zaterdag, maart 21, 2015

Verhuizen tijdens de zonsverduistering

Verhuizen tijdens de zonsverduistering. Vooral boeken naar mijn bungalow brengen. Waarom eigenlijk? Staat alle informatie uit die boeken niet op internet? Blijkbaar niet. De boeken van Valnet, Dr. Leclerc en andere Franse coryfeeën blijven onvindbaar op het net. Een geluk met een ongeluk zou ik zeggen. Zo kan ik toch nog het gevoel hebben dat kruidenliefhebbers en herboristen bij mij moeten zijn om de mooie taal en de kennis van Dr. Leclerc te ontdekken. Een boeken- bibliotheekslaapkamer! Wie zou daar niet willen overnachten! Zo kun je tijdens je slaap de kennis uit die boeken automatisch downloaden?

Over meidoorn schreef  Dr. Leclerc in zijn Précis de Phytothérapie' L'emploi de l'aubépine comme antispasmodique est de date récente; les Anciens n'y ont fait allusion que pour recommander ses fleurs contre la goutte (P. des Crescences), la pleurésie (Tragus), la leucorrhée (Gilibert) et ses baies ou sérielles comme un spécifique des calculs urinaires (Louise Bourgeois, J. du Chesne). Cependant, une phrase d'un anonyme de la fin du quinzieme siècle nous fournit une indication bien intéressante : la voici telfe que je l'ai trouvée dans des notes qu'avait réunies sur la flore médicinale' du Vexin le Dr Bonnejoy de Chars : Nimio motui sanguinis unde fit major vis pulsi sanguinis in vasa recipientia, curatio absolvitur missu sanguinis:: distendentes autem causas tempérant vinca, spina acuta, alchemilla : à un. mouvement exagéré du sang déterminant une impulsion trop grande de ce sang dans les vaisseaux qui le reçoivent on opposera comme traitement une émission sanguine : quant aux causes de distension, elles seront diminuées par la pervenche, par l'aubépine et par l'alchémille. En Leclerc zegt verder C'est après en avoir pris connaissance, au début de I 897, que j'ai eu l'idée d'expérimenter l'Aubépine comme modérateur de t'éréthisme cardio­vasculaire : d'ailleurs, je savais déjà, par une habitante d'Épinal, qu'en Lorraine, l'infusion de ce simple était d'un usage courant pour calmer les palpitations et pour combattre l'insomnie.

donderdag, maart 19, 2015

Sleutelbloemen voor een huis

Nog steeds aan de verhuis! Hoe ver is mijn huis? Weer de auto inladen, boeken, boeken, boekenrekken en toch ook wat planten die mee mogen. Al heb ik dan officieel geen grond bij mijn huis in Hastière toch veronderstel ik dat het hellingbos rond het huis gastvrij zal zijn voor mijn bedstro, sleutelbloem, longkruid en lelietje van dalen.
Bij het uitgraven van slanke en echte sleutelbloem knipt ik ook wat wortels weg om er een siroop of tinctuur mee te maken. De wortels geuren zoet en fris naar methylsalicylaten, de aspirine-achtige stoffen bekend om hun pijnstillende werking. Niet verwonderlijk dat ze dan ook eeuwen in gebruik zijn geweest bij allerlei gewrichtsklachten.

Dodoens schrijft: De sleutelbloemen groeien in lage en vochtige bossen, hangen aan de bergen en sommige ook in de beemden. Aan de bergen hangen kunnen ze bij mij zeker wel en mijn gewrichten kunnen er ook wel wat van gebruiken.
In de apothekersboeken van 19de en zelfs van de 20ste eeuw werden vooral de sleutelbloemwortels als geneeskrachtig beschreven. De 'radix primulae' werden voorgeschreven als expectorans, dus vooral gebruikt om taai slijm uit de luchtwegen te verwijderen. Maar ook als pijnstillend en ontstekingswerend middel waren ze bekend. Een heel eenvoudige siroop kun je maken door wat verse wortels in vloeibare honing 2 weken te laten trekken.

