maandag, juli 13, 2026

De tuin als huisapotheek: Rode en andere zonnehoeden

Rode zonnehoed, een mooie vaste plant, die nu in alle tuincentra aangeboden wordt, leidde al langer een ander leven en wel als gezondheidsdrank, kruidentablet en lipstick in herboristerie en apotheek. Planten leiden ook zonder de mens een eigen leven. Tot dat ze, ontdekt worden, een naam krijgen, ingedeeld, geproefd, geprobeerd, vermeerderd, geanalyseerd en soms uitgeroeid worden. In een ‘zwak’ moment denk ik wel eens: moeten we al die planten niet hun eigen leven laten leiden? Maar, kunnen wij wel zonder hen en kunnen zij wel zonder ons?

Rode zonnehoed is zo een plant, waar wij het lang zonder hebben gedaan. En die nu als gezondheidsplant bijna onvervangbaar lijkt. Omdat het een Noord-Amerikaanse plant is, kon hij hier in Europa natuurlijk ook niet bekend zijn en dus niet gebruikt worden. Bij de Indiaanse volkeren heeft hij reeds eeuwenlang een grote reputatie. Plantenresten in graven van de Lakota Sioux dateren al van 1600. Vooral tussen 1845 en 1930 werd hij door de bekende Eccletic docters King en Loyd met succes gebruikt, in die periode werden de planten door Dr. Meyer naar Europa gebracht en bij de firma Madaus verder onderzocht. Bekend en gepopulariseerd werd hij vooral door de Zwitserse natuurgeneeskundige Vogel en de firma Biohorma.

Botanisch

De Rode zonnehoed hoort bij de grote familie van de Samengesteldbloemigen, vroeger werd hij Rudbeckia genoemd, om rond 1800 de naam Echinacea te krijgen. De Indianen noemden hem Snakeroot, omdat hij tegen slangenbeten gebruikt werd.

Volgens McGregor bestaan er 9 soorten, waarvan de bekendsten en meest gebruikten Echinacea purpurea, E. angustifolia en E. pallida zijn. Het zijn allemaal bossige vaste planten, die op de Amerikaanse prairies groeien, maar gelukkig in Europa ook goed te telen zijn. Vooral de Echinacea purpurea is een gemakkelijke 1m hoge zomerbloeier, die zowel door zaaien als door scheuren vermeerderd kan worden. Hij past prachtig in een klassieke paars-roze border bijvoorbeeld in het gezelschap van de zwarte Stokroos, Kaasjeskruiden, de rose Lavatera, Zeeuwse knoopjes, de merkwaardige Vuurwerkplant en de inheemse Donkere ooievaarsbek. Een zomerse bloemenborder om je vingers bij af te likken!

Goed onderzocht en veel gebruikt

Eindelijk een plant waarbij de dagelijkse gebruikservaringen bevestigd worden door het vele wetenschappelijk onderzoek. Al in de jaren 20 werd in Duitsland door dr. Madaus de invloed van Rode zonnehoed op ontstoken wonden onderzocht. Sindsdien zijn er meer dan 400 wetenschappelijke artikels gepubliceerd over de scheikundige samenstelling en het klinisch gebruik van verschillende Echinaceasoorten.

De plant wordt vooral gebruikt om de weerstand te verhogen, het immuunsysteem te versterken bij allerlei infectieziekten. Vooral voor de luchtwegen, dus bij verkoudheid, griep, en bronchiale aandoeningen is hij goed te gebruiken. Daarnaast ook bij blaasontsteking samen met Solidago en Kaasjeskruid en bij huidinfecties samen met Goudsbloem en Echte kamille.

Mensen met een verlaagde weerstand, bijvoorbeeld na ziekte of na het leveren van zware inspanningen, kunnen gedurende 1 week tot 10 dagen, 3 maal daags 30 druppels moedertinctuur gebruiken. Langer hoeft niet! Uit onderzoek is gebleken dat Echinacea tijdelijk o.a. een impuls geeft aan de witte bloedcellen, een effect dat na 1 week al kan verdwijnen. Als je het langer nodig hebt, kun je het beter om en om, 1 week wel en 1 week niet gebruiken. En op die wijze doorgaan zolang je dat nodig vindt.

Huidmiddelen in onze apotheektuin

Goudsbloem, Echte kamille, Sint-janskruid en Rode zonnehoed vormen in onze kruidige siertuin samen de grote vier voor eerste hulp. Een combinatie van Sint-janskruid en Echinacea is vooral geschikt bij virusinfecties zoals lippenblaasjes en gordelroos, Goudsbloem en Rode zonnehoed zijn dan weer goed om allerlei wonden te ontsmetten. Tegen slangenbeten en zadelpijn waarvoor hij door de Indianen gebruikt werd, hebben wij deze plant niet meer nodig, maar andere huidproblemen zijn er des te meer en daar kan de Zonnehoed volop voor gebruikt worden.

Een alfabetische opsomming van die huidproblemen ziet er als volgt uitzien: acné, abces, brandwonden, doorligwonden, eczeem, gordelroos, insektensteken, lippenblaasjes (herpes) nagelriemontsteking, psoriasis, schimmelinfecties, spataderzweren en wonden. Een hele waslijst, maar voor veel van deze kwalen zijn er wetenschappelijke onderzoeken verricht of zijn er serieuze praktijkervaringen bekend, die de efficiëntie van Echinacea bevestigen.

Hoe efficiënt te gebruiken?

Weten waar kruiden echt goed voor zijn is belangrijk, weten hoe ze verwerkt en gebruikt moeten worden is even noodzakelijk. Wanneer en welk deel van de plant moet geoogst worden? Kan het vers of gedroogd? Zullen we ze zo opeten of maken we er thee of tinctuur van? Hoelang moeten of mogen we die plant gebruiken?

Al deze vragen zijn niet zomaar te beantwoorden. Bij de Zonnehoed lijkt het verse gebruik het meest efficiënt te zijn. Dat betekent dat we het blad, de bloem of de wortel zo kunnen opeten, maar praktischer is het om de verse plant te verwerken tot tinctuur. Een eenvoudige tinctuur maken kan door 50gr blad en bloem te laten trekken in 250 cc alcohol van 30 tot 70 % (gewichtsverhouding 1:5), regelmatig schudden en na 14 dagen uitzeven.

Een alcoholisch aftreksel maken is dus gemakkelijk, maar toch ook moeilijk. Want, moeten we het vochtgehalte van de verse planten niet meten? Welke alcohol moeten we gebruiken? Hoe is de verhouding tussen plant en alcohol? Met andere woorden, hoe geconcentreerd is zo een tinctuur en hoeveel druppels kunnen we daarvan gebruiken?

Niet voor niks zijn er boeken van 1000 bladzijden geschreven alleen maar over het verwerken van kruiden. Een van die boeken is het HAB, het Homöopathisches Arzneibuch, waar voor elke plant exact beschreven wordt hoe de tinctuur gemaakt moet worden.

Voor ons doe-het-zelvers zijn al die berekeningen praktisch gezien niet uitvoerbaar. Maak het dus maar op de eenvoudige manier, maar besef wel dat we het zo nauwkeurig mogelijk moeten doen en dat de kwaliteit van zelfgemaakte preparaten zeer wisselend kan zijn. Soms erg goed en soms zeer slecht! Kennis en ervaring is daarom erg belangrijk.

