dinsdag, oktober 06, 2015

Afrikaantjesverhalen

Tagetes lucida
Tagetes minuta
Afrikaantjes, Stinkertjes......ouderwetsere planten bestaan er niet. Als 'alternatieve, moderne' zeventigjarige heb ik dus jaren niks willen weten van zo'n lelijke bourgeoisbloemen als deze stinkers. Het was de geur uit de tuin van mijn ouders, uit de tuin van mijn tantes, uit de tuin van al de buren van lang geleden. Een vreemde geur die nu pas betekenis krijgt, de geur van mijn geboortedorp Hauthem, geur die herinnering oproept aan het avontuur van kind zijn.

Van de stijve, stoere roestbruine Tagetessoorten hou ik nog steeds niet, maar de andere leden van de familie kunnen mij nu wel bekoren. Vooral toen ik ontdekte dat er ook fijnzinnige familieleden tussen zitten, soorten met kleine sierlijke oranje of gele bloemen maar ook metershoge wilde exemplaren. En helemaal overtuigd was ik na kennismaking met hun geneeskrachtige en licht hallucinogene werking, kwaliteiten waar zelfs de oude Azteken op verzot waren.

Neem nu de Tagetes minuta, volop groeiend in onze Bretoense tuin. Het is een afrikaantjessoort, uit Zuid- en Midden-Amerika, die geteeld wordt om zijn etherische olie en om zijn aromatische bladeren en bloemen. Hij wordt Hucatay genoemd.
Het is een eenjarig kruid, lid van de Composietenfamilie (Asteraceae) , met glanzende, lichtgroene bladeren. De bladranden zijn licht gezaagd. De onderkant van het blad is voorzien van een aantal meercellige kliertjes, punctata genoemd, die een drop-anijsaroma afgeven wanneer je ver het blad wrijft. Deze oranjekleurige kliertjes bevinden zich ook op de stengels en de schutbladeren van de lichtgele , weinig opvallende bloemen.
De smaak van hucatay is nogal bijzonder, je proeft dragon en basilicum, maar zeker ook munt en koriander.
Zaden Tagetes
De bladeren worden als keukenkruid gebruikt, bijvoorbeeld als vuling voor wild. Bekend is de Salsa huacatay, eigenlijk meer een pesto, gemaakt met huacatay en zachte schapenkaas. Deze saus wordt onder meer gebruikt in een aardappelgerecht dat ocopa heet, en een specialiteit is van Arequipa in het uiterste zuiden van Peru (ocopa arequipeña).

Maar Tagetes minuta is ook een efficiënt bestrijdingsmiddel tegen grondaaltjes en medicinaal goed voor luchtwegen en spijsvertering ' a decoction made by steeping a "double handful" of the dried plant in boiling water for 3 to 5 minutes is used as a remedy for the common cold; including upper and lower respiratory tract inflammations, and for digestive system complaints; stomach upset, diarrhea, and "liver" ailments. The decoction is consumed warm, and may be sweetened to individual taste (Neher 1968; Parodi 1959; Cavanilles 1802).

Ook  Dodonaeus kende al de Afrikaantjes, over de naamgeving schrijft hij 'De Brabanders en de Vlamingen noemen deze bloemen gewoonlijk Tunisbloemen. Men noemt ze tegenwoordig op het Latijn Flos Africanus en Flos Tunetensis, dat is bloem van Afrika of bloem van Tunis’.
Na de succesvolle veldtocht van Karel de V. tegen de Moorse vesting in Tunis in 1596 werd het Flos Africanus genoemd. In Engeland dacht men dat het plantje daar vandaan kwam. Zo werd het Africanus Flos, Africaanse bloem of Tunis bloem. Het afrikaantje, Duitse Afrikane- of Tuneserblume, Studentenblume, Sammetblume, Samtblumen, Franse fleur africaine, fleur de Tunis en Tagete rose d'Inde, Engelse African marigold en Turkey gilliflower. En de wetenschappelijke naamTagetes zou geinspireerd zijn op de Etruskische godin Tages, die de kunst van waarzeggerij kende. Niet mis voor een plantje uit de oude doos.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/tagetes-afrikaantjes

donderdag, oktober 01, 2015

Moesdistel

Onze Bretoense groententuin
Een zeer oude bekende voor mij, deze moesdistel. Een zachtere, minder prikkerige variant van onze akkerdistel. Vroeger, zeer lang geleden, toen mijn haar en baard nog pikzwart was en ik als milieuridder met mijn Baarlese vrienden op zondagmorgen vroeg langs het Merkske wandelden, kwam ik veel moesdistels tegen. Ook nu is de plant niet echt zeldzaam en heb ik een stevig exemplaar gewoon in de groententuin staan. De jongere bladeren kunnen in het voorjaar gestoofd gegeten worden maar ook in het najaar, als de bloeitakken verwijderd zijn, is het blad eetbaar. Je kan de bladeren, net zoals asperges of kardoen,  afdekken om zo'n krokantere variant te verkrijgen.


Het is verwonderlijk dat zo veel voorkomende planten als de distels, zo weinig gebruikt geweest zijn. Zou het zijn omdat we zo'n hekel hebben aan die prikkerige planten? Maar wat doen we dan met brandnetel? Of zouden deze distels geen gebruikswaarde hebben? Ook dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. Er zijn wel degelijk andere distels medicinaal veel gebruikt. Ik denk dan vooral aan de gezegende distel en recenter Mariadistel. Hoe zit dat met de moesdistel?


Moesdistel is een vaste plant met bleekgele bloemhoofdjes die omhuld zijn door geelgroene schutbladen. Deze omhulling doet een beetje aan groenten als sla en kool denken. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom deze plant de naam moesdistel draagt en men de plant ook is gaan eten. Een andere vorm van signatuurleer.  De Nederlandse naam ‘moesdistel’ en het Duitse ‘Kohldistel’ wijzen op het vroegere culinaire gebruik van deze plant: de jonge bladeren en de stengels werden en worden onder andere verwerkt in groentesoepen en hutsepotten.

In onze Bretoense kruidenliteratuur wordt vermeld dat niet alleen het blad, maar ook de jonge wortels en de bloemknoppen eetbaar zijn. Le Cirse maraîcher est une plante sauvage comestible riche en acides aminés, en minéraux et en vitamines. On consomme sa racine crue ou cuite mais il faut la récolter avant la floraison. Les jeunes feuilles peuvent être utilisées en salades et les inflorescences, débarrassées de leurs piquants, se consomment comme les artichauts. Maar.... de bloemknoppen eten als artisjok was mij toch te pluizig.

Moesdistel komt voor in Midden- en Oost-Europa en West-Siberië. In Nederland is de plant vrij zeldzaam, je kunt haar alleen in Zuid-Limburg en Noord-Brabant tegenkomen. In België is ze vrij algemeen in het zuidelijke deel van de Ardennen en in Brabant. Je vindt Moesdistel aan waterkanten, in broekbossen en op verstoorde plekken. De plant groeit goed op kalkhoudende, natte, voedselrijke gronden van klei, leem en zand. Telen als groente is goed mogelijk, je kan zaaien of oudere planten scheuren.

