Posts tonen met het label luchtwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label luchtwegen. Alle posts tonen

vrijdag, januari 16, 2026

Eucalyptus globulus, een monografie

Eucalyptusbomen behoren tot de mirtefamilie (Myrtaceae), waartoe meer dan 600 soorten behoren die van nature voorkomen in Australië en Indonesië. Het zijn snelgroeiende bomen die een hoogte van bijna 100 meter en een stamomtrek van maximaal 20 meter kunnen bereiken. De blauwe eucalyptus (Eucalyptus globulus Labill.) wordt voornamelijk medicinaal gebruikt; deze boom wordt doorgaans slechts 30-35 meter hoog, maar bereikt in de eerste 10 jaar een hoogte van bijna 25 meter. Het belangrijkste verspreidingsgebied is Zuidoost-Australië.

Traditioneel gebruik in Australië

Verschillende eucalyptussoorten zijn op uiteenlopende manieren gebruikt door de inheemse bevolking van Australië; het medicinale gebruik van schors, hars en bladeren is gedocumenteerd voor meer dan een dozijn soorten [6].

De Yaegl-bevolking van het noorden van Nieuw-Zuid-Wales gebruikte de bladeren tegen bronchitis en hoest, en ook tegen verkoudheid in het algemeen, en de schors als een op tannine gebaseerd geneesmiddel tegen zweren en schurft [27]. In West-Australië werd de hars van verschillende soorten gebruikt tegen tandpijn, bronchitis en hartaandoeningen [30]. Eucalyptus werd ook gebruikt tegen diarree [38]. Een kompres van E. globulus-bladeren werd gebruikt tegen reumatische rugpijn. Voor een sterker effect werden de bladeren ook op gloeiende kolen gelegd. Hoofdpijn werd behandeld met de stoom van verhitte bladeren, en afkooksels werden gebruikt tegen verkoudheid. Een middel genaamd "mindi-warrum-bing" bevatte honing naast eucalyptusbladeren en werd gebruikt tegen verkoudheid en dysenterie [24].

Toepassing in Europa

De eerste Europeaan die Eucalyptus globulus ontdekte en beschreef, was de Franse bioloog Jacques Julien Houtou de Labillardière (1755-1834) in Tasmanië in 1792 [26][35]. Labillardières reisverslag werd gepubliceerd in het achtste jaar van de Republiek (1799/1800) en verscheen in 1802 ook in het Engels en Duits. Hij koos de naam vanwege de gelijkenis van de zaaddozen met jasknopen [20]. De illustraties van de planten werden gemaakt door de Belgische schilder Pierre-Joseph Redouté, die nu wereldberoemd is, vooral vanwege zijn boeken over lelies en rozen [19]. Labillardière was ook de eerste die in 1818 essentiële oliën analyseerde volgens moderne principes en de samenstelling van terpentijnolie met bijna volledige nauwkeurigheid vaststelde [21][36].

In de 19e eeuw ontdekte men in Frankrijk (Grimbert) en Engeland dat eucalyptus gebruikt kon worden om moerassige gebieden droog te leggen. Men geloofde ook dat de etherische oliën van de boom een ​​desinfecterende werking hadden op de "tropische koortslucht" (vgl. Madaus, p. 1304). De effectiviteit tegen malaria is echter waarschijnlijk te danken aan het feit dat eucalyptusbomen, door hun snelle groei, veel water verbruiken, waardoor het grondwaterpeil daalt en muggen geen broedplaatsen meer hebben. De eerste succesvolle drooglegging van moerasland werd door de Engelsen in de Kaapkolonie (Zuid-Afrika) gerealiseerd. Desondanks werd eucalyptus aanvankelijk beschouwd als een middel tegen malaria.

In de 19e eeuw kreeg eucalyptusolie meer aandacht als geneesmiddel. Vanaf het midden van de 19e eeuw werd eucalyptusolie industrieel gedestilleerd in Australië [7], [8]. Bentley en Trimen noemen aandoeningen van de luchtwegen zoals bronchitis, astma en kinkhoest als indicaties [1].

In zijn 'Leerboek van biologische geneesmiddelen' uit 1938 schrijft Gerhard Madaus over de toenmalige stand van de kennis: 'Eucalyptus globulus is een van de beste middelen voor de behandeling van griep en andere luchtwegaandoeningen.' Wrijfsels worden ook gebruikt bij reumatische aandoeningen, vooral die welke het gevolg zijn van griep. Madaus noemt specifiek het effect ervan als een 'goed slijmoplossend middel' bij bronchitis, longcatarre, hoest, kinkhoest, laryngitis, rhinitis, hoofdpijn aan de voorkant van het hoofd en astma (p. 1306). Hij beschrijft ook ervaringen met nier- en blaasproblemen, diabetes mellitus, maag- en darmklachten, lever- en galblaasproblemen, evenals zweren, bloedend tandvlees en tandvleespijn (p. 1307).

