Posts tonen met het label monografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label monografie. Alle posts tonen

zondag, juli 26, 2026

IJzerhard vroeger en nu

bloemetje van ijzerhard

Tijdens de buitendagen van de herboristenopleiding in de Maasvallei vinden we langs veldwegen nog wat akkerkruiden zoals echte kamille, akkerviooltje, varkensgras en ook een bescheiden plantje met een groots verleden, het ijzerhard.

Deze Verbena officinalis oftewel IJzerhard is al lang bekend als een traditionele medicinale plant maar is relatief recent in de officiële Europese geneeskunde opgenomen. In 2008 verscheen een monografie over "Verbena herba" in de Europese Farmacopee (6e editie). De grondstof moet, volgens de eisen van de nieuwste (10e) editie van de Europese Farmacopee, gestandaardiseerd zijn op verbenalinegehalte [min. 1,5% DW (droog gewicht). Daarnaast verscheen er ook een monografie over “ Verbenae herba ” in de Chinese Farmacopee, bijvoorbeeld in de achtste (2005) editie. In de Britse Farmacopee en de Duitse Farmacopee waren al eerder monografieën over het kruid V. officinalis opgenomen 

In vele oude culturen was IJzerhard, Verbena officinalis, niet alleen een geneeskrachtige maar ook een heilige plant, die bij allerlei rituelen een rol speelde. Zo werd Verbena bij de Perzen bij de zonneverering gebruikt. Bij de Egyptenaren was het kruid aan Isis gewijd en de Druïden droegen het als amulet bij zich tijdens de godsspraak.

De oude naam Hiera botane, heilig kruid werd dus niet voor niks gegeven aan Verbena, het was ook gewijd aan Venus, de godin van de liefde en werd door Romeinse bruiden als gelukskrans gedragen.Dus het was zowel heilig kruid als liefdeskruid.

Natuurlijk vinden we Verbena ook weer terug bij de Griekse geneesheer Dioscorides. Hij adviseert het bij drie- en vierdaagse koortsen, tandpijn, losse tanden en verzweringen en bij geelzucht vlgs Nijlandt.

Plinius en Verbenaca

Plinius de Oudere zegt dat met verbenaca verschillende planten worden aangeduid ‘ een tweetal op vochtig terrein groeiende planten: het wijfje met veel, en het mannetje met weinig bladeren, deze bladeren waren kleiner, smaller en dieper ingesneden dan die van de eik, de bloem is blauwachtig en de wortel lang en dun‘. Mogelijk werd hier niet Verbena officinalis maar wel Verbena suppina, Liggend ijzerhard bedoeld. Plinius zegt ‘inzonderheid over verbenaca kramen de magiers allerlei onzin uit. Wie zich ermede inwrijft, verkrijgt wat hij wenst, raakt de koorts kwijt, knoopt vriendschapsbanden aan en geneest van elke ziekte.’ Ook het plukken van deze plant moest met rituelen gepaard gaan. Zo moest zij ‘omstreeks de opgang der hondsster worden ingezameld, zo dat zon noch maan het zien’. Ondanks zijn kritiek adviseert hij Verbena toch bij de behandeling van veel inwendige ziekten zoals; blaasstenen, jicht, koorts, vallende ziekte, geelzucht, buikloop, kloven en ontstekingen in het algemeen. Hij schrijft in zijn Historia Naturalis: ‘Nulla tamen Romanae nobilitatis plus habet quam hiera botanae, aliqui peristereon, nostri verbenacam vocant’. Geen enkele plant heeft bij de Romeinen meer aanzien dan dit heilig kruid...

Apuleus geciteerd door Nijlandt zegt dat het goed is ‘voor oude wonden en voor pijn in de lever’. Ook Aetius vermeldt het voor ‘verstoptheid van de lever en de milt’ maar eveneens ‘voor het graveel en vallende ziekte’. Volgens Brunfelsius is ‘IJzerkruydt warm en droog van aard, bitter van smaak en een weinig samentrekkende van krachten’.

Dodoens en IJzerhard

Rembert Dodoens is altijd weer een goede bron voor de benaming van de planten. Dat ierste gheslacht van Verbena heet in Griecx Peristereon ende van sommighen Peristereon orthios. In Latijn Verbenaca columbina, columbaris, Herba Sanguinalis, Crista Gallinaceae, Exupera, ende van sommighen Feria oft Ferraria, Trixago, Verbena recta, ende Columbina recta. In die Apoteke Verbena. In Hoochduytsch Verbene, Eysenkraut, Eyserhart en Eiserich. In Neerduytsch Verbene ysercruyt en yserhert. In Franchois Vervaine. Hij schrijft verder in zijn kruidenboek van 1554 dat een aftreksel van het kruid een goed middel is bij ontstekingen van de mond en het tandvlees, bij tandzweren en het vastzetten van de tanden. Verbena met olie en rozen vermengd zou als kompres op het hoofd alle hoofdpijnen genezen. Deze olie zou ook de kraampijnen van aanstaande moeders verlichten. De bladeren met azijn vermengd zouden zweren en vuile verzwerende wonden genezen, vermengd met honing geneest hij alle open wonden en helpt oude wonden sluiten. Dat klinkt dan ‘Dese Verbena met olie van Roosen ende azijn vermenght oft in olie ghesoden ende op thooht ghelijck een plaester gheleyt, gheneest die pijne ende weedom des hoofs. Tselve doet oock een cransken van Verbena om thooft ghedraghen als Archigenes scrijft’

De tijdgenoot Lobelius loopt in zijn kruidenboek niet hoog op met de plant. Hij schrijft dat hij niet gelooft dat het recht opgroeiende IJzerhard beter zou zijn dan bijvoorbeeld Betonie, Rozemarijn en andere planten van die soort.

Culpeper (1826) schreef" Dit is een kruid van Venus is uitstekend om de baarmoeder te versterken en alle koude kwalen er van te genezen. Het helpt bij geelzucht, waterzucht en jicht en verbetert de ziekten van de maag, lever en milt, helpt bij hoest, zwaar ademen, kortademigheid enzovoort.

Veel hedendaags onderzoek

Extracten van V. officinalis worden al lange tijd gebruikt in de traditionele geneeskunde, bijvoorbeeld in de Europese, Noord-Amerikaanse en traditionele Chinese geneeskunde.Therapeutische toepassingen gebaseerd op eeuwenlang gebruik van deze grondstof worden bevestigd door modern wetenschappelijk onderzoek naar de chemische samenstelling en werking van actieve verbindingen.

V. officinalis wordt gebruikt als grondstof voor antimicrobiële, secretolytische en expectorerende middelen. V. officinalis wordt gebruikt bij de behandeling van aandoeningen van de bovenste luchtwegen, ontstekingen van de keel en bijholten, en bij verkoudheid, koorts, benauwdheid op de borst, bronchitis, astma, kinkhoest en sinusitis. 

Extracten van V. officinalis -bladeren staan ​​er ook om bekend dat ze helpen bij de behandeling van aandoeningen van de urinewegen, zoals nierstenen en urineweginfecties, en dat ze een diuretisch effect hebben. 

Bij vrouwen wordt de plant gebruikt voor de behandeling van menstruatiestoornissen en bij zogende moeders om de lactatie te stimuleren. 

V. officinalis is met succes toegepast bij aandoeningen van het zenuwstelsel zoals depressie, slapeloosheid, stress, angst, chronisch vermoeidheidssyndroom, nerveuze uitputting, seksuele neurose en hoofdpijn. 

V. officinalis wordt ook gebruikt bij de behandeling van aandoeningen van het spijsverteringskanaal, zoals buikkrampen, geelzucht, galblaasontsteking, diarree, dysenterie, maagpijn en darmwormen 

Opvallend bij die overvloed aan therapeutische toepassingen in het verleden is toch wel het vele verwijzen naar mogelijke hormonale werkingen: Venuskruid, baarmoeder versterken, kraampijnen, zogvormend, werd gedragen door Romeinse bruiden als gelukskrans.....maar ook de werking op de luchtwegen en het zenuwstelsel springt er uit. Ik ben er dan ook vast van overtuigd dat IJzerhard, niet alleen voor de Romeinen maar ook voor onze tijd, een goed geneeskrachtig kruid kan zijn. 

Referenties

Overzicht

Planta Med 2020; 86(17): 1241-1257 DOI: 10.1055/a-1232-5758 Biological and Pharmacological Activity Reviews Verbena officinalis (Common Vervain) – A Review on the Investigations of This Medicinally Important Plant Species PubMed

Nota over citroenverbena

Wat interessant is, is dat de Europese Farmacopee in plaats van een monografie over V. officinalis een monografie bevat van een andere Verbena- soort – “ Verbenae citriodorae folium ” – blad van citroenverbena [ Aloysia citriodora Palau; syn: Aloysia triphylla (LʼHer.) Kuntze, Verbana triphylla LʼHer.; Lippia citriodora Kunth, Verbena citriodora (Palau) Cav.]. A. citriodora is een soort met een andere chemische samenstelling dan V. officinalis (een typische grondstof voor olie) en een andere, beperktere verspreiding van zijn natuurlijke habitats. A. citriodora is een struik afkomstig uit Zuid-Amerika, die aan het einde van de 17e eeuw in Europa werd geïntroduceerd en op grote schaal werd gebruikt in infusies vanwege de krampstillende, koortsverlagende, kalmerende en spijsverteringsbevorderende eigenschappen. Fenylpropanoiden en hun metabolieten zijn de belangrijkste verbindingen die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van bloedcellen tegen oxidatieve stress na toediening van L. citriodora aan ratten. Volgens de meest recente systematische studies behoort A. citriodora , in tegenstelling tot V. officinalis , die tot de onderfamilie Verbeneae behoort , tot een andere onderfamilie van de familie Verbenaceae, namelijk Lantanae.

maandag, maart 09, 2026

Koffie, ook een kruid

Als kruidenliefhebber en gezondheidsfreak heb ik lange tijd koffie als schadelijk voor de gezondheid beschouwd. Onderzoek toont echter aan dat het, bij matig gebruik, zelfs veel gezondheidsbevorderende effecten kan hebben.

Niets is beter dan een goede kop koffie – althans, dat zeggen de liefhebbers van gebrande bonen. Lange tijd waarschuwden artsen dat koffie schadelijk was voor het hart of uitdroging veroorzaakte. Recente studies tonen echter het tegendeel aan en hebben, dankzij nieuwe bevindingen, de slechte reputatie van koffie volledig herzien.

