vrijdag, juni 26, 2020

De emotionele plant in mezelf


De emotionele plant in mezelf. Mythologie, plantgestalt, mens in plant, plant in mens, signatuur, fenomenologie ......

https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/53481-weegbree-geschiedenis-en-mythisch-gebruik.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/87896-sleedoorn-verhalen-en-verleden.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/107505-sleedoorn-in-de-mythologie.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/84425-maretak-spiritueel-en-rationeel.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/91860-eik-verhalen-en-verleden.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/27569-bijvoet-een-plant-met-een-verleden.html
https://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/52288-bomen-voor-mensen.html
https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/70210-in-resonantie-met-de-natuur-hans-andeweg.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/64288-klimop-de-mythische-klimmer.html
https://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/52064-es-een-mythische-en-medische-boom.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/40963-salomonszegel-mythe-macht-en-geneeskracht.html

donderdag, juni 18, 2020

Duizendblad, een manusje van alles

Het is nu het moment om het bloeiend duizendblad te oogsten. Achillea millefolium of Gewoon duizendblad is een overblijvende plant met een kruipende wortelstok, die uitlopers vormt en gemakkelijk gaat overheersen. Het aromatische kruid, dat een meter hoog kan worden, komt algemeen voor op het noordelijk halfrond. Het verkiest zonnige plekken en een redelijk droge, lichte bodem en wordt vooral aangetroffen op wat schrale graslanden, braakliggende terreinen en dijken, langs paden en wegen en als onkruid in tuinen. Duizendblad is een sterke plant, die goed bestand is tegen droogte, koude en hitte.

De geslachtsnaam ‘Achillea’ verwijst naar de Griekse veldheer Achilles, die het kruid op zijn krijgstochten meenam om oorlogswonden te verzorgen.
De Latijnse soortnaam ‘millefolium’ die hetzelfde betekent als het Nederlandse ‘duizendblad’, dankt de plant aan het karakteristieke, langwerpige blad, dat in zoveel luchtige slipjes is ingesneden, dat het kantwerk lijkt.

Vanuit het tegen de grond liggend bladrozet rijst, begin zomer, een houtig-harde bloeistengel omhoog, met platte schermachtige trossen kleine, witte of roze bloemen aan de top. Duizendblad hoort echter niet tot de schermbloemigen, maar tot de familie van de composieten. Wat er in een ‘bloeischerm’ uitziet als een enkele bloem, is in werkelijkheid een bloemhoofdje, samengesteld uit een geel hartje van buisvormige bloempjes en een krans wittige lintbloempjes er omheen. De hele plant geurt aromatisch, kruidig.

Duizendblad fenomenologisch en antroposofisch bekeken

Millefolium heeft een sterke relatie tot licht. Het is een ‘lichtkiemer’, het zaad heeft licht nodig om te kunnen ontkiemen. De bladeren lijken door de fijne insnijdingen als ‘getekend’ door het licht, dat er overal doorheen kan stromen.
Ook het warmte-element neemt de plant sterk in zich op, waardoor aromatische stoffen, etherische oliën en harsen, niet alleen in de bloemtoppen aanwezig zijn, maar ook in stengel en blad.
Naast verfijning in de bladvorm, hoge organisatie in de bloeiwijze en een neiging tot vegetatieve woekering in de wortelstok, toont Millefolium ook een duidelijke tendens tot starheid, uitdroging en ‘standvastigheid’. Dit uit zich onder meer in de hardheid van de stijve, rechtopstaande stengel,  en in de trage, gestage wijze waarop knoop na knoop, blad na blad worden opgebouwd. Die tendens werkt door tot in de bloei, die zich slechts langzaam tenvolle ontplooit, maar dan maandenlang, tot aan de eerste sneeuw, zo goed als onveranderd blijft. De bloeiende toppen worden graag in droogboeketten verwerkt.
Bij al die kwaliteiten  voegt zich het zoutige karakter, dat zich onder meer uitdrukt in het hoge gehalte aan kalium in de as. Geur en smaak hebben iets ‘verdichtends’, samentrekkend, bitter en tegelijk aromatisch.

Duizendblad behoort tot de oudste en meest gebruikte geneesplanten van de mensheid. 
Het kruid wordt al eeuwenlang gebruikt in de volksgeneeskunde om (1) zijn bloedstelpende en wondhelende eigenschappen, tegenwoordig grotendeels toegeschreven aan de looistoffen die het bevat.
(2) Door zijn hoog gehalte aan bitterstoffen wordt duizendblad gebruikt als tonicum bij maagstoornissen, als eetlustopwekkend middel en om misselijkheid en zuuroprispingen tegen te gaan; het zou ook de galsecretie bevorderen.
(3) Van de etherische olie (met proazulenen), die veel gelijkenissen vertoont met kamille-olie, werden spasmolytische eigenschappen vastgesteld, wat de toepassing van duizendblad-bereidingen bij maag-darmkolieken, winderigheid en bij menstruatiepijnen rechtvaardigt, en ook ontsmettende en ontsteking remmende effecten.
(4) De stimulerende en regulerende werking op de bloedsomloop wordt voornamelijk toegeschreven aan de aanwezige flavonoïden.

