woensdag, februari 05, 2020

Toverhazelaar

Ook de toverhazelaar bloeit in onze Bretoense bostuin. Bloei is een groot woord voor de gele ministerretjes dichtbij de takken. Het is dan ook een wilde botanische soort, die in Noord-Amerika een grote reputatie had en heeft als geneeskrachtig kruid. Het zijn vooral de schors en het blad die gebruikt worden. Er zijn veel beschrijvingen over traditionele toepassingen van Hamamelis virginiana, waarbij waterige destillaten, extracten, zalven, crèmes, zetpillen, oertincturen en homeopathische verdunningen worden gebruikt.

Reeds in de Amerikaanse literatuur van de negentiende eeuw is er sprake van twee verschillende bereidingen:
(1)een oertinctuur, verkregen door extractie van de bast van Hamamelis virginiana met alcohol, en (2)Hamamelis- distillaat", dat de vluchtige bestanddelen van bloeiende Hamamelis-takken bevatte.Met het "Pond's Extract of Hamamelis", dat voor het eerst werd beschreven in1864 door Hale in zijn werk "New Remedies", werd het Hamamelis-destillaat bedoeld. "New Remedies" bevat een uitvoerige verzameling van beschrijvingen over succesvolle behandelingen van huid- en slijmvlies-wonden met het Hamamelis-destillaat, waarin een mild adstringerende, bloedstelpende en antiflogistische werking van deze bereiding naar voren komt.

Eind achttienhonderd wordt over de therapeutische toepassing van Hamamelis virginiana het volgende vermeld:"Het wordt uitwendig gebruikt, en wel onverdund als wrijfmiddel of 1op1 verdund met water als omslag bij brandwonden, bij kneuzingen, verstuikingen en de gevolgen daarvan; bij open wonden; bij insectenbeten en zwellingen ten gevolge van bevriezing; bij tepelkloven en pijnlijke borsten; alsmede varikeuze voetzweren, steenpuisten en negenogen.

De beschikbare beschrijvingen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit dermatologische en deels ook uit chirurgische en algemeen medische praktijken en poliklinieken. Indicaties zijn huidbeschadiging, slijmvliezen en oppervlakkige bloedvaten (bv. aambeien), secundaire aandoeningen (bijv. ulcus cruris of flebostatisch syndroom. De Hamamelis-bereidingen worden in deze gevallen vooral uitwendig gebruikt, deels ook inwendig maar dan eerder als verdund homeopathicum.

Werkzaamheid als antiflogisticum: bij eczeem. 
Sorkin vond dat een zalfbereiding uit Hamamelis-destillaat de doorbloeding van de huid vermindert na een latentietijd van gemiddeld 31minuten, terwijl de zalfbasis zelf (zonder Hamamelis) in de meeste gevallen een toename van de huiddoorbloeding tot gevolg had. Dit effect was zowel bij proefpersonen als bij patiënten met atopische neurodermitis of psoriasis aantoonbaar. De vermindering van de doorbloeding van de huid bedroeg gemiddeld 15% bij de proefpersonen en24% bij de patiënten. Bovendien werd bij twee patiënten de zuurstofspanning percutaan gemeten na toediening van de Hamamelis-zalf en na toediening van de zalfbasis (placebo). Ook hier resulteerde toediening van de Hamameliszalf in een afname van de zuurstofspanning in de huid, tegenover een toename na toepassing van alleen de zalfbasis. De afname van de doorbloeding van de huid respectievelijk van de gemeten zuurstofspanning geldt als een parameter voor het vaststellen van een antiflogistische werking.

Werkzaamheid bij anorectale klachten, bij aambeien
Steinhart heeft de werkzaamheid onderzocht van een Hamamelispreparaat in een open studie bij 70 patiënten met anorectale klachten. Proefcriteria waren pijn, branden, pruritus (jeuk) en de bevindingen van rectaal onderzoek. Het referentiepreparaat bevatte dezelfde hoeveelheid Hamamelis-bereiding, maar een andere zalfbasis. Het bleek dat de Hamamelis-bereiding beter werkte dan het placebo. Zo was na therapie met het proefpreparaat 98,2% van de patiënten vrij van symptomen (versus 30,6% bij toepassing van het referentiepreparaat) en bij 98,5% van de patiënten leidde rectaal onderzoek niet tot pathologische bevindingen (versus 18,1%)

Referenties
  • Sorkin B. Hametumsalbe, eine kortikoidfreie antiinflammatorische Salbe.Physikalische Medizin und Rehabilitation, 1980, 21:53–57. 45. Korting HC et al. Comparative efficacy of Hamamelis distillate and hydrocortisone cream in atopic eczema. European Journal of Clinical Pharmacology, 1995, 48: 461–465.
  • Knoch HG. Hämorrhoiden ersten Grades: Wirksamkeit einer Salbe auf pflanzlicher Basis. Münchener Medizinische Wochenschrift, 1991, 133:481–484.
  • Knoch HG et al. Salbenbehandlung von Hämorrhoiden ersten Grades. Fortschritte der Medizin, 1992, 110:135–138. Reynolds JEF, Prasad AB. Martindale, the extra pharmacopoeia, 30th ed. London, The Pharmaceutical Press, 1996.
  • Steinhart GP. Anorektale Beschwerden: viele Symptome und was tun?Ärztliche Praxis, 1982, 34:963–96

zondag, februari 02, 2020

De hazelaar bloeit. Mythologie van de hazelaar.

Het woord hazelaar ('hazel') komt van het Angelsaksische 'haesl' dat oorspronkelijk een autoriteitsstaf (maarschalksstaf) betekende. Wie hazelnoten eet verkrijgt dichterlijke en profetische krachten. In de vroeg-lerse literatuur wordt hazelaars-medem('hazelmead') genoemd als een potent brouwsel met geestverruimende werking. Een bekende Ierse legende vertelt van de negen hazelaars die over de bron van Connla hingen en tegelijkertijd bloeiden en noten gaven. De zalm Fintan die in de bron rondzwom, at de noten op die erin vielen. Op deze manier werd Fintan de volledige wijsheid en inspiratie deelachtig die opgeslagen is in de hazelnoot.

