vrijdag, augustus 15, 2014

Uhel varr, Viscum album in de Bretoense mythes

Nog op zoek naar mythische verhalen over planten in Bretagne kom ik via vele internetomwegen ook terecht in de merkwaardige kapel van Saint Herbot en zijn leespupiter met de afbeelding van een jongeling 'sous une sorte de verrière, ornée avec des branches de gui'.  Gui, Uhel varr, maretak wat anders, de meest mythische plant in het mythische Bretagne.

Un lutrin de la chapelle de Saint Herbot. Le premier de ces figures est celui d'un jeune homme se tenant sous une sorte de verrière, ornée avec des branches de gui.

Le mythe du rameau de gui.
Si le Breton moderne nomme le gui "uhel varr": "haute branche", les autres langues celtiques, comme l'Irlandais ou le gaélique d' Ecosse ont gardé dans le vocabulaire populaire la tournure "qui guérit tout"

On ne trouve pas de gui sur les pommiers et les peupliers au Huelgoat mais à Poullaouen ,il est très peu endémique dans le Finistère.

Le rameau d'or est à rapprocher du rameau vert, qui est un symbole universel de régénérescence et d'immortalité. Le rameau d'or est la branche de gui, dont les feuilles vert pâle se dorent à la saison nouvelle. Aussi. sa cueillette coïncide-t-elle avec la naissance de l'année. Au gui l'an  neuf\

Le nom même des druides se compose des deux racines dru-vud. Qui ont le sens de force et de sagesse ou de connaissance, et qui sont représentées par le chêne* et le gui*. Le druide est donc le gui et le chêne, c'est-à-dire la sagesse unie à la force, ou  l’autorité sacerdotale investie d'un pouvoir temporel. La conjonction gui-chêne indique que les deux venus demeurent indistinctes dans le même individu. Guénon a incidemment remarqué que ce symbolisme était exactement semblable à celui du sphinx égyptien, tête humaine et corps de lion, symboles de sagesse et de force

Bien que la tradition gréco-romaine n'ait pas connu de modèle du rameau d'or, Virgile place un tel rameau dans la main d'Ênée. Pour la descente aux Enfers: Un rameau, dont la souple baguette et les feuilles d'or, se cache dans un arbre touffu, consacré à la Junon infernale. Tout un bouquet de bois le protège, et l'obscur vallon l'enveloppe de son ombre. Mais il est impossible de pénétrer sous les profondeurs de la terre avant d'avoir détaché de l'arbre la branche au feuillage d'or... Ènée. guidé par deux colombes, se met à la recherche de l'arbre au rameau d'or dans les grands bois et soudain le découvre dans des gorges profondes. (Enéide, chant VI 01. traduction de A. Bellesson).

Muni de ce précieux rameau, il pourra désormais visiter les Enfers. Jean Beaujeu note à propos de ces textes de  l’Enéide que  la mythologie du gui, très pauvre en Italie était riche dans les pays celtiques et germaniques ;le gui passait pour avoir une puissance magique: II permet d'ouvrir le  monde souterrain, éloigne les démons, confère l'immortalité et, détail propre aux Latins, est inattaquable au feu. Tout « passe comme si Virgile avait adopté un thème de son pays natal (la plaine du  Pô avait été occupée pendant plusieurs siècles par les Celtes), en lui donnant un caractère latin par la consécration à Proserpine.

Un rite de la cueillette du gui est à observer: le rameau ne devait pas être coupé avec un tranchant de fer. L'usage du fer est interdit dans la plupart des rites religieux, car il est censé chasser les esprits ; il ôterait au rameau de gui ses propriétés magiques. Aussi les druides ne le cueillaient-ils qu'avec une faucille d'or.

Le rameau d'or est le symbole de cette lumière, qui permet d'explorer les sombres cavernes des enfers sans péril et sans y perdre son âme. Force, sagesse et connaissance.