Daarentegen stelt de 4e editie van ‘Hager’s Handbook of Pharmaceutical Practice’ uit 1973 dat eucalyptusbladeren nu zelden nog worden gebruikt voor bronchitis en astma, voor de productie van mondspoelingen en voor maag- en darmcatarre, evenals voor blaasproblemen [11].

In de 5e editie worden de toepassingsgebieden voor eucalyptusolie – in overeenstemming met de aanbeveling van Commissie E – vermeld als inwendig en uitwendig gebruik bij infecties van de luchtwegen en uitwendig gebruik bij reumatische aandoeningen [3], [5].

HPMC-monografie

Het Comité voor Kruidengeneesmiddelen (HMPC) van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) publiceerde in 2013 een monografie over de bladeren van E. globulus [14], gevolgd in 2014 door een monografie over de etherische olie van E. globulus, E. polybractea en E. smithii [15]. Het gebruik van zowel de bladeren als de olie wordt aanbevolen bij hoest die gepaard gaat met verkoudheid, en de olie wordt ook aanbevolen voor uitwendig gebruik bij spierpijn.

Eucalyptusbladeren bevatten tannines, procyanidinen, triterpenoïden, flavonoïden, derivaten van floroglucinol zoals euglobalen en macrocarpalen, en tussen 1,5 en 3,5% etherische olie, waarvan 1,8-cineol het grootste deel uitmaakt (minstens 70% en tot 95%). Andere componenten van de olie zijn monoterpenen zoals α-pineen en p-cymeen. De olie heeft secretomotorische, expectorerende, licht spasmolytische en lokaal licht hyperemische effecten, en er is ook experimenteel aangetoond dat ze ontstekingsremmende en antibacteriële eigenschappen heeft.

In laboratoriumtests werden zowel gram-negatieve als gram-positieve bacteriën geremd en gedood. De sterkste effecten werden waargenomen tegen Shigella flexneri, Klebsiella pneumoniae, Listeria monocytogenes, Staphylococcus epidermidis, S. saprophyticus en S. xylosus [13]. Daarnaast werd het antivirale effect ook experimenteel onderzocht, met name tegen herpes simplex (HSV-1) [15] en influenza A H11N9 [16][37]. Het ontstekingsremmende effect van geïsoleerde 1,8-cineol is klinisch aangetoond bij patiënten met bronchiale astma. 1,8-Cineol kan ook de transdermale absorptie van andere geneesmiddelen verbeteren.

De olie kan (via inhalatie en systemisch via de bloedbaan) doordringen tot in de kleinste vertakkingen van de sinussen en bronchiën, waar ze haar werking kan uitoefenen. Daarom wordt eucalyptusolie aanbevolen bij infecties van de luchtwegen. Het wordt zowel inwendig als uitwendig gebruikt in de vorm van zalven of inhalaties, maar mag niet worden ingenomen bij ontstekingsziekten van het maag-darmkanaal en de galwegen, of bij ernstige leveraandoeningen. Preparaten die eucalyptusolie bevatten, mogen niet op het gezicht van zuigelingen en jonge kinderen worden aangebracht [23].

Monografie van Commissie E

Er bestaat een monografie van Commissie E uit 1993 over de vaste combinatie van eucalyptusolie en dennennaaldolie. Inhalatie en topische toepassing worden aanbevolen voor luchtwegcatarre. Topische (cutane) toepassing is een hybride vorm van inhalatie en systemische absorptie. Naast inhalatie worden sommige oliën ook via de huid geabsorbeerd, waarbij de absorptiesnelheid en -snelheid sterk afhankelijk zijn van de specifieke olie.

Indicaties  / Uit het cursusboek van herboristenopleiding Dodonaeus
Luchtwegen (voornaamste indicatie)

  • ** Bronchiale aandoeningen
  • * Astma
  • ** Griep, vroeger bij TBC.
  • ** Sinusitis, rhinitis, neusverkoudheid.
  • * Sommige infectieziekten met koorts o.a.: roodvonk, mazelen, bof 
  • - vroeger zelfs bij malaria, tyfus en cholera.
Intestinale Parasieten: * Ascaris, oxyuren 
Huid en Uitwendig
  • * Acné (antibacteriëel tegen Corynebact. acnei) Lavandula e.o. + Eucalyp tus e.o.
  • * Mycose
  • * Mondschimmel Eucalypti fol. dec. 2'
Gewrichten pijnstillend E. citriodora etherische olie uitwendig
  • * Artritis.
  • * Tennisarm (elleboog)