De archetypische hazelaar, de Keltische boom van de Wijsheid, is een typische druïdenboom en omvat vele talenten: de kracht van bemiddeling, consultatie, waarzegging en poëzie. In Engeland werden tot in de zeventiende eeuw gevorkte hazelaartakken voor het wichelroedelopen en waarzeggen gebruikt. In de Noorse mythologie was de hazelaar ook de boom van de wijsheid en als zodanig aan de dondergod Thor gewijd. Bij de Romeinen was de hazelaar de heilige boom van de god van de intelligentie en handel Mercurius (bij de Grieken Hermes genaamd). Aan de takken van de hazelaar werden ook zienerskrachten toegeschreven.

zondag, januari 26, 2020

Over robertskruid

Nog lang geen lente. Zeker niet. Toch zien we al veel jong groen, zeker hier in Bretagne, waar de winters toch wat zachter zijn. Ook veel eetbaar groen, ook in onze bostuin, voedselbos mag ik dat volgens de hedendaagse modieuze normen noemen. Vooruit dan maar....speenkruid, weegbree, vogelmuur, veldkers en ook robertskruid vinden we volop.

Over Robertskruid, Geranium robertianum
Het groeit graag op schaduwrijke plekken al kan het ook wel op zonnige plekken overleven, maar het blijft dan klein, roder van kleur en bleker van groen. Allemaal noodmaatregelen om de felle belichting aan te kunnen. Robertskruid is een Geranium, maar een andere dan die van bloembak en vensterbank; dat is een Pelargonium.
Robertskruid ruikt opvallend, volgens sommigen prettig volgens anderen vies. Is het een zachte
april, dan bloeit het al als de nachtegaal gaat zingen, als er tenminste nog nachtegalen zijn. Is denazomer zonnig, dan bloeit het door tot voorbij het vertrek der zwaluwen. Het is volgens de dichter Wordsworth 'summer's brightest scarletflower'. Als alle ooievaarsbekken draagt het lange, gesnavelde
vruchten. Het robertskruid moet zich elk jaar weer uitzaaien. Vijf lang-gesnavelde vruchtjes schieten in vijf richtingen vijf gladde zaadjes uit een open muiltje weg, onder een hoek van ongeveer 45 booggraden. Dat is volgens de leer der kogelbanen, luchtweerstand niet meegerekend, de beste hoek
om zo ver mogelijk te schieten.

Het is geen gereputeerd geneeskruid, weinig wetenschappelijk onderzocht maar toch ook al weer van oudsher in gebruik. Of het, zoals Mellie Uyldert beweert, de radioactiviteit kan neutraliseren, lijkt mij nog al hoog gegrepen en moest dat zo zijn, dan zou robertskruid wel eens de plant van de eeuw kunnen worden.
Wat nuchterder bekeken. Een bloedstelpende werking heeft het zeker wel, dat is ook eigen aan de hele familie van de ooievaarbekachtigen. Zo draagt de Amerikaanse soort, Geranium maculatum L. die in Europa als sierplant gebruikt wordt, de naam Aluinwortel. Ook Dodonaeus vermelde al desamentrekkende en wondgenezende werking: 'Trobrechts cruyt stelpt dat bloeyen van den verschen wonden/ ghestooten ende daer op gheleyt/ als Dioscorides schrijft. Tselve cruyt/ ghelijck nu ter tijt bevonden es/ es seer goet voor die sweeringhen van den borsten ende scamelijcke leden/ sonderlinghe vander manlijcheyt/ ghestooten ende daer op gheleyt oft het sap daer inne ghedaen.
Dwater daer Robrechts cruyt in ghesoden es/ gheneest die vuyle sweerende en stinckende monden/ als zy daer mede ghespoelt worden'.

Aan de bisschop Robert de Molesme of Ruprecht., de stichter van de Cistercienser orde in de elfde eeuw (1098) zouden we de naam robertskruid te danken hebben. Dit omdat hij de bloedstelpende werking van de plant ontdekt zou hebben.

In 'Remèdes populaires en Dauphiné', geschreven in 1943 als thesis voor het behalen van het apothekersdiploma en opnieuw uitgegeven in 1984 lezen we 'En Dauphiné, l'Herbe au petit Robert est une panacée. On en fait des tisanes bonnes à guérir les bémorrhagies, les diarrhées. Elle passe pour guérir les dartres, les croûtes, les éruptions. On fait des décoctions qu'on emploie en compresses dans toutes les inflammations. On préconise aussi sa tisane dans le diabète. Quelle que soit son efficacité, de nombreuses familles, en Dauphiné, font chaque année une copieuse provision d'Herbe au petit Robert qu'elles emploient indifférem ment pour les malaises les plus divers.

Referentie: Acta Biochim Pol. 2010;57(4):399-402. Epub 2010 Nov 1. "MitoTea": Geranium robertianum L. decoctions decrease blood glucose levels and improve liver mitochondrial oxidative phosphorylation in diabetic Goto-Kakizaki rats.

donderdag, januari 23, 2020

Kekerpasta of Hummus

Deze hummus of kikkererwtenpasta is lekker om groente in te dippen of met Turks brood. Varieer ook eens met dit recept door er andere kruiden of specerijen aan toe te voegen.

Ingrediënten:
  • 1 theelepel tahin (sesampasta)
  • 1 blik (400 g) kikkererwten
  • 2 tenen knoflook
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1 citroen
  • 1/2 theelepel komijn
  • 1/2 theelepel milde paprikapoeder
  • Peper en zout
  • verse platte peterselie
Doe de kikkererwten in een vergiet en spoel ze goed af onder de kraan. Pers de citroen uit, hak de peterselie en haal de teentjes knoflook door de knoflookpers. Rooster de komijn en vijzel het.
Doe vervolgens alle ingrediënten behalve het zout, de peper en de peterselie in de keukenmachine. Laat de keukenmachine draaien tot het een gladde puree is. Als de consistentie te dik is, kun je een scheutje water toevoegen. Om het mengsel iets gladder te maken kun je ook nog wat extra olijfolie toevoegen. Breng op smaak met peper en zout. Meng nog een keer goed en doe het in een kommetje. Besprenkel met een vleugje paprikapoeder en giet er een dun laagje olijfolie overheen, dan droogt het niet snel uit. Tot slot de peterselie erover, eventueel met een paar overgebleven kikkererwten voor de sier.

