Posts tonen met het label huid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huid. Alle posts tonen

donderdag, juni 12, 2025

Over Sint-Janskruid en het maken van sintjansolie

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) staat vooral bekend om zijn antidepressieve, stemmingsverbeterende en angstverminderende werking. Nadat deze effecten zo'n 30 jaar geleden wetenschappelijk bewezen waren, werd het kruid een bestseller. Preparaten van sint-janskruid behoren nu tot de bestverkochte kruidengeneesmiddelen. Volgens recente studies zijn extracten van sint-janskruid in hoge doseringen even effectief als synthetische antidepressiva bij de behandeling van milde depressie – maar in tegenstelling tot deze middelen worden ze over het algemeen veel beter verdragen.

De hoge dosering die nodig is voor de behandeling van depressie kan niet worden bereikt met zelfgemaakte sint-janskruidthee of door sint-janskruidolie aan te brengen. Hiervoor zijn geconcentreerde, commercieel verkrijgbare medicijnen nodig. Bovendien dient de behandeling van depressieve stoornissen altijd onder toezicht van een specialist plaats te vinden. Preparaten van sint-janskruid mogen daarom alleen worden gebruikt zoals voorgeschreven door een arts. Bij hogere concentraties sint-janskruid kunnen ook bijwerkingen en interacties met andere medicijnen optreden.

… maar ook zeer geschikt voor wondgenezing

Maar sint-janskruid werd niet alleen in de middeleeuwen gebruikt; zelfs in de oudheid werd het beschouwd als een belangrijke plant voor wondverzorging. Het bloedrode sap dat vrijkomt wanneer de gele bloemen worden geplet, werd volgens de signaturenleer geassocieerd met bloed. De beroemde arts Paracelsus (1493-1541) prees ook de wondhelende eigenschappen van sint-janskruid. Sint-janskruidolie, ook wel rode olie genoemd vanwege de kleur, werd toen al gebruikt.

Wie in de middeleeuwen sint-janskruidolie wilde produceren, deed dat met een methode die nauwelijks verschilt van de huidige olieproductie, zoals te lezen is in de instructies van de arts Pietro Andrea Matthioli (1500-1577) in zijn beroemde Nieuwe Kreüterbuch: "Bloemen hebben een uitstekende helende werking op wonden; maak er als volgt olie van: Doe verse bloemen in een glazen pot, giet er olijfolie overheen, sluit de pot af en zet hem in de zon. Laat het een paar dagen staan. Zeef vervolgens de olie, knijp de bloemen goed uit en voeg meer bloemen toe. Zet de pot opnieuw in de zon, knijp ze weer uit en voeg meer bloemen toe. Herhaal dit een aantal keer achter elkaar. Vermaal tot slot de peulen met de zaden en doe die ook in de olie. De olie krijgt dan een prachtige bloedrode kleur."  (Pietro Andrea Matthioli (1500 – 1577), Nieuw Kreüterbuch)

Onze voorouders hadden werkelijk een wonderbaarlijk geneesmiddel ontwikkeld, want sint-janskruidolie bevordert wondgenezing, vermindert ontstekingen, is antibacterieel, antiviraal en pijnstillend. Het is bijvoorbeeld nuttig als wrijfmiddel bij gewrichts- en spierpijn, maar ook bij kneuzingen, contusies, verstuikingen, luxaties en hematomen. Het wordt ook gebruikt bij zonnebrand, zenuwpijn, lumbago, doorligwonden, littekens en eczeem.

Wetenschappelijke commissies bevestigen ook het uitwendige gebruik ervan voor de behandeling van lichte huidontstekingen zoals zonnebrand en kleine wondjes (HMPC, ESCOP, WHO), evenals scherpe en stompe verwondingen, spierpijn en eerstegraads brandwonden (Commissie E). Het hoort daarom thuis in elke huisapotheek!

Het zelf maken van sint-janskruidolie is niet moeilijk. Om er echter voor te zorgen dat de olie zijn geneeskrachtige eigenschappen volledig kan ontwikkelen, moet u wel op de volgende punten letten.

Sint-janskruidolie maken: Toch niet te lang in de volle zon!

Recente studies hebben aangetoond dat er enkele fouten worden gemaakt bij de traditionele productie van sint-janskruidolie, die negatieve gevolgen kan hebben. Zo werd de olie met sint-janskruid vroeger vier weken lang in de volle zon bewaard. Tegenwoordig is bekend dat het belangrijke actieve bestanddeel hyperforine afbreekt in zonlicht. Hyperforine is een van de belangrijkste bestanddelen van sint-janskruid en is grotendeels verantwoordelijk voor de antibacteriële, ontstekingsremmende en wondhelende werking van de olie. Hypericine of zijn positieve afbraakproducten blijft mogelijk wel intact.

Maar ook de basisolie zelf, waarin het sint-janskruid wordt getrokken, lijdt onder zonlicht. Direct zonlicht, in combinatie met contact met zuurstof, leidt tot versnelde afbraakprocessen in de olie. Daardoor wordt de olie instabiel en neemt de houdbaarheid af. Tests hebben aangetoond dat stabiele olijfolie, die zonder toegevoegde kruiden in de zon wordt bewaard, al na 2-3 dagen ranzig wordt.

Overigens is het het sint-janskruid zelf dat voorkomt dat de gearomatiseerde olie voortijdig ranzig wordt: de actieve bestanddelen van het sint-janskruid trekken in de olie en beschermen deze tegen oxidatie. Dit is de reden waarom olijfolie zonder kruiden zo snel ranzig wordt bij blootstelling aan zonlicht en zuurstof, terwijl olie met kruiden dat niet doet. Hoe langer de olie met kruiden echter aan zonlicht wordt blootgesteld, hoe meer de actieve en beschermende stoffen afbreken.