Over de wetenschappelijke naam: Primula
Prímula is het verkleinwoord van het Latijnse primus: eerste (hier in het voorjaar), omdat enkele soorten tot de vroegst bloeiende planten in de lente behoren. In het midden van de dertiende eeuw vinden we bij Jacob van Maerlant in zijn ‘Naturen Bloeme’:

Primula dats een kruut
Tierste dat te lentin coemt uut,
Ende taleerst dat bloemen draghet.
Dit cruut, alsmen ons ghewaget,
Ghedronken met roeden wine,
Dats volmaeckte medicine
Ghedronken in alre noet
Jegent swaer evel groet.

zaterdag, maart 14, 2015

Voorjaar, verwachtingen overal

Wandelen in Hoegaarden. Veel volk van overal, veel bekenden maar ook 'vreemden' via facebook. Zelfs uit het verre Nederland. Bij de grote kerk komen we samen. Veel verwachtingen. Ik zie meidoorn in knop, verwachting voor een nieuwe lente; mensen verwachtingen van mij en ik verwachtingen van mijn nieuwe woonst, waar ik na de wandeling voor de eerste keer de sleutel in het slot zal steken. Een nieuwe lente.

We wandelen de berg naar beneden richting Hauthem, bij de gerestaureerde brouwerij Loriers kijken we langs de Nermbeek zomaar naar de paardenbloem, niks bijzonder op het eerste zicht. En... moeten kruidenliefhebbers helemaal uit Nederland hier in Hoegaarden naar Maurice komen luisteren om verhalen te horen over brandnetel en paardenbloem. En toch... is er iets meer superfood, om die door mij gehate term maar eens te gebruiken, dan paardenbloem en brandnetel. En het is nu ook hét moment om ze te eten.
We stappen door een verharde holle weg, Verstopt achter een forse pol koolzaad vinden we frisse kleine veldkers. Als er iets eetbaar is in de natuur, dan toch zeker dit pittig familielid van de waterkers. Ook kraailook vinden we in overvloed en hogerop de gedroogde zaadstelen van wilde marjolein (Origanum vulgare). We kruisen de Kauterhof, de berg die ik in mijn jeugd elke dag beklom en waar ik nu nog mijn conditie aan te danken heb. Of toch een beetje.
Holle wegen in Hoegaarden zijn ook bomen en struiken, in de hellingen zien we meidoorn, sleedoorn, rozenbottel en natuurlijk vlier en hoog er boven uit de grijsgladde stammen van de es. De zwarte knoppen zijn nu te oogsten om er een glycerinemaceraat mee te maken. Goed voor oude gewrichten.

Veel nieuwe mensen en dus heb ik wat meer gepraat dan gewoonlijk en dus moeten we nu wat steviger doorstappen. Toch stoppen we nog even om smeerwortel te oogsten, al weer een plant voor de gewrichten. We naderen opnieuw Hoegaarden, al zijn we nooit ver weg geweest. Via een hoge holle weg komen we in de Stoopkensstraat en bij de beroemde brouwerij, waar we gezellig afsluiten in het café, met wit bier en Verboden vrucht.


En dan, in de late namiddag, na de drukte, het praten, de overvloed aan indrukken rij ik alleen naar de Ardennen, naar Hastiere Lavaux. Het contrast kan niet groter zijn.  In de schemering kom ik aan bij mijn nieuwe huis, twee en dertig treden naar omhoog alsof ik een appartement gekocht heb zonder lift. Wel een natuurtrap tussen de bosaardbeien, het speenkruid en de opkomende aronskelken.  De sleutel past in het slot, de deur gaat vlot open, even zoeken naar alles, waterkraan, schakelaars, alles is door de vorige eigenaars keurig achterlaten. Zelfs wat stookhout ligt klaar om de haard aan te maken. En dat is wel nodig want de elektrische accumulatiekachel zal pas morgenvroeg warmte geven. Maar niks beter dan hout op dit moment. Hout warmte voor lichaam en geest. Hout is kruidengeneeskunde op zich.

