vrijdag, september 03, 2021

Varkensgras

Varkensgras. Deze kruipende plant groeit overal tussen straatstenen. Veel voorkomend dus maar helaas heel veel op vuile plaatsen. Gelukkig kwam ik vandaag frisse varkensgrassen tegen langs een rustige, propere veldweg. Het moment om te oogsten. De hele bovengrondse bloeiende plant kan van uit de penwortel afgeknipt worden, door oa het hoog gehalte aan kiezelzuur is het kruid ook goed te drogen

Etymologie. Over de naam van de plant
De naam varkensgras is waarschijnlijk ontstaan, omdat het als varkensvoer werd gebruikt. Al kan ik mij dat moeilijk voorstellen, want aan dit schrale kruid valt weinig te eten. Zou het mogelijk als vies gras bedoeld geweest zijn? Of zou het medicinaal nuttig zijn voor varkens? Of wil men op deze manier, het ordinaire, het vuile van deze plant uitdrukken, door het ‘varken’ te noemen? Veel vraagtekens, dus ik weet het niet, al opteer ik voor de laatste mogelijkheid. Alhoewel, in de 16de eeuw zou het gebruikt geweest zijn om de eetlust bij varkens te verhogen. Misschien toch iets voor de varkensbio-industrie.

Doordat het zo sterk groeit heeft het ook veel volksnamen gekregen in de trant van ‘kruip bij de weg’, wegengras,en kreupelgras. In sommige streken werd het ook ijzerkruid genoemd. Mogelijk omdat het zo sterk is als ijzer. Als ik het op de zandpaden in de tuin wil weghakken, geraakt de hak er zelfs niet van de eerste keer doorheen.

Polygonum, de officiële naam van varkensgras
Polygonum komt natuurlijk van polys, veel en gonus, knoop en verwijst naar de knopige stelen, die zo eigen zijn aan de hele familie. De soortnaam aviculare; van het Griekse avis, vogel, mogelijk omdat het zaad goed vogelvoer is, of omdat de bladeren op een vogeltong lijken of de groeiwijze lijkt op een vogelpoot. Andere volksnamen waren ook mussetong en vogelvoet.

Proserpinaca
Dodoens schreef nog dat het kruid volgens Apuleius 'Proserpinaca' heette, omdat het over de aarde kruipt waar Proserpina regeert. In het Grieks heet deze koningin van de onderwereld Persephone. In de Latijnse tekst van het Antidotarium Nicolaï wordt varkensgras aangeduid met 'proserpinata', wat later vertaald werd tot 'weeggras' of 'weggras'. De Latijnse naam is een afleiding van proserare, ten goede doen keren, wat weer op de geneeskracht duidt.

Looistofplant
Medicinaal is het een echte looistofplant, die traditioneel als bloedstelpende middelen gebruikt werden. En dat vind je als een rode draad doorheen de geschiedenis terug. Dioscorides schreef dat het tegen bloedspuwen en buikloop werkzaam is en Plinius voegde er nog neusbloedingen aan toe. Hij noemde het kruid ‘sanguinaria’ van bloed en vele eeuwen later vertaalde Dodonaeus dat als ‘bloedt-cruydt’. Hij schrijft:

‘Tsap van Wechgras ghedroncken es goet tseghen dat bloet spouwen/ t bloet pissen/ ende tseghen alle bloet ganck/ ende helpt den ghenen die overvloedichlijck overgheven ende camerganck hebben.
De bladeren van Wechgras in wijn oft water ghesoden ende ghedroncken stelpen alderhande loop des buycx/ dat root melizoen/ der vrouwen overvloedighe cranckheyt/ tbloet spouwen ende alle bloetganck/ ghelijck dat sap.
Tsap van Wechgras met een pessus in der vrouwen scamelheyt ghedaen stelpt die vrouwelijcke cranckheyt ende die overvloet/ in die nuese ghesteken stoppet dat bloeyen uut die nuesen/ in die ooren ghedruypt benempt die pyne ende gheneest dat ghesweer der selver.


Dus allemaal bloedstelpende, samentrekkende werkingen.

Suikerziekte
Er is verder nog één volkse toepassing, waar de mensen mij al dertig jaar op wijzen en dat is zijn gebruik tegen ouderdomsdiabetes. Wetenschappelijk zijn daar weinig aanwijzingen voor maar in de realiteit lijken diabetici zich goed te voelen bij het gebruik van varkensgras. Ik combineer het dan ook met andere, wel wetenschappelijk onderbouwde planten voor suikerziekte zoals Paardenbloem en Klitwortel.

Namen

Dodonaeus: Polygonon mas, Sanguinaria, Sanguinalis, Proserpinaca, Seminalis (Centumnodia), Wechgras Verkens gras, Duysent knoop manneken.
Engels: knotweed, prostrate knotweed, yard knotweed
Frans: Renoué des oiseaux, Centinode, Trainasse, Herbe aux 100 nœuds
Duits: Vogel-Knöterich, Knöterich, Niedriger Vogel-Knöterich

Voor verdere studie
  • Gonzalez Begne M, Yslas N, Reyes E, Quiroz V, Santana J, Jimenez G. 2001. Clinical effect of a Mexican sanguinaria extract (Polygonum aviculare L.) on gingivitis. J Ethnopharmacol. 2001 Jan; 74(1): 45-51.
  • Nan JX, Park EJ, Kim HJ, Ko G, Sohn DH. 2000. Antifibrotic effects of the methanol extract of Polygonum aviculare in fibrotic rats induced bile duct ligation and scission. Biol Pharm Bull. 2000 Feb; 23(2): 240-3.
  • HAVERLAND . Polygonum aviculare L.--bird knotgrass. A botanical-chemical pharmaceutical study.] Pharmazie. 1963 Jan;18:59-87
  • Hsu CY. Antioxidant activity of extract from Polygonum aviculare L. Biol Res. 2006;39(2):281-8. Epub 2006 Jul 25 (mogelijk kan de anti-oxydantwerking van Varkensgras een verklaring geven voor het gebruik bij ouderdomsdiabetes)

woensdag, september 01, 2021

Buitenlandse krachtkruiden. Knopkruid.

Knopkruid. Je vind het overal. Vooral op vuile plaatsen tussen stoep en straat. Ook in Dinant groeit het vrolijk tussen kathedraalmuren en straatkasseien.

De wetenschappelijke naam van dit algemeen onkruidje is Galinsoga vernoemd naar een zekere Galinsoga (1766-1797), botanicus en hofarts van  de koningin van Spanje. De soortnaam parviflora komt van het Latijnse parvus = klein en flos = bloem: met kleine bloemen. De Nederlandse naam ‘knopkruid’ verwijst ook naar het kleine, knopvormige gele bloemhoofdje.

