woensdag, juli 28, 2021

Bietensap tegen hoge bloeddruk

Met elke 2 punten [een punt is 1 mm Hg] dat je bloeddruk stijgt neemt je kans op een dodelijke hartaanval of beroerte met respectievelijk 7 tot 10 procent. Daarom verkort een verhoogde bloeddruk je levensduur. Onderzoekers van Queen Mary University of London hebben ontdekt dat mensen met hypertensie hun bloeddruk kunnen verlagen - en dus ook hun sterftekans kunnen verminderen - als ze elke dag een glas rode bietensap drinken.


Rode bieten - in het Latijn: Beta vulgaris - zitten vol anorganische nitraten. Die nitraten zetten in het lichaam om in nitriet [NO2], en vervolgens in NO. NO is een signaalstof, die cellen in vaatwanden meer cGMP laat aanmaken. Als gevolg daarvan ontspannen de vaatwanden zich, en kan het hart makkelijker bloed rondpompen. De bloeddruk zakt.

Dat is, kort samengevat, hoe rode bieten de bloeddruk kunnen verlagen. Hoe goed rode bieten dat kunnen, wordt duidelijk door het onderzoek dat Vikas Kapil van Queen Mary University onlangs publiceerde in Hypertension.

Studie

Kapil experimenteerde met een kleine zeventig patiënten van 18-85 jaar. Ze hadden allemaal een hoge bloeddruk, en sommigen kregen daarvoor medicijnen. Hun nieren waren gezond. Kapil had daarna laten kijken omdat bieten vrij veel oxalaat bevatten. Er is een groep mensen die niet tegen oxalaatrijke voeding kan, en er nierstenen door ontwikkelt. De helft van de proefpersonen dronk gedurende 4 weken elke morgen 250 ml rode bietensap met daarin ongeveer 6.4 millimol nitraat. De andere helft dronk een placebo.

 Resultaten

Nadat de 4 weken voorbij waren was bij de proefpersonen in de bietensapgroep de concentratie nitriet in het bloed, en ook de concentratie cGMP, toegenomen. Nog eens een week later, waarin de proefpersonen geen bietensap meer gebruikten, waren de effecten weer verdwenen.

Tijdens de vier weken die de toediening duurde nam het effect van het rode bietensap op de bloeddruk toe. De systolische bloeddruk [de bloeddruk tijdens de hartslag] was in de laatste week verlaagd met 7.7 punten, de diastolische bloeddruk [de bloeddruk tussen 2 hartslagen in] met 5.2 punten

De onderzoekers vinden het effect overtuigend. In een interview noemen ze het "as effective as medical intervention in reducing blood pressure". 

Conclusie

"Dietary nitrate provides a viable option to finally exploit the NO pathway, which has been implicated at multiple steps in the genetic architecture of blood pressures and is a therapeutic modality targeted at gene products directly implicated in raised blood pressure", concluderen de onderzoekers.

"With large populations of inadequately treated patients with hypertension at higher risk of cardiovascular diseases, an additional strategy, based on intake of nitrate-rich vegetables, may prove to be both cost-effective, affordable, and favorable for a public health approach to hypertension."

Bron: Hypertension. 2015 Feb;65(2):320-7.

zaterdag, juli 24, 2021

Zomerbloei en het onooglijke ijzerhard

De zomerkruiden staan er glunderend bij. Nog nooit, ondanks mijn meer dan 50 jaar kruiden kijken, heb ik zoveel en zo mooi bloeiende planten langs de Maas gezien. Opsommen dan maar, al vind ik dat cijfermatige wat onvriendelijk naar de planten toe. Stevige vlammende toortsen en teunisbloemen, statige kaardenbollen, wilde asters, de verfplant wouw, grote kattenstaarten, veel wilde marjolein in tintjes en hier en daar verborgen maar sterk tussen al dat geweld, het weinig opvallend ijzerhard. 

Over het vroeger beroemde en nu wat vergeten ijzerhard dan maar. Magie en mysterie over IJzerhard vinden we bij Mellie Uyldert. 'De Oude Germanen offerden dit kruid bij het verklaren van oorlog en het sluiten van vrede. Dit wijst er op, dat dit kruid kracht verleent kracht om te strijden en kracht om in evenwicht te brengen. Raakte men het kruid met ijzer aan dan verloor het zijn kracht. Daarom moest men het met goud uitgraven'. 

Het gold ook als aphrodisiacum. IJzerhard werd dus beschouwd als een verzamelpunt voor levenskracht. Daarom staat het bekend als een middel voor milt en lever. De lever is de bewaarplaats der vitaminen (de moderne naam voor levenskrachten) en men vindt ook in andere talen het verband tussen leven en lever (leber); levertraan geeft levenskracht! De milt is onze voorraadschuur van levensfluide, energie, warmte’

In de middeleeuwen werd het kruid beschouwd als een magische plant die in staat was om met haar sap mensen ondoordringbaar te maken voor pijlen en zwaarden.

Ook ging men er van uit dat wie zich insmeerde met het sap van de plant in staat was om in de toekomst te zien, om wensen te vervullen, vijanden tot vrienden te maken en dat men beschermd was tegen ziekte en betovering. Ook astraal reizen was dan mogelijk. IJzerhard vormde waarschijnlijk om deze reden ook een van de bestanddelen van heksenzalven (vliegzalven).

In heel wat streken werd IJzerhard gebruikt als een afweerplant, die in staat was duivels en heksen te verdrijven, en te beschermen tegen vergif en toverij. In Engeland zei men: ‘Vervain and Dill hinders witches from their will’.

Volgens De Cleene en Lejeune werd IJzerhard door de tijden heen vooral aan de godin van de liefde gewijd. In de klassieke oudheid was het kruid aan Venus gewijd, en door de eeuwen heen, tot in de eerste helft van de 20ste eeuw toe, werd het kruid in liefdesdrankjes gebruikt.

Wie ijzerhard gewoon als huismiddel wil gebruiken, alle wonderlijke verhalen ten spijt, kan dat met een gerust hart doen. Want ijzerhard is een vanouds bekend middel tegen maagpijn, diarree, gebrek aan eetlust en is ook wel als gorgeldrank bij verkoudheid te gebruiken. De thee wordt van het hele,gedroogde kruid gezet en is veilig, alhoewel de smaak niet echt lekker is.