Over de kikkererwt
De kikkererwt is een veelzijdige peulvrucht. Je eet hem als groente, koolhydratenbron én vleesvervanger of je tovert de erwtjes om tot een gezonde snack.

Kikkererwtjes groeien met zijn tweeën of drieën in een peul aan een struik. Het zijn dus peulvruchten, net als doperwten en bonen. In de winkel zie je ze alleen zonder hun omhulsel, gedroogd of in een pot of blik.

Rauwe kikkererwten bevatten van nature een giftige stof, lectine. Lectine kan de darmen ontregelen en de nieren beschadigen. Verhitting maakt lectine onschadelijk. De pot- en blikvariant zijn al gekookt, dus die kun je direct verwerken. Eet de erwten zo, of warm ze even op.Voor de gedroogde variant moet je iets meer moeite doen. Week ze eerst een nacht in ruim koud water. Kook ze daarna volgens de aanwijzingen op de verpakking. Hoe ouder, hoe langer ze nodig hebben om zacht te worden. Reken op zeker een uur. Te lang koken is geen ramp, kikkererwten vallen niet snel uit elkaar.

De gele bolletjes zitten vol koolhydraten en vezels. Bovendien zitten er veel eiwitten, ijzer en B-vitamines in. Dankzij deze samenstelling zijn ze een volwaardige vleesvervanger. Maar je kunt ze ook als groente of als bron van koolhydraten op het menu zetten. Een ander pluspunt van de kikkererwt is zijn hoge gehalte aan tryptofaan. Tryptofaan is een essentieel aminozuur dat je lichaam niet zelf aanmaakt, je kunt het alleen uit voeding halen. Je hebt tryptofaan nodig voor de aanmaak van serotonine. Er zijn aanwijzingen dat serotonine je stemming verbetert en ervoor zorgt dat je beter slaapt.

  • Humus en falafel zijn misschien wel de bekendste gerechten waarin je kikkererwten tegenkomt. Humus ook wel geschreven als hoemoes, hoummous, hummus en humous - is een puree op basis van deze peulvrucht waar vaak sesampasta (tahin), knoflook, citroensap, olijfolie en kruiden aan worden toegevoegd. Probeer ook eens wilde planten zoals vogelmuur of veldkers er doorheen te mengen. Lekker op een broodje of om groenten in te dippen.
  • Falafel is een snack gemaakt van gefrituurde kikkererwtenballetjes, vaak geserveerd in een pitabroodje met salade en sausjes.
  • Van kikkererwten kun je ook gezonde 'borrelnootjes' maken. Gebruik hiervoor kikkererwten uit een blik of pot die je goed afgespoeld en afgedroogd heb. Of week en kook eerst gedroogde kikkererwten.

Gezondheidswaarde
  • Kikkererwten zijn extra rijk aan het mineraal molybdeen. Dit mineraal speelt een belangrijke rol als onderdeel van enzymen. die betrokken zijn bij de eiwit-stofwisseling.
  • Kikkererwten zijn rijk aan vele andere belangrijke mineralen, zoals mangaan, foliumzuur, zink, koper en ijzer.
  • Kikkererwten zijn bijzonder rijk aan vezels. Een portie kikkererwten ( 100 gram) kan al de helft van de ADH vezels leveren. Vezels zijn gunstig voor het spijsverteringskanaal en helpt mee om tumoren te voorkomen. Darmbacteriën kunnen uit deze vezels boterzuur maken dat kan bijdragen aan het behoud van een stevige darmwand.
  • Kikkererwten zijn zeer rijk aan polyfenolen. Ze zijn o.a rijk aan ferulazuur, chlorogeenzuur, koffiezuur, en vanillezuur. Daarnaast zitten er anthoccyanidinen delfinidine, cyanidine en petunidine in, dit zijn allemaal antioxidanten. Deze gaan oxidatieprocessen in het lichaam tegen Deze combinatie polyfenolen en antioxidanten is vrij uniek te noemen. Het werkt zeer gunstig voor een goed functionerend bloedvatenstelsel en daarmee het hart.
  • Kikkererwten zijn gezonde erwtjes voor diabetespatiënten. ze werken zeer gunstig op het stabiel houden van de bloedsuikerspiegel. Doordat er veel vezels in zitten zal de spijsvertering zeer geleidelijk en in een natuurlijk tempo verlopen waardoor er minder hoge pieken en dalen in de bloedsuikerwaarden worden gemeten.
  • Kikkererwten bevatten fyto-oestrogenen. Dit zijn bio-identieke hormonen die zwakker werken dan de lichaamseigen oestrogenen. Vrouwen na de menopauze maken minder oestrogenen aan waardoor het innemen van fyto-oestrogenen gunstig kan zijn om broze botten te voorkomen.\
  • Wetenschappelijke onderzoeken geven aan dat kikkererwten kunnen bijdragen aan een cholesterol-verlaging. Een uitgebreide wetenschappelijke review maakt melding van een lagere kans op diabetes type 2, kanker, spijsverteringsstoornissen, en cardiovasculaire ziekten.

Enkele wetenschappelijke referenties

Br J Nutr. 2012 Aug;108. Nutritional quality and health benefits of chickpea (Cicer arietinum L.): a review. Jukanti AK1, Gaur PM, Gowda CL, Chibbar RN.Chickpea (Cicer arietinum L.) is an important pulse crop grown and consumed all over the world, especially in the Afro-Asian countries. It is a good source of carbohydrates and protein, and protein quality is considered to be better than other pulses. Chickpea has significant amounts of all the essential amino acids except sulphur-containing amino acids, which can be complemented by adding cereals to the daily diet. Starch is the major storage carbohydrate followed by dietary fibre, oligosaccharides and simple sugars such as glucose and sucrose. Although lipids are present in low amounts, chickpea is rich in nutritionally important unsaturated fatty acids such as linoleic and oleic acids. β-Sitosterol, campesterol and stigmasterol are important sterols present in chickpea oil. Ca, Mg, P and, especially, K are also present in chickpea seeds. Chickpea is a good source of important vitamins such as riboflavin, niacin, thiamin, folate and the vitamin A precursor β-carotene. As with other pulses, chickpea seeds also contain anti-nutritional factors which can be reduced or eliminated by different cooking techniques. Chickpea has several potential health benefits, and, in combination with other pulses and cereals, it could have beneficial effects on some of the important human diseases such as CVD, type 2 diabetes, digestive diseases and some cancers. Overall, chickpea is an important pulse crop with a diverse array of potential nutritional and health benefits.