De plant komt van oorsprong uit Zuid-Amerika (Andesgebergte). Rond 1820 is deze plant op een of andere manier hier in Europa ingeburgerd. De plant komt vooral voor in akkers en tuinen, omgewoelde wegbermen en opgehoogde terreinen. Kaal Knopkruid is eetbaar, tenminste de jonge blaadjes en stengels. Het kan ook in soep meegekookt worden. Het smaakt een beetje naar zeekraal en zit vol met calcium. Oude bijnamen zijn Akkerpest (een woekerend onkruid), Duitskruid (knopkruid breidde zich vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog uit, de fout van die Duitsers), ook de naam Moffenkruid zegt genoeg.

Geneeskracht?

En alhoewel dit algemene onkruid bij ons niet als geneeskruid gebruikt wordt, is het toch indrukwekkend als je leest hoeveel bijzondere stoffen, zoals beta-sterolen en antioxidanten, er in deze plant aanwezig zijn. Opvallend is ook zijn beschermende werking op de lever, werking die zelfs te vergelijken is met mariadistel en verder heeft het Galinsoga-extract ook nog een bloedsuikerverlagende werking. Niet mis dus voor zo'n lastig onkruid.

Knopkruid is effectief bij het behandelen van wonden. Het sap helpt bloed te stollen en werkt als een antibioticum. Sommigen beweren dat de wonden ook sneller helen. 

In 2007 onderzocht de universiteit van Kwa-Zulu in Durban, Zuid-Afrika, de werking van zestien lokale kruiden als zogenaamde ACE-remmer. Galinsoga parviflora kwam daarbij goed uit de bus als bloeddrukverlager.

Instituto de Investigaciones para la Industria Alimentaria, Havana, Cuba, publiceerde op 5 november 2010 onderzoeksgegevens en, om kort te gaan, het bleek dat bladolie van knopkruid een antimicrobe werking had tegen staphylococcus en bacillus cereus.

Onbevestigde bronnen zeggen dat onderzoekers fenolen en antioxidanten bevat die een heilzame werking hebben voor mensen met hoge bloeddruk en diabetes type 2.

Eetbaar

Het blad past rauw in salades (de bovenste vier bladeren zijn het fijnste) en er is een uitstekende pesto van te maken. Of bereid het als spinazie; de jonge toppen kunnen geheel mee, van het onderste deel van de plant alleen de bladeren. Of kook het als kruid mee in allerlei soepen. Het wordt ook gebruikt in groentesappen.Het (guascas) is een belangrijk ingrediënt voor ajiaco Bogotano, een Colombiaanse stoofpot/soep.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/galinsoga-sp-knopkruid

zaterdag, augustus 21, 2021

Sikkelgoudscherm tijdens onze buitendag bij Nismes

Sikkelgoudscherm kwam ik voor het eerst tegen in de Franse Dromestreek en nu, jaren later, zomaar op het mythische plateau van de Viroinval. 
Deze overblijvende plant is inheems In Azië en Midden- en Zuid-Europa. Het areaal reikt in het noorden tot in Groot-Brittannië, België en Nederland. De bestuiving gebeurt door insecten en de zaden worden verspreid door de wind, door menselijke activiteiten en als klit. Goudschermen zijn direct van alle andere inheemse schermbloemen te onderscheiden door de ongedeelde en gaafrandige bladeren.

De officiële naam Bupleurum komt van ‘bous’ en ‘pleuron’. Pleuron betekent ‘een zijkant’ of ‘een rib’ en bous is een Grieks woord voor os. Waarom deze naam gegeven is, is nooit duidelijk geworden. Verhalen gaan rond over opzwellende koeien, of in de planten slapende ossen, of omdat de zaadjes ribben hebben, die net zoals de ribben van een koe goed zichtbaar kunnen zijn.

De Chinese kruidengeneeskundige is al eeuwen bekend met het sikkelgoudscherm. De plant zorgt onder andere voor het Yin Yang evenwicht in ons lichaam. De Yin staat voor het geheimzinnige, donkere, maanachtige, spirituele vrouwelijke deel terwijl de Yang voor het lichte, zonnige, praktische mannelijke principe staat. Aangezien sikkelgoudscherm zich oplaad op het zonbeschenen deel van de kalkplateaus is het dan ook de Yang-energie waarmee de plant verzadigd wordt. Deze mannelijke energie kan met de mens gedeeld worden om de Yin-Yangbalans in het lichaam te herstellen. Sikkelgoudscherm, een van de vele Chinese adaptogenen dus.

Deze geneesplant kan gebruikt worden voor de lever, maag en darmen maar sikkelgoudscherm heeft ook een ontstekingswerende werking. Het ondersteunt de bijnieren en het verhoogt het aanpassingsvermogen van het lichaam aan wisselende omstandigheden. Vooral saikosaponinen zijn werkzaam om de vrijstelling van cortisonen door de bijnier te bevorderen zodat het lichaamseigen ontstekingswerend mechanisme efficiënter werkt.

Sikkelgoudscherm is te gebruiken bij
  • Chronische ontstekingen,
  • Vermoeidheid, verminderd prestatievermogen,
  • Allergisch astma,
  • Afbouwen van cortisone, preventie van bijnierzwakte na cortisonegebruik.
Referenties
  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3214781/
  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3410357/
  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19652379
  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22450800
  • http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11807976

vrijdag, augustus 06, 2021

Vrouwenmantel

De wilde vrouwenmantel is nu meestal uitgebloeid, toch vind ik nog wat bloeiende planten bij Bonsoy. Een mooi moment want morgen wil ik tijdens de herboristenopleiding de hormonale planten bespreken en daar hoort onze vrouwenmantel zeker bij. De naam vrouwenmantel zegt genoeg, een beschermende mantel voor de vrouw maar mannen mogen er ook van genieten

De officiële naam Alchemilla werd door Linnaeus aan het geslacht gegeven. Vroeger werd de naam als Alchimilla of Alchymilla geschreven, wat afkomstig zou zijn van de alchemisten, magische scheikundigen die de bekende dauwdruppels op het ochtendblad gebruikten bij hun experimenten om van onedele metalen goud te maken. De naam Vrouwenmantel heeft de plant gekregen omdat de bladeren als een ouderwetse mantel (mantilla) geplooid zijn en als zodanig bescherming bieden aan de vrouw. Mellie Uyldert beschrijft het op haar eigen romantische manier: ‘ telkens waar de stengel zich vertakt, omsluit zulk een blad zorgzaam het vertakkingspunt, terwijl de bladsteel zelf ook weer met een schede de stengel omsluit. Alles aan deze plant zegt: omhulling, koestering, bescherming. Ze heeft dan ook helemaal het wezen van de baarmoeder.’