Ik wil morgenvroeg pas uitladen. Nu toch al de eerste dozen met boeken naar binnen gebracht. Toevallig of niet, geen kruidenboeken maar restjes van mijn filosofisch verleden. Boeken van Ton Lemaire, John Berger en Carlos Castaneda. Gids voor de verdoolden van Schumacher...'De kunst van het leven is altijd om van het slechte iets goeds te maken....Of dat klopt of ik er mee eens ben? Zelfs dat weet ik niet meer. Wat ik nu wel weet is, dat de open haard warmte geeft en dat de uitgestalde boeken het huis voor mij vertrouwd maken. Ik hoef deze boeken ook niet meer te lezen, het is zelfs beter dat ik ze niet meer lees. Laat Roel Van Duyn, Thoreau en Ivan Illich er maar gewoon zijn.

http://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/31199-lentekruiden-speenkruid-sleutelbloem-en-maarts-viooltje.html
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/29926-in-de-naam-van-paardebloem.html

woensdag, maart 11, 2015

Over de naam paardenkastanje en linde,

Over paardenkastanje, de bomen staan er nu bloot maar stevig bij, de bodybuilder onder de bomen.. Zonder bladeren zien bomen er naar mijn gevoel, echter en eerlijker uit.  De naam kastanje is wat vreemd voor deze boom, want botanisch gezien is het geen echte Castanea, daarom wordt hij ook wel wilde kastanje genoemd. Wij hebben het woord kastanje reeds lang geleden ontleend aan het Frans. Daar luidde het castagne, in het hedendaagse Frans châtaigne. Castagne gaat weer terug op het Latijnse castanea en waarschijnlijk is dit oorspronkelijk de plaatsnaam Castanea in Klein-Azië of Castana in Griekenland.

Oorspronkelijk is kastanje de naam voor Castanea sativa uit de beukenfamilie; deze boom is in Europa niet inheems, maar werd in de 5de eeuw vanuit Perzië ingevoerd en gedijde ook in de Lage Landen op kalkarme droge grond goed. De tamme kastanje is dus botanisch gezien niet verwant met de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), die inheems is in Noord-Griekenland en Albanië, maar vanaf de 17de eeuw in de Lage Landen overvloedig is aangeplant. De paardenkastanje heet zo naar de vruchten die enigszins lijken op die van de tamme kastanje; het eerste lid paard is een vertaling van hippo- ‘paard’ in de Latijnse naam. Voor dat paard is geen bevredigende verklaring, mogelijk wordt er verwezen naar de geneeskrachtige werking die deze vruchten hadden bij bepaalde paardenziekten. Dodonaeus schrijft ‘De vreemde kastanjes zijn zeer goed om de dampige en hoestende paarden te helpen en te genezen en daarom zijn ze paarden kastanjes of ros kastanjes genoemd’.

Een heel andere boom is de linde. Soepel, teer, sierlijk. Mogelijk komt daar het woord linde vandaan. Daar de buigzame bast van de linde voor vlechtwerk en banden gebruikt werd, kan men het woord verbinden met nhd. lind, gelinde ‘zacht, toegevendʼ, os. līði, oe. līðe ‘zacht, mildʼ (ne. lithe ‘buigzaamʼ), nnoorw. linn ‘buigzaam, zachtʼ (vgl. lintworm), verder lat. lentus ‘buigzaam, taai; langzaamʼ

 Dodonaeus 1554 zegt: De gewone lindeboom, dat is het wijfje van de linde, wordt ook groot en dik en met zijn lange takken breidt hij zich zeer wijd en breed uit en maakt een grote en brede schaduw als de zon schijnt. Zijn schorsen zijn van buiten bruinachtig, effen en kaal en naast het hout wit, vochtig en taai die zich laten buigen, vouwen en verwerken in alle manieren en daarom worden daarvan de basten gemaakt waarvan men koorden en zwepen draait. Het hout is witachtig, effen en zonder knoesten en zeer zacht en daarom worden ook daar de kolen van gebrand die men voor het buspoeder gebruikt. 






dinsdag, februari 17, 2015

Eten of gegeten worden

Vastentijd en dus volgens sommige veggietijd.  En dus vegetarische acties. Veggie dilemma's en ocharme 40 dagen zonder vlees-actie. Wat zou je denken van 40 jaar zonder vlees. Zonder hoog van de toren te blazen en zonder fanatiek te zijn. Zelfs mijn sokken zijn niet persé geitenwollen. 40 dagen zonder vlees zou volgens de opgeklopte actie al zorgen voor minder menselijke voetafdruk. Voor welke voetafdruk moet 40 jaar dan wel zorgen? Zou ik dan letterlijk en figuurlijk moeten gaan zweven? Of mag ik nu voor de rest van mijn jaren wat uit de band springen?

