donderdag, januari 19, 2017

Over de tonderzwam

De echte tonderzwammen worden al sinds de prehistorie door mensen gebruikt. Zo ontdekte men in een zak van Ötzi, een 5300 jaar oude ijsmummie, een voorwerp van gevlochten schimmeldraden van de echte tonderzwam. De wetenschappelijke naam Fomes fomentarius refereert aan zijn gebruik als tondel, vuurmaker. De geslachtsnaam Fomes is Latijn voor 'tondel' en de soortnaam fomentarius is afgeleid van het Latijnse fomentum, wat vertaald kan worden met 'warm houden'.

Oudere namen zijn Fungus Chirurgorum; Agaricus Chirurgorum; Fungus Quernus; Fungus Ignarius. Vruchtlichaam van een parasiet op loofhout, vnl. beuken en eiken: de echte Tonderzwam Fomes fomentarius (L. ex Fr.)  De zwam is meerjarig, zijdelings aangegroeid, hoef- of halfcirkelvormig tot 50 cm breed. Op de bovenzijde zijn ze bleekgrijs tot grijsbruin met een harde harsachtige schors, die duidelijk gegroefd is. De rand van het vruchtlichaam is afgerond en wat lichter. In een dwarsdoorsnede is duidelijk te zien, dat het hele vruchtlichaam bijna geheel uit in lagen gerangschikte buisjes bestaat, die wat donkerder zijn dan het vlees. Het vlees is vezelig stevig en roestbruin. Voor de grondstof is alleen het bruine vlees van belang.

Rond 1940 was de tonderzwam in ons land zeer zeldzaam; tegenwoordig door de veranderde bosbouwmethoden niet meer.  In een oud maar zeer lezenswaardig artikel van Schweers uit 1939 wordt uitvoerig ingegaan op het vroegere belang - vóór de komst van de Zweedse lucifer - van de tondelzwam voor de bereiding van tondel. Ook wordt ingegaan op de diverse modellen tondeldozen met vuurslag en vuursteen naast de onontbeerlijke tondel. Het bruine vlees werd niet alleen voor de bereiding van tondel gebruikt maar ook voor de bereiding van bloedstelpend verbandmiddel en.... lichte warme mutsjes.

De bereiding van het bloedstelpend materiaal is niet hetzelfde als de bereiding van tondel.
Goede beschrijvingen hierover geeft het "Huishoudelijk Woordenboek" van 1769.

Wondbedekking "Men scheid het buitenste harde gedeelte daar van af, snijd dezelve in min of meer dikke platte stukken, en klopt ze met een hamer, om ze zagt te maaken, en bewaart ze aldus: bij het gebruik legt men een stuk van deeze bereide swam op de wonde, van groote als het de wonde vereischt, om dezelve wel te dekken; over dit stuk legt men een ander dat grooter is, en hier over vervolgens een gevoeglijk verband." " Door zijne groote adstringerende kragt, heeft de swam ook die eigenschap het bloed kragtig te stempen in grote wonden, slagader-breuken en andere bloedstortingen."

Tondel "Snijd het buitenste harde en taaije gedeelte van deeze swammen af, en deelt ze in dunne stukken; legt ze vervolgens enige dagen te weeken in een loog van asch, en kookt ze daar na helder in die loog; gekookt en wel gedroogt zijnde, klopt ze ter deegen met een houten hamer, zo zal ze heel zagt worden, en een stukje daarvan door een vonk van't vuurslag terstond vuur vatten; Anderen kooken ze in een loog van salpeter; en nog anderen in pisse, het welk goed is; het koomt 'er maar hoofdzakelijk op aan, dat de swam door kooking en klopping wel zagt gemaakt zij; Deze bereide swam heeft doorgaans een bruinagtige koleur, en is heel zagt." 

Vroeger werd de Echte tonderzwam gebruikt bij de behandeling van tuberculose. Het effect was uitsluitend een vermindering van het door de ziekte veroorzaakte nachtelijke zweten.

Toekomst van tondelzwam als medicijn: suikerziekte en reuma.
Als wondmiddel of tondel zullen we in de toekomst de Fomes fomentarius waarschijnlijk niet meer gebruiken, behalve door overlevers in de natuur of mogelijk bij een totale vernietiging van onze moderne plasticbeschaving. Maar voor het gebruik als medicijn of voor de ontdekking van nieuwe moleculen, is ook nu weer gebleken dat planten en paddenstoelen een onmetelijke goudmijn kunnen zijn. Uit recent wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een waterig extract van Fomes een invloed heeft op de vetzuur- en suikerstofwisseling in het bloed en waarschijnlijk vooral diabetici kan helpen om de bloedsuikerspiegel en het cholesterolgehalte te reguleren. Een alcoholisch extract heeft dan weer een anti-inflammatoire en pijnstillende werking, dus te gebruiken bij reumatische klachten, maar ook bij bursitis en andere gewrichtsontstekingen krijg je een sneller herstel.
Verder hebben de polysachariden uit de Fomes ook een immuunmodulerende werking en zijn dus waarschijnlijk te gebruiken om de weerstand bij infecties te verhogen.