De koffieplant werd voor het eerst genoemd in Europese medische en botanische werken in 1558. Geïnspireerd door de koffieliefhebber Johann Wolfgang von Goethe slaagde de apotheker en chemicus Friedlieb Ferdinand Runge er in 1820 voor het eerst in om pure cafeïne uit koffiebonen te isoleren. Cafeïne is te vinden in koffie, thee, cola, yerba mate, guarana, energiedranken en chocolade. Wereldwijd zijn er ongeveer 124 soorten van de Coffea-plant bekend. De bekendste soorten uit het geslacht Coffea zijn Coffea arabica en Coffea canephora (Robusta koffie).

Botanisch profiel

Coffea is een exotisch plantengeslacht uit de Rubiaceae-familie. De cafeïne wordt opgeslagen in de zaden, de zogenaamde koffiebessen. Coffea-soorten zijn groenblijvende, kleine bomen of struiken. De tegenover elkaar staande, gesteelde bladeren zijn langwerpig-ovaal van vorm en hebben een enkel, glanzend blad. Ze groeien in een struikachtige formatie. De bovenkant van de bladeren is donkergroen, de onderkant lichtgroen tot geelachtig. De steunblaadjes kunnen 8-15 cm lang en 4-6 cm breed zijn. De geurige, tweeslachtige bloemen van de koffiestruik hebben vijf bloemblaadjes en groeien in bloeiwijzen in de bladoksels. De koffiebessen, of koffiekersen, zijn steenvruchten met een fruitig-zoete smaak, maar bevatten zeer weinig vruchtvlees. Dit vruchtvlees is omgeven door een dikke, zachte schil. Daaronder bevindt zich het zilvervlies, dat de zaden bedekt. ​​De vrucht bevat doorgaans twee zaden, de zogenaamde koffiebonen.

De Coffea arabica-plant groeit op grotere hoogtes, waardoor de groei trager verloopt. Deze variëteit vereist een evenwichtig klimaat zonder extreme temperaturen en zonder overmatige zonneschijn of intense hitte. Laaglandkoffie Robusta produceert meer fruit dan Arabica, dat ook aanzienlijk sneller rijpt en minder gevoelig is voor weersomstandigheden. Koffieplanten leveren hun eerste oogst op na 3-4 jaar. De rijpingsperiode van de koffiebessen kan tot 10 maanden duren. Tijdens het rijpingsproces verandert de kleur van de bes van groen naar geel, rood en uiteindelijk zwart. De rode koffiebessen worden met de hand geplukt, of alle bessen worden machinaal geoogst (gestript) en vervolgens gesorteerd.

Ingrediënten, inhoudsstoffen

cafeïne
Koffiebonen bevatten meer dan 1000 verschillende stoffen met potentieel therapeutische effecten. Slechts een fractie hiervan is tot nu toe chemisch geïdentificeerd. De bekendste component is cafeïne. Cafeïne is een purine-alkaloïde uit de xanthinegroep. Het is een psychoactieve stof met stimulerende effecten en werkt als antagonist op adenosinereceptoren in de hersenen. Pure cafeïne is een wit, kristallijn poeder met een bittere smaak. Een kop koffie bevat ongeveer 80-100 mg cafeïne. Ongeveer 30-40% van de koffieboon bestaat uit wateronoplosbare en wateroplosbare polysacchariden, evenals suikers zoals sucrose en glucose. Deze worden echter vrijwel volledig omgezet of afgebroken tijdens het roosteren. De wateronoplosbare polysacchariden blijven achter als koffiedik.

Koffiebonen bevatten meer dan 80 verschillende zuren, die 4 tot 12% van hun totale samenstelling uitmaken. De belangrijkste is chlorogeenzuur. Ook appelzuur, citroenzuur en azijnzuur zijn aangetroffen. Eiwitten maken ongeveer 11% van groene koffiebonen uit, hoewel dit tijdens het roosteren drastisch kan afnemen. De hitte van het roosteren zorgt ervoor dat suikers en aminozuren zich combineren (Maillardreactie), waardoor de complexe aromatische verbindingen ontstaan ​​die de smaak van koffie bepalen.

Farmacokinetiek, werking op het lichaam

De cafeïne in koffie wordt snel opgenomen in de dunne darm en gedeeltelijk zelfs in de maag. Het passeert de bloed-hersenbarrière vrijwel ongehinderd, waardoor het snel de hersenen bereikt en inwerkt op het centrale zenuwstelsel. Het stimulerende effect begint na ongeveer 15-30 minuten. Bij mensen wordt ongeveer 80% van de ingenomen cafeïne door het enzym CYP1A2 gedemethyleerd tot paraxanthine, en nog eens 16% wordt in de lever gemetaboliseerd tot theobromine en theofylline. De halfwaardetijd van cafeïne in het plasma is sterk afhankelijk van de leeftijd van de gebruiker. Bij adolescenten en volwassenen is deze 2,5 tot 5 uur, terwijl deze bij baby's en jonge kinderen tot wel 100 uur kan bedragen.

Koffie gezond.

Koffie heeft talloze medisch bewezen positieve effecten op het lichaam. Deze kunnen deels worden toegeschreven aan de effecten van cafeïne en de vele antioxidanten die het bevat. Koffie werkt als een milde stimulant op het centrale zenuwstelsel en kan daardoor de alertheid, concentratie en mentale en fysieke prestaties verbeteren. Wetenschappelijke studies suggereren dat koffieconsumptie enige bescherming kan bieden tegen de ziekte van Parkinson en dementie. Er is echter meer wetenschappelijk onderzoek nodig voordat een definitieve beoordeling kan worden gemaakt van de invloed van koffie of cafeïne op deze neurodegeneratieve ziekten.

Vaak wordt aangenomen dat mensen met hart- en vaatziekten koffie moeten vermijden. Wetenschappelijke studies tonen echter aan dat het drinken van koffie het risico op hart- en vaatziekten niet verhoogt. Integendeel, matige koffieconsumptie kan zelfs gunstig zijn. Het effect ervan op de bloedsomloop is goed gedocumenteerd: bloedvaten verwijden zich, de hartslag versnelt en de bloedtoevoer naar alle organen verbetert. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat koffie het risico op een beroerte en herseninfarct kan verlagen.

Ook de lever en de stofwisseling profiteren van matige koffieconsumptie. Zo is het risico op het ontwikkelen van levercirrose aanzienlijk lager. Koffiedrinkers hebben ook minder kans op diabetes type 2. Hoe dit beschermende effect precies tot stand komt, is nog niet duidelijk. Er wordt onderzocht of koffie de insulinegevoeligheid verbetert.

Het drinken van meer dan drie koppen koffie per dag verlaagt ook het risico op astma. Cafeïne, of liever het afbraakproduct theofylline, verwijdt de bronchiën en verbetert zo de longfunctie.

Koffie heeft ook een bewezen acute pijnstillende werking bij spanningshoofdpijn en migraine, evenals bij spierpijn veroorzaakt door inspanning. Het additieve of synergetische effect van cafeïne als aanvullende pijnstiller in combinatiepreparaten is in verschillende studies aangetoond.

De vraag of koffie het risico op kanker in het algemeen of op specifieke kankersoorten zou kunnen verhogen, is de afgelopen jaren intensief onderzocht. Volgens het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek, een agentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie, is er geen bewijs dat koffie kankerverwekkend is [5]. Integendeel, er is bewijs dat koffie het risico op lever- en baarmoedertumoren kan verlagen.

Dosering

Het is lastig om een ​​algemene regel te formuleren voor hoeveel koffie onschadelijk is, omdat de tolerantie sterk verschilt van persoon tot persoon. In 2015 publiceerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) een beoordeling van de gezondheidseffecten van koffie, nadat verschillende lidstaten hun bezorgdheid hadden geuit over de consumptie ervan, met name met betrekking tot hart- en vaatziekten, effecten op het centrale zenuwstelsel en mogelijke gezondheidsrisico's voor ongeboren kinderen. Volgens de EFSA is 200 mg cafeïne per keer en 400 mg per dag veilig voor mensen, wat overeenkomt met ongeveer 4-5 kopjes filterkoffie. Voor zwangere vrouwen is een cafeïne-inname tot 200 mg per dag veilig voor het ongeboren kind. Daarom zijn tot 3 kopjes koffie per dag ook veilig tijdens de zwangerschap.

Bijwerkingen en contra-indicaties

Te veel koffie drinken kan leiden tot een cafeïne-overdosis. Medische professionals definiëren een overdosis als 1 gram cafeïne per dag of meer. Dit komt overeen met 15-20 koppen espresso. Mogelijke gevolgen zijn slaapstoornissen, prikkelbaarheid en rusteloosheid. Hoe koffie de slaap beïnvloedt, verschilt van persoon tot persoon en lijkt genetisch bepaald te zijn. Tweelingstudies hebben aangetoond dat cafeïne de slaap kan verstoren bij mensen met bepaalde variaties in het gen voor de adenosinereceptor A2A. Dit komt niet alleen overeen met de persoonlijke ervaring van veel koffiedrinkers, maar kan ook worden aangetoond door typische veranderingen in hersengolven die worden waargenomen bij elektro-encefalografie (EEG).

Zwangere vrouwen moeten over het algemeen voorzichtig zijn met hun koffieconsumptie. Een hoge koffie-inname kan leiden tot een laag geboortegewicht bij pasgeborenen. Bovendien kan het vroeggeboorte en miskramen veroorzaken tijdens het eerste en tweede trimester. Ook moeders die borstvoeding geven, moeten hun koffieconsumptie matigen en idealiter niet meer dan één of twee kopjes per dag drinken. Vooral premature baby's verwerken cafeïne langzamer en kunnen slaapproblemen krijgen als ze via de moedermelk cafeïne binnenkrijgen. Koffie wordt ook afgeraden voor vrouwen met broze botten, omdat het de calciumspiegel in het lichaam verlaagt.

Conclusie

Talrijke wetenschappelijke studies bevestigen inmiddels dat koffie, mits met mate geconsumeerd – dat wil zeggen 3-5 kopjes per dag – niet alleen onschadelijk is voor de gezondheid, maar zelfs gezondheidsbevorderende eigenschappen bezit. Hoewel cafeïne zeker een belangrijke rol speelt in deze effecten, dragen ook de andere bestanddelen van koffie bij aan de impact ervan op het menselijk lichaam. Net als veel natuurlijke producten is koffie structureel en functioneel een complex mengsel van stoffen. Het simpelweg analyseren van de individuele componenten of aannemen dat koffie slechts een verzameling van afzonderlijke stoffen is, geeft geen volledig beeld van de werking ervan. De effecten van de componenten vullen elkaar additief of synergetisch aan, wat vaak resulteert in het algehele effect.

