zaterdag, mei 28, 2016

Kruidenchemie in de tuin

Van het rustige Blaimont naar Brussel. Het eind van de E411 Brussel binnenrijdend, autochaos ook op zaterdag. We bezoeken de universiteitstuin Jules Massart, les over de inhoudsstoffen van geneeskrachtige planten. We beginnen met de mosterdolieglycosiden of te wel glucosinolaten. Vooral koolgewassen en looksoorten.  
Epidemiologische studies hebben aangetoond dat glucosinolaten de gezondheid in het algemeen ten goede komen, maar dat ze vooral beschermend zijn tegen kanker

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/83413-kruisbloemigen-tegen-kanker.html

Ook de flavonoïden zitten geordend in hun vakje, wijnruit als prototype voor rutine, het is wel een plant die we omwille van de vele andere sterk werkende stoffen niet meer gebruiken. De rutine halen we nu vooral uit de groene boekweitplant. Vooral goed voor de versteviging van de veneuze bloedvaten.

https://sites.google.com/site/kruidwis/inhoudsstoffen/flavonoiden

Ook fenolglucosiden, antrachinonen, cumarineglucosiden en alkaloïden passeren de revue. De sterk werkende alkaloïden gebruiken we niet meer in de klassieke fytotherapie maar zijn wel bijzonder interessante planten. Hier zijn ze nu in volle glorie te zien: wolfskers in bloei, gevlekte scheerling en indrukwekkende maar wel door de slakken aangevreten alruinplanten.

Een overdaad van planten, een overdaad aan geschiedenis, genoeg om vele dagen te vullen en dat moeten we in een marathonopleiding maar eens doen.


vrijdag, mei 27, 2016

Gouden regen, giftig maar goed voor rokers

Een geweldige gouden regen bloeit in ons domaine du Bonsoy. De Laburnum is een boomsoort die tot 7 meter hoog kan worden en zo hoog is hij hier in Bonsoy zeker wel. 

In de maand mei laat de Gouden regen zien waar hij zijn naam aan te danken heeft: de prachtige, lange goudgele bloemtrossen lijken dan als pijpenstelen uit de boom te regenen.  De peulen die na de bloei rijp worden en op de grond vallen zijn erg giftig en dat maakt deze verleidelijke boom voor mij alleen maar interessanter.
De officiële naam laburnum is de wisselvorm (anagram) van het Latijnse woord alburnum. Het betekent rotting en verwijst naar de problemen die kunnen ontstaan bij het snoeien van de boom.

De giftige stof in de gouden regen is cystisine, een chinolizidine-alkaloïde, dat voorkomt in verschillende planten uit de vlinderbloemenfamilie. De zaden van de goudenregen bevatten maximaal 3% cytisine, de bloemen 0,2% en de bladeren 0,5%. Het is een agonist van de nicotinische acetylcholinereceptor. De stof wordt in 1897 reeds als geneesmiddel beschreven in het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde.
Cytisine en nicotine beïnvloeden dezelfde plek in de hersenen, doordat ze op dezelfde receptor aangrijpen. Inname van 50 mg cytisine kan dodelijk zijn door ademstilstand.

De van cytisine afgeleide stof varenicline werd in 2006 in de Verenigde Staten en in Europa goedgekeurd als een middel om te helpen stoppen met roken. Het is op de markt onder de merknaam Champix. In een literatuuroverzicht uit 2006 werd geconcludeerd dat hoewel onderzoeken waarin cytisine werd getest merendeels van slechte kwaliteit waren, er enig bewijs is dat cytisine kan helpen bij het stoppen met roken. Uit onderzoek in 2014 blijkt dat cytisine in een dosering van 1,5 mg tot 9mg minstens zo effectief is als de gebruikelijker nicotinevervangers varenicline en bupropion en nog veel goedkoper ook.