Een receptje: Aardappel-moesdistelpuree
Aardappelen samen met jong moesdistelblad en eventueel snijbiet, spinaziezuring en brandnetelblad gaar koken, afgieten, een klontje boter, wat melk, peper, nootmuskaat en zout toevoegen en alles met een vork fijn maken.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/41008-distels-en-doornen.html

zaterdag, september 26, 2015

Dahlia dahlia dahlia

Dahlia's zijn niet direct mijn lievelingsplanten maar de kleine pompombloemen die nu verwilderd langs de boerderijruine naast ons Bretoense huis bloeien, kunnen mij wel bekoren. Hoe zij elk jaar weer stralend opboksen tegen grassen, teunisbloemen en wilde asters spreekt mij wel aan. Als ik dan ontdek dat de knollen ook nog eetbaar zijn en de bloemen kleurstoffen bevatten, begin ik ook deze protserige bloemen te bewonderen.

Dahliaknollen bevatten net zoals paardenbloem, cichorei en aardpeer veel inuline. Mrs Grieve 1931 beschreef het proces om er inuline uit te winnen. Iets om eens te proberen?
The Inulin obtained in Dandelion and Chicory is also present in Dahlia tubers under the name of Dahlin. After undergoing a special treatment, Dahlia tubers and Chicory will yield the pure Laevulose that is sometimes called Atlanta Starch or Diabetic Sugar, which is frequently prescribed for diabetic and consumptive patients, and has been given to children in cases of wasting illness.
There was a very considerable business done in this product before the War by certain German firms. In a paper read at the Second International Congress of the Sugar Industry, held at Paris in 1908, it was stated that pure Laevulose is preferably made by the inversion of Inulin with dilute acids, and that the older process of preparation from invert sugar or molasses does not yield a pure product. The first step in the technical production of Laevulose is in the preparation of Inulin, and Dahlia tubers or Chicory root, which contain 6 to 12 per cent of Inulin are the most suitable material. Chicory root can readily be obtained in quantity, and Dahlia plants, if cultivated for the purpose, should yield in a few years a plentiful supply of cheap raw material.

For extraction of the Inulin, the roots or tubers are sliced, treated with milk of lime and steamed. The juice is then expressed and clarified by subsidence and filtration, the clear liquid being run into a revolving cooler until flakes are produced. These flakes are separated by a centrifugal machine, washed and decolorized, and the thus purified product finally treated with diluted acid, and so converted into Laevulose. This solution of Laevulose is neutralized and evaporated to a syrup in a vacuum pan.

Laevulose can be produced in this manner from Chicory roots and Dahlia tubers at an enormous reduction of price from the older methods of preparing it from molasses or sugar, the resultant product being moreover of absolute purity. Its sweet and pleasant taste are likely to make it used not only for diabetic patients, but also in making confectionery and for retarding crystallization of sugar products. It can also readily be utilized in the brewing and mineral water industries.

The research staff of one of the Scottish Universities during the War developed a process of extracting a valuable and much needed drug for the Army from Dahlia tubers, and was using as much material for the purpose as could be spared by growers.


En brood of koekjes bakken: Dahlia Bread (Dahlia pinnata)
The tubers should be just dug so there’s not a thick skin on them. Washed well. Peeling is optional.

Preheat oven to 200°
3 eggs
1 cup oil
2 cups sugar
2 cups grated Dahlia tuber
2 tsp vanilla
3 cups flour
1 tsp salt
1/4 tsp. baking powder
1 tsp. soda
2+ tsp cinnamon

Beat eggs until light and foamy. Add oil, sugar, grated dahlia tuber and vanilla. Mix lightly but well. Sift dry ingredents together. Add to wet ingred. Mix only until blended. Put into greased loaf pans. Bake in 200° oven for 1 hour.

http://www.eattheweeds.com/dahlia-pinnata/






zaterdag, september 19, 2015

Klimop

Er zijn zo van die planten die er altijd zijn en daardoor juist niét opvallen. Klimop bijvoorbeeld. Overdadig aanwezig in onze Bretoense bostuin als grondbedekker, hoog klimmend in de populieren of besvormend op oude muren. En toch heb ik nog weinig geneeskrachtig nagedacht of geschreven over deze plant. Het komt vooral omdat de plant licht giftig is en bij gebruik dus goed gedoseerd moeten worden. Toch wordt het blad in de professionele fytotherapie af en toe gebruikt. Uitwendig oa tegen cellulitis en inwendig bij hoest en astma. Klimop werd al in het oude Egypte en Griekenland gebruikt bij verschillende kwalen. Komen die gebruiken overeen met de toepassingen nu of zijn er tegenwoordig geheel andere inzichten?


In de oudheid werd klimop gebruikt bij hoofdpijn, slijmvorming en koorts en er werden magische krachten aan toegeschreven. Bij uitwendig gebruik zou het helpen bij builen en blauwe plekken. Plinius de Oudere (77 na Chr.) schrijft dat personen die door bijen gestoken worden, als tegengif het sap van kaasjeskruid of dat van klimop moeten drinken. Maar verder dicht hij klimop erg tegenstrijdige medicinale toepassingen toe: de plant verstoort de geest enigszins, maar zou hem, als je teveel gedronken hebt, ook weer ophelderen!

Dodonaeus in zijn Cruyde boeck,  1554,Van Veyl. Kracht en werking.
De bladeren van klimop die in wijn gekookt worden genezen grote wonden en zweren en als het op de voort etende zweren gelegd beneemt het verder gaan ervan.
Dezelfde bladeren die op dezelfde manieren gebruikt worden genezen ook hetgeen dat door het vuur verbrand is of door heet water, het verkoelt als het klein gestampt is en daarop gelegd wordt.
Dezelfde bladeren die met azijn gekookt worden genezen de verharde en verstopte milt als het daar op gelegd wordt.
Het sap van de bladeren en zo ook van de vruchten dat door de neus opgehaald wordt zuivert de hersens en trekt daar door de neus de taaie fluimen en andere koude vochtigheden uit waar de hersens mee verladen zijn.

Anno nu laat wetenschappelijk onderzoek zien dat klimopextract werkzaam is bij luchtwegaandoeningen als hoest en astma. De dosering is hierbij van groot belang: een te hoge dosering werkt vaatvernauwend en irriterend, en kan zelfs giftig zijn. Daarom is registratie als geneesmiddel eigenlijk een voorwaarde voor veilig gebruik.

Bij uitwendig gebruik, zoals bij bijensteken, beenzweren en cellulitis, werken kompressen met klimopblad verlichtend, mogelijk omdat het sap door de vaatvernauwende werking de gevoeligheid van de oppervlaktezenuwen voor pijn en jeuk vermindert.

Een onderzoekje.  Phytomedicine. 2009 Jan;16
Tolerance, safety and efficacy of Hedera helix extract in inflammatory bronchial diseases under clinical practice conditions: a prospective, open, multicentre postmarketing study in 9657 patients.
Fazio S1, Pouso J, Dolinsky D, Fernandez A, Hernandez M, Clavier G, Hecker M.
In this postmarketing study 9657 patients (5181 children) with bronchitis (acute or chronic bronchial inflammatory disease) were treated with a syrup containing dried ivy leaf extract. After 7 days of therapy, 95% of the patients showed improvement or healing of their symptoms. The safety of the therapy was very good with an overall incidence of adverse events of 2.1% (mainly gastrointestinal disorders with 1.5%). In those patients who got concomitant medication as well, it could be shown that the additional application of antibiotics had no benefit respective to efficacy but did increase the relative risk for the occurrence of side effects by 26%. In conclusion, it is to say that the dried ivy leaf extract is effective and well tolerated in patients with bronchitis. In view of the large population considered, future analyses should approach specific issues concerning therapy by age group, concomitant therapy and baseline conditions.

donderdag, september 17, 2015

Wild voedsel: smeerwortel en anderen

Wild weeer vandaag, wolken, wind en zon. Weer dus om ook wild te eten. Ik zoek wat bij mekaar in groententuin en langs bosrand. Enkele aangewreten raapjes en twee wortels  uit de tuin worden samen met 4 gesprokkelde aardappels gaar gekookt. Ook snijbietblad, smeerwortelblad en topjes brandnetel oogst ik langs onze bosrand. De brandnetel liefst met de blote handen plukken, goed voor de vingerkootjes en anders kun je ze (de handen of de brandnetels) nog altijd in de smeerwortel draaien. Dit wild mengelmoes stoof ik met boter en gekruide olie, meng het na 5 minuten met een meel, ei, waterdeegje. Snel al roerend opbakken nog wat blokjes kaas er doorheen en dan deze korrelige hopelijk licht krokant brokjes samen met de gemengde groenten warm opdienen.