Literatuur

1 Poole R, Kennedy OJ, Roderick P. et al. Koffieconsumptie en gezondheid: overzichtsstudie van meta-analyses van meerdere gezondheidsuitkomsten. BMJ 2017; 359: j5024 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
2 Nieber K. Kaffee: Das Gute in der Bohne. Pharm ZTG 2016; 161: 4-8 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
3 Nieber K. Schwarz en Stark. Wie Kaffee die Gesundheit fördert. Stuttgart: Hirzel; 2013 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
4 Europese Autoriteit voor voedselveiligheid. EFSA erklärt Risikobewertung: Koffein (27.05.2015). Op internet: www.efsa.europa.eu/de/corporate/pub/efsaexplainscaffeine150527.htm ; Stand: 13.06.2019
Download RIS-citatie
5 Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek. IARC-monografieën evalueren het drinken van koffie, maté en zeer warme dranken (06.06.2016). Op internet: https://www.iarc.fr/wp content/uploads/2018/07/pr244_E.pdf
6 Byrne EM et al. Een genoombrede associatiestudie naar slaapstoornissen gerelateerd aan cafeïne: bevestiging van een rol voor een veelvoorkomende variant in de adenosinereceptor. Sleep 2012; 35 (07) 967-975 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie





donderdag, februari 12, 2026

Brandnetel, een overzicht

Wij kennen allemaal de brandnetel maar de brandnetel kent ons, de mens, ook. Om precies te zijn: de brandnetel kent onze neurotransmitters. Hij heeft miljoenen jaren ervaring met zoogdieren zoals wij. Mens en dier zouden maar wat graag van die netel eten. 
De evolutie heeft daarom deze voedzame plant uitgerust met een betrouwbare zelfverdedigingsstrategie. De brandharen bevatten bijtend mierenzuur. Bij aanraking dringt dit zuur onze huid binnen en veroorzaakt een korte, onaangename prik. Naast mierenzuur injecteert de brandnetel ook twee andere stoffen die in het menselijk lichaam aanwezig zijn: histamine en acetylcholine. Histamine is een weefselhormoon dat weefsel doet opzwellen, waardoor er druk op gevoelige zenuwvezels komt te staan. Acetylcholine is een neurotransmitter die zenuwvezels bijzonder gevoelig maakt voor pijn.

Gelukkig heeft de mens geleerd om de bijtende brandnetel toch te kunnen gebruiken als voedsel en als medicijn. De brandnetel is zelfs officieel erkend als medicinale plant. Als deftige Urtica dioica, grote brandnetel is hij uitgebreid wetenschappelijk onderzocht, zoals duidelijk blijkt uit de monografieën van de HMPC, ESCOP en Commissie E. Volgens deze monografieën worden de bladeren voornamelijk gebruikt vanwege hun diuretische, pijnstillende, anti-oxiderende en ontstekingsremmende werking. In de vorm van thee of extract kunnen ze de mens helpen bij reumatische klachten door gewrichtspijn te verminderen en de gewrichtsmobiliteit te verbeteren. Bij urineweginfecties wordt het diuretische effect van de plant benut om ziekteverwekkers uit het lichaam te spoelen. Recente studies tonen bovendien aan dat brandnetelbladeren de bloedsuikerspiegel en de bloeddruk kunnen verlagen.

Voor medicinale doeleinden worden brandnetelbladeren geoogst vlak voordat de bloei begint. Studies hebben aangetoond dat de hoogste concentratie werkzame stoffen op dat moment in de bladeren aanwezig zijn. 

Belangrijke bestanddelen van brandnetelbladeren

  • Secundaire plantenstoffen / geneesstoffen : flavonoïden, fenolzuren, organische zuren, carotenoïden, chlorofyl, tannines. 
  • Voedingsstoffen : Eiwitten, provitamine A, vitamine C, kalium, calcium, magnesium, ijzer, mangaan

Brandnetelwortels tegen goedaardige prostaathypertrofie

De geelachtige wortels bevatten andere stoffen dan de bladeren, zoals lectinen en sterolen. Daarom kunnen ze, volgens de monografieën van de HMPC, ESCOP en Commissie E,  vooral gunstig zijn voor mannen, voor het verlichten van de symptomen van goedaardige prostaatvergroting (BPH). Ze kunnen de urinestroom verbeteren en nachtelijk urineren verminderen.

Prikken of slaan met brandnetel voor gezonde gewrichten, tegen artrose.

Misschien heb je wel eens mensen zichzelf zien slaan met verse brandnetels? Dit zogenaamde brandnetelgeselen is, zoals studies hebben aangetoond, een interessante en effectieve vorm van therapie. Mensen met artrose hebben last van beperkte beweging en pijn. Deze symptomen worden veroorzaakt door slijtage van de gewrichten. Vooral de kniegewrichten worden vaak aangetast. Om hun behoefte aan pijnstillers te verminderen, gebruiken veel patiënten natuurlijke remedies en behandelingen. Een bijzonder oude methode is het slaan of het kloppen van de gewrichten met verse brandnetels. Hierdoor kunnen de werkzame stoffen in de brandharen in de huid dringen. Acetylcholine en histamine verhogen de lokale bloedtoevoer. Deze verhoogde bloedtoevoer kan de spieren ontspannen, de mobiliteit verbeteren en een positief effect hebben op ontstekingsprocessen. De verhoogde bloedtoevoer spoelt bovendien ontstekingsbevorderende stoffen uit het gewricht. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het slaan met brandnetels een positief effect heeft op artrose. [8, 9]

Brandnetels tegen hooikoorts

Een speciaal type immuuncel, de mestcel, speelt een cruciale rol bij allergieën. Mestcellen geven onder andere de pro-inflammatoire boodschapperstof histamine af. Actieve bestanddelen in brandnetel bleken dit in experimenten te kunnen remmen doordat ze de histamine H1-receptor van mestcellen blokkeren. Eerste onderzoeken en praktijkervaring suggereren dat mensen die lijden aan hooikoorts baat zouden kunnen hebben bij het gebruik van brandnetel [10, 11]. De relatie met onze neurotransmitter histamine is bijzonder interessant: enerzijds produceert de brandnetel zelf histamine in zijn brandharen. Dit veroorzaakt niet alleen pijn bij aanraking, maar kan zelfs verzachtend werken, bijvoorbeeld bij het slaan met brandnetels. Anderzijds zou het volgens onderzoek de afgifte van histamine door immuuncellen kunnen verminderen, dus mogelijk te gebruiken bij allergische aandoeningen.

Brandnetelblad, een hoogtepunt in de "wilde keuken".

Het is misschien moeilijk te geloven, maar de brandnetel biedt ongelooflijke smaaksensaties. De smaak van brandnetels is zeer genuanceerd en kan het best worden omschreven met woorden als pittig en spinazie-achtig. Bij het koken worden alleen de jonge scheuten gebruikt, dat wil zeggen de bovenste drie paar bladeren. Oudere bladeren smaken minder goed. De ideale tijd om de bladeren te oogsten is van maart tot begin mei. Zodra de brandnetel vanaf half mei begint uit te lopen, verliezen de bladeren hun smaak. Het maaien van de brandnetels stimuleert overigens nieuwe groei met malse, smakelijke bladeren. Er zijn maar weinig wilde groenten zo veelzijdig en bevatten zoveel essentiële voedingsstoffen. Probeer zeker eens brandnetelspinazie. In tegenstelling tot gewone spinazie is het heel makkelijk te verteren omdat het geen oxaalzuur bevat.

De aromatische bladeren worden ook gebruikt in soepen, als topping voor quiche of als vulling voor pannenkoeken, als ingrediënt in risotto en pastaschotels. Of als vulling voor een brandnetelcake voor Nieuwjaar.

De jonge blaadjes zijn, wanneer ze gepureerd worden, ook zeer geschikt om pastadeeg, brooddeeg, aardappelpuree of pannenkoekbeslag groen te kleuren. Je hoeft je geen zorgen te maken over de brandharen: die worden door verhitting vernietigd. En als je brandnetelbladeren gebruikt voor een smoothie of pesto, zal de blender of staafmixer de brandharen ook vernietigen.

Vanaf september kun je de kleine vruchtjes (zaden) van de vrouwelijke brandnetelplanten oogsten. Deze nootachtige krachtpatsers zitten boordevol eiwitten en onverzadigde vetzuren (vooral linolzuur). Strooi ze vers of gedroogd over salades of muesli. Ze smaken lekker als je ze licht roostert in een droge pan, zonder olie.

Een recept: brandnetelspinazie

  • 750 g verse jonge brandnetelbladeren
  • 1 ui
  • 2 eetlepels boter of olijfolie
  • gegranuleerde bouillon / groentebouillon
  • peper
  • 1 eetlepel sojasaus
  • 100 g zure room of crème fraîche

Hak de ui fijn en fruit hem in boter. Voeg de gehakte brandnetelbladeren toe aan de uien. Bak dit 5-10 minuten en breng op smaak met bouillon, sojasaus en peper. Roer er tot slot crème fraîche of zure room doorheen en serveer. Brandnetelspinazie smaakt heerlijk bij rijst of aardappelen, of als topping voor pizza.

En tot slot…

De brandnetel is de superster onder de inheemse wilde planten. Je kunt hem gebruiken als medicinale plant en hem ook als groente eten. Hij bevat zoveel essentiële voedingsstoffen dat hij gerust een superfood genoemd kan worden. Bovendien is hij waardevol voor insecten, kan hij in de tuin gebruikt worden als meststof en bestrijdingsmiddel, en is hij zelfs geschikt voor het maken van textiel. 