Dictionnaire des symboles ( Mythes, rêves, coutumes, gestes, formes, figures, couleurs, nombres Alain Gheerbrant, Jean Chevalier)
http://an-uhelgoad.franceserv.com/lutrin.htm#lutrin

woensdag, augustus 13, 2014

Rode zonnehoed en de gehakkelde aurelia


Rode zonnehoed en de gehakkelde aurelia. Het zou de titel van een sprookje kunnen zijn. En een sprookje dat is het ook. Zomaar in eigen tuin. En namen van vlinders, Spaanse vlag, Morgenrood, Argusvlinder, Landkaartje lijken al even fantasierijk en sprookjesachtig als namen van planten. 

Over de gehakkelde aurelia dan maar. De rupsen leven op de bovenkant van de bladeren, waar ze niet opvallen... omdat ze net op een vogelstrontje lijken. Die vlinders toch, ook al slim met hun mini-hersentjes en ze hebben ook nog een letter C op hun vleugels. De Nederlandse naam Gehakkelde aurelia dankt de vlinder aan de merkwaardige, wat slordige gekartelde vleugelrand, alsof boze beesten er in gebeten hebben. Aurelia betekent goudkleurig dus toch nog iets om trots op te zijn.

En verder alleen maar genieten van een foto te maken of van een foto te bekijken. Lang te bekijken, hoop ik.

Cimicifuga in de overgang van de seizoenen

Cimicifuga racemosa, Zilverkaars bloeit met een meer dan manshoge witte aar. In de schemering onder de oude eik is het alsof de witte bloemen gloeiend hun gedacht zeggen. Praten doe ik nog steeds niet met mijn planten, toch vertellen ze me wat, al weet ik niet altijd wat ze bedoelen. Is er een rationele, rechtstreekse en duidelijke communicatie met planten mogelijk of is dat een contradictie in terminis? Signatuurleer, is dat de taal die planten spreken. Sprakeloos, zonder woorden.

Vrouwenwortel noemden de Noord-Amerikaans Indianen de zilverkaars (black cohosh. bugbane, black snake root). In het najaar groeven ze de wortels op en maakten er medicijnen van die vrouwen verlichting gaven bij pijnlijke menstruatie en geboorte weeën. Tegenwoordig worden extracten uit de wortels voor dezelfde doeleinden gebruikt, maar bovendien bleek zilverkaars een van de nuttigste planten om overgangsklachten bij vrouwen te verhelpen. Toch zijn de extracten in opspraak gekomen omdat ze mogelijk na lang gebruik ook levercellen zouden kunnen beschadigen. Onterecht vind ik, van belang is, voor de werking en de mogelijke bijwerkingen om gestandaardiseerde extracten te gebruiken, ze tijdelijk en afwisselend 2 maanden wel, 1  maand niet, te gebruiken. Veel geneeskruiden worden in de hedendaagse snelle geneeskunde veel te hoog gedoseerd, waardoor er bijwerkingen ontstaan en het vertrouwen in de plant verloren gaat. Spijtig voor de gebruiker en spijtig voor de reputatie van de plant.

En ondertussen doet de zilverkaars onder de eik zijn eigen ding. Groeien en bloeien. Misschien moet de mens alleen maar genieten van zulke krachtige planten om genezen te geraken.

Lees ook: http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/53434-zilverkaarswortel-ook-bij-osteoporose.html
http://huis-en-tuin.infonu.nl/tuin/121618-zilverkaars-in-de-tuin.html
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/35088-zilverkaars-in-de-overgang.html

zondag, augustus 10, 2014

Monarda bloeit en geurt

Ochtend in de tuin. Zon verdrijft de koelte van de nacht. Bergamotbloemen beginnen te geuren. Alle natuurelementen warm, koud, droog, nat komen harmonieus samen in dit ochtendmoment. Even nog wachten en dan de droge bloemen van bergamot, bee balm oogsten.
Van nature is de bergamotplant inheems in Noord-Amerika.  Het is een sterk geurende, vaste plant, die bijen, andere bestuivende insecten en zelfs de mens naar de tuin lokt. Deze stevige vaste plant combineert in de geneeskrachtige border bijzonder goed met rode en andere zonnehoeden, kaasjeskruiden, heemst en alsem. Zo krijg je een mooie bloeiende en gezonde border in augustus.