Literatuur / Referenties



donderdag, november 07, 2024

Honing bij hoest en mucositis

Honing is een beproefd huismiddeltje tegen hoest. De wetenschappelijke onderzoeken duiden vooral op een hoestverlichtend effect. Maar honing kan ook de symptomen van luchtweginfecties verlichten, vooral in het begin. Tot deze conclusie kwamen ook wetenschappers van de Oxford University Medical School, zo melden zij in het ‘British Medical Journal Evidence Based Medicine’. Ze zochten naar relevante onderzoeken waarin honing en preparaten die het als ingrediënt bevatten, werden vergeleken met conventionele therapieën. Deze bestonden meestal uit antihistaminica, slijmoplossende middelen, hoestmiddelen of pijnstillers.

Ze vonden 14 in aanmerking komende klinische onderzoeken waarbij 1.761 deelnemers van verschillende leeftijden betrokken waren. Het resultaat: honing was effectiever dan gebruikelijke behandelingen, vooral tegen hoest. De experts benadrukken dat antibiotica vaak worden gebruikt als er virale effecten optreden, maar deze helpen alleen bij bacteriële ziekten. Zij concludeerden: „Honing zou een alternatief kunnen zijn voor de behandeling van symptomen van de bovenste luchtwegen.” 

Hoestsiroop gemaakt van uien en honing

Schil een ui, hak hem fijn en doe hem in een glas met twee eetlepels honing. Laat het geheel een nacht trekken en giet de resulterende vloeistof af. Neem meerdere keren per dag een lepel honing-uiensap. Uiensiroop heeft ook een slijmoplossend effect. Overigens smaakt het voor veel gebruikers, inclusief kinderen, acceptabeler dan je op het eerste gezicht zou verwachten.

Honing ook bij ontsteking van het mondslijmvlies als gevolg van kankertherapie

Chemotherapie en bestraling beschadigen cellen die zich snel delen. Dit is wenselijk voor kankercellen. Maar niet alleen kankercellen delen zich vaak, maar ook veel gezonde cellen. Dit zijn voornamelijk cellen van bloedvorming, haarzakjes, nagelvorming en slijmvliezen. Daarom worden vooral de slijmvliescellen in het mond- en keelgebied vaak beschadigd met als gevolg ontsteking van het mondslijmvlies (mucositis, stomatitis)

Uit onderzoek onder patiënten die werden behandeld met bestraling en chemotherapie voor hoofd-halstumoren blijkt dat dergelijke symptomen in sommige gevallen met relatief eenvoudige middelen kunnen worden voorkomen. Ze kregen een kwartier voor en na en zes uur na de bestraling of placebo 20 ml honing. Eén onderzoek toonde aan dat niet alleen minder patiënten mucositis ontwikkelden in de behandelde groep, maar dat deze ook minder ernstig was.

15 procent van de honinggebruikers ontwikkelde mucositis graad 3 en geen enkele ontwikkelde mucositis graad 4. In de controlegroep werd bij 65 procent van de patiënten mucositis graad 3 of 4 vastgesteld. Mucositis is altijd pijnlijk. Bij graad 3 mucositis komen grote zweren voor die meer dan 25 procent van het mondslijmvlies bedekken. Vast voedsel is dan niet meer mogelijk. Maar de patiënten kunnen wel nog  drinken. Bij graad 4 mucositis treden bloedende ulceraties op die meer dan 50 procent van het mondslijmvlies bedekken. In dit stadium van mucositis is eten en drinken niet mogelijk. In dergelijke gevallen moeten patiënten in het ziekenhuis worden opgenomen. Een andere optie tegen mucositis tijdens chemotherapie/bestraling: bevroren ananasstukjes.

Referentie Effectiviteit van honing voor symptomatische verlichting bij infecties van de bovenste luchtwegen: een systematische review en meta-analyse (BMJ Evidence-Based Medicine): https://ebm.bmj.com/content/early/2020/07/28/bmjebm-2020 -111336


zaterdag, maart 20, 2021

Sleutelbloemen bloeien

Sleutelbloemen bloeien. In onze Bretoense tuin waren het vooral stengelloze sleutelbloemen die er al vroeg volop bloeiden, in mijn huidige woonplaats zijn vooral de gulden sleutelbloemen goed vertegenwoordigt.  
Het sleutelbloemengeslacht telt een aantal soorten waarvan er drie in ons land voorkomen. De gulden sleutelbloem (Primula veris) heeft donkergele, klokvormige bloempjes. De eironde bladen staan in een wortelrozet en hebben een gekartelde rand. De bloempjes van de Primula elatior of de slanke sleutelbloem zijn lichtgeel. De laatste inheemse soort, de stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris) komt in het wild weinig voor. In onze vroegere Bretoense tuin is de stengelloze juist veel aanwezig. 