Mogelijk kunnen we in de nabije toekomst weer gebruik maken van deze kennis uit de natuur. Planten en paddenstoelen zijn nu eenmaal, ook als chemisch fabriekje, al eeuwen bezig om stoffen aan te maken, stoffen die we nog niet kennen en waar wetenschappers en wij allemaal nog plezier aan kunnen beleven.

Onderzoek: Fang Yi Ke Da Xue Xue Bao. 2009 Mar;29(3):458-61.
[Immunomodulatory effects of Fomes fomentarius polysaccharides: an experimental study in mice]. [Article in Chinese] Gao HL1, Lei LS, Yu CL, Zhu ZG, Chen NN, Wu SG.

zondag, januari 01, 2017

Muizedoorn

De muizendoornen in onze Bretoense tuin pronken nu met hun felgroen blad en hun rode ronde bessen. Ruscus aculeatus is de Latijnse naam van deze bosplant. Zijn Engelse volksnaam Butchers broom' of  „slagersbezem" dankt hij aan zijn vroeger gebruik om het hakblok van de slager af te schrapen. Het is een typische struik met kleine schubachtige blaadjes, die op het eerste gezicht bladeren lijken, maar in feite platgegroeide takjes zijn. Vanwege de grote rode bessen is men de plant plaatselijk „bukshulst" of „kromhouthulst" gaan noemen. Vaak groeit hij in de buurt van echte hulst in bossen en op de rotsen. Volgens de literatuur kunnen de jonge scheuten gekookt als asperges gegeten worden, maar het is mij nog niet gelukt om daar iets fatsoenlijks van te brouwen.

Vijfwortellikeur

De bittere wortel van muizendoorn vormt één van de vijf ingrediënten van de bekende vijfwortel-likeur, de overige bestanddelen van deze likeur waren venkel, selder, asperge en peterselie. De wortel heeft urine-afdrijvende en laxerende eigenschappen en wordt verwerkt in medicijnen bij lever- en nierkwalen. Vroeger werd deze plant in de volksgeneeskunde veelvuldig gebruikt, bij geelzucht, hoofdpijnen, menstruatiepijnen en borstklachten. Culpeper schreef het middel voor als: „Een afkooksel van de wortels als drankje en een papje van bessen en bladeren dat men op de betreffende plaatsen aanbrengt, hebben het vermogen gebroken beenderen en gewrichten, welke uit de kom geschoten zijn, weer aan elkaar te hechten resp. weer op hun plaats te brengen", schreef hij. Hij voegde er waarschuwend aan toe: „Hoe meer wortels men voor het afkooksel gebruikt hoe sterker dit wordt. Het kan geen kwaad maar ik hoop dat men zo wijs zal zijn, de sterke afkooksels ook voor de sterkste typen te gebruiken .

Dodoens in 1554 wist al waar het echt voor goed was 'Die wortel van Stekende palme in wijn ghesoden ende ghedroncken doet water maken/ lost die urine/ breeckt den steen ende doet dat graveel rijsen ende afgaen/ ende mits dyen goet den ghenen die de droppelpisse hebben'. Als diureticum wordt de wortel nog steeds gebruikt en ook in de hedendaagse wetenschappelijke monografieën wordt Ruscus officieel erkend als vochtafdrijvend middel. Toch is nu vooral  zijn werking op het veneuze vaatstelsel het best bekend. De Rusci radix heeft samentrekkende, toniserende werking op de gladde musculatuur van de venenwanden.'Oral absorption may stimulate the a-adrenergic receptors of the smooth muscle cells of the vascularwall', wordt in de Commission E monografie vermeldt. approved its use as a supportive therapy  for  discomforts of  chronic  venous insufficiency,  such  as pain  and heaviness, as well as cramps in the legs, itching, and swelling. It is also approved as a supportive therapy for complaints of hemorrhoids, such as itching and burning. 

Belangrijkste toepassingen volgens monografie herboristen opleiding

  • Spataderen en veneuze stuwing
  • Aambeien
  • Kuitkramp, zwaar gevoel in de benen
  • Oedeem, vocht in de benen
  • Capillaire aandoeningen o.a. vrieswonden en acrocyanose

Enkele wetenschappelijke onderzoeken
Parrado F, Buzzi A. A study of the efficacy and tolerability of a preparation containing Ruscus aculeatus in the treatment of chronic venous insufficiency of the lower limbs. Clin Drug Invest 1999; 18:255-261.Facino RM, Carini M, Stefani R, et al. Anti-elastase and anti-hyaluronidase activities of saponins and sapogenins from Hedera helix, Aesculus hippocastanum, and Ruscus aculeatus: factors contributing to their efficacy in the treatment of venous insufficiency. Arch Pharm (Weinheim) 1995;328:721-724.

zaterdag, december 31, 2016

Marsman

Rond de jaarwisseling moet ik altijd weer even de mooie, bevlogen en enigszins bombastische gedichten van Hendrik Marsman lezen. Wie leest ze nog?

