Posts tonen met het label voorjaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorjaar. Alle posts tonen

dinsdag, maart 24, 2026

Kruidige siertuin: een geel-witte border

Een klassieke sierborder is meestal opgebouwd uit kleine of grote groepen van mooi bloeiende vaste planten, die samen zowel in vorm als kleur een harmonie vormen. Meestal wordt daarbij natuurlijk naar het esthetisch aspect gekeken, nogal logisch het is niet voor niks een 'sier' tuin. Toch lijkt het mij interessant om in een sierborder eens rekening te houden met andere interessante aspecten van de plant zoals de gebruikswaarde, medicinale werking, de geur of het verhaal achter een plant.

Zo'n mooie en medicinale gebruiksborder kan samengesteld zijn uit kleine groepen van vaste planten bvb zilverkaars, venkel, moersaspirea, goudsbloem (éénjarig), moederkruid, vrouwenmantel, sleutelbloem maar ook hogere planten voor een grovere en grotere border zoals Griekse alant en guldenroede kunnen er in verwerkt worden. Een voorbeeld.

Zilverkaars of Cimicifuga

Cimicifuga is een Noord-Amerikaanse inheemse plant, die door de Indianen veelvuldig gebruikt werd. Soorten zoals Cimicifuga simplex en C. ramosa worden bij ons als sierplant aangeboden. De lange, witte bloeiwijzen versieren de tuin pas in september en october en zijn door hun natuurlijke uitstraling en hun late bloeiwijze extra aantrekkelijk voor een wilde tuin. Spijtig genoeg is de belangrijkste medicinale soort, Cimicifuga racemosa, moeilijk verkrijgbaar. Medicinaal is de wortel van deze Zilverkaars een van de meest gebruikte planten bij hormonale klachten, vooral in de menopauze.

Venkel of Foeniculum vulgare

is een Zuid-Europese schermbloemige, die ook bij ons gemakkelijk groeit in een droge, goed gedraineerde grond. De bronsbladige variëteit staat ook goed in de paars-roze border. Alles aan de plant kan gebruikt worden. De verdikte wortel als groente, de stengels samengebonden in droogboeketten, het blad in de keuken bij visgerechten en de zaden (vruchten) vooral als medicijn. Vooral voor verkrampte darmen, bij buikpijn en gassen is het gekauwde zaad of een kruidenthee samen met kamille de redder in nood. Verder heeft Venkel ook een slijmoplossende en zelfs een zogvormende werking. Dus een echt kruid voor moeder en kind, al mogen de vaders er ook van snoepen.

Moerasspiraea / Filipendula ulmaria

Deze plant werd vroeger Geitenbaard of Koningin der weiden genoemd, de namen geven al aan dat deze witbloeiende plant vooral graag in natte weilanden en langs beekjes groeit. In de tuin kan hij toch wat droogte verdragen, alhoewel op zeer droge plaatsen je beter de Knolspirea of Filipendula vulgaris kan aanplanten. Ze zijn allebei als lichte pijnstiller te gebruiken, vooral bij gewrichtsklachten. De planten bevatten aspirineachtige stoffen, methylsalicylaten die een zoete geur verspreiden als je stengel of wortel kneust. Stevig knabbelen op de stengel, thee trekken van de bloem of tinctuur maken van de wortel zijn de doe-het-zelf methodes om chronische gewrichtspijnen te verzachten. Voor een snelle pijnstillende werking kun je beter geconcentreerde handelspreparaten gebruiken.

Citroenmelisse / Melissa officinalis

Melisse kent iedereen, het is een gemakkelijke vaste plant die zowel in het gele als het paars-roze tuingedeelte thuis hoort. Er zijn variëteiten met een gevlekt en een volledig geel blad. Je kan de plant regelmatig kort knippen, zo blijft hij decoratief en het gesnoeide blad kan zowel in kruidenmengsels voor het zenuwstelsel als in thee voor de spijsvertering verwerkt worden. Minder bekend maar wetenschappelijk wel onderbouwd is zijn gebruik tegen virusinfecties, meer bepaald tegen herpes labiales of lippenblaasjes. Je kan dan inwendig een geconcentreerde melissethee drinken samen met sint-janskruid en uitwendig een lippenbalsem met melisse-extract gebruiken. Een efficiënt en smakelijk kruidenmengsel voor een overspannen spijsvertering maak je door citroenmelisse, pepermunt en echte kamille in gelijke delen te mengen. Tegen overspanning, slapeloosheid en vooral bij emotionele problemen kun je thee trekken van citroenmelisse, sint-janskruid en lavendel.