Het woord 'sleutel' in de naam refereert natuurlijk naar de plantvorm. De plant in zijn geheel lijkt inderdaad wel wat op een ouderwetse sleutel. Toeval of niet, ook Sinte-Pieter blijkt wat te hebben met sleutels. Als bezitter van de sleutels van de hemelpoort, wordt hij in de christelijke iconografie vaak afgebeeld met een sleutel. Verschillende legenden en sagen verklaren de oorsprong van de sleutelbloem. Een Vlaamse legende gaat als volgt. Toen de apostel Petrus aan het kruis hing, kwamen de engelen hem halen om hem naar de hemel te voeren. Toen ze vertrokken, gaven ze hem de sleutels van de hemel die hij op aarde liet vallen. Waar de sleutels terechtkwamen, groeide een nieuwe bloem: de sleutelbloem (De Cleene 1999: 997). 

Stengelloze sleutelbloem / Primula vulgaris
Een andere, ietwat aangepaste versie van deze legende vertelt het volgende. Een kindje stierf en klopte aan bij de hemelpoort. Wanneer Sint-Pieter het afgestorven zieltje binnenliet, liet hij de sleutels op aarde vallen. De gouden sleutels kwamen terecht op een kerkhof en op de plek waar zij neerploften ontsproot een bloempje. Een weesje vond 's anderendaags de bloem met sleutelbos en verspreidde het nieuws. Daarop kwam het volk het devote plantje bewonderen en noemde het hemelsleutelbloem (Teirlinck 1980: 214).

In het kruidenboek anno 1554 van Rembert Dodoens staat “van sluetelbloemen” het volgende te lezen: “Dat ierste gheslacht wordt gheheeten in Latijn nu ter tijt Herba S. Petri. In Hoochduytsch Himmelschlussel/ S. Peters kraut/ geel 28 Schlusselblumen ende wolrieckende Schlusselblumen/ in Neerduytsch S. Peeters cruyt ende welrieckende Sluetelbloemen.”De benaming sint-pieterskruid blijkt dus al lange tijd gangbaar te zijn.

In de apothekersboeken van 19de en zelfs 20ste eeuw werden vooral de sleutelbloemwortels als geneeskrachtig beschreven. De 'radix primulae' werden voorgeschreven als expectorans, dus vooral gebruikt om taai slijm uit de luchtwegen te verwijderen. Maar ook als pijnstillend en ontstekingswerend middel waren ze bekend. De wortels bevatten aspirine-achtige stoffen, die je ook kan reuken als je de wortels oogst.

Veel verwerken en gebruiken doe ik deze planten niet meer. Reden: redelijk zeldzaam, beschermd, weinig opbrengst, toch zijn zeker de wortels een interessant product om kleinschalig te oogsten. Wat wortels plukken en in honing laten trekken als siroop, tezelfdertijd kun je de plant scheuren en een deel van de wortels uitplanten. Wortels dus gebruiken en toch niet kapot maken. 



vrijdag, december 13, 2019

Klimop in december

Nu in december is de groene glimmende klimop in de blote bomen zichtbaarder dan ooit. Het is alsof er plots klimopbomen ontstaan. 
Klimop bloeit in september-december en is in die periode een bron van nectar en stuifmeel aangezien er dan niet zoveel gewassen bloeien. Daarmee trekt de plant tijdens de bloei vlinders en andere nectarzoekers aan. De vruchten rijpen na de winter (maart) en zijn geliefd bij vogels (onder andere merels) die vervolgens zorgen voor de verspreiding van het zaad. Klimopblad is het favoriete voedsel van sommige rupsen en wandelende takken. Verder is een klimopstruik een slaap- en schuilplaats voor allerlei vogels. Ook nestelen heggenmus, merel, winterkoning erin en is het voor vlinders zoals de gehakkelde aurelia een plek om te overwinteren.

In de klassieke oudheid had klimop behalve op het fysieke vlak (leverprotectie) ook symbolisch een beschermende functie. De plant had eigenlijk een dubbelrol: hij was het symbool/zinnebeeld van dronkenschap maar gaf ook bescherming tegen dronkenschap omdat het blad de wijn onschuldig zou maken. Daarnaast zou hij aan de mens goddelijke vermogens schenken in de vorm van helderziendheid en profetie. Of was die profetie een uiting van dronkenschap? In de middeleeuwen zouden door het dragen van een klimopkrans heksen te herkennen zijn. Klimop is ook het zinnebeeld van liefde. Daarbij gaat het om eigenschappen zoals onsterfelijkheid, uitgelatenheid, trouw, gehechtheid, vasthoudendheid, blijvende affectie en vriendschap. Het groenblijvende karakter en de hechtende eigenschappen van klimop ondersteunen deze toegedichte eigenschappen. Een vorm van signatuurleer.