De antroposofische geneeskunde herkent in Millefolium een beheerser van tegengestelde krachten, die er meesterlijk in slaagt om een harmonisch evenwicht te bewaren tussen oplossings- en omvormingsprocessen enerzijds en substantievormende, verdichtende en vormbewarende processen anderzijds. Hierop steunen de vele toepassingen zowel in- als uitwendig.

zaterdag, juni 13, 2020

Valeriaanbloemen

De overdaad aan sterk geurende valeriaanbloemen zet me er toe aan om  toch maar eens een tinctuur te maken met de bloemen. Normaal moet dat met de wortel, maar eens wat anders proberen moet kunnen. De vreemde, muffe geur van de wortel vind je ook, maar zeer subtiel, terug in de bloemen maar dat aroma is dan wel gemengd met een wat zoetere bloemige geur. Een mooi evenwicht, lijkt mij, tussen kalmeren en opwekken, tussen yin en yang, tussen sympathicus en parasympathicus. Of ben ik nu aan het overdrijven?

Literatuur over de werkzaamheid of de inhoudsstoffen van de valeriaanbloemen vind ik nergens, niet in de oude noch in de nieuwe literatuur. Spijtig en dus moet ik het voorlopig met mijn eigen, organische detectietoestellen doen, namelijk  mond en neus, geur en smaak en die vertellen mij dat er in de bloemen, in mindere mate, toch dezelfde stoffen als in de wortel moeten zitten. Niet alleen de verse bloemen maar ook de tinctuur geurt en smaakt naar valeriaan.

In de wortel 
Omdat de sterke, vreemde geur van Valeriaan nogal opvallend is, zeker als hij gedroogd is, heeft men de werking vooral willen toeschrijven aan die geurstoffen, de vluchtige olie. Daarom hebben wetenschappers in hun zoektocht naar stoffen met een kalmerende werking veel analyses gedaan op de vluchtige olie van de plant. De stoffen die werden gevonden, zoals isovaleriaanzure bornylesters, valereenzuur en valeranon hebben wel degelijk een sedatieve en krampwerende werking bij kikkers en konijnen, alleen zijn er maar minimale hoeveelheden hiervan in de plant aanwezig.
Naast vluchtige oliestoffen komen er ook kleine hoeveelheden alkaloïden voor, zoals methylpyrrylketon en valerianine, die ook sedatief zijn. Interessant is ook dat een ander alkaloïd actinidine, geen kalmerende maar juist een stimulerende werking heeft... op katten. Al heel lang is bekend dat katachtigen opgewonden geraken al ze valeriaan reuken. Misschien moet ik ook eens de bloemen uittesten op mijn katten.

woensdag, juni 10, 2020

Dodemansvingers bij de Aulne

Bij ons Bretoense huis langs de rivier de Aulne groeien naast de koningsvarens en groot hoefblad massaal veel Dodemansvingers. Met zijn stevig uiterlijk en grote witte schermen springt de Dodemansvingers (Oenanthe crocata) meteen in het oog. Hij kan wel tot een anderhalve meter hoog worden. Het blad lijkt wat op dat van een grote Selderij en is zo vrij gemakkelijk te onderscheiden van algemene soorten zoals Gewone berenklauw, Fluitenkruid en Zevenblad. Een typisch kenmerk zijn de spitse driehoekige groene kelkblaadjes aan de voet van de helder witte bloemetjes. Die bloemetjes geven een wijnachtige geur af.

Gifbeker
De soort vindt haar oorsprong aan de kusten in het westelijke Middellandse Zeegebied, maar tegenwoordig kan ze worden aangetroffen tot in Schotland.  Zijn zaden worden verspreid langs het water of blijven kleven aan de poten van watervogels.
Laat je niet misleiden door zijn frivole uiterlijk. De Dodemansvingers is extreem giftig door de aanwezigheid van het snelwerkend zenuwgif oenanthotoxine. Het gif, dat ook wordt aangetroffen in andere schermbloemen zoals Gevlekte scheerling, werd door de oude Grieken gebruikt bij het vullen van de gifbeker. De wortels worden regelmatig verward met die van Pastinaak of de stengels met die van Selderij. Het aanraken van de Dodemansvingers vormt helemaal geen probleem. Het inslikken van plantendelen wel. De hele plant is giftig, maar de grootste concentratie gif bevindt zich in de knolvormig verdikte wortels, die wel wat weg hebben van.... inderdaad dode vingers.