Een receptje dan maar, al moet ik zeggen, als ik internet mag geloven, dat ik zo langzamerhand niks meer mag eten. En dat dàt nog beter voor het milieu zou zijn daar twijfel ik geen seconde aan.

Het recept
Nog een bleekselder steeltje over, 2 wortel in repen gesneden en 2 dikke aardappelen geschild en op de goede maat gesneden om ze allemaal samen in zowat 12 minuten stevig gaar te laten koken.

Ondertussen uit een 'onsmakelijke' blok biologische tofu wat water persen, spoelen en grof verkruimeld met een sjalot in een beboterde pan snel laten bakken, wat zeezout, peper van de molen natuurlijk en kurkumapoeder om kleur en smaak te geven. Kurkuma zeer gezond en geweldig in de mode, waardoor het mij zelfs een beetje begint tegen te steken. Maar kom maar verder bakken, nog wat olijfolie toevoegen om de tofu wat smeuïger te maken en op het eind nog een opgeklopt ei of twee snel er doorheen roeren. En klaar, natuurlijk kan er ook nog een wild slaatje van winterpostelein, fluitenkruid en minder wilde witlof bij.

Over soja: http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/64897-soja-gezond-maar-niet-overdrijven.html


woensdag, februari 11, 2015

Herbarium Viola tricolor

Binnenkort nog maar eens verhuizen en dus boeken bekijken, inpakken.... en zo doe ik nog eens ontdekkingen. Ik vind een oud herbarium uit 1992 terug, gedroogde planten uit eigen tuin gezocht en verwerkt door mijn eigen dochter Gea. Hierbij een afbeelding van het driekleurig viooltje / Viola tricolor

Dus bij deze wat over het driekleurig viooltje, de plantjes zijn nu nog niet ontkiemd in mijn tuin, toch durven ze vroeg in het voorjaar opkomen en zich massaal verspreiden.

Dodoens over Cracht en werckinghe van Freyssam
Dese bloemen ghesoden ende ghedroncken ghenesen dat Freyssem ende die besiecktheyt van den jonghen kinderen ende daer naer wordt dit cruyt Freyssam in Hoochduytsch gheheeten. Dus tegen kinderstuipen of mogelijk tegen dauwworm.
Die selve bloemen met den cruyden ghesoden ende ghedroncken, suyveren ende purgeren die longhene ende die borst, ende sijn goet tseghen die cortsen ende verhitheyt van binnen. Ze worden nog steeds als koortswerend en slijmoplossend middel gebruikt. Viooltjes bevatten saponinen die slijmoplossend zijn en salicylzuurverbindingen die koortswerend werken. Verder zitten er ook slijmstoffen en veel flavonoïden in. Een krachtig allegaartje van geneeskrachtige stoffen.

Nicolas Culpeper (1616-1654) gebruikte ‘wild Pansy’ bij longontsteking en huidjeuk. Hij beschouwde de bloemen als verzachtend, verkoelend en laxerend. In Engeland wordt hij ook wel ‘Heartsease’ genoemd omdat de bloemetjes goed zouden zijn bij hartproblemen, in de dubbele betekenis van het woord.

En Gerard in Herball, Generall Historie of Plants 1597 states:
'It is good as the later physicians write for such as are sick of ague, especially children and infants, whose convulsions and fits of the falling sickness it is thought to cure. It is commended against inflammation of the lungs and chest, and against scabs and itchings of the whole body and healeth ulcers.'