Smeerwortel inderdaad, een blad dat ruwbladig is maar snel smelt in de pan en zich dus goed leent om kort te stoven of om gedrenkt in een hartig beignetbeslag te frituren. Een krokantje dus.

De smeerwortel botanisch bekeken
Symphytum officinale behoort tot de familie van de Boraginaceae of ruwbladigen, de plantenfamilie waar ook bernagie en vergeet-mij-nietje bij hoort. Het is een overblijvende kruidachtige plant, die vooral op vochtige graslanden en aan de waterkant gevonden wordt. Ze bezit een forse penwortel. Deze wortels kunnen zo'n 30 centimeter lang en 3 centimeter dik worden. Zoals een oude naam zwartwortel al doet vermoeden zijn de wortels aan de buitenkant zwart-bruin gekleurd. Wordt de verse wortel doormidden gebroken dan kan de snel naar wit-geel verkleurende witte binnenkant waargenomen worden.

Vanuit de wortel ontspringen langgesteelde bladeren, die bijna tot een halve meter lang kunnen worden, en een of meer bloeistengels. Deze stengels zijn zo'n 2,5 centimeter dik, vlezig, hol en naar boven toe vertakt met kortgesteelde tot zittende bladeren. De bladeren zijn langwerpig tot lancetvormig-eirond en lopen in een lange piek uit. Aan de voet zijn ze geleidelijk of meer abrupt versmald. Alle bladeren zijn aflopend en hebben een netvormige nervatuur. Aan de bovenkant zijn ze dun behaard; dit in tegenstelling tot de onderkant, waar de haren vooral rond de nervatuur zijn te vinden.

Een bijzonder kruid voor de huid. Een Middelnederlands zalfrecept voor de huid: ‘Salve: neemt populierbotten ende smeerwortelen ende nachtscade ende malrovie; dese cruden ghesoden in smeere ende ghewronghen door een cleet, deze salve es goed jeghen drope (schurft) ende doet zweeren heelen.’ De Smeerwortel werd zeer geacht, reden waarom men hem ook in de hoven aanplantte. In de middeleeuwen werden de jonge stengels als groente gebruikt; deze werden als asperges klaar gemaakt. Zeker iets om opnieuw te proberen en ja, de plant bevat pyrrolizidine-alcaloïden, stoffen die op lange termijn schadelijk kunnen zijn voor de lever, maar wel volledig veilig zijn op korte termijn. Of durft er nu niemand meer smeerwortel eten?

Meer over smeerwortel: https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/symphytum-officinale-smeerwortel


zaterdag, september 12, 2015

Dille

Dillezaad kan nu ook geoogst worden.
Dille zou je de pocketuitgave van Venkel kunnen noemen. Niet alleen uiterlijk als plant maar ook wat betreft zijn medicinale kwaliteiten. Net zoals van venkel wordt medicinaal vooral het zaad gebruikt omwille van zijn carminatieve, gasdrijvende en krampwerende werking. Beide planten zijn geel bloeiend, hebben fijn verdeeld blad en ruiken anijsachtig. The common dill is so like fennel, schreef ook al de beruchte Culpeper. Deze Culpeper beschrijft de geur vreemd genoeg als onaangenaam en hij was niet de enige die in die tijd er zo over dacht, een oudhollandse volksnaam voor dille was stinkende vinke, een verbastering van stinkende venkel.

De vluchtige olie in dille bevat anethol, een stimulerend stof wat te vergelijken met amfetamine. In de Romeinse tijd mengden gladiatoren al dillezaad door hun voedsel als een soort doping en in Engeland werden dille- en venkelzaad meeting-seeds genoemd. Er werd in de kerk tijdens de preek op gekauwd om wakker te blijven. Een zekere Rosetta Clarkson signaleerde in een oud medisch handboek het gebruik van dille als middel tegen zwaarlijvigheid, wat ook al verwijst naar een amfetamine-achtige werking.

Vreemd genoeg was en is dille ook bekend als slaapmiddel. De naam 'dille' verwijst daar mogelijk naar. Dillan is een oudsaksisch woord voor sussen, in slaap wiegen.Baby's kregen een slap aftreksel van de zaden om beter te slapen. Mogelijk te verklaren door zijn krampwerende werking in de darmen waar baby's nogal last van hebben. Dus dille geen echt sedativum maar onrechtstreeks wel te gebruiken omwille van zijn ontspannende werking in de darmen.

Ook in laxerende kruidenmengsels werd het veel gebruikt zonder zelf laxerend te zijn, vooral samen met sterk laxerende kruiden zoals sennablaadjes die juist darmkrampen kunnen veroorzaken.

Verder is dille is een zogenaamd zogvormend kruid, een galactogogum. Dodonaeus schrijft 'Die opperste soppekens van dille met den sade in water ghesoden ende ghedroncken doen die vrouwen veel sochs in die borsten crijghen'

.Evenals venkel werd dille ook als 'oogversterkend' middel gebruikt. Tegen een overdosis werd wel met klem gewaarschuwd. Dille veel ghebruyckt maeckt doncker ende onclaer ghesichte ende verdroocht die natuere ende dat mannelijck saet. In één moeite zegt Dodoens dus dat te veel dille je ogen en je potentie kan verzwakken. Maar schrijft Gerard 'Common oyle in which dill is boiled or sunned provoketh carnal lust'. Vleselijke lusten?

donderdag, september 10, 2015

Hartgespan

Hartgespan is al een tijdje uitgebloeid en levert nu rijp zaad. De hele bloeiende plant wordt samen met meidoornbloesem gebruikt tegen, hoe kan het anders, het spannen van het hart.

De plant wordt nog weinig gebruikt, toch zou daar, gezien het wetenschappelijk onderzoek, in de toekomst wel verandering in kunnen komen. Al zijn de autoriteiten uit het verleden best kritisch geweest over de mogelijke werking van hartgespan. 

Zo zegt Dodoens Hertsghespan en wordt in der medecijnen niet ghebruyckt/ nochtans zoo wordet van sommighen hedendaechs seer goet ende sonderlinghe ghepresen teghen die pijne/ weedom/ cloppinghe/ en bevinghe van der herten.

En in de Flora Batava geschreven rond 1882 Plaat 263 in deel IV. De geheele Plant geeft een sterken reuk en een weinig bitteren smaak: oudtijds oordeelde men dezelve te zijn, hartsterkend , toonwekkend , prikkelende , openende; maar tegenwoordig erkent men, dat deze eigenschappen, waar van de eerste haar den naam heeft doen geven van Cardiaca, dat is, hartsterkend, vrij onzeker zijn, waarom zij dan ook tegenwoordig zeer weinig gcbruikt wordt, noch in de Apotheek, noch onder de Huismiddelen. (Favrod de Fellens).