Vlam in mij, laai weer op;

hart in mij, heb geduld,

verdubbel het vertrouwen -

vogel in mij, laat zich opnieuw ontvouwen

de vleugelen, de nu nog moede en grauwe;

o, wiek nu op uit de verbrande takken

en laat den moed en uwe vaart niet zakken;

het nest is goed, maar het heelal is ruimer.

vrijdag, december 23, 2016

Oude boeken, maden en Maurice

Het is zowat 40 jaar geleden. Schrikwekkend maar ook indrukwekkend om dat te kunnen schrijven. Veertig jaar geleden!

Ik snuffelde toen wat rond in een tweedehandse boekhandel in Leuven, zoals ik in die tijd wel meer deed. Blijkbaar gedroeg ik mij verdacht of was de eigenaar het vele stelen van boeken hartsgrondig beu, in elk geval sprak hij mij aan en vroeg om mijn rugzak te mogen inkijken. Ik had daar inderdaad wat eigen boeken inzitten, zoals dat meestal het geval was, maar hij dacht dat ik die uit zijn winkel had gestolen. Ik werd zo bang dat de politie mijn eigen toen nog beperkte bibliotheek in beslag zou komen nemen, dat ik er niets beter op vond dan een honderdtal boeken in een grote plastic zak te steken en die buiten in het bos onder een struik te verstoppen. Van planten en struiken had ik toen nog niet veel verstand maar toch weet ik nog dat het een vlierstruik was. Nu een van mijn lievelingsstruiken.De boekenpolitie is gelukkig nooit bij mij thuis binnengevallen, maar het gevolg was wel dat de boeken na enkele dagen buiten te hebben gelegen nat waren geworden en dus beschadigd. Na minutieus droogwerk hebben toch nog wat boeken kunnen redden. Boeken getekend en getekend voor het leven. Sommige van die boeken steken nog altijd in mijn uitpuilende boekenkast en krijgen nu natuurlijke een bijzondere waarde. Net zoals rimpels of littekens bij de mens vertellen zij nog steeds het verhaal van vroeger.

Een van die getekende boekjes heb ik nu 40 jaar later nog eens opnieuw doorbladerd. De paarden van Kral en nieuwe avonturen uit 'Natura Artis Magistra' van G. Brands. Ik heb het toentertijd tweedehands, ja zeker, gekocht voor 0.90, geen eurocenten maar Nederlandse centen. Brands is een Nederlandse literaire schrijver die ook over de natuur korte verhalen, eerder impressies schreef.

Ik lees een stukje van G. Brands. De maden van de bromvlieg kunnen geen vast voedsel tot zich nemen. Evenals spinnen scheiden ze eerst een vloeistof af met een sterk oplossend vermogen en zuigen vervolgens het vloeibare vlees op.In verre landen, waar EHBO en ziekenhuis verstek laten gaan, wordt een lelijke wond al gauw bedekt met maden. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Want hoewel de aanblik nogal ongewoon is, is het een uitstekende manier om gangreen te voorkomen. De maden houden de wond rood en gezond tot de dokter er is. Dat bleek al tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gewonden met maden waren er beter aan toe dan gewonden zonder. Sindsdien zijn maden in de medische wetenschap danig in onbruik geraakt. Maar je weet maar nooit.

Wil het toeval dat ik een tijdje geleden zelf een informatief stukje over madentherapie geschreven en gepubliceerd heb. Ik citeer mijn eigen 'Waarom komen vliegen in open wonden hun eitjes leggen? Het zal wel zijn om hun broedsel in een later stadium lekker voedsel te leveren. Of zouden die vliegen en maden ook een beetje bezorgd zijn om de genezing van menselijke of dierlijke verwondingen? Of zit de schepping gewoon goed in mekaar? Want wat blijkt, de maden die uit die vliegeitjes komen krijgen niet alleen lekker voedsel maar zorgen ook voor de genezing van de wonden'.En zo is de cirkel weer rond. Een mooie, muffe boekhandel 40 jaar geleden, natte boeken buiten en wormen in oude wonden. Mooi en lelijk, ondergang en opstanding, allemaal één leven

vrijdag, december 16, 2016

Alkaloïden: materiële stoffen met een spiritueel karakter

Alkaloïdplanten en entheogenen: ratio en emotio

Alkaloïden zijn stikstofhoudende organische verbindingen met een basisch karakter. Ze oefenen sterke fysiologische werking uit op mens en dier. De meeste alkaloïden hebben als basisstructuur een aminozuur: lysine, ornithine,  fenylalanine of tryptofaan. De namen van de alkaloiden worden gewoonlijk afgeleid van de geslachts- of soortnaam van de plant, waaruit ze voor het eerst geïsoleerd zijn, b.v. nicotine uit Nicotiana, atropine uit Atropa e.d., of vaak ook naar hun farmacologische werking (morfine = morfeus, de god van de slaap).
Plantenfamilies die rijk zijn aan alkaloïden zijn vooral de Papaverachtigen (stinkende gouwe, slaapbol), de Nachtschade-familie (bilzenkruid, doornappel en wolfskers) en de ranonkelachtigen  (monnikskap, ridderspoor).