Inhoudsstoffen en werking 
Zoals vele andere planten heeft klimop inhoudsstoffen die een gunstige of juist nadelige uitwerking kunnen hebben in of op het menselijk lichaam. Jonge uitlopers en gedroogd blad werden al in het oude Egypte en Griekenland toegepast tegen hoofdpijn. Bladextracten waren slijmoplossend, zweetafdrijvend en koortsdrukkend en er werden magische krachten aan toegeschreven. Het zou bij uitwendig gebruik helpen bij builen en blauwe plekken. Dit sluit aan bij het hedendaagse volksgebruik van klimop in de wondverzorging als omslag bij brandwonden en zweren. Tegenwoordig gaat het in de fytotherapie vooral om het gebruik van droogextracten die worden toegepast bij hoest als gevolg van longproblemen. Het extract heeft een antiseptische, mucolytische en ontstekingsremmende werking die waarschijnlijk berust op de aanwezigheid van saponinen, met name alfa-hederine in het blad. Daarnaast wordt het inwendig gebruikt als pijnstiller tegen krampen.

Naast positieve eigenschappen kan het gebruik van klimop ook negatieve effecten hebben. Bij een te hoge concentratie van in de plant aanwezige saponin-glycosiden (waarvan de belangrijkste alfa-hederin, hederasaponin C en hederasaponin D zijn) zal er bij inname sprake zijn van vergiftigingsverschijnselen. Vooral bladeren en bessen bevatten genoemde stoffen. Het eten van grote hoeveelheden bessen leidt daarbij tot braken, diarree, koorts en stuipen. De bessen zijn erg bitter en nodigen niet uit tot consumptie. Het eten van bladeren kan leiden tot krampen. Contact met het plantensap uit de bladeren – bijvoorbeeld bij snoeiwerkzaamheden – kan leiden tot dermatitis; hiervoor wordt de stof falcarinol verantwoordelijk gehouden.

Referenties

  • European Medicines Agency. Community herbal monograph on Hedera helix L., folium. 2011. 
  • European Medicines Agency. Assessment report on Hedera helix L., folium. 2011
  • Paulsen E, Christensen LP, Andersen KE. Dermatitis from common ivy (Hedera helix ssp. helix) in Europe: past, present and future. Contact Dermatitis 2010;62(4):201-9. 
  • Morfin-Maciel BM, Rosas-Alvarado A, Velázquez-Sámano G. Anaphylaxis due to ingestion of ivy syrup (Hedera helix L.). Report of two cases. Rev Alerg Mex 2012;59(1):31-6


zondag, oktober 06, 2019

Klimop als medicijn.

Als de bomen hun bladeren verliezen, valt het glimmend groen blad van de klimop des te meer op. Klimop is een geneeskrachtige plant maar wel ene met gebruiksaanwijzingen. Klimop bevat inhoudsstoffen die een gunstige of juist een nadelige werking kunnen hebben in of op het menselijk lichaam.

Jonge uitlopers en gedroogd blad werden al in het oude Egypte en Griekenland toegepast tegen hoofdpijn. Bladextracten waren slijmoplossend, zweetafdrijvend en koortsdrukkend en er werden ook magische krachten aan toegeschreven. Het zou bij uitwendig gebruik helpen bij builen en blauwe plekken. Dit sluit aan bij het hedendaagse volksgebruik van klimop in de wondverzorging als omslag bij brandwonden en zweren.


Tegenwoordig gaat het in de fytotherapie vooral om het gebruik van droogextracten die worden toegepast bij hoest als gevolg van longproblemen. Het extract heeft een antiseptische, mucolytische (slijmoplossende) en ontstekingsremmende werking die waarschijnlijk berust op de aanwezigheid van saponinen, met name alfa-hederine in het blad. Daarnaast wordt het inwendig gebruikt als pijnstiller tegen krampen.

Naast positieve eigenschappen kan het gebruik van klimop ook negatieve effecten hebben. Bij een te hoge concentratie van in de plant aanwezige saponin-glycosiden (waarvan de belangrijkste alfa-hederin, hederasaponin C en hederasaponin D zijn) zal er bij inname sprake zijn van vergiftigingsverschijnselen. Vooral bladeren en bessen bevatten genoemde stoffen. Het eten van grote hoeveelheden bessen leidt daarbij tot braken, diarree, koorts en stuipen. De bessen zijn erg bitter en nodigen niet uit tot consumptie. Het eten van bladeren kan leiden tot krampen. Contact met het plantensap uit de bladeren – bijvoorbeeld bij snoeiwerkzaamheden – kan leiden tot dermatitis; hiervoor wordt de stof falcarinol verantwoordelijk gehouden.