Duizend en een stoffen

Alle planten bevatten een oneindige hoeveelheid stoffen, die in de eerste plaats bedoeld zijn om de plant zelf overeind en in leven te houden. De ‘slimme’ mens heeft geleerd om al die ingrediënten als voedsel en als medicijn te gebruiken. De voedingsstoffen noemen we vitamines, mineralen, eiwitten en zo verder, de geneesstoffen met een specifieke fysiologische werking zijn bijvoorbeeld looistoffen met een samentrekkende werking, slijmstoffen met een verzachtend effect op de geïrriteerde huid en de slijmvliezen, etherische olie met een ontsmettende werking.

In de Rode zonnehoed zijn het een aantal polysacchariden en alkylamiden die zorgen voor de stimulering van het immuunsysteem. Alkylamiden kunnen een licht prikkelend en verdovend effect op de tong veroorzaken. Deze ‘tingling sensation’ werd door de Indianen gebruikt om de kwaliteit van de plant te beoordelen. Als herborist vind ik dit wel interessant omdat we zo moeilijke stoffen door het gebruik van onze zintuigen gemakkelijker kunnen begrijpen. Ons lichaam werkt als wetenschappelijk detectie-instrument. Rode zonnehoed, tintelt of tintelt hij niet?

Literatuur

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/echinacea-species

maandag, juli 06, 2026

Betoverende teunisbloemen

Wanneer de zon in de zomermaanden ondergaat en veel planten in rust gaan, verschijnt de teunisbloem in volle glorie. De heldergele fluoriserende bloemen openen zich geruisloos in de schemering – een fascinerend schouwspel dat talloze nachtvlinders aantrekt.

De gewone teunisbloem (Oenothera biennis) is echter veel meer dan alleen een mooie bloeiende plant langs de weg: het is een medicinale plant die op overtuigende wijze traditioneel gebruik combineert met moderne wetenschap, en zelfs culinaire verrassingen biedt. 

Gasten uit Amerika

De gewone teunisbloem (Oenothera biennis) arriveerde aan het begin van de 17e eeuw als sierplant in Europa. Tegenwoordig is deze plant, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, verwilderd in grote delen van Europa en komt hij veelvuldig voor langs wegen, taluds en braakliggende gronden. Tientallen andere teunisbloemsoorten hebben zich hier inmiddels ook gevestigd. Een voorbeeld hiervan is de roodzadige teunisbloem (Oenothera glazioviana) met zijn zeer grote bloemen. Soorten met kleine bloemen, zoals de kleinbloemige teunisbloem (Oenothera parviflora) of de roodstelige teunisbloem (Oenothera rubricaulis), worden ook vaak aangetroffen. Maar maak je geen zorgen: uiteindelijk is het niet belangrijk om ze precies van elkaar te onderscheiden, want ze zijn allemaal even nuttig.

Botanisch gezien is de teunisbloem een ​​tweejarige plant: in het eerste jaar vormt ze een rozet van bladeren dicht bij de grond; in het tweede jaar komt de rechtopstaande bloemstengel tevoorschijn, die tot 180 cm hoog kan worden. Van juni tot september openen zich elke avond nieuwe bloemen die een subtiel zoete geur verspreiden. Na de bevruchting ontwikkelen zich talrijke langwerpige zaadkapsels, die elk 200-300 kleine zaadjes bevatten. Uit deze zaden wordt de waardevolle teunisbloemolie gewonnen.

Traditionele toepassingen

Voor veel inheemse volkeren van Noord-Amerika was de teunisbloem een ​​veelzijdige en nuttige plant. Verschillende stammen, zoals de Cherokee en de Ojibwa, gebruikten delen van de plant zowel als voedsel als medicijn. De Cherokee aten jonge bladeren als groente en kookten de wortels zoals aardappelen. Sommige stammen gebruikten ook de zaden als voedsel. De Ojibwa legden een kompres van de plant op blauwe plekken. Andere stammen gebruikten de teunisbloem tegen hoest (bloemen), menstruatiekrampen (zaden) of huidaandoeningen (zaden).

Zelfs in Europa ontdekten we al snel, na de komst en verspreiding van de uitheemse plant, dat de wortels, bladeren en bloemen eetbaar waren.Vooral de wortel werd als voedzaam en vullend beschouwd. De nieuwe groente werd vervolgens "hamwortel" of "rapontika" genoemd. De naam "hamwortel" komt van de roodachtige kleur van de raapachtige penwortel, die aan ham deed denken.

Ingrediënten en farmacologische effecten

Teunisbloem werd pas in de 20e eeuw bekend om haar geneeskrachtige eigenschappen, toen het waardevolle gamma-linoleenzuur (GLA) werd ontdekt in de oliehoudende zaden. Sindsdien is de vette olie die uit de zaden (Oenotherae oleum) wordt gewonnen het farmacologisch relevante bestanddeel van de teunisbloem. Teunisbloemolie bevat bijzonder hoge concentraties linolzuur (65-80%) en 8-14% van het zeldzame gamma-linoleenzuur (GLA), beide essentiële omega-6-vetzuren. GLA is opmerkelijk omdat het in het lichaam wordt omgezet in hormoonachtige prostaglandinen, die ontstekingsremmende, vaatverwijdende en immuunmodulerende effecten kunnen hebben. Ze verlagen ook het cholesterolgehalte en de bloeddruk. Daarom wordt teunisbloemolie in de rationele fytotherapie zowel uitwendig als inwendig gebruikt bij neurodermatitis, om jeuk en een droge huid te verlichten (HMPC-monografie).

De moderne fytotherapie heeft de toepassingen van teunisbloemolie aanzienlijk uitgebreid: inwendig voor premenstrueel syndroom (PMS) en menopauzale symptomen, voor een hoog cholesterolgehalte en hoge bloeddruk, voor acne en psoriasis, en voor reumatoïde artritis. In tegenstelling tot veel synthetische ontstekingsremmers blokkeert teunisbloemolie niet, maar reguleert het juist – een aspect dat de goede verdraagbaarheid verklaart, maar ook geduld vereist, aangezien de effecten vaak pas na 4-12 weken merkbaar worden. De kracht ervan ligt dus niet in een spectaculair direct effect, maar in een geleidelijke regulering – een principe dat goed aansluit bij de moderne fytotherapie.

Wortel van een teunisbloem

De wortel van de teunisbloem kan op dezelfde manier als andere wortelgroenten worden bereid. Hij moet echter wel in de herfst of winter worden geoogst.Naast de medicinale toepassingen is de teunisbloem een ​​eetbare wilde plant met interessante culinaire mogelijkheden. De vlezige penwortels van deze tweejarige plant worden in de herfst en winter opgegraven wanneer ze nog jong en mals zijn. Ze kunnen op dezelfde manier als andere wortelgroenten worden bereid.

De smaak van de wortel van de teunisbloem doet enigszins denken aan schorseneer. Wie echter de wortel van een zomerbloeiende teunisbloem probeert, zal teleurgesteld zijn, want die is taai en houtachtig. De wortel wordt al in het voorjaar oneetbaar, wanneer er nieuwe scheuten uit het bladrozet tevoorschijn komen.

Zolang de teunisbloem zich nog in het rozetstadium bevindt, zijn de jonge blaadjes eetbaar. Hun smaak doet denken aan snijbiet. Tijdens de bloeiperiode in de zomer kunnen de lichtzoete bloemen en knoppen gegeten worden. Ze vormen een prachtige, kleurrijke toevoeging aan verse salades of als garnering. De kleine zaadjes zijn ook voedzaam – ze kunnen gebruikt worden als topping of in muesli en energierepen.

