vrijdag, oktober 02, 2026

Wonderlijke wortels. Acorus calamus

Wandelend, werkend en filosoferend in de Cascatellestuin wou ik mijn vrienden-studenten de bijzondere kalmoeswortel laten ruiken, helaas vond ik hem niet terug tussen de vele gele lis lookalikes. Verder dus en vergeten dan maar, alleen bleek dagen later dat Veerle mij en de kalmoes niet vergeten was. De vraag: waarom zocht je toen de kalmoeswortel? Het antwoord volgt hier, uitgebreider dan ik het ooit ter plaatse had kunnen verzinnen. 

Kalmoes ( Acorus calamus , Acoraceae), een wonderlijke waterplant die vaak in moerassen groeit. Hij lijkt op de gele lis, met rietachtige stengels, zwaardvormige bladeren en lange, vertakte, sigaarvormige wortelstokken die vaak in de modder verzonken zijn. De plant geeft de voorkeur aan volle zon. De kleine, onopvallende, geelgroene bloemen verschijnen aan een lange, dikke, vlezige aar (spadix). DNA-onderzoek heeft aangetoond dat deze kalmoes de oudste levende lijn van de eenzaadlobbige planten vertegenwoordigt.

De geur, hoewel aanwezig in alle delen van de plant, is het meest aromatisch in de wortelstokken. Hij wordt omschreven als zoet met een scherpe, pittige ondertoon en "een delicate combinatie van groene bladeren, rozen en iriswortel met nuances van een schone, vettige geur." ² Kalmoes werd gebruikt in Egyptische parfumformules en was mogelijk een ingrediënt in hun belangrijkste parfum, Kyphi.³ De Grieken gebruikten kalmoes in hun Kyphi-versies. Er bestaat geen bewijs dat het in Egypte werd verbouwd, waardoor het een kostbare import uit India en Syrië was. Rekhmere, de vizier van Thoetmosis III (1465 v. Chr.), hield toezicht op de voorraadkamers van de farao en liet scènes vanuit zijn positie op zijn graf in Thebe afbeelden. Twee keer zijn er stapels gebonden rietstengels te zien, een tussen potten wierook en een andere met een bekend parfumingrediënt, met het hiëroglyfische opschrift 'kenen, waarvan men denkt dat het kalmoes is.

Volgens Plinius groeide de plant in Arabië, Syrië en India, waarbij de Syrische variant de beste kwaliteit had. Hij beschrijft de Syrische variëteit als een plant met "een bijzonder fijne geur die mensen zelfs van verre aantrekt... Binnenin de buis bevindt zich een soort spinnenweb, de bloem. De plant met het meeste van dit spinnenweb is de beste. De overige criteria voor de kwaliteit waren 'dat de bloem zwart moet zijn... en hoe korter en dikker de bloem is, hoe beter, en hoe buigzamer hij is bij het breken."

De grassprieten werden in middeleeuwse en renaissancehuizen als riet verspreid, zowel door de adel als door de lijfeigenen, en werden zeer gewaardeerd bij religieuze rituelen. Een van de beschuldigingen die de Kroon tegen kardinaal Woolsey uitte, was zijn buitensporige gebruik van het riet, dat vanuit Norfolk en Suffolk naar Londen moest worden vervoerd.

De Grieken gebruikten het om oogziekten te behandelen, waaraan de plant zijn naam dankt; akore is het Griekse woord voor "zonder pupil". De gedroogde wortelstokken werden veel gebruikt in bitterdranken, vermouth, likeuren en zoetigheden. In Europa werden afkooksels van kalmoes gebruikt om indigestie, winderigheid en maagzuur te behandelen. 3 Kalmoes is al duizenden jaren een vast onderdeel van de Ayurvedische geneeskunde en de Vedische zieners hadden er grote waardering voor. 4

In de bijbel Exodus 30 wordt kalmoes bij naam genoemd, samen met mirre, kaneel en cassia, als een van de vier botanische bestanddelen van de heilige zalfolie. Dit is dezelfde traditie die ook nardus tot de meest gewaardeerde aromatische ingrediënten rekent. Deze connectie is geen toeval: zowel kalmoes als nardus werden in het oude Nabije Oosten gewaardeerd om hun spirituele en ceremoniële betekenis, evenals om hun geneeskrachtige eigenschappen.

In de Ayurveda staat kalmoes bekend als Vacha, wat ruwweg vertaald kan worden als "degene die stem geeft". Deze naam verwijst naar een van de belangrijkste traditionele toepassingen: ondersteuning van de spraak, mentale helderheid en cognitieve functies. Het wordt al duizenden jaren in de Ayurvedische praktijk gebruikt als een nervinum – een kruid dat het zenuwstelsel ondersteunt en kalmeert – en als hulpmiddel bij de spijsvertering. In de traditionele Chinese geneeskunde komt het voor onder de naam Shi Chang Pu en wordt het op vergelijkbare wijze gebruikt, met name ter ondersteuning van mentale helderheid en het kalmeren van de geest.

Egyptische bronnen vermelden kalmoes als een van de aromatische ingrediënten van kyphi, het heilige wierook dat in tempels langs de Nijl werd gebrand. Theophrastus, de Griekse botanicus die in de vierde eeuw voor Christus schreef, beschreef het als een van de meest aromatische wortels en merkte op dat het in de parfumerie werd gebruikt. Dioscorides noemde het in zijn materia medica uit de eerste eeuw voor Christus als een middel tegen spijsverteringsproblemen, ademhalingscongestie en ontstekingen.

De rode draad door al deze tradities: kalmoes werd gewaardeerd om zijn aroma, om zijn effecten op de spijsvertering en het zenuwstelsel, en om zijn rol in ceremoniële en heilige rituelen.

Medicinaal gebruik :

  • Als middel tegen diarree en voor de behandeling van diverse inflammatoire aandoeningen van het maag-darmkanaal die gepaard gaan met dyspepsie, darmkrampen en infecties (bijv. parasieten).
  • Het wordt gebruikt bij aandoeningen van de luchtwegen, waaronder hoest, astma , hoofdpijn en verstopping door bijholteontsteking, en is ook als snuiftabak gebruikt bij sinusitis.
  • De wortel wordt al eeuwenlang in de Ayurvedische geneeskunde gebruikt voor neurologische aandoeningen en staat bekend om zijn vermogen om de mentale helderheid te verbeteren en geheugenverlies, mentale mistigheid, concentratieproblemen, nervositeit en angst te verlichten. Traditioneel wordt de wortel ook gekauwd om tabaksverslaving te doorbreken, uithoudingsvermogen te bevorderen of ter voorbereiding op inspannende activiteiten.
  • Voor de behandeling van diabetes in de traditionele volksgeneeskunde in Amerika en Indonesië.
  • De wortel wordt uitwendig tot een pasta verwerkt en aangebracht bij artritis, neuralgie, huidinfecties en tandpijn.
  • Samengevat: gedroogde en gemalen kalmoeswortel worden gebruikt in traditionele kruidenpreparaten, met name voor de spijsvertering en de luchtwegen. Deze vormen bevatten aanzienlijk lagere concentraties actieve stoffen dan etherische olie en weerspiegelen de vorm waarin kalmoes gedurende het grootste deel van zijn traditionele geschiedenis is gebruikt.
Bereidingswijze

  • Poeder: 250-500 mg per dag (maximaal 1 gram per dag)
  • Afkooksel in water of melk: 1 theelepel kruiden op 1 kopje water (vaak met toevoeging van honing)
  • Tinctuur: (1:5, 25%) 2-4 ml driemaal daags. Maximaal 80 ml per week.
  • Topisch: als pasta of pleister.
  • Kalmoes werkt als een fixatief en dieptenoot in parfummengsels, verlengt de houdbaarheid van lichtere topnoten en voegt een warme, aardse complexiteit toe. Gebruik het spaarzaam, het is aromatisch genoeg, een kleine hoeveelheid geeft al een significant effect.
Toxiciteit:

  • Niet geschikt voor langdurig gebruik.
  • Grote doses kunnen misselijkheid en/of braken en een versnelde hartslag veroorzaken.
  • Vermijd gebruik tijdens de zwangerschap vanwege mogelijke menstruatiebevorderende effecten.
  • Wees voorzichtig bij personen met een verzwakt immuunsysteem.

Referenties
  • 1Lawless J. The Encyclopedia of Essential Oils. San Francisco, CA: Conari Press; 2013.
  • 2Tucker AO, Debaggio T. The Encyclopedia of Herbs – A Comprehensive Reference to Herbs of Flavor and Fragrance. Portland, OR: Timber Press, 2nd edition;2009.
  • 3Maniche L. Sacred Luxuries – Fragrance, Aromatherapy, and Cosmetics in Ancient Egypt. London: Opus Publishing Ltd.; 1999.
  • 4Frawley D, Lad V. The Yoga of Herbs – An Ayurvedic Guide to Herbal Medicine. Twin Lakes, WI: Lotus Press; 1986.

woensdag, september 23, 2026

Rozenwortel, het Europese adaptogeen

In Europa komt Rhodiola rosea, een lid van de Crassulaceae-familie, voornamelijk voor in alpiene gebieden en Scandinavië. Daar is de plant bestand tegen extreme omstandigheden zoals koude, lange winters, arme grond en perioden van droogte. Kruidkundigen uit Scandinavië en Azië ontdekten dat deze veerkracht ook op de mens kon worden overgedragen. De plant wordt al eeuwenlang als tonicum gebruikt en is de laatste tijd vooral populair geworden onder sporters. Studies tonen aan dat Rhodiola rosea een toegestaan, veilig en effectief middel is om de fysieke en mentale veerkracht te vergroten.