De Latijnse naam: Viola.
Viola vinden we al terug bij Grieken en Romeinen. Is mogelijk een verkleinwoord van Griekse ion, oorspronkelijk vion, waarmee welriekenden planten werden bedoeld. Al zijn er wel meer mogelijke verklaringen voor de naam. Van via, weg omdat het langs de weg groeit of van vir, kracht. De Nederlandse naam viooltje is zonder meer afgeleid van de Latijnse naam. Variaties volkse verbasteringen vinden we hiervan terug, in violet, vigeletten, vieultje tot zelfs vlet.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/35885-viooltje-in-de-naam-van.html
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/75145-viooltjes-traditie-en-cultuur.html
http://exhibits.hsl.virginia.edu/herbs/herball/

In een moderne monografie lezen we:
Heartsease, also referred to as wild pansy, is the forerunner of cultivated pansies. The flowers and leaves are edible. Heartsease has been used by herbalists for centuries in the treatment of respiratory complaints (such as asthma, bronchitis, and whooping cough) and skin diseases (such as eczema and seborrhea). It has also been used for arthritis, rheumatism, and epilepsy, and for its purported anti-inflammatory, diuretic, mucus-thinning, laxative, soothing, and wound healing properties.
There is limited scientific evidence to confirm the many traditional uses of heartsease. Early research suggests that heartsease may have anticancer and antimicrobial properties. Extracts and constituents of Viola tricolor have shown antimicrobial activity in vitro. Proteins from Viola tricolor have demonstrated cytotoxic activity against human cancer cell lines in vitro.

Dosing adults (18 years and older)
An infusion of heartsease made from 1 to 4 grams dried heartsease has been used three times daily. One cup of heartsease tea (made with 1.5 grams of the above-ground parts steeped in 150 milliliters boiling water for 5 to 10 minutes and then strained) has been taken three times daily. Two to four milliliters full-strength heartsease tincture has been taken three times daily. A tea or poultice prepared with heartsease has been applied to the skin three times daily.

References
Svangard E, Goransson U, Hocaoglu Z, et al. Cytotoxic cyclotides from Viola tricolor. J Nat Prod. 2004;67(2):144-147.
Witkowska-Banaszczak E, Bylka W, Matlawska I, et al. Antimicrobial activity of Viola tricolor herb. Fitoterapia 2005;76(5):458-461.
Meer info op https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/viola-tricolor-driekleurig-viooltje


zondag, februari 08, 2015

De galante Galanthus

Ook de sneeuwklokjes zijn er weer. Bij de sprookjesachtige verlaten villa's in De Haan telen en delen ze zich welig in de verwilderde bostuinen. Altijd spannend om er even rond te dwalen, elk moment kan Doornroosje achter de donkere ramen te voorschijn komen en dan kan de oude prins met de witte baard zonder paard haar ter hulp snellen.
De duizenden dansende sneeuwklokjes lijken in de schemering van het bos inderdaad vluchtende elfjes net ontsnapt uit de gevaarlijke villa.

Niet verwonderlijk dat deze bloempjes zo tot de verbeelding spreken. Daarvan getuigen de vele volkse namen. Winterliedertjes, naakte mannetjes, naakte wijfjes, zomerzotjes, lichtmisklokjes.....De Latijnse geslachtsnaam Galanthus is samengesteld uit het Griekse gale: melk, en anthos: bloem, naar de kleur van de bloemblaadjes en luidt dus letterlijk melkbloem. De Latijnse soortnaam nivalis beduidt in de sneeuw groeiend. We staan er niet bij stil dat dit sierlijke plantje van oorsprong geen inheemse plant is. Haar bakermat moet men zoeken in Zuid- en Zuidoost- Europa. Al lang geleden werd zij naar West-Europa overgebracht en in kloostertuinen en op buitenplaatsen aangeplant. De zogenaamde ‘wilde’ exemplaren zijn uit deze plaatsen ontvlucht en verwilderd.