De teunisbloem is meer dan alleen een mooie verschijning in de schemering. Als medicinale plant combineert ze traditioneel gebruik met modern onderzoek en laat ze zien hoe kruidenremedies op zinvolle wijze kunnen worden geïntegreerd in holistische therapieën. Ze toont ook de culinaire rijkdom van eetbare wilde planten. De teunisbloem verdient dan ook een plek in de zon, ook al bloeit ze het liefst in de schemering.

Literatuur

donderdag, juli 02, 2026

Kruidenstage in de Drome en we vinden de berendruif.

En tijdens de klim in de flanken van de Vercors vinden we de berendruif. Herboristen altijd blij met het vinden van een onnozel plantje. Dat het in het verleden en ook nu nog medicinaal waardevol kan zijn is meegenomen. Wij genieten nu vooral van het ontmoeten, het eens zien, het aanraken hier in zijn natuurlijke omgeving in de flanken van de Vercors. Gewoon planten ontmoeten is voor mij genoeg geneeskracht op zich. En planten ontmoeten is vandaag wel aan de orde..... Het begon met de stoere bitterstofplant gele gentiaan, verder vinden we het reeds uitgebloeide groot vingerhoedskruid, het longkruid met gevlekt blad, het zeldzame zich verstoppende bijenblad Mellitis melissophyllum, leverbloempjes en nog veel meer.

Maar terug naar de berendruif. 

De berendruif heeft verschillende verwante soorten in de Ericaceae-familie, met name de cranberry, die ook gebruikt wordt bij de behandeling van blaasontsteking. Hetzelfde geldt voor de bekende bosbes. De botanische naam, "arctostaphylos", betekent "berendruif" in het Grieks. In het Latijn heeft "uva-ursi" dezelfde betekenis. Beren zouden grote hoeveelheden van deze plant gegeten hebben. De bladeren van de berendruif (Uvae ursi folium) bevatten onder andere 5-12% arbutine en 10-15% tannines. Arbutine wordt in de lever omgezet tot het bacterieremmende hydrochinon, dat vervolgens via de nieren wordt uitgescheiden. Bacteriën in de urine scheiden het hydrochinon weer af via een enzymatisch proces, ongeacht de pH-waarde van de urine. Contra-indicaties zijn onder andere zwangerschap (vanwege het potentieel om de bevalling op te wekken), borstvoeding. Bijwerkingen zijn onder andere maagklachten bij patiënten met een gevoelige maag. 

Berendruifbladthee

Om de thee te bereiden, meng je de dagelijkse dosis (10 g) met 4-6 kopjes koud water, laat je het 6-12 uur (een nacht) trekken, zeef je het, breng je het eenmaal aan de kook en drink je er gedurende de dag 4-6 kopjes van. Door het eerste koud aftreksel komen er minder maagirriterende tannines in de thee terecht.

De klassieke toepassing van berenduif is dus duidelijk blaasontsteking maar uit hedendaags wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het bladextract van Arctostaphylos uva-ursi een natuurlijk product zou kunnen zijn om de virulentie van C. acnes tegen te gaan, en daarmee een nieuwe therapeutische optie voor de behandeling van acne vulgaris zou kunnen zijn.

Literatuur

In vitro antibacteriële en ontstekingsremmende activiteit van Arctostaphylos uva-ursi bladextract tegen Cutibacterium acnes.Pharmaceutics 2022 , 14 (9), 1952; https://doi.org/10.3390/pharmaceutics14091952

Op ontdekking tijdens onze kruidenstage. Het bijenblad.

Verstopt onder het geurende groen in de flanken van de Vercors vinden we het zeldzame bijenblad. Melittis melissophyllum werd al in de oudheid gebruikt door de Grieken en Romeinen als geneeskrachtige plant. De naam 'Melittis' verwijst naar de Griekse godin van de honingbijen. In de middeleeuwen werd de plant gebruikt bij de behandeling van hoest, verkoudheid en maagklachten. Ook werd het gebruikt als aromatische toevoeging aan wijn en bier. 

Melittis melissophyllum L. (Lamiaceae) is een meerjarige plant die voorkomt in bosrijke en schaduwrijke gebieden in Midden- en Zuid-Europa. De soort bevat een breed scala aan chemische verbindingen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende geneeskrachtige eigenschappen die in de traditionele geneeskunde worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld als krampstillend, spijsverteringsbevorderend en kalmerend middel. Er zijn verschillende studies uitgevoerd naar de chemische verbindingen van M. melissophyllum , flavonoïden, fenolzuren, polysacchariden, essentiële oliecomponenten en iridoïden werden in de plant gevonden. Onlangs hebben Venditti en Frezza de iridoïde fractie van M. melissophyllum subsp. melissophyllum opnieuw onderzocht en daarbij één nieuwe verbinding voor deze soort geïsoleerd en geïdentificeerd: allobetonicoside, naast de vijf reeds bekende verbindingen: harpagide, 8- O -acetyl-harpagide, melittoside, monomelittoside en ajugoside.

De soort M. melissophyllum omvat drie ondersoorten (subsp. albida (Guss.) PW Ball; subsp. carpatica (Klokov) PW Ball; subsp. melissophyllum L. ) , die verschillen in enkele morfologische kenmerken en verspreidingsgebied. M. melissophyllum subsp. melissophyllum groeit onder andere in Polen. Italiaanse onderzoekers hebben ontdekt dat subsp. melissophyllum en subsp. albida verschillen in de chemische samenstelling van de etherische olie en de iridoïdefractie. M. melissophyllum subsp. albida bevat , naast harpagide, 8- O -acetyl-harpagide, melittoside en allobetonicoside , ook iridoïden zoals virginioside en geniposidic acid, die onbekend zijn voor subsp. melissophyllum.

En nog meer bewondering en verwondering overvalt me want zowel waterige als alcoholische extracten van M. melissophyllum hebben een significant therapeutisch potentieel bij de behandeling van verschillende soorten oppervlakkige wonden. Topische toepassing van deze extracten bleek ontstekingen te verlichten, de celproliferatie te verhogen, de collageensynthese op de wondplaats te bevorderen en te resulteren in een snellere wondsluiting, zoals aangetoond in een onderzoek met geïnduceerde brandwonden bij knaagdieren en diabetische wonden. Deze eigenschappen suggereren dat het potentieel nuttig kan zijn als geneesmiddel voor de behandeling van diabetische voetulcera, doorligwonden, brandwonden en andere problematische huidaandoeningen.