Als je sint-janskruidolie wilt maken, let dan op: als het olie-infuus 4-6 weken in de zon staat, zal het gehalte aan actieve bestanddelen in de sint-janskruidolie laag zijn en de houdbaarheid relatief kort! Laat het olie-infuus daarom nooit langer dan 3-6 dagen in direct zonlicht staan!

Om blootstelling aan zonlicht te minimaliseren, kunt u de olie-infusie het beste bereiden in bruin of blauw glas in plaats van helder glas. Als u geen andere optie heeft dan een heldere glazen container te gebruiken, dek deze dan af met een katoenen doek of plaats hem op een warme, schaduwrijke plek in plaats van in direct zonlicht. Interessant genoeg deden onze voorouders in de Middeleeuwen het wél goed: ze plaatsten hun sint-janskruidolie in de volle zon, maar wel in ondoorzichtige aardewerken potten.

Gebruik verse sint-janskruid, want het belangrijke actieve bestanddeel hyperforine gaat verloren tijdens het drogen. Bovendien bevindt het grootste deel van de hyperforine zich niet in de bloemen, maar in de groene zaaddozen. Oogst het kruid daarom idealiter pas wanneer het bijna in bloei staat, nadat een aantal bloemen al zijn uitgebloeid. Wacht dus het beste met het bereiden van de olie tot de eerste groene zaaddozen zichtbaar zijn.

Zorg ervoor dat zoveel mogelijk verschillende delen van de plant in de olie terechtkomen, aangezien elk plantendeel specifieke actieve bestanddelen bevat: de bladeren leveren etherische olie, de bloemen en knoppen bevatten het rode pigment hypericine en flavonoïden, terwijl de groene zaadkapsels het ontstekingsremmende hyperforine leveren. Het is daarom het beste om de gehele bovenste 20 cm van de plant te gebruiken, zodat bloemen, knoppen, bladeren en groene zaadkapsels daadwerkelijk in de olie terechtkomen.

Sint-Janskruidolie maken

  • 500 ml olijfolie
  • 100 g verse sint-janskruid (Hyperici herba)
  • 5-10 druppels etherische lavendelolie

Doe de fijngehakte kruiden in de olijfolie en laat het trekken in een warme, donkere kom. Een temperatuur tussen 30 en 40 °C is ideaal. Roer de olie tijdens het trekken een aantal keer per dag om ervoor te zorgen dat de actieve ingrediënten goed worden opgenomen. Zeef de olie na 3-6 dagen en voeg de etherische lavendelolie toe. Bewaar in donkere flessen (bruin of blauw glas).

Bewaartijd

Sint-janskruidolie heeft een houdbaarheid van ongeveer 9 maanden, waarna vooral de hyperforine snel afbreekt.

Lichtgevoeligheid

In tegenstelling tot inwendig gebruik van sint-janskruidextracten (inname), zal over het algemeen uitwendig gebruik van sint-janskruidolie op de huid de lichtgevoeligheid (fotosensibilisatie) niet verhogen. Fotosensibilisatie is echter theoretisch mogelijk bij mensen met een zeer lichte huid en/of huidaandoeningen. Vermijd daarom direct zonlicht op het behandelde gebied na het aanbrengen! 

Wees voorzichtig bij het filteren.

Verse sint-janskruid heeft een hoog watergehalte, wat bij onjuiste behandeling de houdbaarheid van de olie kan verkorten of zelfs tot schimmelvorming kan leiden. Om de infusiecontainer te beschermen tegen vreemde stoffen, dient deze daarom alleen afgedekt te worden met een ademend materiaal, zoals een vliegengaas of een wattenschijfje. Hierdoor kan overtollig water uit de olie verdampen. In hermetisch afgesloten containers vormt zich condens dat terugvloeit in de olie.

Bij het filteren van de gearomatiseerde olie dus liefst de plantenresten niet uitpersen, zodat het watergehalte in de olie niet te hoog wordt. Giet in plaats van uit te persen de gearomatiseerde olie, samen met het kruid, in een grote, fijne zeef zodat de olie er gedurende enkele uren doorheen kan druppelen. Knijp vervolgens het sint-janskruid boven een andere bak uit. Gebruik deze geperste olie van mindere kwaliteit zo snel mogelijk, omdat de houdbaarheid ervan snel afneemt.

Literatuur

dinsdag, oktober 15, 2024

Wandelen en rode kornoelje

Mijn auto naar de garage gebracht en dan te voet naar huis gewandeld. Er dan maar een kruidenwandeling voor mezelf van gemaakt. Zonder publiek, in stilte dus. Wel wat vreemd maar ook bevrijdend. Planten in de berm als gezelschap.

Kweeperen langs de weg, bedauwde kiemplantjes van de bleke klaproos, de schimmel muurschotelkorst die de oude betonnenbrug over de Hermeton aantast, melige toorts in de rotsen en de opvallende rode kornoelje. Allemaal planten met een verhaal.

Over de rode kornoelje dan maar. 

De rode kornoelje dankt zijn naam aan de in de herfst rood verkleurende bladeren. De struik groeit in heggen en loofbossen met een voorkeur voor vochtigheid en toch wat voedselrijke bodem. De witte bloemen van de rode kornoelje staan in een soort schermpje of tuil. Nu vallen vooral de rode bladeren en de zwarte besachtige steenvruchten op. Door het hoog gehalte aan looistoffen zijn de bessen niet echt goed eetbaar. Verdrogend en samentrekkend in de mond, volgens recente onderzoeken mogelijk wel goed voor de huid en voor het tandvlees. Mondpoelingen en kompressen op de huid?

