dinsdag, februari 03, 2026

Alruin, verhalen over het pisdiefje

Alruin begin februari vorstvrij in pot
Alruin vindt zijn oorsprong in het huidige Palestina. Hij was reeds bekend in het oude Egypte. De artsen uit Alexandrië lieten de wortel in wijn trekken en gebruikten dat brouwsel als een narcoticum. Bij de Grieken had deze plant een grote faam als liefdesdrank en werd gebruikt tijdens vruchtbaarheidsrituelen. Ook in de Bijbel wordt de Mandragora vermeldt om onvruchtbaarheid te genezen. De kracht van deze plant zit in zijn vreemde wortel, die meestal gedraaid en gespleten is en daardoor, met enige fantasie op een mens lijkt. Vanwege die vorm noemde de Griekse wijsgeer Pythagoras (600 v. C.) haar 'anthropomorphos', op een mens gelijkend. Een vroegchristelijk verhaal beschrijft de alruin als een voorstudie voor de mens. Een afgekeurd probeersel voor de echte mens.

Hildegard over Alruin

Hildegard von Bingen (1098-1179) heeft zich diepgaand met de alruin beziggehouden. Het is ten andere opvallend hoe goed de abdis op de hoogte was van allerlei hallucinogene planten. Ze schrijft: 'De Mandragora is warm, enigszins waterig, en komt uit die aarde, waaruit ook Adam geschapen werd. Ze lijkt wat op een mens. En juist vanwege dat mensachtige voorkomen, heeft ze meer van de duivelse verleider in zich dan andere kruiden en belaagt ons. Vandaar dat de mens er door in zijn gevoelens geraakt word, of die nu slecht zijn of goed, zoals dat ook het geval is met afgodsbeelden. Wanneer men ze uit de aarde heeft getrokken, moeten ze zo snel mogelijk een dag en een nacht in bronwater gelegd worden. Daardoor worden alle boze en alle schadelijke vochten uitgedreven, zodat ze voor magische kunsten en tovenarijen niet meer gebruikt kan worden.

Wanneer men haar echter uit de aarde trekt en bewaart met de aanhangende aarde, dus de plant niet op de voorgeschreven manier wast, dan is ze schadelijk en kan voor vele magische doeleinden gebruikt worden.

Men kan er dan al die slechte dingen mee doen, die ook met afgodsbeelden gedaan worden. Wanneer nu een man door die magische invloeden of uit vleselijke lust, zich niet kan matigen, dan moet hij de vrouwelijke gedaante van de plant, nadat ze in bronwater is gewassen, drie dagen en drie nachten tussen de borst en de navel vastbinden, daarna de vrucht in twee delen splijten en op beide lendenen dragen. Dan de linkerhand van die gestalte fijn wrijven met wat kamfer. Voor vrouwen beveelt Hildegard hetzelfde middel aan. Alleen dient nu de mannelijke gedaante in de rechterhand genomen te worden. Ze noemt de alruin ook als geneesmiddel tegen hoofd- en keelpijn, waarbij de gelijke delen van de mensachtige plant gebruikt dienen te worden.

Oogsten van alruin

Er zijn vele griezelige berichten rond het uitgraven van de plant. Het uittrekken moest gebeuren op een maanloze nacht. Men zei dat elke aanraking tot de dood leidt en daarom moest de wortel worden uitgegraven door een hond. Bij het uitrukken stoot de plant een door merg en been dringende gil uit, een afschuwelijke kreet, waarvan je krankzinnig wordt, of ter plekke sterft. In de Griekse 'Dierengeschiedenis' van Claudius Aeliaus verschijnt de plant onder de naam 'knospatos', de door de hond uitgetrokkene.

Het 'galgenmannetje'

De alruin groeide ook graag en goed onder de galg, waar hij gevoed wordt met de urine en het sperma van opgehangen misdadigers. De kwaliteit van het pisdiefje alruin was bijzonder groot, alleen was het ook zeer gevaarlijk om hem daar te oogsten. Daarom werd aangeraden, om de wortel gewoon op de markt te kopen. De alruinwortel maakte de bezitter onkwetsbaar, verleende grote vaardigheid in het gevecht en hielp bij alle leed en ziekte. Hij werd als talisman gedragen door vrouwen die zwanger wilden worden en door mannen om impotentie te genezen. Je moest de plant dan wel drie nachten tijdens volle maan mee naar bed nemen.

De Arabieren verkochten mandragora aan de goedgelovigen onder welluidende namen als Duivels Testikels, Duivels Appel, Satans Appel, Appel van Genius en Appel van de Gek. In Italië komen we de naam Kirkaia tegen, genoemd naar de heks Circe, die ongewenste bezoekers in zwijnen kon veranderen.

Alruin en hyoscyamine

Ondanks of dank zij de straffe verhalen is het een plant met een sterke en duidelijke farmacologische werking. De tropaanalkaloïden hebben een effect op het centraal zenuwstelsel, en vooral op de parasymphaticus. Het hoofdalcaloïde is hyoscyamine, maar ook atropine en scopolamine zijn aanwezig. De wortel kwam in veel oude narcotische preparaten voor, zoals het Requies Nicolai, in populeumzalf en mandragora-olie. In de hedendaagse geneeskunde wordt de wortel als zodanig niet meer gebruikt, maar de geïsoleerde alkaloïden of afgeleiden, zoals hyoscyamine tabletten zijn op voorschrift in de apotheek nog altijd verkrijgbaar.

Voor verdere studie

  • Hanus LO, Rezanka T, Spízek J, et al. Substances isolated from Mandragora species. Phytochemistry 2005 Oct; 66(20):2408-17.
  • Carter AJ Myths and mandrakes. [Historical Article J R Soc Med 2003 Mar; 96(3):144-7.
  • Emboden W . The sacred journey in dynastic Egypt: shamanistic trance in the context of the narcotic water lily and the mandrake. J Psychoactive Drugs 1989 Jan-Mar; 21(1):61-75.
  • Berry MI, Jackson BP. European mandrake (Mandragora officinarum and M. autumnalis). The structure of the rhizome and root. Planta Med 1976 Nov; 30(3):281-90.
  • Mandragora or jing-seng and other sacred plants. Presse Med 1960 Feb 27.:405-6.
  • On the lore of hallucinogenic drugs; Mandragora and the two realities. Int Rec Med Gen Pract Clin 1956 Mar; 169(3):133-42.
  • Non-legendary uses of mandragora. Farmaco Prat 1953 Dec; 8(12):617-21.

donderdag, januari 29, 2026

Over Arnica en mijn voorbereiding van de kruidenstage

Een document samenstellen voor onze kruidenstage in de Alpen over de planten die we hopelijk zullen ontmoeten, oogsten en een beetje verwerken. Arnica montana valkruid, Gentiana lutea, Rhodiola rosea rozenwortel, Artemisia genepi, Euphrasia sp. ogentroost, Foeniculum vulgare venkel, Allium sp., Anthyllis montana wondklaver, Alchemilla sp. vrouwenmantel, Chenopodium sp. Brave hendrik, 

Een voorbeeld: Arnica montana / Valkruid / Wolverlei

Arnica montana of Valkruid is een typisch lid van de madeliefjesfamilie (Asteraceae). Het is verwant aan goudsbloem, alant en paardenbloem. Momenteel zijn er 31 verschillende soorten bekend binnen het geslacht Arnica, waarvan Arnica montana de belangrijkste is.

Arnica is een karakteristieke kruidachtige, meerjarige, aromatische plant die een hoogte van 20 tot 60 cm kan bereiken. De bladeren van de echte arnica zijn lichtgroen en meestal eivormig tot lancetvormig. De bladranden zijn afgerond. Het bladoppervlak is gedeeltelijk tot volledig behaard. De bovenste bladeren zijn meestal iets puntiger dan de onderste. Twee bladeren vormen doorgaans een rozet. De onderste bladeren (basale bladeren) zijn vaak licht getand en gegolfd. De bladnerven van de plant zijn opvallend en lopen altijd verticaal van boven naar beneden. In de grond ontwikkelt arnica cilindrische, donkerbruine tot bijna zwarte wortelstokken. De bloeiperiode, van mei tot begin september, wordt gekenmerkt door het verschijnen van de samengestelde bloemen. Elke bloem bestaat uit heldergele tot lichtoranje straalbloemen en honinggele schijfbloemen in het midden. Na de bloei ontwikkelen zich gesteelde vruchten (achenen) met een witte pappus. Zwarte, lang gesteelde zaden komen uit het midden van de vruchten tevoorschijn. Door de vorm van de vrucht (pluis) wordt arnica voornamelijk door de wind verspreid.

Arnica montana is inheems in de hoger gelegen gebieden van Noord-, Oost- en Centraal-Europa, waar het groeit in kalkrijke bossen en bergweiden. Door overmatige oogst in het verleden en overbemesting van bergweiden is de soort zeldzaam geworden en wordt ze nu beschermd.

Inhoudsstoffen

De gele bloemhoofdjes van arnica bevatten sesquiterpeenlactonen (0,2–1,5%) in veresterde vorm als belangrijkste actieve bestanddelen, met name helenaline en 11,13-dihydrohelenaline-esters, die ontstekingsremmende en antimicrobiële eigenschappen hebben. Ook zijn flavonoïden (bijv. isoquercitrine, luteoline-7-glucoside en astragaline; 0,4–0,6%), tannines en etherische olie met 2,5-dimethoxy-p-cymeen, thymol, thymolethers, azulene en andere verbindingen geïdentificeerd. Verder bevatten arnicabloemen triterpenen, hydroxycoumarinen, fenolzuren (chlorogeenzuur, cynarine, cafeïnezuur) en coumarinen (umbelliferon, scopolamine).

Farmacologische werkingen

Alleen de bloemen van de arnicaplant (Arnicae flos) worden medicinaal gebruikt. Arnica-preparaten hebben een ontstekingsremmende werking bij uitwendige toepassing, waardoor ze pijnstillend werken bij ontstekingen en tevens een antiseptische werking hebben. Bij chronische inflammatoire reumatische aandoeningen zoals reumatoïde artritis of inflammatoire aandoeningen van de wervelkolom (spondylo-artritis) ontstaat gewrichtsontsteking (artritis) onder invloed van pro-inflammatoire cytokinen. Na verloop van tijd veroorzaken deze pro-inflammatoire cytokinen toenemende weefselschade, wat uiteindelijk leidt tot progressieve destructie van gewrichten, kraakbeen of bot. Arnica verlicht pijn en gaat ontstekingen tegen. Sesquiterpeenlactonen, met name helenaline, spelen waarschijnlijk een rol in dit proces. Het onderdrukt de productie van pro-inflammatoire cytokinen (bijv. TNF-alfa).

De flavonoïden en triterpeendiolen in arnica vertonen ook ontstekingsremmende effecten, mogelijk door de prostaglandinesynthese te remmen.