Maar Culpepper wrote of Motherwort: 'Venus owns this herb and it is under Leo. There is no better herb to drive melancholy vapours from the heart, to strengthen it and make the mind cheerful, blithe and merry. May be kept in a syrup, or conserve, therefore the Latins call it cardiaca.... It cleansethe the chest of cold phlegm, oppressing it and killeth worms in the belly. It is of good use to warm and dry up the cold humours, to digest and disperse them that are settled in the veins, joints and sinews of the body and to help cramps and convulsions.'

En Dr Paul Belaiche bestudeerde de 'agripaume' rond 1980. Il l’utilisa sur 64 patients neurodystoniques (grand état de stress et d’anxiété) souffrant de troubles du rythme cardiaque (tachycardie, extrasystoles, les problèmes organiques ayant été écartés). Il note :
  • Une action contra-adrénergique (s’oppose à la réaction de stress) et antispasmodique ;
  • Une action anxiolytique et sédative générale non négligeable ;
  • Une diminution de l’hyperexcitabilité portant sur les fourmillements des extrémités, les crampes, et l’asthénie (fatigue) matinale 

Recent wetenschappelijk onderzoek lijkt de werking op het hart te ondersteunen.
The results showed that constituents (chlorogenic acid, orientin, quercetin, hyperoside, and rutin) of L. cardiaca herb extract uncouple (by 20-90 %) mitochondrial oxidation from phosphorylation, partially inhibit (by ~ 40 %) the mitochondrial respiratory chain in cases of pyruvate and malate as well as succinate oxidation, and effectively attenuate the generation of free radicals in mitochondria. Since partial uncoupling of mitochondria, respiratory inhibition, and decreased ROS production are proposed as possible mechanisms of cardioprotection, our results imply that L. cardiaca herb extract could be a useful remedy to protect cardiac muscles from the effects of pathogenic processes.  http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24841965 Planta Med. 2014 May;80(7):525-32.
The effect of Leonurus cardiaca herb extract and some of its flavonoids on mitochondrial oxidative phosphorylation in the heart.

Phytother Res. 2013 Aug;27(8):1115-20. doi: 10.1002/ptr.4850. Epub 2012 Oct 8. Leonurus cardiaca L. (motherwort): a review of its phytochemistry and pharmacology.
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/leonurus-cardiaca-hartgespan-1

woensdag, september 09, 2015

Het boekenpaadje


Bijna 2 jaar geleden is het al weer, dat ons Bretoense huis overstroomd werd. Ik schreef toen: 
Vandaag wat boeken proberen te redden uit ons verzopen huis. Ik begin maar met de echt verloren boeken te bekijken, de grotere exemplaren die onder in de boekenkast en dus in het water stonden. 
Enkele standaardwerken over kruidengeneeskunde oa Teedrogen van Wichtl en Groot handboek geneeskrachtige kruiden van Verhelst, maar ook een dure facsimile uitgave in 2 delen van Fuchsius De Historia Stirpium… En duur is dan nog niet mijn eerste criterium, de gevoelswaarde is heel wat belangrijker, boeken die ik al veertig jaar bezit (bezat) zoals Systematische fytotherapie van apotheker Meere… of zeldzame literatuur ooit gekocht in een muf ruikend boekenwinkeltje, het Franse apothekersboek uit 1890 ‘L’Officine’ van Dorvault. Dit standaardwerk van duizend doorweekte bladzijden probeer ik toch nog te redden. Het is wel goed nat maar blijkbaar plakt dit honderd jaar oud papier minder aan mekaar dan hedendaags papier, waardoor het nog wel te redden lijkt.  Dus den ouwe Officine in de motorhome terug mee naar België.

En verder, het leven gaat verder mijn leven gaat verder, beter verder, anders verder, verder verder. Verzopen boeken roepen herinneringen op, krijgen terug aandacht, worden weer waardevol, terwijl ik sommige boeken al jaren niet meer had ingekeken, laat staan gelezen.
Ik leg den Dorvault dicht bij de loeiende verwarming van de motorhome en probeer bezwerende taal te spreken. Kan ik de natuur betoveren?

Nu, dus bijna 2 jaar later, heb ik nog steeds wat van die verzopen boeken in mijn bezit. Opgeborgen in het tuinhuis, beschimmeld, beknabbeld door veld- en andere muizen. De boeken, ze zien er op afstand nog bruikbaar uit, maar zijn onverbiddelijk verloren en dus heb ik vandaag op advies van de schrijver Herman Hesse en op advies van Joke met al die mooie boeken een tuinpad aangelegd. Een weg van wijsheid maar wel letterlijk een doodlopende weg.

http://kruidwis.blogspot.fr/2013/12/het-is-gebeurd-zondvloed.html
http://kruidwis.blogspot.fr/2014/01/verzopen-boeken.html

dinsdag, september 01, 2015

Herfstig hoefblad


Het groot hoefblad is al aan zijn herfst begonnen.De forse bladeren worden bruin en krijgen grote gaten. De stevige stengels kunnen blijkbaar de bladeren ook niet meer dragen en gaan vermoeidheid voorover hangen. Alle krachten van de planten vloeien naar zijn wortelstok toe, dat is dan ook het deel van de plant met de grootste geneeskracht en straks is dan ook het moment om die wortel te oogsten. Helaas bevat de plant ook gevaarlijke pyrrolizidine-alcaloïden die de levercellen kunnen beschadigen. En dus ga ik van mijn wilde hoefbladeren ook geen tinctuur of siroop maken, al worden er nu voor medicinale doeleinden wel planten geteeld die geen pyrrolizidines bevatten.

Petasine is het voornaamste werkzame, gezonde bestanddeel in groot hoefblad, de stof vermindert de aanmaak van leukotrienen en histamine waardoor het opgezwollen slijmvlies in de neus slinkt. Histamine en leukotrienen spelen een belangrijke rol in allergische rhinitis (hooikoorts). Hooikoorts en migraine zijn dan ook de klassieke toepassingen van goed gecontroleerde hoefbladpreparaten.

Ref. Thomet OA, Schapowal A, Heinisch IV, Wiesmann UN, Simon HU. | Anti-inflammatory activity of an extract of Petasites hybridus in allergic rhinitis. | Int Immunopharmacol. | 2002 Jun;2(7):997-1006.

Over oude namen van de plant: Dokkebladeren en Pestwortel

Petasitis / Groot hoefbladDe oude naam Dokkebladeren bij Dodoens is ook nu nog soms in gebruik. Dokken zou van duiken komen, planten die vochtig groeien of in het water duiken. Mij lijkt het eerder dat deze naam overgenomen is van het Engelse Butter dock, een bewaarplaats voor boter. De grote bladeren werden  gebruikt om boter in te verpakken of fris te houden.
Ik moet zeggen dat ikzelf het blad vroeger ook wel omgekeerd op mijn hoofd plaatste als een soort zonnehoed. Al wil ik mijn kop niet vergelijken met een pakje boter. Toch vinden we ook de volksnaam 'Grote hoetjesblaar' terug, ook kinderen zouden het blad als zonnehoed gebruikt hebben.  Bij Grimm lezen we dat Dock ‘een geschmuckte kopfbedeckung, Mutze‘ is. Dus toch een hoedje van natuur.

