Posts tonen met het label Silybum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Silybum. Alle posts tonen

woensdag, december 10, 2025

Bitterplanten

Kruiden die traditioneel als 'bitters' worden gebruikt, reinigen en verjongen de lever en stimuleren de galstroom. Alle traditionele geneeswijzen, zoals die uit Europa, China en India, erkennen het belang van regelmatig gebruik van een bittertonicum. Wanneer 'bitters' in de mond worden geproefd, stimuleren ze het lichaam om speeksel af te scheiden en cholesterol om te zetten in gal. Studies bevestigen dat bitters de productie van maagsap en galzuur verhogen door de speekselproductie te verhogen door specifieke receptoren op het slijmvlies van de mond te stimuleren. Bitters verhogen ook de oplosbaarheid van gal, wat de spijsvertering enorm bevordert en de kans op galstenen vermindert. Omdat gal vetten afbreekt, geldt: hoe meer bitters er in de voeding zitten, hoe meer cholesterol er in gal wordt omgezet en hoe sneller de vetvertering verloopt, waardoor cholesterol op natuurlijke wijze wordt verlaagd.  Bittere kruiden stimuleren ook de eetlust en reinigen tegelijkertijd het lichaam van gifstoffen en toxines. Het verlicht een aandoening die bekend staat als leververvetting, die gepaard gaat met slecht zicht, hormonale onevenwichtigheden, huidproblemen en vele andere ziekten. 

Klinische studies met artisjokbladsap en -extract voor het verlagen van cholesterol hebben al binnen 6-12 weken goede resultaten laten zien. Verschillende conventionele cholesterolverlagende medicijnen zijn gebaseerd op de galzuurstofwisseling. Het ondersteunen van de lever met bittere kruiden wordt in de traditionele Chinese geneeskunde ook als essentieel beschouwd voor het normaliseren van de hormoonspiegels; de lever filtert overtollig oestrogeen uit het bloed, dus het is erg belangrijk dat de lever niet verstopt raakt met vetafzettingen en deze vitale functie aantast. Het meest onderzochte 'bitterkruid' voor de behandeling van ernstige leveraandoeningen is mariadistel, Silybum marianum. Veel Europeanen gebruiken nog steeds bitterkruiden voor of na het eten. Onze voorouders wisten heel goed hoe belangrijk het is om regelmatig 'bitterkruiden' te gebruiken om het lichaam te versterken en te verstevigen.

Bittere stoffen uit de plantenfamilie Asteraceae zijn vaak sesquiterpeenlactonen. Het belangrijkste actieve ingrediënt van bvb gezegende distel is een bitter smakende sesquiterpeenlacton genaamd cnicine. De bittere bestanddelen in artisjok, klis en mariadistel zijn flavonolignanen. Andere bittere stoffen zijn bitter smakende flavonoïdglycosiden, zoals die van bittere sinaasappelschillen, waaronder neohesperidine en naringine. 

Veel bittertonics bevatten kruiden met een laxerende werking en kunnen een mild laxerende werking hebben bij inname in de aanbevolen dosering. Afhankelijk van het gebruikte kruid en de ingenomen dosering kunnen bitterstoffen ook een sterk laxerende werking hebben bij overmatig gebruik. Er zijn geen bijwerkingen gemeld tijdens klinische onderzoeken met gestandaardiseerde mariadistelextracten. Mariadistelproducten kunnen bij sommige mensen een mild laxerend effect hebben vanwege de stimulerende effecten op de galafscheiding. Het gebruik van mariadistelextract kan ook de bloedglucosespiegel verlagen.

Enkele recepten voor de lever

  • Leverthee Artisjokbladeren 20 g Duizendblad 20 g Paardenbloemwortel 10 g Giet 1 eetlepel van het mengsel over 150 ml heet water, dek af, laat 10 minuten trekken en zeef. Drink 1 kopje 3 keer per dag. 
  • Leverkuur met tincturen van Mariadistelvrucht 10 g Ethanol 96% v/v 50 ml Doe de geplette of fijngemalen mariadistelvrucht in een extractievat / glazen flesje. Giet er 50 ml ethanol overheen en sluit af. Laat de tinctuur 3 weken op een warme plaats trekken, dagelijks roerend, zeef vervolgens en giet in een bruin druppelflesje. 
  • Artisjokbladeren 5 g Ethanol 30-40% v/v 50 ml Doe de geplette of fijngemalen artisjokbladeren in een extractievat.