De oudste vondsten van rode kornoelje dateren van zowat 7000 jaar voor onze tijdrekening. In de steentijd werden twijgen verwerkt tot manden en visfuiken. Ötzi, de ijsman, had pijlen bij zich gemaakt van kornoeljehout. Het hout werd ook gebruikt om er wandelstokken van te maken omdat het zo hard en sterk was. Het witte, maar taaie, hout is geschikt voor het maken van pijlen, handvatten voor messen, pennen, stelen voor gereedschap, instrumenten, kammen en raderen. Pitten werden in vroeger tijden gebruikt om een wasachtige stof uit te winnen. 

Wetenschappelijk onderzoek

Vijf nieuwe verbindingen, een flavonolglycoside (1), een megastigmane (2), 2 cyclohexylethanoïden (3, 4), en een phenylethanoid derivaat ( 5), samen met 15 bekende verbindingen ( 6 - 20) waaronder flavonoïd glycosiden, cyclohexylethanoïden, en fenolische verbindingen zijn geïsoleerd uit de steenvruchten van Cornus sanguinea. Alle structuren zijn bepaald door 1D en 2D NMR spectroscopische analyse en massaspectrometrie data. Het antioxiderende vermogen van de meest representatieve geïsoleerde verbindingen werd geëvalueerd in het waterstofperoxide (H2O2)-geïnduceerde premature cellulaire verouderingsmodel van menselijke huid- en tandvlees-fibroblasten. Verschillende derivaten gingen de toename van reactieve zuurstofspecies (ROS) productie in beide cellulaire modellen tegen.  Van de meest veelbelovende verbindingen waren de verbindingen 8, 14 en 20 in staat om celveroudering tegen te gaan, door de expressie van p21 en p53 te verminderen. Bovendien verminderde verbinding 14 de expressie van inflammatoire cytokines (IL-6) in beide celmodellen en ging de afname van collageenexpressie tegen die werd geïnduceerd door de H2O2 in dermale menselijke fibroblasten. Deze gegevens benadrukken de anti-aging eigenschappen van verschillende geïsoleerde verbindingen van Cornus sanguinea vruchten. Al deze gegevens ondersteunen het mogelijke gebruik van de steenvruchten bij de behandeling van huid- of parodontitisletsels.

Referentie. Planta Med. 2021 Aug;87(10-11):879-891. doi: 10.1055/a-1471-6666. Epub 2021 Apr 15. Cornus sanguinea Fruits: a Source of Antioxidant and Antisenescence Compounds Acting on Aged Human Dermal and Gingival Fibroblasts

dinsdag, november 14, 2023

Huidveroudering en wilgenroosje

Huidveroudering: het natuurlijke middel wilgenroosje-extract kan helpen.
Bij het natuurlijke proces van huidveroudering neemt het gehalte van belangrijke stoffen zoals collageen, hyaluronzuur en elastine in de huid af, wat resulteert in een slappere, stuggere huid en rimpels. Er zijn tegenwoordig tal van producten op de markt die beloven dit proces tegen te gaan, maar ook planten kunnen dit proces mogelijk beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan lijkt het wilgenroosje.

Het wilgenroosje (Epilobium angustifolium) is een wijdverspreide plant, maar misschien niet een heel bekend medicinaal kruid. Toch kent het een lange historie van medicinaal gebruik, vooral bij aandoeningen van de huid. Zo gebruikten Canadese indianen het maceraat van wilgenroosje al bij steenpuisten en huidinfecties. Ook gebruikten ze de bladeren om blauwe plekken mee in te pakken [1]. In de tweede helft van de 19e eeuw werd het in Rusland ook gebruikt bij constipatie, hoofdpijn en winterhanden [2]. Uit de resultaten van onderzoeken blijkt dat extracten van wilgenroosje ontstekingsremmend en antibacterieel werken. Dit zou het medicinale effect bij huidaandoeningen kunnen verklaren. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het mogelijk ook bepaalde aspecten van huidveroudering kan vertragen [1].

Zo kan een extract van het wilgenroosje mogelijk het verslappen van de huid tegengaan door enzymen te remmen die collageen- en elastasevezels afbreken. Bij in vitro-onderzoeken remden polyfenolen uit het wilgenroosje bepaalde enzymen die hierbij een rol spelen, zoals elastase en collagenase [1]. Een waterextract van wilgenroosje verminderde de activiteit van elastase met wel 82% [3]. Dit sterke effect wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de activiteit van meerdere stoffen, al lijken polyfenolen zoals hyperoside en kaemferol hier in het bijzonder bij betrokken te zijn [4].

Naast elastase en collagenase remt wilgenroosje ook de activiteit van matrix metalloproteïnases (MMPs). Deze enzymen, die eiwitten van de extracellulaire matrix kunnen afbreken, worden met de jaren actiever in de verouderende huid. Een alcoholextract van wilgenroosje remde de actieve aanwezigheid van MMP-1 en MMP-3 in gezonde menselijke huidfibroblasten. De activiteit van het enzym hyaluronidase-2 werd zelfs volledig geremd door dit alcoholextract [5].

Naast verslapping van de huid kan er ook hyperpigmentatie optreden in de verouderende huid. Het enzym tyrosinase speelt hierbij een belangrijke rol en tyrosinaseremmers worden gebruikt om de overproductie van melanine tegen te gaan. Synthetische tyrosinaseremmers zijn echter mogelijk cytotoxisch en mutageen bij gebruik over langere termijn. Een tyrosinaseremmer zonder deze bijwerking zou daarom een welkom alternatief zijn [1]. Een waterig extract van wilgenroosje remde de activiteit van tyrosinase in een in vitro-studie met circa 15%. De mate van deze inhibitie was gerelateerd aan de concentratie polyfenolen in het extract [3].

Ten slotte zijn er tot nu toe geen bijwerkingen bekend van het gebruik van wilgenroosje-extract. Een klein aantal in vitro-toxiciteitsstudies laten geen bijwerkingen zien [1]. In vivo bleek een concentratie van een 5% wilgenroosje-extract bij huidcontact gedurende vier uur ook geen bijwerkingen op te leveren [5].