Literatuur

  1. Taheri Y, Quispe C, Herrera-Bravo J, et al. Fytochemicaliën afkomstig van Urtica dioica voor farmacologische en therapeutische toepassingen. Evid Based Complement Alternate Med 2022; 2022: 4024331. DOI: 10.1155/2022/4024331
  2. Bhusal KK, Magar SK, Thapa R et al. Voedingskundige en farmacologische betekenis van brandnetel (Urtica dioica L.): een overzicht. Heliyon. 2022; 8:e09717. DOI: 10.1016/j.heliyon.2022.e09717
  3. https://kruidwis.blogspot.com/2015/01/brandnetelwortels-oogsten.html
  4. https://kruidwis.blogspot.com/2013/04/netel-en-andere-eetbare-balletjes.html
  5. https://kruidwis.blogspot.com/2014/05/brandnetel-eten.html
  6. https://kruidwis.blogspot.com/2013/06/netelgier.html
  7. https://kruidwis.blogspot.com/2025/09/mens-en-brandnetel.html
  8. Randall C, Randall H, Dobbs F et al. Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar brandnetelsteken voor de behandeling van pijn aan de duimbasis. JR Soc Med. 2000; 93:305–9. DOI: 10.1177/014107680009300607
  9. Randall C, Dickens A, White A et al. Brandnetelprikken bij chronische kniepijn: een gerandomiseerde, gecontroleerde pilotstudie. Complement Ther Med. 2008; 16:66–72. DOI: 10.1016/
  10. Roschek B Jr, Fink RC, McMichael M et al. Brandnetelextract (Urtica dioica) beïnvloedt belangrijke receptoren en enzymen die verband houden met allergische rhinitis. Phytother Res. 2009; 23:920–6. DOI: 10.1002/ptr.2763
  11. Mittman P. Gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek naar gevriesdroogde Urtica dioica bij de behandeling van allergische rhinitis. Planta Med. 1990; 56:44–7. DOI: 10.1055/s-2006-960881

zondag, december 21, 2025

Arbutus unedo L. - de aardbeiboom. Een monografie.

Arbutus unedo L., de aardbeiboom, komt veel voor in het Middellandse Zeegebied. De bladeren staan ​​bekend om hun ontstekingsremmende, antidiabetische en bloeddrukverlagende eigenschappen.

Geschiedenis en etymologie van de aardbeiboom

A. unedo was al in de oudheid bekend; de Griekse filosoof en natuuronderzoeker Theophrastus (ca. 371–280 v.Chr.) noemde de aardbeiboom in zijn boek over de geschiedenis van planten onder de naam “κόμαρος” (comaros) [20] [30]. De aardbeiboom komt ook voor in de werken van de Romeinse dichters Ovidius (43 v.Chr.–17 n.Chr.), Vergilius (70–19 v.Chr.) en Horatius (65–8 v.Chr.) [30].

De huidige botanische naam A. unedo is afkomstig van Carl von Linné uit 1753, die in datzelfde jaar ook de Latijnse naam Arbutus uva-ursi (huidige naam: Arctostaphylos uva-ursi (L.) Spreng.) koos voor de berendruif; dit maakt de nauwe verwantschap tussen de twee planten duidelijk.

De geslachtsnaam “Arbutus” zou zijn samengesteld uit het Keltische woord “ar” (ruw) en “boise” (voor struik) [30]; een etymologische relatie met “arbor” of “arbustum” (Latijn voor boom of struik) is echter ook denkbaar. De soortnaam “unedo” zou teruggaan op Plinius (23-79 n.Chr.) en zijn opmerking over de vruchten “unum tantum edo” (“Ik eet er maar één”), omdat de smaak van de vruchten hem blijkbaar niet beviel [20] [30]. A. unedo is regionaal bekend onder verschillende namen, waaronder Sandbeere of Hagapfel in Duitsland, arbousier (commun) in Frankrijk, madroño in Spanje, corbezzolo in Italië en strawberry tree in Engeland [27].

Verspreiding en botanische beschrijving

Arbutus unedo L. (Ericaceae) is een meerjarige, groenblijvende struik of boom die tot 12 meter hoog kan worden en inheems is in het Europese Middellandse Zeegebied. De aardbeiboom groeit in Frankrijk, Italië, Albanië, Griekenland en het Iberisch schiereiland, maar ook in Noordoost-Afrika, de Canarische Eilanden, West-Azië en zelfs Ierland. Het is een plant die groeit in maquis-struikgewassen, aan bosranden of op rotsachtige hellingen [22]. Andere Arbutus-soorten groeien in het Middellandse Zeegebied, waaronder A. andrachne L. (Oostelijke aardbeiboom), A. canariensis L. (Canarische aardbeiboom) en A. pavarii Pamp. [27].

A. unedo is bestand tegen lage temperaturen en slechte bodemomstandigheden en regenereert snel na bosbranden. Tegenwoordig wordt A. unedo gecultiveerd [18] [34]. Aardbeibomen vertonen een hoge genetische, morfologische en fenologische variabiliteit [27] [28].

Morfologische kenmerken van Arbutus unedo

De bladeren staan ​​afwisselend, zijn enkelvoudig, eivormig-lancetvormig tot lancetvormig, donkergroen, kort gesteeld en getand met een stompe punt; het blad (5–8 cm × 3–4 cm) buigt licht naar beneden. Vooral de onderkant van de bladeren is bedekt met wasachtige uitgroeiingen, waardoor ze een leerachtig uiterlijk hebben dat doet denken aan laurierbladeren. De middennerf is prominent aanwezig aan de onderkant, soms met een roodachtige tint. De bloemen zijn klokvormig met naar achteren gebogen kroonbladen, 8–9 mm lang, wit met een groenachtige tint en geuren naar honing; ze bloeien in de herfst. De vruchten zijn bolvormige bessen, 15–20 mm in diameter (ongeveer zo groot als een kers), waarbij rijpe vruchten roodachtig-oranje of dieppaars zijn, een wratachtige textuur hebben en meerdere zaden bevatten. Het rijpen van fruit duurt twaalf maanden, zodat aan één plant zowel de rijpe vruchten als de bloemen tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn [18] [25] [27] [32] [34].

De vruchten hebben een melige smaak en worden als voedsel gegeten [28]. De bladeren van A. unedo, ook bekend als Arbuti folium of Folia Arbuti unedinis, worden al lange tijd medicinaal gebruikt in de volksgeneeskunde van het Middellandse Zeegebied, dus hieronder zal alleen het bladgeneesmiddel worden besproken.

Gebruik van A. unedo als voedsel en als volksgeneesmiddel

De rijpe vruchten van Arbutus unedo worden in het Middellandse Zeegebied gegeten, zowel rauw als verwerkt, bijvoorbeeld in jam en, na distillatie, als brandewijn of likeur (zoals "Corbezzolo" in Italië, "Koumaro" in Griekenland en "Medronho" in Portugal). De vruchten bevatten onder andere vitamine C, fenolen en vezels. In de traditionele geneeskunde worden de bladeren, vruchten, wortels en schors gebruikt voor de behandeling van urologische, gastro-intestinale, cardiovasculaire en dermatologische aandoeningen. Arbutus unedo maakt deel uit van het wapen van de stad Madrid en de stad L'Arboç (in Catalonië), evenals de provincie Ancona, wat het belang van deze plant in het Middellandse Zeegebied aantoont.

Fytochemie / Inhoudsstoffen en hun werking

Naast het hydrochinonglycoside arbutine, dat ook in berendruifbladeren voorkomt, zijn er andere arbutinederivaten geïsoleerd uit het bladextract van A. unedo. Het arbutinegehalte in de bladeren van A. unedo bedraagt ​​0,06–1,24% [9]. In alle onderzoeken werden slechts sporen van vrije hydrochinon gevonden, wat toxicologisch gezien niet onschadelijk is [9] [26] [29] [34].

In diverse onderzoeken zijn talrijke fenolische verbindingen geïdentificeerd als verdere bestanddelen. De hoeveelheden van deze verbindingen variëren aanzienlijk afhankelijk van de bodem en het klimaat, en sommige zijn nog niet volledig structureel opgehelderd [22] [31]. Het bladextract wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van hydrolyseerbare tannines (gallotannines en ellagitannines en verwante stoffen) en gecondenseerde tannines (monomeren, maar ook oligomere proanthocyanidinen). Iridoïden zijn ook structureel gekarakteriseerd als bestanddelen. 

De samenstelling van de vluchtige fractie (bijv. na stoomdestillatie) varieert afhankelijk van de auteur en de herkomst van het bladmateriaal [4] [5] [16]. Gezien de verschillende samenstellingen van de vluchtige fractie is gespeculeerd of er mogelijk verschillende chemotypen van A. unedo bestaan ​​[5], terwijl andere auteurs de verschillende resultaten toeschrijven aan het oogstmoment, de groeicyclus van de plant, de regio en de extractiemethode [4].

Traditionele en volksgeneeskundige toepassingen

Theophrastus en later Rembert Dodoens, een Vlaamse arts en botanicus (1517-1585), gebruikten de bladeren als afkooksel tegen diarree en als gorgeldrank vanwege hun samentrekkende eigenschappen [20]. De bladeren, vruchten en wortels van A. unedo (box) waren een tijdlang officieel in Frankrijk, hoewel hun medicinale gebruik in de loop der tijd grotendeels in de vergetelheid raakte [32] [34]. De geneesmiddelen uit de bladeren en wortels van A. unedo zijn echter nu opgenomen in de lijst van traditioneel gebruikte medicinale planten van het Franse Nationale Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (ANSM) [3].

Afkooksels van de bladeren worden traditioneel in de volksgeneeskunde in het Middellandse Zeegebied gebruikt vanwege hun diuretische, samentrekkende en desinfecterende werking in de urinewegen. De bladeren worden ook traditioneel gebruikt en worden nog steeds gebruikt voor de behandeling van hypertensie, diabetes mellitus, ontstekingen en diarree. Andere traditionele toepassingen van een afkooksel van de bladeren zijn onder andere reuma, hypercholesterolemie en vaginale en dermatologische klachten [15] [16] [31].

Geschiedenis van het gebruik

In Oostenrijk waren in 1917, als gevolg van de oorlog, zelfs inheemse geneesmiddelen schaars, waardoor men naar vervangende middelen zocht, waaronder berendruifbladeren. De bladeren van Arbutus unedo werden ook grondig onderzocht, vooral omdat dit geneesmiddel in november nog steeds geoogst kon worden in het zuidelijke deel van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Onderzoek door Richard Wasicky aan het Farmacognostisch Universitair Instituut in Wenen in 1917 leidde tot de ontdekking van tannines in het blad en, bijgevolg, tot een samentrekkend effect. Bovendien werd arbutine uit het blad geëxtraheerd en werd hydrochinon, een hydrolyseproduct van arbutine, aangetroffen in de urine van personen die een afkooksel van de bladeren hadden geconsumeerd. Wasicky concludeerde hieruit dat berendruifbladeren en de bladeren van A. unedo dezelfde therapeutische toepassingen zouden kunnen hebben [34]. In de daaropvolgende jaren werd er echter onder wetenschappers gedebatteerd over de vraag of A. unedo-bladeren daadwerkelijk arbutine bevatten [32].