Sardonische grijns
Een kleine hoeveelheid rauw plantenmateriaal veroorzaakt misselijkheid en braakneigingen en kan zelfs fataal zijn. Na inname trekt het gevoel uit de uiteindes van het lichaam, zoals de vingers en de tenen, weg. Daaraan dankt de plant ook haar typische naam. Het meest bekende effect van de Dodemansvingers is de zogenaamde ‘sardonische grijns’. Dat is een fenomeen waarbij de spieren in het gezicht verkrampen. De persoon krijgt opgeheven wenkbrauwen en het lijkt wel alsof hij lacht. De benaming is afkomstig van het eiland Sardinië waar de bevolking in de tweede eeuw voor Christus de Dodemansvingers serveerde aan oudere mensen die niet langer voor zichzelf konden zorgen. Het werd beschouwd als een respectvolle dood waarbij het mentaal en lichamelijk aftakelen werd vermeden.

donderdag, juni 04, 2020

Een bijzondere bijvoet. Het moxakruid.

Jaren geleden,op bezoek bij de kruidenkwekerij Rühlemann's Kräuter und Duftpflanzen in het Duitse Horstedt vonden we tussen de vele exclusieve planten ook de ordinaire beifuss, niks anders dan onze inheemse bijvoet, Artemisia vulgaris, maar dan wel onder de naam Moxakraut. Na even aan de plant gesnuffeld te hebben kwamen we tot de conclusie dat de geur aromatischer en de kleur veel grijzer was, dan onze gewone bijvoet. Blijkbaar een variëteit van de gewone bijvoet door de eeuwen geselecteerd om als brandkruid (moxa) te dienen om acupunctuurpunten te verwarmen. Dus bij Ruehlemann een moxakruid gekocht en..... deze Artemisia volgt ons nu al zowat 20 jaar in België, in de Franse Drôme en Bretagne. Het is een sterke plant, goed te vermeerderen met stukjes wortel en is interessant om bvb smudgesticks te maken.

En onze inheemse bijvoet? Zeker wel een interessante plant, alleen al de verklaringen over zijn naam spreken tot de verbeelding.
Bijvoet, Duits Beifuss, bij de voet dus, werd vroeger als middel tegen vermoeidheid bij de voeten gelegd, of in de schoenen gestopt en maakte daardoor de voeten onvermoeibaar. Zo zegt Plinius al dat een reiziger geen vermoeidheid (artemes) zal voelen als hij een takje van bivot in zijn schoenen legt. Volgens hem zouden de Romeinse soldaten de weg naar Zwitserland snel hebben afgelegd omdat ze bijvoet in hun sandalen droegen. De Griekse naam Artemisia wordt overigens door sommigen afgeleid van artemes, ‘fris’ of ‘gezond’, want de wandelaar die bijvoet draagt blijft onvermoeid. Het vermoeidheidsgevoel zou ontstaan door het warm worden van onze voeten. De bijvoetbladeren bevatten een vluchtige olie die, als deze met warme voeten in aanraking komt, verdampt en zo de warmte afvoert, een soort eau de cologne. Het geloof dat men op reis niet vermoeid werd als men de plant aan het been bond, heeft mogelijk bijgedragen tot de vervorming van het Midden-Nederlands biuot tot bivoet en tenslotte tot bijvoet. Engelse mug wort en Franse herbe de Saint-Jean.

https://www.kraeuter-und-duftpflanzen.de/pdf/Ruehlemanns-Kraeuterkatalog-2019.pdf
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/artemisia-vulgaris-bijvoet-mugwort



zondag, mei 31, 2020

Meidoornwandeling

Coronawandeling zonder beperkingen.We mogen honderd kilometer weg van huis en dat zonder formulier.Toch hou ik het kort want ik wil nog wat meidoornbloesem plukken. Mijn laatste kans. Open en bloot, wel met kleren aan, het fietspad op, even stevig doorstappen richting Locmaria-gare, bij de samenvloeiing Aulne en riviere d'Argent de rivier volgend tot l'ancien moulin de la rivière d'Argent en dan naar omhoog tot bij het gehucht Rouzoucon, daar vind ik nog enkele mooi bloeiende meidoorn. Het zijn hoge struiken die zich niet zomaar laten plukken, met wat kleer- en huidscheuren lukt het mij dan toch enkele stevige takken te bemachtigen. Bloemen met wat blad plukken zal straks thuis wel gebeuren.

Over meidoorn

Het is een doorn (struik) die in mei bloeit, wat de verklaring geeft voor zijn naam. Het zijn ook die witte bloesems die vroeg in de bloei geoogst worden om samen met het beetje blad tussen de bloemen gedroogd te worden om er thee of tinctuur van te maken.