Cytisine wordt al sinds de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa gebruikt als natuurlijk middel om te stoppen met roken, maar was in de rest van de wereld niet erg bekend.

zaterdag, mei 21, 2016

Over hop en bijwerkingen van kruiden

Als we sommige officiële monografieën over kruiden mogen geloven, lijken steeds meer planten steeds meer bijwerkingen en interacties te vertonen. Het staat zelfs goed om te wijzen op de mogelijke gevaren van hun gebruik. Het lijkt namelijk een teken van deskundigheid te zijn. En ja, we moeten natuurlijk niet naïef zijn, planten die een positieve geneeskrachtige werking hebben, fysiologisch actief zijn in ons lichaam, kunnen natuurlijk ook negatief werkzaam zijn. Bijvoorbeeld als een plant bloeddrukverlagend werkt is dat positief bij een te hoge bloeddruk maar kan natuurlijk negatief zijn als je al een lage bloeddruk hebt. Echter door de zacht werkende middelen (mite-fytotherapeutica)  die wij in de kruidengeneeskunde gebruiken, is de werking dikwijls juist regulerend. Een trage, zachte werking is juist een goede werking.

Wat nu steeds meer gebeurt is dat we deze subtiel werkende planten, sterker en direct willen laten werken en dus geconcentreerde preparaten maken, waardoor ze wel sneller effect hebben maar ook meer bijwerkingen krijgen.

Veel bijwerkingen die beschreven worden zijn ook louter theoretisch, hop bijvoorbeeld is een sedativum en dus gaat men er theoretisch vanuit dat een plant met die kalmerende werking beter niet bij depressies gebruikt kan worden. Of hop heeft een oestrogene werking en omdat (synthetische) oestrogenen mede borstkanker kunnen veroorzaken, kunnen we beter ook geen hop gebruiken. Dit zijn in feite puur theoretische modellen. Redeneringen die logisch lijken maar in de praktijk niet kloppen.

Bijvoorbeeld van hop is juist ook bekend dat het kankerwerend kan werken en dat de bitterstoffen die ook in hop aanwezig zijn, toniserend, versterkend kunnen zijn, wat juist bij depressies nuttig kan zijn.

Cruciaal is dat we juist geen geconcentreerde extracten gebruiken, die zijn niet alleen te hoog gedoseerd maar verstoren ook het evenwicht tussen de verschillende inhoudsstoffen.

The endocrine properties of hops are due to the high estrogenic activity of the prenylated flavonoid 8-prenylnaringenin.4 Other prenylated flavonoids, including isoxanthohumol and xanthohumol, have exhibited high chemopreventive, antiproliferative, and cytotoxic effects in human cancer cell lines.5
4. Milligan SR, Kalita JC, Pocock V, et al. Theendocrine activities of 8-prenylnaringenin andrelated hop (Humulus lupulus L.) flavonoids. J Clin Endocrinol Metab 2000;85:4912-4915.
5. Henderson MC, Miranda CL, Stevens JF, et al.In vitro inhibition of human P450  enzymes by prenylated flavonoids from hops, Humulus lupulus. Xenobiotica 2000;30:235-251.

A particularly significant study done by Zanoli focused on the use of hops with a CO2 extract and “single fractions c ontainingα-acids and β-acids”. This CO2 extract displayed remarkable “pentobarbital” sleep-enhancing effect. However, the test showed a striking result in which the hops extract producedan antidepressant-like effect. They further studied andconcluded that the α-acids were producing these pentobarbital effects coupled with the antidepressant activity found after the administration of the drug. Zanoli, P., & Zavatti, M. (2008). Pharmacognostic and pharmacological profile of H. lupulus L. Journal of Ethnopharmacology, 116, 383-396.