Front Pharmacol. 2016; 7: 499.Anticonvulsant, Anxiolytic, and Sedative Activities of Verbena officinalis results indicate that Verbena officinalis possess anticonvulsant, anxiolytic and sedative activities, which provides scientific background for its medicinal application in various neurological ailments, such as epilepsy, anxiety, and insomnia. 

En ja ook wetenschappelijk gezien is er nog veel interessants te ontdekken aan deze onooglijke Verbema officinalis.

Verbena officinalis is a perennial herb, belongs to family Verbenaceae, commonly known as “Vervian,” “Herb of grace,” “Pigeon’s grass” and localy “Karenta” or “Pamukh.” It mostly grows in Europe and Asia, commonly found in cultivated fields and wastelands near water and cultivated in Northern and Western areas of Pakistan (Jafri et al., 1974; Khan et al., 2015). It grows up to height of about 1 m, having lobed and toothed leaves, while flowers are elegant, silky and pale purple in color (Voogelbreinde, 2009). In traditional system of medicine, Verbena officinalis has been used for treatment of melancholia, hysteria, seizures, jaundice, fever, cholecystaliga, anxiety, depression, insomnia, menstrual disorders (Khare, 2007), abdominal problems, malaria, pharyngitis, edema (Kou et al., 2013), cough, asthma (Vitalini et al., 2009), rheumatic and thyroid problems (Guarrera et al., 2005) etc. The constituents isolated from Verbena officinalis include verbenin, verbenalin, hastatoside, alpha-sitosterol, ursolic acid, oleanolic acid (Duke, 1992), kaempferol, luteolin (Chen et al., 2006), verbascoside, aucubin, apigenin, scutellarein (Rehecho et al., 2011) and essential oils like limonene, cineole, spathulenol, ar-curcumeme (Chalchat and Garry, 1995). The plant is reported to possess antitussive (Gui and Tang, 1985), analgesic, anti-inflammatory (Calvo, 2006), neuroprotective (Lai et al., 2006), Antiradical (Speroni et al., 2007), antioxidant, antifungal (López et al., 2008), anti-tumor (Kou et al., 2013), antibacterial (Mengiste et al., 2015), Antiproliferative (Encalada et al., 2015), and antidepressant (Kamal et al., 2015) activities. In this investigation, we report anticonvulsant, anxiolytic and sedative actions of Verbena officinalis, which explains its ethno-medicinal use in neurological disorders.

Zie ook https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/verbena-officinalis-ijzerhard

vrijdag, juli 23, 2021

Kruidwis

Morgen het moment van het jaar om een kruidwis te maken. Stevige grote bloeiende planten staan nu op hun best om die rituele boeketten samen te stellen. Bijvoet en boerenwormkruid staan voorop, bloeiend sint-janskruid kan nog net geoogst worden, verder is er duizendblad en de stevige toortssoorten die rechtop en geel bloeiend de kruidwis body en glans geven. Kaasjeskruid, moerasspirea en echte valeriaan kunnen er ook bij en als bij wonder verschijnen er het laatste jaar weer bloeiende alanten in de wegberm. Morgen mijn ritueel moment.

Kruidwis voor onze tijd

De rituele planten zijn dikwijls hele gewone, veel voorkomende onkruiden, die vooral op een symbolische manier gebruikt werden, bijvoorbeeld in de vorm van een kruidwis, een boeket bloemen zou je kunnen zeggen of als amulet. Er werd op een bepaalde tijd van het jaar (zomerzonnewende) verschillende planten geplukt en in de woning opgehangen om het huis te beschermen. Deze boeketten werden kruidwissen genoemd, ook negenderhande of vijftienderhande kruiden naargelang de samenstelling van het boeket. De Kruidwis was en is (?) het ritueel boeket bij uitstek.

De kruidwis werd gebruikt als geluksbrenger, tegen blikseminslag en om boze geesten of de duivel te weren. De kruidwis werd opgehangen boven de deur, tegen de poort gespijkerd, verbrand, in het vuur geworpen (offervuur) of als wijwater gebruikt. Al de kruidwissen werden ook gezegend, zoals nu nog gebeurt met de Buxus op Palmzondag in de palmprocessie van Hoegaarden. Zouden we zo de heidense rituelen verchristelijkt hebben? Ook een soort duivelsuitdrijving! De kruidwis zou ook in onze tijd nog gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld betekenis te geven aan een verjaardag, huwelijk of geboorte. Een boeket bloemen meebrengen op een feest is, in zekere zin, nog een flauw afkooksel van de echte kruidwis. Zou het niet mooi zijn om ook aan al die planten en bloemen opnieuw een spirituele betekenis te geven.

https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/30603-kruidwis-rituele-planten-en-hun-betekenis.html

dinsdag, juli 06, 2021

Griekse alant dringt zich op.

De grote, geel bloeiende Griekse alant heeft me, net zoals andere forse planten altijd aangesproken. Toch heb ik hem een tijdje uit het oog verloren, om niet te zeggen verwaarloosd, totdat de plant 2 jaar geleden plots opdook in Wallonie langs de wegkant tussen Hastiere en Blaimont en ik hem dit jaar ook langs de Maas ontdekte. En vandaag vind ik hem massaal terug tijdens onze kruidenstage in mijn verloren tuin van Bellegarde en Diois.  Opvallend toch voor een plant die in het verleden van belang was voor de luchtwegen en zich nu in deze helse Coronatijden manifesteert. Alsof hij wil zeggen, ik ben er, jullie hebben mij nodig.

Zoals vele medicinale plant werd ook Alant reeds van oudsher beschreven.We vinden hem al terug rond 500 voor in de Codex Constantinopolitanus. Ook Hippocrates vermeldde de plant als gunstig voor de luchtwegen, de baarmoeder en de urinewegen en zelfs een schrijver als Horatius verhaalt in zijn 'De Achtste Satire' over het maken van een saus met deze aromatische bittere wortel. Niet verwonderlijk want naast de forse bovengrondse groei is het toch de immense wortel met kamfergeur die vooral opvalt.

In het jaar 77 schreef Plinius over een zekere Julia Augustinus dat ze 'geen dag voorbij liet gaan zonder wat alantwortel te eten, dat ter bevordering van de spijsvertering en een aangenaam humeur.