Plukken kan het best door de 60 cm lange, bloeiende eindtwijgen af te knippen, ze in hun geheel te drogen en pas dan de bloemen met blad (folium cum flore) van de takken af te ritsen. Wel handschoenen aantrekken! In Meidoorn heeft men vooral flavonoïden en proanthocyanidinen gevonden, stoffen die verantwoordelijk zijn voor de bloeddrukverlagende en hartslagregulerende werking, vooral de zuurstofvoorziening naar de hartspier wordt verbeterd. Meer over meidoorn oa https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/23071-meidoorn-beschermer-van-hart-en-huis.html


Over de rivière d'Argent en de molen

zo zag de molen er voor 1800 uit, nu veel meer bos
Molen voor het jaar1800
À sa confluence avec l'Aulne, ce dernier est appelé ar Stêr-Blom (la rivière de plomb). Certains des noms qu'on lui attribue proviennent de l'existence des anciennes mines de plomb argentifère du Huelgoat, de Locmaria-Berrien et de Poullaouen, situées dans son bassin hydrographique.  La rivière d'Argent (en breton ar Stêr Arc'hant), qui porte plusieurs autres noms : le « Fao », le « Pont-Pierre », le « Ruisseau de la Mine », est un cours d'eau français et un affluent de l'Aulne. La longueur de son cours d'eau est de 18 kilomètres. Cette rivière coule dans les monts d'Arrée, en Bretagne, elle passe notamment par Huelgoat. C'est un affluent de l'Aulne, qu'elle rejoint à Poullaouen. De foto geeft een beeld van de molen en het landschap voor 1800, opvallend is wel dat het landschap nu veel bosrijker is. Dat in tegenstelling met wat we nu denken, dat er altijd en overal vroeger meer bomen en bos was.



zaterdag, mei 30, 2020

Sint janskruid begint vroeg te bloeien dit jaar

Het bloeiend sint janskruid is er vroeg bij dit jaar. Zou het ons willen helpen om de virale duivels van deze tijd te bestrijden? 

Sint janskruid is ondertussen wel genoeg bekend als zenuwversterkend antidepressivum. Minder bekend is zijn veelbelovend werking bij vele andere aandoeningen: CVA chronisch vermoeidheidssyndroom, als aanvulling bij kankertherapie en bij verschillende virale infecties zoals herpes zoster  (gordelroos) en herpes labialis (lippenblaasjes) en zelfs bij Aids.

Als ik mij bij al die verschrikkelijke ziektes een grapje mag veroorloven. Is Hypericum misschien goed tegen afkortingen HIV, SAD, CVA en waarom niet HDAD?

Hypericum bij seasonal affective disorder SAD (winterdepressie)
Gezien de bijzondere relatie met het licht, ligt het voor de hand te veronderstellen dat Sint Janskruid een gunstige werking bij winterdepressies zou kunnen hebben. Inderdaad is in een placebo-gecontroleerde studie met 20 SAD-patiënten, aangetoond dat Sint Janskruid de bij SAD toegepaste lichttherapie versterkt. Sint Janskruid verhoogt het lichtutilisatie, waarbij de serotonine-melatoninestofwisseling beïnvloed wordt. Demisch toonde een significante verhoging van de nachtelijke melatonine-bloedspiegel aan bij 13 proefpersonen. De resultaten wijzen erop dat Sint Janskruid via neurobiologische effecten onder invloed van licht-donkerritmen de synthese, de aanmaak van melatonine beïnvloedt. Waarschijnlijk is dit effect een werking van de hypericines, de rode kleurstoffen in de plant, Melatonine heeft een effect op de gemoedstoestand en de psychische energie en bevordert het inslapen.

Chronisch vermoeidheidssyndroom CVA
rode hypericine in Hypericum
Een van de activiteiten van hypericine is een toniserende en kalmerende werking. Het wordt toegepast als tonicum en stimulans bij aandoeningen gekarakteriseerd door vermoeidheid, anorexie en mentale depressie. Brown rapporteert opmerkelijke klinische resultaten met Sint Janskruid bij het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME). De mild antidepressieve werking van het kruid beschouwt hij als een van de hoekstenen in zijn behandeling van het vermoeidheidssyndroom. Bovendien kan de antivirale werking tegen o.a. het Epstein-Barr-virus eveneens een rol spelen bij deze aandoening.