Uit vorige eeuwen kennen we de namen Sinnauw of Sinouw, afkomstig van de oud Duitse ‘Sintou’ (altijd dauw), omwille van de dauwdruppels op het naar boven gevouwen blad. Andere benamingen zijn Leeuwenpoot bij Fuchs (1543) en Leeuwenvoet uit de Ortis sanitatis.

Bij Dodonaeus klinkt het zo: ‘ Men noemt dit cruydt in ‘t Latijn Alchimilla, ander Planta leonis ende pes leonis. Sij stelpt het bloed ende maendstonden die onmatelijck vloeden. De selve ghestooten ende op de vrouwen ende maeghden borsten gheleyt, maeckt die hard ende stijf;.... Deze onnavolgbare Dodoensbeschrijving illustreert de twee belangrijkste farmacologische werkingen waar Alchemilla ook nu nog voor gebruikt wordt (1) het samentrekkend, bloedstelpend effekt van de looistoffen in de plant en (2) de toepassing bij vrouwenkwalen. In de Oudheid was de plant als geneeskruid niet bekend, maar vanaf de Middeleeuwen vinden we de ‘Synnauw’ terug in al de bekende kruidenboeken. Paracelsus en Lonicerus vermelden haar als ‘rechtes Wundtmittel’. Hildegard von Bingen adviseert het kruid tegen ‘Kehlgeschwure’. In het kruidboek van Matthiolus (1626) werd voor eerst ook de Berg-Synnauw vermeld tegen allerlei bloedingen. Ook in de recentere religieuze volksgeneeskunde oa. bij broeder Aloysius wordt de Vrouwemantel als voortreffelijk wondkruid beschouwd, maar ook als compres gebruikt tegen breuken en ‘uittreden of verzakken van den aarsdarm’ en ter versterking van de baarmoeder.

Werkzame stoffen zijn looistoffen

Uit al de ervaringen met Alchemilla blijkt duidelijk een looistofwerking in zijn meest brede betekenis; alles wat los zit in het lichaam weer vast maken: (1) bloedstelpend en wondgenezend, (2) stoppend, dus tegen diarree (3) samentrekkend op de huid, (4) bij baarmoederbloedingen en na de bevalling. De looistoffen in de plant werden reeds in 1939 ontdekt door Muhlemann en benoemd als ellagzuur. Later werd door Lund en Geiger ook andere looizuren gevonden. Een tweede groep van geneeskrachtige stoffen in de vrouwenmantel zijn de flavonoiden vooral quercitine, hyperoside en anthocyanidinen. De enige verwijzing naar hormonaal werkende bestanddelen vinden we terug in een oud onderzoek van Muhlemann. Luteinezuur zou de hypofyse beïnvloeden, die de werkzaamheid van de eierstokken reguleert.

Weinig klinisch onderzoek, veel professionele ervaring

Dr. Leclerc niet voor niks de vader van de moderne fytotherapie behaalde al in 1939 goede resultaten bij patienten met witte vloed en pijnlijke menstruatie. Snelle verlichting van ‘prurit vulvaire’ (vaginale jeuk) verkregen ze door het gebruik van een zalf met 2g vloeibaar Alchemilla-extract, 18g rozenwater, 10g lanoline en 30g vaseline. Je kan ook een sterk afkooksel van de gedroogde plant als zitbad of als spoelmiddel gebruiken bij vaginale problemen. Uit een van de weinige klinische onderzoeken bleek dat Alchemilla de vervelende symptomen tijdens de overgang kon verlichten 3x daags een infuus eventueel in combinatie met Echte salie. Ook de werking bij baarmoederbloedingen werd aangetoond in een Roemeens onderzoek met 341 jonge vrouwen.

Franse artsen zoals Dr. Moatti en de gynecoloog Dr. Girault adviseren Alchemilla bij een hele reeks hormonale klachten: PMS (pre-menstrueel syndroom), bij het begin van de menopauze, tijdens of vooral na de zwangerschap om de baarmoeder te versterken en om zwangerschapstriemen te voorkomen.

Uitwendig gebruikt kan Alchemilla, net zoals andere looistofplanten, als wondzuiverend middel goede diensten bewijzen. Zelf vind ik het een goede plant tegen acné: inwendig als thee of tinctuur en uitwendig als lotion. Het kruid wordt nog weinig gebruikt in de cosmetica, maar de hormonale en huidverstevigende combinatie, zou van onze Vrouwemantel wel eens een bijzonder verjongend middel voor de huid kunnen maken. Dat zou pas een echte mantel voor de vrouw en een al-chemistenmiddel zijn!

Volgens de Europese Escopmonografie

The therapeutic indications are non-specific diarrhoea and gastrointestinal complaints. In vitro experiments with lady’s mantle demonstrate antibacterial, astringent, antioxidant, anti-inflammatory and wound healing properties. In vivo experiments in animals demonstrate angioprotective, haemo-rheological and wound healing activities. Clinical data in humans demonstrated its use in patients with minor oral ulcers. Preclinical safety data did not reveal anything on mutagenicity. Clinical safety data showed good tolerability for a topical preparation.

woensdag, juli 28, 2021

Bietensap tegen hoge bloeddruk

Met elke 2 punten [een punt is 1 mm Hg] dat je bloeddruk stijgt neemt je kans op een dodelijke hartaanval of beroerte met respectievelijk 7 tot 10 procent. Daarom verkort een verhoogde bloeddruk je levensduur. Onderzoekers van Queen Mary University of London hebben ontdekt dat mensen met hypertensie hun bloeddruk kunnen verlagen - en dus ook hun sterftekans kunnen verminderen - als ze elke dag een glas rode bietensap drinken.


Rode bieten - in het Latijn: Beta vulgaris - zitten vol anorganische nitraten. Die nitraten zetten in het lichaam om in nitriet [NO2], en vervolgens in NO. NO is een signaalstof, die cellen in vaatwanden meer cGMP laat aanmaken. Als gevolg daarvan ontspannen de vaatwanden zich, en kan het hart makkelijker bloed rondpompen. De bloeddruk zakt.

Dat is, kort samengevat, hoe rode bieten de bloeddruk kunnen verlagen. Hoe goed rode bieten dat kunnen, wordt duidelijk door het onderzoek dat Vikas Kapil van Queen Mary University onlangs publiceerde in Hypertension.

Studie

Kapil experimenteerde met een kleine zeventig patiënten van 18-85 jaar. Ze hadden allemaal een hoge bloeddruk, en sommigen kregen daarvoor medicijnen. Hun nieren waren gezond. Kapil had daarna laten kijken omdat bieten vrij veel oxalaat bevatten. Er is een groep mensen die niet tegen oxalaatrijke voeding kan, en er nierstenen door ontwikkelt. De helft van de proefpersonen dronk gedurende 4 weken elke morgen 250 ml rode bietensap met daarin ongeveer 6.4 millimol nitraat. De andere helft dronk een placebo.