Het preklinisch bewijs voor verouderingsvertragende eigenschappen en lage toxiciteit van wilgenroosje maakt dit een mogelijk interessant ingrediënt voor vervolgonderzoek voor uitwendige cosmetische of dermatologische toepassingen. Goede klinische studies zijn echter nodig om de effectiviteit en veiligheid te bevestigen.

AUTEURSGEGEVENS | E.B.M. (Liesbeth) Veldman MSc studeerde voeding en gezondheid aan de universiteit in Wageningen. Ze werkt als onderzoeker bij het kenniscentrum Vitaliteit en Eigen Regie aan de hogeschool Leiden en is redacteur van dit tijdschrift. 

REFERENTIES | [1] Nowak A. et al. Epilobium angustifolium L. as a potential herbal component of topical products for skin care and treatment – A review. Molecules. 2022;27(11):3536. [2] Sõukand R. et al. Inventing a herbal tradition: The complex roots of the current popularity of Epilobium angustifolium in Eastern Europe. J Ethnopharmacol. 2020;247:112254. [3] Onar H. et al. Tyrosinase and lipoxygenase inhibition and antioxidant activity of an aqueous extract from Epilobium angustifolium L. leaves. J Med Plants Res. 2012;6(5):716-726. [4] Karakaya S. et al. In vivo bioactivity assessment on Epilobium species: A particular focus on Epilobium angustifolium and its components on enzymes connected with the healing process. J Ethnopharmacol. 2020;262:113207. [5] Ruszová E. et al. Epilobium angustifolium extract demonstrates multiple effects on dermal fibroblasts in vitro and skin photo-protection in vivo. Gen Physiol Biophys. 2014;32(3):347-359.

donderdag, februari 23, 2023

Kruidenmasker of -pakking maken

Een masker is een vetvrije substantie van klei, meel en slijmstofplanten zoals lijnzaad, die op de huid en vooral op het gezicht wordt aangebracht. Bij een pakking worden er verder nog vetten aan toegevoegd, waardoor de pakking niet opdroogt en nog smeuïg is bij het verwijderen. De voornaamste planten die in een masker verwerkt worden zijn goudsbloem, echte kamille en lijnzaad.

Je kunt een masker of pakking aanbrengen op verschillende plaatsen van het lichaam, zoals droge ellebogen, knieën, een door de zon verbrande schouder of gewoon op het gezicht. Op het gezicht moet het masker of de pakking zo worden aangebracht dat er rond de ogen wat ruimte vrij blijft, zodat de substantie niet in de ogen kan lopen. De ogen kun je afdekken met een vochtig watje met wat olie. Het betreffende lichaamsdeel wordt ongeveer twintig minuten bedekt met een vochtige doek, daarna afgenomen met kompressen en water, eventueel na gereinigd met gezichtswater en beschermd met een crème. Behalve dat je zelf even een half uurtje rust, een therapie op zich, krijgt de huid de mogelijkheid zich te goed te doen aan een hoeveelheid werkzame stoffen, vocht en vet. U kunt een masker of pakking zo vaak aanbrengen als je wilt, mits de huid niet beschadigd is.

Er zijn verschillende maskers en pakkingen mogelijk.

Een kleimasker van groene of witte klei. Dit masker heeft voornamelijk een reinigende werking en is zeer geschikt voor de vette huid. De pasta die wordt verkregen door toevoeging van water, kan worden verrijkt met plantenextracten ter kalmering van de huid en / of citroensap voor de regulatie van de zuurmantel van de huid. Als het kleimasker is opgedroogd, kan het worden verwijderd met handwarme natte kompressen.

  • Een crèmepakking, waarbij olie en water het middel zijn. De crèmepakking vormt een aanvulling op de vet- en vochthuishouding en er kunnen verschillende werkzame stoffen aan worden toegevoegd. Het water kun je vervangen door een kruidenaftreksel (echte kamille bijvoorbeeld)
  • Een lijnnzaadpakking, waarbij de zaadjes het middel zijn. Als de zaadjes gekneusd worden verwerkt, maken ze de huid weker (een goede voorbehandeling voor het verwijderen van mee-eters).
  • Een kwarkpakking om de huid te kalmeren. Een kwarkpakking vormt een goede basis om verschillende werkzame stoffen aan toe te voegen.

Ingrediënten van een kwarkpakking:

  • Kwark, platte kaas
  • Avocado-olie (hiervoor kan ook een andere olie worden gebruikt). Avocado-olie wordt gewonnen uit het rijpe vrucht-vlees van de avocadopeer. Koud geperst heeft de olie een groene tot lichtbruine kleur; geraffineerd is de olie lichtgeel en bijna geurloos. Deze olie beschermt de huid tegen uitdroging en schraalheid. Avocado-olie is een stabiele olie die goed door de huid kan worden opgenomen.
  • Lecithine of andere werkzame stoffen

De voornaamste kruiden voor de huid

  • Echte kamlle / Matricaria recutita, vooral de bloemen worden gebruikt
  • Goudsbloem / Calendula officinalis, vooral de bloemblaadjes
  • Sint janskruid / Hypericum perforatum, vooral bloeitoppen
  • Smeerwortel / Symphytum officinalis, wortel maar ook blad gekneusd als kompres
  • Lijnzaad / Linum, zaden van de vlasplant
Referenties
  • https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenbereidingswijzen
  • https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenbereidingswijzen/ingredieentenlijst-officieel-inci

zaterdag, november 06, 2021

Rozenbottel maakt mogelijk de huid jonger

De vruchten van de hondsroos kunnen nu nog geplukt worden. Naast zijn vele gezonde eigenschappen zou  rozenbottelpoeder ook een verjongend effect hebben op de huid, Zo blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek. Rozenbottel maakt mogelijk de huid jonger.