The same group later demonstrated that humulone was active in blocking tumor promotion in the classical two-stage model of carcinogenesis. 31 Several different hops prenylflavonoids demonstrated antiproliferative and cytotoxic effects in breast, colon, and ovarian human cancer cell lines. 32 8-prenylnaringenin was shown to upregulate the cadherin and catenin genes in human breast cancer cells. 33 A comprehensive evaluation of xanthohumol as a cancer chemopreventative agent found that it warented clinical investigation because it had distinct activities at the initiation, promotion, and progression stages of carcinogenesis. 3431. Yasukawa K, Takeuchi M, Takido M. Humulon, a bitter in the hop, inhibits tumor promotion by 12-O- tetradecanoylphorbol-13-acetate in two-stage carcinogenesis in mouse skin. Oncology . 1995;52:156-158.
32. Miranda CL, Stevens JF, Helmrich A, et al. Antiproliferative and cytotoxic effects of prenylated flavonoids from hops ( Humulus lupulus ) in human cancer cell lines. Food Chem Toxicol . 1999;37:271-285.
33. Rong H, Boterberg T, Maubach J, et al. 8-Prenylnaringenin, the phytoestrogen in hops and beer, upregulates the function of the E-cadherin/catenin complex in human mammary carcinoma cells. Eur J Cell Biol . 2001;80:580-585.
34. Gerhauser C, Alt A, Heiss E, et al. Cancer chemopreventive activity of xanthohumol, a natural product derived from hop. Mol Cancer Ther . 2002;1:959-969.

dinsdag, mei 17, 2016

Onder de meidoorn

Tijdens mijn overnachting onder de meidoorn (in mijn motorhome) ben ik van plan een ode te schrijven aan deze stekelige struik, maar de zoete bloemengeur walmde zo intens naar binnen waardoor ik slaperig werd en niet aan romantisch schrijven toe kwam. 
Buiten mijn huisje, je moet wel weten dat ik op een parking langs de autoweg staat, is het een heen en weer geloop van mannen die in de meidoornbosjes gaan pissen. Of.... dat dacht ik tenminste totdat één man bij mijn motorhome komt staan en vraagt of ik wat 'plezier' zoek. Zou dat de geur van de meidoorn zijn die zoiets veroorzaakt?


Dan toch maar een nuchter stukje schrijven over de inhoudsstoffen van Crataegus laevigata. Dat bloemen en bessen van de meidoornstruik een werking hebben op hart en bloedvaten staat wel vast. Men kan zeggen dat de tot hiertoe onderzochte Crataegus-soorten in hun bladeren, bloemen en vruchten dezelfde of in ieder geval gelijksoortige inhoudsstoffen bezitten; de hoeveelheid van de afzonderlijke verbindingen kan echter, afhankelijk van de soort en het orgaan, zeer sterk verschillen. Meidoorn bevat hoofdzakelijk een mengeling van verschillende flavonoïden Het zijn vooral twee inhoudsstoffen die behoren tot verschillende groepen die farmacologisch zeer belangrijk zijn: de oligomeren procyanidinen (OPC) en verschillende flavonoïden. De Crataegus-flavonen zijn afgeleide stoffen van apigenine en luteoline; die van de Crataegus-flavonolen zijn afgeleid van quercetine, kamferol en 8-methoxykamferol. Het gehalte aan oligomere procyanidinen hangt af van de groeiperiode. Bij C. laevigata is in de maand mei het aandeel aan oligomere procyanidinen OPC het hoogst. Later in het jaar neemt het polymeergehalte van de bladeren af en bereikt in augustus een minimum van 50%. Wagner heeft vastgesteld dat gedroogde meidoornbloemen cardiotonische 'aminen' bevatten die een positief inotroop (versterking van hartspiercontractie) effect uitoefenen in farmacologische tests. De drie 'amines' zijn stoffen met een  indirect sympatho-mimetische (stimulerende invloed op het autonoom zenuwstelsel) eigenschappen.

Toch zijn de therapeutische effecten van Crataegus-bereidingen niet uitsluitend toe te schrijven aan deze amines, vermits deze stoffen grotendeels worden afgebroken in het spijsverteringsstelsel van ons lichaam. De studies die tot hiertoe zijn gedaan, nebben aangetoond dat de juiste werking nog ver van opgelost is. Andere inhoudsstoffen zijn o.a.: triterpeenzuren zoals ursolzuur, oleanolzuur en de Crataegus-specifieke crataegolzuur met verder nog de plantenzuren: chlorogeenzuur en koffiezuur. Als stikstofverbindingen: cholin, actylcholin, ethylamine en purinederivaten zoals adenosine, adenine, guanine en urinezuur.

