Posts tonen met het label bessen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bessen. Alle posts tonen

zaterdag, augustus 08, 2026

Aronia, de appelbes

Een struik die twintig jaar geleden nauwelijks bekend was, staat al een tijdje in de schijnwerpers. De blauwzwarte bessen worden aangeprezen als superfood, omdat ze een uitzonderlijk hoog gehalte aan gezondheidsbevorderende stoffen bevatten. De naam is aronia, ook wel bekend als appelbes (Aronia melanocarpa). Hoewel de struik, die zo'n 1 tot 2 meter hoog wordt, oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt, groeit hij hier uitstekend en kan hij gemakkelijk in de tuin of op het balkon worden gekweekt.

De inheemse volkeren van Canada en Noord-Amerika gebruikten gedroogde aroniabessen als voedsel en om verkoudheid en koorts te behandelen. Rond 1900 arriveerde de Aronia in Rusland. Daar ontwikkelden fruittelers grootvruchtige, gecultiveerde variëteiten uit de wilde plant. Vanuit de voormalige Sovjet-Unie verspreidden deze variëteiten zich naar Polen en Slovenië, en uiteindelijk naar Saksen in Oost-Duitsland. Aronia werd daar in de jaren 80 al op grote schaal verbouwd. 

De huidige tuinvariëteiten zijn ontstaan ​​uit kruisingen en selectie van drie wilde soorten: de zwarte aroniabes (Aronia melanocarpa) met zwartpaarse bessen, de donzige aroniabes (Aronia arbutifolia) met rode bessen en opvallend behaarde bladeren, en de pruimbladige aroniabes (Aronia x prunifolia), een natuurlijke hybride van de andere twee soorten. De pruimbladige aroniabes ontwikkelt vergelijkbare zwartpaarse bessen als de zwarte aroniabes. Aanbevolen variëteiten zijn onder andere Aron, Hugin, Nero, Rubina, Serina en Viking.

Aronia in de tuin of in een pot.

Aroniastruiken zijn uitzonderlijk robuust, zeer winterhard en nauwelijks vatbaar voor plantenziekten. Ze gedijen in vrijwel elk klimaat. Daarom is het de moeite waard om ze in de tuin te planten of in een grote pot op het balkon te kweken. Honingbijen en wilde bijen verwelkomen deze 'gast' uit Noord-Amerika ook graag, want in tegenstelling tot veel andere exotische struiken, eten ze gretig de nectarrijke bloemen.

Voor een optimale oogst geeft u de struik een zonnige standplaats. De plant gedijt ook goed in een constant vochtige bodem, dus u moet hem regelmatig water geven tijdens droge perioden. Het duurt 3 jaar voordat een aroniaplant bloeit en vruchten draagt. De bessen rijpen van augustus tot september.

Bij het plukken van aroniabessen kun je het beste de trossen bessen met een snoeischaar afknippen en vervolgens de bessen van de stengels plukken. Omdat het sap gemakkelijk vlekken geeft, is het aan te raden handschoenen te dragen. 

Genieten van aroniabessen?

De zure bessen zijn nauwelijks geschikt om rauw te eten. Door hun hoge tanninegehalte hebben ze een zeer bittere smaak en een onaangenaam gevoel in de mond. Alleen door bewerking (drogen of verhitten) worden aroniabessen een smakelijk product. Je kunt ze bijvoorbeeld gebruiken om sap, likeur, gelei, jam of gebak van te maken.

Om het hele jaar door van aroniabessen te kunnen genieten, is het de moeite waard om een ​​deel van de oogst in te vriezen of te drogen. Drogen gaat het beste in een voedseldroger of oven. Bij een temperatuur van 45-50 °C duurt dit ongeveer 8-12 uur. Na het drogen worden de bessen in luchtdichte potten gedaan en op een donkere plaats bewaard. Wanneer nodig kunnen ze in een blender tot poeder worden vermalen en gebruikt om muesli, fruitsalades, smoothies en desserts te verrijken. Dit geeft het eten niet alleen een frisse, fruitige smaak, maar ook een levendige roodpaarse kleur. Gedroogde aroniabessen zijn ook geschikt voor het maken van fruitthee.

Sap maken is ook een geweldige conserveringsmethode, omdat het sap in veel recepten gebruikt kan worden. Je kunt het bijvoorbeeld mengen met andere vruchten (appels, peren) en hun sappen om heerlijke fruitspreads en jam te maken.

