donderdag, december 01, 2016

Wintergreen

Wintergreen is een altijdgroene plant (vandaar zijn naam) met leerachtige, gekartelde bladeren, witte bloemen en rode bessen. Deze Gaultheria's groeien van nature aan de voet van de Nepalese Himalaya maar we vinden deze plantjes nu volop in de tuincentra tussen de kerstversieringen.
De bessen en het blad zijn een rijke natuurlijke bron van methylsalicylaat (tot 98%). Deze grondstof wordt op grote schaal synthetisch geproduceerd en gebruikt in vele geneesmiddelen en sportcrèmes. Het natuurlijke methylsalicylaat werkt effectiever dan de synthetische versie. De etherische olie wordt daarom veel toegepast bij spier- en gewrichtspijn. Is ontstekingswerend, pijnstillend en antibacterieel en heeft een karakteristieke frisse geur. De etherische olie wordt verkregen door traditionele trage distillatie bij lage druk van het in warm water geweekte blad, is lichtgeel tot rose van kleur en heeft een houtachtige, fruitige geur.

Gaultheria procumbens L.  Wintergreen
frans: Gaultherie couchee
engels: Wintergreen
familie: Ericacea
gebruikt deel: blad
actieve bestanddelen: Aromatische esters: methylsalicilaat (99%)

Werking en gebruik:
  • Krampstillend+++ 
  • Leverstimulans+++ 
  • Ontstekingsremmend+++ 
  • Vaatverwijdend+
Specifieke therapeutische werking:
  • Artritis 
  • Hoge bloeddruk+++ 
  • Hoofdpijnen (van lever bloedcirculatie oorsprong)++ 
  • Krampen 
  • Kransslagaderonsteking (crisis)(kuur)+++ 
  • Leverinsufficientie ++ 
  • Reuma, spieren 
  • Reumatoide polyartritis 
  • Tendinitis
Contra-indicatie: niet inwendig gebruiken

Bij reumatische klachten en spierpijn; 10 druppels Wintergreenolie mengen met een eetlepel basis olie of sintjanskruidolie en hiermee de pijnlijke plaatsen masseren.

Wetenschappelijke info: https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/gaultheria-bergthee-wintergreen

zondag, november 13, 2016

Wilde wandelsoep

Wild Voedsel. Wandelen in het domaine du Bonsoy. Bij de receptie wandelen we recht naar beneden, bij het beekje naar de vijver toe. Twintig mensenkinderen achter mij aan. We schuifelen in herfstige geur en met mijn oranje regenscherm verwijder ik de gele, roeste bladeren om resten van groen blad bloot te leggen. Gekke goudzoekers zijn we wel, als we voor de zoveelste keer gewoon nagelkruid ontdekken. Een plantje uit de grond halen en dan de subtiele geur van kruidnagel opsnuiven. Kleine, kinderlijke wonderen met betekenis. Geum urbanum, geel nagelkruid, vergeten plant met bijzondere werking op de darmen.

Maar......we moeten verder, planten zoeken om straks een wilde soep te maken voor twintig hongerige mensen. Bij de grote visvijver vinden we volop kleine veldkers en het zeldzame, maar hier massaal aanwezige goudveil, genoeg om onze soep groen te kleuren. Berenklauwblad is ook overal aanwezig, dit grote blad kan niet alleen het volume vermeerderen maar ook smaak aan de soep geven.

Nu maken we een scherpe bocht, het mooie pad terug naar boven. Brandnetel en andere bosplanten maar het is vooral aan de rand van het bos in de rommel van de boerderij  dat we uitbundig veel fris groen vinden, groot glimmend look zonder lookblad, weelderige veldkers, brandnetel, knopkruid........ tevreden kunnen we terugkeren. We zullen zeker niet verhongeren.

Over knopkruid
De wetenschappelijke naam van dit algemeen onkruidje is Galinsoga vernoemd naar een zekere Galinsoga (1766-1797), botanicus en hofarts van  de koningin van Spanje. De soortnaam parviflora komt van het Latijnse parvus = klein en flos = bloem: met kleine bloemen. De Nederlandse naam ‘knopkruid’ verwijst ook naar het kleine, knopvormige gele bloemhoofdje.
De plant komt van oorsprong uit Zuid-Amerika (Andesgebergte). Rond 1820 is deze plant op een of andere manier hier in Europa ingeburgerd. De plant komt vooral voor in akkers en tuinen, omgewoelde wegbermen en opgehoogde terreinen. Kaal Knopkruid is eetbaar, tenminste de jonge blaadjes en stengels. Het kan ook in soep meegekookt worden. Het smaakt een beetje naar zeekraal en zit vol met calcium. Oude bijnamen zijn Akkerpest (een woekerend onkruid), Duitskruid (knopkruid breidde zich vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog uit, de fout van die Duitsers...), ook de naam Moffenkruid zegt genoeg.