Oef, dat was een hele boterham. Plezier beleven kun je blijkbaar op heel veel manieren.

zondag, mei 15, 2016

Wandelen bij de vrouwenmantel

Tijdens ons kruidenweekend wandelen we ook in het Domaine du Bonsoy. We vertrekken bij de receptie, waar we direct het beekvalleitje induiken, het beekje brengt ons bij de grote visvijver. Hier vinden we een groep bloeiende wilde vrouwenmantels. Verhalen zijn er bij de vleet bij deze alchemistenplant. De grote glinsterende druppels in het hart van het blad zouden ooit door de alchemisten gebruikt geweest zijn bij hun scheikundige en spirituele experimenten op zoek naar het levenselixir. Ik tip mijn wijsvinger in het gewijde water, het blad doet mij denken aan de wijwatervaten in de kerk. Alchemilladruppels, heidens heilig water uit de natuur. Religie voor ruige natuurmensen.

Maar ook water dat volgens oude literatuur voor vele vrouwenkwalen gebruikt kan worden. Een beschermende en versterkende mantel voor de vrouw. De naam Vrouwenmantel heeft de plant mogelijk gekregen omdat de bladeren als een ouderwetse mantel (mantilla) geplooid zijn en als zodanig lichamelijk en geestelijke bescherming bieden aan de vrouw. Mellie Uyldert beschrijft het op haar eigen romantische manier: ‘ telkens waar de stengel zich vertakt, omsluit zulk een blad zorgzaam het vertakkingspunt, terwijl de bladsteel zelf ook weer met een schede de stengel omsluit. Alles aan deze plant zegt: omhulling, koestering, bescherming. Ze heeft dan ook helemaal het wezen van de baarmoeder.’

Ook ter bescherming van de borsten vind je de vrouwenmantel zowel bij Dodoens, Matthiolus als Munting terug.  Dit cruyt ghestooten ende op der vrouwen ende maechden borsten gheleyt maeckt die hert vast ende stijf. lees ik bij Rembertus Dodonaeus.
En Abraham Munting, Beschryving der Kruyden, zegt:  Indien men in dit Water tweemaal vierentwintig uren te weyk legt een weynig Hypocistis, Equisetum (of Paardestaart), Granaatschellen, en gedroogde roode Roozen: dan daarmede een tijd lang dagelijks wascht de Borsten van een Vrouw, zoo zullen de zelve daar van rond, net, en stijf worden; dit zal ook beletten, dat ze niet groot oprijzen, maar kleyn blijven.

Ook de nuchtere looistoffen in de plant verwijzen naar die versterkende, beschermende werking . Hier in de mysterieuze ochtend, afdalend naar de dampende Maasvallei voel je de kracht van deze Alchemillas.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/23198-vrouwenmantel-thee-uit-de-tuin.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/alchemilla-sp-vrouwenmantel





donderdag, mei 12, 2016

Verjaardag.

Mijn ver-jaar-dag. De facebookfelicitaties stromen binnen en.... ik ben er blij mee. Mijn panoramisch uitzicht vanuit Corail 12 ziet er vanmorgen nog grijs maar ook fris groen uit. De Maasvallei laat zijn vochtige dampen los en de bomen bij mijn huis trakteren me op vele groene blaadjes. Een mooie, sierlijke berk geflankeerd door een stoere eik en een pas in het blad komende esdoorn. Ik trakteer mezelf op kleine 'balkon'plantjes: citroenverbena, hyssop, Oost-Indische kers en het toepasselijke champagneblad.