Analgesic, Anti-Inflammatory and Diuretic Activities of Cicer Arietinum L. Darakhshan Masroor 1, Sadia Ghousia Baig 2, Salman Ahmed 1, Syed Muzzammil Ahmad 1, Muhammad Mohtasheemul Hasan 1Analgesic, anti-inflammatory and diuretic activities of the methanol extract of two varieties of Cicer arietinum viz black or Desi and white or Kabuli were tested in the doses of 200 and 400 mg/kg. For analgesic effect of the extracts, acetic acid induced writhing, tail immersion and hot plate tests were employed in mice. The anti-inflammatory activity was carried out by carrageenan induced inflammation in rats, whereas the diuretic action was determined using metabolic cages for rats. Animals were divided into six groups (n=7): (1) Control (2) Standard (3) MECAB 200 (4) MECAB 400 (5) MECAW 200 (6) MECAW 400. All extracts and standard drugs were administered orally. Acute oral toxicity of the extracts was also checked in mice up to 2000mg/kg dose, which showed a favorable safety. Significant analgesic and anti-inflammatory effects were observed. The results of diuretic activity were significant at 12th and 24th hrs. Therefore, it is concluded that the methanol extracts of the seeds of Cicer arietinum have analgesic, anti-inflammatory and diuretic potential.

Zie ook https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/cicer-kikkererwten

maandag, januari 20, 2020

Troostende thuja

In Bretagne zoek ik steun en troost bij mijn mammoetboom bij het stadje Huelgoat. In Belgie bij mijn woonplaats Hastiere zoek ik die steun bij een andere indrukwekkende boom in het park van Hastiere par dela, de Thuja plicata.  Deze reuzenlevensboom is zowat 30 meter hoog en heeft donkergroen omhullend loof. 

De reuzenlevensboom wordt in westelijk Amerika tot wel zo’n 50 meter hoog. Het is een van de belangrijkste houtleveranciers in Noord-Amerika en Canada, al heb ik hem liever in levende lijve. Het bekende ‘Western Red Cedar’-hout staat bekend om zijn lange levensduur. Constructies die worden blootgesteld aan weer en wind worden dan ook vaak van dit hout, in onbehandelde vorm, gemaakt. Zo gebruikten de Indianen de boom om kano’s van te maken. Vaak zijn het de lagere rassen, helaas minder indrukwekkend die in ons land in de tuin worden gebruikt.

Het is een snelgroeiende boom met een roodbruine schors. De neerhangende takken beschermen de boom tegen zonnebrand maar omarmen ook de mens die troost en bescherming zoekt. De twijgen van de Reuzenlevensboom zijn minder vertakt dan bij de andere soorten Thuja en de takken en het loof zijn iets grover. De glimmende, groene blaadjes geuren naar fruit wanneer ze aangeraakt worden. De kegeltjes die de boom vormt zijn eerst groen, maar worden uiteindelijk bruin.

Thuja is een conifeer met historie. Thuja is afgeleid van het Griekse woord ‘thuo’, dat offeren betekent. De boom werd gebruikt bij offerrituelen, omdat hij een heel aangename geur verspreidt tijdens de verbranding. Deze geur is zeer specifiek voor de Thuja. Uit verse bladeren, twijgen en schors worden etherische olie gewonnen, die hun toepassing vinden in medicijnen en parfums.

Een Franse ontdekkingsreiziger leerde in de 16de eeuw van de indianen wat voor positieve invloed de Thuja op de behandeling van scheurbuik had. Aan deze werking dankt de levensboom dan ook zijn naam.

zaterdag, januari 11, 2020

Het bijzondere van het gewone.

Kruidenwandeling in mijn eigen Hoegaarden. In de voormiddag de tuinen van Hoegaarden, in de namiddag via de ijzeren brug langs de grote Gete en de oude spoorweg wandelen met zicht op de vijvers van de vroegere suikerfabriek. Jeugdherinneringen, avontuur in het moeras, suikersiroop smullen..... en nu een gewone kruidenwandeling met ordinaire planten, onkruiden paardenbloem, brandnetel en weegbree, Wel onkruiden met bijzondere geneeskrachten. Goed voor bijna alle orgaansystemen, paardenbloem voor de lever, brandnetelwortel voor de prostaat, weegbree voor huid en luchtwegen, vlier voor het immuunsysteem..... het bijzondere van het gewone. in de winter zijn het vooral de resten stengels, zaden van het vorige jaar die ons wat toefluisteren. Zo ook de hakerige zaden van de grote klis

Shakespeare in Measure for Measure: I am a kind of burr; Is shall stick'. En in As You Like It over het plakken van de klis: " They are but burrs, cousin, thrown upon thee in holiday foolery. If we walk not in the trodden paths, our very petticoats will catch them". I should shake them off with my coat. These burs are in my heart.” En Troilus and Cressida: ‘de meisjes uit onze familie dralen lang eer ze ja zeggen, maar, eenmaal gewonnen, zijn ze standvastig; dan zijn ze als klissen, verzeker ik u, ze blijven hangen, waar ze geworpen zijn’.


Zouden klissen mensen kunnen verbinden. in elk geval verbinding is er vandaag wel. niet veel volk zo in de winter maar toch volk uit alle windstreken, zelfs volk uit het verre Nederland.

