Posts tonen met het label bloedvaten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloedvaten. Alle posts tonen

donderdag, januari 08, 2026

Boekweitplant tegen spataderen

Een oud cultuurgewas, waarvan de zaden al duizenden jaren als graan gegeten wordt, is pas de laatste jaren als geneeskrachtige plant ontdekt. Of hoe oude planten een nieuw leven gaan leiden.

Boekweit is reeds sedert de Middeleeuwen als cultuurgewas in Europa bekend. Toch is het wereldwijd bijna zeker al 6 tot 8000 jaar in gebruik. Van oorsprong is het kruid in zijn wilde vorm waarschijnlijk afkomstig uit de provincie Yunnan in China, waar ook nu nog een wilde ondersoort groeit, de Fagopyrum esculentum subsp.ancestralis. Het is waarschijnlijk door de Mongolen (Franse naam: sarrasin, blé noir) aan het eind van de Middeleeuwen naar Europa gebracht en werd vooral gewaardeerd voor zijn vruchten (zaden, graan) wegens zijn hoge voedingswaarde en zijn gemakkelijke teelt. In de 17de en 18de eeuw werd het alleen nog beschouwd als voeding voor de arme mensen. Voor de ontdekking van de groene plant als geneesmiddel moesten we wachten tot in de 20ste eeuw.

Boekweit en rutine

De voornaamste inhoudsstoffen van Boekweit zijn de flavonoïden met rutoside (rutine) als belangrijkste vertegenwoordiger. Door farmacologische en klinische studies ontdekte men dat het boekweitkuid de capillaire permeabiliteit verminderde, de microcirculatie in de aders verbeterde en oedeemoplossend en ontstekingsremmend werkte. Ook het neutraliseren van zuurstofradicalen, dus een anti-oxidantwerking wordt toegeschreven aan de flavonoïden. Voor de toekomst is het afwachten op verder onderzoek, in hoeverre bioflavonoïden uit natuurlijke voedingsbronnen zoals boekweitkruid, ook bij aandoeningen van hart- en vaatziekten en als bescherming tegen kanker, zijn nut kan bewijzen.

Werken flavonoïden kankerbeschermend?

Bij het uitgebreid onderzoek met flavonoïden werd ook gekeken of deze stoffen een anti-mutagene en anti-cancerogene werking hebben. Zo zijn er een aantal vaststellingen over een in-vitro-tumorremming door flavonoïden. Quercetine remt in-vivo bepaalde kinasen, die de celaanmaak sturen; ze hebben de mogelijkheid om tumoruitlokkers te remmen, en vertonen in hoge dosis een anti-mutageen effect. Voor de eventuele inzet van flavonoïden bij de kankertherapie moet er echter nog meer onderzoek worden verricht.

Vaatvernauwende activiteit van rutoside

Rutoside behoort tot de flavonoïden, die de afbraak (auto-oxydatie) van hormonen zoals adrenaline kan verhinderen. Door deze werking verlengt de halfwaardetijd van het sympathomimeticum 'adrenaline' en heeft daardoor een vaatvernauwend effect.

Remming yan het enzym hyaluronidase

Hyaluronzuur is een belangrijk bestanddeel van het basaalmembraan van de vaten en vermindert de doorlaatbaarhei (permeabiliteit) van de vaten. Bij ontstekingsreacties kan deze hyaluronzuurstructuur door he enzym hyaluronidase worden afgebroken, waardoor de vaatwand beschadigt. Rutoside is een remstof voor hyaluronidase. Een voorbehandeling met rutoside vermindert de capillairschade die door hyaluronidase kan ontstaan.

Lichtgevoeligheid voor boekweitkruid

Bij paarden, koeien, schapen, geiten en varkens kan na het eten van vers bloeiend boekweitkruid en na inwerking van zonlicht, vergelijkbaar met Sint-janskruid, een fotosensibiliserende reactie optreden. Dit verschijnsel is reeds honderden jaren bekend en het ziektebeeld met symptomen zoals rusteloosheid, zwelling en ontsteking wordt fagopyrisme genoemd. Verantwoordelijk hiervoor is de stof fagopyrine en verbindingen hiervan, die net als hypericine uit Sint-janskruid tot de naphthodiantronen behoren. Bij in-vitro onderzoeken met ethanolisch boekweitextract (0,5% fagopyrine) werd een geringe phototoxiciteit waargenomen, vergelijkbaar met hypericine. Een waterig, fagopyrine-vrij extract vertoonde geen photoxiciteit. Deze overgevoeligheid voor licht is tot op heden bij de mens nog niet vastgesteld. Als gevolg van de geringe wateroplosbaarheid van naphthodiantronen zijn vergiftigingen met boekweitkruid, in therapeutische doseringen, dan ook niet te verwachten.