Antikanker werking
Remming epidermale groeifactor-receptor, ja die farmacologen hebben ook hun eigen geheimtaal.
Vandenbogaerde en de Witte toonden in vitro aan dat hypericine een belangrijke factor remt, die wordt geassocieerd met woekerende ziekten zoals kanker. Gevonden werd dat hypericine in een kankercellijn, de activiteit van tyrosine kinasen (PTK) van epidermale groeifactor-receptoren (EGF-receptoren) remt. De remming van dë PTK-activiteit nam dramatisch toe door belichting met fluoriserend licht.  De PTK-remming was selectief voor EGF-receptoren en er werd geen toxiciteit gevonden voor andere cellijnen. Na implantatie van de kankercellen in muizen, bleek dat geïnjecteerd hypericine de kankergroei sterk verhinderde, waarmee ook in vivo een antikankerwerking van hypericine is aangetoond. De auteurs concluderen dat hypericine een potentieel foto-chemotherapeutisch agens is.

Anti-retrovirale werking; werking bij aids?
Zoals Sint Janskruid in vroeger tijden gebruikt werd om boze, duistere machten te verjagen, zo zou het kruid een belangrijke rol kunnen spelen in de bestrijding van virale duivels van onze tijd, aids en andere virussen. De klinische bevestiging hiervoor is echter nog niet geleverd. Veel onderzoek moet nog gedaan en geëvalueerd worden om een duidelijk beeld te krijgen van de mogelijkheden van Sint Janskruid en van de werkzame verbindingen hypericine en pseudohypericine.
Van hypericine en pseudohypericine is sinds geruime tijd een antivirale werking bekend tegen een aantal envelop-virussen. In 1988 al werd door Meruelo en medewerkers ook een antivirale werking van hypericine en pseudohypericine tegen twee retrovirusmodellen aangetoond, Gesteld werd dat beide stoffen zeer effectief zouden kunnen zijn in de preventie van virus-geïnduceerde aandoeningen na infecties met verschillende retrovirussen in vitro en in vivo.

Enkele onderzoeken over Hypericum en virale infecties

  • Meruelo, D., Lavie, G., and Lavie, D. Therapeutic agents with dramatic antiretroviral activity and little toxicity at effective doses: aromatic polycyclic diones hypericin and pseudohypericin. Proc Natl Acad Sci USA 1988;85(14):5230-5234. 2839837
  • Lavie, G., Valentine, F., Levin, B., Mazur, Y., Gallo, G., Lavie, D., Weiner, D., and Meruelo, D. Studies of the mechanisms of action of the antiretroviral agents hypericin and pseudohypericin. Proc Natl Acad Sci USA 1989;86(15):5963-5967. 2548193
  • Schinazi, R. F., Chu, C. K., Babu, J. R., Oswald, B. J., Saalmann, V., Cannon, D. L., Eriksson, B. F., and Nasr, M. Anthraquinones as a new class of antiviral agents against human immunodeficiency virus. Antiviral Res 1990;13(5):265-272. 1697740
  • Tang, J., Colacino, J. M., Larsen, S. H., and Spitzer, W. Virucidal activity of hypericin against enveloped and non-enveloped DNA and RNA viruses. Antiviral Res 1990;13(6):313-325. 1699494
  • Wood S, Huffman J, Weber N, and et al. Antiviral activity of naturally occurring anthraquinones and anthraquinone derivatives. Planta Med 1990;56:651-652.


zaterdag, mei 23, 2020

Rosa is een roos, is een roos, is een roos, is een roos.

Apothekersroos
Dichters, schrijvers en schilders hebben door de eeuwen heen de roos bezongen, geschilderd en bejubeld. Plantenkwekers hebben duizenden variëteiten geselecteerd, zo veel protserige soorten zelfs dat ik er enige hekel aan heb overgehouden. Geef mij maar de enkelvoudige, tijdelijk bloeiende en
geurende wilde soorten. Onze hondroos, de Egelantier met zijn naar appeltjes geurend blad en de woekerende Rimpelroos, die nu ook onze duinen inpalmt. En natuurlijk de legendarische oude rassen, zoals Rosa gallica en Rosa centifolia, die gebruikt worden om er rozenwater en vluchtige olie uit te distilleren.

Rozenblaadjes zijn rijk aan geneeskrachtige kleurstoffen, bekend als anthocyanen en natuurlijk bevatten deze geurende blaadjes ook etherische olie. De vluchtige olie bevat vooral geraniol, dé rozengeur, maar ook citral en l-citronellol

In de Chinese geneeskunde wordt veel gebruikt gemaakt van de Rosa rugosa, de rimpelroos die nu ook in onze duinen veel voorkomt. In China worden de bloemblaadjes gebruikt om de vitale energie 'Qi' te reguleren, om de bloedcirculatie te versterken, om maagpijn en diarree te behandelen. De hoge concentratie aan anthocyanen kunnen mogelijk de werking op bloedvaten en darmen verklaren. Deze stoffen zijn bekend om hun versterkende werking op de bloedvaten en het tegengaan van klonterende
bloedplaatjes. Ze hebben ook een sterke anti-oxidantwerking. De looistoffen kunnen mogelijk de stoppende werking bij diarree of bij darminfecties verklaren.

