woensdag, december 17, 2014

Kerstbomen

De kerstboomtraditie vindt zijn oorsprong zeer waarschijnlijk bij de Germanen. die hun midwinter- of joelfeesten met takken van groenblijvende struiken en bomen vierden. Alles, zowel binnen als buiten de woning, werd versierd. De groene struiken en bomen stonden symbool voor het eeuwig leven, de onsterfelijkheid en de vruchtbaarheid.
Het midwinterfeest duurde 12 dagen en 13 nachten met als hoogtepunt de kortste dag, 21 december, in onze jaartelling. Er werd gedurende deze periode niet gewerkt en veel gegeten en gedronken. Er brandden overal grote vreugdevuren waarop offers werden gebracht aan de goden. Het was een feest om dankbaarheid uit te drukken voor wat geweest was en hoop voor wat nog moest komen. Dit midwinterfeest had ook tot doel om kwade geesten en ziekten te verjagen.

De versierde kerstboom in huis, zoals wij die nu kennen, vindt zijn ontstaan in het westen van Duitsland. In het begin van de 17de eeuw plaatste men dennen of sparren in de huiskamer en versierde men deze met rozen uit gekleurd papier, appels, klatergoud, suiker en dergelijke. Het versieren en verlichten van kerstbomen verspreidde zich later over gans Duitsland. Het waren vooral rijke mensen die deze traditie overnamen.
Door het huwelijk van prins Albert van Saksen Coburg en Gotha met koningin Victoria van Engeland, halverwege de 19de eeuw, verspreidde deze traditie zich in Groot- Brittannië. Ook andere landen in Europa volgden. Het Vaticaan verzette zich in de 19de eeuw tegen het invoeren van deze heidense traditie in Italië.
In het Vaticaan zelf is men blijkbaar pas in 1982 overgegaan tot het plaatsen van kerstbomen. De kerstboomtraditie waaide op het einde van de 19de eeuw over naar Amerika via Franse kolonisten.
In België werd het versieren en verlichten van een kerstboom pas echt populair na de tweede wereldoorlog.
Als kerstboom wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de gewone spar of de fijnspar (Picea abies). De laatste jaren wint ook de blauwe spar en de plasticboom aan belangstelling.

De spar verschilt van de den (Pinus) doordat de naalden bij de spar afzonderlijk en bij de den bij elkaar staan. Ook heeft de spar platte, driehoekige of vierhoekige naalden en de den ronde. Bij de fijnspar staan de naalden rondom de twijg. Bij zilversparren (Abies) en bij de douglasspar (Pseudotsuga menziesii), staan ze in hetzelfde vlak in twee rijen aan weerskanten van de twijg. In tegenstelling tot zilverspar (Abies) komen bij spar (Picea) een deel van de bast mee als een naald wordt uitgetrokken. Er zit bij sparren dus altijd een vlaggetje aan de losgetrokken naald.

Goethe zag voor het eerst in 1765 te Leipzig een kerstboom en verwoordde die in zijn "Die Leiden des jungen Werther";
“Baume leuchtend, Baume blendend
Ueberall das Susze spendend
In dem Glanze sich bewegend
Alt’ und junges Herz erregend”.

Dodonaeus schrijft ‘Deze boom wordt van meest alle Grieken in oude tijden Pitys genoemd, uitgezonderd alleen die van Arcadië die de tamme pijnboom zo noemen. In het Latijn heet het Picea en niet Pinus, want de Pinus van de oude Latijnen was de Peuce van de Grieken. In onze taal noemt Lobel deze boom pekboom naar de Latijnse naam Picea, in het Frans pesse, poix of arbre de la poix, , in het Italiaans pezzo of ook Picea, in het Engels piche tree, hoewel pek uit de soorten van pijnbomen ook gehaald wordt. Aangaande dat we gezegd hebben dat de Pitys of onze rode dennenboom in het Latijn Picea genoemd wordt dat betuigt Scribonius Largus (Compositione CCI.) die zegt; Neem harst van de Pitys (in het Latijn Resina pityina) dat is van die boom die we in het Latijn Picea noemen. Hetzelfde blijkt uit Plinius ook in het 10de kapittel van zijn 16de boek wanneer hij de woorden van Theophrastus aangaande de Peuce en de Pitys overzet en de Pitys in het Latijn Picea vertaalt’.
Picea is de oude Latijnse naam, ontleend van pix, picis of pic: pek of hars, een verwijzing naar het hars dat overal op hout, naalden en kegels zit. In de spar boort men gaten waaruit gouden droppels parelen die zich harden, de hars. Dit wordt in een ketel op zwak vuur gesmolten en daaruit wint men teer en hieruit maakt men pek.