In de 5de eeuw werd de plant 'inula campana' genoemd en in de middeleeuwen 'enula.' Hildegard von Bingen en Albertus Magnus raadden de plant aan voor de luchtwegen. 
Dodoens vermeldt  :'alant is een veel ghecocht ende wel bekend cruydt' . Die wortel met huenich vermenght ende gheleckt suyvert die borst/ doet die taeye fluymen rijpen ende rijsen/ ende es seer goet tot den hoest ende corticheyt van adem. Alantwortel ghepoedert es goet ghedroncken tseghen die beten ende steken van den fenijnnighen ghedierten/ ende tseghen die winden ende opblasinghen binnen tlichaems. Alantwortel gheconfijt es der maghen goet ende bequaem ende doet die spijse verteeren'.
Ook in de zogenaamde  signatuurleer, waarbij het uiterlijk van de plant aanwijzingen geeft over zijn medicinaal waarde, vind men dat de gele kleur, naar gal en spijsvertering verwijst en de harigheid naar zijn invloed op huid en slijmvliezen. Geschiedkundig vinden we dus vooral de werking op spijsvertering en op luchtwegen terug.

In de Chinese en Ayurvedische geneeskunde, staat de plant onder de naam Pushkaramula in hoog aanzien als longtonicum en als pijnstillend middel. Ook zigeuners maakten gebruik van de Griekse alant om hun paarden te temmen en huidaandoeningen bij schapen te genezen De wortels werden ook verwerkt in parfums en wierook en in Spanje gebruikten men de wortel als natuurlijke vliegenvanger.

In 1804 werd voor het eerst inuline uit de alantwortel geïsoleerd, deze nu bekende stof heeft haar naam dus te danken aan de plant 'inula'. Een stof die furore maakt om de darmflora te verbeteren.

Ook mythische verhalen en bereidingswijzen over alant zijn er genoeg. Alant samen  met ijzerhard en maretak in een hoofdkussen gestopt zou het dromen bevorderen en...liefdeskennis vergroten en als je de plant in het vuur liet verbranden kon je helder zien. Angelsaksische auteurs sloegen de plant hoog aan, vooral tegen ziekten die waren veroorzaakt 'door boosaardige elfen'.

Griekse alant, Inula helenium. De plant zou ontsproten zijn uit de tranen van Helena van Troje, vandaar helenium. Is het gloriemoment van deze reusachtige plant opnieuw aangebroken?

Gekonfijte alantwortel. Te proberen.
En ja, de wortel kan worden gekonfijt : hiertoe wordt de verse wortel op een zacht vuur in ruim water gaar gesudderd. Het nat afgieten in een schaal en hierin een even grote hoeveelheid suiker aan toevoegen. Vervolgens de wortel in deze stroop 24 uur lang laten staan, de volgende dag de wortel uit de stroop halen, deze indikken en daarna de wortel weer in de stroop 24 uur laten staan. Dit iedere dag herhalen: de stroop wordt steeds dikker en de wortel neemt steeds meer suiker op. Na een week de staat de wortel nog nauwelijks onder de stroop, dan de wortel op een vergiet laten uitlekken en door poedersuiker rollen. Opbergen in goed gesloten glazen pot.

vrijdag, juni 18, 2021

Vitex-vooruitzichten

Ook mijn Vitexstruikjes hebben de Coronaverhuis van Bretagne naar België niet overleefd. Hopelijk kan ik tijdens onze kruidenstage begin juli nog wat stekjes of zaad uit de Franse Drôme meebrengen. Terug naar de bron dus, mijn moederplanten van vele jaren geleden en al de herinneringen daar aan verbonden, zijn nu eenmaal uit die streek afkomstig. Herinneren en herbronnen. Bij deze dan maar wat nuchtere info over deze, voor mij emotionele kuisheidsbomen zoals ze ook genoemd worden. 

Botanie Vitex species

Vitex en Maurice in Nyons
Het geslacht Vitex behoort bij de IJzerhardfamilie. Het is een grote, overwegend tropische tot subtropische familie van houtgewassen. Er worden 2500 tot 3000 soorten in 75 tot 100 geslachten toe gerekend. Het geslacht Vitex omvat ca. 380 soorten en ondersoorten. Vitex agnus castus L. is de vitexsoort waar ik het over heb, een soort die steeds meer medicinale betekenis krijgt. Er zijn echter nog vele andere soorten, waaronder: Vitex negundo L. (India, Australië), Vitex trifoliata L. (India, Indonesië), Vitex peduncularis Wall. (India), Vitex rotundifolia L. (China, Japan). 

De twee tot vier meter hoge, vaak aromatisch geurende struik van Vitex agnus castus L. bezit lichtbruine, aanvankelijk viltige takken met kruisgewijs tegenoverstaande, vijf- tot zeventallig gedeelde lancetvormige loofbladeren, die in de late herfst afvallen. De kleine violet tot roze gekleurde bloesems (er komen ook blauwe en witte variëteiten voor) staan in dichte pluimvormige bloeiwijzen bijeen. De bloeitijd begint pas midden in de zomer, juli en augustus, wanneer de plant over het algemeen weinig water ter beschikking staat. Indien ze in die tijd bij het kweken droog wordt gehouden, zal ze een sterke ontwikkeling van vruchtbeginsels te zien geven. Na de bestuiving groeit daaruit een beigebruine aromatische vrucht (zaad) ter grootte van een peperkorrel, een zogenaamde steenbes, die in rijpe toestand vier zaden bevat. Deze hebben een peperachtige geur en smaak. Het is deze vrucht die voorrnamelijk medicinaal gebruikt worden om extracten en tincturen te maken. 

Vitex agnus castus L. groeit in beekbeddingen en aan rivieroevers, hij hoort thuis in het Middellandse-Zeegebied, op de Krim en in Midden-Azië. Dikwijls treft men haar aan in gezelschap van oleander- en tamarisk-struiken. De struik heeft veel warmte nodig, overwintert toch vrij goed in ons klimaat, maar komt wel laat in blad en vruchtzetting gebeurt helemaal niet in ons klimaat. Zelf had ik enkele struiken in een serre staan waar ze wel zaad vormden. Vermeerdering gebeurt door uitzaaiing of door middel van uitgerijpte krachtige stekken in de zomer.