 Een legende over het sneeuwklokje vinden we bij Blöte-Obbes: ’toen God alles geschapen had, gras, planten en bloemen, maakte hij ook de sneeuw en zeide: „De kleur moet ge u zelf maar zoeken, gij dekt toch alles toe.” De sneeuw ging naar het groene gras en zeide “geef mij uw groene kleur.” Maar het gras weigerde. Toen ging ze naar de bloemen. De roos, ’t viooltje, de zonnebloem, niemand wilde z’n kleur afstaan. Zo kwam zij bij het Sneeuwklokje. “Indien mij niemand een kleur geeft, zoo zal ’t mij gaan als den wind, die slechts daarom zoo boos is omdat men hem niet ziet!” Het Sneeuwklokje kreeg medelijden en zei: “wanneer ge mijn kleur wilt hebben, kunt ge haar nemen.” Zoo kreeg de sneeuw haar witte kleur. Het werd de vijand van alle bloemen behalve van het sneeuwklokje.’

En, och arme zijn deze bloemetjes ook geneeskrachtig. In hun witte onschuld eerder giftig al bevatten de bolletjes wel de stof galantamine die bij de ziekte van Alzheimer het geheugen kan verbeteren. Wat een vreemde verbanden. Giftige galante stoffen die verleiden en het verleden terug oproepen tot de dood er op volgt. Het eeuwig weten, het eeuwig vergeten.

http://kruidwis.blogspot.be/2011/02/galanthusgeheimen.html


zaterdag, februari 07, 2015

Populier

Eigenlijk is het nog wat vroeg om boomknoppen te oogsten; alhoewel met onze zachte winters kunnen we er wel wat vroeger aan beginnen. En omdat de gemeentewerkers (nu ja werkers) in onze straat de populieren geknot hebben en de takken enkele dagen laten liggen, is het nu gemakkelijk om wat knoppen te oogsten. Deze bomen zijn wel cultivars, bevatten minder hars dan Populus nigra maar smaken wel sterk naar salicylzuur. Dus toch maar eens proberen om er een glycerinemaceraat, olie of tinctuur mee te maken.

Farmacologische werking
De fysiologische uitwerking van de ppulierknoppen bestaat volgens Van Hellemont (Fytotherapeutisch Compendium) in een verlaging van de urinezuurbloedspiegel en een vermeerdering van de urinezuurafscheiding. Verwijdering van urinezuur heeft een positieve invloed op diverse reumatische toestanden en jicht. Dit effect wordt toegeschreven aan een complex van fenolglycosiden, dat ontstekingsremmende eigenschappen bezit en karakteristiek is voor de Wilgenfamilie. In de bomen zelf fungeren deze inhoudsstoffen wellicht als afweermiddel tegen pathogenen. Van Genderen et al. (1997) vermelden in dit verband de sterk fungicide werking van trichocarpine. Felter & Lloyd (1898) beschouwen populine en salicine als de belangrijkste geneeskrachtige componenten van dit glycosidencomplex. Aspirine (acetylsalicylzuur) is trouwens niets anders dan chemisch gemodificeerde salicine, die oorspronkelijk uit wilgenbast gewonnen werd (Wilg = Salix). De genoemde inhoudsstoffen zouden ook in een werkzame (of zelfs nog hogere) concentratie aanwezig zijn in de knoppen van niet-inheemse populieren als Balsempopulier (Populus balsamifera), Amerikaanse trilpopulier (P. tremuloides) en de aan onze Westkust voorkomende Ontariopopulier (P. ´ jackii cv. Gileadensis) (cf. Grieve 1980). Als hybriden tussen Zwarte populier en Amerikaanse soorten, komen onze canada’s dus wellicht ook in aanmerking voor medicinaal gebruik. De namen ‘Balsempopulier’ en ‘cv. Gileadensis’ (afkomstig van Balm of Gilead uit de Bijbel) verwijzen naar de middeleeuwse tijgerbalsemwerking van harsrijke knoppen. Een nog niet vermeld belangrijk bestanddeel van deze harsen is het flavonoïd chrysine, een geelachtige stof, die antibacteriële eigenschappen bezit. Deze werking is ook bekend van propolis, de knoppenhars die bijen vooral op populieren verzamelen om te gebruiken als een antibioticum voor de bijenkorf.