Monarda
De Latijnse naam van de plant Monarda verwijst naar een Spaanse dokter uit  Sevilla, Nicolas Monardes, die in 1569 een boek schreef over geneeskrachtige planten uit de nieuwe wereld.

De bloemblaadjes kunnen ook in salades worden verwerkt en de gesnipperde bladeren geven fleur en geur aan confituur en siroop. Vers blad in limonade of wijn geeft je drankje een frisse toets. Verder kan je thee maken van bloemen en/of bladeren, waarbij de bloemen een fijne en de bladeren een meer kruidige smaak geven

Long recognized as a powerful woman’s herb by Native peoples and old time doctors, Monarda was considered an excellent reproductive tonic in the 19th century and was given as a traditional gift to young brides to regulate and improve their cycles. Combine Monarda infused (not essential) oil with Mugwort or American Pennyroyal infused oil and apply to the lower abdomen to ease menstrual cramps or other cyclical discomforts.

Monarda tegen eczeem
Monarda fistulosa essential oil characterized by pronounced therapeutic effects is proposed for the treatment of seborrhea. Studies of its antibacterial, antimycotic, and antiinflammatory activities showed that it inhibits microorganism growth and is superior to hydrocortisone in combination with vitamin B6 by its anti-inflammatory activity. Bull Exp Biol Med. 2009 Oct;148(4):612-4. Study of Monarda fistulosa essential oil as a prospective antiseborrheic agent.

In its general influence monarda punctata is a pure active stimulant of a diffusible character; a few drops of the oil on the tongue will produce a stimulation which will be felt at the tips of the fingers in a few minutes. It stimulates the nervous system and increases the heart's action, taking the place of alcoholic stimulants to a great extent. The essence, tincture or infusion are all prompt in their action. It soothes nervous excitement when due to exhaustion, promoting sleep and rest. Finley Ellingwood, 1919
Weer te veel van het goede, maar waarschijnlijk is Monarda toch goed voor spijsvertering (upset stomach), verkoudheid, kalmerend, menstruatieklachten en voor een vette huid.

Oxymel
Een oxymel maken met Monarda. Oxymel is een oude en mooie bereidingswijze, een mengsel van appelazijn met honing waar dan een kruid, in dit geval Monarda in gemacereerd wordt. These sweet and sour preparations are specific to the respiratory system and can be used for bronchial complaints, especially when there is a lot of mucous present - such as coughs that are thick with mucous.
William Cook, a Physiomedicalist of the 1800s preferred vinegar as a menstruum for issues of the respiratory system. He felt that it concentrated the herb’s actions to the respiratory system.

Nota foto: En op de bergamotbloem zit zo maar een Euplagia quadripunctaria of te wel een Spaanse vlag,  een dagactieve nachtvlinder zoals dat zo mooi gezegd wordt. Opvallend is de vleugeltekening. De bovenvleugels zijn zwart met een kenmerkende tekening van roomwitte strepen. De achtervleugels zijn oranjerood met enkele zwarte vlekken. Deze zijn slechts te zien wanneer de vlinder vliegt. Door zijn felrode vleugels is hij dan een opvallende verschijning, hoewel hij op het moment dat hij gaat zitten slechts met moeite weer terug te vinden is.



vrijdag, augustus 08, 2014

Courgettes in de regen

Nog eens een dagje regen in Bretagne. Niks uitzonderlijk, toch was zo'n miezerige dag nu toch al even geleden. Maar voor de tuin mocht het wel. Als mens dan maar wat meer binnen bezig zijn, schrijven en koken. Koken om de overschot aan courgettes te verwerken. M. maakt er soep van en ik maak een courgette-soufflé.

Recept courgettesoufflé
Een te grote courgette in blokjes snijden en met 2 aardappels, curcuma, peper, zout, peterselie en bieslook gaar koken. De courgettepap met 2 opgeklopte eieren voorzichtig mengen, een lepel boekweitmeel er door, wat blokjes harde kaas (kies zelf maar, misschien is roquefort wel lekker, heb ik zelf niet geprobeerd). Alles in een beboterde ovenschotel, nog een laagje maizena of iets dergelijks en parmezaanse kaas er over heen en in een half uurtje in de oven luchtig gaar laten worden. Wij aten het samen met spercieboontjes uit de tuin.

