Posts tonen met het label Zee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zee. Alle posts tonen

woensdag, mei 20, 2026

Een herborist aan zee. Een herinnering van vele jaren geleden.

Duinen, zand en zee. Maar zijn er ook planten hier? Eetbaar en geneeskrachtig? Op het strand zie ik zand en op een mooie dag ook mensen, veel mensen. En toch, hier en daar, vind ik ook aangespoeld eten. Zeewier en kwallen of blikjes uit vergane boten.

Zeewinde
Aangespoelde, overboord gegooide blikjes durf ik zelf niet eten. Maar losgeslagen blaaswier (Fucus) kan ik wel smaken, het bevat geconcentreerde jodium en andere mineralen, waardoor ze als voedingssupplement gebruikt kunnen worden, mits ze niet verontreinigd zijn met zware metalen of hondenstront. Na het strandzand vormen zich beginnende duinen, wat niks anders is dan opwaaiend zand, wat anders dan opwaaiende zomerjurken. Stuivend zand en zoute winden, bijna woestijn, maar ondanks de barre omstandigheden proberen planten zich hier te vestigen. Leven, overleven zo zijn wij en zo zijn ook de planten.

Zeeraket

In die beginnende duinen, tussen strand en zeereepduin vinden we de eerste overlever, de Zeeraket (Cakile maritima) met zijn vele roze bloempjes en zijn stevig vlezig blad is hij gemakkelijk te herkennen. Hij ontkiemt waar aanspoelsels, zoals wier en hout, verteerd worden. Met zijn lange puntige wortel gaat hij soms 1 meter diep in het zand op zoek naar zoet water.. Het korte vruchtje van de Zeeraket bestaat uit 2 delen die elk één zaadje bevatten, het bovenste deel maakt zich eerst los van de plant. Het bevat lucht en kan zo drijven op het zeewater. Het tweede zaadje blijft bij de moederplant totdat deze afsterft en voedsel vormt voor het achtergebleven zaadje. Dus kind eet moeder op!

Cakile is afgeleid van een oud Arabisch woord ‘kakeleh’ wat dokter betekent. In de Middeleeuwen was Zeeraket gekend bij de Arabische dokters voor zijn gebruik tegen scheurbuik. Niet verwonderlijk want veel Raketsoorten bevatten veel vitamine C en scherpe ontsmettende mosterdolieglycosiden. Dus zeker eetbaar mits er geen zand en verontreinigde rommel tussen de planten hangt.

Strandbiet

Strandbiet (Beta vulgaris maritima) groeit op de meest voedselrijke plaatsen aan de vloedlijn. De bladeren zijn rijk aan ijzer en vitamines, maar de taaie bladeren zijn moeilijk te kauwen. De Strandbiet is de voorloper van onze gekweekte suiker- en voederbiet.

Loogkruid

Stekend loogkruid (Salsola kali), je vindt hem in groepjes op het naakte duinenzand. De lijnvormige bladeren eindigen op een prikkend puntje, vandaar de naam ‘stekend’ In de Oudheid maakte men zeep met deze plant, zeep ontstaat door het uitlogen van vetten, vandaar dus loogkruid.

Zeewolfsmelk

Een merkwaardige plant is de Zeewolfsmelk (Euphorbia paralias). Deze vorstgevoelige plant overwintert dank zij talrijke, wat ondergestopte zijstengsels in het warme stuivende zand. Het melksap is giftig en etsend, konijnen springen er in een boogje omheen.Het sap veroorzaakt wonden te vergelijken met een wolvenbeet, wat de Nederlandse naam verklaart. Vroeger wreven bedelaars hun gezicht in met dit sap. De etterende zweren die het veroorzaakte, wekten medelijden op. Wat een mens al niet heeft gedaan om zijn kost te verdienen.

Zeewinde

Een laatste plant van de zeereep is de Zeewinde (Calystegia soldanella), met zijn lange, soepele, kruipende stengel en zijn mooie purperroze bloemen is het een goed herkenbare verschijning. De bloemkroon staat wijd open en heeft de vorm van een oude grammofoonspeler. Binnenlandse familieleden zoals Haagwinde en Akkerwinde, de zogenoemde pispotjes, hebben een sterke laxerende werking. In de apothekersboeken noemt men dat een drasticum, dus toch voorzichtig, niet drastisch omgaan met deze lieverdjes.

Een smal biotoopje aan het strand en toch planten met een verhaal. Lichamelijk en geestelijk eetbaar.

dinsdag, mei 19, 2026

Heggenranken en andere mensen

Wat moet ik? Na een weekend van warmte en wijsheid? Het was mooi en meer dan kennis van kruiden. Mensen en kruiden omarmen. Druk zijn en toch diepzinnig.
Namen noemen.... brave hendrik, tom,  japanse duizendknoop, maurice, klaproos, veerle, boksdoorn, wilde ui, michel, karel, bart, echte en valse kamille,  berenklauwtjes, vogelmuurtjes, herders- en andere tasjes....... en we ontmoeten ook albert en andere einsteinen. Emotioneel en rationeel leren. Slordig in orde.

Over de heggenrank dan maar. Heggenrank, de valse alruin.

Ik kan me de eerste heggeranken nog herinneren in de holle wegen van Hoegaarden. Hoe zij met tientallen scheuten ontsproten uit die dikke bietwortel en hoe de gekrulde stengels als voelsprieten zich om tak en vinger draaiden. Planten werden voor de eerste keer levend voor mij. Ze bewogen!!! Dat deze levende plant ook voor de mensheid betekenis heeft gehad, kon ik toen natuurlijk niet vermoeden.