Literatuur

  • Skrzypczak-Pietraszek E, Hensel A. Polysachariden van Melittis melissophyllum L. kruid en teelt. Farmacie. 2000; 55 (10): 768–71. [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Maggi F, Martonfi P, Conti F, Cristalli G, Papa F, Sagratini G, et al. Vluchtige componenten van de gehele plant en verschillende plantendelen van de bastaardbalsem ( Melittis melissophyllum L., Lamiaceae) verzameld in Midden-Italië en Slowakije. Chem Biodivers. 2011; 8(11): 2057–79. 10.1002/cbdv.201000365 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Guiso M, Panizzi L. Iridoïden.1. Harpagide-acetaat van Melittis melissophyllum . Tetraëder Lett. 1965; (39): 3439–43. [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Esposito P. Iridoidi (III): structuur en configuratie van de melittoside. Gazz Chim Ital. 1967; 97: 211–8. [ Google Scholar ]
  • Scarpati ML, Esposito P. Iridoidi (IV): monomelittoside. La Ricerca Scientifica. 1967; 37: 840–5. [ Google Scholar ]
  • Venditti A, Frezza C, Guarcini L, Maggi F, Bianco A, Serafini M. Herbeoordeling van Melittis melissophyllum L. subsp melissophyllum iridoidische fractie. Nat Prod Res. 2016; 30(2): 218–22. 10.1080/14786419.2015.1040792 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Maggi F, Conti F, Cristalli G, Giuliani C, Papa F, Sagratini G, et al. Chemische verschillen in vluchtige stoffen tussen Melittis melissophyllum L. subsp. melissophyllum en subsp. albida (Guss) PW Ball (Lamiaceae) bepaald door middel van vaste-fase micro-extractie (SPME) gekoppeld aan GC/FID en GC/MS. Chem Biodivers. 2011; 8(2): 325–43. 10.1002/cbdv.201000262 [ DOI ] [ PubMed ] [ Google Scholar ]
  • Venditti A, Frezza C, Caretti F, Gentili A, Serafini M, Bianco A. Bestanddelen van Melittis melissophyllum subsp albida . Nat Prod Commun. 2016; 11 (11): 1631–4. [ PubMed ] [ Google Scholar ]

woensdag, juni 17, 2026

Liguster, een bekende onbekende medicinale plant.

Een van de populaire haagplanten is de gewone liguster, Ligustrum vulgare L., uit de olijffamilie. Opvallend door zijn sterk geurende bloemen in de lente en zijn inktblauwe bessen in de herfst, is het gebruik ervan als medicinale plant relatief onbekend en worden ligusterbessen over het algemeen als giftig beschouwd. Dit was niet altijd het geval, en het volgende korte overzicht van de bewogen geschiedenis van deze (bijna) vergeten medicinale plant kan worden gezien als representatief voor een hele reeks andere planten.

De wijdverspreide aanwezigheid van liguster in heel Europa, wordt bevestigd door een veelheid aan synoniemen, zoals heggenwilg, inktbesstruik, been- of heghout, Rijnbesstruik, ijzerbesboom, hardhout, kornoelje, beenwilg of keelhout. De geslachtsnaam is afgeleid van het Latijnse ligare = binden, en verwijst naar de lange, flexibele takken die werden gebruikt voor het maken van vlechtwerk. Het harde hout werd ook gebruikt om houten spijkers te maken [ 1 ].

Het verhaal van de liguster

Bij het raadplegen van hedendaagse naslagwerken over geneesmiddelen blijkt liguster ofwel niet vermeld te staan, ofwel wordt het gebruik ervan alleen in verband gebracht met historische bronnen, zoals middeleeuwse kruidenboeken. Daarin noemt Leonhart Fuchs (1543) liguster als Beinhöltzlin, met illustraties die de typische kenmerken van de plant tonen. Hieronymus Bock (1550) noemt de plant Beinhültzen. Beide auteurs beschrijven het gebruik van preparaten gemaakt van de bladeren, bloemen, vruchten en wortels tegen stomatitis, huidontstekingen en voor de behandeling van wonden. Fuchs beschrijft ook het gebruik ervan bij jicht, bevriezing en kompressen van "verpulverde bladeren genezen brandwonden" [ 2 ], [ 3 ]. Terwijl Fuchs in 1543 stelt dat deze plant onbekend was bij apothekers, schrijft Bock zeven jaar later het tegenovergestelde.

Als men op zoek gaat naar nog eerder bewijs voor het medicinale gebruik van de plant, moet men zeker Dioscorides' Materia Medica (1e eeuw na Chr.) raadplegen, waarnaar ook veel middeleeuwse kruidengeneeskundigen verwezen. Daarin wordt het gebruik van de bladeren tegen ontstekingen van de mond en keel genoemd, evenals een afkooksel van de bladeren tegen brandwonden en hoofdpijn [ 4 ], wat overeenkomt met de beschrijving in middeleeuwse kruidenboeken. Of dit echter daadwerkelijk naar liguster verwees, is al lange tijd onderwerp van discussie. Een reden hiervoor is... een kennelijke misvatting van Plinius (23-79 n.Chr.), die "Cypros" (henna, Lawsonia inermis L.), door Dioscorides "Copher" genoemd, identificeerde met de liguster (syn. wilg) (Ligustrum vulgare L.) die in Italië voorkomt, hoewel hij er zelf niet helemaal zeker van was en schreef: "...Sommigen zeggen dat dit dezelfde boom is die in Italië wilg wordt genoemd" [ 5 ]. Als men, zoals Plinius schrijft, het gebruik van het geneesmiddel als middel om het haar rood te verven in ogenschouw neemt [ 6 ], dan zou Plinius' verwarring met henna duidelijk moeten zijn, een opvatting die ook door andere auteurs wordt gedeeld op basis van kritische tekstanalyse [ 7 ]. Of deze verwarring de reden was voor het 'vergeten' van liguster als bron van geneesmiddelen, kan vandaag de dag niet met zekerheid worden beantwoord. Niettemin is het historische gebruik van ligusterbladeren voor de genoemde doeleinden nog steeds gedocumenteerd in sommige Zuid-Europese regio's in de ethnomedicine [ 4 ]. Dit wordt ook gesuggereerd door het gebruik van de bladeren in mondspoelingen voor mond- en keelzweren. [1]. Er is ook bewijs in de veterinaire fytotherapie voor het gebruik van ligusterbladeren tot voor kort bij gevallen van oorontstekingen en stomatitis [ 8 ].

Fytochemie. Inhoudsstoffen van liguster

Bladextracten bevatten fenolische verbindingen, zoals flavonoïden en hun glycosiden, waaronder apigenine, luteoline, apigenine-7-O-rutinoside, apigenine-7-O-glucoside, apigenine-5-O-glucoside en ligustroflavon [4]. Seco-iridoïden en fenylpropanoïden, zoals oleaceïne, oleuropeïne en echinacoside, zijn ook in relevante concentraties in bladextracten aangetroffen [ 9 ]. Het bijzonder hoge gehalte aan oleuropeïne en hydroxytyrosol maakt ligusterbladeren een interessante bron van dit farmacologisch belangrijke natuurlijke product [10], vergelijkbaar met olijfbladeren [ 11 ], die in de Europese Farmacopee zijn opgenomen als Oleae folium (olijfblad). Syringine, vroeger gebruikt om wol geel te verven, is in de schors aangetroffen [1].

Farmacologische effecten van bestanddelen van ligusterblad

Studies naar de farmacologische effecten van geneesmiddelen afkomstig van Ligustrum vulgare L. zijn schaars in de literatuur. Een theebereiding gemaakt van ligusterbladeren remde de activiteit van verschillende lipoxygenasen; de natuurlijke verbindingen oleuropeïne en echinacoside die erin voorkomen, waren ook actief, maar de thee vertoonde sterkere remmende effecten dan de zuivere stoffen [12]. Dit resultaat, dat wijst op ontstekingsremmende effecten, en de talrijke ontstekingsremmende effecten van oleuropeïne die in de literatuur worden beschreven – oleuropeïne is onder andere een actieve remmer van NF-κB in menselijke neutrofielen komen goed overeen met de aanwijzingen uit middeleeuwse kruidenboeken. Dit geldt ook voor de remming van de complementactiviteit door extracten van ligusterbladeren, wat eveneens wijst op ontstekingsremmende effecten [ 4 ], [ 9 ] en een belangrijke rol bij wondgenezing [ 14 ]. Als men de effecten van ligusterbladeren bekijkt vanuit het perspectief van de effecten van de bestanddelen ervan, met name oleuropeïne en het afbraakproduct hydroxytyrosol, dan ondersteunen deze de eerdergenoemde historische aanwijzingen.