Een herinnering uit de Drôme

Eindelijk naar mijn aromatuin met zijn geurige Vitexstruiken. Helaas de eerste struik die we zien is zwaar gesnoeid, na enig zoeken kan ik nog net een twintigtal halfrijpe vruchtjes verzamelen. Verderop is er gelukkig nog een tweede struik, die vol hangt met rijp zaad. Van de lange, vertakte aren zijn de grijsbruine, donzige vruchten snel en gemakkelijk af te ritsen. Half verdoken in de struik word ik gekoesterd door de zoet-weeige geur en voel ik de eeuwenoude ervaringen van deze Monnikenpeper.

Meer over Vitex 

maandag, juni 14, 2021

Kamilletijd

Echte kamille kan nu geoogst worden. Het zijn de bloemhoofjes in de vroege bloei geplukt, die we nodig hebben om geneeskrachtige preparaten te maken. 

Matricaria recutita L. (syn. Chamomilla recutita (L.) Rauschert) [Fam. Asteraceae]  of de Echte kamille is een laagblijvende, eenjarige kruidachtige plant afkomstig uit Zuid- en Oost-Europa en Noord- en West-Azië, algemeen voorkomend op braakliggende, onbewerkte ruigten, evenals op gecultiveerde grond in heel Europa tot zelfs in Noord-Azië en India. Kamille komt in het bijzonder overvloedig voor in Hongarije en Kroatië en Noord- en Oost-Afrika en nu ook ingeburgerd in Australië en de Verenigde Staten. De kamille die verkrijgbaar is in de handel is afkomstig van gekweekte planten uit Argentinië, Egypte, Bulgarije en Hongarije en in mindere mate uit Spanje, de Tsjechische Republiek en Duitsland (BHP, 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

In Duitsland is kamille een van de meest belangrijke geteelde medicinale planten. Daar wordt die gekweekt op 'braakgelegde gebieden' in overeenstemming met EEG-verordeningen (Lange en Schippmann, 1997). Het materiaal dat gebruikt wordt in de Indiase Ayurvedische geneeskunde groeit in de Punjab en de hogere Ganges vlakten (Karnick, 1994; Nadkarni, 1976) en de kamille die gebruikt wordt in de Afrikaanse geneeskunde groeit in Noord-Afrika en koelere gebieden van Zuid- en Oost-Afrika (Iwu, 1990).

Kamille werd reeds in de oudheid beschreven in de medische geschriften en was belangrijk in oude Egyptische, Griekse en Romeinse medicijnenleer. De naam is afgeleid van het Griekse ‘Chamos’ (grond) en ‘Melos’ (appel), verwijzend naar de lage groeiwijze en de appelgeur van de verse bloemen. Beschrijvingen van de plant zijn reeds te vinden in de geschriften van Hippocrates, Dioscorides en Galen. In de afgelopen 30 jaar heeft uitgebreid wetenschappelijk onderzoek de traditionele toepassingen van kamille bevestigd (Foster, 1990; Salaman, 1992). In de Verenigde Staten werd kamille eerst gecultiveerd door Duitse kolonisten en officieel vermeld in de farmacopee van de Verenigde Staten en de National Formulary. In de negentiende eeuw werd het een belangrijk medicijn dat vooral bij ziekten van jonge kinderen voorgeschreven werd door Amerikaanse eclectische artsen (Felter en Lloyd, 1983; Leung en Foster, 1996). Vandaag is het officieel in vele nationale farmacopees waaronder die van Oostenrijk, Egypte, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Zwitserland en Rusland (Bradley, 1992;. Newall et al., 1996).

In Duitsland is de kamillebloem geregistreerd als een standaard medicinale thee (infusie) voor orale inname, voor topicale toepassing als spoeling of gorgelen, crème of zalf, als een dampinhalator en als een additief voor zitbaden of stoombaden. Zo wordt kamille officieel vermeld in de Duitse farmacopee en is ze tevens een erkend kruid in de Commissie E monografieën. Waterige infusies, hydroalcoholische droogextracten, vloeibare extracten, tincturen en de vluchtige olie worden allemaal gebruikt als monopreparaten en als actieve bestanddelen in meer dan 90 gelicentieerde geneesmiddelen (ABDA, 1982; Banz, 1998, Bradley, 1992; Braun et al., 1997, DAB 10, 1991, Meyer-Buchtela, 1999, Schilcher, 1997, Wichtl en Bisset, 1994). 

In de Duitse kindergeneeskunde zijn kamillebereidingen de eerste keuze voor het verzorgen van de gevoelige huid van baby's en jonge kinderen, in het bijzonder voor inflammatoire huidaandoeningen zoals luieruitslag en melkschurft (Schilcher, 1997). In de Verenigde Staten is het nu een van de meest gebruikte ingrediënten voor kruidenthees. Het wordt afzonderlijk of als een primaire component gebruikt in een breed scala van voedingssupplementen en gezonde voedingsproducten voor orale inname en verder ook voor topicale toepassing in de huidverzorging (Foster, 1990; Leung en Foster, 1996). In de Homeopathische farmacopee van de Verenigde Staten wordt Duitse kamille ook ingedeeld als een OTC-klasse C preparaat bereid als een 1:10 (w/v) alcoholische tinctuur van de hele bloeiende plant, in 45% v/v alcohol (HPUS, 1992).

Volgens de farmacopee moet Echte kamille uit de gedroogde bloemhoofdjes (capitulums), die minstens 0,4% (v/w) blauw vluchtige olie bevatten (Ph.Eur.3 methode 2.8.12), worden samengesteld. Bovendien zijn niet meer dan 25% bloemfragmenten toegestaan die door een 710-zeef kunnen​​. De botanische herkomst moet worden bevestigd door dunnelaagchromatografie (TLC) en macroscopisch en microscopisch onderzoek (Bruneton, 1995, Ph.Eur.3, 1997, Ph.Fr.X, 1990, Wichtl en Bisset, 1994). Zowel de Britse kruidenfarmacopee en de ESCOP-monografieën vereisen dat het materiaal voldoet aan de Europese farmacopee (BHP, 1996; ESCOP, 1997; Schilcher, 1997).