Referenties: 

  • Ferenci P, Dragosics B, Dittrich H, Frank H, Benda L, Lochs H, Meryn S, Base W, Schneider B. 1989. Randomized controlled trial of silymarin treatment in patients with cirrhosis of the liver. J Hepatol. 1989 Jul; 9(1): 105-13.
  • Gebhardt R. 2001. Anticholestatic activity of flavonoids from artichoke (Cynara scolymus L.) and of their metabolites. Med Sci Monit 2001 May; 7 Suppl 1: 316-20.
  • Kondo Y, Takano F, Hojo H. 1994. Suppression of chemically and immunologically induced hepatic injuries by gentiopicroside in mice. Planta Med 1994 Oct; 60(5): 414-6.
  • Pittler MH, Thompson CO, Ernst E. 2002. Artichoke leaf extract for treating hypercholesterolaemia. Cochrane Database Syst Rev 2002; (3): CD003335.

zondag, oktober 23, 2011

Mariadistelzaad

Mariadistel met als botanische naam Silybum marianum, vroeger Carduus marianus, is een tweejarige plant, die vooral voorkomt in de landen rond de Middellandse Zee op droge en rotsachtige bodem, maar zich ook verspreid heeft naar West-Europa. De bloeiende plant kan makkelijk tot 150cm hoog worden, maar is soms niet hoger dan 30 cm. De bladeren hebben witte melkachtige vlekken langs de nerven, waar Mariadistel ook zijn naam aan te danken heeft. Het zijn ook de zaden, in feite vruchten die medicinaal gebruikt worden.

In de zaden van Mariadistel zit silymarine, dat  is de verzamelnaam van een groep werkzame stoffen, die kan worden onderverdeeld in silybine, silycristine en silydianine. Silybine is het hoofdbestanddeel van de silymarine-groep. Naast silymarine vinden we in de zaden van Mariadistel ook tanninen (looistoffen), bitterstoffen, etherische olie, tyramine en histamine. Silymarine neutraliseert talrijke gifstoffen die de lever kunnen aantasten, zoals alcohol, drugs, medicijnen, gifstoffen uit paddestoelen o.a. alpha-amanitine uit de groene knolamaniet, tetrachloorkoolstoffen, chemicaliën uit het milieu in het algemeen en schadelijke restproducten van de stofwisseling. he

De werking van Mariadistel berust hoofdzakelijk op twee belangrijke eigenschappen:
  • Silymarine verandert de struktuur van de buitenste laag van de membraan van levercellen, zodanig dat gifstoffen niet meer de cel kunnen binnendringen. 
  • Silymarine stimuleert de aanmaak van RNA en een verbetert de eiwitsynthese. Daardoor wordt de vorming van nieuwe levercellen en dus het regenererend vermogen van de lever bevorderd.an 
Etymologie
In de oudste kruidenboeken noemde men de Silybum marianum aanvankelijk “mariadistel”, pas later ontstond de bijnaam “melkdistel” (Milk Thistle). Enkele oude Engelse benamingen voor de plant zijn (St.) Mary’s Thistle, Marian Thistle, Lady’s Thistle en Holy Thistle. In Duitsland kende men de plant eerst als Marienkörner, Frauendistel, Frauenkrone, Christkrone en Heilandsdistel. Later werd de naamgeving minder poëtisch: Stechkrone en Stechkraut, verwijzend naar de stekelige bladeren. De Fransen kennen de plant als “Chardon Marie”. De toevoeging “Maria” verwijst naar het volksgeloof uit het verleden. Men dacht dat gebruik van de plant bij zogende moeders de melkproductie zou stimuleren. Daarnaast leefde de legende dat de melkachtige nerven op de bladeren ontstaan zijn uit gemorste druppeltjes melk van de Maagd Maria.

Dioscorides
De Griekse geneesheer Dioscorides beschreef al 2000 jaar geleden de mariadistel. Hij gaf deze plant -en alle andere eetbare distels- de naam “Silybum”. Dioscorides schreef dat een thee bereid uit de zaden van de mariadistel de beet van een giftige slang kon neutraliseren. Plinius de oude die leefde van 23 tot 79 na Christus, zei dat het sap van de plant gemengd met honing een uitstekende remedie was om “de gal weg te dragen”. En de abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) was in Duitsland de eerste die uitgebreid haar kennis en ervaring weergaf over de mariadistel. Omdat haar werken in de volkstaal verschenen en zij het Latijn niet beheerste, dicteerde zij haar boeken aan een monnik waardoor zeer veel kennis behouden bleef . Otto Brunfels experimenteerde in 1534 op grote schaal met de mariadistel bij patiënten met leveraandoeningen en Gerard noemde in 1596 de mariadistel “de beste remedie tegen melancholie of zwartgalligheid”.