Talrijke experimentele studies hebben de activiteit van oleuropeïne aangetoond als een antioxidant tegen oxidatieve stress. Klinische studies hebben daarom aangetoond dat deze seco-iridoïde onder andere verantwoordelijk is voor een vermindering van de infarctgrootte en een verlaging van de cholesterol- en triglycerideniveaus [ 15 ]. Veel farmacologische effecten die geassocieerd worden met het gebruik van olijfolie en olijfbladeren kunnen worden toegeschreven aan hun oleuropeïne- en hydroxytyrosolgehalte. Naast ontstekingsremmende effecten omvatten deze ook antimicrobiële en antivirale activiteiten, en het is ook effectief gebleken bij het metabool syndroom en tegen darmtumoren [ 16 ]. Oleuropeïne heeft in dierstudies cardioprotectieve effecten aangetoond [ 17 ], die kunnen worden toegeschreven aan een remmend effect op hypertensie-geassocieerde enzymen in het cardiovasculaire systeem [ 18 ]. Interventiestudies bij mensen met preparaten van olijfbladeren lieten zien dat, naast het verlagen van de bloeddruk, ook de bloedglucosewaarden en markers voor lipideperoxidatie verbeterden [ 9 ], [ 19 ].

In de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) wordt het kruidengeneesmiddel Ligustri lucidi fructus van Ligustrum lucidum Aiton gebruikt. de samenstelling verschilt van dat van de bladeren van Ligustrum vulgare, en het klassieke gebruik ervan is gericht op het versterken van spieren en botten, evenals het versterken van de nieren en de lever. Recente experimentele farmacologische studies wijzen op antioxiderende, ontstekingsremmende, immunomodulerende, antidiabetische en antitumorale effecten [ 20 ].

Hypothese

Als olijfbladeren een vergelijkbaar spectrum aan bestanddelen bevatten als ligusterbladeren, zouden ze ook een vergelijkbaar spectrum aan effecten moeten vertonen. Gezien het historisch gedocumenteerde gebruik van ligusterbladeren in de traditionele geneeskunde, hebben de indicaties die verband houden met ontstekingsremmende effecten een reële farmacologische basis. Het zou daarom volkomen terecht zijn om ligusterbladeren vanuit dit perspectief opnieuw wetenschappelijk te onderzoeken – als een soort vervanging voor olijfbladeren in de (nog) koelere klimaten van Duitsland of Noord-Europa in vergelijking met het warme Middellandse Zeegebied.

Toxicologie. Giftigheid van liguster

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is liguster niet giftig en staat daarom niet op de officiële lijst van giftige planten. Meldingen van vergiftiging, vooral met de bessen, zijn voornamelijk gebaseerd op historische gevallen uit de diergeneeskunde en enkele toxicologische bevindingen bij mensen [ 22 ], die niet zijn bevestigd door experimentele toxicologie. Er zijn ook aanwijzingen dat de bessen vroeger in de volksgeneeskunde als laxeermiddel werden gebruikt en dat ze bij hogere doses ook buikpijn en krampen kunnen veroorzaken [ 1 ]. Uitwendig contact met ligusterbladeren, bijvoorbeeld bij het snoeien van heggen, kan huidirritatie veroorzaken (“ligusterdermatitis”) [ 23 ], maar er zijn geen andere aantoonbare nadelige effecten gemeld.

Literatuur

1 Hegi G. Ligustrum . In: Hegi G. Illustrierte Flora von Mitteleuropa. Bd. V, Teil 3. Berlijn, Hamburg: Verlag Paul Parey; 1975: 1944-1949 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
2 Fuchs L. Von Beinhöltzlin. In: Fuchs L. Nieuw Kreüterbuch. Bazel 1543. Keulen: Taschen-Verlag; 2001. Kap. CLXXXII Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
3 Bock H. Beinhultzen. In: Bock H. Teutsche Speißkammer. Straatsburg: Wendel Rihel; 1550: 787-789
Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
4 Pieroni A, Pachaly P. Een etnofarmacologische studie naar liguster ( Ligustrum vulgare ) en Phillyrea ( Phillyrea latifolia ). Fitoterapia 2000; 71 (Suppl. 1): S89-S94
CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
5 Möller L, Vogel M. Hrsg. Die Naturgeschichte des Caius Plinius Secundus Bd. 3. Wiesbaden: marixverlag; 2007: 638 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
6 Möller L, Vogel M. Hrsg. Die Naturgeschichte des Caius Plinius Secundus Bd. 4.. Wiesbaden: marixverlag; 2007: 154 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
7 Stückrath K. Bibelgärten. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht; 2012: 349 CrossrefZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
8 Wynn SG, Fougere B. Veterinaire kruidengeneeskunde. St. Louis, Miss., VS: Mosby Elsevier; 2007: 386
Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
9 Czerwinska ME, Ziarek M, Bazylko A. et al. Kwantitatieve bepaling van secoiridoïden en fenylpropanoïden in verschillende extracten van bladeren van Ligustrum vulgare L. met behulp van een gevalideerde HPTLC-fotodensitometrie-methode. Phytochem Anal 2015; 26: 253 260   CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
10 Gießel JM, Zaar A, Schäfer R. et al. Gemakkelijke toegang tot oleuropeïne en hydroxytyrosol uit Ligustrum vulgare — een plantmateriaal dat overal in Eurazië groeit. Mediterr J Chem 2018; 7: 217-222
CrossrefZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
11 Czerwińska ME, Duszak K, Parzonko A, Kiss AK. Chemische samenstelling en UVA-beschermende activiteit van extracten van bladeren van Ligustrum vulgare en Olea europaea . Acta Biol Cracov Bot 2016; 58 (2): 45-55 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
12 Mucaji P, Zahradnikova A, Bezakova L. et al. HPLC-bepaling van de antilipoxygenase-activiteit van een waterinfusie van bladeren van Ligustrum vulgare L. en enkele van de bestanddelen ervan. Molecules 2011; 16: 8198-8208 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
13 Woźniak M, Michalak B, Wyszomierska J. et al. Effecten van fytochemisch gekarakteriseerde extracten van Syringa vulgaris en geïsoleerde secoiridoïden op ontstekingsmediatoren in een humaan neutrofielmodel. Front Pharmacol 2018; 9: 349 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
14 Cazander G, Jukema GN, Nibbering PH. Complementactivering en -remming bij wondgenezing. Clin Dev Immunol 2012; 2012: 534291 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
15 Castejón ML, Montoya T, Alarcón-de-la-Lastra C. et al. Potentiële beschermende rol van secoiridoïden uit Olea europaea L. bij kanker, hart- en vaatziekten, neurodegeneratieve aandoeningen, verouderingsgerelateerde aandoeningen en immuuninflammatoire ziekten. Antioxidanten (Basel) 2020; 9: 149 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
16 Omar SH. Oleuropeïne in olijven en de farmacologische effecten ervan. Sci Pharm 2010; 78: 133-154
CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
17 Nekooeian AA, Khalili A, Khosravi MB. Oleuropeïne biedt cardioprotectie bij ratten met gelijktijdige type 2 diabetes en renale hypertensie. Indian J Pharmacol 2014; 46: 398-403 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
18 Kiss AK, Mańk M, Melzig MF. Dubbele remming van metallopeptidasen ACE en NEP door extracten en iridoïden van Ligustrum vulgare L. J Ethnopharmacol 2008; 120: 220-225 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
19 Saibandith B, Spencer JPE, Rowland IR, Commane DM. Olijfpolyfenolen en het metabool syndroom. Molecules 2017; 22: 1082 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
20 He F, Chen L, Liu Q, Wang X. et al. Preparatieve scheiding van fenylethanoïden en secoiridoïde glycosiden uit Ligustri lucidi fructus door middel van snelle tegenstroomchromatografie gekoppeld aan ultrahogedrukextractie. Molecules 2018; 23: 3353 CrossrefPubMedZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
21 Bundesanzeiger vom 06.05.2000, Jahrgang 52, Nr. 86, pagina 8517Download RIS-citatie
22 Wagstaff DJ. Internationale checklist van giftige planten. Boca Raton, Florida, VS: CRC Press; 2008: 235 CrossrefZoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie
23 Teuscher E, Lindequist U. Biogene Gifte. 3.. Aufl. Stuttgart: WVG; 2010: 696 Zoeken in Google ScholarDownload RIS-citatie