Het gebruik van abelenbast krijgt geen aandacht in de Belgische farmacopee,maar wordt door Van Hellemont als obsoleet bestempeld en wordt ook in andere moderne Europese literatuur  een mindere rol toebedeeld. De Amerikaanse kruidenboeken gaan er beduidend dieper op in, bijvoorbeeld in verband met de gunstige invloed op prostaatproblemen en aandoeningen van de urinewegen. Felter & Lloyd (1898) vermelden ook de gunstige, ontkrampende werking bij congestie van de baarmoeder. De bast van de meeste populierensoorten bevat in elk geval ook salicine en populine, maar het is niet duidelijk welk geheel aan stoffen nu precies verantwoordelijk is voor de genoemde effecten op het uro-genitale stelsel. Het koortswerend effect wordt in verband gebracht met de aanwezigheid van salicine en is analoog aan de ontstekingsremmende werking van wilgenbast en aspirine.


Alhoewel de medicinale deugden van populierenbladeren nauwelijks te boek staan, bevatten deze ook fenolglycosiden. Als regel is de concentratie het hoogst in het voorjaar. In de bast is het verloop juist omgekeerd, met een maximum in de winter en een minimum in de zomer (van Genderen et al .1997).


Poplar contains the medicinally active biochemical constituents salicin and populin (best known as hall-of-fame salicylate precursors of aspirin), found in varying concentrations in its bark, leaves, and leaf buds.
The closed dormant buds contain a sticky deep red and highly aromatic resin, rich in flavonoids and phenolglycosides (populin, salicin), which is alcohol, oil, and somewhat water soluble for herbal medicinal preparations. Poplar bud oil, extract or ointment can serve as a first-rate topical anti-inflammatory and counter-irritant analgesic remedy for muscle and joint pains and sprains.

Internally the extract of fresh poplar bud is considered to have both analgesic salicylate and expectorant aromatic properties, making it particularly useful to help relieve those stubborn mucousy symptoms of certain bronchial infections. First aid use for burns and skin irritations are just some of the many other known medicinal properties of poplar buds.

The bark and leaf extract, in extract or tea form, may serve as anti-inflammatory agent for internal uses, and also has been found helpful for mild urinary tract infections, as fever reducing, or bitter remedy to aid indigestion and poor appetite.

Poplar’s long history in traditional and modern herbalism includes its antiseptic and analgesic uses in wound care, it’s anti-inflammatory, astringent, diaphoretic, diuretic, febrifugic and stimulating qualities, which have proven useful in treatments of respiratory problems, rheumatism, arthritis, gout, genito-urinary problems, digestive and liver complaints and skin care.
Poplar has many other North American ethnobotanical uses, including as food, fiber and fuel source, and important medicinal applications for wound care, skin sores and infections, for rheumatism, body pain and inflammatory conditions, upper respiratory and intestinal infections.
The German regulatory-medical Commission E Monographs approved Populi gemma; Pappelknospe (poplar bud) use for hemorrhoids, wounds and burns for its antibacterial and wound healing properties.

Herbal preparations
I am most familiar with the use of the fresh Poplar leaf buds, picked in spring, prepared as infused oil for topical use, or tinctured and extracted for both internal and external application.
When picking fresh poplar bud, I am aware that each bud births a leaf, trees’ important sites for photosynthesis and energy exchange. I am cautious in my harvesting practice to be conscientious and selective, and search for vigorously budding leaves on wind-fallen branches of this self-pruning tree.
It is best to use the fresh poplar bud for herbal preparation purposes to avoid rotten and fungal decayed plant material. Drum emphasizes the importance of checking for non-blackened or browned butts, which indicate early fungal rot within the valuable buds. (I recommend Ryan Drum’s great article on Poplar Bud harvest and herbal preparation. See recommended sources below).