vrijdag, november 04, 2016

Amulet

Het woord amulet kan afgeleid zijn van het Arabische 'hamalet' dat aanhangsel betekent.  Of van het Latijnse 'amoliri' dat afwenden betekent. Plinius de Oudere (24-79 na onze jaartelling) gebruikte in zijn Natuurlijke historie het woord amuletum. Een ander woord is talisman, dat via het Arabische tilasm teruggaat op het Griekse telesma, 'gewijd voorwerp'. Het dragen van een amulet is een internationaal gebruik dat vrijwel tijdloos is.

Een voorbeeld uit het oude Egypte is de udjat, het oog van Horus, dat zieken genas en doden hielp te herrijzen. Men droeg de amulet meestal aan de hals, de arm, de vingers of de oren, maar ook wel in een broekzak of bevestigd tegen het zieke lichaamsdeel. De amulet werd gebruikt om demonen af te schrikken en als zodanig valt zij onder de magische middelen. Vaak ook is de toepassing te begrijpen vanuit de sympathie-en signatuurleer.

Voorbeelden van amuletten die men vroeger om de hals droeg: tanden of een muizenkop (voor het doorkomen van de tanden), een ijzeren ring (jicht), doodkistnagels (reuma), wormen in een zakje (dauwworm), een rood draadje (neusbloedingen). Oorringen droeg men om oogklachten te voorkomen en te behandelen. Soms ook stak men de amulet in de broekzak of hing men hem in een zakje in de onderbroek: paardenkastanje of aardappel tegen reuma, de wortels van helmkruid tegen aambeien en de knolletjes van mannetjesorchis tegen potentieproblemen.

Soms waren er middelen die men gelijktijdig als amulet én geneesmiddel gebruikt. Een aftreksel van de maretak (Viscum album) op rode wijn was (is?) een middel tegen epilepsie. Ringen uit het hout van de maretak gebruikt men voor hetzelfde doel.
Een mengsel van wilde kastanjes en peper  droeg men in een zakje op de maag of men nam het in bij maagklachten (Van Andel, 1909).

Vaak vond men de amulet ook bij de christelijk-magische middelen. Zo ontlenen de gewijde penning, de medaille en het vaantje hun betekenis als amulet aan het feit dat men door het dragen ervan zich onder bescherming van een heilige stelt. Ik kan mij nog herinneren dat we 50 jaar geleden in het College een relikwie kregen van de heilige. Een kleine dichtgeplakte briefomslag met een stukje stof, dat in contact was geweest met de beenderen van de heilige.

Het dragen van amuletten komt ook nu nog voor. Zeker in de vorm van edelstenen.
  • Bergkristal: Geeft zelfvertrouwen, stelpt bloeding en diarree, helpt tegen rugpijn, menstruatiestoornis, depressie en overgangsklachten, werkt reinigend na ziekte, geeft nieuwe energie, helpt bij wagen en zeeziekte.
  • Hematiet: Helpt bij bloedarmoede, lichamelijke zwakte en vermoeidheid, geeft kracht en moed, bevordert een rustige slaap en stelpt bloedingen
Maar ook vele gewone sieraden zijn mogelijk nog overblijfsels van de vroegere amulettendracht. Zelfs het dragen van een stropdas of een lievelingssjaal moet soms geluk brengen. Echte amuletten zijn ook het dragen van een ketting met kruis. En wat te denken van de gelukspoppetjes of dobbelstenen die aan autospiegels bengelen? En natuurlijk vandaag de amulet der amuletten: de smartphone.

Kennelijk voorzien amuletten of hoe je ze ook wil noemen aan een universele menselijke behoefte om zich veilig te voelen.

Mogelijke werkingen van amuletten
  • Een symbolische betekenis, mogelijk een placebowerking
  • Het dragen van een amulet herinnert je ook steeds weer aan het probleem of de belofte. Een geheugensteuntje. Een communicatiemiddel dus. Zoals de smartphone?
  • Een energetische werking van het kruid, de edelsteen of van de vorm van het amulet
  • Een mogelijk materiële werking door het overgaan van mineralen en andere stoffen door wrijving op de huid.

zondag, oktober 23, 2016

Peyote mijn vriend


Zoals gewoonlijk heb ik op de eerste lesdag van de nieuwe opleiding enkele voor mij vertrouwde planten bij. Natuurlijk om er info over te verstrekken maar ook bedoeld om voor mezelf een vertrouwde omgeving te creëren. Mijn levende amuletten. En mijn relikwie bij uitstek is de meer dan 40 jaar oude rituele cactus Peyote. Ooit als jonge man gekocht op de bloemenmarkt in Amsterdam.