dinsdag, juni 16, 2026

Boomspinazie

Boomspinazie (Chenopodium giganteum) is één van de makkelijkste planten in de categorie ‘vergeten wilde groenten’. Zoals de naam doet vermoeden is de plant familie van spinazie, en ook bruikbaar op dezelfde manier. Maar ondanks wat de naam zou doen vermoeden is het zeker geen boom, maar net zoals spinazie een eenjarige kruidachtige plant. Desondanks is het toch een soort die fors uitgroeit en, mits vroeg genoeg gezaaid in de juiste omstandigheden, kan hij een hoogte van meer dan 3 meter bereiken!

 De boomspinazie hoort bij melde- en ganzenvoetsoorten die als groenten gebruikt kunnen worden. Hij is ook verwant met Quinoa, waarvan de zaden gegeten worden maar die eveneens eetbare bladeren heeft, en de melganzenvoet (C. album), één van de meest voorkomende onkruiden op deze planeet, die trouwens evengoed eetbaar is en bruikbaar op dezelfde manier als zijn grotere familielid. Maar de boomspinazie is in alles een stuk struiser, en bovendien een veel mooiere plant: aan de groei-uiteinden zijn de jongste blaadjes steeds bepoederd met een fluo-violet poeder, wat decoratief is in de tuin, of in de sla… Deze kleur verdwijnt spijtig genoeg wel met het koken.

Gebruik is heel simpel: jonge bladeren en scheutjes zijn eetbaar gekookt als spinazie, of rauw in de sla, de oudere bladeren worden best gekookt. Boomspinazie is dus bruikbaar voor alle spinaziegerechten, en voor salades allerhande.

 Het zaad is ook bruikbaar, maar is nogal moeilijk te verzamelen. De zaadjes zijn ook veel kleiner dan quinoa., en meer vergelijkbaar met die van melganzenvoet, die als graanplant niet meer gebruikt wordt, maar wel werd gegeten in de prehistorie. Boomspinazie is heel makkelijk te zaaien. Hij overleeft goed op de meeste grondsoorten, maar zal vooral bij veel water en zonlicht de hoogte inschieten. Je kan de plant voorzaaien in potjes, of gewoon ter plaatse zaaien vanaf april, maar hou er rekening mee dat het een lichtkiemer is, dus dek de zaden zeker niet af! Zeker niet te dicht bijeen zaaien, want de planten worden na een paar maanden heel groot! Vanaf dat de planten 20 cm groot zijn kunnen jonge blaadjes en de topjes geoogst worden totdat de plant na de zomer begint te bloeien.

 Boomspinazie is eenjarig, maar vormt veel zaad dat makkelijk te verzamelen is. Zie wel dat je niet teveel planten in het zaad laat komen, want de plant is zelf-uitzaaiend en vormt een zaadbank die jaren later nog zaadjes kan opleveren die plots opkomen.




zondag, juni 14, 2026

Wandelen bij de vrouwenmantel, een impressie

Na mijn verblijf in het ziekenhuis is het rustig op gang komen. We wandelen bij de Bonsoybeek, het beekje brengt ons bij de grote visvijver. Hier vinden we een groep bloeiende wilde vrouwenmantels. Verhalen zijn er bij de vleet bij deze alchemistenplant. De grote glinsterende druppels in het hart van het blad zouden ooit door de alchemisten gebruikt geweest zijn bij hun scheikundige en spirituele experimenten op zoek naar het levenselixir. Een levenselixir kan ik nu wel gebruiken.  Ik tip mijn wijsvinger in het gewijde water, het blad doet mij denken aan de wijwatervaten in de kerk. Alchemilladruppels, heidens heilig water uit de natuur. Religie voor ruige natuurmensen.

Maar het is ook water dat volgens oude literatuur voor vele vrouwenkwalen gebruikt kan worden. Een beschermende en versterkende mantel voor de vrouw. De naam Vrouwenmantel heeft de plant mogelijk gekregen omdat de bladeren als een ouderwetse mantel (mantilla) geplooid zijn en als zodanig lichamelijk en geestelijke bescherming bieden aan de vrouw. Mellie Uyldert beschrijft het op haar eigen romantische manier: ‘ telkens waar de stengel zich vertakt, omsluit zulk een blad zorgzaam het vertakkingspunt, terwijl de bladsteel zelf ook weer met een schede de stengel omsluit. Alles aan deze plant zegt: omhulling, koestering, bescherming. De plant heeft dan ook helemaal het wezen van de baarmoeder.’

Ook ter bescherming van de borsten vind je de vrouwenmantel zowel bij Dodoens, Matthiolus als Munting terug.  Dit cruyt ghestooten ende op der vrouwen ende maechden borsten gheleyt maeckt die hert vast ende stijf. lees ik bij Rembertus Dodonaeus.

En Abraham Munting, Beschryving der Kruyden, zegt:  Indien men in dit Water tweemaal vierentwintig uren te weyk legt een weynig Hypocistis, Equisetum (of Paardestaart), Granaatschellen, en gedroogde roode Roozen: dan daarmede een tijd lang dagelijks wascht de Borsten van een Vrouw, zoo zullen de zelve daar van rond, net, en stijf worden; dit zal ook beletten, dat ze niet groot oprijzen, maar kleyn blijven.

Ook de nuchtere looistoffen in de plant verwijzen naar die versterkende, beschermende werking . Hier in de mysterieuze ochtend, afdalend naar de dampende Maasvallei voel je de kracht van deze Alchemillas.

Lees ook https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/alchemilla-sp-vrouwenmantel

woensdag, juni 03, 2026

Clinique antibiotique

En den herborist overleeft op antibiotique en Dafalgan. Plaats Clinique de Dinant. six heure le matin. Pas 3 nachten hier zweverig aanwezig. Koorts stijgt, koorts daalt. Buiten maalt wind en regen als een grote wasmachine de wereld schoon. Ik ook al fris gewassen. Koud water. Helaas niet buiten in de natuur in de grote wasmachine. 

Nacht. Overal klikjes en klakjes kleine nachtelijke geluidjes, bijna meditatief tot dat de meetmachientjes wakker worden. 