Bovendien tonen klinische studies de potentiële voordelen aan van Rhodiola rosea bij depressie, angst, burn-out, stressgerelateerde klachten en uitputtingstoestanden zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook gezonde personen kunnen baat hebben bij de stimulerende en prestatiebevorderende effecten van Rhodiola rosea. Dit geldt ook voor studenten en anderen die ondersteuning zoeken bij hun studie.

Dopamine en serotonine: Hoe Rhodiola rosea je beloont.

De actieve bestanddelen van Rhodiola rosea stimuleren de receptoren van verschillende neurotransmitters in de hersenen, zoals noradrenaline, dopamine, acetylcholine en serotonine. Deze neurotransmitters zijn belangrijk voor de hersenfunctie. Ze zorgen ervoor dat we wakker, alert en geconcentreerd zijn. Recent onderzoek toont aan dat dopamine en serotonine het leerproces bevorderen. Beide neurotransmitters fungeren als motivator voor onze hersencellen. Ze overspoelen de hersenen en geven het volgende signaal: Iedereen wakker! Dit moment is belangrijk! Hierdoor concentreren de hersenen zich met verhoogde aandacht en geheugen op de huidige gebeurtenis, waardoor afleidingen door dwalende gedachten worden onderdrukt. Met behulp van dopamine en serotonine ervaren je hersenen de leerstof als belangrijk. En belangrijke informatie krijgt een speciale behandeling in de hersenen: het wordt sneller in het geheugen opgeslagen. Dankzij dopamine en serotonine is het daardoor gemakkelijker om te onthouden wat je hebt geleerd.

Je kunt voelen of je serotonine- en dopaminehuishouding gestimuleerd wordt. Beide neurotransmitters zorgen ervoor dat je ervaart wat je doet als prettig en lonend. Je kent vast wel het 'aha'-moment tijdens het leren, het moment waarop verbanden duidelijk worden en oplossingen voor problemen zich aandienen. Het 'aha'-moment creëert gevoelens van geluk, die op hun beurt het leerproces verdiepen. Rhodiola rosea bevordert deze positieve dynamiek, die wordt gemedieerd door serotonine en dopamine.

Rhodiola rosea werkt ook tegen stress, angst en vermoeidheid.

Rhodiola rosea wordt beschouwd als een plantaardig adaptogeen. Net als andere adaptogenen verbetert het de prestaties onder stressvolle omstandigheden. Leren is vaak ook stressvol – door tijdsdruk, zorgen of tegenzin. Volgens onderzoek verhogen de actieve bestanddelen van Rhodiola rosea (met name de belangrijkste actieve stoffen uit de rosavingroep en salidroside) de weerstand tegen stress, verminderen ze stresshormonen en gaan ze zo de uitputtende effecten van stress tegen. Dit kan niet alleen nuttig zijn voor het leren, maar kan studenten ook beschermen tegen een burn-out als gevolg van chronische stress.

Bovendien kunnen de actieve bestanddelen van Rhodiola rosea de vermoeidheid van hersencellen vertragen. Hun antioxiderende eigenschappen zouden hersencellen kunnen beschermen tegen vrije radicalen die hun functioneren belemmeren.

Naast stress en vermoeidheid is angst ook een slechte, maar helaas veelvoorkomende metgezel tijdens het leren. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de druk van deadlines en de angst om te falen. De angstverminderende effecten van Rhodiola rosea zouden kunnen helpen voorkomen dat angst je leerproces te veel belemmert.

Literatuur

zondag, september 20, 2026

Jiaogulan, een kamerplant als adaptogeen

De eerste keer dat ik de Jiaogulan tegenkwam was in een gewoon tuincentrum en dan nog tussen de ordinaire kamerplanten. Wel de laatste plaats waar ik een stoere adaptogeen verwacht te vinden. Een onverwachte en aangename verrassing was het dus wel.

Jiaogulan (Gynostemma pentaphyllum) is een belangrijke plant in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) die steeds bekender en populairder wordt in Europa. En terecht. Jiaogulan heeft een breed scala aan effecten, onder andere op de cardiovasculaire gezondheid, het immuunsysteem en de suiker- en vetstofwisseling. De plant wordt in Europa echter vooral gebruikt als adaptogeen. Adaptogenen zijn medicinale planten die de fysieke en mentale prestaties kunnen bevorderen, zelfs onder zware stress of uitputting. Adaptogenen helpen het lichaam zich aan te passen aan stress en de interne balans van lichaamsprocessen te behouden onder belasting.

De plant die bekendstaat als het "kruid van de onsterfelijkheid" wordt al eeuwenlang in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) gebruikt om chronische vermoeidheid en uitputting te behandelen. En met goede reden, zoals recent onderzoek heeft aangetoond. De bestanddelen van Jiaogulan hebben diverse effecten die kunnen helpen bij het bestrijden van uitputting. Deze omvatten onder andere de bescherming van mitochondriën en zenuwcellen.

Meer energie dankzij verbeterde mitochondriale functie

Dit kruid ontlast de celstofwisseling dankzij zijn sterke antioxiderende eigenschappen, die voornamelijk te danken zijn aan de flavonoïden. Flavonoïden kunnen vrije radicalen neutraliseren die tijdens stofwisselingsprocessen ontstaan. UV-straling, roken, milieutoxines en ontstekingen kunnen de vorming ervan bevorderen. Vrije radicalen zijn onstabiele atomen of moleculen waaraan een elektron ontbreekt. Ze proberen dit tekort te compenseren door een elektron van andere verbindingen te stelen. In de celstofwisseling kan dit schade veroorzaken als vrije radicalen een elektron van essentiële celmoleculen afnemen. Een onbalans die wordt gekenmerkt door een overmaat aan vrije radicalen staat bekend als oxidatieve stress. Dit kan leiden tot celbeschadiging en wordt in verband gebracht met veroudering, vermoeidheid en diverse hart- en vaatziekten. Antioxidanten zijn moleculen die een elektron aan vrije radicalen kunnen afstaan, waardoor ze onschadelijk worden gemaakt.

Het menselijk lichaam beschikt over eigen antioxidanten, maar – vooral tijdens stressvolle perioden – is het ook afhankelijk van antioxidanten uit voeding. Plantaardige voedingsmiddelen en diverse medicinale planten, zoals Jiaogulan, zijn bijzonder rijk aan antioxidanten. Hun antioxidanten beschermen ook de "energiefabrieken" van de cellen, de mitochondriën. Deze leveren energie aan de cellen via oxidatieprocessen. Dit proces zelf genereert veel vrije radicalen. Als deze niet voldoende worden geneutraliseerd, kunnen ze de energieproductie door de mitochondriën verstoren.

De flavonoïden in Jiaogulan beschermen ook zenuwcellen tegen vrije radicalen, waardoor hun vermoeidheid onder stress kan worden vertraagd. Dit effect wordt ondersteund door de polysacchariden van de plant. Deze hebben niet alleen hun eigen antioxiderende eigenschappen, maar lijken ook de activiteit van endogene antioxidanten zoals superoxide dismutase SOD te versterken.

Tegen ontstekingsprocessen in de hersenen

Wat betreft de vermoeidheidsverminderende eigenschappen van Jiaogulan, zijn de saponinen, de zogenaamde gypenosiden, ook van belang. Deze vertonen antioxiderende eigenschappen. Bovendien verminderen ze ontstekingsprocessen die ook tot vermoeidheid kunnen leiden. Dit omvat ontstekingsprocessen in de hippocampus (een deel van de hersenen), die vermoeidheid en uitputting kunnen veroorzaken. Men vermoedt dat deze neuro-inflammatie (ontsteking van zenuwcellen) een rol speelt bij vermoeidheid die gepaard gaat met neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer of Parkinson, myalgische encefalomyelitis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) of langdurige COVID-19.

Chronische stress of hersenbeschadigingen kunnen echter ook neuro-inflammatie veroorzaken. Gypenosiden lijken ontstekingsprocessen in de hippocampus te verminderen. Dierstudies suggereren dat gypenosiden ook de cellulaire energieproductie kunnen bevorderen en vermoeidheid kunnen tegengaan. Gypenosiden lijken niet alleen qua werking, maar ook qua structuur op ginsenosiden, de belangrijkste werkzame stoffen in ginseng (Panax ginseng). Het is daarom niet verwonderlijk dat Jiaogulan vaak "zuidelijke ginseng" wordt genoemd.

Klinisch onderzoek

In een dubbelblind, placebo-gecontroleerd, gerandomiseerd onderzoek met 100 gezonde volwassenen van 19 tot 60 jaar werd de vermoeidheidsverminderende werking van Jiaogulan gedurende een periode van 12 weken onderzocht. De resultaten zijn veelbelovend: in tegenstelling tot placebo leidde Jiaogulan tot een significante verbetering van de cognitieve vaardigheden onder stress en vermoeidheid en verbeterde het de fysieke en mentale prestaties.

Gebruik Jiaogulan veilig

Tot op heden bestaan ​​er geen officiële monografieën over jiaogulan van ESCOP, HMPC of Commissie E. Bovendien wordt jiaogulan in de EU geclassificeerd als een "nieuw voedingsmiddel", omdat het vóór 15 mei 1997 niet op grote schaal in de EU werd geconsumeerd. Daarom mag het in EU-landen niet als voedingsmiddel op de markt worden gebracht. De verkoop van het kruid is wel legaal.