Deze beroemde peyote-cactus (Lophophora williamsii) is de eerste hallucinogene plant die door de Europeanen in Amerika werd ontdekt. Hij wordt vooral in verband gebracht met de Huichol-Indianen uit de Sierra Madre in Mexico, al wordt hij ook gebruikt door de Tarahumara-Indianen, de Noordamerikaanse Kiowa's en Comanches en de in recenter tijden gevestigde Native American Church. De cactus groeit vooral in het Noorden van Mexico en in het Zuiden van Texas. De geslachtsnaam Lophophora betekent "borstelig begroeid, borstel dragend", wat verwijst naar de  wollige pluizenbundels die op elke knobbel van de bol zitten. Deze pluisjes beschermen de groeiende bloemknoppen en de kleine zaadjes.

Deze psychedelische cactus is natuurlijk bekend om zijn ritueel gebruik toch is hij ook als woestijnplant bijzonder. Om te overleven trekt hij zich namelijk in de winter in de grond terug voor een soort winterslaap. Zo beschermt hij zich tegen de koude, uitdrogende winden. Als in de herfst de droogtetijd begint, dan schrompelt de plant van boven zo sterk in elkaar, dat deze vaak de helft van zijn normale volume verliest. Vastgehouden door de sterke ondergrondse wortel wordt het bovengrondse deel door de verschrompeling onder de grond getrokken. Al gauw blaast de wind er zand en stof overheen en heeft de plant zijn winterkwartier betrokken. In de lente zuigt het rimpelige plantaardige lichaam snel al het nu weer voorhanden zijnde water op, zwelt binnen een paar dagen op tot zijn vroegere omvang, groeit nu rustig verder in licht en warmte en staat spoedig in bloei.

De eerste gedetailleerde beschrijving van de cactus werd gegeven door Francisco Hernandez, arts van koning Filips de Tweede van Spanje, die een studie van de geneeskunde van de Azteken had gemaakt. Hij schrijft: De wortel is bijna middelgroot, ontwikkelt geen takken of bladeren boven de grond, maar vertoont een bepaalde wolligheid, waardoor hij niet goed door mij kon worden afgebeeld. Zowel mannen als vrouwen schijnen erdoor te worden geschaad. Hij blijkt vrij zoet van smaak en matig pikant. Fijngemalen en aangebracht op pijnlijke gewrichten schijnt hij verlichting te geven. Wonderbaarlijke eigenschappen worden aan deze wortel toegeschreven, als tenminste geloof kan worden gehecht aan wat hierover in het algemeen door de Azteken wordt gezegd. Hij stelt degenen die hem verorberen in staat in de toekomst te zien en zaken te voorspellen.

Peyote is een hallucinogene cactus die een grote verscheidenheid aan effecten veroorzaakt. Zijn belangrijkste alkaloïde bestanddeel is mescaline, maar hij bevat ook rond de dertig andere psychoactieve stoffen. Gebruikers kunnen helder gekleurde beelden ervaren, flikkerende aura's rondom objecten, gevoelens van gewichtloosheid en ook ongebruikelijke gehoor- en gevoelsensaties.
Chemisch gezien berust de werking waarschijnlijk op de beïnvloeding van de biogene
aminenstofwisseling. De neurotransmitters die de prikkels in het zenuwstelsel moeten overbrengen worden verstoord, waardoor de werkelijkheid anders wordt waargenomen. Natuurlijk is dat een nuchtere, materiële en mogelijk ook té nuchtere kijk op deze en andere heilige planten. Door deze planten als chemische drugs te bekijken en te gebruiken en weg te halen uit  hun spirituele en rituele context verliezen ze hun positieve en bewustzijnsveruimende werking.

zaterdag, oktober 22, 2016

Over mensen en kruiden…

Een impressie. Over hoe een studente het begin van de herboristenopleiding ervaart. Zaterdagmorgen na het ochtendritueel wordt ik opgepikt door Mariela  en rijden we samen naar de kerk van Berchem waar we hebben afgesproken met Katrien. Na een vlugge ochtendgroet met de zachtzinnige Katrien en onder wat gekeuvel vangen we onze rit aan naar Sinaai,  een landelijk dorpje gelegen in de streek van de Moere zoals dat in oude tijden werd genoemd.  Redelijk vlug komen we aan op het afgesproken adres en ik voel me onmiddellijk een beetje thuiskomen vermits ikzelf uit Moerbeke-Waas kom, dat zich  een paar dorpen verder situeert.