Goudsbloem / Calendula officinalis

Goudsbloem. Nog zo een overbekend en veel gebruikt kruid. Minder bekend is de inheemse Akkergoudsbloem, die zich net als zijn grote broer uitbundig kan uitzaaien. Voor wilde tuinders is dat een zegen, voor de anderen een vloek. Medicinaal worden vooral de oranje bloemblaadjes van Calendula officinalis verwerkt in zalven, oliën en cosmetica. Er worden zelfs, net zoals bij de groenten, speciale rassen o.a. Erfurter orangefarbigen’ aangeboden met een hoger gehalte aan flavonoïden, dat zijn de gele en oranje kleurstoffen in het bloemblad. Voor eigen gebruik kun je gerust alle bloemblaadjes gebruiken, om te verwerken in bijvoorbeeld zalf of olie. Een eenvoudige goudsbloemolie kun je maken door 50gr gedroogde bloemblaadjes minimum 1 week te laten trekken in 1 liter vette olie. Regelmatig schudden, uitzeven, uitpersen en in kleine, goedgevulde flesjes in het donker bewaren. Dit kan ook de basis zijn om een goudsbloemzalf te maken.

Echte sleutelbloem / Primula veris

Echte sleutelbloem en de andere inheemse soorten de Slanke en de Stengelloze zijn vroege bloeiers die ik echt niet wil missen in mijn kruidige border. Ze kunnen ten andere ook in een bosbiotoop of in een drassig grasland aangeplant worden. Ondanks hun zeldzaamheid in de vrije natuur, doen ze het goed in de tuin. Vermeerderen kan zowel door te zaaien als door de wortels te scheuren. Het zijn ook de wortels, Primulae radix, die als slijmoplossende thee of siroop bij verkoudheid en hoest goed te gebruiken zijn.

Gele kamille / Anthemis tinctoria, moederkruid / Tanacethum parthenium en roomse kamille / Anthemis nobilis horen ook thuis in deze geneeskrachtige, kruidige border..

En een mooie, smakelijke en gezonde bloementhee krijg je door de gelen (sleutelbloem, echte kamille en toorts) te mengen met de paarsblauwen (kaasjeskruid, korenbloem en Maarts viooltje). Een gekleurd tuintje in je thee! En nu maar genieten van geur en kleur van deze gele border en hopen dat je deze kruiden alleen maar in de keuken of voor een smakelijke kruidenthee hoeft te gebruiken.

zondag, april 15, 2018

Over de zeldzaamheid van planten en de zelfgenoegzaamheid van mensen.

Primula vulgaris geplukt,
verwerkt en vermeerdert
Over de zeldzaamheid van planten en de zelfgenoegzaamheid van mensen. Of moet ik schrijven over de zelfgenoegzaamheid van natuurliefhebbers? Op internet en Facebook word ik regelmatig geconfronteerd met mensen die zogenaamd bezorgd zijn over de natuur en de wel of niet zeldzame planten tegen die onverlaten van plukkende herboristen willen beschermen. Alsof herboristen geen plichtbewuste natuurliefhebbers zijn en alsof het plukken van planten altijd slecht zou zijn voor die planten. Wij wonen gedeeltelijk in Bretagne en sommige mensen in Belgie schrikken als we daslook, stengelloze sleutelbloem of navelkruid zomaar plukken en zelfs opeten.