Champagneblad? Inderdaad een prikkelend plantje met vele namen: Acmella, ABC kruid, Spilanthus, parakers, Sechuan.....en met nogal curieuze info over de geneeskrachtige werking. Zou te gebruiken zijn voor het genezen van chronisch droge ogen, gebruik de uitgebloeide bloemknoppen en neem daar een héél klein stukje van. Kauw dit om je ogen te activeren. Wanneer je een hele knop neemt heb je een aardige overdosis en voor enkele minuten een gevoelloze mond. De bloemen worden ook Buzz Buttons, Szechuan buttons, sansho buttons, en electric buttons genoemd.
De plant bevat, net zoals rode zonnehoed, alkylamiden, stoffen die tezelfdertijd een prikkelende en een verdovende werking hebben.

Parakers zou ook een 'natuurlijke Botox' zijn, wat de huid doet ontspannen. De actieve bestanddelen verminderen de samentrekking van de spieren, gezichtsplooien en rimpels worden gladgestreken en de huid ziet er jonger en steviger uit.  Met mijn 72 jaar en ruige door weer en wind verweerde huid kan ik het eens gezellig op mijn eigen uitproberen.

Het kauwen op de plant heeft, net zoals rode zonnehoed een pijnstillende en onstekingswerende werking op het tandvlees, te gebruiken bij ontstoken tandvlees. 

Een nuchter overzicht van de kwaliteiten van Acmella vind je op mijn website. Hier een samenvatting van die onderzoeken. 
Spilanthes acmella is an important medicinal plant, found in tropical and subtropical countries mainly India and South America. Popularly, it is known as toothache plant which reduces the pain associated with toothaches and can induce saliva secretion. Various extracts and active metabolites from various parts of this plant possess useful pharmacological activities. Literature survey proposed that it has multiple pharmacological actions, which include antifungal, antipyretic, local anaesthetic, bioinsecticide, anticonvulsant, antioxidant, aphrodisiac, analgesic, pancreatic lipase inhibitor, antimicrobial, antinociception, diuretic, vasorelaxant, anti-human immunodeficiency virus, toothache relieve and anti-inflammatory effects.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/spilanthes-abc-kruid

woensdag, april 27, 2016

Adelaarsvaren

Hier in Bretagne zie je ze nu gekruld overal langs de wegkanten uit de grond schieten. De scheuten van de adelaarsvaren.

In de hedendaagse mode om wilde planten te eten, waar ik met plezier aan mee doe, zijn er zelfs mensen die de wortels en scheuten van deze varen op eten.
De adelaarsvaren behoort tot de meest algemene planten van de wereld. Ze heeft echter een slechte reputatie als veevoer. Door het vaak massaal voorkomen aan randen van weilanden zijn vergiftigingen bij landbouwhuisdieren niet zeldzaam. In droge jaren is dit risico groot als de grasproductie te kort schiet en de dieren hun afkeer tegen varens overwinnen. Er zijn ook vergiftigingen bekend door gebruik van hooi met veel varenloof.

Anti-thiaminefactoren
Bij de acute of subacute vergiftiging van paarden met adelaarsvaren worden als symptomen vooral verlammingen en spiertremoren waargenomen. Soortgelijke effecten kunnen bij varkens en ratten ontstaan. Ze komen overeen met de verschijnselen die bij vitamine B,-gebrek (thiamine-gebrek) optreden. Het bleek dat deze varen, in blad en rhizoom een enzym - thiaminase — bevat, dat het thiamine uit het voedsel splitst (bij aanwezigheid van een amine), waarbij de vitaminewerking verloren gaat (Kenten, 1957). Daarnaast werd ook een thermolabiele anti-thiaminefactor uit de varen geïsoleerd, die als caffeoylshikiminezuur werd geïdentificeerd (Fukuoka, 1982). De juistheid van het bestaan van de anti-thiaminefactoren blijkt uit de ervaring dat de ziekteverschijnselen verdwijnen na extra toediening van thiamine. Herkauwers hebben er geen last van omdat de micro-organismen in de pens voldoende thiamine produceren

Tumorvorming door het eten van de varens is ook aangetroffen bij ratten, muizen en kwartels. De mens loopt eveneens risico. Er zijn ook aanwijzingen dat de werkzame stoffen via melk bij de consument terecht kunnen komen. Blijkens bepaalde waarnemingen   (Evans&  Galpin,  1991)  zouden zelfs de sporen door  inhalatie een kankerrisico geven.