We stappen een dreefje door bezaaid met duizenden noten van de tamme kastanje en, de oh’s en ah’s en heb je een zakje bij, ontsnappen uit onze mond. Terwijl we het dreefje doorstappen worden we door de vriendelijke Beatrijs ontvangen. We vertellen haar hoe mooi ze wel woont in deze natuurlijke omgeving en vragen naar de tamme kastanjes. Er worden een paar tips gegeven ivm het parkeren want hoe praktisch een wagen dan ook wel mag wezen, je vouwt hem zomaar niet op om hem daarna in je handtas te stoppen. Na onze eerste stappen in het wildplukken van tamme kastanjes begeven we ons naar het huis van Beatrijs dat ons vol met prachtige architecturale verrassingen ontvangt. We worden overweldigd door de enorme omvang van het glazen huis met in- en outdoor vijvers waarin prachtige koi’s in verschillende kleuren en maten rondzwemmen. De natte neus van de hond raakt zachtjes mijn hand. De met liefde ambachtelijk gevormde ramen en deuren trekken vervolgens onze aandacht met veel lovende woorden van bewondering tot gevolg.

Beatrijs ondertussen al bezig met het traditioneel opgieten van koffie verwelkomt ons nogmaals en we krijgen ondertussen de kans om kennis te maken met Carla een spontane vrouw die reeds vele uren vanuit Duitsland (Bremen-Hamburg- Denemarken) had gereden om samen met ons de cursus van Maurice te volgen.
Stilletjes aan komen de andere leden van de nieuwe te vormen cursistengroep binnen gesijpeld. We sippen aan onze koffie of maken een tasje thee, eten een boterhammetje of koek en praten met de nieuw aangekomenen. De groep is bijna volledig en een frêle uitziende man met een bos witte haren en baard komt stilletjes binnengewandeld. Zelf ben ik een grote fan van Aziatische legenden en verhalen en het beeld van Maurice doet mij onmiddellijk denken een Sifu of shīfu (skillful person or a master/teacher/old person of skill) persoonlijke vrije vertaling, oude wijze met veel ervaring.

Ook al ontmoet je dikwijls nieuwe groepen cursisten zoals Maurice, ik kan alleen maar vermoeden dat die eerst ontmoetingsdag ook voor hem nog altijd een stressvol gebeuren moet zijn. Elkaar beetje bij beetje leren kennen en een delicaat evenwicht opbouwen tussen lesgever en cursist, tussen theorie en praktijk en tussen persoonlijke ervaring en algemene kennis zodat ieder individu aan zijn trekken komt lijkt mij een ganse opgave, het zou mij slapeloze nachten bezorgen.

Ieder van ons zoekt een plaatsje aan de grote tafel en Maurice die een onuitputtelijk spraakwater blijkt te zijn, tovert orde uit chaos en brengt chaos waar eerder orde was. Hij duikt van het ene verhaal in het andere en pikt terug aan bij de materie waarmee hij gestart was. We starten met het spijsverteringsstelsel en van daaruit worden gerelateerde planten besproken. Maurice gaat ons helpen een frame op te bouwen waarmee we kunnen werken zodat we ieder plant die besproken wordt ten volle kunnen benutten.

Net voor de middagpauze krijgen we de kans om ons voor te stellen en te vertellen hoe ieder van ons tot op dit punt is beland. We mogen een glimp opvangen van ieders redenen die toch nog vele interessante, warme, droevige, blijde of boeiende achterliggende verhalen doen vermoeden. Daarna zoeken we de boterhammen en warme koffie of thee en verse met liefde gemaakte soep van Beatrijs op. De groep zwermt uit en ieder van ons zoekt connectie met één of een paar van de andere cursisten om elkaar beter te leren kennen en zo op een aangename manier het middagmaal te nuttigen…….

Impressie geschreven door Myriam Puts


zondag, oktober 09, 2016

Reuzeberenklauw, mooi maar meedogenloos.

De reuzeberenklauw, officieel bekend als Heracleum mantegazzianum, is van huis uit niet inheems. Hij komt uit de Kaukasus en is al lang geleden als bijzonder gewas naar West-Europa gehaald om kasteelparken te versieren. Daar verwilderde hij nogal gemakkelijk, zodat hij zich in sommige bossen een eigen ecologisch plaatsje  ging veroveren. We kunnen ons nu bijna niet meer voorstellen dat hij populair geweest is als sierplant. Nu wordt je bijna als een kleine moordenaar beschouwd als je hem mooi vind.Een aantal jaren geleden nam de berenklauw eerst Engeland stormenderhand in, eerst als doelbewust geplante tuinbewoner, daarna als al te gewillige kolonisator met imperialistische neigingen.