Dagelijkse inname van een paar eetlepels rozenbottelpoeder maakt de huid een beetje elastischer en minder droog, en maakt rimpels minder nadrukkelijk aanwezig. Dat ontdekten anti-verouderingsonderzoekers van Mae Fah University in Thailand, die proeven deden met een rozenbottelproduct uit Denemarken.

Studie

De onderzoekers experimenteerden met 34 proefpersonen van 35-65 jaar. De helft van hen kreeg gedurende acht weken elke dag 45 gram van een gestandaardiseerd rozenbottelpoeder. Het bestond voor de helft uit de zaden van de rozenbottel, en voor de andere helft uit vruchtvlees.

De onderzoekers gebruikten Hyben Vital/Hi-flex rose hip powder, een product van het Deense Hyben Vital. Officieel betaalde Hyben Vital de studie niet. Het bedrijf verzorgde wel de analyse van de gegevens die de onderzoekers aanleverden. Bovendien werkt de onderzoekersleider als consultant voor Hyben Vital

Vlak voor de toediening begon, halverwege en vlak nadat de suppletieperiode was afgelopen, bepaalden de onderzoekers de conditie van de huid van de proefpersonen.

Resultaten

Rozenbottel verbeterde de hydratie en de elasticiteit van de huid.De rimpels bij de ooghoeken werden een beetje minder diep.

Mechanisme

"A certain galactolipid, GOPO, was recently isolated from the present rose hip species", schrijven de onderzoekers. [J Nat Prod. 2003;66(7):994–5.] "The present powdered rose hip as well as the galactolipid GOPO, when isolated, was shown to reduce MMP-1 gene expression. This is interesting as MMP-1 is an enzyme responsible for the breakdown of cell structures such as collagen." "Moreover, GOPO and rose hip upregulate genes that are responsible for the synthesis of collagen." [BMC Complement Altern Med. 2011 Nov 3;11:105]

Conclusie

"Intake of the standardized rose hip powder improves aging-induced skin conditions", schrijven de onderzoekers.

"A well-powered, large-scale, placebo-controlled follow-up trial on the actual skin conditions is strongly warranted for supporting the present pilot study. The present study on cell longevity should also be repeated and in large-scale placebo-controlled settings."

Bron: Clin Interv Aging. 2015 Nov 19;10:1849-56.



maandag, juni 14, 2021

Kamilletijd. Een monografie van Matricaria recutita.

Echte kamille kan in juni geoogst worden. Het zijn de bloemhoofdjes in de vroege bloei geplukt, die we nodig hebben om geneeskrachtige preparaten te maken. 

Matricaria recutita L. (syn. Chamomilla recutita (L.) Rauschert) [Fam. Asteraceae], de Echte kamille is een laagblijvende, eenjarige kruidachtige plant afkomstig uit Zuid- en Oost-Europa en Noord- en West-Azië, algemeen voorkomend op braakliggende, onbewerkte ruigten, evenals op gecultiveerde grond in heel Europa tot zelfs in Noord-Azië en India. Kamille komt in het bijzonder overvloedig voor in Hongarije en Kroatië en Noord- en Oost-Afrika en nu ook ingeburgerd in Australië en de Verenigde Staten. De kamille die verkrijgbaar is in de handel is afkomstig van gekweekte planten uit Argentinië, Egypte, Bulgarije en Hongarije en in mindere mate uit Spanje, de Tsjechische Republiek en Duitsland (BHP, 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

In Duitsland is kamille een van de meest belangrijke geteelde medicinale planten. Daar wordt die gekweekt op 'braakgelegde gebieden' in overeenstemming met EEG-verordeningen (Lange en Schippmann, 1997). Het materiaal dat gebruikt wordt in de Indiase Ayurvedische geneeskunde groeit in de Punjab en de hogere Ganges vlakten (Karnick, 1994; Nadkarni, 1976) en de kamille die gebruikt wordt in de Afrikaanse geneeskunde groeit in Noord-Afrika en koelere gebieden van Zuid- en Oost-Afrika (Iwu, 1990).

Kamille werd reeds in de oudheid beschreven in de medische geschriften en was belangrijk in oude Egyptische, Griekse en Romeinse medicijnenleer. De naam is afgeleid van het Griekse ‘Chamos’ (grond) en ‘Melos’ (appel), verwijzend naar de lage groeiwijze en de appelgeur van de verse bloemen. Beschrijvingen van de plant zijn reeds te vinden in de geschriften van Hippocrates, Dioscorides en Galen. In de afgelopen 30 jaar heeft uitgebreid wetenschappelijk onderzoek de traditionele toepassingen van kamille bevestigd (Foster, 1990; Salaman, 1992). In de Verenigde Staten werd kamille eerst gecultiveerd door Duitse kolonisten en officieel vermeld in de farmacopee van de Verenigde Staten en de National Formulary. In de negentiende eeuw werd het een belangrijk medicijn dat vooral bij ziekten van jonge kinderen voorgeschreven werd door Amerikaanse eclectische artsen (Felter en Lloyd, 1983; Leung en Foster, 1996). Vandaag is het officieel in vele nationale farmacopees waaronder die van Oostenrijk, Egypte, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Zwitserland en Rusland (Bradley, 1992;. Newall et al., 1996).

In Duitsland is de kamillebloem geregistreerd als een standaard medicinale thee (infusie) voor orale inname, voor topicale toepassing als spoeling of gorgelen, crème of zalf, als een dampinhalator en als een additief voor zitbaden of stoombaden. Zo wordt kamille officieel vermeld in de Duitse farmacopee en is ze tevens een erkend kruid in de Commissie E monografieën. Waterige infusies, hydroalcoholische droogextracten, vloeibare extracten, tincturen en de vluchtige olie worden allemaal gebruikt als monopreparaten en als actieve bestanddelen in meer dan 90 gelicentieerde geneesmiddelen (ABDA, 1982; Banz, 1998, Bradley, 1992; Braun et al., 1997, DAB 10, 1991, Meyer-Buchtela, 1999, Schilcher, 1997, Wichtl en Bisset, 1994). 