De technische, moeilijke en rationele definitie van alkaloïden staat in schrille tegenspraak met de sterke, emotionele en hallucinogene werking van deze stoffen op de menselijke geest. Alkaloïden en vooral de planten, waar die stoffen in aanwezig zijn, waren en zijn nog steeds sterk verbonden met de mens en zijn geschiedenis. Wij mensen hebben een onvermijdelijk haat-liefde verhouding met deze planten. Ze trekken ons aan en stoten ons af. Ze genezen of doden. Ze verruimen ons bewustzijn of maken ons gek.

De ratio.
Aromatische aminen: ephedrine, capsaicine, colchicine, cathine en mescaline
-Capsicum annuum – Spaanse peper (capsaicine): huidprikkelend (hyperaemie), reumapleisters
-Colchicum autumnale – Herfsttijloos (colchicine): bij jicht als pijnstiller
-Ephedra- Zeedruif (ephedrine): stimulans voor sympatisch zenuwstelsel (adrenergicum), bronchienverwijdend (astma), stimulans gladde spieren en hartspier.
-Catha edulis – Khat (cathine): sympathicusstimulans, euforiserend
-Trichocereus (mescaline)
-Lophophora – Peyotecactus (mescaline, verwant aan noradrenaline)

Purine-alcaloïden: nicotine, lobeline, cafeine, theofylline en theobromine
-Lobelia inflata – Lobeliakruid (lobeline): stimulans ademhaling, bij astma
-Coffea arabica – Koffie (cafeine): stimulerend op centraal zenuwstelsel, gaat vermoeidheid tegen, verbetert concentratie en reflexgevoeligheid. Diuretische werking.
-Camellia sinensis – Chinese thee (cafeine, theofylline): zoals koffie
-Ilex paraguaniensis – Maté (cafeine)
-Cola nitida – Kolanoot (cafeine)
-Paulinia cupana – Guarana (cafeine)
-Theobroma cacao – Cacao / chocolade (theobromine) : weinig centraalstimulerende werking, meer spierrelaxans en diureticum

Tropaan-alcaloïden : hyoscyamine (atropine), scopolamine,
-Atropa belladonna – Wolfskers (heksenkruid) (hyoscyamine, atropine): parasympaticolyticum, remmend vooral op klierafscheiding (speeksel, zweet-, maagsapsecretie) en remmend op samentrekking gladde spieren (maag,  darm en bronchien). Gaat ook braakneiging tegen en heeft een pupilverwijdend effekt (bella donna, mooie vrouw).
-Datura stramonium – Doornappel (heksenkruid) (hyoscyamine, scopolamine): zoals Atropa maar meer centraal kalmerend en minder perifeer werkzaam. In anti-astmasigaretten
-Brugmansia arborea – Engelentrompet: nauw verwant aan Doornappel
-Hyoscyamus niger – Bilzekruid (heksenkruid)
-Mandragora officinarum – Alruin: ritueelplant bij uitstek.
-Erythroxylum coca – Coca (bevatten ook andere alcaloiden zoals cocaine): inwendig kleine hoeveelheden centraal stimulerend, grotere hoeveelheden euforiserend en hallucinogeen. Uitwendig verdovend (vaatvernauwend en verlammend op de gevoelszenuwen)

Chinoline-alcaloïden: kinine
-Cinchona succirubra – Kinaboom (bast, kinine): bitterwerking, dus eetlustopwekkend sederend op centraal zenuwstelsel en daardoor ook al pijnstiller en koortsverlager in gebruik, maar vooral bekend als malariamiddel.

Isochinoline-alcaloïden: papaverine, hydrastine, berberine, morfine, chelidonine
-Papaver somniferum – Slaapbol (morfine, codeine): verdovend
-Hydrastis canadensis – Canadese geelwortel (hydrastine)
-Chelidonium majus – Stinkende gouwe (chelidonine): spasmolyticum
-Berberis vulgaris – Zuurbes (berberine)
-Sanguinaria canadensis (sanguinarine = acetylcholinerase remmer)

Indol-alcaloïden (indolring): indolalkylaminegroep (bufotenine, psilocybine), indolcarbolinegroep (harmine, reserpine, yohimbine), indol ergolinegroep (lysergzuur LSD) -Psilocibe species – Kaalkopjes / Teonanacatl (brood der goden) (psilocybine verwant aan hersenhormoon serotonine): hallucinerend
-Peganum harmala – Siberische wijnruit (harmaline)
-Passiflora incarnata – Passiebloem (harmane): sederend
-Banisteriopsis Caapi – Ayahuasca (harmine = bèta-carboline): hallucinogeen
-Rauwolfia serpentina – Rauwolfia (reserpine): centraal sedativum, bloeddrukverlagend
-Corynanthe yohimbine – Yohimbine: afrodisiacum
-Claviceps purpurea – Moederkoorn (lysergzuren, LSDachtig): adrenaline en serotonine antagonisten: bloedvatvernauwend, bloeddrukverlagend, uterussamentrekkend.
-Turbina corymbosa – Ololiuqui (LSD achtig)
-Ipomoea violacea – Dagbloem (lyserginezuuramide, serotonine achtig)