'Voorzichtig met reuzenbereklauwen' en 'De reuzenbereklauw bedreigt ons land' waren de alarmerende koppen in sommige dagbladen. Niet alleen als onkruid vreest men de grote schermbloemige, maar meer nog vanwege de fotosensibiliserende eigenschap waardoor mensen overgevoelig worden voor zonlicht en dan ook lelijke verbrandingen met zelfs littekens kunnen oplopen.

Toch blijft het voor mij een bijzonder boeiende plant, al was het maar omwille van de mooie herinneringen uit mijn begintijd als kruidenliefhebber en als herborist. Mijn eerste kennismaking ermee was in de bosrijke villawijken bij de Nederlandse stad Breda. Ontsnapt uit zo'n grote villatuin stond hij langs de wegrand te pronken, het was alsof ik een voorhistorische plant uit het dinosaurustijdperk ontmoette. Ik veroorzaakte bijna een ongeluk, toen ik bruusk mijn auto op de weg tot stilstand bracht om vol eerbied maar ook wat verdwaasd deze verschijningen te aanschouwen. Later heb ik ze aangeplant in mijn wilde tuin bij Weelde Statie, waar ze achterin op het meest vochtige stuk van de tuin body gaven aan de border.

Ook de buren hadden wel enige, weliswaar voorzichtige bewondering voor deze mastodonten, tot dat hun keurig tuintje van het ene jaar op het andere barstensvol stond met bereklauwbabietjes.Het is nu eenmaal een goede zaaier, dat moet ook, omdat zo'n tweejarige na de bloei afsterft en zijn voortplanting verzekert met zaad. Zaad dat in de decoratieve reuzeschermen mooi en veel aanwezig is.

De zogenaamde fotosensibiliserende werking is een bijzonder fenomeen, stoffen furocumarinen met de naam psoraleen en bergapteen maken de huid overgevoelig voor zonlicht waardoor gemakkelijk brandplekken en blaren kunnen ontstaan. Zo snelmogelijk de huid spoelen en uit de zon gaan voorkomt die verbrandingen. Vooral planten uit de familie der schermbloemigen (bereklauw, pastinaak maar ook bekende keukenkruiden zoals selder en peterselie) en de Rutacaea, citrusachtigen zoals Wijnruit en Citrussoorten kunnen deze overgevoeligheidsreacties veroorzaken.Toch hebben deze stoffen ook positieve effecten de psoralenen worden bijvoorbeeld gebruikt bij vitiligo en psoriasis, dus bij de behandeling van huidziekten. Furocumarinen zoals psoraleen kunnen de pigmentatie in de huid stimuleren. En het is ook duidelijk dat bij inwendig gebruikt, denk maar aan selder en peterselie, deze planten niet hetzelfde negatief effect veroorzaken. Furocoumarinen  zijn weinig oplosbaar in water, en daarom is het inwendig gebruik van deze kruiden zonder risico.

Namen: Grande Berce du Caucase, Héraclée, Giant Hogweed, Riesenbärenklau

maandag, oktober 03, 2016

Balsemwormkruid

Tijdens het op orde brengen van de grote border ruikt ik plots de muntige geur van balsemwormkruid. Deze toch wel makkelijke plant heeft dit jaar vreemd genoeg niet gebloeid. De gele bloemknopjes(alleen maar buisbloemen) lijken sterk op boerenwormkruid, niet verwonderlijk ze horen ook tot hetzelfde geslacht, de ene noemt Tanacetum balsamita en de andere Tanacetum vulgare. Verder lijken ze weinig op mekaar, het blad van de vrouwenmunt is niet ingesneden, veel lichter groen en ruikt muntachtig. In Engeland werd het vroeger gebruikt om bier te aromatiseren, vandaar de naam Ale-cost. Costmary zou komen van costus, oosters en Mary, van onze Heilige Maagd. Vooral in de Middeleeuwen was de plant blijkbaar sterk verbonden met Maria, ook de Franse naam Herbe Sainte-Marie en de Duitse Marienblatt geeft dit aan. Alhoewel deze namen ook kunnen samenhangen met het gebruik in de Middeleeuwen als vrouwenkruid.