Hedendaags medicinaal gebruik
De toepassing bij luchtwegproblemen met diverse triterpeensaponinen als belangrijkste actieve componenten, kwam in die loop van de 20ste eeuw steeds meer centraal te staan. Enerzijds werd er altijd van uitgegaan dat de saponinen een lichte keelirritatie opwekken die reflexmatig het ophoesten bevordert. Anderzijds werden er spasmolytische en bronchodilaterende effecten van het extract bij astmapatiënten vastgesteld. Die effecten bleken bij nader onderzoek afkomstig van de saponinen maar flavonolderivaten bleken ook bij te dragen aan het spasmolytisch effect.

In 2008 werd een ander werkingsmechanisme gesuggereerd en dit werd door in-vitro-onderzoek bevestigd: alfa-hederin in H. helix heeft beta-2-adrenerge* mimetische activiteit. Deze stof liet in vivo bij ratten ook nog een sterk leverbeschermende werking zien (tegen cadmiumvergiftiging). Daarnaast werken de verschillende saponinen mucolytisch en antibacterieel, onder andere tegen meticilline-resistente Staphylococcus aureus. In 2011 publiceerde de European Medicines Agency (EMA) haar monografie over klimopblad [7]. Het assessment report vermeldt dat klimop in zeer veel Europese landen op dat moment al een geneesmiddelenstatus heeft. Met name bij luchtwegaandoeningen bij kinderen (zoals astma en kinkhoest) wordt het veel gebruikt. Toch vermeldt de EMA als indicatie slechts natte hoest (well established use) en voor traditioneel gebruik: hoest bij verkoudheid. Omdat het om een tamelijk toxische plant gaat waarbij de dagdosering laag is – overeenkomend met 0,25-0,4 gram gedroogd blad per dag – zijn gestandaardiseerde bereidingen met bijvoorbeeld een droogextract de enige optie.

*β 2 ( beta 2 ) adrenerge receptor agonisten , ook wel adrenerge β 2 receptor agonisten , zijn een klasse van geneesmiddelen die inwerken op de β 2 adrenerge receptor . Net als andere β-adrenerge agonisten , veroorzaken ze de spieren soepel ontspanning. β 2 effecten adrenergische agonisten op gladde spieren veroorzaakt dilatatie van bronchiale passages , vasodilatatie in spieren en lever , ontspanning van de baarmoeder spieren en afgifte van insuline . Ze worden voornamelijk gebruikt voor de behandeling van astma en andere pulmonale aandoeningen, zoals COPD .

Referenties
  • De Cleene M, Lejeune MC. Compendium van rituele planten in Europa. Mens en Kultuur, Gent, 1999.
  • European Medicines Agency. Community herbal monograph on Hedera helix L., folium. 2011
  • Holzinger F, Chenot JF. Systematic review of clinical trials assessing the effectiveness of ivy leaf (Hedera helix) for acute upper respiratory tract infections. Evid Based Complement Alternat Med 2011;2011:382789;doi:10.1155/2011/382789.

vrijdag, augustus 30, 2019

Onder de eucalyptusboom

Onder de eucalyptusboom. Aromatherapie in het echt. Eucalyptusolie, net als menthol, 'ontstopt' het bovenste deel van de luchtwegen in geval van neusverkoudheid. Het gevoel van vrijer ademhalen na inademing van eucalyptusolie {maar ook van pepermunt en kamfer) ontstaat door prikkeling en stimulatie van de koude-receptoren in de neus. Deze koude sensatie geeft een gevoel van beter en vrijer te kunnen ademhalen (Burrow 1983).

eucalyptol of 1.8-cineol
Onder mijn eucalyptusboom
Rudansky (2000) gebruikte Eucalyptus globulus om het slijm op te lossen bij een patiënt met cysticfibrose (taaislijmziekte). De patiënt, een 36 jarige vrouw, had last van longontsteking en pleuraal oedeem en werd behandeld met intraveneuze antibiotica (6 weken en daarna 3 weken zonder de middelen). Zij was verder afhankelijk van een zuurstofmachine. Haar slijm was dik, dicht en er zat bloed in. In samenwerking met haar behandelend arts, was Rudansky in staat de longelasticiteit van de patiënt te verbeteren. Hierdoor had de vrouw minder zuurstof uit de machine nodig.  De dosering van de intraveneuze antibiotica werd verlaagd en na een tijd had de vrouw geen antibiotica meer nodig. 