Over courgette
Het Nederlandse woord courgette komt natuurlijk uit het Frans. Het is een verkleinwoord van courge, wat merg betekent.
Le terme « courgette », qui désigne les fruits récoltés avant maturité de certaines variétés de courge, n'est apparu dans la langue française qu'en 1929. Au Québec, sous l'influence des anglophones qui l'ont adopté tel quel dans leur langue, on a tendance à employer le vocable italien zucchini.
Le terme « pâtisson », qui est apparu au XVIIIe siècle, vient de l'ancien français pastitz, qui l'a emprunté à l'italien pasticum, « pâte ». En Europe, on l'appelle également « artichaut d'Espagne » et « bonnet de prêtre ».
L'expression « courge d'été » englobe la courgette, le pâtisson, la courge à cou tors et tous les autres fruits des variétés de courges que l'on récolte avant leur pleine maturité.
Originaire d’Amérique, la courgette a probablement été domestiquée au Mexique et ailleurs en Amérique centrale, il y a environ 9 000 ou 10 000 ans. Au gré des échanges entre les peuples amérindiens, elle s’est rapidement disséminée vers le nord, si bien qu’à l’arrivée des conquérants espagnols, sa culture était largement répandue sur le continent.

Typiquement américaine
La courgette est américaine. Surprenant, non? Qui pourrait imaginer que les légumes les plus populaires de la cuisine italienne – la courgette, la tomate et l’aubergine – ne viennent pas de ce pays? La courgette était absolument inconnue en Europe avant le XVIe siècle.
Elle appartient à la même espèce botanique que la citrouille, du moins certaines variétés, et les courges décoratives, trop amères pour être consommées. C’est dire l’important travail de sélection qui a été mené sur cette espèce, au fil des millénaires, pour en arriver à obtenir des fruits aussi différents les uns des autres.
Pendant longtemps, les fruits de cette espèce étaient cultivés soit pour servir de récipients, soit pour leurs graines nutritives. Ce n'est qu'assez récemment que l'on a sélectionné des variétés cultivées pour leurs fruits immatures. La courgette, qui appartient au sous-groupe des courges dites « à moelle », a probablement été sélectionnée par les peuplades du sud du Mexique, tandis que le pâtisson et la courge à cou tors l'ont été par celles de l'est des États-Unis.
Plus que toute autre, la courge à moelle a enthousiasmé les Européens lors de leur arrivée en Amérique. Au cours des 400 années qui ont suivi sa découverte, ils ont sélectionné des centaines de cultivars dans le but d'obtenir une floraison hâtive, des plants compacts et des fruits uniformes. La courgette est devenue dès lors un incontournable de la cuisine du sud de l'Europe. Les États-Unis, la Chine, le Moyen-Orient et l'Amérique du Sud ont également produit des cultivars adaptés à leur cuisine et à leur climat respectifs.

De courgette werd in de zestiger jaren voor het eerst geintroduceerd in ons land onder de naam "kussa".  Destijds werd de groente geen succes.  De telers lieten de vruchten te lang doorgroeien.Het was een grote uitgegroeide courgette die wel een gewicht van 15 kilo kon bereiken. Het vruchtvlees was sponzig en flauw van smaak. De gebruikswaarde was nihil. Pas toen er rassen kwamen die jong geoogst werden, kwam de consumptie op gang. Eind 1970 kwam het product weer op de markt onder de Franse naam courgette. En met de hulp van wat gerichte reclame werd ook de courgette uiteindelijk populair, ook al omdat de plant zo makkelijk te kweken is.

Zen-nig


De magie van een avond. Na een dag grijze wereld en miezerige regen klaart het 's avonds even op, net genoeg om de aarde op te warmen en de ganse natuur te laten verdampen. Nevel nodigt mij uit om de aarde anders te bekijken. Rivier verdwijnt in de verlossende verte, groot hoefblad lijkt op stap te gaan, stoere eik  wordt vloeibaar, verlangens lossen op in de grote leegte. Een ogenblik, even alles ondergaan.

woensdag, augustus 06, 2014

Moet je aan planten vragen of ze geplukt willen worden?