Klinische studie over Boekweit

De werking van boekweitkruid bij 'chronisch veneuze insufficiëntie' (CVI) is met actuele klinische studies goed gedocumenteerd: In een gerandomiseerde, placebo gecontroleerde dubbelblinde studie kon men voor theebereiding uit boekweitkruid, de klinische werking in de zin van oedeembescherming worden bewezen. Aan de studie namen 67 patiënten deel met CVI in de stadia I en II. De therapie bestond in 3 x daags, één filterbuiltje boekweitthee, als placebo diende een rutosidevrije-thee, bereid uit bladeren van Malva (kaasjeskruid).

Toepassing van de gedroogde bloeiende plant

  • veneuze aandoeningen: spataderen, aambeien,
  • oedemen,
  • arteriosclerose.

Dosering: 3 maal daags een kopje thee drinken van gedroogde boekweitplant gedurende 3 weken, dan 1 week niet en dan opnieuw 3 weken wel. Een eenvoudige methode om de bloedvaten en vooral het veneuze vaatstelsel te versterken.

Literatuur

donderdag, maart 20, 2025

Nu daslookblad oogsten en tinctuur maken

Knoflook, daslook, kraailook.... Looksoorten werden reeds bij de Romeinen "allium" genoemd; maar ook "alium" of "aleum" was gebruikelijk. Mogelijk is allium van het Latijnse woord "olere", ruiken afgeleid. Het woord 'ursinum' is op het Latijnse ursinus (beer) terug te voeren. Reeds voor Linneaus werd deze aanduiding gebruikt; Plinius in zijn Historia Naturalis spreekt over een looksoort: "... silvestre (alium), quod ursinum volcano' . Ook Dodonaeus vermeld het derde geslacht van Look dat ' in Latijn Allium ursinum wordt genoemd. In Hoochduytsch Walt knobloch oder Knoblauch. In Neerduytsch Das Loock. In Franchois Aux d’ours/ ou Ail d;ours. Dit Loock schijnt wel te wesene dat loock dat Dioscorides Scorodoprassum heet/ oft als sommighe meynen dat Ampeloprasum. 

Daslook bevat net als knoflook en ui een aantal belangrijke werkzame stoffen, zoals zwavelhoudende verbindingen, flavonoïden (kaempferol en quercetine), vitaminen (vooral veel vitamine C), mineralen en chlorofyl.

De meest kenmerkende en belangrijke inhoudsstof is alliine, een zwavelhoudend aminozuurderivaat. Alline bevindt zich in intacte plantencellen. Op zichzelf is alliine geurloos en chemisch stabiel, maar zodra de plant wordt beschadigd (bijvoorbeeld door snijden, pletten of kauwen), komt het enzym alliinase vrij. Dit enzym zet alliine razendsnel om in allicine.  Allicine is de stof die verantwoordelijk is voor de kenmerkende geur en de bioactieve werking van daslook. Allicine is echter onstabiel. Wanneer allicine afbreekt door blootstelling aan zuurstof, warmte of oplosmiddelen zoals olie of alcohol, vormt het ajoenen (en andere stoffen), die ook biologische effecten hebben. Zowel allicine als ajoenen zijn interessante stoffen voor de gezondheid, met antimicrobiële, cardiovasculaire, neuroprotectieve en immuunversterkende effecten. 

Antimicrobiële werking

Allicine heeft een sterke antibacteriële, antivirale en schimmelwerende werking. Het kan pathogenen bestrijden zoals Staphylococcus aureus (waaronder MRSA), Escherichia coli en Candida-schimmels. De werking berust op de interactie van allicine met bacteriële enzymen, waardoor de stofwisseling van de ziekteverwekkers wordt verstoord.