Recept: Aroniadrank

  • 1 kg aroniabessen
  • 150 ml sinaasappelsap
  • 100 ml water
  • Sap van één citroen
  • 1 kaneelstokje
  • 3 eetlepels verse gember (geraspeld)
  • 2 kruidnagels
  • 100 g honing

Plet de aroniabessen lichtjes in de pan. Breng vervolgens aan de kook met sinaasappelsap, water, kruidnagel, gember en een geplet kaneelstokje. Laat het 15-20 minuten sudderen met het deksel erop, op laag vuur. Haal de pan van het vuur, voeg honing en citroensap toe en laat het nog 5 minuten trekken. Zeef het mengsel vervolgens door een zeer fijne zeef en knijp voorzichtig het overtollige vocht eruit.

  • Om het sap te bewaren, verwarmt u het gedurende enkele minuten tot minimaal 75 °C en giet u het heet in steriele flessen.
  • Verwarm het sap (ongeveer 100 ml) tijdens het griep- en verkoudseizoen en drink het in kleine slokjes.

Gezond en genezend.

Aroniabessen worden beschouwd als een superfood vanwege hun uitzonderlijk hoge concentratie fytochemicaliën. De afgelopen twintig jaar zijn er talloze studies, waaronder enkele klinische onderzoeken, naar aroniabessen uitgevoerd met veelbelovende resultaten.

  • Het lijkt erop dat deze kleine vruchten het cholesterolgehalte en de bloeddruk verlagen en vaatziekten voorkomen.
  • Er is ook een remmend effect op de groei van darmkankercellen aangetoond.
  • Daarnaast heeft aronia een antidiabetische, leverbeschermende, ontstekingsremmende, immuunversterkende en antivirale werking.

De positieve gezondheidseffecten zijn voornamelijk te danken aan de secundaire plantenstoffen uit de polyfenolgroep: het totale polyfenolgehalte in aronia is vele malen hoger dan dat van bosbessen, veenbessen, cranberries, bramen of frambozen. Bijna geen enkele andere vrucht vertoont zo'n hoog antioxidantpotentieel. Van bijzonder belang zijn de anthocyaninen, proanthocyanidinen en fenolzuren die het bevat.

Een recente studie heeft aangetoond dat aroniasap de verspreiding van luchtwegvirussen minimaliseert, symptomen verlicht en bijdraagt ​​aan ziektepreventie. Ten eerste voorkomt het dat virussen zich aan cellen hechten, omdat aroniasap de ACE-receptoren op lichaamscellen verandert. Ten tweede vernietigt het sap de spike-eiwitten van het virus. Het spoelen van de mond, gorgelen en het doorslikken van kleine hoeveelheden (20 ml) vermindert aantoonbaar de virusbelasting in de mondholte en de verspreiding ervan naar de lagere luchtwegen. Deze virusremming houdt tot wel twee uur aan.

Samenvattend kan gesteld worden dat de aroniabes (Aronia melanocarpa) een van de rijkste plantaardige bronnen is van zeer interessante fenolische fytochemicaliën, waaronder procyanidinen en anthocyaninen. Het hoge gehalte en de samenstelling van de fenolische bestanddelen lijken verantwoordelijk te zijn voor het brede scala aan potentiële medicinale en therapeutische effecten. 

Literatuur

vrijdag, augustus 24, 2018

Vlierbessen. Ze zijn er weer.


Vlierbessen. Ze zijn er weer. Siroop, sap, gelei, confiture, vlierazijn. Dus veel mee mogelijk in de keuken en ook als medicijn staat de vlier in mijn toptien. Die waardering voor de vlier is waarschijnlijk al duizenden jaren oud.

Opgravingen suggereren dat de vlier reeds in het Steentijdperk als medicinale plant werd ingezet, met zekerheid weten we dat deze plant al sinds 2500 jaar in de volksgeneeskunde wordt ingezet als middel bij griep, hoest, verkoudheden en om "slijmen op te lossen".
Zo maakten de Grieken en Romeinen gretig gebruik van de gewone vlier. Galenus (131 - 201 n. C.) beschreef de vlier als "heet en droog" en daarom aan te raden bij koude en vochtige aandoeningen zoals verkoudheden en slijmvliesaandoeningen. Dodonaeus (1517 - 1585) kende er onder meer slijmoplossende en ontzwellende eigenschappen aan toe.