 Resultaten

Nadat de 4 weken voorbij waren was bij de proefpersonen in de bietensapgroep de concentratie nitriet in het bloed, en ook de concentratie cGMP, toegenomen. Nog eens een week later, waarin de proefpersonen geen bietensap meer gebruikten, waren de effecten weer verdwenen.

Tijdens de vier weken die de toediening duurde nam het effect van het rode bietensap op de bloeddruk toe. De systolische bloeddruk [de bloeddruk tijdens de hartslag] was in de laatste week verlaagd met 7.7 punten, de diastolische bloeddruk [de bloeddruk tussen 2 hartslagen in] met 5.2 punten

De onderzoekers vinden het effect overtuigend. In een interview noemen ze het "as effective as medical intervention in reducing blood pressure". 

Conclusie

"Dietary nitrate provides a viable option to finally exploit the NO pathway, which has been implicated at multiple steps in the genetic architecture of blood pressures and is a therapeutic modality targeted at gene products directly implicated in raised blood pressure", concluderen de onderzoekers.

"With large populations of inadequately treated patients with hypertension at higher risk of cardiovascular diseases, an additional strategy, based on intake of nitrate-rich vegetables, may prove to be both cost-effective, affordable, and favorable for a public health approach to hypertension."

Bron: Hypertension. 2015 Feb;65(2):320-7.

zaterdag, juli 24, 2021

Zomerbloei en het onooglijke ijzerhard

De zomerkruiden staan er glunderend bij. Nog nooit, ondanks mijn meer dan 50 jaar kruiden kijken, heb ik zoveel en zo mooi bloeiende planten langs de Maas gezien. Opsommen dan maar, al vind ik dat cijfermatige wat onvriendelijk naar de planten toe. Stevige vlammende toortsen en teunisbloemen, statige kaardenbollen, wilde asters, de verfplant wouw, grote kattenstaarten, veel wilde marjolein in tintjes en hier en daar verborgen maar sterk tussen al dat geweld, het weinig opvallend ijzerhard. 

Over het vroeger beroemde en nu wat vergeten ijzerhard dan maar. Magie en mysterie over IJzerhard vinden we bij Mellie Uyldert. 'De Oude Germanen offerden dit kruid bij het verklaren van oorlog en het sluiten van vrede. Dit wijst er op, dat dit kruid kracht verleent kracht om te strijden en kracht om in evenwicht te brengen. Raakte men het kruid met ijzer aan dan verloor het zijn kracht. Daarom moest men het met goud uitgraven'. 

Het gold ook als aphrodisiacum. IJzerhard werd dus beschouwd als een verzamelpunt voor levenskracht. Daarom staat het bekend als een middel voor milt en lever. De lever is de bewaarplaats der vitaminen (de moderne naam voor levenskrachten) en men vindt ook in andere talen het verband tussen leven en lever (leber); levertraan geeft levenskracht! De milt is onze voorraadschuur van levensfluide, energie, warmte’

In de middeleeuwen werd het kruid beschouwd als een magische plant die in staat was om met haar sap mensen ondoordringbaar te maken voor pijlen en zwaarden.

Ook ging men er van uit dat wie zich insmeerde met het sap van de plant in staat was om in de toekomst te zien, om wensen te vervullen, vijanden tot vrienden te maken en dat men beschermd was tegen ziekte en betovering. Ook astraal reizen was dan mogelijk. IJzerhard vormde waarschijnlijk om deze reden ook een van de bestanddelen van heksenzalven (vliegzalven).

In heel wat streken werd IJzerhard gebruikt als een afweerplant, die in staat was duivels en heksen te verdrijven, en te beschermen tegen vergif en toverij. In Engeland zei men: ‘Vervain and Dill hinders witches from their will’.

Volgens De Cleene en Lejeune werd IJzerhard door de tijden heen vooral aan de godin van de liefde gewijd. In de klassieke oudheid was het kruid aan Venus gewijd, en door de eeuwen heen, tot in de eerste helft van de 20ste eeuw toe, werd het kruid in liefdesdrankjes gebruikt.

Wie ijzerhard gewoon als huismiddel wil gebruiken, alle wonderlijke verhalen ten spijt, kan dat met een gerust hart doen. Want ijzerhard is een vanouds bekend middel tegen maagpijn, diarree, gebrek aan eetlust en is ook wel als gorgeldrank bij verkoudheid te gebruiken. De thee wordt van het hele,gedroogde kruid gezet en is veilig, alhoewel de smaak niet echt lekker is.

Front Pharmacol. 2016; 7: 499.Anticonvulsant, Anxiolytic, and Sedative Activities of Verbena officinalis results indicate that Verbena officinalis possess anticonvulsant, anxiolytic and sedative activities, which provides scientific background for its medicinal application in various neurological ailments, such as epilepsy, anxiety, and insomnia. 

En ja ook wetenschappelijk gezien is er nog veel interessants te ontdekken aan deze onooglijke Verbema officinalis.

Verbena officinalis is a perennial herb, belongs to family Verbenaceae, commonly known as “Vervian,” “Herb of grace,” “Pigeon’s grass” and localy “Karenta” or “Pamukh.” It mostly grows in Europe and Asia, commonly found in cultivated fields and wastelands near water and cultivated in Northern and Western areas of Pakistan (Jafri et al., 1974; Khan et al., 2015). It grows up to height of about 1 m, having lobed and toothed leaves, while flowers are elegant, silky and pale purple in color (Voogelbreinde, 2009). In traditional system of medicine, Verbena officinalis has been used for treatment of melancholia, hysteria, seizures, jaundice, fever, cholecystaliga, anxiety, depression, insomnia, menstrual disorders (Khare, 2007), abdominal problems, malaria, pharyngitis, edema (Kou et al., 2013), cough, asthma (Vitalini et al., 2009), rheumatic and thyroid problems (Guarrera et al., 2005) etc. The constituents isolated from Verbena officinalis include verbenin, verbenalin, hastatoside, alpha-sitosterol, ursolic acid, oleanolic acid (Duke, 1992), kaempferol, luteolin (Chen et al., 2006), verbascoside, aucubin, apigenin, scutellarein (Rehecho et al., 2011) and essential oils like limonene, cineole, spathulenol, ar-curcumeme (Chalchat and Garry, 1995). The plant is reported to possess antitussive (Gui and Tang, 1985), analgesic, anti-inflammatory (Calvo, 2006), neuroprotective (Lai et al., 2006), Antiradical (Speroni et al., 2007), antioxidant, antifungal (López et al., 2008), anti-tumor (Kou et al., 2013), antibacterial (Mengiste et al., 2015), Antiproliferative (Encalada et al., 2015), and antidepressant (Kamal et al., 2015) activities. In this investigation, we report anticonvulsant, anxiolytic and sedative actions of Verbena officinalis, which explains its ethno-medicinal use in neurological disorders.