Om te beginnen zijn deze 3 planten hier zeer algemeen, evenveel voorkomend als bijvoorbeeld de paardenbloem, daarbij zijn het meestal planten die we in onze eigen tuin plukken. Het plukken van delen van planten is voor de sleutelbloem en konsoorten ook niet altijd slecht, integendeel het stimuleert juist de groei. Zelfs bij het oogsten van een deel van de wortels doe je aan verjonging van de plant. Om nog maar te zwijgen over het bewustzijn dat je krijgt door zo intens met deze planten bezig te zijn. Een bewustzijn dat sommige theoretische natuurliefhebbers blijkbaar missen. Ik wens hen dan ook meer lijfelijk genot in de natuur. Met je lichaam in het landschap.

Over de sleutelbloem


Stengelloze sleutelbloem / Primula vulgaris in eigen tuin
Een plant die in het voorjaar tuin en weiland opvrolijkt is de stengelloze en andere sleutelbloemen. Vorig najaar heb ik er heel wat gescheurd, die kleine rozetten lijken nu voor het eerst te willen bloeien.
Een bos bedekt met gele sleutelbloemen is een van mijn kleine voorjaarsgeneugten. Nog meer genot geven ze als je de oude verhalen over deze Primula’s kent. Een Griekse jongeling Paralysos genoemd, was zo bedroefd over de dood van zijn bruid, dat de goden, bewogen door deze grote liefde, hem in een Sleutelbloem veranderde. Interessante geschiedenis maar of die jongeling daarmee gelukkig was, vertelt het verhaal niet. Wel werd daarmee de oude naam Herba paralysis, een kruid tegen verlammingen verklaard. Mogelijk zijn veel van die vreemde verhalen ook ontstaan om medicinale en andere nuttige informatie beter te kunnen onthouden. Hildegard, 12de eeuw, noemde de plant Hemelsleutel of Hymelsloszel, een naam die zou komen van de gevallen sleutelbos van Sint-Pieter en nog verder teruggaand van de Germaanse godin Freya. De plant zou de sleutel zijn naar de verborgen schatten, naar het geluk en de wijsheid. Zo iets als een nieuwe lente en een nieuwe hoop. Meer aardse benamingen zijn Eierkruid, Koekebloem en zelfs Pannekoekjes, omdat de bloemen ook in de pannenkoeken en koekjes meegebakken werden.
Ook Jacob van Maerlant in zijn ‘Naturen Bloeme’, een boek waarmee we in het middelbaar onderwijs belast werden, dichte over deze bloem:

Primula dats een kruut
Tierste dat te lentin coemt uut,
Ende taleerst dat bloemen draghet.
Dit cruut,alsmen ons gewaghet,
Ghedronken met roeden wine,
Dats volmaeckte medicine
Ghedronken in alre noet
Jegent swaer evel goet.

Sleutelbloem in Bretagne
In Bretagne vinden we de Primula vulgaris massaal in de natuur. De sleutelbloemen worden hier ook wel 'Coucou' koekoek genoemd, omdat ze allebei de lente aankondigen.
Les feuilles et fleurs peuvent être consommées crues ou cuites comme pour la primevère élevée (Primula eliator), la primevère officinale (Primula veris)
Les feuilles sont meilleures lorsqu'elles sont jeunes et apportent une note légèrement anisée un peu piquante (que l'on retrouve en plus fort dans les racine) dans une salade composée. Après le printemps, il vaut mieux les cuire en soupe ou en légume mais de préférence avec d'autres plantes car elles sont parfois un peu fortes. La friture les rend croustillantes à souhait. Elles flétrissent lorsque la plante a formé ses graines. Les fleurs sont consommées en salade mêlées à d'autres fleurs et interviennent dans différents breuvages (thés, tisanes, infusions, sirops ; aromatisation du vin et des vinaigres). Elles décorent les plats chauds ou froids et sont également utilisées confites au sucre en pâtisserie4.

Propriétés médicinales sont les mêmes que celles de la primevère officinale et de la primevère élevée :
  • les fleurs, adoucissantes et calmantes, sont utilisées dans des mélanges pectoraux ;
  • les feuilles sont anti-ecchymotiques ;
  • toute la plante et particulièrement la racine ont des propriétés analgésiques, anti-spasmodiques, diurétiques et expectorantes.
Meer over sleutelbloem