Steroïd-alcaloïden
-Veratrum species – Nieswortel (veratrine): sterk bloedvatverwijdend, verlammend op gevoelszenuwen zoals aconitine): bij neuralgïen. Zeer giftig 1 à 2 gr grondstof (10 à 30 gr alcaloïde) is dodelijk voor de mens.
-Schoenocaulon officinale – Sabadilla: parasiet (hoofdluis) dodend, maar kan via huid opgenomen worden
-Aconitum napellus – Monnikskap (aconitine): Zeer giftig 1 à 5 gr is dodelijk, prikkelt eerst, en verlamt daarna de sensibele zenuwuiteinden. Lethale dosis verlamt de ademhaling, waarna hartstilstand optreedt.

Lupinane- alcaloïden (lupinine, sparteïne) vooral in Vlinderbloemigen
-Cytisus scoparia – Brem (sparteïne): prikkelgeleiding hart, verwijding coronairen
-Laburnum anagyroïdes – Gouden regen: cytesine, giftig zoals nicotine, maar ook braakverwekkend.

Pyrrolizidine-alcaloïden (schadelijk voor de levercellen)
-Symphytum officinale – Smeerwortel
-Petasitis hybridus – Groot hoefblad
-Senecio species – Kruiskruid e.a.

Literatuur
-Farmacognosie en fytochemie van planteninhoudsstoffen. Univ Brussel -Farmacognosie Receptuur. Dr. Van Os. 1962 -Psychofarmaca. Hersenen onder invloed. Solomon H. Snijder. -Die Welt der Heilpflanzen. Hans Funke 1980 -Pharmaceutische Biologie.. Teuscher 1983 -Elseviers gids van giftige planten. De Cleene. -Tirion giftige plantengids. De Cleene

Emotio: Entheogenen /  Hallucinogenen / Planten der goden.

De meeste hallucinogenen bevatten alcaloïden, niet verwonderlijk omdat het juist alcaloïden zijn die werkzaam zijn op de hersenen en het zenuwstelsel. Chemisch gezien lijken die stoffen sterk op de neurotransmitters in het zenuwstelsel, boodschapperstoffen die zorgen voor de overdracht van informatie. Volkeren van overal ter wereld hebben die planten dan ook gebruikt om contact te leggen met de spirituele wereld en met de goden. Het waren dus de planten der goden.
Amanita muscaria –Vliegenzwam: Soma, heilig brood uit de RigVeda
Atropa belladonna – Wolfskers: bessen, blad en wortel met tropaanalcaloïden (atropine) Banisteriopsis caapi – Ayahuasca (Slingerplant van de ziel)
Brugmansia arborea – Engelentrompet: tropaanalcaloïden.
 Cannabis sativa  - Hennep / Marihuana: geen alcaloïden, maar cannabinoïden (THC), vooral in vrouwelijke bloeitoppen
Claviceps purpurea – Moederkoorn: indolalcaloïden (lyserginezuren LSD) bloedvatvernauwend
Datura stramonium – Doornappel, Toloache: tropaanalcaloïden, vooral hyoscyamine en scopolamine
Hyoscyamus niger – Bilzekruid (heksenkruid, zalf): tropaanalcaloïden
Ipomoea violacea – Dagbloem, Ololiuqui (klimplant van de slang): zaden met LSD achtige stoffen (indolalcaloïden), overeenkomst met serotonine. Lophophora williamsii – Peyote: cactusvlees met mescaline, overeenkomst met noradrenaline
Mandragora officinarum – Alruin: wortel, tropaanalcaloïden, de ritueelplant bij uitstek Psylocibe mexicana – Kaalkopje: hele paddestoel gebruiken
Salvia divinorum – Heilige salie: blad wordt gekauwd, niet giftig
Stropharia – Teonanacatle (vlees van de goden)
Tagetes lucida: niet giftig, weinig hallucinogeen, dragongeur Trichocereus – San Pedrocactus (mescaline): zoals Peyote