In de Duitse kindergeneeskunde zijn kamillebereidingen de eerste keuze voor het verzorgen van de gevoelige huid van baby's en jonge kinderen, in het bijzonder voor inflammatoire huidaandoeningen zoals luieruitslag en melkschurft (Schilcher, 1997). In de Verenigde Staten is het nu een van de meest gebruikte ingrediënten voor kruidenthees. Het wordt afzonderlijk of als een primaire component gebruikt in een breed scala van voedingssupplementen en gezonde voedingsproducten voor orale inname en verder ook voor topicale toepassing in de huidverzorging (Foster, 1990; Leung en Foster, 1996). 

Volgens de farmacopee moet Echte kamille uit de gedroogde bloemhoofdjes (capitulums), die minstens 0,4% blauw vluchtige olie bevatten (Ph.Eur.3}, worden samengesteld. Bovendien zijn niet meer dan 25% bloemfragmenten toegestaan die door een bepaalde zeef kunnen​​. De botanische herkomst moet worden bevestigd door dunne laagchromatografie (TLC) en macroscopisch en microscopisch onderzoek (Bruneton, 1995, Ph.Eur.3, 1997, Ph.Fr.X, 1990, Wichtl en Bisset, 1994). Zowel de Britse kruidenfarmacopee en de ESCOP-monografieën vereisen dat het materiaal voldoet aan de Europese farmacopee (BHP, 1996; ESCOP, 1997; Schilcher, 1997).

Chemie en farmacologie

Kamille bevat flavonoïden (tot 8 %) waaronder apigenine en luteoline, vluchtige oliën (0,4-2,0 %) bestaande uit alpha-bisabolol (tot 50 %) en chamazuleen (1-15 %), sesquiterpeenlactonen (matricin en matricarin), slijmstoffen (10 %) bestaande uit polysacchariden, aminozuren, vetzuren, fenolhoudende zuren, choline (tot 0,3 %) en coumarines (0,1 %) (Bradley, 1992; Bruneton, 1995; Leung en Foster, 1996; Newall et al., 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

De Commissie E rapporteerde ontstekingsremmende, musculotrope, krampstillende, wondhelende, antibacteriële, bacteriostatische en stimulans voor het huidmetabolisme als eigenschappen van kamille.

Kamille vertoonde anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende en krampstillende activiteiten op de menselijke maag en het duodenum. Orale toediening van kamille-extract veroorzaakte een diepe slaap van 10 van de 12 patiënten die een hartkatheterisatie ondergingen (Mann en Staba, 1986). Kamillethee heeft een duidelijk hypnotiserend effect (Reynolds, 1989). Een hydroalcoholisch extract van kamillebloemknoppen had een spasmolytisch effect op de dunne darm van proefdieren (Bruneton, 1995; Newall et al., 1996). De flavonen, vooral apigenine, evenals een a-bisabolol en andere vluchtige oliebestanddelen zijn verantwoordelijk voor de spasmolytische effecten (Bradley, 1992). In vitro vertoonde kamille anti-staphylococcen eigenschappen (Molochko et al., 1990).

Toepassingen

De Commissie E keurde het inwendig gebruik van kamille goed voor gastro-intestinale krampen en ontstekingsaandoeningen van het maag-darmkanaal. Ook het uitwendig gebruik voor huid- en slijmvliesontstekingen evenals bacteriële huidziekten met inbegrip van die van de mondholte en het tandvlees. Het is ook goedgekeurd voor ontstekingen en irritaties van de luchtwegen (inhalaties) en ano-genitale ontstekingen (baden en spoelen). Het Britse kruidencompendium geeft aan dat kamille goed is voor inwendig gebruik tegen krampen of ontstekingen van het maag-darmkanaal, maagzweren en milde slaapstoornissen en voor uitwendig gebruik tegen ontstekingen en irritaties van de huid en slijmvliezen voor alle delen van het lichaam en voor eczeem (Bradley, 1992). De Duitse standaardisatie voor kamillethee geeft het gebruik aan voor gastro-intestinale klachten en irritatie van de slijmvliezen van de mond, de keel en de bovenste luchtwegen (Wichtl en Bisset, 1994).

Dosering en toediening 

Tenzij anders voorgeschreven: 3 g hele bloemhoofdjes drie- tot viermaal per dag tussen de maaltijden.

Inwendig:

  • Infusie: 3 g in 150 ml water, drie- of viermaal per dag voor maag-darmklachten. Gebruik de infusie als spoel- of gorgelmiddel tegen ontsteking van de slijmvliezen van de mond en keel.
  • Vloeibaar extract 1:1 (g/ml): 3 ml, drie- of viermaal daags.
  • Tinctuur 1:5 (g/ml): 15 ml, drie- of viermaal daags.

Uitwendig:

  • Bandadditief: 50 g per 10 liter warm water (huid, rustgevend)
  • Inademen: inhaleer stoomdamp van een warme waterige infusie tegen de ontsteking van de bovenste luchtwegen.
  • Kompres: halfvaste pasta of verband met 3-10% bloemhoofdjes.
  • Spoelen: warme waterige spoeling met 3-10% infusie o.a. vaginaal
Wetenschappelijk onderzoek

Hedendaagse studies bij mensen hebben de anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende, ontstekingsremmende, krampstillende, antibacteriële en kalmerende werking onderzocht (Bradley, 1992; Leung en Foster, 1996; Mann en Staba, 1986; Szabo-Szalontai en Verzar-Petri, 1977; Newall et al.., 1996). Een in-vivo huidpenetratiestudie van kamilleflavonen werd bij negen gezonde vrouwelijke vrijwilligers uitgevoerd. Het onderzoek concludeerde dat flavonoïden niet alleen in de bovenhuid geabsorbeerd worden maar ook doordringen in diepere huidlagen wat belangrijk is voor het lokaal gebruik als ontstekingsremmend middel (Merfort et al. 1994).