Het is niet mijn gewoonte om negatief te doen over planten en ook de adelaarsvaren kan ik waarderen. Maar... om hem nu op te eten.....

zaterdag, april 23, 2016

Snuffelend wandelen op de Pointe de PenHir


We zijn op een van de vele eindpuntjes van Bretagne, pointe de PenHir. Ruige rotskust in de Finistère. We genieten van wolken, wind, water en de weggedoken plantjes tussen de rotsen. Struik- en dopheide is hier heel gewoon, geel bloeiende gaspeldoorn geeft wat kleur aan het grauwe maar geweldige landschap. 

Kartelblad
Lepelblad
Het is nog vroeg om veel bloeiende planten te vinden toch zien we al vlug een kartelblad in volle bloei, waarschijnlijk het heidekartelblad, Pedicularis sylvatica. Vroeger werd het ook wel luizenkruid genoemd. Het plantje parasiteert hier op de struikheide, het is ook licht giftig. Dus niet direct een herboristenplant, toch spreken zowel parasiterende als giftige planten mij bijzonder aan.

Verder snuffelend, de herboristen zijn na hun dutje in de motorhome blijkbaar snel weer wakker geworden, ontdekken we ook wat wondklaver en massaal veel blauw bloeiende bolgewasjes, mogelijk Chionodoxa of te wel sneeuwroem.
En helemaal aan het eind van de wereld, hoog op de rotsen met de schuimende zee diep onder ons, vinden we de echte zeeplanten: strandbiet en zeevenkel. Het blad van deze planten is nu, jong, nog goed te eten vooraleer het bijna leerachtig taai wordt.

Verder dwalend zien we lager gelegen, een groep wit bloeiende planten, gelukkig kunnen we tussen de rotsen toch beneden geraken en ontdekken zo het mythische lepelblad. De vele smaken van een beknabbeld blaadje overweldigen mondholte en gehemelte. Mosterdolieglucosiden is de onvriendelijke naam van de aanwezige smaakstoffen. Het is ooit de plant geweest die zeevaarders beschermden tegen de gevreesde en dodelijke scorbuut oftewel scheurbuik.

Bij het lepelblad en in de luwte van de rotsen kunnen we zelfs even zonnebaden en dan weer naar de motorhome en naar Camaret sur Mer mosselen en een plaatselijk visje verorberen.

Over Cochlearia / Lepelblad
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/54865-lepelblad-en-scheurbuik.html

Over Pedicularis / Kartelblad
Du latin pediculus, pou : le foin des Pédiculaires passait pour donner des poux aux bestiaux (Coste)
Latin, sous-entendu, herba, Herbe-aux-poux ; de pedicularis, pou : on employait une décoction de ces plantes contre les poux du bétail (Fournier)

In de Flora Batava lees ik: Het is zeer nadeelig voor het vee, en zal buiten schapen en geiten niet ligt door enig ander vee, dan hetgeen uitgehongerd is, worden aangeraakt. Gunner had in Noorwegen op een land, waar deze plant veel groeide, bestendig waargenomen, dat runderen, die hierop voor het eerst gebragt werden, dunnen afgang, en schapen waterzucht kregen, maar die aan het land gewoon waren, hadden hiervan geen letsel. De plant is dus schadelijk op de graslanden, en is een zeker kenteeken van veen- of moerasgrond. In onze tijd zullen we dit zeldzame plantje echt niet meer vinden in vochtige weilanden. De koeien kunnen gerust zijn. http://www.leeswerk.nl/florabatava/06/met_tekst/0417.htm