Omdat Jiaogulan niet officieel als voedsel of voedingssupplement wordt verkocht, is het niet onderworpen aan voedselveiligheidscontroles met betrekking tot verontreinigingen, pesticiden en hygiënische zuiverheid. Jiaogulan is niet goedgekeurd voor consumptie. Producten die op de markt verkrijgbaar zijn, vermelden ook duidelijk dat ze niet geschikt zijn voor consumptie. Het is zonder beperkingen toegestaan ​​om de verse plant te gebruiken. Jiaogulan kan als plant in een pot of in de tuin worden gekweekt en thuis worden verwerkt.

Literatuur

  • Li X et al. Gymnostemma pentaphyllum: Een overzicht van traditioneel gebruik, fytochemie en farmacologie. Journal of Functional Foods 2025; https://doi.org/10.1016/j.jff.2024.106651
  • Lin‐Na S, Yong‐Xiu S. Effecten van polysacchariden uit Gynostemma pentaphyllum (Thunb.), Makino op fysieke vermoeidheid. African Journal of Traditional, Complementary, and Alternative Medicines 2014; https://athmsi.org/journals/index.php/ajtcam/article/view/1934
  • Li Y Ren Y, Liu R, Xu W et al. Verlichting van perifere en centrale vermoeidheid door gypenosiden via ontstekingsremming, antioxiderende werking en regulatie van neurotransmitters. Food Sci Nutr 2025; https://doi.org/10.1002/fsn3.70436
  • Kim YH, Jung JI, Jeon YE et al. Extract van Gynostemma pentaphyllum en het actieve bestanddeel gypenoside L verbeteren de trainingsprestaties van muizen die op een loopband zijn getraind. Nutr Res Pract 2022; https://doi.org/10.4162/nrp.2022.16.3.298
  • Ahn Y, Lee HS, Lee SH, et al. Effecten van gypenoside L-bevattend Gynostemma pentaphyllum-extract op vermoeidheid en fysieke prestaties: een dubbelblind, placebo-gecontroleerd, gerandomiseerd onderzoek. Phytother Res 2023; https://doi.org/10.1002/ptr.7801


zaterdag, september 19, 2026

Doornappel, geschiedenis van verloren eer

Doornappel laat opnieuw van zich horen. Deze in de vergetelheid geraakte magische plant haalt zelfs het nieuws. 'Giftig, gevaarlijk, uit te roeien' wordt er geroepen en dat voor een plant die, als ik ook wat mag overdrijven, mede de geschiedenis van de mensheid heeft bepaald. Zelf kwam ik de jonge plant vandaag ook tegen tijdens mijn buitenles bij een herboristenopleiding. ik zal niet zeggen waar anders wordt hij ook daar te vuur en te zwaard bestreden.

Doornappel dus, een eenjarige nachtschade-plant met een groots en geheimzinnig verleden die tot nu een bescheiden leven leidde in de hoofden van enkele herboristen en kruidenheksen. Een plant met meer verhaal dan gebruik. Doornappel samen met bilzekruid en wolfskers waren in het verleden de heksenkruiden bij uitstek. De ingrediënten voor een echte heksenzalf. De geschiedenis en rondzwervingen van doornappel zijn al even geheimzinnig als zijn vroeger gebruik.

Herkomst van doornappel

Wat West-Europa betreft kan men vrijwel zeker aannemen dat doornappel Datura stramonium vanuit Amerika via Spanje tot hier is geraakt. De opvatting dat hij uit Zuidwest-Azië zou stammen, gaat terug op een verwarring met een andere doornappel, de Indiase Datura metel. In 1577 werd de Doornappel vanuit Mexico in Spanje ingevoerd, waarna hij vrij vlug in botanische tuinen in tal van Europese landen verscheen. Van daaruit begon hij in de 17de eeuw te verwilderen. Tegenwoordig is Doornappel een kosmopoliet van de gematigde en warmere streken. In België is hij vrij zeld­zaam, in Nederland is hij plaatselijk algemeen in de Hollandse duinstreek en op de zandgron­den in het midden van het land. Andere bekende Datura soorten die men bij ons wel eens aantreft in botanische tuinen of elders in gekweekte vorm zijn: Datura metel uit Zuid-Azië, Datura fastuosa uit Egypte en Oost-Indië, Datura arborea uit Amerika en Datura sanguinea uit Peru en Colombia.

De ontdekking van zijn medische en hallucinogene eigenschappen gebeurde onafhankelijk van mekaar in zowel de oude als de nieuwe wereld. In grote delen van de Oude wereld werd Datura hoofdzakelijk geprezen voor zijn medische eigenschappen, maar in de Nieuwe wereld werd de plant vooral in ver­band gebracht met magisch religieuze rituelen.

De naam en geneeskracht van Datura

De naam van het geslacht Datura verschijnt reeds in vroege geschriften in het Sanskriet als 'dustu-ra', en Avicenna, de Perzische geneesheer uit de 11de eeuw verwijst naar de medische en hal­lucinogene eigenschappen van 'datora' of 'tatora'.

In Azië werden Datura metel en Datura fastuosa gebruikt voor de behandeling van heel wat kwalen, inclusief koorts, geestelijke verstoring, hart- en longaandoeningen. De plant werd zelfs gecombineerd met Cannabis en wijn om zo een bruikbaar verdovend middel te hebben bij chirurgische operaties. De zaden van Datura werden ook gemengd met Cannabis en gerookt voor het plezier en voor religieuze doeleinden en deze praktijk leeft nog voort in Indo-China en delen van Afrika.

Bock over Datura

Het kruidenboek van Hieronymus Bock (1498 - 1554) maakt melding van Datura, maar men neemt aan dat het bij Bock gaat om Datura metel die als geneesmiddel werd aangewend. Ook Matthiolus (1501 - 1577) noemt de plant en geeft als raad om bij vergiftiging: 'warme boter drinken, handen en voeten in warm water houden en in beweging laten houden tot men moet braken'.

Dodonaeus over doren-appel

Rembert Dodoens (1516 - 1585) heeft het over Van Doren-Appel of Stramonia: 'dezen Doorn-Appel is van aerd ende krachten seer verdovende, 't ghevoelen benemde, ende slaep-maekende, mits dien oock verkoelende tot in den vierden graed, ende de Mandragoria nergens in wijckende'. Door zijn late optreden in de Midden-Europese cultuur kan men aannemen dat de Doornappel in tegenstelling tot sommige beweringen, geen rol heeft gespeeld in het kader van de heksenprocessen.

Ook als volksgeneesmiddel heeft het nooit een belangrijke rol gespeeld. Dit in tegenstelling tot de meer Oostelijk gelegen gebieden waar het ongeacht zijn giftigheid, werd en, nog steeds, wordt aangewend. Zo bestrijdt men in de Wolgastreek, tandpijn door beroking met Stramonium. De bladeren werden op wonden gelegd en op sommige plaatsen werd het plantensap gebruikt bij brandwonden, wond-roos en in baden bij reuma.

Dolappel

Vanwege de giftige en bedwelmende werking zijn namen als Dolappel en Dolkruyt goed te begrijpen, vooral in verband met de verklaring van 'Stramonium' als afkomstig van strychnos (nachtschade) en manikos (waanzin). De naam Duzelappel of Duizelappel is te verklaren door de geur die de plant vooral 's nachts verspreidt waardoor men duizelig kan worden. Het zou zelfs gevaarlijk zijn om in de nabijheid van de plant te slapen. De Franse naam Endormie, slaperig of suffig verwijst er naar. Ook het plukken van de bladeren kan gevolgen hebben voor gevoelige personen. Dit plukken van doornappelblad voor medische doeleinden gebeurde in de eerste helft van de 20ste eeuw nog op grote schaal. Sommige plukkers zouden zelfs gezichtsstoornissen gekregen hebben door het veelvuldig aanraken van de bladeren.

Doornappel, spirituele en geneeskrachtige plant uit het verleden leeft nu alleen nog verder in de herinnering van heksen en herboristen. Een plant nog wel in gebruik bij liefhebbers van alternatieve hallucinogenen, al lijkt mij dat gebruik nogal gevaarlijk. Straffe verhalen over vertellen is zonder meer veel veiliger.

Een persoonlijke herinnering over doornappel

Tegen de avond eindelijk onweer en regen in mijn Frans dorp . Binnen bekijk ik nog eens film uit mijn verre verleden. Persona van Ingmar Bergman. Traag vertellen 2 vrouwen hun doordringend verhaal. Na de film en na de regen, moet ik nog even naar buiten. De donkerte van de tuin tegemoet. Op de tast vind ik de doornappels, de muffe lucht van hun blad vermengt zich met zoete, scherpe geur van de witte bloemen. Even ook kleverige klei onder mijn voeten voelen in plaats van gebarsten grond, dat was lang geleden! De onzichtbare tuin is nu na de regen en in het donkere alleen geur en gevoel. En dan zo dicht bij de magische doornappel en bilzekruid staan! Als er trollen en tovenaars bestaan moeten ze nu wel te voorschijn komen.


vrijdag, september 18, 2026

Meidoornbessen oogsten en gebruiken

Vandaag voor de zoveelste keer in mijn leven weer felrode meidoornbessen geplukt. De kwaliteit lijkt goed dit jaar. Ik gebruik de bessen samen met bloesem en blad voornamelijk om een tinctuur voor de conditie van het hart te maken. Ons veilig versterkend hartmiddel bij uitstek.