'In den voor-christelijken tijd', zegt de dichter Frederik Van Eeden, "had de vlier nog andere eigenschappen. Had iemand kiespijn of koorts, hij behoefde slechts een vliertakje in den grond te steken zonder een woord te spreken, de pijn of de koorts bleef dan aan
het takje kleven en ging over op de persoon, die er het eerst voorbij kwam". Nogal een vreemde en asociale manier om van een ziekte af te geraken. De vlier aldus Van Eeden  "stond ook in nauwe betrekking tot het podagra (jicht). Deze kwaal schijnt in den ouden tijd als vereerend voor den patiënt te zijn aangemerkt, omdat zij een bewijs leverde, dat hij tot de bevoorrechte klasse behoorde. Zoodra iemand den eersten aanval van podagra voelde, werd hij met vlierbladeren bekranst."  Ziekte als een statussymbool, waar heb ik dat meer gehoord?


Ook Dodonaeus maakt in zijn Cruydeboec van 1563 eveneens gewag van het gebruik van vlierbladeren bij of liever tegen het pootje, maar op een meer prozaïsche wijze dan Van Eeden.
De weledele heer Dodonaeus is altijd nuchter, nooit raakt hij eens in extase over een mooie bloem, hij denkt alleen maar aan de "cracht en werkinghe." "Die bladeren gruen ghestooten zijn goet gheleyt op die heete swillinghen ende vergaringhen, ende met bocken oft ossen ruet (= vet) vermenght versueten zij die pijne van de flederzijn daer op gheleyt."  Over de verdere uitwerking van vlier op het menschelijk lichaam is Dodoens niet erg te spreken, maar hij overdrijft wel een beetje: "Die vlier es van zijn eyghen natuere den menschelijcker natueren heel tseghen ende contrarie, hy maeekt groote walginghe ende beruerte in die maghe, dermen ende buyck, hy onstelt dat heel lichaem ende beneemt die eracht,macht ende ghesondheyt van der Jeuere (lever)". Maar Dodoens geeft ook nog een toepassing aan, die ons niet bekend was "Die besickens (= bessen) sonderlinghe die platte sadekens zijn goed den gehenen die seer vet zijn ende gheerne magherder waren, omtrent een vierendeel loots swaer tsmorghens met wijn inghenomen ende langhe tijt gebruyckt." Van blauwzuur was Dodoens niet bang en gelijk had hij. Een beetje pitjes hebben mij ook nooit kwaad gedaan.

Naast al die empirische kennis uit het verleden, kon rond de eeuwwisseling de virologe Dr. Mumcuoglu uitgebreid de antivirale werking van de proteïnes in vlierbessen aantonen.
 Zowel in de bloesems als de bessen zitten als werkzame stoffen heel wat flavonoïden zoals quercetine, isoquercitrine, hyperoside, astragaline, kaemferol. Naast deze algemeen weerstandsverhogende stoffen zitten bevatten bes en bloesem ook specifieke eiwitten, de zogenaamde hemagglutinine-eiwitten.
De beschermende werking van de vlierbes dankt ze in de eerste plaats aan het hemagglutinine-eiwit SAN-III, dat zorgt voor een 'inhibitie' of afremmen van het hemagglutinine van een virus. Dit hemagglutinine is een stof in de eiwitmantel van een virus, waarmee het zich aan de cellen in het lichaam hecht. Dit hemagglutinine afremmen betekent dus zoveel als het ziekmakend vermogen van een virus afzwakken. Daarnaast werd ook aangetoond dat de vlierbes dankzij haar bijzondere anthocyanen (kleurstoffen) een 'immunomodulerende' werking heeft, waardoor ons lichaam een betere weerstand heeft tegen virussen. De bessen zijn rijk aan anthocyanen zoals chrysanthemine (cyanidine 3-glucoside), sambucyanine (cyanidine 3-xyloglucoside), sambucine (cyanidine 3-rhamnoglucoside) en daarvan afgeleide verbindingen, die mede instaan voor de afweerstimulerende werking.

Voor het vlierazijnrecept zie https://hagezussen.wordpress.com/2016/08/24/vlierbessen-balsamico-azijn/

woensdag, augustus 31, 2016

Vlierbessen. Ze zijn er weer.


Vlierbessen. Ze zijn er weer. Alhoewel de kwaliteit dit jaar te wensen overlaat, hebben we er toch onze lekkere fruitazijn mee gemaakt. Ook als medicijn staat de vlier in mijn toptien en die waardering voor de vlier is waarschijnlijk al duizenden jaren oud.