Literatuur 
Schultes en Hofmann. Over de planten der goden. Spectrum 1979-1983 Stafford Peter. Psychedelics Encyclopedia. 1978- 1992. Adelaars Arno. Alles over paddo’s. Prometheus 1997. Rutten A.M.G.  Ondergang in bedwelming. Erasmus 1997. Soulaire J.  Cactus et Médecine. Thiebaut  1947. Lemaire Ton.  Godenspijs of duivelsbrood. Ambo 1995. Davis Wade.  De Slang en de Regenboog. Contact 1986. Plotkin M.J.  In de leer bij de sjamanen. 1995. McKenna Terence.  Voedsel der Goden. Entheon 1992 – 1998. Tijdschrift Panforum.  Bres 1996, 1997, 1998 Ecodrugs. Over producten in smartshops. Drugcentum. Castaneda Carlos. De lessen van Don Juan. De Bezige Bij 1972. (reeks) Huxley Aldous. Hemel en Hel / De deuren der waarneming. Contact 1956 – 1973 Snijder S.  Psychfarmaca. Natuur&Techniek 1968

maandag, december 12, 2016

Over herderstasje

Een plantje dat als onkruid praktisch het hele jaar door groeit en bloeit, is het onopvallende herderstasje met de indrukwekkende officiële naam Capsela bursa pastoris. Alleen al het uitspreken van zo'n naam kan leiden tot een bezwerende genezing.

Maar, al gekheid op een stokje, het begint er wel op te lijken dat de onnozelste onkruiden de grootste geneeskracht bezitten. Neem nu dat herderstasje, het is niet alleen bloedstelpend en bloeddrukregulerend maar heeft ook een vochtafdrijvende en mogelijk ook een menstruatieregulerende werking. Wat te veel van het goede? En toch is er niet alleen veel ervaring met deze plant maar zijn er ook wetenschappelijke aanwijzingen voor al die werkingen.

Herderstasje werkt bloedstelpend door een bloedstelpend peptide, is weeënopwekkend en bevordert baarmoedercontractie, door de aanwezige choline, acetylcholine, histamine en flavonglycoside. Het kruid is aangewezen bij te hevige menstruatiebloedingen, bij niet-menstruele bloedingen door progesterontekort in de premenopauze en bij baarmoederlijke bloedingen veroorzaakt door myoom of fibroom. Ook bij  bloedingen na de geboorte en bij wit verlies is herderstasje te gebruiken.

Herderstasje is bloeddrukregulerend: het werkt bloeddrukverlagend bij een te hoge bloeddruk, het verwijdt de bloedvaten door stimulatie van het parasympatisch zenuwstelsel. Het werkt ook bloeddrukverhogend   bij te   lage   bloeddruk   en   het   bevordert de bloedsomloop.   Herderstasje   heeft   een   positieve   invloed   op   het   hart.   Het werkt bloedvatvernauwend, werkt op het sympatische zenuwstelsel door de stof tyramine. Daarom is het aangewezen bij hoge én lage bloeddruk. Ook bij spataderen en zijn gevolgen zoals zware benen en bij aambeien is het te proberen al zijn daar wel betere planten voor.

Herderstasje beînvloedt de darmperistaltiek  door de acetylcholine en choline die de gladde spieren stimuleren. Je kan het dus gebruiken bij constipatie.Maar het is ook samentrekkend en heeft dus ook een gunstige werking bij diarree.

Opvallend is dus vooral zijn regulerende werkingen: bloeddrukverhogend en bloeddrukverlagend, stoppend en laxerend, zowel invloed op sympathicus als op para-sympathicus. Dus harmoniserend zou je kunnen zeggen.

Het is vooral de bloeiende plant, die we ook nu nog in december kunnen vinden, die als thee of tinctuur gebruikt kan worden.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/capsela-bursa-pastoris-herderstasje-1
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/capsela-bursa-pastoris

vrijdag, december 09, 2016

Muizeoor

Ook het kruipend muizeoortje kunnen we in de winter langs de wegkanten nog tegen komen. 
Muizeoor hoort bij het geslacht der havikskruiden. Dit plantengeslacht is wereldwijd verspreid (met de nadruk op Noordelijk Halfrond en Eurazië). een volledig overzicht van het gehele geslacht  geven is onmogelijk. Dat er zoveel soorten en ondersoorten zijn is te danken aan het botanisch verschijnsel, dat we ook  van paardenbloem kennen, apogamie (of apomixis). Het zaad kan ontstaan en rijp worden zonder dat er bevruchting geweest is. Daardoor ontstaan talrijke groepen Hieracium, die wel op elkaar gelijken, maar in detail toch verschillend blijven. Indien men nu deze 'kleine' groepen als soorten wil opvatten, moeten we wel van 10 000 soorten ('microspecies') spreken. Indien men evenwel de soorten 'groter" ziet, daalt het aantal tot bij voorbeeld 400, waarbij men dan binnen die soorten rassen of variëteiten, die dus gelijk aan de 'microspecies' zijn, kan onderscheiden. Indien men nu bedenkt, dat bovendien nog zelfbestuiving (tussen de bloemen van één hoofdje) en bastaardering tussen soorten kan voorkomen,wordt het duidelijk hoe ingewikkeld en moeilijk de indeling van dit geslacht is.

De wetenschappelijke naam Hieracium is vertaald als havikskruid. In de oudheid geloofde men dat haviken het gebruikten als oogdruppels om een bijzonder scherp zicht te krijgen. Tot na de middeleeuwen volgde men dit goede voorbeeld en gebruikte de mensen het sap in oogwater. Anderen menen dat het 'hierakion' noemt, omdat het op hoge rotsen groeide, waar haviken huisden. En een derde verklaring is dat de gestreepte bloemblaadjes op de veren van haviken lijken.