Indicaties / Medisch gebruik

Arnicabloemen zijn door de HMPC geclassificeerd als een traditioneel kruidengeneesmiddel. Op basis van jarenlange ervaring kunnen ze uitwendig worden gebruikt voor de behandeling van kneuzingen, verstuikingen en plaatselijke spierpijn. Commissie E en ESCOP hebben arnicapreparaten positief beoordeeld voor uitwendig gebruik bij de gevolgen van verwondingen en ongevallen, zoals hematomen, verstuikingen, kneuzingen, botbreuken, oedeem, reumatische spier- en gewrichtspijn, ontstekingen van de slijmvliezen van mond en keel, furunculose en ontstekingen als gevolg van insectenbeten.

Arnica wordt vaak gebruikt als gel om spier- en gewrichtspijn te verlichten, vaak in combinatie met Echinacea sp., Calendula, smeerwortel, paardenkastanje, rozemarijn en pepermunt.

Arnica in de homeopathie

In de klassieke homeopathie is arnica ook een belangrijk middel bij verwondingen aan de huid, het bindweefsel, spieren, pezen, gewrichten en bij bloedingen in het bindvlies. Voor acute behandeling worden vaak lage potenties (D6-D12) gebruikt, waarbij Arnica montana D12 de eerste dag elk uur wordt toegediend, en vervolgens 3-4 keer per dag gedurende enkele dagen. Voor postoperatieve zorg wordt arnica over het algemeen ingenomen in een potentie van D30. Preventief gebruik van arnica wordt afgeraden, omdat het tot chirurgische complicaties kan leiden. Arnica is te vinden in veel homeopathische preparaten voor uitwendig gebruik.

Mogelijke bijwerkingen / interacties

In vergelijking met veel andere pijnstillers en wondhelende middelen wordt arnica over het algemeen goed verdragen. Huidirritatie kan echter optreden bij langdurig gebruik. Dit is vooral merkbaar bij kompressen gemaakt van arnicatincturen of -infusies. Daarom dient arnica alleen op een intacte huid te worden aangebracht. Inwendig gebruik kan diarree of zelfs hartritmestoornissen veroorzaken, waardoor arnicathee niet langer wordt aanbevolen. Deze reacties worden over het algemeen niet verwacht bij homeopathische preparaten. Bij personen met een bekende allergie voor planten uit de Asteraceae-famil kunnen typische huiduitslag (contactdermatitis) optreden bij het gebruik van zalven en tincturen. Er zijn geen interacties met andere medicijnen bekend.

Contra-indicaties

Vanwege de giftigheid van helenaline en dihydrohelenaline mogen tincturen en extracten van arnicabloemen niet inwendig worden gebruikt voor zelfmedicatie, aangezien het therapeutische bereik smal is en toxische reacties kunnen optreden. Er zijn momenteel geen studies naar de veiligheid van het gebruik van deze medicinale plant tijdens zwangerschap en borstvoeding, of bij kinderen jonger dan twaalf jaar. Het gebruik ervan in deze groepen wordt daarom over het algemeen afgeraden.

Formules en doseringen

Arnicatinctuur speelt een belangrijke rol, zowel als standaardpreparaat als ingrediënt in afgewerkte geneesmiddelen. Olieachtige extracten van arnicabloemen worden gebruikt in zalven, tincturen voor kompressen en als ingrediënt in zalven, terwijl alcoholische extracten van de hele plant worden gebruikt in zalven, gels en vloeistoffen voor uitwendig gebruik. Voor infusies wordt 2,0 g van het geneesmiddel per 100 ml water gebruikt. Voor verkoelende kompressen wordt de tinctuur driemaal verdund met water; voor mondspoelingen dient deze tienmaal te worden verdund. Zalven mogen maximaal 20-25% tinctuur bevatten. De tinctuur bereid uit één deel arnicabloemen en tien delen 70% ethanol is het meest geschikt, omdat hierbij ongeveer 92% van de sesquiterpeenlactonen wordt geëxtraheerd. Indien een waterig extract wordt bereid volgens de standaardbereidingsinstructies, bedraagt ​​het percentage geëxtraheerde sesquiterpeenlactonen ongeveer 75%. Voor het maken van kompressen giet je kokend water over 2 gram bloemen en zeef je het mengsel na ongeveer 5-10 minuten door een fijne zeef. De infusie is niet bedoeld om te drinken, maar is alleen geschikt voor het maken van kompressen.

Literatuur


Wild voedsel, eten uit de natuur

Voedsel zoeken in de natuur was heel lang geleden een noodzaak om te overleven. Nu liggen de supermarkten vol met glanzend fruit, glimmende groenten, tientallen broodsoorten en veel, heel veel verwerkt en verpakt voedsel. Is die overvloed een zegen of een vloek? En waarom zouden we daar nog extra overvloed uit de natuur aan toevoegen?

Waarom zouden we wilde planten willen eten?

Wat mij betreft alleen al om het plezier van het zoeken en het proeven, de oermens, de jager-verzamelaar in mij wakker maken. Ook het direct en ongecompliceerd contact met natuurlijk voedsel, zonder eindeloos veel tussenpersonen is een verrijking. Van de grond rechtstreeks in de mond! 

En natuurlijk ook omwille van de extra gezondheidswaarde van wilde planten.Veel 'on'kruid zitten proppensvol vitamines en mineralen en zijn dus een welkome aanvulling op de overgecultiveerde kasgroenten die we elke dag eten. Bijvoorbeeld het blad van Look zonder look bevat tot 19.000 IE provitamine A per 100 gr en 190 mg vit C. Naast de klassieke voedingsstoffen zijn het vooral de zogenaamde secundaire metabolieten zoals fenolen en mosterdolieglycosiden, die veel in wilde planten voorkomen en die er voor zorgen dat ons immuunsysteem beter functioneert. En wild voedsel is ook een beetje gratis voedsel. Dus, genoeg redenen om eens ‘wild’ te eten.

Maar is alles wel eetbaar in de natuur? 

Ik zou zeggen van wel en zelfs meer dan één keer! Giftige planten zijn er natuurlijk wel, maar gevaarlijk wordt wild en ander voedsel pas door gebrek aan kennis. Giftigheid is vooral afhankelijk van de hoeveelheid (dosis) en de bereidingswijzen. Peulvruchten bijvoorbeeld bevatten een giftig aminozuur fasine, dat bij het koken afgebroken wordt en dus zijn gekookte bonen niet meer gevaarlijk. Daarbij worden ze door het koken ook smakelijker.

Wild voedsel moet niet alleen gezond zijn, maar ook veilig en goed smaken. Daarom is net zoals bij klassieke groenten, het moment van oogsten en de manier van klaar maken erg belangrijk.

Moment van oogsten

De eetbaarheid van wilde planten is ook afhankelijk van het moment van het oogsten, het seizoen dus. Het smakelijkst zijn de jonge, niet vezelige wortels zoals pastinaak en morgenster, de zeer jonge of gebleekte bladeren (paardenbloem, molsla), de scheuten (hop, wilde asperge) en zeker ook de bloemen van planten. Scheuten en jonge bladeren worden meestal in het voorjaar geoogst, wortels in het najaar en bloemen natuurlijk tijdens de bloei.

Bereidingswijze van wilde planten

Ook de bereidingswijze is, net zoals bij gewone groente, erg belangrijk. De soep is een interessant medium waarin je veel onzichtbaar kan laten verdwijnen, op voorwaarde dat de gebruikte ingrediënten niet bitter zijn. Fijngesnipperde jonge blaadjes van look zonder look, kers en andere zijn ideale toevoegingen aan de sla. Puree van aardappel tot spinazie kunnen ook veel in zich op nemen. Maar een van de interessantste bereidingswijze is het gebruik van een meelpapje, beslag, waardoor vooral ruw behaarde maar snel smeltende bladeren zoals smeerwortel in een knapperige tempura kunnen omgetoverd worden.

Een overzichtje van enkele lekkere, wilde groenten

Wortels

  • Grote klis / Arctium lappa, de wortel van deze 2-jarige plant heeft een fijne schorseneerachtige smaak. Er zijn zelfs variëteiten ‘Globo’ die als groente gekweekt worden.
  • Morgenster gele, wordt ook wel salsifis genoemd. De zwarte penwortels zijn geschraapt en gekookt zoals schorseneren smakelijk met een witte saus.
  • Pastinaak, een ouderwetse groente die ook een inheemse wilde plant is.
  • Teunisbloem / Oenothera biennis

Blad / Kruid

  • Brandnetel: het jonge blad in het voorjaar is zelfs rauw te beknabbelen, maar dat is toch meer iets voor overlevers. Het klassieke gebruik is onder vorm van soep, probeer het eens met room, basilicum en olijfolie. Ook op de boterham is het eetbaar als smeersel met olijfolie, knoflook of daslook. Speciaal is ook dat het oudere blad na het bakken een vissmaak krijgt, interessant om vegetarische groenteballetjes te maken
  • Look zonder look, tweejarige plant waarvan het blad het eerste jaar en zelfs de hele winter door te oogsten is.
  • Paardenbloem / Taraxacum, gebleekte bladeren, die onder molshopen in de weilanden terecht gekomen zijn, vooral geschikt in salades met witlof en appel of appelsien
  • Postelein / Portulaca oleracea, bevat zeer veel omega-3 vetzuren, vooral rauw te gebruiken.
  • Veldkers kleine, heeft een fijne, scherpe radijsachtige smaak. We kunnen het hele rozetje ook als decoratie in de sla gebruiken.
  • Wilde rucola of grote zandkool / Diplotaxis tenuifolia), groeit veel in de duinen en is te gebruiken zoals Rucola.
  • Winterpostelein / Claytonia, goed winterhard, te gebruiken als salade met witloof en in puree
  • Knopkruid / Galinsoga
  • Daslook / Allium ursinum: blad als pesto / wortel, bloem
  • Speenkruid: jong blad voor de bloei
  • Zevenblad / Aegopodium: gestoofde groenten
  • Vogelmuur / Stellaria media: pesto, salade
  • Melganzevoet / Chenopodium
  • Veldsla wilde /  Valerianella locusta: zeer geschikt als salade, veel ijzer
  • Zuring, veldzuring / Rumex sp.

Bloemen

  • Goudsbloem / Calendula, wel eetbaar maar geen vervanging van saffraan zoals sommigen vertellen.
  • Viooltje Maarts / Viola, geconfijt en als gelei zeer smakelijk maar je hebt wel veel bloemen nodig om een potje te vullen.
  • Vlier /Sambucus nigra, als kruiderij in koek en gebak, gefrituurd in beignetbeslag en natuurlijk ook als limonade.
  • Dovenetel witte en anderen / Lamium sp.: bloem en jong blad

Vruchten / Zaden

  • Aardbei / Fragaria vesca, vers, veel vitamine C, blad als thee (looistof)
  • Duindoorn / Hypophae rhamnoides, in siroop en in honing, bevat zeer veel vitamine C, maar de oranje bessen zijn wel moeilijk te plukken
  • Meidoorn / Crataegus
  • Kers wilde / Prunus avium
  • Braam / Rubus sp.
  • Framboos / Ribes sp.
  • Zwarte bes / Ribes nigrum
  • Bosbessen / Vaccinium sp.
  • Walnoten / 
  • Tamme kastanje / Castanea sativa 
  • Hazelnoten / Corylus sp.