Deze plant zou ook liefdesopwekkende krachten bezitten. De klit was opgedragen aan Venus omdat de stengel liefdesopwekkend zou zijn. In bouillon gekookt zou het effect nog groter zijn. Zo werd het ook aan vee gegeven om hen bronstig te maken.
Boven het hoofd van een vrouw gehangen laat het haar opgewekt worden, onder haar voeten zwaarmoedig, dit volgens Dodonaeus. Voorts, de steel van het groot klissenkruid dat noch jong is en eer daar klissen aangroeien schillen en rouw met zout en peper of gekookt met het sap van het vlees is vrij lieflijk om te eten. En die steel alzo gegeten vermeerdert het zaad en verwekt tot vleselijke lust en bovendien strekt het lichaam voor tamelijk goed voedsel, vooral als hij gekookt is. Als men daar pijnzaden, dat is kernen van pijnappels, bij doet dan is die voorschreven steel noch nuttiger en zo is het de uitterende en bloed spuwende lieden niet minder  nuttig dan de wortel zelf.

dinsdag, januari 07, 2020

Taxus baccata

Als je in Bretagne woont en door het mythische woud van Huelgoat dwaalt, kom je ook af en toe imponerende Taxusbomen tegen. De Taxus heeft in de volksmond de weinig flaterende naam ‘venijnboom’. Deze naam heeft hij waarschijnlijk te danken aan het feit dat al zijn onderdelen giftig zijn met uitzondering van de felrode zaadmantel. Zowel mens als dier gaan er dus beter omzichtig mee om.

Botanisch 
Deze traag groeiende conifeer, die best gedijt in enigszins kalkhoudende grond, behoort samen met de jeneverbes tot de inheemse naaldboomsoorten. Ze worden niet echt bij de familie van de coniferen ingedeeld omdat ze geen kegels dragen maar wel zogenaamde schijnbessen. De taxus is een van de weinige echt wintergroene struiken en bomen van onze streken. Hij verdraagt zelfs strenge vorst, al is een beschutte plaats tegen oostenwind aan te raden.

Vrouwelijke bomen hebben kleine, alleenstaande, groene bloemen. De bloemen zijn moeilijk zichtbaar tot de vlezige zaadrok opzwelt en in de loop van september helder rood wordt. Typisch is dat de top van het zaadje niet omsloten wordt door de zaadrok. De zaadjes zijn blauw-violet. De taxus komt van nature voor in Europa en Noord Afrika. Hij is zeldzaam geworden in het wild en is daarom beschermd. Hij is echter des te meer aanwezig in tuinen en parken als solitaire of als haagplant. Redenen hiervoor zijn het feit dat hij altijd groen blijft, weinig last heeft van ziekten en gemakkelijk te snoeien is. Hij laat stevige snoei toe en zelfs voor vormsnoei leent hij zich heel goed. Over de hoogte en stamomtrek van de taxus worden nogal uiteenlopende cijfers gepubliceerd. De hoogte kan variëren van 1 tot 40 meter en de boomstammen kunnen een doorsnede tot 4 meter bereiken. Hij houdt van schaduw. Zo kan hij het perfect vinden onder een beuk. Taxus kan heel oud worden. Er zijn exemplaren gekend van meer dan 1000 jaar oud. Hoe oud ze precies zijn is moeilijk te zeggen omdat de meeste oude exemplaren holle stammen hebben en een betrouwbare telling van de jaarringen dus niet mogelijk is.

Taxus bij St Rivoal
Etymologie naalden van de taxus
De naam Taxus zou afgeleid zijn van het Griekse ‘taxon’ of ‘toxo’ wat ‘boog’ betekent. Andere bronnen vermelden dat de naam van het Latijnse ‘texo’ afkomstig is. ‘Texo’ betekent weven wat zou verwijzen naar het feit dat taxusbast vroeger gebruikt werd voor weef- en vlechtwerk. Baccata verwijst naar de rode schijnbessen. Het woord ‘toxisch’ zou een afgeleide zijn van taxus.

Volksgebruik 
Het zeer buigzame, taaie hout werd gebruikt voor vlecht- en snijwerk en voor het maken van bogen en schilden. Caesar zou opdracht gegeven hebben om Duitse taxusbossen te kappen omdat hij het hout nodig had om voldoende bogen te maken. Ook de Kelten maakten hun bogen en pijlen van taxushout. Ze doopten daarbij hun pijlen in taxus-as om de vijand dodelijk te treffen. Ze gebruikten de boom ook bij massale zelfdoding bij verlies in de oorlog.
Taxus werd vroeger veel aangeplant bij kerkhoven en bij pastorijen. Hij is het symbool van dood en rouw maar ook voor onvergankelijkheid. Deze schijnbare tegengestelde symboliek zit in het feit dat de boom heel giftig is maar zelf altijd groen en dus ‘levend’ blijft.

Taxine
Alle delen van de boom bevatten taxine, een alkaloïde, behalve de zaadmantel. Dit giftige bestanddeel blijft ook werkzaam na koken, drogen of bewaren van het plantenmateriaal. De naalden hebben het hoogste taxinegehalte en dit neemt toe met het vorderen van de seizoenen. Jonge lente- en zomerscheuten zijn dus minder gevaarlijk. Zaden bevatten ook taxine. Als er op de zaden gekauwd wordt, komt de taxine vrij en kan dit fatale gevolgen hebben voor zowel mens als dier. Bij vogels gaan de zaadjes in hun geheel door het spijsverteringsstelsel en veroorzaken voor hen daardoor geen kwalijke gevolgen.

Werking 
Het alkaloïde taxine werkt in op het hart en het ademhalingsstelsel, eerst stimulerend daarna verlammend met mogelijk de dood als gevolg. Paclitaxel en baccatine worden gebruikt in de chemotherapie onder andere onder de merknaam Taxol als cytostatica. In elke cel bevinden zich microtubuli. Dit zijn kleine, buisvormige structuren die de cel zelf aanmaakt en onmisbaar zijn voor de celdeling. Taxol verstoort de celdeling enerzijds door de aanmaak van microtubuli aan te wakkeren en anderzijds door te verhinderen dat de bestaande microtubuli worden afgebroken. Hierdoor stikt de cel als het ware in de eigen microtubuli en wordt een normale celdeling onmogelijk gemaakt.