In een andere gecontroleerde vergelijkende studie werd de werkzaamheid van een kamillezalf (Kamillosan) versus 0,25% hydrocortison, 0,75% fluocortinbutyl ester en 5% bufexamac onderzocht als dermatologisch middel bij onderhoudsbehandelingen van eczeemachtige aandoeningen. Over een periode van drie tot vier weken werd de onderhoudsbehandeling uitgevoerd op 161 patiënten met huidontstekingen op handen, onderarmen en onderbenen. Aanvankelijk werden die huidonstekingen behandeld met 0,2% difluorcortolone valeraat. De kamillebereiding vertoonde min of meer even doeltreffende therapeutische resultaten als het hydrocortisonpreparaat. Het bleek echter beter dan het niet-steroïdale anti-inflammatoir middel 5% bufexamac en de 0,75% fluocortin butyl ester. De auteurs concludeerden dat kamillezalf therapeutisch vergelijkbaar is met hydrocortison en superieur is aan de andere geteste producten voor de behandeling van neurodermitis (Aertgeerts et al., 1985).

In een dubbelblinde, gerandomiseerde studie in parallelle groepen kregen 79 kinderen (6 maanden tot 5,5 jaar) met acute, niet-gecompliceerde diarree ofwel een appelpectine-kamille-extractbereiding of een placebo in aanvulling op de gebruikelijke rehydratie en een voedingsdieet. Na drie dagen behandeling was de diarree bij de onderzoeksgroep significant beter dan in de placebogroep. De pectine-kamillebereiding verminderde de duur van diarree significant (p <0,05) met ten minste 5,2 uur. De ouders beschreven het genezingsproces tweemaal daags in een dagboek en, in tegenstelling tot de placebogroep, werd een trend van voortdurende verbetering waargenomen in de pectine-kamillegroep (de la Motte et al., 1997).

In een klinisch dubbelblind onderzoek werd de therapeutische werkzaamheid van een kamille-extract op wondgenezing onderzocht bij 14 patiënten die een tatoeage lieten zetten. Objectieve parameters werden gebruikt om het epitheel en het drogende effect van de kamillebereiding op het open wondoppervlak na huidverwijdering door tatoeages te evalueren. De auteurs rapporteerden dat de vermindering van het wondvocht en de drogende tendens statistisch significant zijn (Glowania et al., 1987).

Ondanks het populaire gebruik van kamillethees als mild kalmeringsmiddel en slaapmiddel in Duitsland en elders heeft de Commissie E geen goedkeuring verleend voor een dergelijk gebruik omwille van het ontbreken van een gepubliceerd onderzoek op dit gebied. Een studie geeft echter aan dat apigenine, een in water oplosbaar bestanddeel van kamille, zich bindt met benzodiazepinereceptoren en aldus een moleculaire basis vormt voor een mogelijk licht kalmerende werking op het centraal zenuwstelsel (Viola et al., 1995).

Referenties

  • ABDA (ed.). 1982. Pharmazeutische Stoffliste, 4th ed., with supplements. Frankfurt am Main: Arzneib üro der ABDA.
  • Aertgeerts, P. et al. 1985. [Comparative testing of Kamillosan cream and steroidal (0.25% hydrocortisone, 0.75% fluocortin butyl ester) and non-steroidal (5% bufexamac) dermatologic agents in maintenance therapy of eczematous diseases] [In German]. Z Hautkr 60(3):270-277.
  • Bradley, P.R. (ed.). 1992. British Herbal Compendium, Vol. 1. Bournemouth: British Herbal Medicine Association.
  • Braun, R. et al. 1997. Standardzulassungen f ür Fertigarzneimittel —Text and Kommentar. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • British Herbal Pharmacopoeia (BHP). 1996. Exeter, U.K.: British Herbal Medicine Association. 131.
  • Bruneton, J. 1995. Pharmacognosy, Phytochemistry, Medicinal Plants. Paris: Lavoisier Publishing.
  • Bundesanzeiger (BAnz). 1998. Monographien der Kommission E (Zulassungs- und Aufbereitungskommission am BGA f ür den humanmed. Bereich, phytotherapeutische Therapierichtung und Stoffgruppe). K öln: Bundesgesundheitsamt (BGA).
  • de la Motte, S., S. Bose-O'Reilly, M. Heinisch, F. Harrison. 1997. Doppelblind-vergleich zwischen einem apfelpektin/kamillenextrakt-pr äparat und plazebo bei kindern mit diarrhoe [Double-blind comparison of an apple pectin-chamomile extract preparation with placebo in children with diarrhea]. Arzneimforsch 47(11):1247-1249.
  • Deutsches Arzneibuch, 10th ed. (DAB 10). 1991. (With subsequent supplements through 1996.) Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • ESCOP. 1997. 'Matricariae flos.' Monographs on the Medicinal Uses of Plant Drugs. Exeter, U.K.: European Scientific Cooperative on Phytotherapy.
  • Europäisches Arzneibuch, 3rd ed. (Ph.Eur.3). 1997. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag. 1161-1162.
  • Felter, H.W. and J.U. Lloyd. 1983. King's American Dispensatory, 18th ed., 3rd rev. Portland, OR: Eclectic Medical Publications [reprint of 1898 original]. 1246-1247.
  • Foster, S. 1990. Chamomile. Botanical Booklet Series, No. 307. Austin: American Botanical Council.
  • Glowania, H.J., C. Raulin, M. Swoboda. 1987. [Effect of chamomile on wound healinga clinical double-blind study] [In German]. Z Hautkr 62(17):1262, 1267-1271.
  • The Homeopathic Pharmacopoeia of the United States (HPUS). 1992. Arlington, VA: Pharmacopoeia Convention of the American Institute of Homeopathy.

zaterdag, januari 02, 2021

Klis bij Cascatelles

Op mijn klassieke wandelroute langs de Maas richting Cascatelles vind ik nog één verkleurend blad van de grote klis. Arctium lappa of Grote klis, weer zo een 'onkruid' dat ons wat te vertellen heeft.
Als je nagaat dat de wortel van deze plant als een soort schorseneergroente te eten is; dat hij een grote reputatie had en heeft als haarlotion ‘tegen het grijs worden van het haar’; dat hij zonder meer bij suikerziekte een hulp kan zijn en dat hij bij allerlei huidaandoeningen gebruikt kan worden, dan kijk je toch wel met andere ogen naar dit 'onkruid'.  