Mogelijk de eerste vermelding van de hartversterkende werking van meidoorn is afkomstig van de Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541). Ook de Engelse arts Nicholas Culpeper (1616-1654) schreef dat gedroogde, gemalen meidoornbessen, toegevoegd aan wijn, zouden helpen bij nierstenen en oedeem (oedeem van de onderste ledematen veroorzaakt door congestief hartfalen); een aftreksel van de bloem zou diarree of vloeien stoppen; en dat het zaad, geplet en gekookt in wijn, "goed was tegen innerlijke kwellende pijnen". In haar klassieker uit 1931, A Modern Herbal, schrijft Maud Grieve hartversterkende, diuretische, samentrekkende en tonische eigenschappen toe aan Crataegus oxyacantha.

Het gebruik van meidoorn bij hartaandoeningen was al in de 17e eeuw in de Europese klinische praktijk ingeburgerd en werd populair in de late 19e en vroege 20e eeuw. In Noord-Amerika werd meidoorn al in 1896 gebruikt voor hartmedicatie. Tegenwoordig behoren meidoornpreparaten tot de bestverkochte plantaardige geneesmiddelen in Duitsland. Thee gemaakt van de bladeren en bloemen is verkrijgbaar in losse vorm en in theezakjes; er zijn ook droge en vloeibare extracten, tincturen, zachte extracten en injecteerbare vormen beschikbaar. In Frankrijk wordt meidoorn gebruikt tegen angst en slapeloosheid. Het wordt ook gebruikt als een mild kalmerend middel, vaak in combinatie met lavendel ( Lavandula spp., Lamiaceae) of citroenmelisse ( Melissa officinalis , Lamiaceae) in gevallen waarin milde hartaandoeningen gepaard gaan met nervositeit.

Meidoornextracten kunnen een te hoge bloeddruk verlagen.

De bloemen en bladeren van meidoorn bevatten verschillende flavonoïden zoals rutine, quercetine en oligomere procyanidinen, die een effect hebben op het cardiovasculaire systeem. Deze versterken de hartfunctie, verbeteren de bloedstroom en beschermen de bloedvaten tegen oxidatieve stress. Daarom wordt meidoorn al lange tijd gebruikt in de traditionele kruidengeneeskunde en fytotherapie ter ondersteuning van de cardiovasculaire functie. De HMPC, Commissie E en ESCOP vermelden het gebruik ervan bij gevallen van afnemende hartfunctie (hartfalen) en neurologische hartklachten.

In vitro- en in vivo-onderzoeken met meidoornextracten suggereren ook dat de actieve bestanddelen van meidoorn de verhoogde bloeddruk kunnen verlagen. Ten eerste ontspannen ze de perifere bloedvaten. Wanneer de perifere vaatweerstand afneemt, is er minder bloeddruk nodig om de weefsels van bloed te voorzien. Studies hebben een matig ACE-remmend effect aangetoond van de actieve bestanddelen van meidoorn. ACE staat voor angiotensine-converterend enzym. Dit enzym activeert het hormoon angiotensine, dat de bloedvaten vernauwt. Als het enzym wordt geremd, blijven de vaten verwijd en kan de bloeddruk dalen.

Klinische proeven

Verschillende klinische studies hebben inmiddels onderzocht of deze effecten relevant zijn bij mensen met hypertensie. Een analyse uit 2020 evalueerde vier gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde onderzoeken. De resultaten: meidoorn kan een verhoogde bloeddruk verlagen wanneer het gedurende meerdere weken wordt ingenomen. 

Kan meidoorn gebruikt worden bij de behandeling van hoge bloeddruk?

Meidoornpreparaten worden over het algemeen goed verdragen. Iedereen die overweegt ze te gebruiken tegen hoge bloeddruk, moet dit eerst met zijn of haar arts bespreken, ook om mogelijke interacties met hartmedicatie zoals digitalis uit te sluiten. Meidoorn kan een aanvulling zijn op bestaande bloeddrukverlagende medicatie, maar kan deze niet vervangen.

Meidoornazijn als immuun-modulator

Meidoorn is een economisch belangrijke vrucht in Oosterse landen, de bessen worden op grote schaal geteeld en bevatten belangrijke bioactieve stoffen, zoals fenolen, organische zuren, vitaminen en mineralen. Meidoornazijn, net als de vrucht zelf, heeft diverse belangrijke effecten op de algemene gezondheid, met name als antioxidant en immuun-modulator. Het is ook bekend dat de toepassing van ultrasone technologie bij de azijnproductie een positief effect heeft op de antioxidantwerking, met goede gevolgen voor de gezondheid.

Literatuur

  • Kraft K. Zijn er kruidenalternatieven voor chemisch gedefinieerde antihypertensiva? Journal of Phytotherapy 2025; DOI: 10.1055/a-2534-4691
  • Blaschek W, Ebel S, Hackenthal E et al. Crataegus. Hagers Encyclopedia of Medicinal Products and Drugs. Stuttgart: WVG/Springer; 2014
  • Ontwerpbeoordelingsrapport over Crataegus monogyna Jacq. (Lindm.), C. laevigata (Poir.) DC. of hun hybriden; C. pentagyna Waldst. et Kit. ex Willd.; C. azarolus L. EMA/HMPC/116318/2024
  • Clouda A, Vilcinsa D, McEwen B. Het effect van meidoorn (Crataegus spp.) op de bloeddruk: een systematische review.  Med www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S2212958817301106
  • Zick SM, Vautaw BM, Gillespie B, Aaronson KD. Gerandomiseerde, geblindeerde studie naar chronisch hartfalen met meidoornextract (HERB CHF). Eur J Heart Fail . 2009;11:990-999.
  • Holubarsch DJF, Colucci WS, Meinertz T, Gaus W, Tendera M. De werkzaamheid en veiligheid van Crataegus-extract WS® 1442 bij patiënten met hartfalen: de SPICE-studie. Eur J. Heart Fail . 2008;10:1255-1263.
  • Pittler MH, Guo R, Ernst E. Meidoornextract voor de behandeling van chronisch hartfalen (review). Cochrane Database of Systematic Reviews. 2008; 1: Art.nr.: CD005312. DOI: 10.1002/14651858. CD005312.pub2.
  • Walker AF, Marakis G, Simpson E, et al. Hypotensieve effecten van meidoorn bij patiënten met diabetes die voorgeschreven medicijnen gebruiken: een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek. Br J Gen Pract . juni 2006;56(527):437-443.
  • Seyidoglu N, Karakçı D, Bakır B, Yıkmış S. Meidoornazijn in gezondheid met een focus op immuunreacties. Voedingsstoffen 2024; 16 (12): 1868

dinsdag, september 08, 2026

Bitterzoet of Solanum dulcamara

Zelfs in herfst en winter kom je de frisrode bessen van de Solanum dulcamara in de natuur nog tegen. Zowel de Nederlandse naam bitterzoet als de Latijnse naam dulcamara verwijzen naar de smaak van de bessen en van de steel.

Mijn standaardverhaal op een kruidenwandeling is, dat de plant eerst bitter, dan zoet smaakt en dat je daarna niets meer proeft omdat je dan dood bent. Ik geef toe, wel wat overdreven maar van deze nachtschade-achtige, familie van de zeer giftige wolfskers, moet je van de bessen toch niet overdadig eten. Tien bessen zijn genoeg om vergiftigingsverschijnselen bij kleine kinderen op te wekken. Meer dan dertig bessen kunnen een hond binnen drie uur doden. Een grote dosis bessen veroorzaakt remmen, diarree, rillingen over het hele lichaam, huiduitslag en spierpijnen.

Medische geschiedenis

Toch is deze klimplant tot voor kort gebruikt geweest als medicijn. Meestal en niet toevallig zijn het vooral de stelen die geneeskrachtig waren, ze zijn minder agressief dan de bessen en hebben vooral een zogenaamd drainerend of bloedzuiverend effect.

Dodoens schreef al over het kruid dat de wortel als een afkooksel in wijn 's ochtends en 's avonds drie uur voor de maaltijd opgenomen 'den buyck heel ledigh maect ende pisse ghemackelijck doet voortkomen'. En 1500 jaar eerder verteld Dioscorides hetzelfde verhaal.

Volgens Broeder Aloysius, een der laatste traditionele kruidenboekschrijvers uit het begin van de 20ste eeuw, moest het kruid worden gebruikt bij 'slijmtering, syphylis, scrophullen, jicht, reuma, astma en vooral bij venerische ziekten'.

En het werd zelfs als een soort kindersnoepje aangeprezen en gebruikt. In een Almanach der Kruidkunde uit 1800 werd het 'hoe-langer-hoe-liever' genoemd. Op het Nederlandse Walcheren werd het 'bitterzoethout' genoemd en ook 'wild zoethout' kwam voor. In Frankrijk draagt ​​de plant dezelfde naam 'réglisse sauvage'. Er werd dus zelfs op geknabbeld zoals op zoethout.

Bitterzoet, een elfenrank

Zonder meer ook een kruid dat tot de verbeelding spreekt, zoals dat met meer sterk werkende planten het geval is. Niet voor niets hoort het kruid bij de familie van de nachtschade, dit woord is mogelijk afkomstig van de Middelnederlandse 'nachtschaduw', gerelateerd aan de Deense 'natskade' (nachtraaf). In de Noorse mythologie had de god Donar altijd twee mythische raven bij zich.

Als toverkruid was het ook bij gewone mensen bekend. Om te voorkomen dat een aantal van de bewoners van een huis betoverd zouden worden, werd er vroeger een bosje bitterzoet in de kamer uitgesloten. In Duitsland hangen boeren de ranken om de nek van de koeien. Zelfs om de nek van de mummie van Toetankhamon zou een ketting van bitterzoet aangetroffen zijn.