Uit Herba 66 geschreven door Hilde.


zaterdag, januari 04, 2020

Over een winterse groente: pastinaak

Het gebeurt niet zelden dat een populaire voedselplant plaats moet ruimen voor een ander, doorgaans gemakkelijker te telen cultuurgewas. De pastinaak is hiervan een schoolvoorbeeld. De Egyptenaren en de Grieken vermelden de pastinaak al in hun geschriften. Tot ver in de middeleeuwen vormde de pastinaak een vast onderdeel van ons dagelijks menu en was hij in elke tuin terug te vinden.

Na al die tijd is hij bij ons in onbruik geraakt, maar in veel landen wordt hij nog steeds geapprecieerd in soepen en bij vleesschotels. De zoete wortel mag in ieder geval niet ontbreken in een echte hutspot. Bovendien heeft de pastinaak de eigenschap soepen en sauzen te binden en is hij ook rauw erg lekker.

Wellicht heeft de introductie van de aardappel en later, in de 19de en vooral de 20ste eeuw de opkomst van onze oranje peentjes, het lot van de pastinaak bezegeld. De lange teeltduur van de pastinaak (ten minste 200 dagen) in vergelijking met de wortel (80 tot 150 dagen, afhankelijk van het ras) heeft z'n verdwijning mede in de hand gewerkt. In het wild treft men de pastinaak nog veel aan op braakliggende terreinen, waar hij bloeit met platte, gele schermen, maar in de groentetuin wordt hij steeds zeldzamer. Toch blijft de pastinaak een typische inlandse groente, al hebben de eerste groenten-etende mensen er niet meteen veel aan gehad. Pas eeuwen later verkreeg men door veredeling de dikke en vlezige, witte wortel van nu.

Dodonaeus over pastinaak
Dit gheslacht van wortelen wordt gheheeten in Griecx ende in Latijn Elaphoboscum van sommighen oock als Dioscorides seyt Elaphicon, Nephrion, Ophigenion, Ophioctonon, Herpyoees, Lyme ende Cerviocellus.

Dat ierste wordt hier te lande in onse Apoteken ghenaemt Pastinaca/ ende daer naer in Neerduytsch Pastinaken/ hoe wel dat dese niet en sijn die oprechte Pastinaken/ als in tvoorgaende capittel ghenoch ghebleken es/ ende daer om worden zy beeter ghenaemt in Hoochduytsch Moren/ ende Zam moren. Daer naer die selve oock nu hier te lande Tamme mooren gheheeten worden. In Franchois worden dese wortelen Cheruy ghenaempt.
Dat wildt gheslacht heet in sommighe Apoteken Branca leonina oft Baucia. In Hoochduytsch Wild moren. In Neerduytsch Wilde moren. In Franchois Cheruy saulvage.

Cracht ende werckinghe vlgs Dodoens

  • Die wortelen van Moren in die spijse ghelijck die Peen ghebruyckt/ gheven beeter voetsel/ ende meer dan die Peen/ ende sijn goet der longhene/ den nieren ende der borsten.
  • Die selve wortelen doen oock water maken/ versueten die pijne van der sijden/ verdrijven die winden ende weedom van den buyck/ ende sijn goet den ghenen die verreckt sijn oft van binnen ghequetst oft gheborsten.
  • Tsaet van den Moren es goet tseghen alle fenijn/ ende het gheneest alle beten ende steken van alle cruypende ende fenijnnighe ghedierten met wijn ghedroncken. Ende es zoo sterck daer tseghen datmen ghescreven vindt dat als die herten dit cruyt eten dat huer gheen fenijnnich ghedierte ghehinderen oft gheletten en kan.
Pastinaak tegen onvruchtbaarheid? Een Iraans onderzoek.
Background and Objective: Infertility is a major problem in medical sciences. Despite recent advances in diagnosing and treatment of infertility, it is still one of the most important medical problems. The aim of this study is to review the role of the parsnip (Pastinaca sativa L), a proposed remedy as to a fertile agent in the viewpoint of Iranian traditional medicine (ITM) and review the evidence in the conventional medicine.

Method: In this literature research, we investigated some important Persian medical and pharmaceutical manuscripts in ITM. The search was conducted with the keyword of the fertile agent, and the parsnip was one of the choices mentioned as a fertile agent which is also available. In order to assessment of current findings, a search was done in the PubMed and Google Scholar databases.

Result: In ITM, the parsnip is recognized as a stomach astringent, liver and uterine tonic and stimulates ovulation. It is named as semen or sexual desire increaser and fertile agent. In the viewpoint of ITM, attention to the health of main or vital members of the body (including the heart, brain, and liver) In addition to the health of the urogenital system, may have led to the treatment of infertility.

Conclusion: In some studies, the effects of the parsnip on spermatogenesis, number, and sperm motility are investigated but no studies have been done on women's infertility. This review shows that the parsnip can be as a fertile agent in female infertility. So, further clinical research is recommended.

woensdag, december 25, 2019

Met mijn katten en mijn maretakken een magische kerst

Een kerst met mijn katten en al de groene bomen buiten. Een kerst met een wild bruisende rivier. Een kerst met de oude, aftakelende populier vol met immense maretakken, de ultieme kerstboom. Een boom vol met groene ballen en glinsterende bessen.


Meer nog dan hulst en klimop, verleent de maretak (Viscum album Linné), ook bekend onder zijn Engelse naam mistletoe, de kerstperiode een magische glans. Terwijl spar, hulst en klimop vandaag de dag vooral sfeerbrengers zijn, blijft de maretak ook nuchtere geesten tot enig gelovig gedrag aanzetten. Onder een aan muur of plafond bevestigde bussel mistletoe wordt nog altijd met overgave gekust, precies als in laat-middeleeuws Engeland, toen de kissing bush – een kroon van den, klimop en hulst met erbovenop fruit, papieren rozetten en kaarsen en in het midden een bosje maretak – een populair kerst- of midwinterattribuut werd.

De biologie van de plant is niet vreemd aan de bijzondere positie die hij inneemt. De maretak is wat botanici een halfparasiet noemen, een plant die deels zélf voor voedingsstoffen zorgt via fotosynthese, maar ten dele ook teert op de stofwisseling van een waardplant door mineralen te onttrekken aan diens sap. Favoriete waardplanten van Viscum album zijn, in Noord- en West-Europa, loofbomen met een zachte schors, zoals appel, meidoorn, linde, iep, wilg, populier, berk en es; twee ondersoorten uit de berglanden van Frankrijk tot Oostenrijk prefereren den, zilverspar en lork. Iets minder geliefde gastheren zijn kastanje, acacia en esdoorn; vrijwel nooit vindt men de maretak op eiken.