Muizeoortje
Eén soort havikskruid die ook medicinaal gebruikt word is Hieracium pilosella of gewoon Muizeoor. En dat verwijst natuurlijk naar de vorm van de kleine blaadjes, die behaard zijn, ook pilosella of pilosus betekent behaard. In alle landen en in alle tijden heeft men er blijkbaar het oor van die muis in herkent. Al in de twaalfde eeuw heeft Hildegard von Bingen het over Museore. En in Duitsland is het Mausohr, in Frankrijk Oreille de souris en in Engeland Mouse-eare. Wat niet wil zeggen dat er geen andere namen bestaan.
Nagelkruid bij Fuchsius (1543) slaat op de vorm van de bloem die iets weg heeft van een ouderwetse nagel en die vorm was weer aanleiding om het kruid te gebruiken om geïnfecteerde hoeven van beslagen paarden te genezen.
Bij Tabernaemontanus (1588) klonk dat zo 'dieweil es die vernagelde Pferde heylt'. Gezien het feit dat al bij Plinius sprake was over het scherpen van de ogen, zal het niet verwonderen dat de plant door de eeuwen heen voor de ogen gebruikt geweest is.

In zijn leerdicht de Moufeschans schrijft Hondius

Havyncx-cruyt van groote cracht
Bij den Vogel eerst bedacht
En van hem ons naergelaten
Comt de ooghen oock te baeten

Zelfs de wortel om de hals gedragen, zou volgens het 19de eeuws volksgeloof de ogen versterken. Maar Havikskruiden waren niet alleen goed voor de ogen maar vooral ook urinedrijvend, ook Dodoens beval de hele plant reeds aan tegen graveel en blaasstenen. En deze werking heeft wel de tand des tijd overleefd, want Hieracium pilosella wordt nu in de moderne Franse fytotherapie opnieuw als diureticum gebruikt.

De verse, bloeiende plant, dus gele bloemen, steeltjes en blaadjes,worden in alcohol van 45° in een verhouding van 1 op 5 (bvb 50gr plant met 250cc alcohol) veertien dagen gemacereerd (koud aftreksel)  en daarna gezeefd. Deze tinctuur kan als vochtafdrijvend en ontsmettend middel in een dosering van 3 maal daags 20 druppels gedurende 14 dagen gebruikt  worden om blaasontsteking te behandelen.

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/hieracium-havikskruid

donderdag, december 01, 2016

Wintergreen

Wintergreen is een altijdgroene plant (vandaar zijn naam) met leerachtige, gekartelde bladeren, witte bloemen en rode bessen. Deze Gaultheria's groeien van nature aan de voet van de Nepalese Himalaya maar we vinden deze plantjes nu volop in de tuincentra tussen de kerstversieringen.
De bessen en het blad zijn een rijke natuurlijke bron van methylsalicylaat (tot 98%). Deze grondstof wordt op grote schaal synthetisch geproduceerd en gebruikt in vele geneesmiddelen en sportcrèmes. Het natuurlijke methylsalicylaat werkt effectiever dan de synthetische versie. De etherische olie wordt daarom veel toegepast bij spier- en gewrichtspijn. Is ontstekingswerend, pijnstillend en antibacterieel en heeft een karakteristieke frisse geur. De etherische olie wordt verkregen door traditionele trage distillatie bij lage druk van het in warm water geweekte blad, is lichtgeel tot rose van kleur en heeft een houtachtige, fruitige geur.

Gaultheria procumbens L.  Wintergreen
frans: Gaultherie couchee
engels: Wintergreen
familie: Ericacea
gebruikt deel: blad
actieve bestanddelen: Aromatische esters: methylsalicilaat (99%)

Werking en gebruik:
  • Krampstillend+++ 
  • Leverstimulans+++ 
  • Ontstekingsremmend+++ 
  • Vaatverwijdend+
Specifieke therapeutische werking:
  • Artritis 
  • Hoge bloeddruk+++ 
  • Hoofdpijnen (van lever bloedcirculatie oorsprong)++ 
  • Krampen 
  • Kransslagaderonsteking (crisis)(kuur)+++ 
  • Leverinsufficientie ++ 
  • Reuma, spieren 
  • Reumatoide polyartritis 
  • Tendinitis
Contra-indicatie: niet inwendig gebruiken

Bij reumatische klachten en spierpijn; 10 druppels Wintergreenolie mengen met een eetlepel basis olie of sintjanskruidolie en hiermee de pijnlijke plaatsen masseren.