Cardiovasculaire werking

Allicine bevordert de productie van stikstofmonoxide (NO), dat de bloedvaten ontspant en de bloeddruk verlaagt. Het remt het enzym (HMG-CoA-reductase) dat betrokken is bij de cholesterolproductie, waardoor het LDL-cholesterolgehalte daalt. Bovendien remt allicine trombocytenaggregatie en voorkomt zo bloedklonters, wat bescherming biedt tegen trombose en beroertes.

Immuunmodulerende en ontstekingsremmende werking

Allicine stimuleert macrofagen en T-cellen, wat de weerstand tegen virale en bacteriële infecties verhoogt. Het verlaagt ook ontstekingsmarkers, waardoor het ontstekingsremmend werkt bij chronische ontstekingen, artritis en auto-immuunziekten.

Neuroprotectieve werking

Allicine is een sterke antioxidant en beschermt zenuwcellen tegen schade door oxidatieve stress, wat mogelijk bijdraagt aan het verminderen van neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson. Daarnaast ondersteunt het ontgifting in de lever, wat de hersenen indirect helpt door het verminderen van toxische belasting.

Allicine

Om optimaal van allicine te profiteren snijd of kneus je daslook en laat je het 10-15 minuten staan vóór inname. Zo wordt een maximale hoeveelheid allicine gevormd. Je eet het best rauw of voegt het toe aan het einde van de bereiding. Allicine is hittegevoelig en wordt bij hoge temperaturen afgebroken. Je kunt het combineren met gezonde vetten (zoals olijfolie), om de opname van vetoplosbare antioxidanten te verbeteren. Daslook kan ook gefermenteerd worden, wat de stabiliteit van zwavelverbindingen verlengt en probiotische voordelen heeft.

Allicine is matig oplosbaar in water (maar niet stabiel, omdat het snel degradeert) en matig oplosbaar in vetten (maar vormt zich snel om tot andere zwavelverbindingen zoals ajoenen). Het is wel goed oplosbaar (en stabiel) in alcohol, zoals ethanol. Om maximaal van de bioactieve stoffen en hun gezondheidsvoordelen te profiteren, kan je er dus een tinctuur van maken. Deze is ook nog eens lang houdbaar.

Deze daslooktinctuur ondersteunt de hartgezondheid en de immuniteit. Het is niet nodig maar wel interessant om aan de tinctuur nog twee andere planten toe te voegen, namelijk rode zonnehoed (Echinacea spp.) en gember (Zingiber officinale). Echinacea versterkt het immuunsysteem en helpt tegen infecties, wat de werking van daslook aanvult. Gember bevordert de circulatie en werkt ontstekingsremmend, wat de cardiovasculaire werking van de tinctuur ondersteunt. Bovendien bevordert gember de spijsvertering.

Wat heb je nodig?

  • ​handvol verse daslookblaadjes
  • 1 eetlepel gedroogde echinacea-wortel
  • 1 el gedroogde gemberwortel
  • 50 ml water
  • 50 ml pure ethanol van 96%
  • 1 eetlepel citroensap (verhoogt stabiliteit van allicine)

​Kneus de daslook en laat het 10 minuten rusten. Dit geeft het enzym alliinase de tijd om allicine te vormen. Meng de daslook met het water en laat 1 uur trekken om wateroplosbare stoffen (vitaminen, mineralen, flavonoïden) te extraheren. Voeg de gedroogde zonnehoed en gember toe aan de pot. Voeg daarna de alcohol en het citroensap toe. Sluit de pot goed af en zet deze op een donkere, koele plek gedurende 2-3 weken. Schud af en toe om de kruidenextractie te bevorderen. Zeef na 3 weken de tinctuur door een fijne doek, koffiefilter of fijne zeef. Bewaar in een donkere fles. Het is minstens 2 jaar houdbaar.

Je kan natuurlijk nu ook een goede tinctuur maken met alleen het blad van daslook of in de winter met de wortelbolletjes.