Volgens Hagers Handbuch
Wirkungen: Sekretolytisch, schwach antiseptisch, durchblutungsfördernd.
Anwendungsgebiete: Innerlich bei Katarrhen der Luftwege, äußerlich bei leichten Muskel- und Nervenschmerzen.
Dosierung & Art der Anwendung
Aus der zerkleinerten Droge wird eine Abkochung hergestellt und dem Badewasser zugesetzt oder die zerkleinerte Droge wird in einem Leinensäckchen im Badewasser geschwenkt. Eine derart hergestellte Zubereitung kann auch für feuchte Umschläge genutzt werden. Galenische Zubereitungen zur inneren und äußeren Anwendung z. B. als Extrakt oder Ätherisches Öl in Badepräparaten, Einreibungen und Sprays. Dosierung: Innerlich: Mittlere Tagesdosis der Zubereitungen entsprechend 5 bis 6 g frischer Zweigspitzen. Äußerlich: In Bädern entsprechend 200 bis 300 g frischer Zweigspitzen für ein Vollbad.

Siroop
En een supersiroop voor de luchtwegen krijg je door gewoon wat dennennaalden, knoppen of harsen te laten trekken in vloeibare honing, eventueel au bain marie verwarmen.



zondag, december 07, 2014

Nog in Weris: Beekpunge

Onooglijke winterse resten van bescheiden maar wel bijzondere planten. Planten met een geheim. Maar.... hebben niet alle planten een geheim?

Op de kam tussen Weris en de vallei van de Aisne vinden we nog één groenglimmende bladpol van de beekpunge. Een ereprijsje, zijn vertederende hemelsblauwe bloemen zijn nu niet aanwezig maar het glimmend blad valt wel op in het grauwgrijs en bruin van december. Geen bekend geneeskruid deze beekpunge maar in het verleden toch veel gegeten, bevat veel vitamine C en glucosinolaten en die worden nu alom geprezen om hun beschermende en antioxidante werking. Al in de 16de eeuw werd Veronica beccabunga samen met lepelblad tegen scorbuut gebruikt.

Dodonaeus schrijft: De Nederduitsers noemen dit gewas waterpunghen en beeckpunghen en dikwijls naar de Duitse naam Becabunga, de Hoogduitsers Bachbungen en Bungen’.
Bachbungen bij Bock, Punge bij Hildegard, Pfungen, Ponge, Punghen. Het Latijnse beccabunga betekent mondpijn, de plant werd gebruikt bij scheurbuik, is ook scherp in gebruik. Beccabunga is in Vlaams beckpungen: mondpijn, vanwege de scherpte van de bladeren die vroeger gegeten werden in salades. Beccabunga werd in Duits Bachbunge, vandaar komt een verbastering in woord tot beek, - beke, - of bekekruid.   ‘Deze waterpungen worden ook in salade gegeten als de waterkersen en worden ook zeer nuttig en goed gehouden om de eigen ziekte van de Duitse landen die aan de zee palen en scheurbuik genoemd wordt te genezen  en op dezelfde manier gebruikt zoals men de waterkersen plag in te geven. Dan ze zijn van krachten en werking zwakker en slapper dan de waterkers.
De bladeren van deze waterpungen met wijn gedronken zijn goed tegen de koude plas en druppelplas en tegen de schurft van de blaas van binnen en vooral als het met de wortels van asperges ingenomen worden.
De bladeren van dit kruid worden ook met olie en azijn gegeten en zijn een goede en bekwame spijs voor diegene die slecht water lossen en van het niergruis ziek zijn. Hetzelfde zegt Dioscorides en Egineta van de Cepeaea ook.
Waterpungen, als Tragus betuigt, worden veel gebruikt van de paardendokters om de gezwellen te verdrijven en te genezen de schurft en nijdigheid van de paarden.