Over Pointe de PenHir
Au sud-ouest du bourg, la Pointe de Pen-Hir est un des sites naturels les plus grandioses de Bretagne. Elle est en particulier connue pour ses fameux Tas de Pois, six îlots rocheux qui prolongent la pointe et qui portent les noms de de Grand Dahouët, Petit Dahouët, Penn-Glaz (« la tête verte »), Ar Forc’h (« la fourche »), Chelott et Bern Id (« le tas de céréales »). Par beau temps le panorama est grandiose et porte sur les tous proches Cap de la Chèvre et Pointe de Dinan, mais aussi sur le Cap Sizun, la pointe du Van, la Pointe du Raz et l’île de Sein vers le sud, la pointe Saint-Mathieu, Ouessant ou Molène vers le nord.
La partie ouest de la pointe est le royaume du minéral avec d’impressionnantes falaises rocheuses cisaillées par l’érosion, dominant la mer d’Iroise à 70 mètres de haut. Une gigantesque croix domine la mer : il s’agit de la croix de Pen-Hir, le Monument aux Bretons de la France Libre, inaugurée dans les années 1960 par le Général De Gaulle, classée monument historique en 1996. Ce monument est un hommage aux Bretons qui ont rejoint la France Libre à Londres après l’appel du 18 juin 1940 du Général De Gaulle. La partie est de la pointe, protégée des assauts de l’océan, offre des paysages plus doux de falaises couvertes de landes descendant vers la magnifique anse de Pen-Hir et la non moins magnifique Plage de Veryac’h. Un sentier côtier permet de suivre les falaises jusqu’au village de Kerloch, à la limite entre Camaret-sur-Mer et Crozon.
http://www.terresceltes.net/bretagne/camaret-et-la-pointe-de-pen-hir

vrijdag, april 22, 2016

Kruidenstage, braambladeren en Mellie Uyldert

Tijdens onze vroege, lentekruidenstage kunnen we met de ogen en de mond genieten van het verse, jonge blad van beuk en braam. Braambladeren zijn bijzonder geschikt om te drogen en van de jonge scheuten kunnen we een glycerinemaceraat maken.  


mare des fées huelgoat
Waar bramen groeien, daar is een plaats van kracht, schrijft Mellie Uyldert. De braamstruik (Rubus fructicosus) behoort bij de mens op aarde. Het menselijke blijkt uit de vijftallige bloemen, zoals die van de wilde roos, de appel en andere familieleden: vijf is het getal van de mens. De vijfpuntige ster die naar boven wijst, is het teken van de opstrevende mens, die in de vijfhoek past, wanneer hij met de armen schuin omhoog en wijdbeens staat. In oude inwijdingsgrotten vindt men een vijfhoek in de rotswand uitgehouwen, waarin de mens bij zijn inwijding moest gaan staan. De mens heeft ook twee maal vijf tenen en twee maal vijf vingers, waarmee hij de aarde grijpt en de ruimte. Vijf is het getal van de wil. Een vijftallig samengesteld blad is als een hand: de macht van de mens over de stof.

Elke zomer maakt de braamstruik nieuwe lange loten, die letterlijk om zich heen grijpen. Vindt een jonge loot een hoog aangrijpingspunt in heg of boom, dan groeit zij opwaarts, maar raakt zij de aarde, dan ontwikkelt zij op die plek wortels, die in de aardbodem dringen en zo een nieuwe plant doen ontstaan. Zo stemt de braamstruik met die mens overeen, die zowel in het geestelijke als in het aardse leven actief is. Van die jonge loten kan men thee trekken tegen huiduitslag. Van de verse loten, bladen en bloemen trekt men met kokend water een goed spoel- en gorgelwater voor gevallen van keel- en mondpijn, amandelontsteking, gezwollen tandvlees en aften.
De vuurkracht doodt ziektekiemen en het looizuur trekt slijmvliezen en tandvlees samen. (Mars en Saturnus). En nog eens Mellie Uyldert 'Dit looizuur verbindt de denkpool en de levenspool van de min of meer gespleten mens en maakt hem weer uit één stuk! Het versterkt de zenuwen, o.a. die van de spijsvertering, het droogt het al te waterige (lymfatische) op, en daarom in de braambladthee ook goed tegen diarree, witte vloed en slijmhoest. Braamblad (looistoffen) maakt alles wat te los zit in het lichaam, weer vast.