Arctium lappa L. (Asteraceae) wordt in de volksmond ook wel ‘klitwortel’ genoemd en komt zowat overal voor. In Europa wordt de plant bijna niet meer gegeten, maar in Azië is de wortel nog steeds een populaire groente. Arctium lappa wordt gebruikt voor de behandeling van vele infectieziekten. Een extract van de bladeren laat een antibacteriële werking zien. Ook zijn de anti-inflammatoire effecten onderzocht van een wortelextract van deze plant. Een extract van de complete plant blijkt een remmende werking te hebben op de binding van platelet activating factor (PAF).

 Uit een screening van plantenextracten op anti-allergische werking kwam één bepaald Arctium-extract als sterkste remmer naar voren. De gebruikte extractiemethode is essentieel gebleken voor de werking. Andere extracten van A. lappa – van verschillende producenten en op verschillende wijze geëxtraheerd – lieten geen  remmend effect zien op de degranulatie. Het extract is verder onderzocht op remming van de degranulatie en cys-LT productie. Het bleek zeer potent in het remmen van de degranulatie. Voor 50% remming was slechts 3,5 µg extract/ml nodig. Dit wordt de IC50 genoemd (inhibitory concentration 50%). Voor remming van de cys-LT-productie was de IC50 ook slechts 3,5 µg/ml. 

In een muizenmodel voor koemelkallergie was toediening op de huid van 5 mg Arctium lappa-extract via de oorhuid in staat de allergische zwelling in het oor met ongeveer 50% te remmen. Orale toediening van 10 mg/ml extract had geen effect op de allergische reactie, maar andere doseringen moeten nog getest worden. Arctium lappa lijkt daarom een zeer interessante plant voor het behandelen van allergische aandoeningen zoals atopische dermatitis.

Referenties

  • Holetz FB, et al. Screening of some plants used in the Brazilian folk medicine for the treatment of infectious diseases. Mem Inst Oswaldo Cruz 2002;97(7):1027-31.
  • Lin CC, et al. Anti-inflammatory and radical scavenge effects of Arctium lappa. Am J Chin Med 1996;24(2):127-37. 
  • Iwakami S, et al. Platelet activating factor (PAF) antagonists contained in medicinal plants: lignans and sesquiterpenes. Chem Pharm Bull 1992;40(5):1196-8.

donderdag, augustus 01, 2019

Centella, Aziatische waternavel

Het bescheiden waterplantje Centella asiatica (L.) Urb., beter bekend als Gotu Kola, wordt in Nederland ook wel Aziatische waternavel genoemd. Het is een meerjarige moerasplant uit de schermbloemenfamilie die in tropische gebieden voorkomt. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is bij veel andere schermbloemen zoals venkel, anijs en koriander, worden geen aromatische zaden toegepast. De bladeren worden in de keuken gebruikt; het blad of de hele plant wordt medicinaal gebruikt, vooral in wondzalven.

Gotu Kola wordt in Oost-Azië al drieduizend jaar toegepast bij vrijwel alle huidaandoeningen, van psoriasis tot jeugdpuistjes. Daarnaast gold en geldt het kruid ook voor inwendig gebruik als een panacee, onder meer bij astma, bronchitis, geheugenverlies, angst, maagzweren en stress. Het wordt tevens in veel landen als groente gegeten. In de zeventiende eeuw werd in de Nederlandse koloniën de verkoop van het kruid voor medicinaal gebruik opgetekend en in de negentiende eeuw werd het opgenomen in de Indiase farmacopee. Vanaf 1884 staat het kruid beschreven in de Franse farmacopee en het werd ook in het Duitse Homöopathisches Arzneibuch (1898) opgenomen. Rationeel en algemeen bekend werd in de twintigste eeuw het gebruik ter bevordering van de wondgenezing en de toepassing tegen striae, chronische veneuze insufficiëntie (CVI) en spataderen.

Enkele onderzoeken
Vrijwel alle klinische studies voor inwendig gebruik betreffen CVI. Zes studies gaven een positieve uitkomst zonder noemenswaardige bijwerkingen. Al deze studies zijn gedaan met de geïsoleerde saponinen. Een klinische studie naar uitwendig gebruik van het totaalextract (1:5, waterbasis) bij zeven psoriasispatiënten gaf een enorme verbetering te zien. Deze studie was echter klein en zonder controlegroep

Een dubbelblinde, gerandomiseerde klinische studie (RCT) met 28 vrijwilligers die twee maanden een totaalextract slikten (250, 500 of 750 g) liet bij gebruik van de hoogste dosis verbetering zien van het werkgeheugen en de stemming (gemeten met respectievelijk computertesten en een visueel analoge schaal) na 1 en 2 maanden behandeling. Delbo M. 2010. EMA-HMPC Assessment report on Centella asiatica (L.) Urban, herba.

 Brinkhaus B, Lindner M, Schuppan D, Hahn EG. Chemical, pharmacological and clinical profile of the East Asian medical plant Centella asiatica. Phytomed 2000;7(5):427-48