Chemie en farmacologie

Kamille bevat flavonoïden (tot 8 %) waaronder apigenine en luteoline, vluchtige oliën (0,4-2,0 %) bestaande uit x-bisabolol (tot 50 %) en chamazuleen (1-15 %), sesquiterpeenlactonen (matricin en matricarin), slijmstoffen (10 %) bestaande uit polysacchariden, aminozuren, vetzuren, fenolhoudende zuren, choline (tot 0,3 %) en coumarines (0,1 %) (Bradley, 1992; Bruneton, 1995; Leung en Foster, 1996; Newall et al., 1996; Wichtl en Bisset, 1994).

De Commissie E rapporteerde ontstekingsremmende, musculotrope, krampstillende, wondhelende, antibacteriële, bacteriostatische en stimulans voor het huidmetabolisme als eigenschappen van kamille.

Kamille vertoonde anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende en krampstillende activiteiten op de menselijke maag en het duodenum. Orale toediening van kamille-extract veroorzaakte een diepe slaap van 10 van de 12 patiënten die een hartkatheterisatie ondergingen (Mann en Staba, 1986). Kamillethee heeft een duidelijk hypnotiserend effect (Reynolds, 1989). Een hydroalcoholisch extract van kamillebloemknoppen had een spasmolytisch effect op de dunne darm van proefdieren (Bruneton, 1995; Newall et al., 1996). De flavonen, vooral apigenine, evenals een a-bisabolol en andere vluchtige oliebestanddelen zijn verantwoordelijk voor de spasmolytische effecten (Bradley, 1992). In vitro vertoonde kamille anti-staphylococcale eigenschappen (Molochko et al., 1990).

Toepassingen

De Commissie E keurde het inwendig gebruik van kamille goed voor gastro-intestinale krampen en ontstekingsaandoeningen van het maagdarmkanaal. Ook het uitwendig gebruik voor huid- en slijmvliesontstekingen evenals bacteriële huidziekten met inbegrip van die van de mondholte en het tandvlees. Het is ook goedgekeurd voor ontstekingen en irritaties van de luchtwegen (inhalaties) en ano-genitale ontstekingen (baden en spoelen). Het Britse Kruidencompendium geeft aan dat kamille goed is voor inwendig gebruik tegen krampen of ontstekingen van het maag-darmkanaal, maagzweren en milde slaapstoornissen en voor uitwendig gebruik tegen ontstekingen en irritaties van de huid en slijmvliezen voor alle delen van het lichaam en voor eczeem (Bradley, 1992). De Duitse standardisatie voor kamillethee geeft het gebruik aan voor gastro-intestinale klachten en irritatie van de slijmvliezen van de mond, de keel en de bovenste luchtwegen (Wichtl en Bisset, 1994).

Dosering en toediening 

Tenzij anders voorgeschreven: 3 g hele bloemhoofdjes drie- tot viermaal per dag tussen de maaltijden.

Inwendig:

  • Infusie: 3 g in 150 ml water, drie- of viermaal per dag voor maag-darmklachten. Gebruik de infusie als spoel- of gorgelmiddel tegen ontsteking van de slijmvliezen van de mond en keel.
  • Vloeibaar extract 1:1 (g/ml): 3 ml, drie- of viermaal daags.
  • Tinctuur 1:5 (g/ml): 15 ml, drie- of viermaal daags.

Uitwendig:

  • Badadditief: 50 g per 10 liter warm water (huid, rustgevend)
  • Inademen: inhaleer stoomdamp van een warme waterige infusie tegen de ontsteking van de bovenste luchtwegen.
  • Kompres: halfvaste pasta of verband met 3-10% m / m bloemhoofdjes.
  • Spoelen: warme waterige spoeling met 3-10% infusie bvb vaginaal
Wetenschappelijk onderzoek

Hedendaagse studies bij mensen hebben de anti-inflammatoire, spijsverteringsbevorderende, ontstekingsremmende, krampstillende, antibacteriële en kalmerende werking onderzocht (Bradley, 1992; Leung en Foster, 1996; Mann en Staba, 1986; Szabo-Szalontai en Verzar-Petri, 1977; Newall et al.., 1996). Een in-vivohuidpenetratiestudie van kamilleflavonen werd bij negen gezonde vrouwelijke vrijwilligers uitgevoerd. Het onderzoek concludeerde dat flavonoïden niet alleen in de bovenhuid geabsorbeerd worden maar ook doordringen in diepere huidlagen wat belangrijk is voor het locaal gebruik als ontstekingsremmend middel (Merfort et al. 1994).

In een andere gecontroleerde bilaterale vergelijkende studie werd de werkzaamheid van een kamillezalf (Kamillosan) versus 0,25% hydrocortison, 0,75% fluocortin butyl ester en 5% bufexamac onderzocht als dermatologisch middel bij onderhoudsbehandelingen van eczeemachtige aandoeningen. Over een periode van drie tot vier weken werd de onderhoudsbehandeling uitgevoerd op 161 patiënten met huidontstekingen op handen, onderarmen en onderbenen. Aanvankelijk werden die huidonstekingen behandeld met 0,2% difluorcortolone valeraat. De kamillebereiding vertoonde min of meer even doeltreffende therapeutische resultaten als het hydrocortisonpreparaat. Het bleek echter beter dan het niet-steroïdale anti-inflammatoir middel 5% bufexamac en de 0,75% fluocortin butyl ester. De auteurs concludeerden dat kamillezalf therapeutisch vergelijkbaar is met hydrocortison en superieur is aan de andere geteste producten voor de behandeling van neurodermitis (Aertgeerts et al., 1985).

In een dubbelblinde, gerandomiseerde, multicentrische studie in parallelle groepen kregen 79 kinderen (6 maanden tot 5,5 jaar) met acute, niet-gecompliceerde diarree ofwel een appelpectine-kamille-extractbereiding of een placebo in aanvulling op de gebruikelijke rehydratie en een voedingsdieet. Na drie dagen behandeling was de diarree bij de onderzoeksgroep significant beter dan in de placebogroep. De pectine-kamillebereiding verminderde de duur van diarree significant (p <0,05) met ten minste 5,2 uur. De ouders beschreven het genezingsproces tweemaal daags in een dagboek en, in tegenstelling tot de placebogroep, werd een trend van voortdurende verbetering waargenomen in de pectine-kamillegroep (de la Motte et al., 1997).