Een vraag die mij regelmatig gesteld wordt: Moet je aan planten vragen of ze geplukt willen worden?

Antwoord: Aan planten vragen of je hen mag plukken, lijkt mij nogal schijnheilig. Je weet toch op voorhand dat je geen antwoord, geen ja of nee krijgt. Ten minste, ik heb nog nooit antwoord gekregen. En ja, ik ga er van uit dat planten niet graag kapot gemaakt worden, dus hun antwoord is, wat mij betreft 'nee'. Het enige wat ik kan doen is planten met respect benaderen, niet meer plukken dan nodig is en bij het plukken zorgen dat de plant niet vernietigd wordt. Oogsten is dikwijls ook een vorm van snoeien waardoor planten, vooral heesterachtigen zoals tijm, salie en lavendel juist steviger gaan groeien. Zelfs het rooien en scheuren van wortels zorgt voor het vermeerderen van planten. In zekere zin kunnen planten door het scheuren en snoeien zich verjongen. En uiteindelijk, ondanks alle mooie woorden blijft het leven ook een 'struggle', een eten of gegeten worden.

Bij dit artikeltje dan maar een afbeelding van de zonnedauw, een klein lief plantje met glinsterende haartjes maar die haartjes blijken grijpgrage tentakels te zijn die insecten kunnen vangen en volledig verteren.  Verschrikkelijke vleesetende plantjes dus die zonnedauwtjes. Of ben ik nu met menselijke maatstaven aan het meten?

En verder over de zonnedauw, ooit en af en toe nog in gebruik als hoestwerend middel voor menselijk gebruik. De naam Drosera komt van het Griekse drósos en droseros, dat "dauw" resp. "bedauwd" betekent en betrekking heeft op de uitscheiding van de aan de bladrand staande klierharen. In de oude kruidenboeken heeft de plant de Latijnse naam Rosa solis, dat "dauw van de zon", dus zonnedauw betekent. Het Latijnse rotundifolia betekent "rondbladig".

De raadselachtige dauwdruppels, die ook in de zon niet verdampen, hielden de fantasie van de mensen behoorlijk bezig. In de dertiende de eeuw probeerden alchemisten uit dit vocht goud of een levenselixer "ad longam vitam suam" te maken. Bij de Romeinse geneeskundigen schijnt de plant onbekend geweest te zijn. De plant werd in de Middeleeuwen wel medicinaal toegepast, vooral bij hoesten, longziektes, kinkhoest en tering (= tuberculose).
In Zweden werden Droserasoorten samen met proteolytische enzymen gebruikt om verse melk in zogenaamde taai- of langmelk om te zetten. Daarbij ontstaat een verfrissende, zuur smakende, slijmerige drank met een lange houdbaarheid.

Lees ook http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/39562-in-de-naam-van-zonnedauw.html

dinsdag, augustus 05, 2014

Wilgenroosjes en wederiken


In ons overstromingsgebied langs de rivier groeien en bloeien overvloedig veel harige wilgenroosjes, een plant die samen met de andere wilgenroosjes en de basterdwederiken een bijzonder efficiënt middel is tegen goedaardige prostaatvergroting. 
Een probleem waar juist mensen van mijn leeftijd last van krijgen. Een voorrecht van de ouderdom zou je kunnen zeggen, net zoals grijs haar en rimpels. De oplossing voor deze problemen is gewoon vroeg dood te gaan, maar daar doe ik niet aan mee. Gelukkig zijn er goede planten om dat vreemde kliertje rond de plasbuis tot de orde te roepen. Naast de Epilobium species zijn ook de brandnetelwortel, pompoenzaad en de tropische palm Serenoa repens een hulp bij BPH.