De Engelse herborist Gerard schrijft  'The Conserve made with leaves of Costmaria and sugar dothwarm and dry the braine and openeth the stoppings of the same; stoppeth all catarrhes, rheumes anddistillations, taken in the quantitie of a beane.' En de beroemde Culpepper: ...It is an especial friend and help to evil, weak and cold livers. Theseed is familiarly given to children for the worms, and so is the infusion of the flowers in whitewine given them to the quantity of two ounces at a time. Walahfrid Strabo bezingt de laxerende werking van de vrouwenmunt: "... Kocht man die Wurzel, mit heilsamer Hilfe Fördert sie träge Verdauung und regelt glücklich den Stuhlgang. Duitse volksnamen waren 'Riechblättchen oder "Schmeckablaadl" , ze werden omwille van hun geur als bladwijzer gebruikt, vooral in kerkelijke gebedenboeken. De verfrissende geur moest ervoor zorgen dat de kerkgangers wakker bleven tijdens de saaie sermoenen van de pastoor.

Dodonaeus in zijn Cruydt boeck schrijft: Die bladeren van die groote Balseme alleen oft met den sade van wilden Pastinaken in wijn ghesoden ende ghedroncken ghenesen dat crimpsel des buycx ende stelpen dat root melizoen.
Die conserve van den bladeren met suycker ghemaeckt/ verwermt ende drooght die herssenen/ opent die verstoptheyt van der selver/ ende es seer goet tseghen den loop ende gheweldighen vloet van den catarren/ een boon groot inghenomen.
Dit selve cruyt wordt oock ghelijck Savie ende dyerghelijcke cruyden in die spijsen/ sonderlinghe in die eyercoecken ghebruyckt ende es daer seer dienstelijck ende smaeckelijk in.

Een onverwachte, moderne toepassing van deze Tanacetum vinden we terug in hedendaags Iraans onderzoek. Door het voedsel van leghennen gemengd zou het de prestaties van de kippen en de kwaliteit van de eieren verbeteren. The overall results showed that the use of 1.5% and 2% of costmary medicinal plant in the diets of laying hens had positive effects on their performance, egg traits, and bloodbiochemical parameters.


IJAS. 2013; 3(2): 307-312 The Effects of Different Levels of Costmary (Tanacetum balsamita) Medicinal Plant onPerformance, Egg Traits and Blood Biochemical Parametersof Laying Hens. A. Nobakht and M. Moghaddam.




woensdag, september 14, 2016

Moes-distel eetbaar en inuline

Moesdistel, daar moet dus moes van te maken zijn. En inderdaad het jonge, wat prikkelige blad is gestoofd goed te eten mits je het mengt met snijbiet, spinazie of iets dergelijks. Dat de bloemknoppen op zijn artisjoks kunnen klaar gemaakt worden, heb ik ondertussen opgegeven en ook de wortels wil ik niet meer te veel proberen.  Ik heb ze gisteren weer eens klaar gemaakt, wel gekookt met paarse peen en kliswortel, merkwaardig is wel dat de dunne wortels redelijk snel gaar koken, behalve de kern die als een lange, fijne spaghettisliert uit de wortel te trekken is. Wie weet misschien toch geschikt om spaghetti te fabriceren.

Ik lees: Young leaves - cooked and used as a vegetable. Root - cooked. Harvested before the plant flowers, it was formerly used as a table vegetable. The root is likely to be rich in inulin, a starch that cannot be digested by humans. This starch thus passes straight through the digestive system and, in some people, ferments to produce flatulence'. Rijk aan inuline kan interessant zijn, al zijn dan de knollen van aardpeer, de wortels van wilde chicorei en paardenbloem toch gemakkelijker te verwerken. Interessant niet omwille van de flatulentie maar wel om de verbetering van de darmflora, inuline en andere FOS zijn namelijk voedsel voor de goedaardige darmbacteriën.

Over inuline: Effet prébiotique. Les résultats d’études menées sur des animaux et sur des humains ont permis d’établir que l’inuline favorise la croissance des bactéries intestinales bénéfiques5. Cela est attribuable au fait que l’inuline n’est ni digérée ni absorbée avant d’arriver dans le côlon : comme elle est intacte, les bactéries peuvent s’en nourrir.

Dans plusieurs pays, en France et au Japon notamment, les fabricants d’aliments enrichis en inuline ou en FOS peuvent afficher des allégations à l’effet que leurs produits stimulent la croissance des bifidobactéries6. Par exemple, en France, l’allégation suivante est permise : « L’inuline native de chicorée est bifidogène (stimulation de la croissance des bifidobactéries intestinales) à un dosage quotidien de 5 g/jour »7.

Cet effet prébiotique pourrait contribuer au traitement et à la prévention de plusieurs troubles gastro-intestinaux. On a, par exemple, vérifié si l’inuline pouvait être utile pour soulager les symptômes du syndrome de l’intestin irritable et des maladies inflammatoires de l’intestin. Les données sur les animaux ont été concluantes et les essais sur les humains ont donné des résultats prometteurs, mais ceux-ci restent préliminaires étant donné le nombre restreint de sujets2,8.