En ja ook nu worden zulke eenvoudige ouderwetse plantjes door moderne wetenschappers onderzocht. A new phenylethanoid triglycoside in Veronica beccabunga L Besides the expected iridoid glucosides aucubin and catalpol as well as three known esters of the latter, Veronica beccabunga (brooklime) was shown to contain five carboxylated iridoid glucosides, namely gardoside, mussaenosidic acid, 8-epiloganic acid, arborescosidic acid and alpinoside. In addition to these compounds, the plant contained salidroside and a previously unknown caffeoyl phenylethanoid glycoside (CPG) which we have named chionoside J. The structure was elucidated mainly by 1D and 2D NMR spectroscopy to be 2 ''-(beta-glucopyranosyl)-plantamajoside.

De stof salidroside lees ik en dat is een hoofdbestanddeel van mijn lievelingsadaptogeen Rhodiola. Mogelijk dus toch een versterkend kruid.

Weer in Weris

Weer in Weris. Waar en wat is Weris? Een Waals dorpje in de buurt van Durbuy. Het Belgisch Stonehenge. De plaats waar ik al vele jaren winterwandelt, ook vandaag weer. Zowat 28 kruiden en druidenliefhebbers zijn naar dit onooglijk Waals dorp afgezakt om wat resten van kruiden en versleten stenen te bewonderen. Altijd weer verwondering. Gelukkig maar.

De planten-ster bij uitstek, hier en nu, is natuurlijk de eeuwig groene maretak. Overal in oude appelbomen maar ook uitbundig in meidoornstruiken glimt hij ons geheimzinnig toe. We wandelen langs kale velden, sleedoornheggen en statige beukenbomen richting dolmen d'Oppagne, tot dat we een misvormd meidoornboompje met een mooie maretak vinden en dan is de verleiding te groot en wordt het klimmen. Eén met meidoorn en maretak. Iets verderop wacht de dolmen van Oppagne op ons, oude stenen met een verhaal. Hier is altijd weer de verbeelding aan de macht.

Mistel maretak
niet in de grond geworteld.
Ontworteld en
toch niet weerloos.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/84425-maretak-spiritueel-en-rationeel.html
Interessante film: http://kanker-actueel.nl/video-de-maretak-als-medicijn-een-voorlichtingsfilm-over-productie-en-gebruik-van-de-maretak-bij-kanker.html

donderdag, december 04, 2014

Over oude kruidenboeken, pastoor Hens en fenegriek

Met de donkere dagen voor de deur en mijn infodag over kruidenboeken in het verschiet, is het een moment om wat oudere kruidenboeken door te nemen. Bvb. een BRT brochure uit 1987. Gesprekken met Eerwaarde Heer A. Hens, radiopraatjes eigenlijk, grappig alhoewel zeker niet zo bedoeld, oubollig maar toch interessant. In het laatste boekje heeft Hens het over sint janskruid, guldenroede, tormentil, longkruid, ogentroost en ook over fenegriek. Het praatje over Fenegriek kan ik mij nog goed herinneren. De rustige zekerheid en overtuiging; die blijkbaar eigen is aan gelovige mensen, sprak velen aan. Mensen hadden ook toen al behoefte aan zekerheid en kruidenmiddelen, die wonderen konden verrichten en absoluut geen bijwerkingen hadden. Ze gaven troost en houvast, zeker als dat door een oude, wijze man of vrouw verkondigd werd. Ondertussen is het geloof in oude, wijze mensen en het geloof in de kracht van kruiden toch wel wat ondermijnd. Gelukkig zou ik zeggen, kritisch zijn kan geen kwaad, mits we nog enig vertrouwen over houden.