Alhoewel.... om 4 uur vanmorgen werd er al bloed getrokken en koorts gemeten. Toorts gemeten wou ik schrijven. De verpleegster met progressie, altijd vriendelijk driftig, ramt het koortspistooltje in mijn oor en het prikuurtje in mijn overvolle aderen en... vind zelfs even geen bloed. Ben ik al overgegaan? Liever niet. Verwacht toch meer hemelse verschijningen in het hiernamaals. Wat Veerles, Ilses en hemelse Marielenes liefst. Nog even suizelig rustig. Wie weet wat komt?  De bloedonderzoekers zeker wel? Toch dankbaar.

Kruiden? Ja toch. Troost met lavendelolie, rozenparfum en als contrast een stevig plantje doorlevend bonenkruid op mijn nachtkastje. 




woensdag, mei 20, 2026

Een herborist aan zee. Een herinnering van vele jaren geleden.

Duinen, zand en zee. Maar zijn er ook planten hier? Eetbaar en geneeskrachtig? Op het strand zie ik zand en op een mooie dag ook mensen, veel mensen. En toch, hier en daar, vind ik ook aangespoeld eten. Zeewier en kwallen of blikjes uit vergane boten.

Zeewinde
Aangespoelde, overboord gegooide blikjes durf ik zelf niet eten. Maar losgeslagen blaaswier (Fucus) kan ik wel smaken, het bevat geconcentreerde jodium en andere mineralen, waardoor ze als voedingssupplement gebruikt kunnen worden, mits ze niet verontreinigd zijn met zware metalen of hondenstront. Na het strandzand vormen zich beginnende duinen, wat niks anders is dan opwaaiend zand, wat anders dan opwaaiende zomerjurken. Stuivend zand en zoute winden, bijna woestijn, maar ondanks de barre omstandigheden proberen planten zich hier te vestigen. Leven, overleven zo zijn wij en zo zijn ook de planten.

Zeeraket

In die beginnende duinen, tussen strand en zeereepduin vinden we de eerste overlever, de Zeeraket (Cakile maritima) met zijn vele roze bloempjes en zijn stevig vlezig blad is hij gemakkelijk te herkennen. Hij ontkiemt waar aanspoelsels, zoals wier en hout, verteerd worden. Met zijn lange puntige wortel gaat hij soms 1 meter diep in het zand op zoek naar zoet water.. Het korte vruchtje van de Zeeraket bestaat uit 2 delen die elk één zaadje bevatten, het bovenste deel maakt zich eerst los van de plant. Het bevat lucht en kan zo drijven op het zeewater. Het tweede zaadje blijft bij de moederplant totdat deze afsterft en voedsel vormt voor het achtergebleven zaadje. Dus kind eet moeder op!

Cakile is afgeleid van een oud Arabisch woord ‘kakeleh’ wat dokter betekent. In de Middeleeuwen was Zeeraket gekend bij de Arabische dokters voor zijn gebruik tegen scheurbuik. Niet verwonderlijk want veel Raketsoorten bevatten veel vitamine C en scherpe ontsmettende mosterdolieglycosiden. Dus zeker eetbaar mits er geen zand en verontreinigde rommel tussen de planten hangt.

Strandbiet

Strandbiet (Beta vulgaris maritima) groeit op de meest voedselrijke plaatsen aan de vloedlijn. De bladeren zijn rijk aan ijzer en vitamines, maar de taaie bladeren zijn moeilijk te kauwen. De Strandbiet is de voorloper van onze gekweekte suiker- en voederbiet.

Loogkruid

Stekend loogkruid (Salsola kali), je vindt hem in groepjes op het naakte duinenzand. De lijnvormige bladeren eindigen op een prikkend puntje, vandaar de naam ‘stekend’ In de Oudheid maakte men zeep met deze plant, zeep ontstaat door het uitlogen van vetten, vandaar dus loogkruid.

Zeewolfsmelk

Een merkwaardige plant is de Zeewolfsmelk (Euphorbia paralias). Deze vorstgevoelige plant overwintert dank zij talrijke, wat ondergestopte zijstengsels in het warme stuivende zand. Het melksap is giftig en etsend, konijnen springen er in een boogje omheen.Het sap veroorzaakt wonden te vergelijken met een wolvenbeet, wat de Nederlandse naam verklaart. Vroeger wreven bedelaars hun gezicht in met dit sap. De etterende zweren die het veroorzaakte, wekten medelijden op. Wat een mens al niet heeft gedaan om zijn kost te verdienen.

Zeewinde

Een laatste plant van de zeereep is de Zeewinde (Calystegia soldanella), met zijn lange, soepele, kruipende stengel en zijn mooie purperroze bloemen is het een goed herkenbare verschijning. De bloemkroon staat wijd open en heeft de vorm van een oude grammofoonspeler. Binnenlandse familieleden zoals Haagwinde en Akkerwinde, de zogenoemde pispotjes, hebben een sterke laxerende werking. In de apothekersboeken noemt men dat een drasticum, dus toch voorzichtig, niet drastisch omgaan met deze lieverdjes.

Een smal biotoopje aan het strand en toch planten met een verhaal. Lichamelijk en geestelijk eetbaar.

dinsdag, mei 19, 2026

Heggenranken en andere mensen

Wat moet ik? Na een weekend van warmte en wijsheid? Het was mooi en meer dan kennis van kruiden. Mensen en kruiden omarmen. Druk zijn en toch diepzinnig.
Namen noemen.... brave hendrik, tom,  japanse duizendknoop, maurice, klaproos, veerle, boksdoorn, wilde ui, michel, karel, bart, echte en valse kamille,  berenklauwtjes, vogelmuurtjes, herders- en andere tasjes....... en we ontmoeten ook albert en andere einsteinen. Emotioneel en rationeel leren. Slordig in orde.

Over de heggenrank dan maar. Heggenrank, de valse alruin.

Ik kan me de eerste heggeranken nog herinneren in de holle wegen van Hoegaarden. Hoe zij met tientallen scheuten ontsproten uit die dikke bietwortel en hoe de gekrulde stengels als voelsprieten zich om tak en vinger draaiden. Planten werden voor de eerste keer levend voor mij. Ze bewogen!!! Dat deze levende plant ook voor de mensheid betekenis heeft gehad, kon ik toen natuurlijk niet vermoeden.

Ik ga maar weer 2000 jaar terug, tot bij Plinius die de naam bryonia al vermelde. Die naam is afgeleid van het Griekse „bryo", groeien, spruiten, op grond van het snel en talrijk ontspruiten van loten aan de wortelstok. 'Dioica' betekent tweehuizig omdat mannelijke en vrouwelijke bloempjes aan verschillende planten groeien. De naam „Heggenrank" slaat op de plaats waar de plant veelvuldig voorkomt, aan heggen en hekken. De Bryonia alba verschilt alleen maar in een paar opzichten van de Bryonia dioica doordat hij eenhuizig is en de rijpe bessen zwart zijn en niet rood.

Oorspronkelijk inheems in het Middellandse-Zeegebied, groeit in Midden-Europa op vochtige plaatsen langs hagen en hekken. Hij bloeit met groene, onooglijke maar wel mooie bloemen van juni tot september. In het voorjaar of in de herfst worden de, soms tot 2,5 kg wegende, bietachtige wortels opgegraven en meestal vers verwerkt. Gedroogde wortels zijn minder krachtig. Voor de homeopathische oertinctuur worden de verse, vlak voor de bloei uitgegraven wortels gebruikt.

Al in de oudheid was heggenrank bekend; in de Middeleeuwen werd de wortel vaak gebruikt om als valse mandragorawortel (alruinwortel) voor veel geld te verkopen; de wortel werd in vorm bijgesneden, hij had namelijk geen benen zoals de echte Alruin.