In de rozentuin bij Marie-Claire tijdens kruidenstage 2017
Wetenschappelijk onderzoek met de bloemblaadjes van onze hondsroos, Rosa canina heeft aangetoond dat deze de effectiviteit van verschillende antibiotica tegen Staphylococcus aureus kan verhogen. Twee actieve stoffen, tellimagrandine I en rugosine B, zijn daar gedeeltelijk verantwoordelijk voor.
In een ander onderzoek vertoonde Rosa caninaextract een sterke schimmelwerende werking tegen Candida albicans, mogelijk te gebruiken bij vaginale infecties. Natuurlijk kennen wij vooral het gebruik van de rozenbottels (Rosa canina) in confituur en thee.

Rozenwater
Ook op internet vind je veel info over rozenwater maken door bloemblaadjes te laten trekken in water of in alcohol; deze recepten hebben in feite niks te maken met echt rozenwater. Het originele rozenwater is een hydrolaat van oude geurende rozen, vooral van Rosa gallica en Rosa damascena. De rozenblaadjes worden gedistilleerd met stoom zoals dat met de meeste etherische oliën gebeurd. Bij het distilleren krijg je in feite 2 producten, het gedistilleerd water dat men hydrolaat noemt en de vettere, vluchtige olie die op dat water drijft. Voor het maken van echt rozenwater heb je dus een distilleerapparaat nodig en veel ervaring. Het maken van een goed rozenwater is een echte kunst.
In oude apothekersboeken wordt rozenwater Aqua rosea ook wel gemaakt door 1 deel pure rozenolie (etherische olie) te mengen met 5000 delen gedistilleerd water, maar ook dat is in feite neprozenwater.

Rozengelei of siroop
Een zeer eenvoudige rozensiroop kun je maken door een laagje bloemblaadjes van de rimpelroos om en om de bestrooien met suiker, ongeveer 1 week in een glazen bokaal op kamertemperatuur te laten trekken en dan uit te zeven. Je krijgt dan een zeer aromatische, wel nogal vloeibare siroop, die een licht ontsmettende en samentrekkende werking heeft en dus tegen keelpijn en heesheid werkzaam is. Maar natuurlijk kan hij ook als lekkernij op pannenkoeken of in nagerechten gebruikt worden

zaterdag, mei 16, 2020

Meidoorntijd. Over het verleden van de meidoorn.

Natuurlijk heb ik ook dit jaar, ondanks Corona, meidoornbloesem geplukt, vooral dan om tinctuur te maken. Deze Crataegus hoort zonder meer tot mijn toptien van geneeskrachtige planten. Zo een veilige, goed werkzame en veel voorkomende struik, waar je ook nog twee keer per jaar van kunt oogsten, is een zegen voor een herborist. Toch hier nu geen recepten of praktische tips maar wel enige geschiedenis van deze eenvoudige struik.
Zie ook  https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/crataegus-laevigata-meidoorn

Zowel in het Oosten als in het Westen werd meidoorn gedurende eeuwen als voedsel en als medicijn gebruikt. Het huidige gebruik van meidoorn voor hartproblemen gaat, volgens de Franse dokter Leclerc, terug tot de 17de eeuw. Leclerc stelde reeds vast, dat op basis van zijn 20 jaar ervaring met het toedienen van meidoornpreparaten, er geen giftigheid in de organen optrad, enkel bij uitzonderlijk hoge dosissen trad er een verlaging van de hartslag op en een lichte benauwdheid.
Volgens Gerhard Madaus vindt men als eerste toepassingen dat de bloemen tegen jicht werden gebruikt. Quercetanus, de lijfarts van Henry IV, maakte voor zijn koning een siroop tegen de “ouderdom”. Louise Bourgeois en J. du Chesne gebruiken de vruchten tegen blaasontstekingen. 
Van einde 19de eeuw tot vroeg in de 20ste eeuw werd het kruid door zowel homeopatische als allopatische dokters gebruikt voor verschillende hart- en cardiovasculaire problemen; en dit blijkbaar met klinisch succes. 

Green, een Ierse dokter gebruikte meidoorn zeer intensief voor hartproblemen, maar wel in het geheim. Na zijn dood in 1894, heeft zijn dochter het recept vrijgegeven; dit bleek een tinctuur te zijn van de rijpe bessen van de meidoorn. In Amerika maakte de meidoorn zijn intrede in de klinische toepassing rond 1896 om er rond 1930 weer te verdwijnen

