guss) PW Ball (Lamiaceae) bepaald door middel van vaste-fase micro-extractie (SPME) gekoppeld aan GC/FID en GC/MS. Chem Biodivers. 2011; 8(2): 325–43. 10.1002/cbdv.201000262 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Venditti A, Frezza C, Caretti F, Gentili A, Serafini M, Bianco A. Bestanddelen van Melittis melissophyllum subsp albida . Nat Prod Commun. 2016; 11 (11): 1631–4. [ PubMed ] [ Google Scholar ]