Doseringen:

  • Immuunversterkend: 15-20 druppels per dag, in een glas water, voor algemene weerstand.
  • Voor verkoudheden of infecties: 20 druppels, 3x per dag, in een glas water.
  • Ondersteuning voor de circulatie en hartgezondheid: 10 druppels per dag, in een glas water.
  • Spijsverteringsondersteuning: 15 druppels na een zware maaltijd.

dinsdag, maart 02, 2021

Jong en oud duizendblad

Jonge blad van duizendblad Achillea millefolium begint fris gewassen aan een nieuw groeiseizoen. Nieuw groen doet dit jaar meer dan ooit leven. 

Duizendblad een eeuwenoude plant en geneeskruid. Pollen van duizendblad zijn samen met de pollen van andere geneeskruiden al aangetroffen in een neanderthalergraf dat dateert uit 65000 jaar voor Christus. De oudste schriftelijke bronnen in Europa waarin de medicinale toepassing van duizendblad wordt genoemd, zijn van Plinius de Oudere en Dioscorides (eerste eeuw na Christus), en van latere datum – ongeveer 950-1000 jaar na Christus – zijn enkele Anglosaksische kruidenboeken zoals het Old English Herbarium, het Leechbook van Bald en Lacnunga. In deze bronnen wordt het gebruik van duizendblad aangeprezen voor de behandeling van onder andere (bloedende) wonden en ontstekingen, hoofdpijn, koorts, maag-darmklachten (brandend maagzuur, buikpijn, spijsverteringsklachten en diarree), menstruele bloedingen en longaandoeningen. 

De aanwezigheid van flavonoïden (spasmolytische werking), koffiezuurderivaten (choleretische activiteit) en sesquiterpenen (ontstekingsremmende en antibacteriële effecten) in duizendblad lijkt dit traditionele gebruik te onderbouwen. Naast de traditionele toepassingen wordt in fytotherapeutische handboeken aan duizendblad sporadisch ook een bloeddruk verlagende werking toegeschreven. Recenter experimenteel farmacologisch onderzoek lijkt deze hypotensieve activiteit en andere cardiovasculaire effecten van duizendbladextracten te bevestigen.

Vaatbeschermende activiteit 

Dall’Acqua et al. hebben de vaatbeschermende werking en effecten op vasculaire ontsteking van een methanolextract van de gedroogde bovengrondse delen van duizendblad onderzocht. Het extract werd fyto-chemisch gekarakteriseerd door de aanwezigheid van chlorogeenzuur, kinazuurderivaten en flavonoïd(glycosid)en. In vasculaire endotheelcellen remde het duizendbladextract de door interleukine-1β geïnduceerde activatie van de pro-inflammatoire transcriptie factor nuclear factor-κB. Deze bevindingen vormen een eerste aanwijzing voor de beschermende werking van duizendblad bij vasculaire ontstekingsreacties. Ontsteking aan de vaatwand veroorzaakt atherosclerose. In concentraties beneden 60 μg/ml stimuleerde het duizendbladextract de groei van vasculaire gladde spiercellen met 30-40%. Het extract veroorzaakte daarnaast ook een significante verhoging van de levensvatbaarheid van vasculaire gladde spiercellen, een effect dat werd geblokkeerd door een niet-selectieve remmer van de oestrogeenreceptor. Deze waargenomen effecten op het vasculaire gladde spierweefsel doen vermoeden dat duizendblad bij de progressie van atherosclerose kan leiden tot een meer stabiel fenotype van atherosclerotische plaques, waardoor het risico op trombose vermindert.

  • Dall’ Acqua S, Bolego C, Cignarella A, Gaion RM, Innocenti G. Vasoprotective activity of standardized Achillea millefolium extract. Phytomed 2011;18:1031-6.
  • Applequist WL, Moerman DE. Yarrow (Achillea millefolium L.): a neglected panacea? A review of ethnobotany, bioactivity, and biomedical research. Econ Bot 2011;65(2):209-25
  • 3 Benedek B, Kopp B. Achillea millefolium L. s.l. revisited: recent findings confirm the traditional use. Wien Med Wochenschr 2007;157(13/14):312-4. 
  • 4 Si XT, Zhang ML, Shi QW, Kiyota H. Chemical constituents of the plants in the genus Achillea. Chem Biodivers 2006;3:1163-80.