Bryonia is wel een geneeskrachtige maar ook een zeer giftige plant en wordt dus nu niet meer toegepast in de natuurgeneeskundige fytotherapie. Het is wel een mooi voorbeeld van een plant die ondanks zijn sterke werking in het verleden toch veel gebruikt werd.

Zo vermeld Dodonaeus, de bryoniewortel niet alleen als sterk laxeermiddel, maar 'het treckt af die taeye fluymen/ ende doet die urine lossen/ ende es seer goet om die herssenen/ borste ende die inwendige leden van fluymen ende groven taeyen vochticheden te suyveren ende te reynighen'. Dus wel een totaal reinigend en uitscheidend middel, maar wel wat te straf voor onze geciviliseerde organen. Verder vermeld hij het ook nog tegen epilepsie 'die wortel van Bryonia alle daghen een jaar lanck duerende ontrent een vieren deel loots inghenomen gheneest die vallende sieckte'. Ook was het goed voor een verstopte milt, bracht het de menstruatie op gang en was ook heilzaam voor de huid. Of zoals hij schrijft 'die wortel van Bryonia reynicht oock die huyt/ ende doet die rimpelen ende fronsen vergaen/ ende verdrijft dat sproet litteken/ ende alderhande vlecken ende masen met meel van Erven (erwten) ende van Foenum Graecum (fenegriek) daer op ghestreken'. Dus een anti-rimpelcrème avant la lettre. Dat zou ik nog wel kunnen proberen!

Vragen en verwondering over zijn gebruik. Konden de mensen vroeger meer aan? Was de dosering anders? Of keek men niet zo nauw, was het er op of er onder? Het was zeker niet zo dat Dodonaeus de gevaren van Bryonia niet kende. Onder 'Hindernisse' schrijft hij: Die wortel van Bryonia duer huer fortselijcke cracht beruert die maghe ende die inwendighe leden seer/ ende daer en boven es die Bryonie met bladeren/ vruchten/ stelen/ ende wortelen in alder manieren seer quaet den bevruchten vrouwen tzy bereyt oft onbereyt/ oft in eenighe medecyne vermenght/ alzoo datmen den selven die selve oft eenighen medecynen daer af niet ingheven en kan sonder groot letsel ende hindernisse. En om de bijwerkingen 'die quaetheyt' te verzachten, adviseert hij 'Mastix/ Gengebeer (gember) ende Caneel neempt ende die selve met huenich daer Rosynen in ghesoden hebben/ ingheeft'.

Wat er ook van zei, vandaag gebruiken wij Bryonia dioica niet meer in de fytotherapie, wel is het nog een veel gebruikt homeopathisch middel. Het geneesmiddelenbeeld van het Bryoniatype geeft een duidelijke relatie met droge slijmvliezen, zoals b.v de bronchiën: droge hoest die in warme vertrekken erger wordt, hevige, stekende pijn bij hoestaanvallen, waarbij de zieke vaak de handen tegen de borst drukt; bovendien droge mond en darmslijmvliezen met obstipatie. Het bryoniatype heeft de neiging om veel koud water te drinken. Het word ook toegepast bij stekende pijnen met geringe bewegingen in spieren, pezen en gewrichten (bij acute gewrichtsreuma) met een duidelijke verergering van de klachten bij het ontwaken en een aanmerkelijke verbetering door druk op de pijnlijke plaatsen, de patiënt gaat dan ook vaak op de pijnlijke kant liggen. Een heel verhaal dus die homeopathische beschrijving. Bijna poëzie. Ik hou het maar bij het bekijken, bevoelen en beleven van deze spirituele plant. Of ik gebruik de wortel om er een amulet mee te maken.

maandag, mei 18, 2026

Oxymel, een zoetzure combinatie

Ik ben altijd blij als wetenschappers de effectiviteit van oude natuurlijke remedies onderzoeken. Ik ben nog blijer als de resultaten bevestigen wat we al sinds de oudheid weten! Dit was precies het geval in een recent onderzoek naar de antiseptische eigenschappen van oxymel, een wondermiddel dat al in de tijd van Hippocrates werd geprezen. Oxymel, een mengsel van honing en azijn werd in het oude Griekenland aanbevolen om infecties en ontstekingen te behandelen. Het is zo effectief dat het de tand des tijds heeft doorstaan, van de Middeleeuwen tot nu.

Hoe kan een middel dat bestaat uit slechts twee natuurlijke ingrediënten zulke goede resultaten opleveren? Dat is wat Freya Harrison en haar team van onderzoekers wilden uitzoeken. De resultaten van hun analyses zijn gepubliceerd in het tijdschrift Microbiologie en de resultaten zijn bijzonder. Vooral omdat hun tests gericht waren op bacteriële biofilms. Biofilms zijn clusters van bacteriële cellen die beschermd worden door een soort matrix en vastzitten aan een oppervlak, waardoor ze heel moeilijk uit te roeien zijn. Dankzij deze bescherming zijn ze veel resistenter tegen antibiotica en dit wordt een echt probleem, vooral in ziekenhuizen, waar biofilms zich kunnen vormen op bijvoorbeeld chirurgische instrumenten. Honing en azijn staan bekend om hun antiseptische en antibiotische eigenschappen. Maar het is de synergie van de twee ingrediënten die bijzonder blijkt. De twee samen slagen er in om een groot deel van de bacteriën te vernietigen die beschermd worden door hun biofilm! 

Honing therapeutisch 

Honing heeft bewezen infectiewerende eigenschappen. Het voorkomt de verspreiding van bacteriën, virussen of schimmels dankzij een enzym, glucose-oxidase, dat kleine hoeveelheden waterstofperoxide produceert wanneer het in contact komt met zuurstof. De licht zure pH van honing versterkt zijn werking op bacteriën.  

De verschillende honingsoorten die door het onderzoeksteam werden gebruikt, toonden allemaal positieve resultaten in combinatie met de azijn maar één honing in het bijzonder bleek nog effectiever tegen biofilms. Het wordt uit de bloemen Leptospermum scoparium ook bekend als manuka gehaald en groeit alleen in het wild in bepaalde regio's van Nieuw-Zeeland en Australië. Honing bevat een molecule, methylglyoxal, die het uitzonderlijke anti-infectieuze eigenschappen geeft. De concentratie methylglyoxal (MGO) is hoger in manuka honing dan in andere honingsoorten.Hoe hoger het is, hoe meer de honing actief is. 

Azijn therapeutisch 

Het is het azijnzuur in azijn waardoor het zijn gezondheidsvoordelen heeft. Het wordt ook veel gebruikt in de farmaceutische industrie. Acetylering van een molecuul, d.w.z. de synthese met azijnzuur, versterkt de werking van bepaalde geneesmiddelen. Alle azijn bevatten ongeveer 90% water en 5 tot 8% azijnzuur. Over het algemeen is het ciderazijn die wordt geprezen om zijn gunstige effecten op de gezondheid. Als gorgeldrank, bijvoorbeeld (1 eetlepel cider, verdund in een groot glas warm water), is het perfect tegen keelpijn.

Microbiologie. 12 juli 2023;169(7):001351. doi: 10.1099/mic.0.001351 Zoetzure synergie: onderzoek naar de antibacteriële en antibiofilmwerking van azijnzuur en azijn in combinatie met honing van medische kwaliteit. Freya Harrison 1, * , Anisa Blower 1 , Christopher de Wolf 1, 2 , Erin Connelly 1, *