Een zekere J.C. Jennings van Chicago, publiceerde in 1896 een artikel in de “New York Medical Journal”, waarin hij over deze dr. Greene schrijft. Hij schreef “ In de stad Ennis, in County Clare, Ierland, leefde, tot 2 jaar geleden een befaamde dokter genaamd Greene, die gekend en geliefd was in een groot deel van Ierland en delen van Engeland en Schotland voor zijn gereputeerde kennis om hartklachten te genezen. “ De broer van deze Jennings die niet ver van Ennis woonde, zorgde dat hij monsters van deze vruchten kreeg. Jennings bereidde er dan extracten mee, zoals beschreven in de Britse farmacopee. Jennings schrijft verder : “Ik heb dit dan tot op vandaag gebruikt op 43 patiënten die elk één of andere hartklacht hadden, en ik moet zeggen dat de resultaten zeer positief waren.” Gebaseerd op zijn enthousiasme voor het kruid, begon John Uri Lloyd, de belangrijkste apotheker in de geschiedenis van de Amerikaanse kruidengenesskunde en eigenaar van Lloyds Brothers Pharmacists Inc van Cincinnati, met het produceren van meidoorn medicatie. 

Gebruik bij de Indianen : Een aantal Noord Amerikaanse meidoorns werden als medicijn gebruikt door de Indianen. De vrucht van de Crataegus Chrysocarpa werd door de Potawatomi gebruikt tegen maagklachten. De Ojibwa gebruikten een afkooksel van de wortel van de meidoorn om diarree en dysenterie te behandelen. De Chippewa gebruikten het afkooksel van de wortel als tonicum en versterker voor vrouwelijke klachten. De vruchten werden gebruikt als diureticum voor lever- en blaas ontstekingen. Ook de Meskwaki gebruikten de vruchten van de meidoorn voor leveronstekingen. Zij gebruikten het als een algemeen tonicum, een constiperend middel, en een hartversterker. De Omaha-Ponca en de Winnebagos aten de melige vruchten van de meidoorn als voedsel in tijden van hongersnood. De Cherokee aten de ietwat bittere vruchten als eetlustopwekker, maar ook om de bloedsomloop te verbeteren en krampen te verlichten. Een van de westerse Noord Amerikaanse meidoornsoort, Crataegus Douglasii, werd door de Thompson Indianen gebruikt voor maagstoornissen. Hiervoor werd de bast, het hout of het sap gekookt. De Kwakiutl kauwden op de bladeren en gebruikten deze dan als papje op wonden en zweren. 

Vroeger gebruik in China : De vruchten van de Crataegus pinnatifida werden gegeten om scheurbuik te genezen. Ze werden ook gebruikt als mild laxeermiddel en tegen maagklachten. De bladeren en twijgen werden gebruikt als tegengif. In de Oosterse geneeskunde hadden de vruchten de volgende kwaliteiten : zuur, zoet en licht verwarmend. Ze werden gebruikt in voorschriften om het eten te verteren en een indigestie te verhelpen die het gevolg was van overdadig vleesgebruik, wat zich dan uitte in een gezwollen buik en pijn, of diarree. Meidoorn werd voor het eerst vermeld als medicijn in de “Tang-Ben-Cao”, een Chinese kruidenboek toegeschreven aan Su-Jing en anderen, gedateerd van 659 AD. Dit werk wordt beschouwd als de 1ste officiële farmacopee in de wereld.

dinsdag, mei 12, 2020

Watermunt, de wereld en mijn verjaar-dag

Ik waad langs de rivier door weelderig watermunt. De geur, herinnering aan gisteren. Verjaardagsgeur van vroeger, ook vandaag ben ik jarig en nog wel 76 jaar. Hoe is het mogelijk zo oud en groot te zijn en je toch kind en klein te voelen. 

De frisse, opwekkende maar tezelfdertijd weemoedige, oude geur van watermunt vertolkt mijn gevoel van dit moment. Coronavrij maar toch gebonden door Corona. De wereld is een legende geworden. Net zoals het verhaal over munt, Volgens sommigen zou de naam Munt en Mentha afgeleid zijn van Minthe, de nymf van waters, bossen en bergen. Deze sage van Ovidius luidt dat de dochter van de watergod Cocytus, Menthe of Minthe geheten, door Hades de god van de onderwereld bemind werd, maar door zijn jaloerse echtgenote Persephone in deze plant veranderd werd.

Volgens anderen zou de naam afkomstig zijn van minthos, waarmede de Grieken iets sterk ruikend aanduiden. Bij de Grieken werd de Munt als een heilig kruid beschouwd en men gaf de doden een bosje munt mee in het graf. Dit gebruik moet wel zeer oud zijn, want in Oudegyptische graven uit 1200-600 vooronze jaartelling treft men reeds dergelijke bundeltjes aan.

De smaak van watermunt is sterk, minder pepermuntig maar wel heel kruidig en je proef behalve een munt smaak ook iets zoets en hartigs. Daarom is deze munt ook heel geschikt voor hartige gerechten. In sausen, pesto en kruidenboter te gebruiken. Bij roerbak gerechten niet meebakken maar fijngesneden er overheen strooien en in couscous!