In zijn dissertatie aan de ETH Zürich in 1944 stelde Gustav Weissflog dat er begin jaren veertig, vanwege leveringsproblemen, opnieuw naar een vervangend geneesmiddel voor berendruifbladeren werd gezocht, en dat in dit werk de bladeren van de veenbes (Vaccinium vitis-idaea) en de bladeren van Bergenia crassifolia werden gekozen omdat deze bladgeneesmiddelen een hoger gehalte aan arbutine en een lager gehalte aan tannines bevatten dan de bladeren van A. unedo [35].

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd aan de Universiteit van München verder gezocht naar een vervangend geneesmiddel voor berendruifbladeren [32]. Op basis van fytochemische onderzoeken concludeerden Thies en Šulc in 1951 dat het arbutinegehalte te laag was om als vervanging voor berendruifbladeren te kunnen worden gebruikt. Bovendien hadden de bladeren van A. unedo een hoog tanninegehalte. Het lage arbutinegehalte kon niet gemakkelijk worden gecompenseerd door de dosering te verhogen, omdat dit ook het tannine-effect zou versterken (als een ongewenste bijwerking) [33].

Talrijke publicaties, beginnend bij de toepassing in de volksgeneeskunde, behandelden de werking van extracten van A. unedo (bladgeneesmiddel), met name de antimicrobiële, antioxidatieve en ontstekingsremmende effecten, evenals de effecten op het cardiovasculaire systeem.

Effecten op de urinewegen

Antimicrobiële werking tegen uropathogene bacteriën

Bladextracten van A. unedo, bereid met verschillende extractieoplosmiddelen (n-hexaan, ethanol en water), werden getest op antimicrobiële activiteit in de agar-diffusietest. De ethanol- en n-hexaanextracten vertoonden een sterke activiteit tegen de grampositieve bacterie Staphylococcus aureus, en het ethanolextract was zeer effectief tegen een van de geteste stammen van de gramnegatieve bacterie Escherichia coli. Het ethanolextract vertoonde echter slechts een zwakke activiteit tegen een andere E. coli-stam, Staphylococcus epidermidis, en Enterobacter cloacae [17]. Sterke antibacteriële activiteit werd aangetoond in de microverdunningstest tegen klinische isolaten van Enterococcus faecalis voor zowel een waterig als een methanolisch extract van A. unedo-bladeren. Hydrochinon als afzonderlijke stof was zeer effectief tegen deze isolaten, terwijl arbutine als afzonderlijke stof niet antibacterieel was. De auteurs van de studie wijzen erop dat hydrochinon wordt gevormd uit arbutine met behulp van de eigen β-glucosidase van de bacterie, en dat de extracten daarom effectief waren tegen E. faecalis-bacteriën. Bacteriën die geen β-glucosidase bezitten (waaronder Klebsiella pneumoniae, E. coli en Pseudomonas aeruginosa) waren daarom niet gevoelig voor de twee geteste extracten [10].

Anti-urolithische effecten

Een afkooksel van A. unedo-bladeren en een ethanolisch extract werden onderzocht  op de remming van calciumoxalaatkristallisatie met behulp van veldfrequentie-infrarood (FT-IR)-metingen. Er werd vastgesteld dat de kristalvorming nauwelijks werd vertraagd, maar dat de twee fenolrijke extracten de aggregatie sterk remden [13]. In een ander in vitro-onderzoek van deze onderzoeksgroep werd het litholytische effect van A. unedo-extracten tegen calciumoxalaatstenen onderzocht gedurende een blootstellingsperiode van 8 weken, waarbij een dosisafhankelijk, matig litholytisch effect voor het heetwaterextract werd aangetoond [14]. Het moet echter worden opgemerkt dat deze in vitro-onderzoeken de complexe fysiologische omstandigheden bij mensen niet nabootsen en daarom niet geschikt zijn om een ​​litholytisch effect van het extract aan te tonen.

Antioxidante werking

Er is aangetoond dat extracten van het blad van A. unedo sterke dosisafhankelijke vrije radicalen-vangende eigenschappen bezitten in verschillende in vitro testsystemen, met name in de DPPH-test (2,2-difenyl-1-picrylhydrazyl) en de ABTS-test (2,2′-azino-di(3-ethylbenzthiazoline-6-sulfonzuur)). Remming van lipideperoxidatie is beschreven voor extracten in de β-caroteenbleektest. Bovendien werd een sterk reducerend effect vastgesteld voor extracten in de FRAP-test (Ferric Ion Reducing Antioxidant Power). Deze effecten worden toegeschreven aan de fenolische bestanddelen [4] [15] [31]. Aangezien vrije radicalen altijd betrokken zijn bij ontstekingen, zijn deze resultaten significant.

Ontstekingsremmende effecten

In menselijke borstkankercellen (MDA-MB-231-cellen) en menselijke fibroblasten bleek een waterig extract de door interferon-γ geïnduceerde activering van STAT-1 (signaaltransducer en activator van transcriptie 1) te remmen, maar ook, in mindere mate, de door TNF-α geïnduceerde NFκB-activering te verminderen. Evenzo werd de STAT-1-afhankelijke expressie van ontstekingsgenen (bijv. iNOS en ICAM-1) verminderd. STAT-1-activering is normaal gesproken goed gereguleerd, maar deregulatie kan leiden tot ontstekingsziekten [23]. In een dierstudie werd carrageen-geïnduceerde longontsteking bij mannelijke CD-muizen behandeld met een waterig extract van A. unedo-bladeren in vergelijking met een zoutoplossing. Het extract verminderde oedeem, weefselschade en weefselinfiltratie met ontstekingscellen significant in vergelijking met een placebogroep [24].

Effecten op het cardiovasculaire systeem

Vasorelaxerende effecten

De effecten van een waterig extract van A. unedo-bladeren werden onderzocht op de aorta van ratten, die vooraf was gecontraheerd met noradrenaline, en er werden vaatverwijdende effecten waargenomen; een intact endotheel was hiervoor vereist. De enkelvoudige stof catechinegallaat in het extract was zeer effectief in dit testmodel. Interessant is dat galluszuur, dat ook een bestanddeel van het extract is, als enkelvoudige stof vaatvernauwing veroorzaakte [19]. Deze resultaten werden bevestigd in een andere studie op de geïsoleerde thoracale aorta van Wistar-ratten. De flavonoïde aglyconen verhoogden de fenylefrine-geïnduceerde contractie, terwijl de flavonoïde glycosiden leidden tot een sterke relaxatie, die endotheelafhankelijk is. De auteurs van deze studie concluderen daarom dat het effect van A. unedo-bladextracten op hypertensie is bevestigd [2].

Remming van bloedplaatjesaggregatie

Een heetwaterextract van A. unedo-bladeren vertoonde een dosisafhankelijke vermindering van de door trombine geïnduceerde plaatjesaggregatie in vitro, evenals een ethylacetaat- en een diethyletherextract [7]. In een latere studie van dezelfde onderzoeksgroep bleken flavonoïden, met name de aglyconen, bijzonder effectief te zijn. De auteurs zien dit als een bevestiging van de cardiovasculaire effecten van A. unedo-bladeren [8].

Antihypertensieve effecten

Het effect van een heetwaterextract van A. unedo-bladeren werd onderzocht in een testmodel voor arteriële hypertensie veroorzaakt door L-nitro-L-argininemethylester (L-NAME) bij in totaal 40 mannelijke Wistar-ratten, verdeeld over 6 behandelingsgroepen (elk met 6-8 dieren) gedurende een periode van 4 weken. L-NAME bindt competitief aan NO-synthase, waardoor de NO-productie wordt verminderd. Toediening van L-NAME alleen leidde tot een significante stijging van de bloeddruk, evenals een significant verminderd urinevolume en een verminderde uitscheiding van natrium en kalium, terwijl toediening van het A. unedo-extract het effect van L-NAME sterk afzwakte. De auteurs concluderen daarom dat het waterige extract de ontwikkeling van hypertensie bij ratten tegengaat wanneer het lang wordt toegediend [1].

Verdere effecten

In in vitro-onderzoeken werd remming van α-amylase en α-glucosidase waargenomen, waardoor de auteurs concludeerden dat hypoglycemische effecten kunnen optreden als gevolg van verminderde koolhydraatabsorptie [31].

Toxiciteit

In verschillende in vitro-onderzoeken met menselijke lymfocyten werden geen cytotoxische effecten waargenomen voor een waterig bladextract van A. unedo, zelfs niet bij hoge doses, en werd een verwaarloosbaar genotoxisch potentieel gevonden in de micronucleustest. In vivo-onderzoeken bij ratten bevestigden de goede verdraagbaarheid van de extracten bij doses van 200 mg/kg lichaamsgewicht gedurende periodes van 14 en 28 dagen. Bij muizen werd een LD50-waarde van >1200 mg/kg lichaamsgewicht bepaald voor een waterig extract [8] [11] [12].

Literatuur

1 Afkir S, Nguelefack TB, Aziz M. et al. Arbutus unedo prevents cardiovascular and morphological alterations in L-NAME-induced hypertensive rats. Part I: Cardiovascular and renal hemodynamic effects of Arbutus unedo in L-NAME-induced hypertensive rats. J Ethnopharmacol 2008; 116: 288-295

2 Afkir S, Markaoui M, Aziz M. et al. Effect of flavonoids from Arbutus unedo leaves on rat isolated thoracic aorta. Arabian Journal of Medicinal and Aromatic Plants 2015; 1: 75-93

3 ANSM. Liste A des plantes médicinales utilisées traditionnellement. Dokument der Agence nationale de sécurité du médicament et des produits de santé; Pharmacopée française, Januar 2021, Link: ansm.sante.fr/uploads/2021/03/25/liste-a-des-plantes-medicinales-utilisees-traditionnellement-4.pdf,eingesehenam24.09.2022

4 Asmaa N, Abdelaziz G, Boulanouar B. et al. Chemical composition, antioxidant activity and mineral content of Arbutus unedo (leaves and fruits). J Micobiol Biotechnol. Food Sci 2019; 8: 1335-1339

5 Bessah R, Benyoussef E-H.. Essential oil composition of Arbutus unedo L. leaves from Algeria. Journal of Essential Oil Bearing Plants 2012; 15: 678-681

6 Davini E, Esposito P, Iavarone C, Trogolo C.. Structure and configuration of unedide, an iridoid glucoside from Arbutus unedo . Phytochemistry 1981; 20: 1583-1585

7 El Haourari M, López JJ, Mekhfi H. et al. Antiaggregant effects of Arbutus unedo extracts in human platelets. J Ethnopharmacol 2007; 113: 325-331

8 El-Haourari M, Mekhfi H.. Anti-platelet aggregation effect of extracts from Arbutus unedo leaves. Plant Science Today 2017; 4: 68-74

9 Jurica K, Karačonji IB, Šegan S. et al. Quantitative analysis of arbutin and hydroquinone in strawberry tree (Arbutus unedo L., Ericaceae) leaves by gas chromatography-mass spectrometry. Arh Hg Rada Toksikol 2015; 66: 197-202

10 Jurica K, Gobin I, Kremer D. et al. Arbutin and its metabolite hydroquinone as the main factors in the antimicrobial effect of strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves. J Herbal Medicine 2017; 8: 17-23 DOI: 10.1016/j.hermed.2017.03.006.