Over een andere oude naam: Pestblad, Pestilentiekruid, Pestilentiewortel, Pestkruid en Pestwortel.
 Deze namen duiden op het gebruik dat van deze plant gemaakt werd bij het bestrijden van deze gevreesde ziekte.  Zo schrijft Matthiolus (1563) dat hem uit ervaring is gebleken dat de verpulverde wortel, met goede wijn ingenomen, bij pest uitstekende resultaten oplevert. Daar pest in geheel Europa voorkwam vinden we ook elders benamingen die op deze ziekte gericht zijn. Men wil deze namen verklaren als volksetymologisch ontstaan uit de Latijnse naam petasites. Het is ook goed mogelijk, dat, nadat de volksnaam in gebruik gekomen was, men dit als een aanwijzing ging zien om de pest te bestrijden. Want een plant met een dergelijke naam moest wel goed zijn tegen deze ziekte.

Bij Hildegard von Bingen (ca. 1150) luidt de naam: Hufblatta major, wat Groot hoefblad wil zeggen. Vooral de wortel werd veel aangewend bij allerlei ziekten. Zo vinden we in de achttiende eeuw de wortel van de plant aangeprezen als urineafdrijvend middel, verder bij koorts en om de maandstonden te bevorderen. In de diergeneeskunde werd vroeger de wortel gebruikt bij paarden met ingewandswormen, maar ook ter bestrijding van schapenschurft.

Lees ook http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/25369-in-de-naam-van-groot-en-klein-hoefblad.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/petasites-groot-hoefblad

maandag, augustus 31, 2015

Mammoetblad



Indrukwekkend. Buitenaards lijken ze wel, deze Gunnera's. Ze worden niet voor niets mammoetblad genoemd, alsof ze inderdaad uit een oertijd stammen. Deze exemplaren staan in het Bretoense stadje Huelgoat bij een oude lavoir uit de 16 de eeuw, een machtige plek, een machtsplek zou mijn 'goeroe' Carlos Castaneda zeggen.

Hebben hier ooit lang geleden mensen gewroet, gepraat, lief en leed gedeeld. Nu is het hier stil, alleen het kleine klateren van water is hoorbaar, de grote mammoetbladeren lijken die stilte nog te versterken. Gunnera's hebben geen bekende chemische geneeskracht, maar hun aanblik alleen al doen je bibberen en beven. Wat uitstraling betreft, zelfs in herfstige aftakeling, kunnen de mammoetbladeren ons wel wat leren. Zouden ze niet goed zijn tegen de ouderdom, prostaat en potentie? Volgens de signatuuleer zou ik denken van wel. Of ben ik nu aan het fantaseren?


En dan vind ik toch een soort hormonale werking, tenminste een zogvormende werking, wel van een andere Gunnerasoort en wel bij ratten, maar het is toch al iets.
Lactogenic activity of rats stimulated by Gunnera perpensa L. (Gunneraceae) from South Africa. Simelane MB1, Lawal OA, Djarova TG, Musabayane CT, Singh M, Opoku AR.
Gunnera perpensa L. (Gunneraceae) is a medicinal plant used by Zulu traditional healers to stimulate milk production. The effect of an aqueous extract of the rhizome of the plant on milk production in rats was investigated. Female lactating rats that received oral doses of the extract of G.perpensa significantly produced more milk than controls. The plant extract did not however, significantly influence the levels of prolactin, growth hormone, progesterone, cortisol, ALT, AST and albumin in the blood. The mammary glands of rats treated with the extract showed lobuloalveolar development. The extract (0.8 µg/ml) was also found to stimulate the contraction of the uterus and inhibit (23%) acetylcholinesterase activity. The cytotoxicity of the extract (LC₅₀) to two human cell lines (HEK293 and HepG2) was 279.43 µg/ml and 222.33µg/ml, respectively. It is inferred that the plant extract exerts its activity on milk production and secretion by stimulating lobuloalveolar cell development and the contraction of myoepithelial cells in the alveoli. It is concluded that Gunnera perpensa contains constituents with lactogenic activity that apparently contribute to its effectiveness in folk medicine.

woensdag, augustus 26, 2015

Rode en andere zonnehoeden

Heemst en rode zonnehoed in Pont ar Gorret
Rode zonnehoed geeft nog volop kleur in de toch al wat aftakelende border. Ook de echte heemst laat nog wat wit-roze bloemen bloeien. Het zijn zonder meer stevige, geneeskrachtige kruiden voor een mooie en gemakkelijke sierborder. Van de rode zonnehoed kun je nu met enkele bloemen, wat blad en steel een immuunmodulerende tinctuur maken. Immuunmodulerend! Klinkt toch indrukwekkend niet? Dus de fijngesneden plantendelen in alcohol laten trekken om het immmuunsysteem te versterken en zo het najaar te trotseren.
Dat rode zonnehoed op alcohol getrokken niet werkzaam zou zijn, wat hier en daar beweerd wordt, wil ik toch ten stelligste tegenspreken, de werkzame stoffen, zogenaamde polysacchariden, zouden niet oplosbaar zijn in alcohol.

Wat argumenten voor de werking van een tinctuur
  • Een tinctuur is nooit gemaakt met pure alcohol maar met een mengsel van alcohol en water
  • De polysacchariden zijn ook gedeeltelijk oplosbaar in alcohol. The EP extracted with a 55% ethanol at 55℃ contained 22.3 ±1.0 mg gallic acid equivalent/g DW of total phenolic compounds and 86.0 ± 4.6 mg quercetin equivalent/g of flavonoid content.
  • Andere belangrijke inhoudstoffen zoals alkylamiden (tintelende stoffen, lipofiel) hebben juist een hoog alcoholgehalte nodig om op te lossen, ze hebben ook een directere werking.
  • Eigen ervaring, de ervaring van tientallen gerenomeerde herboristen en onderzoeken bewijzen de werking van een tinctuur.
Echinacea-tinctuur maken in 2 fasen
20 gr fijn gemaakt blad, bloem en steel in 100 cc ethanol van 30 % laten trekken (maceraat)
20 gr fijn gemaakt blad, bloem en steel in 100 cc ethanol van 60 % laten trekken (maceraat)
gedurende 3 weken, daarna onder druk uitzeven en de 2 vloeistoffen vermengen. Afvullen in bvb bruine 50cc flesjes. Koel en donker bewaren. 

Interessant artikel (uitreksel) over de werking van Echinacea species


The chemical components of plants can be divided into two categories: primary and secondary metabolites. Primary metabolites are essential for life processes or provide important structural elements for the plant. The utility to the plant of many secondary metabolites is unknown, although
some are thought to have a defensive or adaptive role for the plant in its natural environment. Most of the active components found in medicinal plants fall into the category of secondary metabolites. However, polysaccharides are generally primarymetabolites. Their functions include structural
elements beneath the cell wall and carbohydrate storage molecules. Because of their important role in primary metabolism, all plants contain polysaccharides. Moreover, the levels found in Echinacea preparations are not high when compared to mushrooms and other accumulators of polysaccharides, such as Althaea officinalis and Aloe species. 