Ook andere bijnamen specifiek naar magie, zoals 'alfsrancke' of elfsranke die ook Dodoens de plant al gaf. De magische wezens alfen of elfen zouden deze planten als rustplaats gebruikt hebben. Alfen en elfen zijn twee totaal verschillende wezentjes. Waar het alf kwaadaardig is, is het elfje vaker vriendelijk. Al spreek ik nu helaas niet uit ondervinding.

Nog weinig in gebruik

In de hedendaagse kruidengeneeskunde gebruiken we de stengels niet meer. We zijn veel voorzichtiger geworden, misschien te voorzichtig. Toch wordt het nog wel eens aangeboden. Is dat wel veilig? Misschien moeten we ons beperkten tot het uitwendig gebruik. Vroeger werd het gebruikt als kompres bij huidaandoeningen en bij nagelbedontsteking. Daar komt mogelijk de Engelse naam felonwort vandaan. Culpepper zegt: 'Landmensen nemen er gewoonlijk de bessen van, en nadat ze ze hebben gekneusd, passen ze ze toe bij nagelbedontsteking, en verlossen daardoor al snel hun vingers van zulke lastige gasten'.

Namen van bitterzoet

  • Engels: Bittere Nachtschade, Bitterzoet, Blauwe Nachtschade, Gewone Nachtschade, Dodelijke Nachtschade, Dulcamara, Fellen, Fellonwood, Felonwort, Fever Twig, Kakmachi, Morelle Douce-Amère, Mortal, Rubabarik, Scarlet Berry, Snake Berry, Staff Vine, Violet Bloom, Woody, Woody Nightshade
  • Nederlands: Bitterzoet, Elfrank, Hoe langer hoe liever, Wild zoethout, kwastjeshout, Schothout, Weerhout, Dulle kamare
  • Frans: Douce-amère, Réglisse sauvage, Morele grimpante, Vigne de Judée, Bois de ru
Bitterzoet, Solanum dulcamara een vreemde plant die in onze nuchtere tijd samen met de elfjes veel van zijn magische krachten verloren heeft.

Wetenschappelijk onderzoek

  • Boll PM. Alkaloidglycosiden uit Solanum dulcamara. IV. De samenstelling van bèta- en gamma-solamarine. Acta Chem Scand. 1963;17:1852.
  • Briggs LH, Vining LC. Solanum-alkaloïden. Deel X. De wijze van koppeling in het trisaccharidegedeelte van solanine en solasonine. J Chem Soc. 1953;2809.
  • Briggs LH, Cambie RC, Hyslop DM. Solanum-alkaloïden. Deel XVII. De suikereenheid van solamargine. J Chem Soc. 1975;2455.
  • Marker RE, Wagner RB, Ulshafer PR, Wittbecker EL, Goldsmith DP, Ruof CH. Sterolen. CLVII. Sapogeninen. 69. Isolatie en structuren van dertien nieuwe steroïde sapogeninen. Nieuwe bronnen voor bekende sapogeninen. J Am Chem Soc. 1943;65:1199.
  • Keeler RF, Baker DC, Gaffield W. Studies on Spirosolane-containing Solanum species and induction of congenital craniofacial malformations. Toxicon. 1990;28:873-874.
  • Krayer O, Briggs LH. Studies on solanum alkaloids: II. The anti-accelerator cardiac action of solasodine and some of its derivatives. Br J Pharmacol. 1950;5:517-525.
  • Friedman M, Henika PR, Mackey BE. Effect van het toedienen van solanidine, solasodine en tomatidine aan niet-zwangere en zwangere muizen. Food Chem Toxicol. 2003;41:61-71.
  • Jaggi R, Wurgler U, Grandjean F, Weiser M. Dubbele remming van 5-lipoxygenase/cyclooxygenase door een gereconstitueerd homeopathisch middel; mogelijke verklaring voor klinische werkzaamheid en gunstige gastro-intestinale verdraagbaarheid. Inflamm Res. 2004;53:150-157.
  • Dandekar DS, Lokeshwar VB, Cevallos-Arellano E, Soloway MS, Lokeshwar BL. Een oraal actief extract van een Amazoneplant (BIRM) remt de groei en metastase van prostaatkanker. Cancer Chemother Pharmacol. 2003;52:59-66.


vrijdag, september 04, 2026

Ontmoeting met edelweiss

Ook dit jaar wandelend en kruipend in de Italiaanse Alpen ontmoeten we de zeer zeldzame 'edele witte wollige' of te wel Edelweiss. Niet dat ik van plan ben om deze plantjes te plukken of om er tinctuur van te maken toch is deze plant in het verleden gebruikt geweest en ook nu wordt deze Leontopodium, weliswaar geteeld, als geneeskrachtige en cosmetische plant opnieuw gebruikt.

Leontopodium alpinum Cass.  behoort tot de familie Asteraceae; het geslacht Leontopodium bestaat uit 30-40 soorten, die voornamelijk in Azië voorkomen, met name in het Tibetaanse hoogland. De geslachtsnaam “Leontopodium” komt van het Griekse woord “Leontopodion”, waarbij in het Oudgrieks léon [λέων] leeuw betekent en podós [ποδός] voet of podárion [ποδάριον] en pódion [πγδιον] kleine voet betekent; de geslachtsnaam verwijst naar de viltachtige “bloemblaadjes”, die op leeuwenpoten lijken 

In Engelstalige landen staat edelweiss nog steeds bekend als "lion's foot" en "lion's paw", en in het Frans als "pied-de-lion". De vorm van de bloem heeft ook geleid tot de volksnamen "Étoile de Glacier" en "Étoile d'Argent" in het Frans, en "Stella alpina" in het Italiaans. In Duitstalige landen zijn er ook talrijke volksnamen, waaronder "Bauchwehblüml" (verwijzend naar het gebruik ervan in de volksgeneeskunde!) en "Löwentrapp".

Tijdens de Renaissance stond edelweiss bekend als "Gnaphalium", afgeleid van het Oudgriekse γνάφαλον (gnáphalon), wat "wol" en "vilt" betekent. In de 16e eeuw stond L. alpinum bekend als "wolbloem" en werd ook zo genoemd door de Zürichse natuuronderzoeker Conrad Gessner (1516–1565) in zijn werk 'Historia Plantarum' (1541). De Italiaanse botanicus Pietro Andrea Mattioli ("Matthiolus", 1501–1577) beeldde edelweiss voor het eerst af onder de naam "Leontopodium" in zijn werk 'Compendium de Plantis omnibus'. De naam ‘edelweiss’ werd voor het eerst gedocumenteerd in de Oostenrijkse bergstreek in de 18e eeuw en wordt nu ook in vele talen gebruikt.

Traditionele medicinale toepassingen van edelweiss

Het gebruik van het kruidengeneesmiddel edelweiss, Herba Leontopodii, in de volksgeneeskunde van de Alpenregio is al eeuwenlang bekend. In de 16e eeuw werd de plant afgebeeld in het kruidenboek van Jacobus Theodorus (1522-1590), beter bekend als Tabernaemontanus, hoewel hij opmerkte dat het kruid niet medicinaal werd gebruikt, maar dat het wel, net als de kruiden tegen dysenterie, kon worden ingezet, wat suggereert dat het werd gebruikt bij de behandeling van diarree en dysenterie.

Edelweiss wordt in de volksgeneeskunde in de Alpenregio al sinds de 19e eeuw gebruikt voor de behandeling van buikpijn, angina, bronchitis, diarree en dysenterie bij zowel mensen als dieren (Dalla Torre, 1895). Bij kinderen met aspecifieke buikpijn wordt het gekookt in melk; bij darmkrampen wordt het gebruikt als soep, gemengd met havermoutpap.

Edelweiss voor de huid

Sinds 2000 is deze koningin van de alpenbloemen onderwerp van farmacologisch onderzoek. Cosmetische bedrijven ontwikkelen er nu producten van, waaronder zonnebrandcrèmes, antirimpelcrèmes en bodylotions. De plant wordt gekweekt onder de naam Leontopodium "Helvetia", het heeft antimicrobiële, maar vooral ontstekingsremmende en antioxiderende eigenschappen. De flavonoïden zijn bijzonder effectief als zonbescherming en beschermen de menselijke huid, net als de plant zelf, tegen de brandende bergzon; ze zijn ook geschikt voor huidverzorging na het zonnebaden. Ze binden vrije radicalen, hebben celbeschermende en ontstekingsremmende effecten, versterken de bloedvaten en verminderen de broosheid van de haarvaten. Dankzij het edelweisszuur, de tannines, flavonoïden en chlorogeenzuren voorkomt edelweiss de vorming van schadelijke vrije radicalen die verantwoordelijk zijn voor vroegtijdige huidveroudering, en verzorgt het de huid bij couperose en spataderen, een ontstoken, onzuivere en gevoelige huid en een verminderde elasticiteit.

Effecten op het maag-darmkanaal

In een muizenstudie werd het effect van extracten van het kruid L. alpinum op de peristaltiek van het maag-darmkanaal onderzocht in vergelijking met het geneesmiddel loperamide en een placebo. Hiertoe kregen de muizen vóór aanvang van het experiment een preparaat met actieve kool.  Een verkorting van de transittijd (d.w.z. een afname van de maag- en darmperistaltiek) werd waargenomen voor het dichloormethaanextract van de bovengrondse delen van L. alpinum, vergelijkbaar met wat werd waargenomen voor het geneesmiddel loperamide. Deze resultaten suggereren dat edelweissextracten een antidiarrheale werking kunnen hebben.