In een klinisch dubbelblind onderzoek werd de therapeutische werkzaamheid van een kamille-extract op wondgenezing onderzocht bij 14 patiënten die een tatoeage lieten zetten. Objectieve parameters werden gebruikt om het epitheel en het drogende effect van de kamillebereiding op het open wondoppervlak na huidverwijdering door tatoeages te evalueren. De auteurs rapporteerden dat de vermindering van het wondvocht en de drogende tendens statistisch significant zijn (Glowania et al., 1987).

Ondanks het populaire gebruik van kamillethees als mild kalmeringsmiddel en slaapmiddel in Duitsland en elders heeft de Commissie E geen goedkeuring verleend voor een dergelijk gebruik omwille van het ontbreken van een gepubliceerd onderzoek op dit gebied. Een studie geeft echter aan dat apigenine, een in water oplosbaar bestanddeel van kamille, zich bindt met benzodiazepinereceptoren en aldus een moleculaire basis vormt voor een mogelijk licht temperende werking op het centraal zenuwstelsel (Viola et al., 1995).

Referenties

  • ABDA (ed.). 1982. Pharmazeutische Stoffliste, 4th ed., with supplements. Frankfurt am Main: Arzneib üro der ABDA.
  • Aertgeerts, P. et al. 1985. [Comparative testing of Kamillosan cream and steroidal (0.25% hydrocortisone, 0.75% fluocortin butyl ester) and non-steroidal (5% bufexamac) dermatologic agents in maintenance therapy of eczematous diseases] [In German]. Z Hautkr 60(3):270-277.
  • Bradley, P.R. (ed.). 1992. British Herbal Compendium, Vol. 1. Bournemouth: British Herbal Medicine Association.
  • Braun, R. et al. 1997. Standardzulassungen f ür Fertigarzneimittel —Text and Kommentar. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • British Herbal Pharmacopoeia (BHP). 1996. Exeter, U.K.: British Herbal Medicine Association. 131.
  • Bruneton, J. 1995. Pharmacognosy, Phytochemistry, Medicinal Plants. Paris: Lavoisier Publishing.
  • Bundesanzeiger (BAnz). 1998. Monographien der Kommission E (Zulassungs- und Aufbereitungskommission am BGA f ür den humanmed. Bereich, phytotherapeutische Therapierichtung und Stoffgruppe). K öln: Bundesgesundheitsamt (BGA).
  • de la Motte, S., S. Bose-O'Reilly, M. Heinisch, F. Harrison. 1997. Doppelblind-vergleich zwischen einem apfelpektin/kamillenextrakt-pr äparat und plazebo bei kindern mit diarrhoe [Double-blind comparison of an apple pectin-chamomile extract preparation with placebo in children with diarrhea]. Arzneimforsch 47(11):1247-1249.
  • Deutsches Arzneibuch, 10th ed. (DAB 10). 1991. (With subsequent supplements through 1996.) Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag.
  • ESCOP. 1997. 'Matricariae flos.' Monographs on the Medicinal Uses of Plant Drugs. Exeter, U.K.: European Scientific Cooperative on Phytotherapy.
  • Europäisches Arzneibuch, 3rd ed. (Ph.Eur.3). 1997. Stuttgart: Deutscher Apotheker Verlag. 1161-1162.
  • Felter, H.W. and J.U. Lloyd. 1983. King's American Dispensatory, 18th ed., 3rd rev. Portland, OR: Eclectic Medical Publications [reprint of 1898 original]. 1246-1247.
  • Foster, S. 1990. Chamomile. Botanical Booklet Series, No. 307. Austin: American Botanical Council.
  • Glowania, H.J., C. Raulin, M. Swoboda. 1987. [Effect of chamomile on wound healinga clinical double-blind study] [In German]. Z Hautkr 62(17):1262, 1267-1271.
  • The Homeopathic Pharmacopoeia of the United States (HPUS). 1992. Arlington, VA: Pharmacopoeia Convention of the American Institute of Homeopathy.

zondag, mei 30, 2021

Nieuwe Escop-monografie over salie

ESCOP is de European Scientific Cooperative on Phytotherapy, de Europese overkoepelende organisatie van nationale verenigingen op het gebied van fytotherapie. De ESCOP is in 1989 opgericht door de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie tezamen met  zusterverenigingen uit de Bondsrepubliek en het Verenigd Koninkrijk. ESCOP is onafhankelijk, niet alleen van zowel nationale overheden als de Europese overheid, maar ook van de  industrie. De gedachte bij de oprichting was namelijk dat een overkoepelende organisatie beter geschikt zou zijn om de individuele belangengroepen op dit gebied te behartigen in gesprekken met beleidsbepalende en wet- en regelgevende overheden, met name met Brussel. Inmiddels zijn 14 nationale organisaties aangesloten bij ESCOP.

ESCOP publiceert regelmatig nieuwe monografieën over veelgebruikte kruiden. Oudere monografieën zijn in boekvorm verkrijgbaar. Dat geldt niet voor de nieuwe en herziene monografieën. Deze zijn uitsluitend nog digitaal beschikbaar.

Echte Salie (Salvia folium)

Salie kan gebruikt worden bij dyspeptische klachten zoals brandend maagzuur en een opgeblazen gevoel. Ook wordt het toegepast bij hyperhidrose, opvliegers, hyperglykemie en hyperlipidemie en ontstekingen van de mond of keel.

De monografie geeft informatie over de dosering en interacties met andere medicatie.

In vitro-experimenten met salieblad toonden anti-microbiële, anti-oxiderende, ontstekingsremmende, antigenotoxische, hypoglykemische, cytoprotectieve en angiogenese-remmende activiteiten aan. In vivo-experimenten lieten anti-nociceptieve, ontstekingsremmende, hypoglykemische, lipidenverlagende, maagbeschermende, geheugenverbeterende, antimutagene, wondgenezende, antioxidatieve, anti-ulcerogene en larvicide eigenschappen zien.

Farmacologische studies bij vrouwelijke vrijwilligers en gezonde oudere volwassenen toonden verbeterde lipidenprofielen, antioxiderende afweer en effecten op het geheugen.