De botanische kenmerken van de maretak zijn godsdiensthistorisch niet zonder belang. Want de plant is niet alleen wintergroen, hij groeit in de hoogte op hout dat ‘s winters ogenschijnlijk morsdood is. De maretak die op eiken werd gevonden, moet wel helemaal als heel bijzonder zijn ervaren. De eik was daarenboven in een aantal culturen van de Europese oudheid een heilige boom, die met een hele rits hemel- en dondergoden werd geassocieerd, waarschijnlijk omdat geen boom zo vaak door de bliksem wordt getroffen. De Griekse Zeus (wiens belangrijkste heiligdom te Dodona oorspronkelijk een eikenbos was), de Romeinse Jupiter, de Baltische Perkunas (van wie de naam “eik” betekent), de Germaanse Thor, enz. Bij de Kelten bekleedde de eik zo’n belangrijke plaats dat Plinius de naam van de Gallische en Britse priesterkaste, de druïden (Gallisch *druis / druides) afleidde van het Griekse woord voor eik, drūs. Mogelijk ten onrechte, overigens: nogal wat hedendaagse keltologen denken *druis te kunnen terugvoeren tot *dru-wid, waarin ze dan deru- “sterk”, “stevig” en wid- “weten”, “kennis” herkennen.

Plinius' etymologie is gebaseerd op het rituele gebruik dat hij beschrijft in zijn Naturalis Historia (16:249-251) en dat we allemaal kennen uit Asterix de Galliër. De zesde dag van de maan klommen de druïden in de heilige eiken om met een gouden sikkel maretak te snijden, die werd opgevangen in een witte mantel omdat hij de grond niet mocht raken; vervolgens werden twee witte stieren geofferd. Met de geoogste mistletoe brouwden Panoramix’ collega’s, nog altijd volgens Plinius, een drank die bijzondere eigenschappen had: hij beschermde tegen alle mogelijke vergiften en genas onvruchtbaarheid.

Dit oogsten van de maretak zou volgens sommige auteurs aan de basis liggen van het zeer populaire Franse aguilaneuf. Aguilaneuf (of één van zijn tientallen varianten) verwijst naar het gebruik met Nieuwjaar te gaan bedelzingen, en lijkt zowel te slaan op het lied dat wordt gezongen als op de gift die de zanger krijgt. De etymologie is verre van duidelijk, maar men heeft wel gui, “maretak” in willen herkennen. Aguilaneuf zou dan een verbastering zijn van "au gui l’an neuf!", de kreet waarmee de druïden zouden hebben opgeroepen tot het oogsten van de maretak. Want lezen we bij Ovidius niet “Ad viscum Druidae cantare solebunt”: “de druïden hadden de gewoonte tot de maretak te zingen”? Dit vers zou echter apocrief zijn, en ook Plinius’ beweringen worden wel eens in twijfel worden getrokken – de man heeft wel meer verzonnen. Zodat sommigen de maretak elke rol in de druïdische religie ontzeggen. Tenminste, in de oorspronkelijke druïdische religieuze praktijk, die in de eerste eeuwen CE verdween – want hedendaagse druïden gaan uiteraard vrolijk met de maretak te keer. Recente archeologische vondsten lijken echter te bevestigen dat de Kelten wel degelijk met Viscum album in de weer waren. In de maag van veenlijken, afkomstig van ritueel ter dood gebrachte mensen, zijn zeer hoge concentraties van maretakpollen aangetroffen, wat suggereert dat het galgenmaal van de slachtoffers bestond uit iets waarin maretak was verwerkt. Bovendien kan het zeer karakteristieke en in de Keltische kunst veel voorkomende motief van het dubbele blad van de maretak moeilijk worden genegeerd. In de 5de eeuw BCE doet het zijn intrede als een variant op het mediterrane palmbladmotief en het lijkt eveneens verband te houden met het denkbeeld van de Levensboom. Maar, zelfs indien de maretak inderdaad een cruciale rol heeft gespeeld in de Keltische religie: is er daarom enige relatie tussen de praktijken van de druïden en de latere kerstmistletoe? Dit valt te betwijfelen: het druïdische ritueel voltrok zich immers niet ter gelegenheid van de winterzonnewende, een tijdstip dat in de Keltische kalender trouwens nauwelijks belang lijkt te hebben gehad.

Hoe ook, het Europese volksgeloof van later eeuwen bleef de plant uitzonderlijke eigenschappen toedichten. Hij zou bescherming bieden tegen zowel vuur als water, kon bliksem afweren en vergif neutraliseren en werd geacht allerlei kwalen te genezen (van vallende ziekte tot flatulentie) en de vruchtbaarheid van mens en vee te bevorderen. Plinius schrijft dat in zijn tijd werd geloofd dat onvruchtbare vrouwen na contact met een maretak zwanger werden, en mogelijk is het kussen onder de mistletoe nog een verre echo van dit geloof. De naam “maretak” zelf is trouwens een expliciete verwijzing naar de wereld van de magie: “mare” is een oud woord voor kwelgeest, denk aan “nachtmerrie” en maretak betekent “tak waarop de mare rust” of juist “tak die tegen de mare beschermt”.

In de Keltische talen verwijst de naam van de plant dan weer naar zijn medicinale kwaliteiten en betekent zo veel als “allesgenezer” (omnia santantem bij Plinius): Iers uile-iceadh of uile-ic(c), Schots uil-ioc, Welsh oll-iach. In Scandinavië werd maretak beschouwd als beschermer tegen twist en vijandigheid, als vredesbrenger. Bosjes werden boven de deur gehangen om bezoekers een veilig welkom te heten, en als vechtende krijgers mekaar troffen onder een boom waarin mistletoe groeide, moesten zij onmiddellijk de wapens neerleggen. Niettemin was het precies een maretak waarmee in de Scandinavische mythologie Balder, de vriendelijkste van alle goden, werd gedood. Alles in de hemel en op de aarde had een eed gezworen de lieflijke Balder nooit enig kwaad te berokkenen. Tijdens een spel zette de boosaardige Loki de blinde Hodur, Balders broer, ertoe aan ook met pijl en boog te schieten: Loki zou de pijl wel richten. Hodur spande de boog, Loki richtte… en schoot Balder dood – met een uit maretak gesneden pijl. Omdat de maretak noch tot de hemel, noch tot de aarde behoort, gold de universele eed niet voor hem.