Scheuten

  • Hop / Humulus lupulus, de jonge scheuten geoogst in februari en maart.
  • Wilde asperges / Asparagus 
  • Berenklauw / Heracleum spondylium
  • Kleefkruid / Galium aparine: kiemblaadjes
  • Japanse duizendknoop / Fallopia sp. 

Een beetje eten uit de natuur is dus ook voor onze tijd of juist voor onze moderne tijd nuttig en zelfs noodzakelijk.

Referenties en linken

woensdag, januari 28, 2026

Helichrysum italicum

Helichrysum is een plant van 30 tot 50 centimeter die houdt van doorlatende, droge en zonnige grond. Het heeft zeer fijne, zachte, witachtige, zilverachtige naaldvormige bladeren, gerangschikt op een wollige stengel. De bloemen zijn kleine goudgele bloemhoofdjes die niet verwelken. Het wordt vaak de naam kerrieplant gegeven vanwege de hete, droge en licht rokerige tonen die doen denken aan de geur van curry. Aanvankelijk geproduceerd op Corsica, leidde het succes van deze olie tot de ontwikkeling van Franse, Italiaanse, Kroatische, Servische, Bosnische en zelfs Albanese producties.

Waar dient het voor?

Tegenwoordig wordt het vooral in cosmetica gebruikt als hydrolaat vanwege zijn ‘anti-veroudering’ en de etherische olie om zijn krachtige anti-hematoomwerking, Het zal daarom vooral worden gebruikt om zelfs een oudere blauwe plek, een bult of zelfs een recente spatader snel te verminderen. Bovendien wordt deze olie ook aanbevolen voor de volgende problemen: acne, wonden, littekens, psoriasis, bronchitis, rhinitis, enz. Kortom, het is op zichzelf een eerste hulpmiddel.

Verschillende profielen van essentiële oliën van Italiaanse helichrysum

De reden waarom de herkomst van de teelt die wordt gebruikt voor de distillatie van Italiaanse helichrysum-etherische olie zo belangrijk is, is omdat deze resulteert in significante verschillen op moleculair niveau. Er zijn namelijk talloze chromatografische profielen

3 belangrijke chromatografische profielen

  • een Corsicaans profiel , rijk aan nerylacetaat maar met een variabele concentratie italidiones [1]
  • verschillende Italiaanse profielen [2] [3] , soms rijk aan nerylacetaat [4] , soms rijk aan italiceen [5] maar vaak "arm" aan italidiones (hoewel er uitzonderingen zijn).
  • Balkanprofielen , met een lage concentratie nerylacetaat, vaak rijk aan italidionen en pinenen.

Deze variabiliteit van profielen kan door verschillende factoren worden verklaard. de aard van de bodem, klimatologische omstandigheden, evenals variaties in de oogstperiode en de toestand van de plant. Dit dwingt uiteraard elke oorsprong om de superioriteit van zijn compositie te benadrukken. Voorstanders van het Corsicaanse profiel zullen het voordeel benadrukken van een hoog nerylacetaatgehalte voor een effectiviteit die als superieur wordt beschouwd.

Degenen uit de Balkan zullen op hun beurt de theorie van Pierre Franchomme en Daniel Penoël naar voren brengen volgens welke italidiones het cruciale actieve ingrediënt zijn in de anti-hematoomwerking van de etherische olie.

Hoewel er geen twijfel meer bestaat over de effectiviteit van Italiaanse of immortelle helichrysum, blijven de fysiologische mechanismen achter de werking ervan nog steeds een mysterie...

Bepaalde recente wetenschappelijke gegevens lijken echter de nadruk te leggen op α-pineen, een molecuul in de etherische olie, vanwege de ontstekingsremmende eigenschappen [7][8] en vanwege het beschermende effect op collageen en elastine, twee moleculen die essentieel zijn voor de structuur van het weefsel [6] . Deze laatste eigenschap zou wel eens aan de oorsprong kunnen liggen van de anti-hematoom- en anti-verouderingseffecten van helichrysumolie. Het zou dus de stevigheid van de huid kunnen behouden (anti-veroudering) en de “schade” kunnen beperken die verband houdt met de ontsteking die gepaard gaat met weefseltrauma.

Literatuur

[1] Ange Bianchini Pierre Tomi Jean Costa Antoine François Bernardini (2001) – “Compositie van Helichrysum italicum (Roth) G. Don fil subsp. Italicum essentiële oliën uit Corsica (Frankrijk)” Flavour and Fragrance Journal 16(1):30-34 · Januari 2001.

[2] JulienPaolini, Jean-Marie Desjobert, Jean Costa, Antoine-François Bernardini, Cinzia Buti Castellini, Pier-Luigi Cioni, Guido Flamini, Ivano Morelli (2006) – “Samenstelling van essentiële oliën van Helichrysum italicum (Roth) G. Don draad subsp. italicum van de eilanden van de Toscaanse archipel” Smaak en geur J 21: 805–808.

[3] Leonardi M, Giovanelli S, Ambryszewska K, Ruffoni B, Cervelli C, Pistelli L, Flamini G, Pistelli L (2018) – “Etherische oliesamenstelling van zes Helichrysum-soorten geteeld in Italië.” Biochemische systematiek en ecologie. 79. 15-20. 10.1016/j.bse.2018.04.014.

[4] Leonardi M, Ambryszewska KE, Melai B, Flamini G, Cioni PL, Parri F, Pistelli L. (2013) – “Etherische oliesamenstelling van Helichrysum italicum (ROTH) G.DON ssp. italicum van het eiland Elba (Toscane, Italië).” Chem Biodivers. 2013 maart;10(3):343-55. doi: 10.1002/cbdv.201200222.

[5] Emilia Mancini, Laura De Martino, Aurelio Marandino, Maria Rosa Scognamiglio, Vincenzo De Feo (2011) – “Chemische samenstelling en mogelijke in vitro fytotoxische activiteit van Helichryum italicum (Roth) Don ssp. Italicum” Moleculen 2011, 16(9), 7725-7735; https://doi.org/10.3390/molecules16097725

[6] Fraternale D, Flamini G, Ascrizzi R (2019) – “In vitro anticollagenase- en anti-elastase-activiteiten van etherische olie van Helichrysum italicum subsp. italicum (Roth) G. Don.” J Med-voedsel. 14 juni 2019. doi: 10.1089/jmf.2019.0054.

[7] Zhou JY1, Tang FD, Mao GG, Bian RL. (2004) – “Effect van alfa-pineen op nucleaire translocatie van NF-kappa B in THP-1-cellen.” Acta Pharmacol Zonde. 2004 april; 25(4):480-4.

[8] Kim DS, Lee HJ, Jeon YD, Han YH, Kee JY, Kim HJ, Shin HJ, Kang J, Lee BS, Kim SH, Kim SJ, Park SH, Choi BM, Park SJ, Um JY, Hong SH . (2015) – “Alfa-Pineen vertoont ontstekingsremmende activiteit door de onderdrukking van MAPK’s en de NF-KB-route in peritoneale macrofagen van muizen.” Ben J Chin Med. 2015;43(4):731-42. doi: 10.1142/S0192415X15500457. Epub 28 juni 2015

maandag, januari 26, 2026

Guldenroede voor gouden urine

Guldenroede is voor mij altijd een plant geweest die in zijn uiterlijke eenvoud zijn simpele, maar degelijke werking weerspiegelt. Geen modekruid met spectaculair wonderlijke werking, maar een vaste veilige kracht in een onzekere wereld van ziekte.

Solidago virgaurea is een vaste plant die vooral te vinden is langs droge bosranden. De plant is niet zeldzaam en andere niet-inheemse Solidagosoorten zoals S. canadensis en S. gigantea komen nu ook meer verwilderd voor. Deze 3 soorten mogen medisch gebruikt worden. Andere soorten, variëteiten en cultivars die in de tuincentra verkocht worden, zijn therapeutisch niet te gebruiken omdat er wetenschappelijk weinig over bekend is. Natuurlijk zijn al deze planten geschikt als sierplant, maar ook de Echte guldenroede is gemakkelijk te zaaien of te scheuren om in de gele border of de bostuin verwerkt te worden. Hij groeit goed op arme zandgrond en zelfs bij berkenbomen.

What’s in a name ofte wel etymologie

Solidago zou afkomstig zijn van solidare of solidum agare: gezond of vast maken, omdat Guldenroede als een wondhelende plant bekend stond. De soortnaam virgaurea komt van virga (roede of tak) en aurea (goud), vanwege de rechte stengel met goudgele bloemen. In mijn fantasie slaat het ook op een goede, goude, gulden roede omwille van de urineafdrijvende werking. De Nederlandse naam is daarmee ook duidelijk. Heidens wondkruid is een oude naam die o.a. bij Petrus Nylandt is terug te vinden. Men beweerde dat in de Middeleeuwen de Arabische Saracenen het kruid gebruikten als wondhelend middel en deze volkeren werden natuurlijk als heidens beschouwd, vandaar ook de latijnse naam Solidago sarracenica. Daarmee zijn de 2 voornaamste farmacologische werkingen, een adstringerende en een diuretische, dan ook bekend.

De geschiedenis

De geschiedenis vermeldt vooral de samentrekkende werking. Bij Dodonaeus klinkt het dan als “Voor vuyle Sweeringe des Tandt-vleesch, ende van de Keel: Neem van het afziedtsel een half pint, honingh van Roosen anderhalf once, vermengt dit samen, ende laat hier mede gorgelen.”Of “Voor versche ende oude Wonden en de Fistelen: Drupt het sap ofte stopt het poedere in het quetsuren ofte loopende gaten; tot dien einde wordt dit kruydt ook in de Wonde-drancken gebruykt.”

Een ontstekingswerende werking vinden we ook terug bij Lonicerus (1564) en H. Bock (1565). De eerste vermelding van Guldenroede als niermiddel komt van Arnold van Villanova (1240-1311). Van dan af vinden we de diuretische werking in alle grote kruidenboeken terug. Tabernaemontanus (1530-1590) verwijst o.a. naar Matthiolus en schrijft dat “Virga aurea ferratis foliis ... nicht allein den Griess und Sand sondern auch den Stein selbst vermahle ... es reinige auch die Niere und die Härngange van allem groben Schleim”. Culpeper (1653) beschouwt de Golden Rod astrologisch als een Venusplant, maar adviseert hem ook bij blaas- en nierklachten en als wondmiddel. In de Wurttemberische Farmocopee van 1741 wordt Herba Consolidae Saraceniae als Lithontripticum of als steenverdrijvend kruid vermeld, maar ook als Vulnerarium.