Het verse braamblad kan men met de witte onderkant op huiduitslag leggen om 'het kwaad' er uit te trekken. En natuurlijk zijn er later de vruchten, dus de bramen, rijk aan vitaminen en mineralen echt wild voedsel.  Mellie Uyldert 'Het sap versterkt de vaatwanden. Zo kan de mens de krachten van de braam overnemen om zichzelf en anderen te versterken. Maar luister ook naar haar ritselend verhaal van oude tijden die gaan terugkomen, van braamhagen of heilige plaatsen van kracht. Ga over het veld en luister. Die Bromheeren rasseln im Winde'.

Mellie Uyldert wist nog niks van anthocyanen en anti-oxydanten, maar ze wist dus wel dat braamsap én begeestering goed is voor hart, bloedvaten en voor nog veel meer.

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/rubus-fructicosus-braam
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/biografie/42216-mellie-uyldert-en-de-taal-der-kruiden.html

dinsdag, april 19, 2016

Even vorst nu en 25 jaar geleden

De volgende tekst schreef ik op 22 april 1991 in mijn dagboek van de kruidentuin  

Late en strenge nachtvorst! Al dat nieuwe groen krijgt het hard te verduren. Mijn Russische rabarber (Rheum raponticum) met zijn mooie grote blad is serieus slap gaan hangen, verschillende bladeren zijn bevroren; gelukkig zijn de dikke bloemknoppen niet beschadigd. Deze medicinale rabarbersoort kan duidelijk minder goed tegen de koude dan zijn verwanten uit de groentetuin.
Ook het nieuwe blad van de citroenmelisse is tot mijn eigen verbazing volledig bevroren.
Wat me niet verbaast is het bovengronds bevriezen van de zilverkaars (Cimicifuga), een Noord-Amerikaanse vaste plant die als sierplant en als homeopathisch middel naar Europa is gekomen. Gelukkig zijn er ook enkele Cimicifuga's niet bevroren.
De aartsengelwortel (Angelica archange!ica) stond al stevig in bloei, de bloemen hangen nu onderste boven, die gaan nog raar kronkelen de volgende dagen.

Angstig verder lopend zie ik de volgende slachtoffers. De jonge scheuten van het leverkruid en van de karmozijnbes.  Gelukkig zijn er méér planten die de vorst volledig overleefd hebben! Opvallend is de stinkende Gouwe (Chelidonium majus), al volledig uitgegroeid en bloeiend is hij met zijn oranje-gele melksap, een soort antivries, blijkbaar goed bestand tegen de vorst.
Hetzelfde principe hanteren de wolfsmelksoorten, die de laatste jaren als sierplant populair geworden zijn. De kruisbladige wolfsmelk (Euphorbia lathyrus L.) zou mollen uit de tuin houden, echter met wisselend succes, zelf gebruik ik hem meer als sierplant.

De klassieke heesterachtige kruiden zoals tijm, salie en lavendel zijn nog niet echt aan de groei, hebben dus nog geen tere jonge blaadjes die kunnen bevriezen. De afgeharde blaadjes van vorig jaar staan er wat vuil maar stevig bij.
Echte struiken in mijn haag, zoals de haagbeuk komen dikwijls laat en zeer wisselend in blad. De snelste blaadjes zijn nu dus bevroren, hun fris lentegroen is herfstig bruin geworden. Voor een keer zullen de laatste bladvormende beuken de eersten zijn.

Vandaag 19 april 2016 zowat 25 jaar later zie ik opnieuw slaphangende, licht bevroren planten, nu in onze Bretoense tuin.

 Het is mooi zonnig weer overdag, maar wit glinsterend gras in de ochtend . Onze  zwartmoeskervel, verwilderde scheuten van aardappelen en filigraine venkelbladeren laten hun kopjes hangen. Alleen de witte bloesem van de pruimenboom doet alsof er niks aan de hand is. Vrolijk verder bloeien. Is er veel veranderd in 25 jaar?