Van Genderen, H., Schoonhoven, L.M., Fuchs, A. (1997). Chemisch-ecologische Flora van Nederland en België. 2de herziene druk. Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging Uitgeverij, Utrecht.
Van Hellemont, J. (1988). Fytotherapeutisch compendium. Tweede druk. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Zaventem.



vrijdag, februari 06, 2015

Vier armen en vier voeten

In het begin van de wereld hadden de mensen vier armen en vier voeten, maar om hun trots, omdat zij zichzelf met de Goden vergeleken, werden zij in twee helften gesplitst en nu hopen zij door de liefde weer verenigd te worden tot één wezen. 

Ooit, aldus Aristophanes, hadden mensen vier armen en vier benen. Het waren in feite twee wederhelften, maar dan chronisch met elkaar verenigd. Voor straf worden ze door Zeus in twee stukken gesneden, als gekookte eieren. Een fatale paniek maakt zich van hen meester. Ze gaan op zoek naar hun wederhelft, maar de beide wederhelften zijn anatomisch niet meer bij machte zich met elkaar te verenigen. Het resultaat is depressiviteit en massasterfte. Zeus krijgt medelijden en onderwerpt de overlevenden aan een anatomische ingreep. Hij bevestigt hun geslachtsorganen aan de voorzijde van hun lichaam. Op die manier zijn ze in staat, zij het kortstondig en zo nu en dan, het perfecte genot van de sferische zijnswijze opnieuw te ervaren. Want wanneer ze zich, met behulp van hun geslachtsorganen, in elkaar schuiven, beantwoorden ze weer aan de sferische vorm.

dinsdag, februari 03, 2015

Jong fluitekruidgroen

Op zoek naar de ene plant kom ik dikwijls met een andere thuis. Nu dus ook, in plaats van wilgenschors heb ik een bussel fluitekruid geplukt. Veel gemakkelijker. Hier in de oude beboste binnenduinen ziet het nu al frisgroen van het jong fluitekruidblad.
 Het probleem is dat jonge schermbloemige planten wel erg veel op mekaar lijken en dat er ook veel giftigen zoals gevlekte scheerling tussen kunnen zitten. Gelukkig is dat hier niet het geval en kan ik er handenvol plukken. Samen met kraailook en aardappelen is er een soepje mee te brouwen. Wel met wat bittere nasmaak. Gesnipperd kan het jonge groen à la peterselie overal over heen gestrooid worden.

De naam fluitenkruid verwijst naar de holle stengels waar we als kind fluitjes van maakten. Geneeskrachtig is er weinig over bekend, de zaden zouden volgens Kleyn vroeger bij chronisch eczeem en klierziekten gebruikt geweest zijn. En ons aller Dodonaeus schrijft 'Dese wilde Eppe ende sonderlinghe die wortelen daer af/ sijn werm ende drooge tot in den derden graedt. Die wortelen van dese Wilde eppe in den mont ghehouwen ende geknout versueten die pijne ende weedom van den tanden/ ende trecken veel vochticheden uut den hoofde'. Pijnstillend? Dat is mij niet bekend, misschien toch eens uit proberen. Maar.... de echte geneeskracht moeten we bij fluitenkruid toch zoeken in zijn dartele, vrolijk makende aanwezigheid in de natuur van de maand april. Voorjaars-antidepressivum!!!!

Ondertussen zijn er wel kankerwerende stoffen in fluitekruid ontdekt. Weliswaar in bijzonder kleine hoeveelheden en dus alleen geïsoleerd nuttig. De wortel van de plant bevat de stof podofyllotoxine, die een veelbelovend middel tegen kanker blijkt te zijn.  Podofyllotoxine remt de celdeling. Door de indianen werd het onder meer gebruikt als braakmiddel. Het is dus eerder een giftige stof, een toxine zoals de naam al zegt, die ook als middel tegen wratten gebruikt wordt.

En een receptje: omelet of roerei, daar kan wat fijn gesnipperd fluitenkruid op zijn 'peterselies' altijd wel doorheen of in aardappelpuree. Zelf heb ik geprobeerd om er een soort kervelsoep mee te maken, dat was eetbaar maar toch wat bitter. Een kleinere hoeveelheid meekoken met echte kervel smaakt wel prima.

http://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/71920-geneeskracht-uit-hagen-en-heggen-kleefkruid-en-fluitenkruid.html