Een laatste overzichtje:

  • Rademacker (1848) gebruikt de Guldenroede bij nefritis,
  • Duché (1886) bij blaasontsteking,
  • Meyer (1935) bij chronische nefritis en uremie,
  • Bohn (1935) bij lithiasis,
  • Kahnt (1940) bij waterzucht en bedplassen,
  • Leclerc (1914) bij enteritis en als diureticum.

Inhoudsstoffen, werkstoffen

Een gevarieërde groep van werkzame stoffen geeft ons een boeiend, maar soms wel verwarrend beeld van deze plant.Zo zit er een kleine hoeveelheid etherische olie in de Guldenroede. Genoeg om de weinig opvallende maar toch eigen geur van de plant te kunnen reuken. Belangrijker zijn de saponinen, de flavonoïden en een fenolglycoside die samen de diuretische werking van Solidago bepalen. De verhouding van deze stoffen is nogal verschillende bij de 3 gebruikte soorten. Zo is het gehalte aan saponinen en flavonoïden hoger in de Canadese en de Late guldenroede, terwijl het fenolglycoside alleen voor komt in de Echte guldenroede. Rationeel cijfermatig gezien lijken de uitheemse soorten sterker werkzaam te zijn, emotioneel en traditioneel gezien, geven wij toch nog de voorkeur aan de échte.

In de praktijk worden de 3 vermelde soorten veel gemengd aangeboden en dat onder de naam “Solidago virgaurea” wat toch wel erg verwarrend is. Wat de werking van de inhoudsstoffen betreft, kunnen we zeggen dat het fenolglycoside een bewezen anti-flogistische, analgetische, diuretische en steenwerende werking heeft. De flavonoiden uit S. gigantea vertoonden eveneens een urine afdrijvende werking. De saponinen van S. virgaurea hadden een oedeemremmend effect bij dierproeven.

Al deze onderzoeken bevestigen de oude ervaringen, maar daarnaast werden er ook nieuwe farmacologische effecten beschreven van saponinen en polysacchariden uit Solidago. Opvallend en ook verwarrend is de sperma-remmende werking van een saponinenmengsel. Verder werden er in verschillende onderzoeken ook anti-tumor activiteiten aangetoond. We moeten hierbij toch duidelijk zeggen dat deze laatste effecten bekomen werden met geïsoleerde en geconcentreerde preparaten en zeker niet toegeschreven mogen worden aan een guldenroedethee of -tinctuur. Wachten op verder onderzoek is dus de boodschap.

Praktische toepassing

De Duitse Kommission E, die nuchter de officiële werking van kruiden beoordeelt, en soms veroordeelt, beschouwt S. virgaurea, S. canadensis en S. gigantea als te gebruiken “zur Durchspüling bei entzündlichen Erkrankungen der ableitenden Harnwege, Harnsteinen und Nierengriess”. Dr. Valnet adviseert Guldenroede vooral bij infecties van de urinewegen, zowel bij cystitis, als bij acute en chronische nefritis. Ook bij albuminurie en een teveel aan urinezuren is guldenroedethee het proberen waard. Voor mij is Guldenroede dé basisplant voor nieren en urinewegen. Door de combinatie met 1 of 2 specifiek werkzame planten krijgen we een kruidenmengsel met een meer gerichte werking (Tabel 1).

Tabel 1: Kruidenmengsels met een meer gerichte werking

  • Solidago + Arctostaphylos uva ursi: acute blaasontsteking
  • Solidago + Equisetum : chronische blaasontsteking
  • Solidago + Rubia tinctorum : lithiasis, blaas- en nierstenen
  • Solidago + Betula + Filipendula ulmaria : reumatische aandoeningen
  • Solidago + Urtica + Equisetum : artrose, gewrichtsslijtage
  • Solidago + Epilobium (Basterdwederik) : prostaathypertrofie
Literatuur

  • Bader G, Binder K, Hiller K, et al (1987) De antischimmelwerking van triterpeensaponinen van Solidago virgaurea L. Pharmazie 42:140
  • Radoias G, Bosilcov A, Novak J (2004) Samenstelling van de etherische olie van Solidago virgaurea ssp. virgaurea L. 35e Internationaal Symposium over Etherische Oliën. ISEO. 29 september - 2 oktober, Naxos
  • Chodera A, Dabrowska K, Sloderbach A, et al (1991) Wplyw frakcji imperfectonoidowych gatunków rodzaju Solidago L. na diureze en elektrische stezenie. Acta Pol Pharm 48: 35–7
  • Schilcher H, Rau H (1988) Nachweis der aquaretische Wirkung von Birkenblätter- en Goldrutenauszügen im Tierversuch. Urologie [B] 28: 274–80
  • Melzig MF (2004) Echtes Goldrutenkrautein Klassiker in der urologische Fytotherapie. Wien Med Wochenschr., Wien Med Wochenschr.;154(21–22):523–7
  • Melzig MF, Noe S, Stammwitz U (2001) Nieuwe aspekte bij de therapie met Echter Goldrute. Extracta Urologica 9:14–7
  • Metzner J, Hirschelmann R, Hiller K (1984) Antiflogistische en analgetische Wirkungen von Leiocarposid, een fenolische Bisglucosid uit Solidago virgaurea L. Pharmazie 39: 869–70.
  • Meyer B, Elstner EF. (1990) Antioxidatieve eigenschappen van bladextracten van Populus , Fraxinus en Solidago als bestanddelen van het ontstekingsremmende plantaardige geneesmiddel Phytodolor ® . Planta Med 56:666
  • Kaspers U, Poetsch F, Nahrstedt A, Chatterjee SS (1998) Diuretische effecten van extracten en fracties verkregen uit verschillende Solidago- soorten. Naunyn-Schmiedeberg's Arch Pharmacol 358:Suppl. 2: S. R495
  • Jacker HJ, Voigt G, Hiller K (1982) Zum anti-exsudatieve werking van een triterpensaponine. Pharmazie 37: 380–2.

donderdag, januari 22, 2026

Ui en knoflook helpt bij griep en verkoudheid.

Een combinatie van extracten van knoflook en ui beschermt 65-plussers tegen griep en verkoudheid. Dat blijkt uit een Spaanse humane studie uit 2023. De onderzoekers gebruikten een supplement, maar gewone uien en knoflook beschermen waarschijnlijk net zo goed.

Spaanse farmacologen van de universiteit van Grenada experimenteerden gedurende 36 weken met een slordige zestig 65-plussers, die woonden in een verpleeghuis. De onderzoekers verdeelden hun proefpersonen in twee groepen, een groep die elke dag bij het middageten een placebo innam en een groep die bij de lunch een supplement slikte. Het supplement heette Aliocare, een product van het Spaanse Domca. Domca betaalde de studie niet. In elke capsule Aliocare zit, naast 180 milligram vitamine C en 7 milligram zink, 100 milligram extract. Dat bestaat voor 86 milligram uienextract en voor 14 milligram uit knoflookextract. Het uienextract in Aliocare is gestandaardiseerd voor propiïne - volledige naam: S-allyl-L-cysteïne-sulfoxide - en analogen daarvan.  De belangrijkste actieve stof in het knoflookextract was allicine - of in ieder geval precursoren daarvan. Volgens Domca bevat een capsule evenveel actieve stoffen uit ui en knoflook als je kunt binnenkrijgen via twee teentjes knoflook en een gewone ui

Het gebruik van het gecombineerde extract van knoflook en ui beschermde de 65-plussers tegen verkoudheid en griep. De kans op die virale infecties verminderde met een factor van 4.

Suppletie verminderde het aantal keren dat de 65-plussers last hadden van hoest, pijn in de botten of vermoeidheid. Dat zijn klassieke symptomen van verkoudheid en griep. Tenslotte reduceerde de combinatie van knoflook en ui het aantal dagen dat de proefpersonen, als ze ziek werden, het aantal dagen dat ze last hadden van die symptomen. Gemiddeld reduceerde suppletie de duur van de symptomen met een factor van drie.

"In conclusion, regular consumption of an Allium extract improves the immunity of elderly volunteers and can be used prophylactically against the most common infectious respiratory diseases", resumeren de onderzoekers.



woensdag, januari 21, 2026

Hazelaar en hazelnoten

Hazelnoten zijn een waardevolle bron van vetten (60-65%) en eiwitten (12-16%). De gezonde vetzuren oliezuur en linolzuur die ze bevatten, dragen bij aan het verlagen van het cholesterolgehalte. Hazelnoten leveren ook uitstekende hoeveelheden vitamine E, kalium, calcium, magnesium en ijzer.

Met 160 mg magnesium per 100 g dekken hazelnoten meer dan de helft van de dagelijkse behoefte. Het vitamine E-gehalte, van ongeveer 26 mg/100 g, is ook noemenswaardig. Deze antioxidant kan de vorming van vrije radicalen voorkomen. Hazelnoten bevatten waardevolle vetten, eiwitten en voedingsstoffen, waardoor ze een echt voedingsmiddel voor de hersenen zijn.

Hazelnoten als voeding voor de hersenen

Vanwege hun hoge energiedichtheid moeten noten met mate worden gegeten: een handjevol per dag is uitstekend voedsel voor de hersenen en het zenuwstelsel (brain food). De bestanddelen ervan kunnen het geheugen en de concentratie verbeteren. Dit is waarschijnlijk de reden waarom ze in trailmix terecht zijn gekomen, een traditionele mix van noten en gedroogd fruit die al sinds de 17e eeuw wordt gebruikt.

Veelzijdige toepassingen van hazelnoten in de keuken

Heerlijke hazelnoten zijn ongelooflijk veelzijdig, zowel heel als gemalen: ze kunnen worden toegevoegd aan trailmix, energierepen of muesli; gebruikt worden als ingrediënt in cakes en brood; of voor notenboter, notenpesto en notenpasta. Er zijn ook kleine oliepersen voor thuisgebruik verkrijgbaar, waarmee je vette olie uit hazelnoten kunt persen. Geroosterde hazelnoten kunnen ook worden gebruikt om likeuren op smaak te brengen. Roosteren in de oven (10-15 minuten op 100 °C) versterkt het delicate nootaroma. Hierdoor laat ook het dunne, licht bittere bruine buitenste velletje los. Om het velletje volledig te verwijderen, leg je de geroosterde hazelnoten in een schone theedoek en wrijf je ze eroverheen. De mannelijke katjes van de hazelaar bloeien al in februari en kunnen, in chocolade gedoopt, als lekkernij gebruikt worden.

Hazelnootbladeren en -bloesems in de volksgeneeskunde en de gemmotherapie

In de volksgeneeskunde worden hazelaarsbladeren en -katjes voornamelijk gebruikt voor medicinale doeleinden. De mannelijke katjes, die in februari bloeien, worden beschouwd als een zweetbevorderend en koortsverlagend middel bij verkoudheid en kunnen uitstekend gecombineerd worden met lindebloesem om een ​​verkoudheidsthee te maken. Deze wordt 5 minuten in heet water getrokken (1 eetlepel per 200 ml water).