Wetenschappelijke info: https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/gaultheria-bergthee-wintergreen

dinsdag, november 15, 2016

Over Zweedse kruiden en de theriakel

In de lessen 'Inhoudsstoffen' bespreken we antrachinonen, laxerende stoffen uit planten zoals vuilboom, sennapeulen en Aloë. En als we het over Aloë hebben kan ik het niet laten om het over een oud maar ook nu nog populair en wat mij betreft wat dubieus middel als de Zweedse kruiden te hebben. In dit kruidenmengsel zitten heel wat planten met laxerende antrachinonen. Nog vreemder is de aanwezigheid van het historsche theriakel en dat was oorspronkelijk een zeer ingewikkeld, duizend jaar oud kruidenmengsel. Zweedse kruiden is dus een mengsel in een mengsel .

Deze theriak was eeuwen een beroemd tegengif en werd voor het eerst samengesteld door Andromachus, de geneesheer van Nero en was het meest beproefde en zekerste geneesmiddel tegen de meeste ziekten ; het hielp niet alleen bij vergiftigingen, doch ook bij andere meer gewone kwalen. Het genas immers langdurige hoofdpijn, duizeligheid, vallende ziekte en kortademigheid ; het verhelpt de slechte spijsvertering van de maag en de ongesteldheden van de ingewanden, zelfs kolieken en verstoptheid. Het doodt de wormen, verhelpt het gemis aan geestkracht en het gebrek aan lichaamskracht en is een heilzaam geneesmiddel tegen koortsen, vooral de vierde daagse koorts.

Deze therapeutische eigenschappen werden al vermeld in het Antidotarium van 1652. Zoals hieruit blijkt is de Triakel een ware panacée. Het is duidelijk dat de geneeskrachtige werking vooral toe te schrijven was aan de aanwezigheid van opium. Stilaan werd dan ook kritiek uitgeoefend op de samenstelling. Moyse C h a r a s schrijft reeds in zijn « Pharmacopée royale, galenique et chymique 1682 » : « mais parceque 1'assemblage d'un si grand nombre de différentes drogues pour une seule composition, a depuis long-tems choqué la plus part des personnes capables d'en juger... et parce qu'on est bien informé que plusieurs médecins et surtout la pluspart des apotiquaires, souhaitent passionnément... » en..... hij geeft een gewijzigde formule op, die bijna even omslachtig is !

Het was bij de Asklepiades of priester-geneesheren de gewoonte de formules van hun geneesmiddelen in het marmer van hun tempels te griffelen. Zo vindt men te Kos de formule van de Triakel gegrift op een poort van de tempel aan Esculaap gewijd. De Pharmacopea Bruxellensis 1641 geeft in zijn voorwoord een vers ten beste dat niet van sarcasme vrij is en toepasselijk blijft, doch tevens getuigt van de grote waarde die men destijds aan deze samenstelling hechtte : Toxia si Momi timeas, Andromachus adstatIlle tibi Antidotum Theriacale dabit. Indien gij de giften van.Momus (de god van de spot) vreest, Andromachus is met u, hij zal u het Triakeltegengif geven.

Deze triakel, de panacee tegen alle ziekten, een tegengif bij vergiftigingen, die vooral tegen pest, cholera en andere epidemieën gebruikt werd, heeft natuurlijk ook dichters-apothekers, die bestonden er toen nog, geïnspireerd om de weldaden van de theriak in verzen neer te schrijven. Andromachus uit Kreta had reeds in de tweede helft van de eerste eeuw na Kristus een verbeterde samenstelling van de Triakel in 174 Griekse verzen bezongen. De Brugse apotheker Jan Bisschop (Brugge 1590 – Gent 1664) vertaalde deze verzen: Triakel van Andromachus de Oude, in Griecksche verssen beschreven ende in Neder-duytsche na-ghevolght.

Enkele voorbeelden 
Centaurium Minus (Erythraea centaurium Pers., Klein duizendguldenkruid, koortskruid, galle boven d'eerde (Wvl), kutsekruid (Wvl)Dit purperblomken kleen en dightis lievelick in het ghesightsyn kruydt is bitter als Galen 't groeyt in 't noorden overal.

Chamepithis (Ajuga chamaepitys Schreb., akkerzennegroen, hoe langer hoe liever (Pharm. Gand.), Velt-Cypres (Dodoens).De groene Veltcipressche plantgroeyt aen het duyn in Enghelantis heet en droogh in al sijn doenen s'Wynters Somers even groen.

Zo een wonderlijk medicijn moest natuurlijk ook mooi verpakt worden. De theriak werd dan ook met veel zorg bewaard in prachtig versierde Triakelvazen, die soms echte kunstwerken waren, die nog altijd de trots uitmaken van musea. De Triakel is officieel verleden tijd, toch duikt hij in gereduceerde of verborgen vorm ook nu soms op in andere wondermengsel zoals de Zweedse kruiden. En ondanks de absurditeit van die recepten, blijft toch de vraag waarom zulke middelen ontstaan zijn en vooral waarom ze zo lang in gebruik bleven. En waarom ze nu terug uit de hoek gehaald worden?

Niet dat ik dit hele verhaal aan mijn Syntrastudenten verteld heb, maar onderweg naar huis in de donkerte van de autostrade maalt het hele verhaal wel door mijn hoofd. Mijn herboristische manier om op een vlotte manier thuis te komen.