Posts tonen met het label Thuja. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thuja. Alle posts tonen

maandag, januari 20, 2020

Troostende thuja

Ora et labora was hun devies,
maar hier onder de levensboom
rusten ze en wachten
op d’eeuwigheid.
De wachter, altijd groen,
deelt hun eenzaamheid.


In Bretagne zoek ik steun en troost bij mijn mammoetboom bij het stadje Huelgoat. In België bij mijn woonplaats Hastiere zoek ik die steun bij een andere indrukwekkende boom in het park van Hastiere, de Thuja plicata, de reuzenlevensboom.


Deze reuzenlevensboom is zowat 30 meter hoog en heeft donkergroen omhullend loof. De levensboom wordt in westelijk Amerika tot wel zo’n 50 meter hoog. Het is een van de belangrijkste houtleveranciers in Noord-Amerika en Canada, al heb ik hem liever in levende lijve. Het bekende ‘Western Red Cedar’-hout staat bekend om zijn lange levensduur. Constructies die worden blootgesteld aan weer en wind worden dan ook vaak van dit hout, in onbehandelde vorm, gemaakt. Zo gebruikten de indianen de boom om kano’s van te maken. Vaak zijn het de lagere rassen, helaas minder indrukwekkend die in ons land in de tuin worden gebruikt. Het is een snelgroeiende boom met een roodbruine schors. De neerhangende takken beschermen de boom tegen zonnebrand maar omarmen ook de mens die troost en bescherming zoekt. De twijgen van de Reuzenlevensboom zijn minder vertakt dan bij de andere soorten Thuja en de takken en het loof zijn iets grover. De glimmende, groene blaadjes geuren naar fruit wanneer ze aangeraakt worden. De kegeltjes die de boom vormt zijn eerst groen, maar worden uiteindelijk bruin.

Thuja is een conifeer met historie. Thuja is mogelijk afgeleid van het Griekse woord ‘thuo’, dat offeren betekent. De boom werd gebruikt bij offerrituelen, omdat hij een heel aangename geur verspreidt tijdens de verbranding. Deze geur is zeer specifiek voor de Thuja. Uit verse bladeren, twijgen en schors worden etherische olie gewonnen, die hun toepassing vinden in medicijnen en parfums.

De reuzenlevensboom (Thuja plicata D. Don) werd in 1791 ontdekt. Eeuwenlang zwierven ontdekkingsreizigers en veroveraars per boot over de wereld op zoek naar ‘vreemde landen’ waar zij ‘schatten’ verzamelden om mee naar huis te nemen. Aan boord waren vaak wetenschappers. Een bekend voorbeeld is viceadmiraal Robert FitzRoy (1805-1865) die met zijn boot de Beagle tussen 1831- 1836 rondtrok met aan boord Charles Darwin (1809-1882). De wetenschappelijke gasten aan boord verzamelden vaak (soms levende) biologische objecten die ze mee naar huis namen voor verder onderzoek. Op die manier werden veel bijzondere dieren en planten in West- Europa ingevoerd. In NCB Naturalis zijn daarvan nog voorbeelden te vinden. Zo trok ook de Spanjaard Allessandro Malaspina (1754-1810) met zijn boot over de wereld met aan boord de Franse botanicus Louis Née (1734-1803). In 1791 kwam hun boot aan op het eiland Nootka (British Colombia) aan de Canadese kust van de Stille Oceaan. Daar ontdekte Née enkele bijzondere bomen, o.a. de reuzenlevensboom, een naaldboom. In 1795 verzamelde een andere man, de marineofficier en botanicus Archibald Menzies (1754-1842), monsters van deze soort. De Schotse botanicus David Don (1799- 1841) gaf de boom de wetenschappelijke naam Thuja plicata.

In het gebied waar de reuzenlevensboom voorkomt staat hij symbool voor eeuwig leven. Diverse andere boomsoorten – soorten die erg oud kunnen worden – spelen in de Chinese, Joodse, Perzische, Assyrische en Griekse rituelen, mythologie en cultuur een vergelijkbare rol. Mogelijk gebruikten de indianen al meer dan 6000 jaar hout en andere delen van de boom. Medicinaal is de etherische Thuja-olie van betekenis.
Uitwendig toegepast is de etherische thuja-olie een middel tegen wratten. Uit de bladeren betrekt de farmaceutische industrie medicijnen tegen kanker, infectie, overmatige transpiratie en een vette huid. Heel veel gebruiksvoorwerpen worden gemaakt van allerlei delen van de boom: doodkisten, meubels, kano’s enz. De indianen weven wiegjes van wortelmateriaal en maken matrasjes van zacht bewerkte bast. Omdat de Thuja zeer oud kan worden wordt hij vaak gebruikt voor klimaatonderzoek. Op grond van zijn jaarringen kan informatie worden verzameld over het weer in de loop der jaren. Als de boom vanwege slecht weer (droogte of kou) niet kan groeien zijn de ringen anders dan in een gunstiger weertype. 

Ora et labora was hun devies,
maar hier onder de levensboom
rusten ze en wachten
op d’eeuwigheid.
De wachter, altijd groen,
deelt hun eenzaamheid.