Een stukje uit het interview met Hens

U wou ons iets vertellen over fenegriek. En nu moet ik U eerlijk bekennen, ik weet niet eens of het een kruid dan wel een mooie bloem is of een groente uit het Verre Oosten. Vertel ons eens iets meer over fenegriek.
Fenegriek is een soort klaver die door de Chinezen reeds 3700 jaar vóór Christus gebruikt werd als slijmlossend middel. De Egyptenaren en de Romeinen gebruikten het ook al eeuwenlang voor de Benedictijnen het vanuit Italië over de Alpen in onze streken brachten. Ook in de jaren 1500 werd fenegriek graag gebruikt in de geneeskunde, maar sindsdien werd het vergeten.

U zegt "in de vergetelheid, sinds de jaren 1500". Wie heeft dan fenegriek weer opnieuw leren gebruiken?" 
 Pastoor Kneipp hoorde van een priester die van paarden hield, dat fenegriek uitzonderlijk goed was om bij paarden keelontsteking te genezen. En hij dacht dan zal het zeker ook wel zeer goed zijn voor mensen. En inderdaad hij bevond dat het een beste middel was om zweren en gezwellen op te lossen. Fenegriekzaad zegt hij, belet ontsteking, verzacht wat hard is, zuigt het vuil en de etter eruit en de wonden gaan niet dicht vóór het laatste vuiltje eruit is. Want fenegriekzaad werkt zo ettertrekkend zuiverend, dat het bloedvergiftiging belet en geen wild vlees laat ontstaan. Voor pleisters op wonden en zweren maakte Pastoor Kneipp fenegriekzaadbrij met in een kop kokend water 3-4 eetlepels gemalen fenegriekzaad te roeren, dan wordt dat net gekookte olie-achtige lijm en als men er dan nog wat azijn bij doet om nog sterker uit te trekken, en deze brij op een doekje strijkt en als pleister legt op open wonden, zweren of gezwellen en dan ook nog dikwijls vernieuwt dan geneest zulks bloedzweren, abcessen, verhardingen, open voetwonden, fijt, zwerende nagels enz.

http://recensies.infonu.nl/kunst-en-cultuur/48670-pastoor-hens-over-fenegriek.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/trigonella-foenum-graecum-fenegriek

dinsdag, november 25, 2014

Zu Fuß in einem Winter Hoegaarden

Er is blijkbaar een zekere Siegbertha Mieth, die een artikel dat ik geschreven heb gewoon in het Duits heeft vertaald en gepubliceerd. Moet ik daar kwaad of blij mee zijn? 

Zu Fuß in einem Winter Hoegaarden Verwendet in Misc By Siegberta Mieth Auf 05-12-2014?

Walking ist fast zur zweiten Natur. Be-Straßen. Setzen Sie einen Fuß vor den anderen. Die Augen am Straßenrand. Vogelmiere, Knöterich, Setzlinge der Mohn. Entdecken Sie auch im Winter kahlen Äste Charakter der Weißdorn, Schlehe, Ulme und Esche. Gerade heute in den engen Straßen von Hoegaarden gegen ein Eis blauer Himmel zeigt, dass die Baum-Silhouetten sind als Schwarz-Weiß-Zeichnungen. Noch mehr kunstvoll, fast Breughelian die braunen gepflügten Maisfelder mit hier und da ein Fleck oder eine sehr flache weiße Schnee. Brabants Landschaft mit taub, aber bunten menschlichen Figuren vor einem fernen Horizont.