Gecontroleerde klinische onderzoeken met salieblad lieten antimicrobiële en antiflogistische effecten zien bij patiënten met afteuze ulcera, gingivitis of faryngitis en bij patiënten met primaire hyperlipidemie of type 2-diabetes vertoonden hypoglykemische en lipidenverlagende effecten.

De monografie gaat ook in op veiligheid. Humane studies lieten slechts milde bijwerkingen zien, zonder effecten op de lever- of nierfunctie.

De literatuur die in de monografie wordt aangehaald, is gericht op het samenbrengen van relevante informatie over de mogelijke fysiologische rollen van salieblad en zijn belangrijkste bestanddelen.

zaterdag, mei 29, 2021

Mijn eerste klaproos 2021

Klaprozen waren altijd erg bekende, ‘populaire’ planten. Dat bewijzen de vele (volks)namen. Sommige spreken echt wel tot de verbeelding: stinkroos, kollebloem, rode kol, korepater, kankerbloem, rode koornbloem, klapper, weulverbloem, bloeddroppels der soldaten, donderbloem, oorlogsbloem, doodsbloem, maankop, rosewiet, korenheul, heulbloem, koornroos, …

De algemene naam ‘papaver’ zou afgeleid zijn van het Keltische ‘papapap’ dat ‘pap’ of ‘brij’ betekent en het Latijnse ‘verum’ dat ‘echt’ of ‘waar’ betekent. Dat slaat op de oude gewoonte om papaversap door de pap te roeren om zo huilende baby’s rustiger te maken of in slaap te krijgen. ‘Rhoeas’ komt misschien van het Griekse ‘rhuan’ of ‘rhyas’ wat ‘vallend’ betekent en wijst op het snel uitvallen van de bloemblaadjes. De naam kan ook afkomstig zijn van het Griekse ‘Rhodeos’ of ‘rood’ naar de rode kleur van de bloemen. 

Volgens de Duitse botanicus en arts Hieronymus Bock (1498-1554) werd de klaproos genoemd naar het klapperende of ratelende geluid dat de rijpe zaden maken in de zaaddozen als deze geschud worden. Een andere verklaring verbindt de naam met een oeroud kinderspelletje waarbij bloemblaadjes werden omgevouwen tot een soort zakje dat, als je er een klap op gaf, met een klappend geluid opensprong. Dit spelletje werd ook beschreven door de Duitse arts Leonhard Fuchs (1501-1566), als verklaring voor de Duitse naam ‘Clapperroose’. Het tweede deel ‘roos’ verwijst natuurlijk naar de bloemvorm en de rode kleur van vele rozen.

Een andere oude naam voor deze plant is ‘kollebloem’. In 1543 vermeldt Fuchs ‘Colle’ en ‘Colbloemen’, Dodoens noteert in 1618 ‘Collebloem’. Het woord ‘kol’ kan wijzen op de gelijkenis van de gladde doosvrucht met een kaal kopje. Maar omdat de ‘kollebloem’ meestal in het koren groeit, kan de naam ook een verbastering zijn van ‘korenbloem’. Dodoens noemt de grote klaproos ook ‘wilden heul’, waarbij ‘heul’ is afgeleid van het Middelnederlandse ‘oele’, ontstaan uit het Latijnse ‘oleum’. Zo verwijst de naam naar de olie die uit papaverplanten geëxtraheerd kan worden.

De naam ‘kankerbloem’ zou erop wijzen dat boeren haar een ‘kanker’ in het veld vonden, maar het volksgebruik meldt dat de bloem zowel tegen kanker zou helpen, maar ook kanker kon veroorzaken.

De naam ‘klaproos’ wordt ook verbonden met de eigenschap van de bloem om dicht te klappen bij regenweer. In Vlaanderen wordt ze ook wel ‘onweersbloem’ of ‘donderbloem’ genoemd. In Wallonië wordt dit ‘tonnoire’, naar ‘tonnerre’. In vroegere tijden probeerde men ook onweders te bezweren met behulp van de klaproos. Men plukte grote boeketten met donderbloemen om die in de kerk te laten zegenen. Kwam er nadien onweersdreiging opzetten, dan stak men de gezegende planten in brand. 


woensdag, mei 26, 2021

Koekoeksbloem, vrolijke vergankelijkheid

In vochtige weilanden, langs oevers van rivieren kunnen we ze nu dansend tegen komen. De echte koekoeksbloem. Deze sierlijke vaste plant uit de Anjerfamilie (Caryophyllaceae) die zowat 80 cm hoog kan worden, heeft heldergroene bladeren smal lancetvormig en de frêle stengels zijn vaak vertakt en ruw behaard. Opvallend zijn de franje-achtige bloemen waarmee de plant sierlijk kan bloeien. De bloemen vallen des temeer op omdat aan de stengels maar weinig blaadjes zitten. Ze zien er wat rafelig uit (een Engelse naam voor de plant luidt Ragged robin: rafelige roodborst). De bloemkleur is rozerood, een enkele keer komen ook witte bloemen voor. De bloeitijd loopt van mei t/m juli met soms nog een tweede bloei in de nazomer en herfst van augustus tot in oktober.

Echte koekoeksbloem in vochtig grasland 

Echte koekoeksbloem, Silene flos-cuculi houdt van vochtige tot drassige grond die matig voedselrijk is. Dit kan zowel zand, leem, lichte klei, zavel als veenbodem zijn. Ze is o.a. te vinden in vochtige tot natte graslanden/hooilanden en bermen, aan sloot- en waterkanten, in vochtige lichte loofbossen en in duinvalleien. Waar de natuurlijke omstandigheden goed zijn, kan de Echte koekoeksbloem massaal aanwezig zijn en vormt ze grote rozerode tapijten. Het is een zonminnende soort die ook gedijt op licht-beschaduwde plekken. In Nederland is het een nog vrij algemene soort, behalve in de zeekleigebieden. Het is een Rode Lijstsoort. In Vlaanderen (eveneens Rode Lijst) en in Wallonië ook aangemerkt als een vrij algemene soort. Hoewel Echte koekoeksbloem wordt beschouwd als een soort die nog vrij algemeen voorkomt, is ze in het natuurlijke landschap sterk achteruitgegaan. Vooral bemesting en verlaging van de grondwaterstand ten behoeve van intensieve landbouw en veeteelt zijn desastreus voor deze soort. 