Conclusie

Edelweiss is een symbool van de Alpen en heeft mensen door de eeuwen heen gefascineerd vanwege het unieke uiterlijk van de bloemen. Het medicinale gebruik ervan door de lokale bevolking heeft slechts een ondergeschikte rol gespeeld. Farmacologische studies naar edelweissextracten en, in sommige gevallen, naar geïsoleerde bestanddelen, bevestigen het traditionele gebruik ervan op basis van de bewezen ontstekingsremmende, pijnstillende en antimicrobiële werking, evenals het vermogen om de peristaltiek van het maag-darmkanaal te remmen. 

Wetenschappelijk onderzoek

Tauchen J, Kokoska L. De chemie en farmacologie van edelweiss: een overzicht. Phytochem Rev 2017; 16:295-308. doi:10.1007/s11101-016-9474-0

maandag, augustus 24, 2026

Vlier, geen verboden vrucht

Wie kent er onze vlierstruik niet? Een plant die net zoals de brandnetel graag bij de mensen groeit en dus ook in onze tuin thuishoort. Redenen om hem in je hart en in je tuin op te nemen zijn er genoeg, ten eerste is het een makkelijke groeier op onze zwaar bemeste, stikstofrijke gronden, ten tweede is het een mooie struik met zijn crèmewitte, voluptueuze bloesem en zijn donkerpaarse bessen en ten derde is er bijna alles van te gebruiken.

Het geslacht Sambucus behoort tot de familie van de Kamperfoelie, samen met de Sneeuwbes en de Gelderse roos. Typische kenmerken van de Vlier zijn, de vreemde geur van het samengesteld blad, het zachte hout met wit merg (een soort isolatiemateriaal), de roomwitte bloesem en de paarskleurige, sappige vruchttrossen. Voor de tuin kan ook de Peterselievlier, een variëteit met dubbelgeveerd en diep ingesneden blad of de Trosvlier, vroeger Bergvlier, een soort van zuurdere, lichtvochtige eikenbossen, gebruikt worden. Natuurlijk bestaan er ook variëteiten van onze Vlier, zoals ‘Aurea’ met gelig blad en ‘Variegata’ met geel gevlekt blad, interessante struiken die wat afwisseling brengen in een grotere bostuin. Maar vergeet zeker de gewone Vlier niet! Vlier is gewoon te koop in de tuincentra bij het zogenaamd bosplantsoen, maar zaaien gaat ook zeer goed, of laat het anders maar aan de vogels over, zij eten de bessen op en dumpen de zaden met bemesting en al in je vogelvriendelijke tuin. Een bostuin op voedselrijke grond kan niet zonder vlier. Combineer met één- of tweestijlige Meidoorn, Mispel, Gelderse roos, Hazelaar en Hondsroos om een aantrekkelijk vogelbosje te creëren waar je zelf ook van kan snoepen.

Gebruiksvriendelijke vlier in het verleden

Er zijn weinig struiken die zo veel gebruikt geweest zijn in het verleden als de Vlier. De bloesem werd vers met beignetdeeg gefrituurd of gedroogd als thee gebruikt om winterse viruskwalen te verzachten, van de rijpe bessen werd gelei en hoestsiroop gemaakt en zelfs het blad en de schors hadden geneeskrachtige, vochtafdrijvende werking.

Vlierhout werd ook voor de vreemdste rituelen gebruikt. Men sneed wichelroeden van de takken, in sommige streken nam men de maat van een overledene met een vlierstok of werd een bladerloze scheut als zweep gebruikt door de koetsier van de lijkwagen. Vlier als begeleider en gezondhouder van de levenden, maar als je dan toch dood ging was hij je ook nog van dienst.

Medicinale vlierbloesem

Sambuci flos, zo beschrijft de farmacopee de bloeiwijze van vlier, die gebruikt wordt omwille van zijn zweetdrijvende werking bij virusinfecties met koorts, vooral bij verkoudheid en griep. De bloemtrossen worden geplukt in juni bij het begin van de bloei, een gedeelte van de kleine bloempjes is dan nog niet open, ze worden achter de groene hoofdstengel afgeknipt en zo in trossen opgehangen en gedroogd. Na het drogen kun je eventueel de bloemen van de stengels afritsen om zo een smakelijker product te verkrijgen. Het plukken en drogen moet zonder kneuzen verlopen, omdat anders de witgele bloempjes bruin worden en gedeeltelijk hun waarde verliezen. Infuus, in heet water minimum 5 minuten afgedekt laten trekken is de beste manier om vlierbloemen te gebruiken. Gemengd met Echte kamillebloemen en Lindebloesem krijg je een perfecte thee bij griep, die zeer goed werkt op voorwaarde dat bij de allereerste symptomen enkele dagen overvloedig veel (1liter) en heet van gedronken wordt. Natuurlijk moet je daarbij ook warm binnen blijven en rusten. De Rode zonnehoed, een ander kruid uit onze kruidige siertuin, kunnen we er als zelfgemaakte tinctuur bij gebruiken om de lichamelijke weerstand te verhogen, vooral als je gemakkelijk verkouden of grieperig wordt. De laatste jaren is het traditioneel gebruik van de Vlier ook wetenschappelijk wat onderbouwd. Onderzoekers konden enkel flavonoïden isoleren, stoffen die er voor zorgen dat het griepvirus minder makkelijk in een gezonde cel kan binnen dringen, waardoor we minder snel ziek worden en vooral vlugger herstellen.

Vlierbloesem kunnen we niet alleen als medicijn gebruiken, maar er ook een smakelijke limonade van maken, gedroogd in cake, koek of brood verwerken en de bloesems frituren als beignets. De verse trossen kunnen we ook als decoratie gebruiken, alleen verandert de fijne geur in een gesloten ruimte vrij snel in een pisachtige stank. De allereerste keer dat ik een mooi vlierboeketje maakte, heb ik s’anderendaags een uur gezocht ‘naar waar die kat gepist had’. Ge bent dus gewaarschuwd!

Rob Sambuci, vliersiroop van de rijpe bessen

De bessen worden geplukt als ze volledig rijp, bijna zwart zijn en met honing of suiker tot sap of siroop verwerkt. De onrijpe bessen bevatten nog blauwzuurverbindingen en zijn daardoor licht giftig. Bij het afrijpen en het koken verdwijnen deze stoffen en kunnen we volop genieten van zijn goede kwaliteiten. Naast zijn gebruik bij griep heeft het sap ook zogenaamde bloedzuiverende eigenschappen en zou jicht en zenuwpijnen verlichten. Probeer het eens als kompres, al wordt dat wel een kleurige smeerboel! Van de bessen wordt ook een goede vruchtenwijn gemaakt. Verder gebruikte men het sap om rode wijn en port te vervalsen. Een merkwaardig gevolg was, dat reuma- en jichtlijders zich beter voelden door het drinken van goedkope port omdat... daar vliersap in verwerkt was. Vliersap een beetje gezoet, verwarmd, met kruidnagel en kaneel, is voor mij een grappige en smakelijke vervanger van glühwijn.

In de keuken

Vlierbessen hebben een wat vreemde zoete smaak met zelfs enige bittere nasmaak, waar we wel even moeten aan wennen. De oude recepten die hier vermeld worden vragen soms wel wat persoonlijke aanpassing, experimenteren dus maar!

Een Engels oorlogsrecept voor jam: 6 delen vlierbes en 6 delen appel apart gaar koken, zeven en met 12 delen suiker inkoken, eventueel een geleermiddel toevoegen. Zelf doe ik er wel eens een klein beetje kaneel bij. Vlierbloesemazijn van John Evelyn uit 1664 smaakt ook nu nog goed, gewoon gedroogde bloesem 8 dagen in azijn laten trekken, smakelijk bij vruchtensalade. Bloemknoppen zitten al in februari aan de struik, in azijn geconserveerd kunnen zij als een soort kappertjes gebruikt worden. En wat denk je van de bessen ingekookt met azijn en gekruid met sjalotten, gember, nootmuskaat en peperkorrels als een soort ketchup of chutney te verorberen. Ik geef toe, nogal gedurfde recepten! Een veel klassiekere toepassing is onze vlierbloesemlimonade die soms wat overdreven champagne genoemd wordt.

Buiten de keuken.

Te proberen is het blad gekookt in water als vliegenverdrijvend middel of als insecticide, de ouwe Plinius gaf ons 2000 jaar geleden al dit huis- en tuinmiddeltje. Dezelfde Plinius adviseerde de vlierplant nogal ritualistisch om appels langer te bewaren, een toepassing die we regelmatig terug vinden en dan niet alleen als conserveermiddel maar ook om de vruchten te aromatiseren. Het proberen meer dan waard! Bloesemwater werd vroeger veel gebruikt bij huidirritatie, kloven, ruwe handen en als cosmetica om een gladde en witte huid te verkrijgen. Aqua Sambuci was ten andere een officinale bereiding in de Engelse farmacopee. Het verzachtend en vettend effect op de huid ervaar ik elk jaar weer bij het plukken van de prachtige bloesems, deze werking hebben we te danken aan de vrije vetzuren en de vele slijmstoffen die overdadig met het stuifmeel op mijn armen terecht komen. Een natuurlijk schoonheidsbad wat ik zeer goed kan gebruiken.

De vlier van mijn jeugd.

Als jongen van veertien, was ik natuurlijk niet bewust met natuur bezig, maar die natuur en de vlier was wel het decor waarin we onze avonturen beleefden. Voor kinderen, in elk geval voor mij, is Vlier altijd een avontuurlijke struik geweest. De oudste exemplaren deden dienst als geheime schuilplaatsen voor onze Robin Hoodbende en de uitgeholde stengels werden als blaaspijpen, proppenschieters en als fluitjes gebruikt. Onoverwinnelijk waren we bij de Hoegaardse fabriekvijvers beschut door de bladkoepel van de Vlier en omringd door een muur van kindhoge brandnetels, waar wij alleen doorheen geraakten.