The lipophilic components of Echinacea species comprise two main groups, the polyacetylenes and
the alkylamides. The occurrence of polyacetylenes (polyenes) is typical of the Asteraceae family, in which the highest levels are usually found in the roots. E. pallida root contains significant levels of some unique polyacetylenes, namely the ketoalkynes and ketoalkenes, which do not occur in the other Echinacea species. These compounds give E.pallida root a unique earthy-metallic taste which makes it easy to differentiate.
Alkylamides are not common plant constituents. Most compounds have been found to occur in two tribes of the Asteraceae. Many alkylamides (particularly isobutylamides) have been isolated from the roots and aerial parts of E. angustifolia and E. purpurea , but they are largely absent from E. pallida.
Since the alkylamides cause the characteristic tingling sensation on the tongue, it is therefore not surprising that E. pallida lacks this property. The alkylamides in Echinacea are composed of a highly unsaturated carboxylic acid (often with triple carbon-carbon bonds) and an amine compound, either isobutylamine or 2-methylbutylamine. It is possible this bond between the acid and the amine is broken during digestion, and the true active entity from these compounds is the carboxylic acid.
Being highly unsaturated, both the polyacetylenes and the alkylamides are prone to oxidation, although they are probably somewhat protected in the natural plant matrix. Nonetheless, Echinacea roots should not be stored in powdered form for prolonged periods.

Much of the confusion about Echinacea has arisen from misinterpretation or overemphasis of the polysaccharide research. Statements such as: “Echinacea will not be immunologically active if given as an ethanolic extract,” or “Echinacea is a T cell activator,” or “Echinacea is contraindicated in AIDS,” have all arisen from an overly enthusiastic interpretation of the pharmacological literature pertaining to Echinacea polysaccharides. It is worthwhile to examine what pharmacological studies on Echinacea polysaccharides do say and consider the relevance, if any, of these to the normal use of Echinacea in the English-speaking world.

Conclusions
The importance of polysaccharides to the activity of most Echinacea preparations has been misinterpreted and over-emphasized. Traditional ethanolic extracts of Echinacea do not rely on polysaccharides for their activity.....
The several hypotheses that: 1. Echinacea is a T-cell activator; 2. Echinacea will accelerate pathology in HIV/ AIDS; and 3. Arabinogalactan isolated from the Larch is therapeutically equivalent to Echinacea, are not supported by careful analysis of known data.
It is probably appropriate to include a quote from Bauer and Wagner, since most of this article is based on their research.
“The immunological investigations conducted to date permit the following conclusions. Lipophilic alkylamides as well as the polar caffeic acid derivative, cichoric acid, probably make a considerable contribution to the immunostimulatory action or activity of alcoholic Echinacea extracts." 


dinsdag, augustus 25, 2015

Springerig zaad



Na het boodschappen doen in een doorweekt Carhaix, stop ik even bij de brug over de Hyèresrivier net buiten het stadje. Een mooi romantisch plekje waar ik steeds maar voorbij rijd. 
Een brug en resten van een brug, een oude watermolen, bos, een snelstromende rivier en bengelende bloemen van de reuzenbalsemien doen me eindelijk eens halt houden.

De reuzenbalsemien dus. Ik mag deze vrolijke plant wel. Een uitheemse eenjarige rakker die steeds verder oprukt en gemakkelijk manshoog kan worden. Impatiens glandulifera is zijn officiële naam. Hij valt op door zijn doorzichtige stengels, die er vlezig uitzien en zijn grote symmetrische rood tot paars kleurende bloemen. Vooral langs beken en rivieren en in natte graslanden is de soort te vinden. En dus vinden we hem ook in het natte Bretagne. Het zaad, dat door de plant wordt weggeslingerd en zich zo verder verspreidt, wordt ook nog gemakkelijk door mens en dier meegenomen, waardoor de uitbreiding van de soort nog groter wordt.

Een andere bijzonderheid van de Balsemienen is dat ze als kiemplant een klein wortelstelsel hebben dat al snel afsterft en vervangen wordt door een adventief wortelstelsel. Als de planten daarna snel groter worden ontwikkelen ze aan het onderste deel van de stengel steltwortels, waarmee de planten zichzelf overeind houden.

Genezend?
Mensen die geloven in de Bachbloesemtheorie denken dat de reuzenbalsemien behulpzaam is om springerige en ongeduldige mensen wat tot rust te brengen. De reden waarom de reuzenbalsemien daarvoor geschikt wordt geacht is zijn 'springerig gedrag'. Zijn Latijnse naam Impatiens betekent ook 'ongeduldig' en verwijst naar het feit dat deze plantensoort bij de minste aanraking zijn zaden wegschiet. Vandaar ook de Nederlandse geslachtsnaam Springkruid. Een vorm van signatuurleer dus.

Langs de Hyeres bij Carhaix-Plougouer
Als geneeskruid is hij in Europa verder uiteraard niet bekend. In de landen van herkomst oa in Taiwan in gebruik tegen reuma en tegen nagelbedontsteking.
Uit wat wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat de plant veel 'anti-werkingen' heeft: anti-schimmel, anti-tumor, anti-bacterieel en anti-allergie (tegen jeuk). Zelf heb ik nog geen persoonlijke ervaringen met het gebruik van deze ongeduldige balsemien, we hebben gelukkig vele andere inheemse planten zoals weegbree die dezelfde geneeskrachtige werking vertonen.

Wat wetenschappelijk onderzoek en wat gestolen Engelse tekst
The common names Policeman's Helmet, Bobby Tops, Copper Tops, and Gnome's Hatstand all originate from the flowers being decidedly hat-shaped. Himalayan Balsam and Kiss-me-on-the-mountain arise from the fact that the plant originates in the Himalayan mountains.
The species name glandulifera comes from the Latin words glandis meaning 'gland', and ferre meaning 'to bear', in that the plant has glands that produce a sticky, sweet-smelling, and edible nectar.
Impatiens balsamina L. (Balsaminaceae) is an annual herb which originated in Asia. The whole plant has been used as indigenous medicine in Taiwan for the treatment of rheumatism, swelling and fingernail inflammation. Modern pharmacological studies have reported this plant demonstrating antifungal, antibacterial, antitumor, antipruritic and antianaphylactic activities [5, 6]. The active compounds isolated from this plant include peptides (Ib-AMP1-4) from seeds, quinones[1, 4-naphthoquinone, lawsone, 2-methoxy-1,4-naphthoquinone (MeONQ), balsaquinone, impatienol, naphthalene-1,4-dione] from petals, pericarp and aerial parts, and flavonoids (kaempferol, quercetin, rutin, astragalin, nicotiflorin, naringenin and their derivatives) from petals and leaves [5–8].

Infection with Helicobacter pylori is strongly associated with gastric cancer and gastric adenocarcinoma. WHO classified H. pylori as a group 1 carcinogen in 1994. In this study, we isolated anti-H. pylori compounds from this plant and investigated their anti- and bactericidal activity. Compounds of 2-methoxy-1,4-naphthoquinone (MeONQ) and stigmasta-7,22-diene-3β-ol (spinasterol) were isolated from the pods and roots/stems/leaves of I. balsamina L., respectively. The minimum inhibitory concentrations (MICs) and minimum bactericidal concentrations (MBCs) for MeONQ were in the ranges of 0.156–0.625 and 0.313–0.625 μg mL−1, respectively, and in the ranges of 20–80 μg mL−1 both of MICs and MBCs for spinasterol against antibiotic (clarithromycin, metronidazole and levofloxacin) resistant H. pylori. Notably, the activity of MeONQ was equivalent to that of amoxicillin (AMX). The bactericidal H. pylori action of MeONQ was dose-dependent. Furthermore, the activity of MeONQ was not influenced by the environmental pH values (4–8) and demonstrated good thermal (121°C for 15 min) stability. MeONQ abounds in the I. balsamina L. pod at the level of 4.39% (w/w db). In conclusion, MeONQ exhibits strong potential to be developed as a candidate agent for the eradication of H. pylori infection.