Zie ook https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/verbena-officinalis-ijzerhard

vrijdag, juli 23, 2021

Kruidwis

Morgen het moment van het jaar om een kruidwis te maken. Stevige grote bloeiende planten staan nu op hun best om die rituele boeketten samen te stellen. Bijvoet en boerenwormkruid staan voorop, bloeiend sint-janskruid kan nog net geoogst worden, verder is er duizendblad en de stevige toortssoorten die rechtop en geel bloeiend de kruidwis body en glans geven. Kaasjeskruid, moerasspirea en echte valeriaan kunnen er ook bij en als bij wonder verschijnen er het laatste jaar weer bloeiende alanten in de wegberm. Morgen mijn ritueel moment.

Kruidwis voor onze tijd

De rituele planten zijn dikwijls hele gewone, veel voorkomende onkruiden, die vooral op een symbolische manier gebruikt werden, bijvoorbeeld in de vorm van een kruidwis, een boeket bloemen zou je kunnen zeggen of als amulet. Er werd op een bepaalde tijd van het jaar (zomerzonnewende) verschillende planten geplukt en in de woning opgehangen om het huis te beschermen. Deze boeketten werden kruidwissen genoemd, ook negenderhande of vijftienderhande kruiden naargelang de samenstelling van het boeket. De Kruidwis was en is (?) het ritueel boeket bij uitstek.

De kruidwis werd gebruikt als geluksbrenger, tegen blikseminslag en om boze geesten of de duivel te weren. De kruidwis werd opgehangen boven de deur, tegen de poort gespijkerd, verbrand, in het vuur geworpen (offervuur) of als wijwater gebruikt. Al de kruidwissen werden ook gezegend, zoals nu nog gebeurt met de Buxus op Palmzondag in de palmprocessie van Hoegaarden. Zouden we zo de heidense rituelen verchristelijkt hebben? Ook een soort duivelsuitdrijving! De kruidwis zou ook in onze tijd nog gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld betekenis te geven aan een verjaardag, huwelijk of geboorte. Een boeket bloemen meebrengen op een feest is, in zekere zin, nog een flauw afkooksel van de echte kruidwis. Zou het niet mooi zijn om ook aan al die planten en bloemen opnieuw een spirituele betekenis te geven.

https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/30603-kruidwis-rituele-planten-en-hun-betekenis.html

dinsdag, juli 06, 2021

Griekse alant dringt zich op.

De grote, geel bloeiende Griekse alant heeft me, net zoals andere forse planten altijd aangesproken. Toch heb ik hem een tijdje uit het oog verloren, om niet te zeggen verwaarloosd, totdat de plant 2 jaar geleden plots opdook in Wallonie langs de wegkant tussen Hastiere en Blaimont en ik hem dit jaar ook langs de Maas ontdekte. En vandaag vind ik hem massaal terug tijdens onze kruidenstage in mijn verloren tuin van Bellegarde en Diois.  Opvallend toch voor een plant die in het verleden van belang was voor de luchtwegen en zich nu in deze helse Coronatijden manifesteert. Alsof hij wil zeggen, ik ben er, jullie hebben mij nodig.

Zoals vele medicinale plant werd ook Alant reeds van oudsher beschreven.We vinden hem al terug rond 500 voor in de Codex Constantinopolitanus. Ook Hippocrates vermeldde de plant als gunstig voor de luchtwegen, de baarmoeder en de urinewegen en zelfs een schrijver als Horatius verhaalt in zijn 'De Achtste Satire' over het maken van een saus met deze aromatische bittere wortel. Niet verwonderlijk want naast de forse bovengrondse groei is het toch de immense wortel met kamfergeur die vooral opvalt.

In het jaar 77 schreef Plinius over een zekere Julia Augustinus dat ze 'geen dag voorbij liet gaan zonder wat alantwortel te eten, dat ter bevordering van de spijsvertering en een aangenaam humeur.

In de 5de eeuw werd de plant 'inula campana' genoemd en in de middeleeuwen 'enula.' Hildegard von Bingen en Albertus Magnus raadden de plant aan voor de luchtwegen. 
Dodoens vermeldt  :'alant is een veel ghecocht ende wel bekend cruydt' . Die wortel met huenich vermenght ende gheleckt suyvert die borst/ doet die taeye fluymen rijpen ende rijsen/ ende es seer goet tot den hoest ende corticheyt van adem. Alantwortel ghepoedert es goet ghedroncken tseghen die beten ende steken van den fenijnnighen ghedierten/ ende tseghen die winden ende opblasinghen binnen tlichaems. Alantwortel gheconfijt es der maghen goet ende bequaem ende doet die spijse verteeren'.
Ook in de zogenaamde  signatuurleer, waarbij het uiterlijk van de plant aanwijzingen geeft over zijn medicinaal waarde, vind men dat de gele kleur, naar gal en spijsvertering verwijst en de harigheid naar zijn invloed op huid en slijmvliezen. Geschiedkundig vinden we dus vooral de werking op spijsvertering en op luchtwegen terug.

In de Chinese en Ayurvedische geneeskunde, staat de plant onder de naam Pushkaramula in hoog aanzien als longtonicum en als pijnstillend middel. Ook zigeuners maakten gebruik van de Griekse alant om hun paarden te temmen en huidaandoeningen bij schapen te genezen De wortels werden ook verwerkt in parfums en wierook en in Spanje gebruikten men de wortel als natuurlijke vliegenvanger.

In 1804 werd voor het eerst inuline uit de alantwortel geïsoleerd, deze nu bekende stof heeft haar naam dus te danken aan de plant 'inula'. Een stof die furore maakt om de darmflora te verbeteren.

Ook mythische verhalen en bereidingswijzen over alant zijn er genoeg. Alant samen  met ijzerhard en maretak in een hoofdkussen gestopt zou het dromen bevorderen en...liefdeskennis vergroten en als je de plant in het vuur liet verbranden kon je helder zien. Angelsaksische auteurs sloegen de plant hoog aan, vooral tegen ziekten die waren veroorzaakt 'door boosaardige elfen'.

Griekse alant, Inula helenium. De plant zou ontsproten zijn uit de tranen van Helena van Troje, vandaar helenium. Is het gloriemoment van deze reusachtige plant opnieuw aangebroken?