In haar natuurlijke habitat kan ze samen voorkomen met Gewone dotterbloem, Pinksterbloem, Grote ratelaar, Veldlathyrus en verschillende orchideeënsoorten. De bloemen worden bestoven door honingbijen, wilde bijen, hommels en dag- en nachtvlinders. 

Naamgeving 

De botanische naam Silene gaat terug naar de bosgod Silenus, die wordt beschouwd als de vader van de silenen. Hij staat vaak dronken en rijdend op een ezel afgebeeld met een dikke buik, net als de opgeblazen kelk van de koekoeksbloem. Volgens een andere interpretatie stamt silene af van het Griekse sialon in de betekenis van speeksel of slijm, omdat vele soorten kleverig zijn. De soortaanduiding Flos-cuculi is samengesteld uit de Latijnse woorden flos = bloem en cuculus = koekoek, koekoeksbloem. Een vroegere botanische naam voor de plant was Lychnis flos-cuculi. 

Voor de Nederlandse naam zijn twee verklaringen: de naam is aan de plant gegeven omdat de bloei zou samenvallen met de komst en de roep van de koekoek. Een tweede, meer waarschijnlijke verklaring hangt samen met een soort schuim dat je vaak kunt vinden in de bladoksels van verschillende soorten koekoeksbloemen. Dit schuim is afkomstig van de larve van de schuimcicade (door het beestje zelf geproduceerd en als beschermende woning gebruikt). Het werd voor koekoeksspog (spuug) aangezien. 

Volksnamen zijn Kraaienbloem, Hanebloem, Haanderikkebloem en Haneklauwen (de stengel met bloem doen aan een vogelpoot denken), Vleeschbloem, Saffraanbloem, Roodsteerntje en Rode sterrekes (verwijzing naar de rozerode kleur van de bloem), Mariaroosje en Pinksterbloem (in relatie tot de bloeitijd), Armoedsbloem (de bloemen zien er rafelig uit en riepen blijkbaar een beeld van armoede op), Kikkerbloemen (mogelijk omdat de plant op drassige plekken groeit), Wilde duizendschoon, Wilde tuilkens en Wilde lichnis. 

Magisch ritueel spiritueel 

In de middeleeuwen werden van Koekoeksbloem kransen en guirlandes gevlochten die werden gebruikt als een teken van vreugde of verdriet bij trouwerijen of begrafenissen. 

Medicinaal weinig gebruikt

Onze bekendste 16e-eeuwse plantkundige Dodonaeus schreef over Echte koekoeksbloem: 'Het zaad, kruid en het hele gewas van de kraaibloempjes is zeer goed tegen de steken van de schorpioenen, ja ze hebben daar zo grote kracht in dat het kruid alleen voor de schorpioenen geworpen die heel machteloos en traag maakt zodat ze niemand schadelijk of hinderlijk kunnen wezen, het geneest ook allerhande vergif'. De plant bevat o.a. saponinen, maar er zijn verder geen medicinale toepassingen bekend.  Toch zijn er enkele onderzoeken geweest, die aanwijzingen geven voor een anti-schimmelwerking 'this report is the first to show the biological activity of L. flos-cuculi in terms of the antifungal and antiamoebic activities and acute toxicity. It is also the first isolation of the main ecdysteroids from L. flos-cuculi micropropagated, ecdysteroid-rich plant material'. *

Wild en vrolijk in de tuin

Echte koekoeksbloem kan een tuin lange tijd sieren met haar uitbundige en langdurige bloei. Ze heeft wel een vochtige tot natte en liefst zonnige standplaats nodig. Koekoeksbloem wordt ook als sierplant in verschillende variëteiten gekweekt met o.a. witte en dubbele bloemen. In het openbaar groen een mooie soort voor vochtige weides, natte bermen of oeverranden. Aantrekkelijke bloemenweides worden gecreëerd met soorten als Pinksterbloem, Kleine ratelaar, Scherpe boterbloem, Gevleugeld hertshooi, Rietorchis, Moerasspirea en Poelruit. 

*Molecules. 2021 Feb 9;26(4):904. doi: 10.3390/molecules26040904.Two Ecdysteroids Isolated from Micropropagated Lychnis flos-cuculi and the Biological Activity of Plant Material

dinsdag, mei 25, 2021

Pronkboon of Roomse boontjes. Eetbaar windscherm.

We proberen de pronkboon te laten groeien langs ons 'balkon' in de hellingbossen van Bonsoy. Deze vergeten groente komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Centraal-Amerika en Mexico en werd in de 17de eeuw naar Europa gebracht. 

Mogelijk stamt de pronkboon Phaseolus coccinaeus af van de wilde soort Phaseolus formosus. Deze klimplant is in België eenjarig en rechtswindend. De bloem is trosvormig, en de bloei vindt plaats van juni tot eind september. De plant is weinig vatbaar voor ziekten en heeft weinig last van ruwe weersomstandigheden. Doordat de plant niet snel kapot waait wordt hij vanouds als windkering bij snijbonen, augurken, en vroeger ook bij tabak gebruikt. Ook in de siertuin kan hij mooi staan. Al snel leerde de mens de voedzame kenmerken van de soorten van het geslacht Phaseolus kennen en cultiveerde tal van varianten, zoals de bruine boon, de kievitsboon, de sperzieboon en de snijboon. 

De pronkboon behoort tot de Azteekse of prehistorische bonen en zou gevonden zijn in prehistorische graven. Ze worden in vele vormen door de Mexicanen en Z. Amerikanen gekweekt en gegeten. Is beschreven in 1633, was in Engeland omstreeks 1650. Clusius zag de eerste pronkboon in een klooster te Lissabon. Die was vanuit Peru naar Spanje gebracht. Hij kreeg ze direct uit Brazilië, schonk ze aan vrienden en zorgde zo voor zijn verspreiding. A. Munting; ‘Phaseolus americanus niger flore phoeniceo of zwarte Amerikaanse boon met een als brandende mooie rode kleur die het oog zeer bevallig is en die van velen Piet Hein bonen genoemd wordt omdat de admiraal Piet hein die in1628 de Spaanse zilvervloot genomen heeft die eerst uit Amerika in deze landen bracht.’

En nu afwachten of deze eetbare pronkboon mijn bosbalkon wil versieren.