Ik ga maar weer 2000 jaar terug, tot bij Plinius die de naam bryonia al vermelde. Die naam is afgeleid van het Griekse „bryo", groeien, spruiten, op grond van het snel en talrijk ontspruiten van loten aan de wortelstok. 'Dioica' betekent tweehuizig omdat mannelijke en vrouwelijke bloempjes aan verschillende planten groeien. De naam „Heggenrank" slaat op de plaats waar de plant veelvuldig voorkomt, aan heggen en hekken. De Bryonia alba verschilt alleen maar in een paar opzichten van de Bryonia dioica doordat hij eenhuizig is en de rijpe bessen zwart zijn en niet rood.

Oorspronkelijk inheems in het Middellandse-Zeegebied, groeit in Midden-Europa op vochtige plaatsen langs hagen en hekken. Hij bloeit met groene, onooglijke maar wel mooie bloemen van juni tot september. In het voorjaar of in de herfst worden de, soms tot 2,5 kg wegende, bietachtige wortels opgegraven en meestal vers verwerkt. Gedroogde wortels zijn minder krachtig. Voor de homeopathische oertinctuur worden de verse, vlak voor de bloei uitgegraven wortels gebruikt.

Al in de oudheid was heggenrank bekend; in de Middeleeuwen werd de wortel vaak gebruikt om als valse mandragorawortel (alruinwortel) voor veel geld te verkopen; de wortel werd in vorm bijgesneden, hij had namelijk geen benen zoals de echte Alruin.

Bryonia is wel een geneeskrachtige maar ook een zeer giftige plant en wordt dus nu niet meer toegepast in de natuurgeneeskundige fytotherapie. Het is wel een mooi voorbeeld van een plant die ondanks zijn sterke werking in het verleden toch veel gebruikt werd.

Zo vermeld Dodonaeus, de bryoniewortel niet alleen als sterk laxeermiddel, maar 'het treckt af die taeye fluymen/ ende doet die urine lossen/ ende es seer goet om die herssenen/ borste ende die inwendige leden van fluymen ende groven taeyen vochticheden te suyveren ende te reynighen'. Dus wel een totaal reinigend en uitscheidend middel, maar wel wat te straf voor onze geciviliseerde organen. Verder vermeld hij het ook nog tegen epilepsie 'die wortel van Bryonia alle daghen een jaar lanck duerende ontrent een vieren deel loots inghenomen gheneest die vallende sieckte'. Ook was het goed voor een verstopte milt, bracht het de menstruatie op gang en was ook heilzaam voor de huid. Of zoals hij schrijft 'die wortel van Bryonia reynicht oock die huyt/ ende doet die rimpelen ende fronsen vergaen/ ende verdrijft dat sproet litteken/ ende alderhande vlecken ende masen met meel van Erven (erwten) ende van Foenum Graecum (fenegriek) daer op ghestreken'. Dus een anti-rimpelcrème avant la lettre. Dat zou ik nog wel kunnen proberen!

Vragen en verwondering over zijn gebruik. Konden de mensen vroeger meer aan? Was de dosering anders? Of keek men niet zo nauw, was het er op of er onder? Het was zeker niet zo dat Dodonaeus de gevaren van Bryonia niet kende. Onder 'Hindernisse' schrijft hij: Die wortel van Bryonia duer huer fortselijcke cracht beruert die maghe ende die inwendighe leden seer/ ende daer en boven es die Bryonie met bladeren/ vruchten/ stelen/ ende wortelen in alder manieren seer quaet den bevruchten vrouwen tzy bereyt oft onbereyt/ oft in eenighe medecyne vermenght/ alzoo datmen den selven die selve oft eenighen medecynen daer af niet ingheven en kan sonder groot letsel ende hindernisse. En om de bijwerkingen 'die quaetheyt' te verzachten, adviseert hij 'Mastix/ Gengebeer (gember) ende Caneel neempt ende die selve met huenich daer Rosynen in ghesoden hebben/ ingheeft'.

Wat er ook van zei, vandaag gebruiken wij Bryonia dioica niet meer in de fytotherapie, wel is het nog een veel gebruikt homeopathisch middel. Het geneesmiddelenbeeld van het Bryoniatype geeft een duidelijke relatie met droge slijmvliezen, zoals b.v de bronchiën: droge hoest die in warme vertrekken erger wordt, hevige, stekende pijn bij hoestaanvallen, waarbij de zieke vaak de handen tegen de borst drukt; bovendien droge mond en darmslijmvliezen met obstipatie. Het bryoniatype heeft de neiging om veel koud water te drinken. Het word ook toegepast bij stekende pijnen met geringe bewegingen in spieren, pezen en gewrichten (bij acute gewrichtsreuma) met een duidelijke verergering van de klachten bij het ontwaken en een aanmerkelijke verbetering door druk op de pijnlijke plaatsen, de patiënt gaat dan ook vaak op de pijnlijke kant liggen. Een heel verhaal dus die homeopathische beschrijving. Bijna poëzie. Ik hou het maar bij het bekijken, bevoelen en beleven van deze spirituele plant. Of ik gebruik de wortel om er een amulet mee te maken.

zaterdag, november 06, 2010

Altijd aan zee


Aan zee, elke dag aan zee, geen vakantie maar toch altijd een beetje vakantie. Windkracht weet ik hoeveel? Toeristen waaien weg. Ruimte voor mij alleen.