Vijfendertig jaar later sta ik terug in Hoegaarden om er de volste vlierbloesems te plukken die er bestaan en bedekt met het verzachtende stuifmeel voel ik me voor eeuwig gelukkig. Zo kan het vliermoedertje vrouw Holle niet alleen je tuin versieren, of je gezondheid verbeteren maar ook nog je gemoed aanspreken en dat zou elke plant in de ideale tuin moeten doen.

Nota. Artikel geschreven zowat 30 jaar geleden. Uit mijn digitaal boekje De Kruidige Siertuin.

zondag, augustus 23, 2026

Chaga ontdekt

Als rechtgeaarde herborist was ik al enkele jaren op zoek naar de Chaga, een oud middel dat de laatste jaren ook in Europa weer populair werd. En dan, na vele jaren zoeken ontdekken we vandaag zomaar in eigen tuin die fameuze Chaga. 

Deze zwam Inonotus obliquus, vooral bekend als "chaga", heeft een lange geschiedenis van traditioneel gebruik. De harde, houtachtige massa wordt gekookt en als thee gedronken en men gelooft dat het een verscheidenheid aan aandoeningen kan behandelen, waaronder kanker, virale, bacteriële infecties en spijsverteringsproblemen. Recente studies naar de medische toepassingen en gezondheidsvoordelen van Chaga hebben een krachtige antikanker, immuunversterkende en antioxiderende eigenschappen aan het licht gebracht. Chaga is daarmee een van de meest onderzochte medicinale schimmels geworden.

Inonotus obliquus wordt al sinds de oudheid in de volksgeneeskunde gebruikt. Een van de oudste documenten die het gebruik van de paddenstoelen voor medicinale doeleinden bevestigt, is het werk van Hippocrates, "Corpus Hippocraticum".  De vader van de geneeskunde gebruikte aftreksels van deze paddenstoel uitwendig om wonden te reinigen.

In Oost-Europa wordt de chaga-paddenstoel al sinds de 12de eeuw gebruikt. Historische bronnen beschrijven de genezing van een liptumor in een Kievse Kniaz. Inonotus obliquus werd in de traditionele geneeskunde door de Siberische bevolking voor vele indicaties gebruikt. De paddenstoel werd toegepast vanwege zijn antiparasitaire, antituberculose-, ontstekingsremmende en gastro-intestinale eigenschappen. Hij werd ook aanbevolen bij hart- en leveraandoeningen. Meestal werd hij gebruikt in de vorm van infusies, inhalaties of waterige maceraten. Ook werden antiseptische zepen met I. obliquus bereid voor uitwendig gebruik. Halverwege de 20e eeuw werden chaga-infusies in Siberië als theevervanger gebruikt. Relatief vroeg werd aandacht besteed aan het potentiële antitumorale of ondersteunende effect van I. obliquus bij de behandeling van kanker, wat vooral belangrijk was vóór het tijdperk van de wetenschappelijke oncologie. Dergelijke beschrijvingen zijn te vinden in populaire literatuur, bijvoorbeeld in Aleksander Solzjenitsyns 'Kankerafdeling'. 

In Azië (China, Japan, Korea), Rusland en de Baltische staten werden extracten van de chaga-paddenstoel gebruikt vanwege hun gunstige effecten op het plasmalipidensysteem en de hartfunctie, evenals hun antibacteriële, ontstekingsremmende en antikankeractiviteit. Bovendien kan de antioxiderende werking van I. obliquus belangrijk zijn voor de preventie van aan vrije radicalen gerelateerde welvaartsziekten (atherosclerose, kanker, diabetes, versnelde veroudering en degeneratieve ziekten van het centrale zenuwstelsel).  

Chaga en kanker

Wereldwijd gebruiken traditionele genezers extracten van chaga tegen kanker. In dierstudies blijkt toediening van chaga ook inderdaad kanker te kunnen afremmen. [Mol Cells. 2011 Feb;31(2):165-73.] [Life Sci. 2006 May 30;79(1):72-80.]

Een deel van het werkingsmechanisme van chaga is dat stoffen in de paddenstoel het immuunsysteem prikkelen. Aan de ene kant remt Chaga allergische reacties door het immuunsysteem, [J Ethnopharmacol. 2011 Oct 11;137(3):1077-82.] [Int Immunopharmacol. 2013 Apr;15(4):666-70.] [Int Immunopharmacol. 2020 Apr:81:106244.] aan de andere kant activeert chaga het immuunsysteem om ontspoorde cellen en pathogenen op te ruimen. [Fish Shellfish Immunol. 2012 Jun;32(6):1148-54.] [Mol Cell Probes. 2018 Oct:41:43-51.] Tegelijkertijd bevat chaga stoffen die kankercellen doden. 

Moleculaire biologen van Showa University in Japan gaven muizen 3 weken achtereen elke dag via hun drinkwater een extract van chaga. Daarna injecteerden de onderzoekers longkankercellen in de flanken van hun proefdieren. Dat deden ze ook bij muizen die geen chaga-extract hadden gekregen. In de muizen van de chagagroep werden de tumoren minder groot en zwaar. Op scans zagen de Japanners minder uitzaaiingen in de longen van de muizen die chaga hadden gekregen dan in de longen van de controlegroep.

zaterdag, augustus 15, 2026

Zeepkruid, schuimend plantje

Dat de plant zeepkruid, zeepstoffen bevat, lijkt me nogal vanzelfsprekend en dat hij ooit en nu terug opnieuw als zeep gebruikt werd en word, is ook niet verwonderlijk. Gewoon verse bloemen tussen de handen fijn gewreven, zorgen al voor een schuimend en schoon makend effect.

Saponaria officinalis, het zeepkruid, behoort tot de familie der Caryophyllaceae. Het is een kruidachtige, overblijvende plant met tegenoverstaande, elliptische bladeren, die boogvor­mige nerven bezitten. De bloemkroon is rose, lichtviolet of wit en de kroonbladen zijn beneden in een fijne punt, de nagel, uitgetrokken.

Er zijn 5 kroonbladen. De kelk is tot een buis vergroeid. De bestuiving gebeurt bijna uitsluitend door vlinders. De nec­tar ligt namelijk zeer diep en alleen insecten met zeer lange tong kunnen deze bereiken. Het zijn dan ook voor­al nachtvlinders, zoals de ligusterpijlstaart, die de bloe­men bestuiven. Hommels plegen echter dikwijls inbraak; zij bijten een gat in de kelkbuis en bereiken zo de nectar. Spannend? Van dichtbij bekeken in elk geval wel.

Groeiplaats en afkomst van Saponaria

Het simplex, Saponariae radix, wordt gevormd door de wor­tels met de zeer vele roodbruine bijwortels. Vanuit de wortelhals groeien vele stolonen, wortelstokken, die er voor zorgen dat de plant zich gemakkelijk kan verspreiden. Het is moeilijk na te gaan uit welke landen het zeepkruid stamt. De plant komt voor in midden - en zuid Europa, maar niet in het hoge noorden. Men vindt Saponaria nog in Denemarken en Zuid Zweden, maar meer noordelijk niet. Men vindt het zeepkruid in geheel gematigd Azië, Siberië, Klein Azië en Japan, nu ook in Noord -en Zuid Amerika, daar zal het wel door de mens terecht gekomen zijn. Men veronderstelt dat de plant uit het Mediterrane gebied stamt en dat zij zich zowel spontaan, als door de cultuur verbreid heeft. De wortel was vroeger zeer bekend als wasmiddel voor fij­ne stoffen en daarom werd zeepkruid dikwijls aangeplant. Daardoor vind men het zeepkruid vooral langs wegen en rivieren. In ons land is zeepkruid een echte rivierenplant, vooral in het gebied van de Maas is de plant vrij algemeen en ook in het duingebied.

Het voorkomen rond de grote steden komt door het opspuiten van laaggelegen terreinen met duinzand. Er zijn nog wat verspreide vindplaatsen van uit tuinen ontsnapte planten. Zo vind je zeepkruid met dubbele bloemen veel langs oude spoorwegen en bij de vroegere seinhuisjes, waar het standaard door Belgische spoorwegen werd aangeplant.

Radix saponariae, de wortel van zeepkruid

Het deel dat medicinaal werd gebruikt, waren vooral de wortels en de bijwor­tels, die in hoofdzaak in het vroege voorjaar verzameld werden; dikwijls oogst men ook in de herfst. Zij werden bij ca 55° ge­droogd, om afbraak van de bestanddelen tegen te gaan. Dik­ke wortels werden in de lengterichting gespleten. Men kweekt wel uit zaad, doch beter uit stolonen met een lengte van 5 tot 20 cm, die men bij de oogst van de wortels verzameld heeft. In Duitsland is er een beperkte cultuur; men kweekt vooral de vorm "Erfurter Seifenkraut ", met rose enkele bloemen.

De rode zeepwortel moet niet verwisseld worden met de wit­te, deze stamt van Gypsophila-soorten, o.a. G .paniculata, de­ze wortel is veel dikker en lichtbruin aan de buitenzijde.