Hazelaarbladeren bevatten talrijke tannines. Door de samentrekkende werking van deze tannines worden de bladeren in de volksgeneeskunde gebruikt voor wonden, huidaandoeningen en diarree. Ze worden ook gebruikt als gorgeldrank bij ontstekingen in de mond en keel. Vroeger werden de bladeren ook gebruikt bij bronchitis, een toepassing die later is overgenomen in de gemmotherapie. Hazelaar-gemmomaceraat is een belangrijk middel tegen longaandoeningen en bronchitis.

Hazelaarbladeren hebben antioxiderende en antimicrobiële eigenschappen omdat ze veel fenolzuren bevatten. Gebruik voor thee 2 theelepels per kop heet water.

Gemmotherapie Corylus avellana. Voor de bereiding van een gemmotherapiepreparaat met hazelaar is slechts 1 gram knoppen nodig om 20 ml gemmo-moedermaceraat of 200 ml gemmo-maceraat D1 te verkrijgen. De gebruikte extractieoplosmiddelen zijn gelijke delen plantaardige glycerine (85 vol%) en ethanol (70 vol%) in een verhouding van 1:10. Indicaties: longaandoeningen, bronchitis en vooral bij longemfyseem, astma en COPD.

Er bestaan ​​wel geen officiële monografieën van Commissie E, ESCOP, WHO of HPMC over hazelnootbladeren en -bloemen. De hierboven beschreven toepassingen zijn gebaseerd op traditionele volksgeneeskunde. Er zijn momenteel geen bijwerkingen bekend.

De magische krachten van de hazelaar

De vette hazelnoten waren een waardevolle voedselbron voor onze voorouders in het stenen tijdperk. Om die reden werd de hazelaar eeuwenlang zeer gerespecteerd. De Kelten vereerden de hazelaar als heilig. Aan het hout werden buitengewone magische krachten toegeschreven. Gevorkte hazelaarstakken werden gebruikt als wichelroedes om wateraders en bronnen te lokaliseren. De wichelroede werd niet alleen gebruikt om water te vinden, maar ook om verborgen schatten, ertsen, metalen, verloren vee of zelfs criminelen op te sporen.

Bescherming met behulp van hazelaarhout

Maar hazelaarhout bood ook bescherming tegen onweer en tegen slangen. In de Middeleeuwen werden drie hazelaarhouten pinnen in de dakbalken geslagen om bliksem af te weren. Als alternatief werden zeven hazelaarkatjes in het haardvuur gegooid, en men geloofde dat de opstijgende rook de storm verdreef. Volgens een christelijke legende dankte de hazelaar zijn bijzondere beschermende krachten aan de Maagd Maria, die ooit tijdens een onweersbui onder een hazelaar ging schuilen. Uit dankbaarheid vroeg ze God vervolgens om de hazelaar voor eeuwig te beschermen tegen bliksem. Mensen droegen tijdens het wandelen ook een hazelaartak bij zich, omdat men geloofde dat die giftige slangen afweerde. Ze waren ervan overtuigd dat zelfs de geringste aanraking met een hazelaartak voldoende was om slangen te doden.

De hazelnoot als symbool van vruchtbaarheid

De hazelnoot is een eeuwenoud symbool van vitaliteit en vruchtbaarheid. Daarom werden de noten in de volkserotiek geassocieerd met seksualiteit. Een enkele hazelnoot werd beschouwd als een vulva-symbool, terwijl twee noten samen werden geïnterpreteerd als testikels. In de volksmagie werden de noten dan ook gebruikt als tegengif tegen impotentie en een gebrek aan libido.

Hazelnootpesto maken. Recept

  • 200 g hazelnoten
  • 150 ml olijfolie
  • 70 g gedroogde tomaten in olie
  • Sap en geraspte schil van 1 kleine (biologische) citroen
  • 1 bosje peterselie
  • 1 kleine chilipeper
  • 1 theelepel zout

Rooster de hazelnoten in een droge pan of in de oven (10-15 minuten op 100 °C) en laat ze afkoelen. Pureer ze met de overige ingrediënten in een keukenmachine. Deze hazelnootpesto is heerlijk als broodbeleg of door pasta geroerd. Bij gebruik in pastagerechten kun je de pesto eventueel verdunnen met 100 ml room (of een veganistisch alternatief).

Notenallergie

Noten behoren helaas tot de allergene voedingsmiddelen. Voor sommige mensen met een notenallergie zijn hazelnoten irriterend en kunnen zelfs levensbedreigend zijn. Een hazelnootallergie kan zich na consumptie uiten in tranende ogen, jeukende huid of een branderig gevoel op de tong. In het ergste geval kan het zelfs leiden tot een levensbedreigende anafylactische shock met zwelling van de luchtwegen, kortademigheid en hart- en vaatproblemen, wat mogelijk een hartstilstand tot gevolg kan hebben. 

Besluit

De hazelnoot werd door onze voorouders als heilig beschouwd en voor talloze magische doeleinden gebruikt. Tegenwoordig bieden de noten ons aromatische culinaire ervaringen, zijn ze bovendien een waardevolle bron van gezonde vetten en de struik ts een gemakkelijk te kweken en wild te zoeken inheemse plant. 

Literatuur

dinsdag, januari 20, 2026

Fytotherapie in de psychiatrische behandeling

Fytotherapie is een van de oudste medische therapieën en beschrijft het gebruik van planten, plantendelen of preparaten daarvan als geneesmiddelen voor de behandeling en preventie van ziekten [ 7 ]. Deze geneesmiddelen van plantaardige oorsprong worden fytotherapeutica of fytopharmaceutica genoemd. Fytotherapie vindt zijn oorsprong in de naturopathie, maar vormt tegenwoordig ook een belangrijke aanvulling op en uitbreiding van de gevestigde behandelingsmogelijkheden in de conventionele geneeskunde [ 7 ],[ 13 ],[ 23 ]. 

Bij psychiatrische aandoeningen bestaat er vaak terughoudendheid ten opzichte van synthetische medicijnen zoals antidepressiva en benzodiazepinen, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsrisico's, het risico op afhankelijkheid of eerdere ervaringen met bijwerkingen. Dit kan een negatieve invloed hebben op de therapietrouw, een belangrijke factor voor een succesvolle behandeling. Kruidenpreparaten kunnen in dit geval een goed alternatief of een aanvullende aanpak vormen. Gezien de toenemende populariteit en het gebruik van kruidenpreparaten, is het belangrijk om deze therapieën te beoordelen op hun werkzaamheid en risico's. Deze overzichtsstudie presenteert de huidige stand van de wetenschappelijke kennis over verschillende kruidenpreparaten bij geselecteerde psychiatrische aandoeningen.

Wetenschappelijk bewijs voor fytotherapie bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen

Onderzoeken naar de behandeling van depressieve stoornissen met kruidengeneesmiddelen omvatten sint-janskruid (Hypericum perforatum), saffraan (Crocus sativus), kurkuma (Curcuma longa), lavendel (Lavandula angustifolia),  en Rhodiola rosea.

Voor angststoornissen bestaan ​​er studies naar kava-kava (Piper methysticum), lavendel (Lavandula angustifolia), passiebloem (Passiflora incarnata), echte  kamille (Matricaria chamomilla), rozenwortel (Rhodiola rosea). Valeriaan (Valeriana officinalis), citroenmelisse (Melissa officinalis) en hop (Humulus lupulus) worden ook vaak gebruikt als traditionele kruidenmiddelen voor angstpatiënten, maar zijn nog niet voldoende wetenschappelijk onderzocht.

Tot de stoffen die wetenschappelijk zijn onderzocht voor de behandeling van slaapstoornissen behoren passiebloem (Passiflora incarnata), citroenmelisse (Melissa officinalis), valeriaan (Valeriana officinalis), echte kamille (Matricaria chamomilla), rozemarijn (Rosmarinus officinalis), hop (Humulus lupulus) en lavendel (Lavandula angustifolia).

Bovendien bestaan ​​er studies naar de effecten van Bacopa monnieri, Ginkgo biloba, Passiebloem (Passiflora incarnata), Melissa officinalis en Valeriana officinalis op hyperactiviteit en aandachtstoornissen .

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum)

Sint-Janskruid staat al eeuwen bekend om zijn stemmingsverbeterende en balancerende werking en wordt gebruikt in diverse medicijnen. Het meest uitgebreide onderzoek betreft de behandeling van depressie. Systematische reviews hebben een antidepressieve werking aangetoond bij milde tot matige depressieve episodes. Over het algemeen waren de in de studies geteste sint-janskruidextracten significant beter dan placebo, even effectief als standaard antidepressiva (selectieve serotonineheropnameremmers, tricyclische en tetracyclische antidepressiva) en hadden ze een lager bijwerkingenprofiel dan standaard antidepressiva [ 3 ], [ 18 ]. De meeste studies hadden echter slechts een korte observatieperiode. Sint-Janskruid is een niet-hiërarchische verbinding. Dit betekent dat geen enkel actief bestanddeel significant overheerst. Tegelijkertijd brengen de vele componenten echter een verhoogd risico op interacties met andere medicijnen met zich mee, zoals bijvoorbeeld hormonale anticonceptiva, psychofarmaca of cytostatica. Deze medicijnen mogen daarom alleen worden ingenomen na overleg met een arts.

Naast de bekende effecten op depressie is sint-janskruid ook onderzocht op de effecten ervan op angststoornissen. Individuele casusrapporten en open-labelstudies hebben een verbetering van angstsymptomen aangetoond [ 4 ]. Er ontbreken echter nog steeds gecontroleerde studies naar de effecten van sint-janskruid bij de behandeling van angst, waardoor er geen conclusies kunnen worden getrokken over de werkzaamheid ervan bij angststoornissen.

Kurkuma (Curcuma longa)

Curcumine, een plantaardig polyfenol met krachtige ontstekingsremmende, antioxiderende en neuroprotectieve eigenschappen, trekt ook steeds meer aandacht als plantaardig antidepressivum. Eerste onderzoeken waarin het gebruik van kurkuma werd vergeleken met een placebo bij depressieve patiënten suggereren dat de behandeling veilig, effectief en goed verdraagbaar lijkt te zijn [ 22 ]. Grotere gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken over een langere periode zijn echter nodig om deze resultaten te bevestigen.

Saffraan (Crocus sativus)

Saffraan staat in de traditionele geneeskunde al duizenden jaren bekend om zijn stemmingsverbeterende en zenuwversterkende effecten. Uit eerdere klinische onderzoeken van een Iraanse onderzoeksgroep blijkt dat saffraan de depressieve symptomen bij volwassenen aanzienlijk kan verbeteren in vergelijking met een placebo, met effecten die vergelijkbaar zijn met die van antidepressiva, maar met minder bijwerkingen [ 11 ]. Grotere klinische onderzoeken, uitgevoerd door onderzoeksteams buiten Iran met metingen over een langere periode, zijn nodig voordat conclusies kunnen worden getrokken over de werkzaamheid en veiligheid van saffraan bij de behandeling van depressieve symptomen.