11 Jurica K, Karačonji IB, Mikolić A. et al. In vitro safety assessment of the strawberry tree (Arbutus unedo L.) water leaf extract and arbutin in human peripheral blood lymphocytes. Cytotechnology 2018; 70: 1261-1278

12 Jurica K, Benković V, Sikirić S. et al. The effects of strawberry tree (Arbutus unedo L.) water leaf extract and arbutin upon kidney function and primary DNA damages in renal cells of rats. Nat Prod Res 2020; 34: 2354-2357

13 Kachkoul R, Houssaini TS, El Habbani R. et al. Phytochemical screening and inhibitory activity of oxalocalcic crystallization of Arbutus unedo L. leaves. Heliyon 2018; 4: e01011 DOI: 10.1016/j.heliyon.2018.e01011.

14 Kachkoul R, Housseini TS, Mohim M. et al. Chemical compounds as well as antioxidant and litholytic activities of Arbutus unedo L. leaves against calcium oxalate stones. J Integrative Medicine 2019; 17: 430-437

15 Karačonji IB, Jurica K, Gašić U. et al. Comparative study on the phenolic fingerprint and antioxidant activity of strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves and fruits. Plants 2022; 11: 25

16 Kivcak B, Mert T, Demirci B, Baser KHC.. Composition of the essential oil of Arbutus unedo . Chem Nat Compounds 2001; 37: 445-446

17 Kivcak B, Mert T, Denizci AA.. Antimicrobial activity of Arbutus unedo L. FABAD. J Pharm Sci 2001; 26: 125-128

18 Koukos D, Meletiou-Christou M-S, Rhizopoulou S.. Leaf surface wettability and fatty acid composition of Arbutus unedo and Arbutus andrachne grown under ambient conditions in a natural macchia. Acta Botanica Gallica: Botany Letters 2015; 162: 225-232

19 Legssyer A, Mekhfi H, Bnouham M. et al. Tannins and catechin gallate mediate the vasorelaxant effect of Arbutus unedo on the rat isolated aorta. Phytother Res 2004; 18: 889-894

20 Lemery Dictionnaire universel des drogues simples. Paris: D´Houry; 1760

21 Maldini M, D´Urso G, Pagliuca G. et al. HPTLC-PCA complementary to HRMS-PCA in the case study of Arbutus unedo antioxidant phenolic profiling. Foods 2019; 8: 294

22 Malheiro R, Sá O, Pereira E. et al. Arbutus unedo L. leaves as source of phytochemcials with bioactive properties. Industrial Crops and Products 2012; 27: 473-478

23 Mariotto S, Ciampa AR, Carcereri de Prati A. et al. Aqueous extract of Arbutus unedo inhibits STAT1 activation in human breast cancer cell line MDA-MB-231 and human fibroblasts through SHP2 activation. Med Chem 2008; 4: 219-228

24 Mariotto S, Esposito E, Di Paola R. et al. Protective effect of Arbutus unedo aqueous extract in carrageenan-induced lung inflammation in mice. Pharmacol Res 2008; 57: 110-124

25 Markwirth J, Steinecke H.. Erdbeerbäume. Der Palmengarten 2018; 82: 39-46 DOI: 10.21248/palmengarten.459.

26 Martins J, Batista T, Pinto G, Canhoto J.. Seasonal variation of phenolic compounds in strawberry tree (Arbutus unedo L.) leaves and inhibitory potential on Phytophthora cinnamomi . Trees 2021; 35: 1571-1586 DOI: 10.1007/s00468-021-02137-4.

27 Miguel MG, Faleiro ML, Guerreiro AC, Antunes MD.. Arbutus unedo L: Chemical and biological properties. Molecules 2014; 19: 15799-15823

28 Morgado S, Morgado M, Plácido AI. et al. Arbutus unedo L.: From traditional medicine to potential uses in modern pharmacotherapy. J Ethnopharmacol 2018; 225: 90-102

29 Pavlović DR, Branković S, Kovačević N. et al. Comparative study of spasmolytic properties, antioxidant activity and phenolic content of Arbutus unedo from Montenegro and Greece. Phytother Res 2011; 25: 749-754

30 Poiret JLM.. Histoire philosophique, littéraire, économique des plantes de l’Europe. Band 5. Paris: Ladrange et Verdiére; 1827

31 Tenuta MC, Deguin B, Loizzo MR. et al. Contribution of flavonoids and iridoids to the hypoglycaemic, antioxidant, and nitric oxide (NO) inhibitory activities of Arbutus unedo L. Antioxidants 2020; 9: 184

32 Thies H, Šulc D.. Beiträge zur Kenntnis von Arbutus unedo L. 1. Mitteilung: Der Nachweis von Arbutin in Erdbeerbaumblättern. Pharmazie 1950; 5: 553-555

33 Thies H, Šulc D.. Beiträge zur Kenntnis von Arbutus unedo L. 2. Mitteilung: Über die quantitative Bestimmung von Arbutin und Gerbstoffen in Erdbeerbaumblättern. Pharmazie 1951; 6: 169-172

34 Wasicky R.. Der gegenwärtige Drogenmangel und über Arbutus unedo als Ersatz für Folia uva ursi. Zeitschrift des Allgem. Österr. Apotheker-Vereines 1917; 55: 343-345

35 Weisflog G.. Untersuchungen über einige arbutinhaltige Arzneidrogenpräparate [Dissertation]. Zürich: ETH; 1944


vrijdag, november 28, 2025

Over de officiele monografie Achillea millefolium

Een plant van wegen en wegbermen, zoals Duizendblad heeft de mens door de eeuwen altijd begeleid en is dus ook veel gebruikt geweest. Over zo'n manusje van alles is er dan ook in de loop der eeuwen veel geroddeld geweest, werden er straffe verhalen verteld en is de plant met vele namen begiftigd geweest.

De Latijnse geslachtsnaam Achillea komt waarschijnlijk van Achilles, de Trojaanse krijgsheld, die zijn eigen verwondingen (achillespees) en die van zijn soldaten genas met deze plant. De Latijnse soortnaam millefolium duidt op het fijn verdeelde blad, dat er uitziet als duizend blaadjes. Daar komt dan ook de Nederlandse naam Duizendblad vandaan. Vele oude namen verwijzen naar de bloedstelpende en wondgenezende werking van Duizendblad. Herba sanguinaria, dus bloedkruid of het Franse Herbe aux charpentiers, dus timmermanskruid, een naam die we ook nu nog in Vlaanderen gebruiken. 
Planten zoals duizendblad zijn ondertussen ook weer opnieuw erkend als medicijn en worden beschreven in officiële monografieën.

Over de monografie van Achillea millefolium  / Duizendblad

Duizendblad (Achillea spp., Asteraceae) is een complex plantengeslacht dat wijdverspreid is in Europa, Azië en Noord-Amerika. Het kan tot 80 cm hoog worden en groeit in diverse habitats, zoals weilanden, akkers, bermen, braakliggend terrein en puin. De karakteristieke kenmerken zijn de geveerde, gedeelde bladeren en de tuilvormige bloemhoofdjes, die talrijke buisvormige bloemetjes en meestal vijf witte tot roodwitte straalbloemen bevatten.

Het medicinaal gebruikte duizendblad (Millefolii herba) bestaat uit de hele of afgesneden, gedroogde, bloeitoppen van Achillea millefolium L. Het geneesmiddel dat voor farmaceutische doeleinden wordt gebruikt, is monografisch vastgelegd in de huidige 11e editie van de Europese Farmacopee (Ph. Eur.), wat betekent dat kwaliteitsnormen en analysemethoden gedetailleerd zijn vastgelegd op Europees niveau. De bijbehorende farmacopee-monografie behandelt het waarborgen van de identiteit van het geneesmiddelmateriaal (macroscopisch en microscopisch onderzoek, dunne laag chromatografie), zuiverheidstesten op vreemde bestanddelen (verlies bij droging, asgehalte, enz.) en de bepaling van het gehalte aan de belangrijkste etherische olie (minimaal 0,2%) en de proazuleen (minimaal 0,02% berekend als chamazuleen).

De soortnaam "Achillea millefolium L." verwijst enerzijds naar een zogenaamd "aggregaat" dat bestaat uit verschillende soorten ("microspecies") die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Deze verschillen in morfologie, cytogenetica en chemie, en omvatten diverse taxa met verschillende chromosoomaantallen (diploïd, tetraploïd, hexaploïd en octaploïd). Anderzijds kan de naam "Achillea millefolium L." verwijzen naar een aparte hexaploïde soort die echter vrij is van proazuleen en daarom geen geneesmiddel oplevert dat voldoet aan de farmacopee-normen. Deze soort wordt terecht aangeduid met het achtervoegsel "sl" (sensu latoire – in de ruimere zin) en wordt, net als de bovengenoemde soort, gebruikt als geneesmiddel. Proazuleenbevattende soorten zijn onder andere Achillea asplenifolia, A. roseo-alba en A. collina.

Het geneesmiddel dat uit duizendblad wordt gewonnen, is voornamelijk afkomstig uit wilde collecties in Oost-Europese landen. Dit materiaal is dan ook behoorlijk heterogeen. Daarnaast worden er proazuleenrijke stammen zoals Baconia collina gekweekt. Groothandelaren kopen in bij diverse leveranciers en garanderen de kwaliteit die de Europese Farmacopee (Ph. Eur.) vereist door verschillende soorten te mengen. Het geneesmiddel dat op de markt verkrijgbaar is, bestaat daarom uit een mengsel van proazuleenbevattende en proazuleenvrije stammen, waardoor het bepalen van het proazuleengehalte van cruciaal belang is.