Wir finden auch einige dunkle Blut rot Schlehen und Weißdorn Früchte. Zu bewundern, zu ernten und auch in Zeiten der Not zu essen. Dodonaeus seine Cruydtboeck Sauce namens Weißdornbaum.
Dies ist ghewas gheheeten in Griecx oxyacantha / von sommighen Pityacanthes Einkommen pyrina. In Latein acuta Einkommen Spina Spina acetosa / In jenen Apoteke Berberis / sonder seltsam, dass Früchte, die bekannteste es daer / In Hoochduytsch Paisselbeer Saurich Erbsel Versich / In Neerduytsch Sauce Boom / Weißdorn. Die grünen Blätter der Sauce Boom, schreibt er, dienen dazu, die Saucen daer off spijsen ghelijck, die Surckele / Erträge, die Sause, dass daer ghemaeckt ausgeschaltet ist / es vercoelende Einkommen maeckt Appetit / Income es Aufseher goet Den ghenen, dass Hot-Einkommen cortsachtich sijn.
Dass besiekens Sauce Boom stoppen den Lauf der buycx / Income stillen overvloedighe Vloet alle Frauen / mit allen onnatuerlijcke bloetganck.
Karotten-Sauce Baum in looghe gheweyckt machen Hayr gelb / alsmen dass Hayr daer Co wäscht Schwanz schmeckt.

Jetzt verwenden wir Blüte, Blatt und Beere vor allem für das Herz und die Blutgefäße. es ist sicherlich eine sehr gute Anlage für: sicher, effektiv, ist es einfach zu ernten und verarbeiten es in Tinktur oder Sirup. Versuchen Sie, einige Beeren zu ziehen. In einem Glas flüssiger Honig Ein Superagent für alternde Herz.

Zusammenfassung Liste der Pflanzen der Wanderung
  • Cedrus auf dem Platz
  • Tilia und Castanea in den Schaugärten
  • Viola reichenbachiana im Gras
  • Vogelknöterich auf dem Weg
  • Viola tricolor in einem vergessenen Getreidefeld
  • Sambucus, Ulmus, Crataegus in Schneid
  • Rosa canina mit bedeguar
  • Daucus carota, unter der älteren geworfen
  • Malva in der Straße
  • Papaver rhoeas im Bereich
  • Reseda lutea, Wow, genau wie in den Kanal
  • Sisymbrium officinalis, Rakete noch in voller Blüte
  • Fraxinus Exelsior und Clematis vitalba
  • Schöllkraut
  • Galium aparine, Setzlinge und Samen
Und vergessen viele mehr Unkraut.
http://kruidwis.blogspot.be/2012/12/winters-wandelen.html

vrijdag, november 21, 2014

Dictionnaire des plantes médicinales et vénéneuses de France

Een ouder boek uit 1947, dat ik vorig jaar nieuw gekocht had in onze Bretoens stamcafé, annex boekhandel, is daarna in de overstroming van december 2013, verloren geraakt. Heel wat avontuur dus met dit kruidenboek en daardoor nog interessanter.


Publié en 1947, cet ouvrage du chanoine Paul-Victor Fournier, professeur et homme d'église, mais avant tout passionné de plantes, demeure une véritable Bible pour tous les amateurs de soins par les plantes. On y trouve la description botanique illustrée du végétal, ses dénominations savantes et communes, étrangères et vernaculaires. L'accompagnent la composition chimique, les manières de l'employer, une posologie et ses dangers éventuels selon les indications et les prescriptions des Anciens mais aussi celles de l'École de Phytothérapie moderne. En un temps où les plantes reprennent toute leur importance, ce livre, au langage familier, en fait une œuvre irremplaçable, tant pour le grand public que pour les spécialistes.Le livre est présenté par Clotilde Boisvert, fondatrice de l'École des plantes à Paris. Elle a enseigné les plantes médicinales pendant plus de vingt-cinq ans, assistée d'une équipe d'universitaires et d'herboristes. Elle est l'auteur de nombreux ouvrages dont la Cuisine des plantes sauvages (Dargaud) ; Les Jardins de la mer (Terre vivante); L'Herbier(Le Chêne) ; L'ABCdaire des épices (avec A Hubert, Flammarion) et aux éditions Aubanel, Plantes et remèdes naturels et Jardins sur ordonnance.