In een ander gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek werd het antidepressieve effect van een gecombineerde toediening van curcumine en saffraan onderzocht. Verschillende doses curcumine en combinaties van curcumine en saffraan vertoonden een vergelijkbare werkzaamheid bij het verminderen van depressieve symptomen; een additief effect van de twee medicinale planten kon echter niet worden aangetoond [ 19 ].

Lavendel (Lavandula angustifolia)

Lavendel staat al eeuwenlang bekend om zijn kalmerende en stressverlagende werking. Een systematische review onderzocht sint-janskruid en andere kruidengeneesmiddelen voor de behandeling van depressie en vond onder andere studies naar lavendel. Lavendel bleek in combinatie met het antidepressivum imipramine aanzienlijk effectiever te zijn dan imipramine alleen [ 8 ].

Bovendien toonde een systematische review en meta-analyse het anxiolytische effect van lavendelolie aan bij gegeneraliseerde angststoornis (GAD). De studie toonde aan dat lavendel superieur was aan placebo [ 5 ]. Een andere meta-analyse onderzocht ook het effect van lavendelolie op subsyndromale angststoornissen, dat wil zeggen angststoornissen die niet voldoen aan de specifieke inclusiecriteria voor GAD. Deze studie toonde eveneens aan dat lavendelolie significant superieur was aan placebo bij de behandeling van 221 patiënten met subsyndromale angststoornissen [ 20 ]. Twee afzonderlijke gerandomiseerde gecontroleerde studies bij patiënten met gegeneraliseerde angststoornis toonden ook superioriteit en een betere verdraagbaarheid aan in vergelijking met het antidepressivum paroxetine [ 14 ] en therapeutische equivalentie in vergelijking met benzodiazepinen [ 25 ]. Er werd geen afhankelijkheid waargenomen en de medicatie werd goed verdragen.

Uit de eerdergenoemde meta-analyse over het effect van lavendelolie bij angststoornissen bleek dat er, naast het anxiolytische effect, ook een positief effect op de slaap optreedt zonder dat dit leidt tot slaperigheid overdag, en dat de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven verbetert [20].

Kaukasisch slangenkruid (Echium amoenum)

Slangenkruid is inheems in Europa en West-Azië. Het krijgt echter weinig aandacht voor medische toepassingen. Een systematische review toonde significante verbeteringen in depressieve symptomen aan in vergelijking met placebo. Er werd geen bewijs gevonden voor ernstige bijwerkingen [ 8 ].

Rozenwortel (Rhodiola rosea)

Rhodiola rosea, ook wel bekend als "gouden wortel", is afkomstig uit de arctische gebieden van Europa en Azië en wordt al eeuwenlang in de Scandinavische en Russische geneeskundige tradities erkend vanwege de gezondheidsbevorderende en stimulerende effecten. Rhodiola rosea behoort tot de groep van adaptogene planten, planten met aanpasbare eigenschappen. Ze zijn niet beperkt tot een specifiek type effect, maar compenseren tekorten en reguleren overmatige functies. Zo bevorderen ze het evenwicht en verhogen ze de veerkracht en stresstolerantie. De gegevens over de werkzaamheid van adaptogene planten zijn echter nog zeer beperkt. Wat betreft depressie toonde een eerdergenoemd systematisch overzicht significante verbeteringen in depressieve symptomen aan voor Rhodiola rosea in vergelijking met placebo [ 8 ].

In één pilotstudie werd ook het effect van Rhodiola rosea onderzocht bij de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis bij 10 patiënten [ 4 ]. De helft van de deelnemers aan deze studie meldde een significante vermindering van minstens 50% van de angstsymptomen op de Hamilton Anxiety Scale, en 4 van hen bereikten remissie.

Kava-kava (Piper methysticum)

Van de kruidenkalmeringsmiddelen is kava-kava het meest onderzocht in de context van angst. De plant (vooral preparaten gemaakt van de wortelstok) wordt vaak gebruikt als ceremoniële drank door stammen op de Pacifische eilanden en men gelooft dat het een kalmerende werking heeft. Meer dan een dozijn gepubliceerde studies hebben de werkzaamheid van kava bij de behandeling van angst onderzocht, waarbij de meeste placebogecontroleerde, gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoeken waren. Verschillende meta-analyses hebben een significant anxiolytisch effect aangetoond in vergelijking met placebo, ongeacht het type en de ernst van de angstsymptomen [ 4 ]. Bovendien is therapeutische equivalentie van kava ten opzichte van buspiron en venlafaxine aangetoond bij de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis. Er is ook geen bewijs van afhankelijkheid in vergelijking met benzodiazepinen. Ondanks de bewezen werkzaamheid zijn kava-geneesmiddelen sinds 2001 van de markt gehaald in Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie vanwege hun potentiële hepatotoxiciteit. Op basis van bovenstaande bevindingen zou toxiciteit verder onderzocht moeten worden. Uit recente onderzoeken is gebleken dat waterig kava-extract mogelijk niet giftig is [ 4 ]. ].

Passiebloem (Passiflora incarnata)

Passiebloem wordt al eeuwenlang gebruikt als volksmiddel tegen angst en slapeloosheid. Het anxiolytische effect ervan is tot nu toe vooral aangetoond in dierstudies; klinische onderzoeken bij mensen ontbreken nog. Eén onderzoek vergeleek de werkzaamheid van passiebloem met die van oxazepam bij de behandeling van patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis. Passiebloem bleek een vergelijkbare werkzaamheid te hebben als oxazepam, maar het effect ontwikkelde zich langzamer en had minder invloed op het functioneren van de patiënten [ 4 ].

Voor de behandeling van slaapstoornissen beveelt het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) onder andere passiebloem aan [ 9 ]. Het effect van passiebloemthee op de slaap is echter nog niet onderzocht bij klinisch relevante slapeloosheid. Een gerandomiseerde, gecontroleerde studie van twee weken onderzocht het effect ervan bij een groep gezonde vrijwilligers. Er werden significante verbeteringen in de subjectieve slaapkwaliteit gerapporteerd, maar er werden geen significante verschillen gevonden in de polysomnografische bevindingen [ 4 ].

In gevallen van ernstige rusteloosheid, zoals die voorkomt bij aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), kunnen kruidenkalmeringsmiddelen zoals passiebloem ook geïndiceerd zijn. Een systematische review van het gebruik van passiebloemextract bij kinderen met ADHD toonde bijvoorbeeld vergelijkbare effecten aan bij het verminderen van hyperkinetische symptomen als methylfenidaatpreparaten [ 2 ]. Bovendien werd het kruidenkalmeringsmiddel beter verdragen.

Echte kamille (Matricaria chamomilla / recutita)

Gedroogde kamillebloemhoofdjes worden al lange tijd gebruikt als traditioneel kruidenmiddel om ontspanning en kalmte te bevorderen. Een klinische studie onderzocht de effecten van kamille bij patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis. In een acht weken durende studie vertoonde de behandelingsgroep die kamille-extract kreeg een significante vermindering van de angstniveaus in vergelijking met de placebogroep, en er werden geen significante bijwerkingen gemeld [ 4 ].

Het effect van kamille op slapeloosheid is tot nu toe alleen onderzocht in een kleine, placebo-gecontroleerde, gerandomiseerde pilotstudie bij patiënten met slaapstoornissen. Kamille vertoonde kleine tot matige effectgroottes wat betreft het verbeteren van de slaaplatentie, nachtelijke ontwakingen en de ernst van vermoeidheid; er werden echter geen significante positieve effecten gevonden voor andere parameters, zoals slaapkwaliteit en slaapefficiëntie. Bovendien werden de effecten alleen aangetoond binnen de interventiegroep, zonder significante verschillen ten opzichte van de placebogroep [ 26 ]. Een studie bij een groep oudere patiënten met een slechte slaapkwaliteit onderzocht het effect van kamillepreparaten gedurende een periode van 4 weken in vergelijking met placebo en vond significante groepsverschillen in slaapkwaliteit na behandeling ten gunste van de interventiegroep [ 1 ].

Citroenmelisse (Melissa officinalis)

Citroenmelisse wordt gewaardeerd als traditioneel kruidengeneesmiddel vanwege de kalmerende en antibacteriële eigenschappen en wordt vaak gebruikt bij angst en slaapproblemen. De werkzaamheid van citroenmelisse bij psychiatrische patiënten is echter nog niet voldoende wetenschappelijk onderzocht. Eén open-labelstudie onderzocht de effecten van citroenmelisse in combinatie met valeriaan bij kinderen met rusteloosheid en slaapproblemen. Er werden significante verbeteringen in de symptomen gerapporteerd [ 4 ]. Er werden echter geen objectieve metingen verricht en er ontbreken gerandomiseerde, gecontroleerde klinische studies om deze resultaten te bevestigen. Uit een eerdergenoemd systematisch overzicht over het gebruik van kruidengeneesmiddelen bij kinderen met ADHD bleek dat citroenmelisse een klein maar significant effect heeft op aandachtsproblemen [ 2 ].

Hop (Humulus lupulus)

Hop wordt ook vaak gebruikt bij angst- en slaapstoornissen, en het kalmerende effect ervan op het zenuwstelsel is aangetoond in preklinische studies [ 4 ]. Er zijn echter nog geen gerandomiseerde, gecontroleerde studies uitgevoerd. Alleen het effect van hop in combinatie met valeriaan op slaapstoornissen is onderzocht in twee gerandomiseerde, gecontroleerde studies. Er werden significante verbeteringen in objectieve parameters waargenomen [ 4 ]. Een andere studie met een voedingssupplement dat hop bevatte, toonde echter geen significante effecten van hop op slaapstoornissen en melatoninemetabolisme in vergelijking met een placebo [ 4 ].

Valeriaan (Valeriana officinalis)

Valeriaan is al meer dan 1000 jaar een integraal onderdeel van de traditionele kruidengeneeskunde vanwege de kalmerende werking. Er zijn echter momenteel weinig gegevens beschikbaar over het gebruik ervan bij patiënten met angststoornissen, en de resultaten zijn inconsistent.

De effecten van valeriaan zijn voornamelijk onderzocht bij patiënten met slaapproblemen. Er bestaan ​​talloze studies over dit onderwerp. Het is echter lastig om de resultaten van deze studies direct met elkaar te vergelijken vanwege variaties in preparaten, doseringen en behandelingsduur. Drie meta-analyses vonden minimale significante verschillen ten opzichte van de placebogroep [ 6 ],[ 10 ],[ 17 ]. De opgenomen studies vertoonden echter grotendeels methodologische tekortkomingen. Daarom zijn gecontroleerde studies van goede methodologische kwaliteit nodig om conclusies te kunnen trekken over de werkzaamheid van valeriaan bij slaapproblemen. De meeste studies hebben valeriaanpreparaten als veilig geclassificeerd, met af en toe meldingen van toegenomen slaperigheid overdag als bijwerking. Uit onderzoek met valeriaanpreparaten zijn ook veelbelovende resultaten gebleken bij de behandeling van ADHD-symptomen bij kinderen [ 2 ].