Gekonfijte alantwortel. Te proberen.
En ja, de wortel kan worden gekonfijt : hiertoe wordt de verse wortel op een zacht vuur in ruim water gaar gesudderd. Het nat afgieten in een schaal en hierin een even grote hoeveelheid suiker aan toevoegen. Vervolgens de wortel in deze stroop 24 uur lang laten staan, de volgende dag de wortel uit de stroop halen, deze indikken en daarna de wortel weer in de stroop 24 uur laten staan. Dit iedere dag herhalen: de stroop wordt steeds dikker en de wortel neemt steeds meer suiker op. Na een week de staat de wortel nog nauwelijks onder de stroop, dan de wortel op een vergiet laten uitlekken en door poedersuiker rollen. Opbergen in goed gesloten glazen pot.

vrijdag, juni 18, 2021

Vitex-vooruitzichten

Ook mijn Vitexstruikjes hebben de Coronaverhuis van Bretagne naar België niet overleefd. Hopelijk kan ik tijdens onze kruidenstage begin juli nog wat stekjes of zaad uit de Franse Drôme meebrengen. Terug naar de bron dus, mijn moederplanten van vele jaren geleden en al de herinneringen daar aan verbonden, zijn nu eenmaal uit die streek afkomstig. Herinneren en herbronnen. Bij deze dan maar wat nuchtere info over deze, voor mij emotionele kuisheidsbomen zoals ze ook genoemd worden. 

Botanie Vitex species

Vitex en Maurice in Nyons
Het geslacht Vitex behoort bij de IJzerhardfamilie. Het is een grote, overwegend tropische tot subtropische familie van houtgewassen. Er worden 2500 tot 3000 soorten in 75 tot 100 geslachten toe gerekend. Het geslacht Vitex omvat ca. 380 soorten en ondersoorten. Vitex agnus castus L. is de vitexsoort waar ik het over heb, een soort die steeds meer medicinale betekenis krijgt. Er zijn echter nog vele andere soorten, waaronder: Vitex negundo L. (India, Australië), Vitex trifoliata L. (India, Indonesië), Vitex peduncularis Wall. (India), Vitex rotundifolia L. (China, Japan). 

De twee tot vier meter hoge, vaak aromatisch geurende struik van Vitex agnus castus L. bezit lichtbruine, aanvankelijk viltige takken met kruisgewijs tegenoverstaande, vijf- tot zeventallig gedeelde lancetvormige loofbladeren, die in de late herfst afvallen. De kleine violet tot roze gekleurde bloesems (er komen ook blauwe en witte variëteiten voor) staan in dichte pluimvormige bloeiwijzen bijeen. De bloeitijd begint pas midden in de zomer, juli en augustus, wanneer de plant over het algemeen weinig water ter beschikking staat. Indien ze in die tijd bij het kweken droog wordt gehouden, zal ze een sterke ontwikkeling van vruchtbeginsels te zien geven. Na de bestuiving groeit daaruit een beigebruine aromatische vrucht (zaad) ter grootte van een peperkorrel, een zogenaamde steenbes, die in rijpe toestand vier zaden bevat. Deze hebben een peperachtige geur en smaak. Het is deze vrucht die voorrnamelijk medicinaal gebruikt worden om extracten en tincturen te maken. 

Vitex agnus castus L. groeit in beekbeddingen en aan rivieroevers, hij hoort thuis in het Middellandse-Zeegebied, op de Krim en in Midden-Azië. Dikwijls treft men haar aan in gezelschap van oleander- en tamarisk-struiken. De struik heeft veel warmte nodig, overwintert toch vrij goed in ons klimaat, maar komt wel laat in blad en vruchtzetting gebeurt helemaal niet in ons klimaat. Zelf had ik enkele struiken in een serre staan waar ze wel zaad vormden. Vermeerdering gebeurt door uitzaaiing of door middel van uitgerijpte krachtige stekken in de zomer.

Een herinnering uit de Drôme

Eindelijk naar mijn aromatuin met zijn geurige Vitexstruiken. Helaas de eerste struik die we zien is zwaar gesnoeid, na enig zoeken kan ik nog net een twintigtal halfrijpe vruchtjes verzamelen. Verderop is er gelukkig nog een tweede struik, die vol hangt met rijp zaad. Van de lange, vertakte aren zijn de grijsbruine, donzige vruchten snel en gemakkelijk af te ritsen. Half verdoken in de struik word ik gekoesterd door de zoet-weeige geur en voel ik de eeuwenoude ervaringen van deze Monnikenpeper.

Meer over Vitex 

maandag, juni 14, 2021

Kamilletijd

Echte kamille kan nu geoogst worden. Het zijn de bloemhoofjes in de vroege bloei geplukt, die we nodig hebben om geneeskrachtige preparaten te maken. 

Matricaria recutita L. (syn. Chamomilla recutita (L.) Rauschert) [Fam. Asteraceae]  of de Echte kamille is een laagblijvende, eenjarige kruidachtige plant afkomstig uit Zuid- en Oost-Europa en Noord- en West-Azië, algemeen voorkomend op braakliggende, onbewerkte ruigten, evenals op gecultiveerde grond in heel Europa tot zelfs in Noord-Azië en India. Kamille komt in het bijzonder overvloedig voor in Hongarije en Kroatië en Noord- en Oost-Afrika en nu ook ingeburgerd in Australië en de Verenigde Staten. De kamille die verkrijgbaar is in de handel is afkomstig van gekweekte planten uit Argentinië, Egypte, Bulgarije en Hongarije en in mindere mate uit Spanje, de Tsjechische Republiek en Duitsland (BHP, 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

In Duitsland is kamille een van de meest belangrijke geteelde medicinale planten. Daar wordt die gekweekt op 'braakgelegde gebieden' in overeenstemming met EEG-verordeningen (Lange en Schippmann, 1997). Het materiaal dat gebruikt wordt in de Indiase Ayurvedische geneeskunde groeit in de Punjab en de hogere Ganges vlakten (Karnick, 1994; Nadkarni, 1976) en de kamille die gebruikt wordt in de Afrikaanse geneeskunde groeit in Noord-Afrika en koelere gebieden van Zuid- en Oost-Afrika (Iwu, 1990).