  • H. Oku and K. Ishiguro, “Antipruritic and antidermatitic effect of extract and compounds of Impatients balsamina L. in atopic dermatitis model NC mice,” Phytotherapy Research, vol. 15, pp. 506–510, 2001.View at Google Scholar
  • D. G. Lee, S. Y. Shin, D.-H. Kim et al., “Antifungal mechanism of a cysteine-rich antimicrobial peptide, Ib-AMP1, from Impatiens balsamina against Candida albicans,” Biotechnology Letters, vol. 21, no. 12, pp. 1047–1050, 1999. View at Publisher · View at Google Scholar
  • J. E. Little, T. J. Sproston, and M. W. Foote, “Isolation and antifungal action of naturally occurring 2-methoxy-1,4-naphthoquinone,” Journal of Biological Chemistry, vol. 174, pp. 335–342, 1948. View at Google Scholar
  • P. Panichayupakaranant, H. Noguchi, W. De-Eknamkul, and U. Sankawa, “Naphthoquinones and coumarins from Impatiens balsamina root cultures,” Phytochemistry, vol. 40, no. 4, pp. 1141–1143, 1995.View at Publisher · View at Google Scholar

zaterdag, augustus 22, 2015

Kruidenstage Bretagne 2015

Langs de rivière de l'argent bij Huelgoat

fôret de Huelgoat / chaos



Menhir de Kerampeulven


Zeevoedsel oogsten

Pointe de Pen-Hir

Smudgesticks maken

Montagne Saint Michel de Brasparts


Veengebied: bij steenbreek en zonnedauw

dinsdag, augustus 18, 2015

Verdronken kruidenboeken


Mijn top twintig van verdronken kruidenboeken. Zowat 20 maanden geleden zijn deze boeken in een overstroming ten onder gegaan. Nu beschimmeld, gekreukeld en verzegeld nog altijd in het tuinhuis als een monument aanwezig. Een toren van Babel, mensenkennis opgebouwd en langzaam verdwijnend. Schoonheid van vergankelijkheid.

Zal ik deze boeken rustig verder laten vergaan, ze composteren, naar het containerpark brengen, een monument maken of wat......

Wichtl, Verhelst, Rätsch, Philip, Caron noem maar op, al hun schrijfsel zijn onleesbaar geworden, aan nieuwe exemplaren kopen ben ik nog niet toe en ik hoop dat die kennis ook een beetje in mijn eigen lichaam en geest is opgeslagen. Deze verdronken boeken hebben nu, van op een afstand bekeken, ook iets heroïsch. Iets vertrouwds achterlaten en verder gaan.
  • Alain Renaux. Le savoir en herbe.
  • Wichtl. Teedrogen
  • Dominique Carin. Le monde des teintures naturelles.
  • Verhelst. Grot handboek Geneeskrachtige Planten.
  • Christian Râtsch. Pflanzen der Liebe.
  • Philips. Bomen.

Over Le Savoir en Herbe. Alain Renaux

Au cours de longs entretiens, les anciens lui ont confié ce savoir qui s'acquérait sur le terrain et se transmettait de génération en génération. Au fil des pages, et de toutes ces paroles singulières, on voit ainsi se dessiner un monde où la nature et l'homme faisaient corps.
Cet ouvrage, riche d'émotions et d'enseignements, nous restitue aussi l'univers cévenol d'autrefois, dans sa diversité. Avant que l'urbanisation des modes de vie ne la fasse définitivement disparaître, on retrouvera ici la réalité d'une France rurale où sont nos racines et nos rêves.
Près de cinq cents illustrations en couleur et noir et blanc (photos, cartes postales, dessins...) donnent à voir la flore, l'environnement et la vie quotidienne de cette époque.
Ethnobotaniste, Alain Renaux travaille au Centre d'écologie fonctionnelle et évolutive du CNRS de Montpellier depuis 1969. Après avoir été chef de programme des cultures expérimentales, il s'est orienté vers les relations de l'homme avec la nature, et plus particulièrement la dynamique des paysages. Auteur de nombreux articles dans des journaux et revues spécialisés, il fait partie de l'association des Journalistes et écrivains pour la nature et l'écologie (JNE). Ses enquêtes, auprès des derniers témoins de la société rurale traditionnelle, ont abouti à la rédaction d'un mémoire pour l'obtention du diplôme d'études doctorales, au Muséum national d'histoire naturelle de Paris, mémoire qui est à la base de ce livre.

maandag, augustus 10, 2015

Egelskop

Tijdens onze Bretoense kruidenstage bij Huelgoat kwamen we ook de egelskop tegen. Egelskop is geen scheldwoord voor een of andere driftige vent maar een waterplant met drijvende lintachtige bladeren. De wetenschappelijke geslachtsnaam Sparganium betekent dan ook windsel of lint. In Frankrijk wordt hij zelfs 'rubanier d'eau' genoemd. De Nederlandse naam 'Egelskop' verwijst dan weer naar zijn curieuze bloeiwijze. Deze vruchtjes werden vroeger door de kinderen geplukt en in het water gegooid, waardoor de volkse naam 'duikertjes' ontstond. Wij speelden ook wat met de egelskop, Joke probeerde enige planten uit het water te plukken en moest daarvoor halsbrekende toeren uithalen. Spelen met planten? Is dat niet het beroep van herborist? Een andere, speelse naam uit Friesland afkomstig is 'Katerkloten' ook weer een verwijzing naar de vruchten. Als we hier de signatuurleer op los laten, kunnen we tot boeiende geneeskrachtige besluiten komen.
Alhoewel, een groot geneeskruid is deze plant zeker nooit geweest. Bij Apuleius in een handschrift uit de 6de eeuw wordt de plant Herba Xision genoemd en geadviseerd bij 'zweren die in het lichaam groeien'. Duistere ziekte, lijkt mij. De dikke wortel kan wel gegeten worden, bevat zoals vele wortels zetmeel maar zijn... ook zoals vele wortels taai en moeilijk te koken en te kauwen. Noodvoedsel dan maar.

zaterdag, augustus 08, 2015

Berenklauwkoekjes

Gewone berenklauw, Heracleum sphondylium. Voor veel mensen een vreemde, verwarrende plant. Een te sterke geur, ruw behaard, maar toch eetbaar. Dit kruid, schrijft Dodonaeus, wordt hier te lande en in Duitsland Branca ursina genoemd. Door de geleerden van tegenwoordig wordt het Pseudoacanthus of Acanthus Germanica genoemd.  Duitse berenklauw is opmerkelijk warm van naturen. Duitse berenklauw verteert en laat scheiden de koude zwellen als het gestampt en daar op gelegd wordt. Die van Polen en van Litouwen koken deze berenklauw in water waar heesdeeg of iets dergelijks bij gedaan wordt en drinken dat in plaats van bier of van andere, gewone drank'. 

Berenklauwbier kende ik nog niet, maar in koekjes, azijn, olie, tinctuur en likeur kan het zaad wel verwerkt worden. Ik heb het pas nog in een hartige cake gebruikt als een soort specerij.

En ook steeds meer word de plant en vooral het zaad geroemd om zijn geneeskrachtige kwaliteiten, al wordt er hier en daar weer wat overdreven.
Ik lees: 'All the plant parts have refreshing and tonic properties, but the inflorescence and, especially, the seeds also have a curative power similar to ginseng, which it exceeds in many ways. The seeds of this plant are one of the strongest hormonal stimulus and sexual tonic in the world flora.
Hogweed seeds restore biological youth and fertility, regulate the activity of the nervous system, help restore functional capacity of the kidneys, prevent and combat high blood pressure with an extraordinary high efficiency, with many other uses.'