Rozemarijn (Rosmarinus officinalis)

Rozemarijn, al lang bekend in het Middellandse Zeegebied en Azië en wereldwijd geteeld als specerij, wordt ook gebruikt vanwege de geneeskrachtige werking bij een aantal aandoeningen. Een Iraanse gerandomiseerde dubbelblinde studie onderzocht onder andere hoe rozemarijn de slaapkwaliteit van studenten beïnvloedt [ 21 ]. Hiervoor kreeg de ene groep gedurende een maand tweemaal daags 500 mg rozemarijn in capsulevorm, terwijl de andere groep een placebo kreeg. Aan het einde van de interventie werd een significante verbetering van de slaapkwaliteit waargenomen in de interventiegroep vergeleken met de placebogroep. De resultaten moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien de studie enkele beperkingen kende.

Bacopa monnieri

Bacopa monnieri, ook bekend als Brahmi, is een plant afkomstig uit Zuid-Azië en wordt gebruikt in de Ayurvedische geneeskunde. Dit kruid bevat saponinen, die de hersenfunctie kunnen verbeteren en een positieve invloed kunnen hebben op het denk- en leervermogen [ 16 ]. Omdat Brahmi de cognitieve hersenfuncties beïnvloedt, wordt het geclassificeerd als een nootropicum. De laatste jaren is ook onderzoek gedaan naar de effecten van Bacopa monnieri bij de behandeling van hyperactiviteit en aandachtsstoornissen. Verschillende studies bij kinderen en adolescenten hebben significante verbeteringen laten zien in diverse aspecten van hyperactiviteit en aandacht, met kleine tot middelgrote effectgroottes [15]. Zo werd bijvoorbeeld een vermindering van rusteloosheid en een verbetering van de zelfbeheersing waargenomen. Ook bij volwassenen zijn positieve effecten aangetoond, zoals verbeterde cognitieve prestaties en reactietijd [ 16 ]. De behandeling werd bovendien zeer goed verdragen, met slechts enkele milde bijwerkingen.

Ginkgo (Ginkgo biloba)

Ginkgo is een levend fossiel afkomstig uit China. De boom wordt al sinds de oudheid op grote schaal geteeld en gebruikt. Ginkgo-bladextract wordt al lange tijd gebruikt als middel om de cognitieve functies te verbeteren, en studies hebben een positief effect aangetoond op cognitieve stoornissen en dementie, met name bij patiënten met neuropsychiatrische symptomen [ 24 ]. Het effect van dit kruidengeneesmiddel bij de behandeling van kinderen met ADHD is echter zeer beperkt [ 2 ].

Besluit

Fytotherapeutische middelen genieten al honderden jaren grote populariteit in de traditionele geneeskunde en worden vaak gebruikt als zelfmedicatie voor diverse aandoeningen. Ook klinisch onderzoek toont een toenemende interesse in het onderzoeken van verschillende fytotherapeutische middelen. De huidige bewijsbasis voor het gebruik van fytotherapeutische middelen bij bepaalde psychiatrische aandoeningen is echter nog zeer beperkt. Bij milde tot matige depressie zijn er veelbelovende resultaten te zien met het gebruik van sint-janskruid. Wat betreft de behandeling van depressieve symptomen zijn vergelijkbare resultaten behaald als met conventionele antidepressiva, en het middel wordt beter verdragen dan psychofarmaca. Interacties met andere medicijnen moeten echter zorgvuldig worden overwogen om negatieve gevolgen voor de effectiviteit te voorkomen. Met uitzondering van sint-janskruid zijn de gegevens voor andere kruidenmiddelen momenteel minder overtuigend.

Als sint-janskruid (Hypericum perforatum) geen optie is vanwege mogelijke bijwerkingen en vooral interacties met andere medicijnen, kan het gebruik van saffraan (Crocus sativus), kurkuma (Curcuma longa), slangenkruid (Echium amoenum) en rozenwortel (Rhodiola rosea) worden overwogen.

Bij mildere angststoornissen kunnen, naast passiebloem (Passiflora incarnata) en lavendel (Lavandula angustifolia), kamille (Matricaria chamomilla) en, indien nodig, rhodiola rosea (Rhodiola rosea) worden gebruikt. Ondanks de bewezen angstremmende werking wordt kava (Piper methysticum) afgeraden vanwege de ernstige bijwerkingen.

Kruidenpreparaten worden ook gebruikt bij de behandeling van slaapstoornissen. Hoewel er momenteel onvoldoende bewijs is voor klinisch relevante slaapstoornissen, kunnen in mildere gevallen, naast de meer gangbare valeriaan (Valeriana officinalis), ook rozemarijn (Rosmarinus officinalis) en kamille (Matricaria chamomilla) worden geprobeerd.

Daarnaast kan behandeling met Bacopa monnieri worden overwogen bij aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), met name wanneer chemisch voorgeschreven behandelingsopties te veel bijwerkingen lijken te hebben.

In tegenstelling tot het geloof dat "natuurlijk" per definitie "vrij van bijwerkingen" betekent, brengen kruidenpreparaten vergelijkbare risico's met zich mee als alle medicijnen, zoals bijwerkingen, contra-indicaties en interacties met andere geneesmiddelen. Daarom is zorgvuldige overweging en voorzichtigheid geboden. Over het algemeen worden ze echter goed verdragen en bieden ze een groot potentieel met diverse toepassingen. Bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen kunnen ze een goed alternatief of aanvulling vormen op conventionele psychofarmaca en in individuele gevallen zelfs bijdragen aan een betere therapietrouw. De effectiviteit van kruidenpreparaten als zeer effectieve geneesmiddelen mag daarom niet worden onderschat, maar potentiële bijwerkingen mogen evenmin worden genegeerd. 

Literatuur

  1. Adib-Hajbaghery M, Mousavi SN. De effecten van kamille-extract op de slaapkwaliteit bij ouderen: een klinische studie. Complement Ther Med 2017; 35: 109-114. DOI: 10.1016/j.ctim.2017.09.010.
  2. Anheyer D, Lauche R, Schumann D. et al. Kruidenpreparaten bij kinderen met aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD): een systematische review. Complement Ther Med 2017; 30:14-23. DOI: 10.1016/j.ctim.2016.11.004.
  3. Apaydin EA, Maher AR, Shanman R, et al. Een systematische review van sint-janskruid voor ernstige depressieve stoornis. Syst Rev 2016; 5: 148. DOI: 10.1186/s13643-016-0325-2.
  4. Baek JH, Rinderberg AA, Kinrys G. Klinische toepassingen van kruidengeneesmiddelen voor angst en slapeloosheid; gericht op patiënten met een bipolaire stoornis. Aust NZJ Psychiatry 2014; 48:705-715. DOI: 10.1177/0004867414539198.
  5. Baric H, Dordevic V, Cerovecki I, et al. Complementaire en alternatieve geneeskundige behandelingen voor gegeneraliseerde angststoornis: systematische review en meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde studies. Adv Ther 2018; 35: 261-288. DOI: 10.1007/s12325-018-0680-6.
  6. Bent S, Padula A, Moore D, et al. Valeriaan voor slaap: een systematische review en meta-analyse. Am J Med 2006; 119: 1005-1012. DOI: 10.1016/j.amjmed.2006.02.026.
  7. Alliantie voor Fytotherapie. Standpuntnota - Bevordering van fytotherapie in Duitsland [Geraadpleegd: 23 april 2018].. http://www.buendnis-phytotherapie.de/images/Buendnis%20Phytotherapie_PP_Foerderung_Phytotherapie_final.pdf
  8. Dwyer AV, Whitten DL, Hawrelak JA. Kruidenpreparaten, anders dan sint-janskruid, bij de behandeling van depressie: een systematische review. Altern Med Rev. 2011. ; 16:40-49
  9. Europees Geneesmiddelenagentschap. Kruidengeneesmiddelen. [Geraadpleegd op: 19 april 2018]. http://www.ema.europa.eu/ema/index.jsp?curl=pages/regulation/general/general_content_000208.jsp
  10. Fernandez-San-Martin MI, Masa-Font R, Palacios-Soler L, et al. Effectiviteit van valeriaan op slapeloosheid: een meta-analyse van gerandomiseerde placebo-gecontroleerde onderzoeken. Sleep Med 2010; 11:505-511. DOI: 10.1016/j.sleep.2009.12.009.
  11. Hausenblas HA, Saha D, Dubyak PJ. et al. Saffraan (Crocus sativus L.) en depressieve stoornis: een meta-analyse van gerandomiseerde klinische onderzoeken. J Integr Med 2013; 11:377-383. DOI: 10.3736/jintegrmed2013056.
  12. Hoyer J, Köllner V. Kruidengeneesmiddelen voor angststoornissen. PiD Psychotherapie in Dialoog 2015; 16: 56-59. DOI: 10.1055/s-0041-101049.
  13. Italia S, Brand H, Heinrich J. et al. Gebruik van complementaire en alternatieve geneeskunde (CAM) onder kinderen uit een Duits geboortecohort (GINIplus): patronen, kosten en trends in gebruik. BMC Complement Altern Med 2015; 15: 49. doi:10.1186/s12906-015-0569-8
  14. Kasper S, Gastpar M, Müller W. et al. Het lavendeloliepreparaat Silexan is effectief bij gegeneraliseerde angststoornis - Een gerandomiseerde, dubbelblinde vergelijking met placebo en paroxetine. Int J Neuropsychopharmacol 2014; 17:859-869
  15. Kean JD, Downey LA, Stough C. Een systematische review van het Ayurvedische medicinale kruid Bacopa monnieri bij kinderen en adolescenten. Complement Ther Med 2016; 29:56-62
  16. Kongkeaw C, Dilokthornsakul P, Thanarangsarit P, et al. Meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde studies naar de cognitieve effecten van Bacopa monnieri-extract. J Ethnopharmacol 2014; 151:528-535
  17. Leach MJ, Page AT. Kruidenmedicijnen tegen slapeloosheid: een systematische review en meta-analyse. Sleep Med Rev 2015; 24:1-12. doi:10.1016/j.smrv.2014.12.003
  18. Linde K, Berner MM, Kriston L. St John's woord voor ernstige depressie. Cochrane Database Syst Rev 2008; (04): CD000448. DOI: 10.1002/14651858.CD000448.pub3.
  19. Lopresti AL, Drummond PD. Werkzaamheid van curcumine en een combinatie van saffraan en curcumine bij de behandeling van ernstige depressie: een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie. J Affect Disorder 2017; 207: 188-196. DOI: 10.1016/j.jad.2016.09.047.
  20. Möller HJ, Volz HP, Dienel A, et al. Werkzaamheid van Silexan bij subklinische angst: meta-analyse van gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde onderzoeken. Eur Arch Psychiatry Clin Neurosci 2019; 269: 183-193. DOI: 10.1007/s00406-017-0852-4.
  21. Nematolahi P, Mehrabani M, Karami-Mohajeri S, et al. Effecten van Rosmarinus officinalis L. op geheugenprestaties, angst, depressie en slaapkwaliteit bij universiteitsstudenten: een gerandomiseerd klinisch onderzoek. Complement Ther Clin Pract 2018; 30:24-28. DOI: 10.1016/j.ctcp.2017.11.004.
  22. Ng QX, Koh SSH, Chan HW. et al. Klinisch gebruik van curcumine bij depressie: een meta-analyse. J Am Med Dir Assoc 2017; 18:503-508. DOI: 10.1016/j.jamda.2016.12.071.
  23. Schnabel K, Binting S, Witt CM. et al. Gebruik van complementaire en alternatieve geneeskunde door ouderen – een dwarsdoorsnedeonderzoek. BMC Geriatrics 2014; 14:38
  24. Tan MS, Yu JT, Tan CC. et al. Werkzaamheid en bijwerkingen van Ginkgo biloba bij cognitieve stoornissen en dementie: een systematische review en meta-analyse. J Alzheimer's Dis 2015; 43:589-603. DOI: doi:10.3233/JAD-140837.
  25. Woelk H, Schläfke S. Een multicenter, dubbelblind, gerandomiseerd onderzoek naar het lavendeloliepreparaat Silexan in vergelijking met lorazepam voor gegeneraliseerde angststoornis. Phytomedicine 2010; 17:94-99. DOI: 10.1016/j.phymed.2009.10.006.
  26. Zick SM, Wright BD, Sen A, et al. Voorlopig onderzoek naar de werkzaamheid en veiligheid van een gestandaardiseerd kamille-extract voor chronische primaire slapeloosheid: een gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde pilotstudie. BMC Complement Altern Med 2011; 11: 78. DOI: 10.1186/1472-6882-11-78.