Dodonaeus
Dodonaeus beschrijft vreemd genoeg vooral de wortel 'Die wortel van Onser vrouwen distel es drooch ende tsamen treckende. Dat saet es werm ende subtijl van substantien. Die wortel van Onser vrouwen distel es goet den ghenen die bloet spouwen/ die weeck van maghen sijn/ ende die dun in den buyck ende te licht van camerganck sijn/ alsmense met wijn drinckt.
Die selve wortel in der selver manieren ghebruyckt/ doet oock water maken/ ende die urine lossen ende rijsen. Item dese wortel verdrijft die coude morwe gheswillen als sy daer op ghestreken wordt.
Wijn daer dese wortel in ghesoden es versuet den tantsweer.
En dan als laatste advies dan toch over het zaad 'Tsaet es goet inghenomen den ionghen kinderen die in eenich ledt den cramp hebben/ item den ghenen die van slanghen oft ander fenijnnich ghedierte ghebeten sijn'. Opvallend is toch wel dat de specifieke werking op de lever en het gebruik van het zaad niet vermeld wordt.

Culpeper, Rademacher en anderen
Jardin des Simples Bellegarde-en-Diois
Ook Culpeper schreef in 1787  over de wortel dat “een drank gemaakt van de verse wortel en het zaad stuwingen van de lever en milt opheft, galstenen breekt en uitdrijft en een effectieve remedie is bij de behandeling van geelzucht”. 'it provoketh urine and breaketh and expelleth the stone and is good for the dropsy'.
De befaamde Duitse arts Gottfried Rademacher (1772-1850) gaf zijn patiënten bij lever- en miltaandoeningen een ethanol extract van de zaden. Het extract werd spoedig zeer populair en kreeg als naam “Rademacher’s Tinctuur”.
In Amerika erkende de autoriteiten de tinctuur van de hele plant als een officiële bereiding en plaatsten deze in de eerste homeopathische farmacopee van de Verenigde Staten(1878). De geneesheren Felter en Lloyd deden veel moeite de mariadistel opnieuw onder de aandacht te brengen, omdat deze oude remedie bij lever- en galklachten vergeten dreigde te raken. Zij herintroduceerden de plant en bedachten een nieuwe naam: “Carduus marianus”. Een naam die je nu nog terug vindt in veel kruidenboeken.
 In Duitsland verscheen in 1986 van de Kommission E een officiële monografie van de Silybum marianum.


Een kritische samenvatting van het medisch gebruik van mariadistel vlgs de Natural Standard http://naturalstandard.com/
  • Cirrhosis
Multiple studies from Europe suggest benefits of oral milk thistle for cirrhosis. In experiments up to five years long, milk thistle has improved liver function and decreased the number of deaths that occur in cirrhotic patients. Although these results are promising, most studies have been poorly designed. Better research is necessary before a strong recommendation can be made. B
  • Liver disease (chronic)
Several studies of oral milk thistle for hepatitis caused by viruses or alcohol report improvements in liver tests. However, most studies have been small and poorly designed. More research is needed before a strong recommendation can be made. B
Acute viral hepatitis
Research on milk thistle for acute viral hepatitis has not provided clear results, and milk thistle cannot be recommended for this potentially life-threatening condition. C
  • Amanita phalloides mushroom poisoning
Milk thistle has been used traditionally to treat Amanita phalloidesmushroom poisoning. However, there are not enough reliable studies in humans to support this use of milk thistle. C
  • Cancer
There are early reports from laboratory experiments that the chemicals silymarin and silibinin in milk thistle reduce the growth of human breast, cervical, and prostate cancer cells. There is also one report of a patient with liver cancer who improved following treatment with milk thistle. However, this research is too early to draw a firm conclusion, and effects have not been shown in high-quality human trials. C
  • Diabetes (in patients with cirrhosis)
A small number of studies suggest possible improvements of blood sugar control in cirrhotic patients with diabetes. However, there is not enough scientific evidence to recommend milk thistle for this use. C
  • Dyspepsia (indigestion)
An herbal preparation containing milk thistle may be effective in decreasing symptoms of functional dyspepsia. However, milk thistle alone has not been researched. C
  • High cholesterol
Although animal and laboratory research suggests cholesterol-lowering effects of milk thistle, human studies have provided unclear results. Further studies are necessary before a firm recommendation can be made. C
  • Liver damage from drugs or toxins
Several studies suggest possible benefits of milk thistle to treat or prevent liver damage caused by drugs or toxic chemicals. Results of this research are not clear, and most studies have been poorly designed. Therefore, there is not enough scientific evidence to recommend milk thistle for this use. C
  • Menopausal symptoms
An herbal preparation containing milk thistle may be effective in decreasing menopausal symptoms. However, milk thistle alone has not been researched. C