Inhoudsstoffen

Etherische olie (0,1–1,4%) die mono- (pineen, sabineen, 1,8-cineol, kamfer) en sesquiterpenen (β-caryofylleen, germacreen D) bevat, de exacte samenstelling van de etherische olie wordt sterk bepaald door het morfologische type. Deze grote variabiliteit in de samenstelling van de etherische olie heeft geleid tot de vorming van chemotypen. Specifieke vertegenwoordigers van sesquiterpeenlactonen zijn de proazuleen (guaianolidederivaten), waarbij achillicine als de sleutelverbinding wordt beschouwd. Het proazuleenmengsel is complex en bestaat, naast achillicine, uit vele andere, zeer vergelijkbaar gestructureerde, maar licht gemodificeerde guaianolidelactonen. Deze van nature kleurloze verbindingen vertonen een structurele gelijkenis met de proazuleen van kamille, ze zijn ongevoelig voor hitte, licht en zuur en worden gemakkelijk omgezet in het blauwgekleurde chamazuleen. Het is opmerkelijk dat de bittere smaak van duizendblad wordt bepaald door de sesquiterpenen of sesquiterpeenlactonen, terwijl de aromatische geur meer wordt gekenmerkt door de monoterpeenfractie.

Naast de etherische olie bevat duizendblad ook flavonoïden (0,3–1%), coumarines en fenolzuren (bijvoorbeeld verschillende caffeoylquinic zuren) en polyacetylenen (pontica epoxide, kamille-esters).

Toepassing / Werking

De klinische toepassingen van duizendblad worden samengevat in een monografie van het HMPC (Herbal Medicinal Product Committee) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Hierin wordt een zogenaamd 'traditioneel gebruik' gecertificeerd, d.w.z. langdurig gedocumenteerd veilig gebruik in de volgende toepassingen. Inwendig kunnen preparaten van duizendblad worden gebruikt bij verlies van eetlust, voor de symptomatische behandeling van milde spasmodische maag-darmklachten en bij menstruatiekrampen. Uitwendig worden waterige of hydroalcoholische preparaten van het kruid gebruikt voor de behandeling van kleine oppervlakkige wondjes van de huid en slijmvliezen. De werking van duizendblad is zowel inwendig als uitwendig, enigszins vergelijkbaar met die van kamillebloemen.

De choleretische effecten worden waarschijnlijk veroorzaakt door de bittere stoffen (sesquiterpenen), terwijl de krampstillende effecten waarschijnlijker te wijten zijn aan de flavonoïdefractie. Flavonoïde-bevattende extracten van het geneesmiddel vertoonden spasmolytische effecten in geïsoleerde dunne darmen van konijnen, mogelijk vanwege de aanwezigheid van apigenine en luteoline-O-glycosiden. Bovendien zijn choleretische en antihepatotoxische eigenschappen van duizendblad aangetoond. Waterige extracten van het geneesmiddel vertoonden ook antibiotische activiteit tegen verschillende bacteriën. Studies hebben aangetoond dat de sesquiterpeenlactonen en proazuleen ontstekingsremmende en antibacteriële effecten hebben.

Duizendblad werkt dus op een pleiotrope manier in op verschillende plaatsen in het organisme. Dit is gebaseerd op een samenspel van verschillende bestanddelen die elkaar aanvullen (synergetisch effect) of versterken (additief effect).

Duizendblad wordt gebruikt voor diverse indicaties, waaronder milde spasmodische maag-darmklachten, ontstekingen, diarree en winderigheid. Het wordt ook gebruikt als galblaasmiddel en aromatische bitter om de eetlust te stimuleren. Uitwendig wordt het gebruikt bij ontstekingen van de huid en slijmvliezen vanwege zijn antibacteriële en adstringerende werking. Zitbaden kunnen worden gebruikt om vegetatieve spasmen in het vrouwelijk bekken te verlichten oa bij menstruatieklachten.

Let op: Indien u allergisch bent voor planten uit de composietenfamilie (Asteraceae), kunnen er bij uitwendig gebruik jeukende huidveranderingen met blaarvorming (duizendbladdermatitis) optreden.

Bereidingen en dosering

2-4 g drie tot vier keer per dag als thee-infusie; zitbaden: 100 g kruid per 20 liter water. Preparaten met vers plantensap, tincturen of orale toedieningsvormen met geconcentreerde droge extracten zijn ook commercieel verkrijgbaar. 

Verder onderzoek

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/achillea-millefolium

* betekenis pleiotroop, een stof, zoals een medicijn of een vitamine, kan via verschillende werkingsmechanismen een specifiek gezondheidseffect bereiken. Bijvoorbeeld, vitamine C heeft pleiotrope effecten zoals antioxidante, ontstekingsremmende en endotheelfunctie-stabiliserende eigenschappen. Veel adaptogenen hebben een pleiotrope werking



woensdag, oktober 29, 2025

Een uitgebreide monografie van Cynara scolymus

De artisjok, Cynara scolymus L. uit de composietenfamilie, ook wel Franse, groene of bolvormige artisjok genoemd, wordt voornamelijk in Europa en de VS gekweekt vanwege de eetbare bloemknoppen [ 6 ]. De bladeren worden medicinaal gebruikt [ 22 ].

Een meerjarige, kruidachtige, distelachtige plant, die tot 2 m hoog wordt, met een korte wortelstok. De bladeren zijn 1- tot 2-voudig geveerd, met een grijsviltige onderkant. De omwindsel is eivormig tot bolvormig (tot 7 × 8 cm). De vlezige bloembodem en schutbladeren zijn eetbaar. Als de bloeiwijzen niet worden geoogst, ontwikkelen zich violette, buisvormige bloemetjes [ 6 ].

Traditioneel gebruik

Artisjokken werden gekweekt door de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen. Ze werden aan het begin van de 15e eeuw vanuit Italië in Frankrijk en Engeland geïntroduceerd, en ongeveer 400 jaar later in Amerika. In de tuinen van de Franse landadel werden ze gewaardeerd als symbool van rijkdom en een verfijnd leven [ 6 ]. In de traditionele Europese geneeskunde werden preparaten van artisjokken gebruikt bij maag- en darmklachten en als tonicum voor de lever en galblaas [ 23 ].

Inhoudsstoffen

Sesquiterpeenlactonen met bittere smaakeigenschappen, hydroxykaneelzuren (tot 4,2% ortho-dihydroxyfenolen berekend als cafeïnezuur, tot 1,4% fenolzuren berekend als cynarine (1,5-dicaffeoylkinzuur)). Het gehalte varieert aanzienlijk afhankelijk van de locatie en de teelt. Cynarine is niet aanwezig in artisjokken; het wordt gevormd uit 1,3-dicaffeoylkinzuur, afhankelijk van de verwerking van de bladeren [ 6 ]. Ook aanwezig zijn flavonoïden zoals luteolineglycosiden, inuline, fytosterolen, tannines, enzymen, enz. [ 23 ].

Bitterwaarden:

  • Geneesmiddel met 1% cynaropicrine: 11.500
  • Extractum Cynarae fluïdum (1:2): 3000–4000
  • Tinctura Cynarae (1:5): 1000–2000 [ 6 ]

Indicaties

Volgens het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) is artisjok een traditioneel geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de symptomatische behandeling van gastro-intestinale aandoeningen zoals dyspepsie, een opgeblazen gevoel, winderigheid of winderigheid [ 22 ].

Dagelijkse dosis (DD)

  • Enkelvoudige dosis (ED) 1,5–3 g gedroogde, gemalen bladeren in 150 ml kokend water als thee (TD tot 6 g).
  • Extract van gedroogde bladeren (oplosmiddel water, DEV 2–7,5 : 1, ED tot 640 mg, TD tot 1320 mg; oplosmiddel 20% ethanol, DEV 2,5–3,5 : 1, ED 0,7 g, TD 2,1 g).
  • Extracten uit verse bladeren (oploswater: DER 15–35 : 1, ED tot 900 mg, TD tot 2700 mg, DER 15–30 : 1, ED tot 600 mg, TD tot 1800 mg) [ 22 ].

Farmacologische werking

Cynarine, cafeïnezuur, chlorogeenzuur en luteoline dragen in belangrijke mate bij aan de antioxiderende en celbeschermende werking. Chlorogeenzuur stimuleert de galsecretie en cholesteroluitscheiding via gal op een dosisafhankelijke manier. Het antidyspeptische effect wordt voornamelijk toegeschreven aan het choleretische effect [ 23 ].

  • lipidenverlagend en anti-atherogeen [ 3 ], [ 4 ], [ 23 ]
  • spasmolytisch en winddrijvend / carminativum [ 23 ]
  • antioxidant [ 25 ] en orgaanbeschermend [ 23 ]: lever [ 4 ], [ 7 ], maag [ 15 ], [ 22 ], nier [ 5 ], [ 17 ], hart [ ] 3 ], hersenen [ 27 ]
  • eetlustopwekkend (vanwege het bitterstofgehalte) en anti-emetisch [ 23 ]
  • bloedsuikerverlaging [ 1 ],[ 9 ], [ 27 ]
  • ontstekingsremmend [ 2 ], [ 3 ]
  • antiproliferatief [ 12 ], [ 18 ], [ 23 ]
  • antimicrobieel [ 23 ], [ 24 ] en antiviraal [ 8 ]

Bewijs van effectiviteit

Hoewel de huidige gegevens de werkzaamheid van artisjokpreparaten bij maag-darmklachten niet bewijzen, achtte het EMA hun werkzaamheid aannemelijk [ 23 ]. Volgens het EMA bestaat er ook geen twijfel over de cholesterolverlagende (9 studies) en choleretische (2 studies) effecten van het werkzame bestanddeel van artisjok [ 23 ].

Santos et al. [ 26 ] hebben de lipidenverlagende werkzaamheid van artisjokpreparaten beoordeeld op basis van onderzoeken die tussen 2000 en juni 2018 zijn gepubliceerd. Twaalf onderzoeken omvatten patiënten met hypercholesterolemie, metabool syndroom, obesitas, diabetes type 2, niet-alcoholische leververvetting  die verschillende extracten, sappen, poeders en combinatiepreparaten in verschillende doses kregen.

Omdat de werkzame stoffen in artisjok niet identiek waren, kan er geen uitspraak worden gedaan over hun werkzaamheid. Eén studie onderzocht patiënten met hepatitis C en een hooggedoseerd bladextract, patiënten met milde hypercholesterolemie en een combinatiepreparaat, patiënten met milde hypertensie en geconcentreerde capsules met een lage dosering van het actieve ingrediënt, patiënten met overgewicht en knopextract, en sporters en bladextract. De auteurs suggereren dat de bladextracten, rijk aan luteoline en chlorogeenzuur, in een dosis van 2-3 gram per dag effectiever zijn dan sap of gekookte, vezel- of inulinerijke artisjokharten (100 gram/dag).