Ontstekingsremmend effect bij astma. Het is de verdienste van de wetenschapper Juergens, die zich in de ontstekingsremmende werking van cineol, hoofdbestanddeel van eucalyptus, heeft verdiept. Juergens en zijn team ontdekten dat de inname van cineol ontstekingsremmende effecten vertoonden door remming van de ontstekingsstoffen die overmatige slijmvorming veroorzaken. Zo remt cineol bij bronchiale astma de arachidonzuurmetabolieten leukotriëne B4, prostaglandine E2 en tromboxanen, TNF-alpha en interleukinen. De proefpersonen namen 3 dagen lang 3 x daags 200 mg 1,8-cineol in. Het testen van de monocyten in het bloed gebeurde voor de therapie, na de behandeling van 3 dagen (dag 4) en 4 dagen na het stopzetten van de behandeling (dag 9). De productie van arachidonzuur metabolieten was significant geremd op dag 4. Long-term systemic therapy with 1.8-cineol has asignificant steroid-saving effect in steroid-depending asthma. This is the first evidence suggesting an anti-inflammatory activity of the monoterpene 1.8-cineol in asthma and a new rational for its use as mucolytic agent in upper and lower airway diseases.

dinsdag, december 11, 2018

Luchtwegen en de winter

Hier wat wijsneuzerige adviezen van een herborist om jezelf en je luchtwegen gezond de winter door te loodsen.

Groenten en fruit eten. Deze zitten boordevol antioxidanten. Groenten die bij luchtwegaandoeningen bijzonder goed werkzaam zijn: prei, ui en wortelen hebben allen een goede uitwerking op de slijmvliezen door hun gehaltes aan vitamine C, zwavelhoudende bestanddelen en carotenoïden. Een gesneden ui op je nachttafel houdt de neus open en daardoor slaapt je beter bij neusverkoudheid. Astmapatiënten en mensen die lijden aan chronische bronchitis doen er goed aan wekelijks enige keren uien te eten. Ook look bevat de zwavelhoudende component allicine wat het antioxidant systeem ondersteunt door het aanleveren van glutathion. Ook bieslook en prei behoren tot de planten met cepaënen en helpen slijmen in het ademhalingsstelsel op te lossen.

Lees ook https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/ziekten/26513-ui-tegen-astma-en-diabetes.html

Tijm helpt het slijm op te lossen en kunnen we gebruiken bij verkoudheden, keelaandoeningen en vooral bij hoesten. Tijm heeft zowel culinaire als medicinale toepassingen en is een veel voorkomende remedie tegen hoesten, keelpijn, bronchitis en problemen met de spijsvertering.

N-Acetyl-L-Cysteïne (NAC) is afkomstig is van het aminozuur L-cysteïne. Het nemen van een dagelijkse dosis kan de frequentie en ernst van een natte hoest verminderen door het slijm in de luchtwegen te verminderen. Een meta-analyse van 13 studies suggereert dat NAC de symptomen significant kan verminderen bij mensen met chronische bronchitis. De onderzoekers suggereren een dagelijkse dosis van 600 milligram (mg) NAC voor mensen zonder luchtwegobstructie, en tot 1200 mg bij een obstructie. Liefst in overleg met de arts.

Oregano, wilde marjolein / Origanum vulgare: de etherische olie met thymol in oregano vernietigt E. coli en bacteriën die longontsteking veroorzaken. Van oregano is zelfs aangetoond dat het kan ingezet worden bij het bestrijden van antibiotica-resistente bacteriën.

Smalle weegbree / Plantago lanceolata / Foto maurice godefridi
Smalbladige weegbree is een plant die we gedroogd, maar nog beter vers kunnen gebruiken voor het maken van kruidenthee of om te verwerken in een smoothie. Het blad is ook in de winter vers te plukken.

Echte salie. We kunnen saliethee drinken of als gorgeldrank gebruiken bij ontstoken keel en mondholte, ontsteking van de amandelen, maag en darmen. Salie drijft het slijm weg uit de ademhalingsorganen. In één onderzoek werden significante verbeteringen gezien bij acute virale keelontsteking. 140 microliter salie-extract per dosis (spray) werkte significant ten opzichte van placebo. Salie niet gebruiken bij koorts of borstvoeding. Salie remt zweten en melkproductie af.

Gember: Onderzoek suggereert dat sommige ontstekingsremmende stoffen in gember membranen in de luchtwegen kunnen ontspannen, wat hoesten zou kunnen verminderen. Brouw een kalmerende gemberthee door 20 gram verse gemberplakjes toe te voegen aan een kop heet water. Laat enkele minuten trekken voordat je drinkt. Voeg honing of citroensap toe om de smaak te verbeteren en een hoest nog meer te verzachten.