Inhoudsstoffen van zeepkruid

Voornamelijk saponinen. Daarnaast vindt men suikerachtige stoffen en een spoor vluchtige olie. Saponinen smaken dikwijls zeer scherp en kunnen bij inade­ming de slijmvliezen zeer sterk prikkelen. Alle hebben een haemolytische werking, d.w.z. als men rode bloedlichaampjes in een saponine "oplossing" brengt, dan wordt de wand van het rode bloedlichaampje doorlatend en de rode kleurstof, haemoglobine, treedt naar buiten. De eerst ondoorschijnende vloei­stof wordt nu plotseling helder. Hieraan ziet men dat de sa­poninen, indien zij in de bloedbaan geraken, giftig zijn. Bij inname door de mond is de werking niet sterk, omdat de opname slecht is, d.w.z. de saponinen worden slechts langzaam in het bloed opgenomen, wellicht worden zij in het maag­darm-kanaal afgebroken.

Mogelijk is het haemolytisch effect de verklaring voor hun gif­tige werking op vissen, immers via de kieuwen kunnen de sa­poninen gemakkelijk in het bloed overgaan. Vele saponinen zijn dan ook sterke visvergiften.

Vroeger medisch gebruik

Dodoens vermeldt wel erg veel medische toepassingen. ..... doet water maken/ ende camerganck hebben, breeckt den steen/ ende doet den selven met die urine rijsen, es goet den ghenen die hoesten/ cort van adem ende benaut van borsten sijn, verweckt die natuerlijcke cranckheyt der vrouwen/ ende treckt af die secondine ende doode vruchten.

En dan 2 werkingen waar we planten met zeepstoffen (saponinen) vandaag nog voor gebruiken. Dese wortel doet oock niesen met huenich in die nuese ghedaen ende in die mont ghenomen treckt veel fluymen ende vochticheyt uut den hoofde. Met azijn ende meel van gersten mout dese wortel ghelijck een salfken vermenght/ gheneest die quade scorfticheden ende die plecken ende vlecken van der huyt. Dus als slijmoplossend middel voor neus en keel en als een soort lotion om de huid te reinigen onder andere bij acne. Voor de huid als lotion is het zeker wel interessant.

Volgens de Flora Batava is het een schoonheidswater omdat het 'de eigenschap bezit de huid blank en zacht te maken' zelfs tegen schurft zou het uitwendig gebruikt geweest zijn.

In de moderne fytotherapie wordt het zeepkruid nog weinig gebruikt, het zijn eerder minder sterkere en veiligere zeepstofplanten zoals zoethout en primula die nu nog in preparaten verwerkt worden.

Wetenschappelijk onderzoek Saponaria en saponinen

  • Koike, K. et al (1999). New triterpenoid saponins and sapogenins from Saponaria officinalis J. Nat.Prod. 62 16559.
  • Jia, Z. et. al (1998) Major triterpenoid saponins from Saponaria officinalis J. Nat. Prod. 61 136873.
  • Deumie, J. and martinSans.E. (1922) Intoxication with soapwort. Bull Sci Pharmacol. 29: 379384
  • Aliotta, G. (1987) A Preliminary account on poisonous wild plants of Campania (Italy). Fitoterapia 58: 249256.
  • Cebo, B. (1976). Pharmacological properties of saponin fractions obtained from domestic crude drugs Saponaria officinalis, Primula officinalis and Aesculus hippocastanum. Herba Polonia, 22 154.
  • Bogoiavlenskii, A.P. et al (1999). Immunostimuating activity of a saponincontaining extract of Saponaria officinalis. Vopr Virusol. 44 229232(Russian)

Postelein. Een gezond onkruid dat van warmte houdt.

Postelein (Portulaca oleracea), ook wel zomerpostelein genoemd, is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, maar is nu wereldwijd verspreid. Het is een van de meest voorkomende onkruiden in warme streken. Deze warmteminnende plant is echter vrij zeldzaam in onze regio. De kans is het grootst dat je hem aantreft in kassen, tuinen en wijngaarden. Door klimaatverandering wordt verwacht dat de plant zich de komende jaren verder zal verspreiden.

Postelein is ook heel gemakkelijk zelf te kweken. Zaai de vorstgevoelige plant vanaf maart direct op de uiteindelijke standplaats. Postelein kiemt het best in licht, dus leg de zaden in vochtige grond en druk ze stevig aan. Bedek ze niet met aarde. Je kunt al na 4-6 weken oogsten!

Deze eenjarige pioniersplant groeit kruipend. De rijk vertakte stengel kruipt over de grond. De spatelvormige bladeren zijn opvallend, opmerkelijk dik en sappig. Zomerpostelein is niet verwant aan winterpostelein (Claytonia perfoliata), die wordt geteeld en verkocht als sla. 

Heerlijk en gezond

Dit onkruid, dat veel voorkomt in warme klimaten, werd door de Romeinen in Centraal-Europa geïntroduceerd. In de middeleeuwen was het zo populair als groente dat het zelfs in tuinen werd verbouwd. Helaas raakte het in de 19e eeuw grotendeels in de vergetelheid. De bladeren en scheuten zijn smakelijk in salades en als spinazie-achtige groente, maar ook in smoothies, kruidenkwark, eiergerechten en soepen. Postelein heeft een licht zoutige en verfrissend pittige smaak. Het smaakt het lekkerst rauw; je kunt het zo opeten. De beste tijd om het te plukken en te oogsten is vóór de bloei, wanneer de bladeren knapperig en sappig zijn. Na de bloei worden ze wat bitterder. Deze wilde groente smaakt niet alleen heerlijk, maar geeft je maaltijd ook een gezonde boost: postelein bevat uitzonderlijk veel kalium (585 mg/100 g), magnesium (245 mg/100 g) en ijzer (3,1 mg/100 g). Vergeleken met sla bevat het zowat 20 keer zoveel magnesium! Bovendien bevat dit knapperige wilde kruid veel caroteen, provitamine A en meer omega-3-vetzuren dan welke andere bladgroente dan ook.

Wel hoge hoeveelheid oxaalzuur.

Ondanks de vele gunstige eigenschappen van postelein, is het nodig om te vermelden dat het een hoog gehalte aan oxaalzuur bevat. Net als spinazie, snijbiet, rabarber en zuring, behoort postelein tot de planten met een hoog gehalte aan oxaalzuur. Oxaalzuur is echter alleen schadelijk voor het lichaam in grote hoeveelheden. Hoge doses kunnen de nieren belasten, dus mensen met nieraandoeningen zouden het gebruik ervan moeten vermijden. Bovendien remt oxaalzuur de opname van mineralen zoals calcium, magnesium en ijzer. Voor gezonde mensen met voldoende voedingsstoffen is er niets mis mee om groenten te consumeren die oxaalzuur bevatten. Dergelijke voedingsmiddelen zouden echter niet dagelijks op het menu moeten staan.

Er bestaat ook een truc om het oxaalzuurgehalte in voedsel te verlagen: als het voedsel dat u consumeert rijk is aan calcium, bindt het calcium het oxalaat in het spijsverteringskanaal, waardoor het kan worden uitgescheiden zonder het lichaam te belasten. Het is daarom verstandig om postelein te bereiden met calciumrijke voedingsmiddelen, zoals sojaproducten, harde kazen of zuivelproducten.

Voeding als medicijn

Postelein is in onze regio relatief onbekend als medicinale plant, maar in veel andere landen vormt het een integraal onderdeel van de traditionele geneeskunde. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt de plant dan ook een "wereldwijd wondermiddel". De talloze toepassingen van postelein wereldwijd, die al eeuwenlang worden gebruikt, bevestigen deze beoordeling. In China wordt postelein omschreven als een "groente voor een lang leven" en het is al millennia lang een belangrijke medicinale plant in de traditionele Chinese geneeskunde.

De afgelopen tien jaar zijn er talloze studies gepubliceerd over de farmacologische effecten van postelein. Deze studies tonen aan dat het een uitzonderlijk breed scala aan eigenschappen bezit. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat het antidiabetische, antimicrobiële, ontstekingsremmende, leverbeschermende, neuroprotectieve, bloeddrukverlagende, cholesterolverlagende en wondhelende  effecten heeft.

Bijzonder opmerkelijk is het neuroprotectieve effect, aangezien de plant de werkingsduur van de belangrijke neurotransmitter acetylcholine verlengt. Ook is een antivirale werking aangetoond, met name tegen het herpes simplexvirus. De talrijke omega-3-vetzuren blijken een positief effect te hebben op het cardiovasculaire systeem, doordat ze de bloedvetten en de bloedsuikerspiegel verlagen. Dit helpt aderverkalking en hoge bloeddruk te voorkomen.

Voor ziektepreventie zouden deze smakelijke wilde groenten zeker op ons menu moeten staan. Zoals een oud gezegde zegt: voeding hoort ons medicijn te zijn!

Recept: Posteleinsalade

Ingrediënten

  • 150 g jonge posteleinscheuten
  • 200 g tomaten
  • ½ komkommer
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels balsamicoazijn
  • 1 theelepel sojasaus
  • 2 eetlepels crème fraîche 
  • peper en zout
  • optioneel: 100 g feta

Hak de postelein grof, snijd de tomaten en komkommer in plakjes. Klop alle overige ingrediënten door elkaar tot een dressing en meng deze door de salade. Je kunt er eventueel ook wat in blokjes gesneden feta doorheen roeren.

Conclusie

Postelein is een warmteminnend onkruid dat door klimaatverandering steeds vaker voorkomt in onze regio. Weinig mensen zijn zich echter bewust van de gunstige eigenschappen ervan. In India en China is postelein daarentegen een populaire groente. Dus het proberen waard.

Literatuur

  • Yan-Xi Zhou et al. Portulaca oleracea L.: Een overzicht van fytochemie en farmacologische effecten. BioMed Res Int 2015; DOI: 10.1155/2015/925631