Een daling van de bloeddruk werd alleen waargenomen in de subgroep van hypertensieve patiënten (systolisch met 3 mmHg, diastolisch met 2 mmHg, maar de diastolische verlaging werd pas gezien na een minimale behandelperiode van 12 weken) [ 20 ]. De tailleomvang nam met ongeveer 1 cm af zonder dat dit invloed had op het gewicht of de BMI [ 14 ]. Op dezelfde manier daalde de nuchtere bloedglucose met 5 mg/dL zonder dat dit invloed had op de nuchtere insulineconcentratie, HOMA-insulineresistentie of HbA1c [ 16 ]. Verdere studies met een bevestigend ontwerp en een langere studieduur zijn nodig om definitieve conclusies te kunnen trekken.

Bijwerkingen

Artisjokpreparaten worden in de EU al meer dan 30 jaar gebruikt bij maag-darmklachten zonder dat er ernstige bijwerkingen zijn opgetreden [ 23 ]. Af en toe treedt er milde diarree op met buikkrampen en maag-darmklachten zoals misselijkheid of brandend maagzuur. De frequentie hiervan is onbekend. Allergische reacties zijn zeer zeldzaam [ 22 ].

Contra-indicaties

Obstructie van de galwegen, cholangitis en andere galwegziekten, leverziekten, galstenen. Overgevoeligheid voor Asteraceae [ 22 ]. Vanwege onvoldoende gegevens wordt het gebruik van artisjokpreparaten niet aanbevolen voor kinderen jonger dan 12 jaar of voor zwangere en borstvoedende vrouwen [ 22 ].

Interacties

Geneesmiddelinteracties zijn niet bekend [ 22 ], maar interacties met coumarinederivaten zijn mogelijk (nauwlettende controle wordt aanbevolen). In vitro interageert het actieve ingrediënt van artisjok met CYP3A4 en CYP2D6 [ 10 ].

Toxiciteit

Orale LD50 bij  ratten voor een hydroalcoholisch extract gestandaardiseerd op 20% chlorogeenzuur > 2000 mg/kg, LD50 intraperitoneaal  > 1000 mg/kg. Lage toxiciteit is ook beschreven voor een extract gestandaardiseerd op 46% chlorogeenzuur en voor cynarine. Topische toepassing tot 3 g/kg gedurende 21 dagen werd goed verdragen [ 23 ]. Bij intramusculaire toediening bij ratten beschermde een extract tegen toxische testiculaire schade en verminderde spermakwaliteit [ 19 ].Alleen hoge doses artisjokextract vertoonden genotoxische veranderingen; lagere doses hadden een beschermend effect tegen schade. Systematische studies naar genotoxiciteit, carcinogeniciteit en teratogeniteit ontbreken [ 23 ]. Een onderzoek bij drachtige ratten wijst op een verstoorde ontwikkeling van de foetus na voeding met artisjokextract [ 11 ]. De beschikbare gegevens laten geen nadelige effecten bij mensen zien door de inname van artisjokpreparaten [ 6 ], [ 23 ].

Literatuur
1 Ben Salem M, Ben Abdallah Kolsi R, Dhouibi R. et al. Beschermende effecten van Cynara scolymus-bladerenextract op stofwisselingsstoornissen en oxidatieve stress bij alloxaan-diabetische ratten. BMC Complement Altern Med 2017; 17: 328
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
2 Ben Salem M, Affes H, Athmouni K. et al. Chemische samenstelling, antioxiderende en ontstekingsremmende werking van Cynara scolymus-bladextracten en analyse van belangrijke bioactieve polyfenolen met behulp van HPLC. Evid Based Complement Alternat Med 2017; 2017: 4951937
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
3 Ben Salem M, Affes H, Dhouibi R. et al. Effect van artisjok (cynara scolymus) op hartmarkers, lipidenprofiel en antioxidantenniveaus in weefsel van HFD-geïnduceerde obesitas. Arch Physiol Biochem 2019; 1-11
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
4 Ben Salem M, Ksouda K, Dhouibi R. et al. LC-MS/MS-analyse en hepatoprotectieve activiteit van artisjok (Cynara scolymus L.) bladerenextract tegen door een vetrijk dieet veroorzaakte obesitas bij ratten. Biomed Res Int 2019; 2019: 4851279
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
5 Ben Salem M, Affes H, Dhouibi R. et al. Preventief effect van artisjok (Cynara scolymus L.) bij nierfunctiestoornissen tegen door een vetrijk dieet veroorzaakte obesitas bij ratten. Arch Physiol Biochem 2019; 1-7
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
6 Blaschek W, Hilgenfeldt U, Holzgrabe U, Reichling J, Ruth P, Schulz V. Hagers Enzyklopädie der Arzneistoffe en Drogen. Stuttgart: Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft; 2016
Referentielink Ris
Zoeken in Google Scholar
7 Elsayed Elgarawany G, Abdou AG, Maher Taie D. et al. Hepatoprotectief effect van artisjokbladextracten in vergelijking met silymarine op door paracetamol geïnduceerde hepatotoxiciteit bij muizen. J Immunoassay Immunochem 2020; 41: 84-96
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
8 Elsebai MF, Abass K, Hakkola J. et al. De wilde Egyptische artisjok als veelbelovend functioneel voedsel voor de behandeling van het hepatitis C-virus, zoals aangetoond via UPLC-MS en klinische studies. Food Funct 2016; 7: 3006-3016
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
9 Fantini N, Colombo G, Giori A. et al. Bewijs van een glycemieverlagend effect van een extract van Cynara scolymus L. bij normale en obese ratten. Phytother Res 2011; 25: 463-466
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
10 Feltrin C, Farias IV, Sandjo Lp. et al. Effecten van gestandaardiseerde medicinale plantenextracten op het geneesmiddelenmetabolisme gemedieerd door CYP3A4- en CYP2D6-enzymen. Chem Res Toxicol 2020; 33: 2408-2419
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
11 Gotardo AT, Mattos MIDS, Hueza IM. et al. Het effect van Cynara scolymus (artisjok) op de voortplantingsresultaten van de moeder en de ontwikkeling van de foetus bij ratten. Regul Toxicol Pharmacol 2019; 102: 74-78
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
12 Hassabou NF, Farag AF. Antikankereffecten geïnduceerd door artisjokextract in orale plaveiselcelcarcinoomcellijnen. J Egypt Natl Canc Inst 2020; 32: 17
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
13 Hayata M, Watanabe N, Kamio N. et al. Cynaropicrine van Cynara scolymus L. onderdrukt de door Porphyromonas gingivalis LPS geïnduceerde productie van ontstekingscytokinen in humane gingivale fibroblasten en RANKL-geïnduceerde osteoclastdifferentiatie in RAW264. 7 cellen. J Nat Med 2019; 73: 114-123
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
14 Hemati N, Venkatakrishnan K, Yarmohammadi S. et al. De effecten van suppletie met Cynara scolymus L. op antropometrische indices: een systematische review en dosis-responsmeta-analyse van klinische studies. Complement Ther Med 2021; 56: 102612
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
15 Ishida K, Kojima R, Tsuboi M. et al. Effecten van artisjokbladextract op acute maagslijmvliesbeschadiging bij ratten. Biol Pharm Bull 2010; 33: 223-229
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
16 Jalili C, Moradi S, Babaei A. et al. Effecten van Cynara scolymus L. op glycemische indices: een systematische review en meta-analyse van gerandomiseerde klinische studies. Complement Ther Med 2020; 52: 102496
Referentielink Ris
Crossref PubMed- zoekopdracht in Google Scholar
17 Khattab HA, Wazzan MA, Al-Ahdab MA. Nephroprotective potential of artichoke leaves extract against gentamicin in rats: Antioxidant mechanisms. Pak J Pharm Sci 2016; 29 (05) 1775-1782
Reference Link Ris
PubMedSearch in Google Scholar
18 Mileo AM, Di Venere D, Linsalata V. et al Artichoke polyphenols induce apoptosis and decrease the invasive potential of the human breast cancer cell line MDA-MB231. J Cell Physiol 2012; 227: 3301-3309
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
19 Mohammed ET, Radi AM, Aleya L. et al Cynara scolymus leaves extract alleviates nandrolone decanoate-induced alterations in testicular function and sperm quality in albino rats. Environ Sci Pollut Res Int 2020; 27: 5009-5017
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
20 Moradi M, Sohrabi G, Golbidi M. et al Effects of artichoke on blood pressure: A systematic review and meta-analysis. Complement Ther Med 2021; 57: 102668
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
21 Nassar MI, Mohamed TK, Elshamy AI. et al Chemical constituents and anti-ulcerogenic potential of the scales of Cynara scolymus (artichoke) heads. J Sci Food Agric 2013; 93: 2494-2501
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
22 European Medicines Agency.European Union herbal monograph on Cynara cardunculus L. (syn. Cynara scolymus L.), (27.03.2018) folium Im Internet. https://www.ema.europa.eu/en/documents/herbal-monograph/final-european-union-herbal-monograph-cynara-cardunculus-l-syn-cynara-scolymus-l-folium_en.pdf> Stand: 23.06.2021
Reference Link Ris
23 European Medicines Agency. Cynarae folium. European Medicines Agency. Assessment report on Cynara cardunculus L. (syn. Cynara scolymus L.), folium (13.03.2019). Im Internet. https://www.ema.europa.eu/en/medicines/herbal/cynarae-folium#overview-section Stand: 23.06.2021
Reference Link Ris
24 Pereira C, Barros L, José Alves M. et al Artichoke and milk thistle pills and syrups as sources of phenolic compounds with antimicrobial activity. Food Funct 2016; 7: 3083-3090
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
25 Salekzamani S, Ebrahimi-Mameghani M, Rezazadeh K. The antioxidant activity of artichoke (Cynara scolymus): A systematic review and meta-analysis of animal studies. Phytother Res 2019; 33: 55-71
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
26 Santos HO, Bueno AA, Mota JF. The effect of artichoke on lipid profile: A review of possible mechanisms of action. Pharmacol Res 2018; 137: 170-178
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar
27 Turkiewicz IP, Wojdyło A, Tkacz K. et al Antidiabetic, anticholinesterase and antioxidant activity vs. terpenoids and phenolic compounds in selected new cultivars and hybrids of artichoke Cynara scolymus L. molecules 2019; 24: 1222
Reference Link Ris
CrossrefPubMedSearch in Google Scholar