Kamille werd reeds in de oudheid beschreven in de medische geschriften en was belangrijk in oude Egyptische, Griekse en Romeinse medicijnenleer. De naam is afgeleid van het Griekse ‘Chamos’ (grond) en ‘Melos’ (appel), verwijzend naar de lage groeiwijze en de appelgeur van de verse bloemen. Beschrijvingen van de plant zijn reeds te vinden in de geschriften van Hippocrates, Dioscorides en Galen. In de afgelopen 30 jaar heeft uitgebreid wetenschappelijk onderzoek de traditionele toepassingen van kamille bevestigd (Foster, 1990; Salaman, 1992). In de Verenigde Staten werd kamille eerst gecultiveerd door Duitse kolonisten en officieel vermeld in de farmacopee van de Verenigde Staten en de National Formulary. In de negentiende eeuw werd het een belangrijk medicijn dat vooral bij ziekten van jonge kinderen voorgeschreven werd door Amerikaanse eclectische artsen (Felter en Lloyd, 1983; Leung en Foster, 1996). Vandaag is het officieel in vele nationale farmacopees waaronder die van Oostenrijk, Egypte, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Zwitserland en Rusland (Bradley, 1992;. Newall et al., 1996).

In Duitsland is de kamillebloem geregistreerd als een standaard medicinale thee (infusie) voor orale inname, voor topicale toepassing als spoeling of gorgelen, crème of zalf, als een dampinhalator en als een additief voor zitbaden of stoombaden. Zo wordt kamille officieel vermeld in de Duitse farmacopee en is ze tevens een erkend kruid in de Commissie E monografieën. Waterige infusies, hydroalcoholische droogextracten, vloeibare extracten, tincturen en de vluchtige olie worden allemaal gebruikt als monopreparaten en als actieve bestanddelen in meer dan 90 gelicentieerde geneesmiddelen (ABDA, 1982; Banz, 1998, Bradley, 1992; Braun et al., 1997, DAB 10, 1991, Meyer-Buchtela, 1999, Schilcher, 1997, Wichtl en Bisset, 1994). 

In de Duitse kindergeneeskunde zijn kamillebereidingen de eerste keuze voor het verzorgen van de gevoelige huid van baby's en jonge kinderen, in het bijzonder voor inflammatoire huidaandoeningen zoals luieruitslag en melkschurft (Schilcher, 1997). In de Verenigde Staten is het nu een van de meest gebruikte ingrediënten voor kruidenthees. Het wordt afzonderlijk of als een primaire component gebruikt in een breed scala van voedingssupplementen en gezonde voedingsproducten voor orale inname en verder ook voor topicale toepassing in de huidverzorging (Foster, 1990; Leung en Foster, 1996). In de Homeopathische farmacopee van de Verenigde Staten wordt Duitse kamille ook ingedeeld als een OTC-klasse C preparaat bereid als een 1:10 (w/v) alcoholische tinctuur van de hele bloeiende plant, in 45% v/v alcohol (HPUS, 1992).

Volgens de farmacopee moet Echte kamille uit de gedroogde bloemhoofdjes (capitulums), die minstens 0,4% (v/w) blauw vluchtige olie bevatten (Ph.Eur.3 methode 2.8.12), worden samengesteld. Bovendien zijn niet meer dan 25% bloemfragmenten toegestaan die door een 710-zeef kunnen​​. De botanische herkomst moet worden bevestigd door dunnelaagchromatografie (TLC) en macroscopisch en microscopisch onderzoek (Bruneton, 1995, Ph.Eur.3, 1997, Ph.Fr.X, 1990, Wichtl en Bisset, 1994). Zowel de Britse kruidenfarmacopee en de ESCOP-monografieën vereisen dat het materiaal voldoet aan de Europese farmacopee (BHP, 1996; ESCOP, 1997; Schilcher, 1997).

Chemie en farmacologie

Kamille bevat flavonoïden (tot 8 %) waaronder apigenine en luteoline, vluchtige oliën (0,4-2,0 %) bestaande uit x-bisabolol (tot 50 %) en chamazuleen (1-15 %), sesquiterpeenlactonen (matricin en matricarin), slijmstoffen (10 %) bestaande uit polysacchariden, aminozuren, vetzuren, fenolhoudende zuren, choline (tot 0,3 %) en coumarines (0,1 %) (Bradley, 1992; Bruneton, 1995; Leung en Foster, 1996; Newall et al., 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

De Commissie E rapporteerde ontstekingsremmende, musculotrope, krampstillende, wondhelende, antibacteriële, bacteriostatische en stimulans voor het huidmetabolisme als eigenschappen van kamille.

Kamille vertoonde anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende en krampstillende activiteiten op de menselijke maag en het duodenum. Orale toediening van kamille-extract veroorzaakte een diepe slaap van 10 van de 12 patiënten die een hartkatheterisatie ondergingen (Mann en Staba, 1986). Kamillethee heeft een duidelijk hypnotiserend effect (Reynolds, 1989). Een hydroalcoholisch extract van kamillebloemknoppen had een spasmolytisch effect op de dunne darm van proefdieren (Bruneton, 1995; Newall et al., 1996). De flavonen, vooral apigenine, evenals een a-bisabolol en andere vluchtige oliebestanddelen zijn verantwoordelijk voor de spasmolytische effecten (Bradley, 1992). In vitro vertoonde kamille anti-staphylococcale eigenschappen (Molochko et al., 1990).

Toepassingen

De Commissie E keurde het inwendig gebruik van kamille goed voor gastro-intestinale krampen en ontstekingsaandoeningen van het maagdarmkanaal. Ook het uitwendig gebruik voor huid- en slijmvliesontstekingen evenals bacteriële huidziekten met inbegrip van die van de mondholte en het tandvlees. Het is ook goedgekeurd voor ontstekingen en irritaties van de luchtwegen (inhalaties) en ano-genitale ontstekingen (baden en spoelen). Het Britse Kruidencompendium geeft aan dat kamille goed is voor inwendig gebruik tegen krampen of ontstekingen van het maag-darmkanaal, maagzweren en milde slaapstoornissen en voor uitwendig gebruik tegen ontstekingen en irritaties van de huid en slijmvliezen voor alle delen van het lichaam en voor eczeem (Bradley, 1992). De Duitse standardisatie voor kamillethee geeft het gebruik aan voor gastro-intestinale klachten en irritatie van de slijmvliezen van de mond, de keel en de bovenste luchtwegen (Wichtl en Bisset, 1994).

Dosering en toediening 

Tenzij anders voorgeschreven: 3 g hele bloemhoofdjes drie- tot viermaal per dag tussen de maaltijden.

Inwendig:

  • Infusie: 3 g in 150 ml water, drie- of viermaal per dag voor maag-darmklachten. Gebruik de infusie als spoel- of gorgelmiddel tegen ontsteking van de slijmvliezen van de mond en keel.
  • Vloeibaar extract 1:1 (g/ml): 3 ml, drie- of viermaal daags.
  • Tinctuur 1:5 (g/ml): 15 ml, drie- of viermaal daags.