2. Inulin-type prebiotics: a review. (Part 2). Kelly G. Altern Med Rev. 2009 Mar;14(1):36-55. Review. Texte intégral : www.thorne.com
6. Coussement PA. Inulin and oligofructose: safe intakes and legal status. J Nutr. 1999 Jul;129(7 Suppl):1412S-7S. Review. Texte intégral : http://jn.nutrition.org
7. Agence française de sécurité sanitaire des aliments. Avis, 20 avril 2005. [Consulté le 28 août 2009] www.afssa.fr
8. Inulin and oligofructose in chronic inflammatory bowel disease. Leenen CH, Dieleman LA. J Nutr. 2007 Nov;137(11 Suppl):2572S-2575S. Review. Texte intégral : jn.nutrition.org
9. Inulin and oligofructose: review of experimental data on immune modulation. Seifert S, Watzl B. J Nutr. 2007 Nov;137(11 Suppl):2563S-2567S. Review. Texte intégral : jn.nutrition.org





maandag, september 05, 2016

Groene venkelzaden / Fructus foeniculi

Uit Materia Medica Dioscorides
De nog net niet rijpe, groene venkelzaden zijn nu goed te eten. Ik pluk de hele schermen om ze te drogen of om er likeur, tinctuur of siroop mee te maken. Ook in appelazijn getrokken kunnen ze als vinaigrette in een vruchtensalade gebruikt worden.

Venkel of Foeniculum vulgare is een Zuid-Europese schermbloemige, die ook in Belgie en Bretagne gemakkelijk groeit. Heeft wel graag een goed gedraineerde grond. De bronsbladige variëteit staat ook goed in een paars-roze sierborder. Alles aan de plant kan gebruikt worden. De verdikte wortel als groente, de stengels samengebonden in droogboeketten, het blad in de keuken bij visgerechten en de zaden (vruchten)  als medicijn. Vooral voor verkrampte darmen, bij buikpijn en gassen is het gekauwde zaad of een kruidenthee samen met kamille de redder in nood. Verder heeft Venkel ook een slijmoplossende en een zogvormende werking. Dus een echt kruid voor moeder en kind, al mogen de vaders er ook van snoepen.

Venkel is al sinds de oudheid bekend en werd als toekruid gebruikt door de Chinezen, Indiërs en Egyptenaren. De Romeinen aten de jonge scheuten graag als groente en venkel is nog altijd erg populair in Italië. De oude Chinezen en Grieken gebruikten venkel als een middel tegen slangenbeten.

In het oude Griekenland was de naam van venkel marathon of marathron. Het beroemde slagveld waarop de Grieken in 490 v. C. een grote overwinning behaalden op de Perzen heette dus eigenlijk „venkelveld". Marathron komt van maraino, fijn groeiend. Plinius merkte in de eerste eeuw op, dat slangen, die aan het vervellen waren, venkel aten om hun gezichtsvermogen weer op peil te brengen. Hij beval het kruid aan om zijn geneeskrachtige eigenschappen, in het bijzonder de versterkende uitwerking, die het volgens hem op het gezichtsvermogen had, een veronderstelling, die later alom bevestigd zou worden door kruidkundigen uit de veertiende tot de zeventiende eeuw.

In de middeleeuwen hing men venkel boven de staldeuren om de boze geesten te weren. De uiers van koeien werden ingesmeerd met een venkelpasta, zodat hun melk niet behekst kon worden. Nu is venkel ook bekend als zogvormend middel, mogelijk werd die pasta dus ook gebruikt om de koeien meer melk te laten geven.

Praktisch gebruik vlgs monografie herboristen opleiding 'Dodonaeus'
Vooral krampwerend voor de spijsvertering en de luchtwegen. Geschikt voor kinderen en baby's, maar geen etherische olie gebruiken! Darmgassen, kramp, opgeblazen gevoel, dyspepsie.'Versoet de smerte en krimphinghe des buyks' zegt Dodonaeus zo mooi. Venkelzaad s ook goed te combineren met bitterstofplanten zoals duizendguldenkruid en duizendblad Bij zowel diarree en constipatie vooral gebruikt in laxeermengsels om o.a. krampen te vermijden.

Lees ook https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/foeniculum-vulgare

woensdag, augustus 31, 2016

Vlierbessen. Ze zijn er weer.


Vlierbessen. Ze zijn er weer. Alhoewel de kwaliteit dit jaar te wensen overlaat, hebben we er toch onze lekkere fruitazijn mee gemaakt. Ook als medicijn staat de vlier in mijn toptien en die waardering voor de vlier is waarschijnlijk al duizenden jaren oud.