Niet tot de ene, noch tot de andere wereld behoren: dát is waarschijnlijk wat de maretak heilig maakt, ánders – en daarom ook beladen met kracht en potentieel gevaarlijk. Regels gelden niet voor een wezen dat zich aan de categorieën van het bestaan onttrekt en evenmin voor wie zich in de invloedssfeer van zo’n wezen bevindt. Onder de mistletoe is alles anders: oorlog wordt er vrede, lichamelijk contact dat anders niet wordt getolereerd, kan er plots wel – vreemde vrouwen kussen, bijvoorbeeld. Als plant uit de schemerzone tussen verschillende werelden, heeft hij ook associaties met de onderwereld: de gouden twijg, die Aeneas in boek 6 van Vergilius’ Aeneis snijdt voor hij in de onderwereld afdaalt, kan vrijwel zeker met de maretak worden geïdentificeerd.

Al deze mythisch-religieuze associaties zijn er waarschijnlijk de oorzaak van, dat Viscum album niet alleen tot vandaag tot de verbeelding spreekt, maar tevens de midwinterplant is die eeuwenlang niet was toegelaten in de kerk. Niettemin werd ook hij met Jezus Christus in verband gebracht. Zo heeft hij namen gekregen als herbe de la Croix en lignum Crucis, die waarschijnlijk samenhangen met het geloof dat Jezus’ kruis van maretakkenhout was getimmerd en met de opvatting dat de T-vorm van de maretak de vorm van het kruis imiteert.

maandag, december 23, 2019

Ander kerstgroen: hulst

Bij de kerst hoort traditioneel nog ander groen dan de klassieke kerstboom. Het gebruik om andere wintergroene planten tijdens de winterzonnewende in huis te halen dateert écht van vóór het christendom.

De Romeinen maakten ter gelegenheid van de Kalenden van januari slingers van laurier, Taxus, Buxus, rozemarijn, brem, den en kermes-, steen- en kurkeik; in Gallië en Brittannië werden hulst, klimop, den en maretak tot kransen en slingers geweven. De vroege christenen namen het gebruik over, blijkbaar tot ongenoegen van de kerkvaders, die het als heidens veroordeelden. “Als gij de tempels hebt verzaakt, maak dan van uw eigen huisdeur geen tempelschrijn!” maande de kerkvader Tertullianus in De Idolatria. Niet alleen immergroene planten werden gebruikt. Men sneed ook ogenschijnlijk dode takken die binnenskamers vol bladeren kwamen of gingen bloeien. Verwante gebruiken hielden het trouwens uit tot de 20ste eeuw: op het Limburgse platteland sneed men tot voor kort Barbaratakken, kersen- of berkentwijgen die in water werden gezet opdat ze met Kerstmis zouden bloeien; in Scandinavië deed men hetzelfde met een lijsterbestak.

Waarom precies groenblijvers werden (en worden) gebruikt om met de winterzonnewende huis, erf en straat te versieren, ligt min of meer voor de hand. Midwinter is de somberste, kaalste periode van het jaar, het moment waarop de natuur zo dood lijkt dat je moeite hebt om te geloven dat het nog ooit anders wordt. Door hun wintergroene karakter wijzen de groenblijvers op de permanente aanwezigheid van leven, ook in de donkerste dagen. Hulst, maretak en klimop hebben bovendien de sympathieke eigenschap hartje winter bessen te dragen, waardoor ze even symbolisch zijn als de besloze concurrentie maar bovendien een stuk decoratiever en spectaculairder.

Hulst  / Ilex aquifolium L.
komt van oudsher zeer frequent voor in kerstversiering. Uiteraard omdat het, met zijn donkergroene, glanzende en stekelige bladeren en zijn helrode bessen, zo’n bijzonder opvallende plant is, veruit de opvallendste struik of boom in het Europese winterlandschap. Het volksgeloof wil, dat alleen de mannelijke hulst stekelig is, de bladeren van de vrouwelijke zijn gaaf en zacht.

Een andere traditie verbindt de plant zeer nauw met het leven en lijden van Jezus. Hulst ontstond waar Jezus’ voeten de grond traden; de stekelige bladeren zijn een verwijzing naar zijn doornenkroon, de rode bessen symboliseren het bloed dat hij vergoten heeft. Het Duitse Stechpalme zou refereren aan de legende volgens welke de hulst oorspronkelijk de palm was waarvan men ter gelegenheid van Jezus’ intocht in Jeruzalem takken had gesneden; toen het volk “Kruisig hem” riep, zou de palm van droefenis stekels hebben gekregen. Verder heet de hulst in een paar Europese talen Christusdoorn en 16de-eeuwse Engelse auteurs noemden hem met een woordspeling de Holy Tree.

Hij wordt beschouwd als een geluksbrenger. Plinius schrijft dat een dicht bij huis geplante hulst bescherming biedt tegen heksen, bliksem en vergif, en dat een projectiel van hulsthout de kracht heeft gelijk welk wild dier te vellen – zelfs als het zijn doel mist! Een Engels bijgeloof stelt dat jonge meisjes op kerstavond een takje hulst met veel rode bessen aan hun bed moeten hangen, ter bescherming tegen boze geesten – incubi, naar ik veronderstel. Terwijl de rest van het kerstgroen wordt verbrand of weggegooid na de kerstperiode (meestal vlak na Driekoningen, in sommige streken pas met Lichtmis), werd hulst in veel streken bewaard om het huis tegen blikseminslag te beschermen. Tot in de 19de eeuw dacht men in sommige streken van Engeland dat het ongeluk bracht géén hulst in huis te hebben met Kerstmis. Al was het ook niet verstandig om reeds vóór kerstnacht hulst in huis te hebben, want dat kon eveneens ongeluk brengen.