Ik verzamel wat blad van de watermunt om te drogen. Vers blad en bloem kan ook in salade. Hele toppen kunnen in een koude waterdrank. De drogerij van watermunt kan je later gebruiken als muntthee, aftreksels voor geneeskrachtige doeleinden of in het eten. De Engelse maken er de bekende mintsauce van die bij vet vlees wordt geserveerd. En dat is niet voor niets natuurlijk, het helpt de spijsvertering een handje.

Enkele recepten

Munttapenade
* 3 handen vol watermunt
* 1 handvol in stukjes gehakt (oud) brood
* scheut olijfolie
* peper en zout
* mosterd
* rode-wijnazijn
Hak de munt fijn en roer het door het brood. Roer er zoveel olijfolie door tot het geheel smeuïg is. Breng op smaak met peper en zout, mosterd en azijn. De saus komt beter op smaak als die een tijdje staat.

Tzatziki
* 1 komkommer
* 2 knoflooktenen
* 3 deciliter yoghurt
* 2 eetlepels olijfolie
* 2 eetlepels fijngehakte (water)munt
* peper en zout
Rasp de komkommer fijn, bestrooi met zout en laat zo’n 20 minuten uitlekken in een vergiet. Pel en snipper de knoflook. Meng de yoghurt met de knoflook, uitgelekte komkommer, olie en munt en breng op smaak met peper en zout.

En ja, er is best wel wat wetenschappelijke info over watermunt
López, V.; Martín, S.; Gómez-serranillos, M.P.; Carretero, M.E.; Jäger, A.K.; Calvo, M.I. Neuroprotective and Neurochemical Properties of Mint Extracts. Phytother. Res. 2010, 874, 869–874. [Google Scholar]
lsen, H.T.; Stafford, G.I.; Van Staden, J.; Christensen, S.B.; Anna, K.J. Isolation of the MAO-inhibitor naringenin from Mentha aquatica L. J. Ethnopharmacol. 2008, 117, 500–502. [Google Scholar] [CrossRef]
Conforti, F.; Ioele, G.; Statti, G.A.; Marrelli, M.; Ragno, G.; Menichini, F. Antiproliferative activity against human tumor cell lines and toxicity test on Mediterranean dietary plants. Food Chem. Toxicol. 2008, 46, 3325–3332. [Google Scholar] [CrossRef]
Senatore F, D'Alessio A, Formisano C, et al. (2005) Chemical composition and antibacterial activity of the essential oil of a 1,8-Cineole chemotype of Mentha aquatica L. growing Wild in Turkey. J Essent Oil Bear Plants 8: 148-153.
Esmaeili A, Rustaiyan A, Masoudi S, et al. (2006) Composition of the Essential Oils of Mentha aquatica L. and Nepeta meyeri Benth. from Iran. J Essent Oil Res 18: 263-265.
Voirin B, Bayet C, Faurec O, et al. (1999) Free flavonoid aglycones as markers of parentage in Mentha aquatica, M. citrata, M. spicata and M. piperita. Phytochem 50: 1189-1193.
Olsen HT, Stafford GI, Van Staden J, et al. (2008) Isolation of the MAO-inhibitor naringenin from Mentha aquatica L. J Ethnopharmacol 117: 500-502.

Mentha aquatica L. (water mint) is a perennial herbaceous plant belonging to the Lamiaceae family. Its name derives from the union of the greek term indicating the genus (Mentha) and of the latin word referring to the species habitat (aquatica). The species is characterized by an ascending stem which is fully hairy and branched. The leaves are short and opposite two by two with an oblong oval shape. The flowers are tiny, densely crowded forming a terminal hemispherical inflorescence, odorous and hermaphrodite with a color ranging from pink to violet. These bloom from June to October. Lastly, the fruit is formed by four oval nuculae with a warty surface. The phenotype with white flowers present the same morphologic characters.

This is a typical European-Asiatic species even if with some extensions to Northern Africa and America. In Italy, it can be found everywhere along the national territory where it grows along hydrous places like rivers, lakes and swamps but also in meadows and woods till the altitude of 1200 m a.s.l. As well as other Mentha species, M. aquatica hybridizes with other Mentha species generating several known hybrids such as Mentha × piperita, Mentha × suavis and Mentha × smithiana [2].

Ethno-pharmacological uses of the genus
In literature, there is no specific use about this species but, in general, the plants of this genus have been employed in many different fields and, in some cases, are still used. In particular, these uses were: pharmaceutics as a flavor corrective of some drugs and as herbal medicine for their analgesic, antigenotoxic, spasmolytic, antibacterial and astringent properties; cosmetics as a component of fragrances, creams and soaps ]; nutrition as a condiment, in the preparation of confectioneries and salads and as a flavoring of beverages and sweets.