Dictionnaire des plantes médicinales et vénéneuses de France – 28 octobre 2010de Paul-Victor FOURNIER Le chanoine Paul-Victor Fournier est un botaniste français, né le 29 décembre 1877 à Damrémont (Haute-Marne) et décédé le 20 mai 1964 à Poinson-lès-Grancey (Haute-Marne). Son œuvre majeure, Les quatre flores de France parue en 1940, reste un ouvrage de référence pour l'identification des plantes sur le terrain.

woensdag, november 19, 2014

Jaap Huibers en Dodoens over valeriaan

Ook de wortels van de valeriaan zijn nu te oogsten. De wirwarwortel noem ik hem wel, een cluster van vele kleine wortels verbonden met een moederwortel. Mooi en gemakkelijk om te vermeerderen, moeilijker om proper te maken als je er een extract mee wil maken. Ook de geur is nogal bijzonder, vers is hij fris en muf tegelijkertijd, gedroogd blijft alleen de zware, muffe geur over. Niet direct het aroma dat een mens waardeert, maar de katten daarentegen zijn er verzot op.

Bij de oude Grieken, schrijft Jaap Huibers werd de valeriaan phu genoemd. Het woord 'phu' was bij de oude Grieken een woord dat gebruikt werd als een uitdrukking om je afkeer aan te geven. 'Phu' bij de oude Grieken zou nu tot uitdrukking gebracht kunnen worden met woorden als: gedverdamme, ga uit m'n buurt, bah, ik kan je wel uitkotsen, ik raak van binnen helemaal gestrest van je.

De naam valeriaan heeft een Latijnse oorsprong die afgeleid is van het woord 'valere'. Dat woord betekent: waard zijn, waardig zijn. Ogenschijnlijk staan die twee betekenissen, het Griekse 'phu' en het Latijnse 'valere', ver van elkaar af. Wat hebben immers het aangeven van je afkeer ('phu') en het waard en waardig zijn ('valere') met elkaar te maken? Rembert Dodoens schrijft over de 'Cracht ende Werckinghe' van de valeriaan het volgende (uit het Cruijdeboeck, 1554): 'Dese Valeriane es seer goet ghebruyckt in die drancken die men ingheeft als ymant van binnen ghequetst oft gheborsten es.' Dodoens zegt dus dat valeriaan zeer goed is om te gebruiken als iemand in zijn zenuwstelsel (van binnen) beschadigd is (ghequetst) of als diens zenuwen het hebben begeven (gheborsten) .

Let nu eens op het soort nervositeit waarbij valeriaan uitnemend werkzaam is.
Ieder mens heeft een basale behoefte aan een soort persoonlijke waardigheid. ( . ) Niets kan een mens zo uit zijn doen, uit zijn evenwicht, brengen als een aanval op zijn waardigheid, op zijn waarde. Als mensen u, willens en wetens, heel onheus bejegenen, kunt u een uitroep van afkeer (het Griekse 'phu') slaken. Door een aantasting van uw waardigheid kunt u het gevoel ervaren dat u van binnen 'gebroken', ja kapot, gebarsten bent, dat niets meer 'heel' in uzelf is. ( . )

Valeriaan werkt dan ook het beste, als er sprake is van het aangedaan zijn in het diepste wezen van onze waardigheid. Vooral als we dientengevolge een gigantische afkeer hebben ontwikkeld ten aanzien van hetgeen dat of degene die ons omringt, als veroorzakers, als belagers van onze waardigheid ('phu'). Steeds als we diep in onszelf ervaren dat de 'zenuwen toeslaan', omdat we van binnen kapot zijn, omdat we door onze omgeving aangetast worden in onze waardigheid als mens; als we het gevoel hebben dat we er niet meer kunnen en mogen zijn; als we iets in onszelf ervaren van dat gebroken en gebarsten zijn, dan heelt valeriaan beter dan we verwachten. Valeriaan werkt op het zenuw-zintuigstelsel. Er is geen plant die zoveel 'orde op zaken in het hoofd' kan stellen."