Bromelaïne is een eiwitsplitsend enzym dat afkomstig is van de ananasvrucht. De bromelaïne is het meest overvloedig in de kern van de vrucht. Bromelaïne heeft ontstekingsremmende eigenschappen en kan ook slijm afbreken en het uit het lichaam verwijderen. Mensen die bloedverdunners of specifieke antibiotica gebruiken, mogen geen bromelaïne gebruiken. 

*microliter = miljoenste deel van liter



maandag, april 16, 2018

Weegbree moet het nu waar maken

Vers weegbreeblad moet nu maar eens onze redder in luchtwegennood worden. Na weken problemen met keel, krampachtig hoesten en veel slijm en vele goede kruiden (salie, tijm...) geprobeerd te hebben is het nu de beurt aan weegbreeblad.

Vers weegbreeblad is er in principe genoeg te vinden toch valt het nog vies tegen om genoeg planten in eigen tuin te ontdekken. En ik wil juist vers blad gebruiken omdat vers in dit geval beter werkzaam is dan gedroogd.  We plukken 3 maal daags 5 blaadjes om 1 kop thee te trekken. En nu enkele dagen afwachten op de resultaten.

Bijschrift toevoegen
Over Plantago lanceolata of smalle weegbree.

De plant komt oorspronkelijk uit Europa en West-Azië, maar werd door de Europeanen over de gehele wereld verspreid als ‘het voetspoor van de blanke man’. Het weegbree-zaad wordt kleverig in vochtige toestand en blijft dan gemakkelijk plakken aan de voetzolen van wie er overheen loopt.

De soortnaam ‘Plantago’ komt van het Latijnse woord ‘planta’ voor ‘voetzool’. ‘lanceolata’ betekent ‘lancetvormig’ en verwijst naar de bladvorm. De grote weegbree, Plantago major, heeft bredere, meer ronde bladeren – ze zijn ook donkerder groen van kleur – en zoekt de vochtige schaduw op, terwijl de smalle weegbree een voorkeur heeft voor zandige, drogere bodems, en in het algemeen een ‘drogere’ indruk maakt. Plantago lanceolata, komt iets minder voor dan de grote weegbree, maar beide behoren tot de meest algemene onkruiden die langs onze wegen, in onze tuinen en graslanden voorkomen.

Smalle weegbree is een overblijvende plant met een korte, stevige wortelstok en lange, smalle bladeren, die rechtstreeks uit de grond lijken te komen (wortelrozet). Daartussen rijzen stevige, bladerloze stelen omhoog, die uitmonden in een groen-bruinige aar, die vele nietige, doorzichtige, geurloze bloempjes verenigt.
De bloempjes zijn tweeslachtig, de meeldraden ontwikkelen zich echter later dan de stijl, waardoor men bovenaan de aar meestal alleen stijlen ziet uitsteken en onderaan alleen meeldraden (met de opvallend witte helmknoppen), ofwel onderaan alleen stijlen en bovenaan nog gesloten bloempjes. De bloei, die al in april kan starten, loopt soms door tot aan de eerste vorst. De vrucht is een tweehokkige doosvrucht die met een dekseltje openspringt.

Alom bekend is het gebruik om vers geplukt (iets gekneusd) weegbreeblad als noodpleister direct op een verse wond te leggen of om daarmee bij insectensteken jeuk en zwelling acuut te verlichten.

Van oudsher worden weegbreepreparaten ingezet in voorjaarskuren om het bloed te reinigen, maar vooral ook bij catarrale luchtwegproblemen en huidaandoeningen. Terecht, zo beseft men meer en meer, want bij wetenschappelijk onderzoek worden steeds meer farmacologische effecten aangetoond en ‘geneeskrachtige stoffen’ ontdekt.

Zo wordt de antibacteriële, ontsteking remmende werking van Plantago lanceolata vooral toegeschreven aan de iridoïdglycosiden, met als hoofdbestanddeel aucubine (de activiteit ervan vermindert wel bij opwarmen). Het verzachtend effect op de hoestprikkel verbindt men vooral met het hoge gehalte aan slijmstof-polysacchariden. Als verdere belangrijke inhoudsstoffen van Plantago lanceolata worden genoemd: flavonoïden (vooral apigenine en luteoline), fenylethanoïden (acteoside), looistoffen, coumarine-glycosiden (aesculetine), chlorogeenzuur, enzymen (invertase), vrij veel kiezelzuur en een hoog gehalte aan kalium.

Het Europees geneesmiddelenagentschap (EMA) concludeerde in een ‘assessment report’ dat er voldoende evidence is voor de (orale en oromucosale) toepassing van extracten van Plantago lanceolata in de ‘symptomatische behandeling van geïrriteerd mond- en keelslijmvlies, gepaard gaande met droge hoest’. En dat hebben we nu net nodig.