Uitwendig:

  • Badadditief: 50 g per 10 liter warm water (huid, rustgevend)
  • Inademen: inhaleer stoomdamp van een warme waterige infusie tegen de ontsteking van de bovenste luchtwegen.
  • Kompres: halfvaste pasta of verband met 3-10% m / m bloemhoofdjes.
  • Spoelen: warme waterige spoeling met 3-10% infusie bvb vaginaal
Wetenschappelijk onderzoek

Hedendaagse studies bij mensen hebben de anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende, ontstekingsremmende, krampstillende, antibacteriële en kalmerende werking onderzocht (Bradley, 1992; Leung en Foster, 1996; Mann en Staba, 1986; Szabo-Szalontai en Verzar-Petri, 1977; Newall et al.., 1996). Een in-vivohuidpenetratiestudie van kamilleflavonen werd bij negen gezonde vrouwelijke vrijwilligers uitgevoerd. Het onderzoek concludeerde dat flavonoïden niet alleen in de bovenhuid geabsorbeerd worden maar ook doordringen in diepere huidlagen wat belangrijk is voor het locaal gebruik als ontstekingsremmend middel (Merfort et al. 1994).

In een andere gecontroleerde bilaterale vergelijkende studie werd de werkzaamheid van een kamillezalf (Kamillosan) versus 0,25% hydrocortison, 0,75% fluocortin butyl ester en 5% bufexamac onderzocht als dermatologisch middel bij onderhoudsbehandelingen van eczeemachtige aandoeningen. Over een periode van drie tot vier weken werd de onderhoudsbehandeling uitgevoerd op 161 patiënten met huidontstekingen op handen, onderarmen en onderbenen. Aanvankelijk werden die huidonstekingen behandeld met 0,2% difluorcortolone valeraat. De kamillebereiding vertoonde min of meer even doeltreffende therapeutische resultaten als het hydrocortisonpreparaat. Het bleek echter beter dan het niet-steroïdale anti-inflammatoir middel 5% bufexamac en de 0,75% fluocortin butyl ester. De auteurs concludeerden dat kamillezalf therapeutisch vergelijkbaar is met hydrocortison en superieur is aan de andere geteste producten voor de behandeling van neurodermitis (Aertgeerts et al., 1985).

In een dubbelblinde, gerandomiseerde, multicentrische studie in parallelle groepen kregen 79 kinderen (6 maanden tot 5,5 jaar) met acute, niet-gecompliceerde diarree ofwel een appelpectine-kamille-extractbereiding of een placebo in aanvulling op de gebruikelijke rehydratie en een voedingsdieet. Na drie dagen behandeling was de diarree bij de onderzoeksgroep significant beter dan in de placebogroep. De pectine-kamillebereiding verminderde de duur van diarree significant (p <0,05) met ten minste 5,2 uur. De ouders beschreven het genezingsproces tweemaal daags in een dagboek en, in tegenstelling tot de placebogroep, werd een trend van voortdurende verbetering waargenomen in de pectine-kamillegroep (de la Motte et al., 1997).

In een klinisch dubbelblind onderzoek werd de therapeutische werkzaamheid van een kamille-extract op wondgenezing onderzocht bij 14 patiënten die een tatoeage lieten zetten. Objectieve parameters werden gebruikt om het epitheel en het drogende effect van de kamillebereiding op het open wondoppervlak na huidverwijdering door tatoeages te evalueren. De auteurs rapporteerden dat de vermindering van het wondvocht en de drogende tendens statistisch significant zijn (Glowania et al., 1987).

Ondanks het populaire gebruik van kamillethees als mild kalmeringsmiddel en slaapmiddel in Duitsland en elders heeft de Commissie E geen goedkeuring verleend voor een dergelijk gebruik omwille van het ontbreken van een gepubliceerd onderzoek op dit gebied. Een studie geeft echter aan dat apigenine, een in water oplosbaar bestanddeel van kamille, zich bindt met benzodiazepinereceptoren en aldus een moleculaire basis vormt voor een mogelijk licht temperende werking op het centraal zenuwstelsel (Viola et al., 1995).

Referenties

  • ABDA (ed.). 1982. Pharmazeutische Stoffliste, 4th ed., with supplements. Frankfurt am Main: Arzneib üro der ABDA.
  • Aertgeerts, P. et al. 1985. [Comparative testing of Kamillosan cream and steroidal (0.25% hydrocortisone, 0.75% fluocortin butyl ester) and non-steroidal (5% bufexamac) dermatologic agents in maintenance therapy of eczematous diseases] [In German]. Z Hautkr 60(3):270-277.
  • Bradley, P.R. (ed.). 1992. British Herbal Compendium, Vol. 1. Bournemouth: British Herbal Medicine Association.
  • Braun, R. et al. 1997. Standardzulassungen f ür Fertigarzneimittel —Text and Kommentar. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • British Herbal Pharmacopoeia (BHP). 1996. Exeter, U.K.: British Herbal Medicine Association. 131.
  • Bruneton, J. 1995. Pharmacognosy, Phytochemistry, Medicinal Plants. Paris: Lavoisier Publishing.
  • Bundesanzeiger (BAnz). 1998. Monographien der Kommission E (Zulassungs- und Aufbereitungskommission am BGA f ür den humanmed. Bereich, phytotherapeutische Therapierichtung und Stoffgruppe). K öln: Bundesgesundheitsamt (BGA).
  • de la Motte, S., S. Bose-O'Reilly, M. Heinisch, F. Harrison. 1997. Doppelblind-vergleich zwischen einem apfelpektin/kamillenextrakt-pr äparat und plazebo bei kindern mit diarrhoe [Double-blind comparison of an apple pectin-chamomile extract preparation with placebo in children with diarrhea]. Arzneimforsch 47(11):1247-1249.
  • Deutsches Arzneibuch, 10th ed. (DAB 10). 1991. (With subsequent supplements through 1996.) Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • ESCOP. 1997. 'Matricariae flos.' Monographs on the Medicinal Uses of Plant Drugs. Exeter, U.K.: European Scientific Cooperative on Phytotherapy.
  • Europäisches Arzneibuch, 3rd ed. (Ph.Eur.3). 1997. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag. 1161-1162.
  • Felter, H.W. and J.U. Lloyd. 1983. King's American Dispensatory, 18th ed., 3rd rev. Portland, OR: Eclectic Medical Publications [reprint of 1898 original]. 1246-1247.
  • Foster, S. 1990. Chamomile. Botanical Booklet Series, No. 307. Austin: American Botanical Council.
  • Glowania, H.J., C. Raulin, M. Swoboda. 1987. [Effect of chamomile on wound healinga clinical double-blind study] [In German]. Z Hautkr 62(17):1262, 1267-1271.
  • The Homeopathic Pharmacopoeia of the United States (HPUS). 1992. Arlington, VA: Pharmacopoeia Convention of the American Institute of Homeopathy.