Opgravingen suggereren dat de vlier reeds in het Steentijdperk als medicinale plant werd ingezet, met zekerheid weten we dat deze plant al sinds 2500 jaar in de volksgeneeskunde wordt ingezet als middel bij griep, hoest, verkoudheden en om "slijmen op te lossen".
Zo maakten de Grieken en Romeinen gretig gebruik van de gewone vlier. Galenus (131 - 201 n. C.) beschreef de vlier als "heet en droog" en daarom aan te raden bij koude en vochtige aandoeningen zoals verkoudheden en slijmvliesaandoeningen. Dodonaeus (1517 - 1585) kende er onder meer slijmoplossende en ontzwellende eigenschappen aan toe.


,.In den voor-christelijken tijd", zegt de dichter Frederik Van Eeden, "had de vlier nog andere eigenschappen. Had iemand kiespijn of koorts, hij behoefde slechts een vliertakje in den grond te steken zonder een woord te spreken, de pijn of de koorts bleef dan aan
het takje kleven en ging over op de persoon, die er het eerst voorbij kwam". Nogal een vreemde en asociale manier om van een ziekte af te geraken. De vlier aldus Van Eeden  "stond ook in nauwe betrekking tot het podagra (jicht). Deze kwaal schijnt in den ouden tijd als vereerend voor den patiënt te zijn aangemerkt, omdat zij een bewijs leverde, dat hij tot de bevoorrechte klasse behoorde. Zoodra iemand den eersten aanval van podagra voelde, werd hij met vlierbladeren bekranst." Ziekte als een statussymbool, waar heb ik dat meer gehoord?

Ook Dodonaeus maakt in zijn Cruydeboec van 1563 eveneens gewag van het gebruik van vlierbladeren bij of liever tegen het pootje, maar op een meer prozaïsche wijze dan Van Eeden.
De weledele heer Dodonaeus is altijd nuchter, nooit raakt hij eens in extase over een mooie bloem, hij denkt alleen maar aan de "cracht en werkinghe." "Die bladeren gruen ghestooten zijn goet gheleyt op die heete swillinghen ende vergaringhen, ende met bocken oft ossen ruet (= vet) vermenght versueten zij die pijne van de flederzijn daer op gheleyt."  Over de verdere uitwerking van vlier op het menschelijk lichaam is Dodoens niet erg te spreken, maar hij overdrijft wel een beetje: "Die vlier es van zijn eyghen natuere den menschelijcker natueren heel tseghen ende contrarie, hy maeekt groote walginghe ende beruerte in die maghe, dermen ende buyck, hy onstelt dat heel lichaem ende beneemt die eracht,macht ende ghesondheyt van der Jeuere (lever)". Maar Dodoens geeft ook nog een toepassing aan, die ons niet bekend was "Die besickens (= bessen) sonderlinghe die platte sadekens zijn goed den gehenen die seer vet zijn ende gheerne magherder waren, omtrent een vierendeel loots swaer tsmorghens met wijn inghenomen ende langhe tijt gebruyckt."

Naast al die empirische kennis uit het verleden, kon rond de eeuwwisseling de virologe Dr. Mumcuoglu uitgebreid de antivirale werking van de proteïnes in vlierbessen aantonen.
 Zowel in de bloesems als de bessen zitten als werkzame stoffen heel wat flavonoïden zoals quercetine, isoquercitrine, hyperoside, astragaline, kaemferol. Naast deze algemeen weerstandsverhogende stoffen zitten bevatten bes en bloesem ook specifieke eiwitten, de zogenaamde hemagglutinine-eiwitten.
De beschermende werking van de vlierbes dankt ze in de eerste plaats aan het hemagglutinine-eiwit SAN-III, dat zorgt voor een 'inhibitie' of afremmen van het hemagglutinine van een virus. Dit hemagglutinine is een stof in de eiwitmantel van een virus, waarmee het zich aan de cellen in het lichaam hecht. Dit hemagglutinine afremmen betekent dus zoveel als het ziekmakend vermogen van een virus afzwakken. Daarnaast werd ook aangetoond dat de vlierbes dankzij haar bijzondere anthocyanen (kleurstoffen) een 'immunomodulerende' werking heeft, waardoor ons lichaam een betere weerstand heeft tegen virussen. De bessen zijn rijk aan anthocyanen zoals chrysanthemine (cyanidine 3-glucoside), sambucyanine (cyanidine 3-xyloglucoside), sambucine (cyanidine 3-rhamnoglucoside) en daarvan afgeleide verbindingen, die mede instaan voor de afweerstimulerende werking.

Voor het vlierazijnrecept zie https://hagezussen.wordpress.com/2016/08/24/vlierbessen-balsamico-azijn/