vrijdag, januari 16, 2026

Eucalyptus globulus, een monografie

Eucalyptusbomen behoren tot de mirtefamilie (Myrtaceae), waartoe meer dan 600 soorten behoren die van nature voorkomen in Australië en Indonesië. Het zijn snelgroeiende bomen die een hoogte van bijna 100 meter en een stamomtrek van maximaal 20 meter kunnen bereiken. De blauwe eucalyptus (Eucalyptus globulus Labill.) wordt voornamelijk medicinaal gebruikt; deze boom wordt doorgaans slechts 30-35 meter hoog, maar bereikt in de eerste 10 jaar een hoogte van bijna 25 meter. Het belangrijkste verspreidingsgebied is Zuidoost-Australië.

Traditioneel gebruik in Australië

Verschillende eucalyptussoorten zijn op uiteenlopende manieren gebruikt door de inheemse bevolking van Australië; het medicinale gebruik van schors, hars en bladeren is gedocumenteerd voor meer dan een dozijn soorten [6].

De Yaegl-bevolking van het noorden van Nieuw-Zuid-Wales gebruikte de bladeren tegen bronchitis en hoest, en ook tegen verkoudheid in het algemeen, en de schors als een op tannine gebaseerd geneesmiddel tegen zweren en schurft [27]. In West-Australië werd de hars van verschillende soorten gebruikt tegen tandpijn, bronchitis en hartaandoeningen [30]. Eucalyptus werd ook gebruikt tegen diarree [38]. Een kompres van E. globulus-bladeren werd gebruikt tegen reumatische rugpijn. Voor een sterker effect werden de bladeren ook op gloeiende kolen gelegd. Hoofdpijn werd behandeld met de stoom van verhitte bladeren, en afkooksels werden gebruikt tegen verkoudheid. Een middel genaamd "mindi-warrum-bing" bevatte honing naast eucalyptusbladeren en werd gebruikt tegen verkoudheid en dysenterie [24].

Toepassing in Europa

De eerste Europeaan die Eucalyptus globulus ontdekte en beschreef, was de Franse bioloog Jacques Julien Houtou de Labillardière (1755-1834) in Tasmanië in 1792 [26][35]. Labillardières reisverslag werd gepubliceerd in het achtste jaar van de Republiek (1799/1800) en verscheen in 1802 ook in het Engels en Duits. Hij koos de naam vanwege de gelijkenis van de zaaddozen met jasknopen [20]. De illustraties van de planten werden gemaakt door de Belgische schilder Pierre-Joseph Redouté, die nu wereldberoemd is, vooral vanwege zijn boeken over lelies en rozen [19]. Labillardière was ook de eerste die in 1818 essentiële oliën analyseerde volgens moderne principes en de samenstelling van terpentijnolie met bijna volledige nauwkeurigheid vaststelde [21][36].

In de 19e eeuw ontdekte men in Frankrijk (Grimbert) en Engeland dat eucalyptus gebruikt kon worden om moerassige gebieden droog te leggen. Men geloofde ook dat de etherische oliën van de boom een ​​desinfecterende werking hadden op de "tropische koortslucht" (vgl. Madaus, p. 1304). De effectiviteit tegen malaria is echter waarschijnlijk te danken aan het feit dat eucalyptusbomen, door hun snelle groei, veel water verbruiken, waardoor het grondwaterpeil daalt en muggen geen broedplaatsen meer hebben. De eerste succesvolle drooglegging van moerasland werd door de Engelsen in de Kaapkolonie (Zuid-Afrika) gerealiseerd. Desondanks werd eucalyptus aanvankelijk beschouwd als een middel tegen malaria.

In de 19e eeuw kreeg eucalyptusolie meer aandacht als geneesmiddel. Vanaf het midden van de 19e eeuw werd eucalyptusolie industrieel gedestilleerd in Australië [7], [8]. Bentley en Trimen noemen aandoeningen van de luchtwegen zoals bronchitis, astma en kinkhoest als indicaties [1].

In zijn 'Leerboek van biologische geneesmiddelen' uit 1938 schrijft Gerhard Madaus over de toenmalige stand van de kennis: 'Eucalyptus globulus is een van de beste middelen voor de behandeling van griep en andere luchtwegaandoeningen.' Wrijfsels worden ook gebruikt bij reumatische aandoeningen, vooral die welke het gevolg zijn van griep. Madaus noemt specifiek het effect ervan als een 'goed slijmoplossend middel' bij bronchitis, longcatarre, hoest, kinkhoest, laryngitis, rhinitis, hoofdpijn aan de voorkant van het hoofd en astma (p. 1306). Hij beschrijft ook ervaringen met nier- en blaasproblemen, diabetes mellitus, maag- en darmklachten, lever- en galblaasproblemen, evenals zweren, bloedend tandvlees en tandvleespijn (p. 1307).

Daarentegen stelt de 4e editie van ‘Hager’s Handbook of Pharmaceutical Practice’ uit 1973 dat eucalyptusbladeren nu zelden nog worden gebruikt voor bronchitis en astma, voor de productie van mondspoelingen en voor maag- en darmcatarre, evenals voor blaasproblemen [11].

In de 5e editie worden de toepassingsgebieden voor eucalyptusolie – in overeenstemming met de aanbeveling van Commissie E – vermeld als inwendig en uitwendig gebruik bij infecties van de luchtwegen en uitwendig gebruik bij reumatische aandoeningen [3], [5].

HPMC-monografie

Het Comité voor Kruidengeneesmiddelen (HMPC) van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) publiceerde in 2013 een monografie over de bladeren van E. globulus [14], gevolgd in 2014 door een monografie over de etherische olie van E. globulus, E. polybractea en E. smithii [15]. Het gebruik van zowel de bladeren als de olie wordt aanbevolen bij hoest die gepaard gaat met verkoudheid, en de olie wordt ook aanbevolen voor uitwendig gebruik bij spierpijn.

Eucalyptusbladeren bevatten tannines, procyanidinen, triterpenoïden, flavonoïden, derivaten van floroglucinol zoals euglobalen en macrocarpalen, en tussen 1,5 en 3,5% etherische olie, waarvan 1,8-cineol het grootste deel uitmaakt (minstens 70% en tot 95%). Andere componenten van de olie zijn monoterpenen zoals α-pineen en p-cymeen. De olie heeft secretomotorische, expectorerende, licht spasmolytische en lokaal licht hyperemische effecten, en er is ook experimenteel aangetoond dat ze ontstekingsremmende en antibacteriële eigenschappen heeft.

In laboratoriumtests werden zowel gram-negatieve als gram-positieve bacteriën geremd en gedood. De sterkste effecten werden waargenomen tegen Shigella flexneri, Klebsiella pneumoniae, Listeria monocytogenes, Staphylococcus epidermidis, S. saprophyticus en S. xylosus [13]. Daarnaast werd het antivirale effect ook experimenteel onderzocht, met name tegen herpes simplex (HSV-1) [15] en influenza A H11N9 [16][37]. Het ontstekingsremmende effect van geïsoleerde 1,8-cineol is klinisch aangetoond bij patiënten met bronchiale astma. 1,8-Cineol kan ook de transdermale absorptie van andere geneesmiddelen verbeteren.

De olie kan (via inhalatie en systemisch via de bloedbaan) doordringen tot in de kleinste vertakkingen van de sinussen en bronchiën, waar ze haar werking kan uitoefenen. Daarom wordt eucalyptusolie aanbevolen bij infecties van de luchtwegen. Het wordt zowel inwendig als uitwendig gebruikt in de vorm van zalven of inhalaties, maar mag niet worden ingenomen bij ontstekingsziekten van het maag-darmkanaal en de galwegen, of bij ernstige leveraandoeningen. Preparaten die eucalyptusolie bevatten, mogen niet op het gezicht van zuigelingen en jonge kinderen worden aangebracht [23].

Monografie van Commissie E

Er bestaat een monografie van Commissie E uit 1993 over de vaste combinatie van eucalyptusolie en dennennaaldolie. Inhalatie en topische toepassing worden aanbevolen voor luchtwegcatarre. Topische (cutane) toepassing is een hybride vorm van inhalatie en systemische absorptie. Naast inhalatie worden sommige oliën ook via de huid geabsorbeerd, waarbij de absorptiesnelheid en -snelheid sterk afhankelijk zijn van de specifieke olie.

Indicaties  / Uit het cursusboek van herboristenopleiding Dodonaeus
Luchtwegen (voornaamste indicatie)

  • ** Bronchiale aandoeningen
  • * Astma
  • ** Griep, vroeger bij TBC.
  • ** Sinusitis, rhinitis, neusverkoudheid.
  • * Sommige infectieziekten met koorts o.a.: roodvonk, mazelen, bof 
  • - vroeger zelfs bij malaria, tyfus en cholera.
Intestinale Parasieten: * Ascaris, oxyuren 
Huid en Uitwendig
  • * Acné (antibacteriëel tegen Corynebact. acnei) Lavandula e.o. + Eucalyp tus e.o.
  • * Mycose
  • * Mondschimmel Eucalypti fol. dec. 2'
Gewrichten pijnstillend E. citriodora etherische olie uitwendig
  • * Artritis.
  • * Tennisarm (elleboog)


Literatuur / Referenties