Opgravingen suggereren dat de vlier reeds in het Steentijdperk als medicinale plant werd ingezet, met zekerheid weten we dat deze plant al sinds 2500 jaar in de volksgeneeskunde wordt ingezet als middel bij griep, hoest, verkoudheden en om "slijmen op te lossen".
Zo maakten de Grieken en Romeinen gretig gebruik van de gewone vlier. Galenus (131 - 201 n. C.) beschreef de vlier als "heet en droog" en daarom aan te raden bij koude en vochtige aandoeningen zoals verkoudheden en slijmvliesaandoeningen. Dodonaeus (1517 - 1585) kende er onder meer slijmoplossende en ontzwellende eigenschappen aan toe.


,.In den voor-christelijken tijd", zegt de dichter Frederik Van Eeden, "had de vlier nog andere eigenschappen. Had iemand kiespijn of koorts, hij behoefde slechts een vliertakje in den grond te steken zonder een woord te spreken, de pijn of de koorts bleef dan aan
het takje kleven en ging over op de persoon, die er het eerst voorbij kwam". Nogal een vreemde en asociale manier om van een ziekte af te geraken. De vlier aldus Van Eeden  "stond ook in nauwe betrekking tot het podagra (jicht). Deze kwaal schijnt in den ouden tijd als vereerend voor den patiënt te zijn aangemerkt, omdat zij een bewijs leverde, dat hij tot de bevoorrechte klasse behoorde. Zoodra iemand den eersten aanval van podagra voelde, werd hij met vlierbladeren bekranst." Ziekte als een statussymbool, waar heb ik dat meer gehoord?

Ook Dodonaeus maakt in zijn Cruydeboec van 1563 eveneens gewag van het gebruik van vlierbladeren bij of liever tegen het pootje, maar op een meer prozaïsche wijze dan Van Eeden.
De weledele heer Dodonaeus is altijd nuchter, nooit raakt hij eens in extase over een mooie bloem, hij denkt alleen maar aan de "cracht en werkinghe." "Die bladeren gruen ghestooten zijn goet gheleyt op die heete swillinghen ende vergaringhen, ende met bocken oft ossen ruet (= vet) vermenght versueten zij die pijne van de flederzijn daer op gheleyt."  Over de verdere uitwerking van vlier op het menschelijk lichaam is Dodoens niet erg te spreken, maar hij overdrijft wel een beetje: "Die vlier es van zijn eyghen natuere den menschelijcker natueren heel tseghen ende contrarie, hy maeekt groote walginghe ende beruerte in die maghe, dermen ende buyck, hy onstelt dat heel lichaem ende beneemt die eracht,macht ende ghesondheyt van der Jeuere (lever)". Maar Dodoens geeft ook nog een toepassing aan, die ons niet bekend was "Die besickens (= bessen) sonderlinghe die platte sadekens zijn goed den gehenen die seer vet zijn ende gheerne magherder waren, omtrent een vierendeel loots swaer tsmorghens met wijn inghenomen ende langhe tijt gebruyckt."

Naast al die empirische kennis uit het verleden, kon rond de eeuwwisseling de virologe Dr. Mumcuoglu uitgebreid de antivirale werking van de proteïnes in vlierbessen aantonen.
 Zowel in de bloesems als de bessen zitten als werkzame stoffen heel wat flavonoïden zoals quercetine, isoquercitrine, hyperoside, astragaline, kaemferol. Naast deze algemeen weerstandsverhogende stoffen zitten bevatten bes en bloesem ook specifieke eiwitten, de zogenaamde hemagglutinine-eiwitten.
De beschermende werking van de vlierbes dankt ze in de eerste plaats aan het hemagglutinine-eiwit SAN-III, dat zorgt voor een 'inhibitie' of afremmen van het hemagglutinine van een virus. Dit hemagglutinine is een stof in de eiwitmantel van een virus, waarmee het zich aan de cellen in het lichaam hecht. Dit hemagglutinine afremmen betekent dus zoveel als het ziekmakend vermogen van een virus afzwakken. Daarnaast werd ook aangetoond dat de vlierbes dankzij haar bijzondere anthocyanen (kleurstoffen) een 'immunomodulerende' werking heeft, waardoor ons lichaam een betere weerstand heeft tegen virussen. De bessen zijn rijk aan anthocyanen zoals chrysanthemine (cyanidine 3-glucoside), sambucyanine (cyanidine 3-xyloglucoside), sambucine (cyanidine 3-rhamnoglucoside) en daarvan afgeleide verbindingen, die mede instaan voor de afweerstimulerende werking.

Voor het vlierazijnrecept zie https://hagezussen.wordpress.com/2016/08/24/vlierbessen-balsamico-azijn/