Meer over valeriaan
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/23564-valeriaan-voor-mensen-en-katten.html
http://wetenschap.infonu.nl/diversen/37426-valeriaan-botanisch-en-farmacologisch.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/valeriana-officinalis-echte-valeriaan
Huibers Anckerjes 'Kalm door kruiden'

dinsdag, november 18, 2014

Les geven in Leuven

Middernacht. Ik kom thuis van 3 uur les geven in Leuven. Moet even de autoweg van me afschudden. Drink een Ciney Brune en wrijf woest wat koud water over mijn gezicht. 

Les gegeven over slijmstoffen in geneeskrachtige planten. Over lijnzaad, heemst en kaasjeskruid. Verzachtend voor slijmvliezen van keel en darmen, zacht laxerend en mogelijk ook voedsel voor goedaardige darmbacteriën. Interessante planten ook om heroische pap- en andere compressen te maken, te gebruiken tegen steenpuisten en andere huidverhardingen. Andere slijmstoffen komen ook ter sprake Aloë vera maar ook onze inheemse vetplanten daklook, huislook en hemelsleutel. Verse blaadjes zijn instantcompressen en op zo'n vet blaadje sabbelen is goed voor mond- en keelholte. Voor zangers en sprekers dus, na 3 uur praten kan ik dat wel gebruiken.

Over huislook Sempervivum tectorum. De Grieken en Romeinen plantten de huislook al op de daken van hun huizen, om ze tegen blikseminslag te beschermen. Van daaruit kwam dit gebruik ook naar het noorden. Bij de Germanen was het huislook aan de god Donar gewijd. Daarom wordt hij ook vaak 'Donnerbart' of 'donderlook' genoemd en zou volgens het bijgeloof tegen onweer en bliksem beschermen. Keizer Karel de Grote heeft in zijn „Landgoederenverordening", Capitulare de villis,  zijn onderdanen bevolen dat de boeren huislook op hun daken moesten planten.

De naam kan mogelijk heel nuchter ontstaan zijn omdat de planten de met leem bedekte nokken van de daken tegen uitspoelen moesten beschermen. Ook tegenwoordig kan men nog de huislook op daken aantreffen. In het Alpengebied gelooft men dat de plant tegen blikseminslag beschermt. Wetenschappelijke onderzoeken geven aan dat door de fijne, bijna naaldvormige bladpunten er een evenwicht in de elektrische spanning tussen lucht en aarde ontstaat, waardoor er minder blikseminslag zou zijn.

http://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/42040-huislook-of-donderbaert.html
http://wetenschap.infonu.nl/scheikunde/24632-slijm-is-fijn-genezende-stoffen-in-de-plant.html



maandag, november 17, 2014

Paardenkastanje

Wilde kastanjes zijn er nog volop te rapen, eetbaar zijn ze niet echt, van de geschilde vruchten zijn wel extracten te maken, goed voor het veneuze vaatstelsel: spataderen en dergelijke. Uitwendig omwille van hun zeepstoffen zijn ze te gebruiken bij huidaandoeningen, tegen winterhanden en wintervoeten en als waspoeder.

Kastanjebad tegen huidaandoeningen: Stamp een kilogram kastanjes fijn, laat dit in ruim water een uur koken (schuim), giet het door een zeef en voeg dit afkooksel toe aan (niet te heet) badwater. Ook kan de schors hiervoor worden gebruikt: een handvol fijngesneden of gemalen schors overgieten met één liter water, een korte tijd laten koken en vervolgens zeven.

Kastanjepuree tegen een droge huid en winterhanden en -voeten: Kook een stuk of tien kastanjes een half uur, pel ze en maak er samen met het weer opgewarmde kooknat een puree van. Wrijf hiermee de huid in, eventueel aangevuld met een scheutje olie van Sint Janskruid.