De altijd groene wachter in het lied van Malihapi Malu is natuurlijk de levensboom. En de levensboom waarover hij dichtte was daadwerkelijk een Thuja.

vrijdag, oktober 22, 2010

Wandelen bij Oud Valkenburg.

Westerse levensboom
Ubachsberg. Nee, niet in Duitsland noch Belgie maar gewoon in Nederland. Die Nederlandse uitloper die men Zuid-Limbug noemt. Het hoogste dorp in de wijde omtrek blijkbaar. Ik sta voor het restaurant Le Montagnard, waar ik morgen start met een nieuwe herboristenopleiding. Vandaag heb ik zowel met de camper als te voet de streek nog even verkend. Het was lang geleden, maar ook hier ben ik vroeger veel geweest, vooral veel gewandeld. En met vroeger bedoel ik dan weer 30 jaar geleden. Het blijft me verwonderen, dat een mens, ik nu, zover kan teruggaan in de tijd.

Kasteel Schaloen
Vandaag even, een uurtje gewandeld bij Oud Valkenburg aan het kasteel Schaloen, de kruidentuin van 30 jaar geleden is er nog steeds, maar spijtig genoeg nu niet te bezichtigen. Bij de ingang staat wel een merkwaardige Levensboom met een vijftal kronkelige stammen, die wel kan bekeken worden en ook waard is om te bekijken. Hij werd hier blijkbaar geplant rond 1800, dus wel wat jaartjes ouder dan ik en heeft, volgens het bijhorend bord een omvang van 19 meter. Deze Thuja is niet echt een kruid om op te eten, maar wordt homeopathisch wel gebruikt tegen wratten.
De tuinen zijn, lees ik, beperkt open van zondag 25 april tot en met zondag 3 oktober, 10.30 uur tot 16.30 uur. We vinden er vooral oude landbouwgewassen. Vergeten granen zoals emmer en spelt (voorgangers van tarwe); maar ook boekweit, gierst en linzen; gewassen voor het vee als veldwortelen en haver. Koolzaad en huttentut werden gekweekt voor het winnen van olie voor keukengebruik en verlichting. Genotmiddelen waren mosterd, tabak, hop en cichorei. Tot einde negentiende eeuw werd textiel geverfd met extracten van de verfplanten wede, wouw en meekrap, maar deze verfstofplanten zijn niet alleen ouderwets maar ook opnieuw modern en actueel. Als we maar lang genoeg wachten worden sommige oubollige dingen opnieuw modieus.

Kruis- en holle wegen



Ik wandel door een romantische laan naar de Geul, steek het ijzeren bruggetje over, waar een getormenteerde Jezus aan zijn kruis mij opwacht, ook Maria is devoot van de partij. Kruis wegen naast holle wegen en hellingbossen met mergel vinden we hier volop. De beeldengroep zou hier lang geleden geplaatst zijn om duivelse geest Ruprecht uit de buurt te houden. Helaas zijn de originele beeldjes in door een 'boze' geest in 1968 zelf gestolen. Wat we nu zien is een kopie van de kunstenaar Sjef Eymael. We staan hier aan de rand van het Schaelsbergerbos en ik laat me door de mooie natuur weer verleiden om verder te wandelen, wan niet de bedoeling was, dus richting Schin op Geul. Prachtig voetpad met rechts van mij de Geul, toch wel met een muf geurtje en links mergelhellingen met beuken en voorjaarsflora, plantjes die zich nu grotendeels in de grond hebben terug getrokken. Onderweg bij een doorkijkje naar Oud-Valkenburg wordt ik cultureel verrast, daar staat zomaar een gedicht van Herman Deconinck in metaal gebeiteld Je moet niet alleen, om de plek te bereiken, thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken. Er is niets te zien, en dat moet je zien. Om alles bij het zeer oude te laten. Er is hier. Er is tijd om overmorgen iets te hebben achtergelaten. Daar moet je vandaag voor zorgen. Voor sterfelijkheid.

Geul en Schin op Geul
Na dit poetisch en filosofisch intermezzo wandel ik verder tot Schin-op-Geul, mooi is het hier wel en bijzonder proper ook, zelfs iets te clean, waardoor naar mijn smaak, het intense gevoel van leven wat verdwijnt. Maar waar klaag ik over!
Ik moet natuurlijk terug naar Oud Valkenburg en dat kan blijkbaar alleen langs de verharde weg of dezelfde weg terug natuurlijk. Ik kies voor het rondwandelen en ook dat is wel aardig met rechts in de verte zicht op een mergelgrot en naast me de keurige voortuintje met af en toe ook een spannende plant zoals Brugmansia, een soort doorappel ooit door de Zuid Amerikaanse sjamanen als goddelijke plant gebruikt. Maar wat zijn we braaf geworden, de mensen en de planten.

Terug in Oud-Valkenburg met rechts de kerk en nog een kasteel. Voor een mini-dorp is het wel luisterrijk veel, een kerk en 2 kastelen: Schaloen, Genhoes en dat dan nog in het mooie Geuldal. De moeite om te bezichtigen. In de verte wacht geduldig mijn eigen metalen kasteel.
Ik kronkel weer verder met mijn camper, via Wittem, Seys en Trintelen probeer ik nogmaals Ubachsberg te bereiken.