Posts tonen met het label genepi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genepi. Alle posts tonen

maandag, juni 23, 2025

Génepi, een mythische plant

Een merkwaardig plantje, dat ik een groot deel van mijn herboristenleven niet gekend heb, is de Génepi. Een plant en een drank die vooral bij de Alpenbewoners een grote reputatie had en nu nog steeds heeft.

Deze Artemisiasoort, verwant aan Alsem, Bijvoet en Dragon, groeit hoog in de bergen, meestal boven de 2000 m, dikwijls bij een andere mythische plant de Edelweiss. Ze groeien vooral op droge zonnige plekken, waarbij ze overdag zeer hoge en 's nachts zeer lage temperaturen moeten verdragen. Ze hebben zich dan ook helemaal aangepast aan de moeilijke omstandigheden door onder andere een sterke beharing op het blad te ontwikkelen. Om zich te beschermen tegen de wind blijven ze ook klein en zoeken beschutting achter keien en steengruis.

Génepi en de koude

De Génepi, die zich zo goed tegen de kou kan beschermen heeft dan ook een grote reputatie tegen verkoudheid en zijn gevolgen. De ‘coup de froid’ noemden de bergbewoners deze aandoening. De betekenis en het gevaar van de 'coup de froid' is wel groter dan van een simpele verkoudheid zoals wij die in de lage landen kennen. Bij de extreme koude hoog in de bergen, de grote armoede en het geïsoleerd leven van vroeger was het levensgevaarlijk om verkouden te worden. Zoals door de montagnards werd gezegd: ‘ La chose dont on mourait le plus, c’est la poitrine, l’aggravation des coups de froid, ça donnait des pneumonies, des pleurésies, des choses très graves. En tegen de koude moest er warmte gebruikt worden. De weerstand moest verhoogd worden. We zouden dat nu kunnen vertalen, als het versterken van het immuunsysteem.

De soorten Génepi

Merkwaardig is ook dat onder de naam Génepi in verschillende valleien andere planten gebruikt werden. Het zijn voornamelijk Artemisiasoorten maar ook Achilleasoorten die bekend zijn als Génepi. De Alpenmensen weten dikwijls ook dat het verschillende soorten zijn maar ze gebruiken de plant die in hun vallei het meeste voorkomt. Ze spreken dan ook over Génepi jaune, Génepi noire, génepi male en génepi femelle om de verschillen aan te geven. De naam Génepi verwijst dan ook meer naar hun gelijkaardige medische werking dan naar hun botanische overeenkomst.

  • Artemisia mutellina of umbelliformis is meestal bekend als Genépi blanc of jaune, wordt nu ook het meest gekweekt
  • Artemisia génepi is Génepi noir.
  • Achillea nana werd ook wel Genepi blanc genoemd, is ook bekend als Genpi batard, dus de bastaardgenepi.
  • Verder worden ook Artemisia glacialis, Artemis spicata, Achillea atrata en Achillea moschata als Genépi gebruikt

Gemeenschappelijk zijn hun groeiomstandigheden, maar voor een gedeelte ook hun chemische samenstelling. Ze bevatten vooral etherische olie en bitterstoffen, ruiken dus allemaal sterk en smaken bitter.

Veel laaglanders, zal ik ze maar noemen, kennen wel de naam Génepi maar dan wel van de likeur. Het plantje zelf, vind ik regelmatig in de Franse Alpen in de buurt van hogere cols of op de crêtes. Maar ik wordt er ook mee geconfronteerd in de berghutten, waar het mij regelmatig aangeboden wordt. Ik moet dan ook oppassen, om niet dronken de bergen in te wandelen.

Génepi, mythische plant

Er is geen andere plant die zo een grote volkse reputatie heeft en toch zo weinig officieel onderzocht en herkend werd. Zelfs in de oude kruidenboeken vind je niets terug van de génepi. Het is pas in 1734 dat Lémery het vermeld als ‘le spécifique des fausses pleurésies’ en Fournier in 1947 schrijft dat het lang gebruikt werd dor de bergbewoners ‘pour provoquer la sudation dans les maladies aiguës’.

Génepi is hét voorbeeld van een mythische plant, die thuis hoort bij de bergbewoners en door hen alleen gevonden en gebruikt werd. Een plant met een symbolische, bijna sacrale betekenis. Een plant met een geheim dat alleen ingewijden kennen. ‘Le génepi, c’est différent des autres plantes’. Vous savez le genépi, il faut le connaitre pour le trouver’. En inderdaad, voor de génepi moet je lichamelijk en geestelijk fit zijn om hem te vinden en te gebruiken. Génepi vraagt dat je een natuurlijk ritueel ondergaat.

Bronnen en referenties

zondag, augustus 02, 2015

De bende bij de refuge en de genepl

Terug in de Franse Alpen bij Vallouise, wel 11 jaar na mijn eerste bezoek. Veel is er niet veranderd, de bergen blijven nu eenmaal op hun plaats. Alleen op de eindparking in de vallei 'Pré de Madamme  Carle' moet je nu betalen om te parkeren. We wandelen naar de refuge Glacier Blanc, een breed pad zigzaggend naar boven, indrukwekkend landschap met zicht op de Dôme des Ecrins en zijn gletsjer die voor geoefende wandelaars zelfs te beklimmen is  maar daar zullen we ons vandaag niet aan wagen. 

We willen wel graag een onooglijk plantje, genepi des glaciers vinden. Naar omhoog dus, op 2200 meter komen we bij de torrent, het water komt rechtstreeks van de gletsjer. Deze nog steeds grote gletsjer kwam ooit tot op de parking, daar raakten de gletsjertongen van de witte en zwarte gletsjer mekaar. Nu kunnen we ons hier over de glad gepolijste rotsen al wandelend verplaatsen. Op een hoogte van 2200 meter werd de eerste refuge gebouwd. een gerestaureerd gebouwtje is nu een herinnering aan die refuge Tuckett. Construit en 1886 pour suppléer un abri sous roche utilisé par les premiers alpinistes, l'ancien refuge Tuckett est le témoin de l'époque pionnière de l'alpinisme en Vallouise dans la seconde moitié du XIXe siècle.

Hogerop dan maar tot aan de refuge Glacier blanc en daar op een onoogelijke plaats langs het paadje naar het toilet vinden we enkele exemplaren van de mythische Genepi noir. En ja, echt de geur van de gelijknamige likeur. La plante qui est un tonicardiaque, sert à confectionner un alcool, mais peut également se consommer en tisane. On la trouve dans de nombreuses préparations culinaires de la région.
Depuis toujours, les haut-alpins, privés d’un rendement suffisant des vignes, distillent les alcools blancs, alcool de poires, vins de noix, “Pétafouere” et macérations de plantes. Parmi ces dernières, les fameux génépis.
Huile essentielle, principe d’amertume, tanin et résine, les vertus des tiges aériennes des génépis sont réputées traditionnellement pour soigner les troubles de l’appareil respiratoire. En infusion, les brins calmaient la toux des petits montagnards et le transit digestif des estomacs fragiles.

http://www.ecrins-parcnational.fr/