Kastanjeslinger tegen motten: rijg een aantal kastanjes aaneen, hang dit in de klerenkast en motten blijven misschien weg. Ook kun je een wat gedroogd blad in de kast leggen.

Kastanje als wasmiddel: Een oud huismiddeltje is het gebruik van de kastanje als wasmiddel. Het binnenste van de kastanje wordt daarvoor gebruikt. Om vijf kilo linnengoed helder wit te krijgen, zou een lepel vol kastanjepuree al voldoende zijn. Ook vuile handen worden schoon door ze in te wrijven met kastanjepuree.

Andere oude toepassingen
Het ruwe vet werd na een behandeling gebruikt bij de spiritusbereiding en als een extract voor toiletzepen. Het meel bevat een soort stijfsel dat bekend is als amandelmeel of patés d' amande, wat uit de gedroogde en gezeefde vrucht bereid en waar een geurtje aan toegevoegd werd. Zo was het geschikt was om de handen te verzachten. Dat stijfsel werd ook gebruikt door boekbinders omdat insecten er niet van houden en de boeken zo met rust lieten.
Van de vrucht kan een snuifpoeder gemaakt worden door ze te verbranden en tot een poeder te malen. Het niezend vermogen werd eraan gegeven door er de tot poeder vermalen bloemetjes van lelietje der dalen doorheen te mengen.
De olierijke afkooksels van de groene schillen werden wel gebruikt om luizen te verdrijven. Hiertoe werden de naden van de bedstede met het afkooksel ingesmeerd.

https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/aesculus-paardekastanje

zondag, november 16, 2014

Een bezoekje aan de aronskelk

In het Haanse duinbos, niet ver van het paardenpad, vinden we de altijd weer geheimzinnige aronskelken.
Eten doe ik ze niet maar ze af en toe een bezoekje brengen vind ik altijd weer boeiend. In elk geval zijn het planten die tot mijn verbeelding spreken. Ik heb altijd de neiging om er een praatje mee te houden. Of is dat bij gebrek aan ander gezelschap.

In het Belgische kruidboek of de Gentsche Hovenier uit 1849 lezen we KALFSVOET, Koortswortel, in 't fransch Vied de veau, in het Latyn Arum, is onder de 3° klasse, 1° sectie van Taurnefort gesteld, der planten dio met figuer-gedaenten blopijen; door Jus-sieu onder de familie van de Aroïden en onder de klasse van Linnaeus, Monoecia polyandria, eenhuizigen-voelniannigeu, met mannekens- en wyfkens-bloemen op eenen steng.

Van al deze Kalfsvoeten zyn er enkelyk twee soorten die om hunne nuttige deugden zyn bekend : van den geplekten Kalfsvoet (Arum maculatum) die hier te lande groeit, werden voor dezen de wortels in het water gekookt, en nadat het water afgegoten was, met de spyzen gemengd, om de slymerigheid van de
borst snel te doen lossen, voor degenen die met de longerziekte, tering en kwaden langdurigen hoest waren gekweld. De wortels van den slangkleurigen Kalfsvoet (Arum dracunculus) werd ook in de geneesmiddelen voor de kortborstigheid, longerziekte en terende menschen gebruikt; maer het schynt dat die middelen heden zyn verworpen en door andere krachtigere middelen zyn vervangen, die aen die ziekten meer toepasselyk zyn. De Kalfsvoeten die in Egypten en in de Indiën groeijen, bezitten eene voedzame kracht, maer zyn scherp van smaek, en worden wel als slympoeijers, op de wyze van de Maniokswortels, gebruikt. De wortels worden opgezocht van de beeren, wolven en andere vleeschvretende dieren, die ze 's winters eten.

Het Belgische kruidboek of de Gentsche hovenier: Volumes 3-4
L. A. Delathauwer  - January 1, 1849 Hoste - Publisher
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/arum-aronskelk