Een zoet receptje dan maar en.... waarom zouden we geen medicijnkoekjes maken. Drie maal daags een koekje. Dan misschien wel de suiker weg laten uit het volgend recept.

140g boter
150g suiker
1 eidooier
1 eetlepel suikerbietenstroop
150 gr tarwemeel
halve eetlepel bakpoeder
1 eetlepel gember
1 eetlepel bereklauwzaadjes Heracleum sphondylium
1 eetlepel kaneel

Vermeng de boter met de suiker tot het luchtig is. Voeg de eierdooier erdoor en vermeng het goed. Zeef meel en voeg de bakpoeder en de specerijen toe. Meng alles.
Rol je deeg uit tot een 4 centimeter dikke lap en rol het geheel strak op. Laat je deeg 30 minuten in de koelkast rusten.
Verwarm de over voor op 180 graden. Snij je deegrol in plakken van een halve centimeter en plaats ze op een ingevet bakblik. Geef je plakken wat ruimte om te kunnen uitzetten. Bak je koekjes tien minuten. Ze moeten droog aanvoelen en nog zacht zijn. Laat je koekjes op een rek afkoelen.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/heracleum-spondylium-gewone-bereklauw

zondag, augustus 02, 2015

De bende bij de refuge en de genepl

Terug in de Franse Alpen bij Vallouise, wel 11 jaar na mijn eerste bezoek. Veel is er niet veranderd, de bergen blijven nu eenmaal op hun plaats. Alleen op de eindparking in de vallei 'Pré de Madamme  Carle' moet je nu betalen om te parkeren. We wandelen naar de refuge Glacier Blanc, een breed pad zigzaggend naar boven, indrukwekkend landschap met zicht op de Dôme des Ecrins en zijn gletsjer die voor geoefende wandelaars zelfs te beklimmen is  maar daar zullen we ons vandaag niet aan wagen. 

We willen wel graag een onooglijk plantje, genepi des glaciers vinden. Naar omhoog dus, op 2200 meter komen we bij de torrent, het water komt rechtstreeks van de gletsjer. Deze nog steeds grote gletsjer kwam ooit tot op de parking, daar raakten de gletsjertongen van de witte en zwarte gletsjer mekaar. Nu kunnen we ons hier over de glad gepolijste rotsen al wandelend verplaatsen. Op een hoogte van 2200 meter werd de eerste refuge gebouwd. een gerestaureerd gebouwtje is nu een herinnering aan die refuge Tuckett. Construit en 1886 pour suppléer un abri sous roche utilisé par les premiers alpinistes, l'ancien refuge Tuckett est le témoin de l'époque pionnière de l'alpinisme en Vallouise dans la seconde moitié du XIXe siècle.

Hogerop dan maar tot aan de refuge Glacier blanc en daar op een onoogelijke plaats langs het paadje naar het toilet vinden we enkele exemplaren van de mythische Genepi noir. En ja, echt de geur van de gelijknamige likeur. La plante qui est un tonicardiaque, sert à confectionner un alcool, mais peut également se consommer en tisane. On la trouve dans de nombreuses préparations culinaires de la région.
Depuis toujours, les haut-alpins, privés d’un rendement suffisant des vignes, distillent les alcools blancs, alcool de poires, vins de noix, “Pétafouere” et macérations de plantes. Parmi ces dernières, les fameux génépis.
Huile essentielle, principe d’amertume, tanin et résine, les vertus des tiges aériennes des génépis sont réputées traditionnellement pour soigner les troubles de l’appareil respiratoire. En infusion, les brins calmaient la toux des petits montagnards et le transit digestif des estomacs fragiles.

http://www.ecrins-parcnational.fr/

woensdag, juli 29, 2015

Wandelen van Chateau-Ville-Vieille naar Aiguilles

menhir Pierre Fiche
In de Franse Queyras. In Chateau-Ville-Vieille, waar we in gite, op camping en in motorhome verblijven. We wandelen van Chateau-Ville-Vieille naar Aiguilles. Niet langs de grote weg maar langs het natuurgebied van de Astragale Queu de renard. Deze vlinderbloemige plant is nu met het warme weer al volledig uitgebloeid maar staat toch met zijn beige zaadpluim volop te pronken.
Op de website van Florealpes wordt deze soort als volgt beschreven. Cet astragale ne passe pas inaperçu. Ses énormes grappes de fleurs jaunes et brunes l’ont rendu emblématique du Queyras, région où il est très présent. Le fait qu’il soit localement très présent n’enlève rien au fait qu’il soit protégé au niveau national. Ook andere warmteminnende, Zuiderse planten vinden we hier meer, als we tenminste rond 1500 meter hoogte blijven wandelen, maar dat zijn we natuurlijk niet van plan. Andere soorten met een mediterrane oorsprong zijn Centranthus angustifolius (Smalbladige spoorbloem), Laserpitium gallicum (Lazerkruid), Myricaria germanica (Duitse tamarisk), Nepeta nepetella, Ononis natrix
(Geel stalkruid), Ononis cristata (O. cenisia), Salvia aethiopis en Echinops ritro.


Gouddistel / Carlina acanthifolia
Eerst klimmen we nog stevig van 1300 meter naar een hoger gelegen GR-pad op zowat 2000 meter   Onderweg bezoeken en beklimmen we de merkwaardige menhir La Pierre Fiche. Boven op het brede GR-pad is het mooi en makkelijk wandelen. we vinden hier veel rosetten van de stekelige gouddistel, helaas zonder bloemen. In Franse Alpen wordt de plant le baromètre genoemd en de bloem tegen de deuren van stallen gespijkerd. De gedroogde plant reageert als een barometer op de luchtvochtigheid en zou huis en haard beschermen tegen boze geesten.

De laatste wandelkilometers naar Aiguilles zijn een echt plantenparadijsje voor herboristen. Grillige jeneverbessen, zuurbes en niets minder dan wilde hysop en wilde karwij groeien zomaar langs de wegrand. De hysop wordt door plaatselijke herboristen verwerkt in een likeur, net zoals de beroemde génepi. We plukken een handjevol bloeitoppen en kunnen dan weer zo blij als een kind de laatste meters naar Aiguilles uitwandelen.

Over hysop
Hysop is duidelijk een van van de belangrijkere planten uit de geschiedenis van de kruidengeneeskunde. De bijbel, Dioscorides noem maar op, allemaal hebben ze op een of andere manier hysop besproken en bewonderd. Vooral voor verkoudheid en astmatische aandoeningen was het in het verleden en ook nu nog bekend. Alhoewel de hysop uit de bijbel mogelijk een Origanumsoort geweest is. In elk geval Dioscorides had het wel over de echte hysop ' gekookt met wijnruit en honing helpt het tegen verkoudheid, ademnood...schrijft hij. En dat is dan ook eeuwen achter mekaar overgenomen door andere kruidkundigen.
Bij Dodonaeus, ook fan van Dioscorides, klinkt het zo 'Hysope met vijghen, Wijnruyte ende huenich in water ghesoden ende ghedroncken, es seer goet den ghenen die verstopt van borsten ende cort van adem sijn, die swaerlijck kichen ende eenen swaeren verouderden hoest hebben. Tot den selven ghebreken es zy oock goet met huenich vermenght ende dicwils ghelect'.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/55411-hysop-heilig-en-aards-verleden.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/hyssopus-officinalis-hyssop-1
https://www.youtube.com/watch?v=G43Wy3w7oL0
http://sites.google.com/site/kruidwis/