Vandaag dus de bloeitoppen van het harig wilgenroosje geoogst, een makkelijk werkje al moet ik eerst door manshoge brandnetels, engelwortel en koninginnenkruid waden, maar ook dat is geneeskrachtig. Ik droog enkele bussels van het hele kruid en maak verder een tinctuur van de mooiste bloeitoppen. Er zitten naast bloem, steel en blad ook al groene zaaddozen tussen. Persoonlijk denk ik dat die zaaddelen het meest geneeskrachtig zijn, al wordt dat in wetenschappelijk onderzoek niet specifiek vermeld. Zou nog eens verder onderzocht moeten worden.  Thee van het verse kruid is ook te gebruiken, smaakt zelfs enigszins zoet, alleen na langer trekken begint het wat adstringerend (looistoffen) aan te voelen. Werkzame stoffen zijn naast fytosterinen mogelijk ook de looistoffen die ik proef. Ik lees 'ellagitannins from E. hirustum extract were proven to be transformed by human gut microbiota into urolithins. Urolithin C showed the strongest activity in the inhibition of cell proliferation (IC50  = 35.2 ± 3.7 μM), PSA secretion (reduced PSA secretion to the level of 100.7 ± 31.0 ng/ml) and arginase activity (reduced to the level of 27.9 ± 3.3 mUnits of urea/mg of protein). Results of the work offer an explanation of the activity of Epilobium extracts and support the use of Epilobium preparations in the treatment of prostate diseases. Dus.....

Voor verder onderzoek zie https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/epilobium-basterdwederik

zondag, augustus 03, 2014

Thuis in de tuin, hartgespan

Terug in Bretagne. De planten in de tuin zijn flink gegroeid. Zo gaat dat met planten, ze groeien, gelukkig, ook zonder mijn hulp. De nieuwe border staat er groen bij. Mooi rechtop staand hartgespan in bloei, aartsengelwortel royaal in blad, duizendguldenkruid zoals ik ze nog nooit eerder heb gezien en verder moederkruid, puntwederik, Vietnamese koriander, wede, Russische rabarber.....

Hartgespan is wel de meest opvallende plant op dit moment. Het is niet direct een door mij een veel gebruikte plant, toch begeleidt hij mij al een leven lang. Van Baarle, naar Weelde, Keerbergen, Bellegarde over De Haan naar Bretagne. Zo worden planten zwijgzaam gezelschap, genezend door hun aanwezigheid.

Deze Leonurus cardiaca vindt je nauwelijks nog terug in kruidenmengsels of voedingssupplementen, toch heeft hij al een lange geschiedenis van gebruik achter zich en ook wetenschappelijk is er wel wat aandacht aan besteed.

Oorspronkelijk komt de plant uit Siberië. Er bestaat ook een soort die Siberisch hartgespan noemt. De plant is al sinds de Romeinse tijd een belangrijk hartkruid. De oude Grieken gebruikten Leonurus om de angst van jonge moeders te verlichten. Het woord “Leonurus” komt van het Griekse “leoon”, wat “leeuw” betekent; “oura”is ook afkomstig van het Grieks en betekent “staart”. De plant heeft vermoedelijk deze naam gekregen omdat men vond dat de bladrijke bloeistengels op leeuwenstaarten leken! In de Middeleeuwen gebruikte men de plant bij “degenen die aan het baren zijn”.  Nicolas Culpeper meldde in 1653 “er is geen beter kruid om melancholische dampen uit het hart weg te nemen, het hart te versterken en de ziel vrolijk, opgewekt en blij te maken”. Ontspannend voor het hart vinden we ook terug in de Nederlandse naam en ook het tweede deel van de officiële naam 'cardiaca' verwijst naar het hart, niet te verwonderen dat ook wetenschappelijk onderzoek daar enige bevestiging van geeft. Met in vitro studies toonden wetenschappers een cardiotonische werking aan. Volgens Van Hellemont is Leonorus cardiaca een hartsedativum. Door gebruik van deze plant zou de diastole toenemen, de polsslag vertragen en een licht bloeddrukverlagend effect optreden.

verdere info zie https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/leonurus-cardiaca-hartgespan-1



woensdag, juli 30, 2014

Laserpitium in de Drôme en de Alpes de Haute Provençe

De forse schermbloemige Laserpitium is een vertrouwde plant voor mij. In de droge, stenige hellingen van de Franse Drôme kom ik hem regelmatig tegen. En nu hij ook als geneeskrachtige plant herontdekt is kan ik hem als herborist natuurlijk nog meer waarderen. De plant lijkt, oppervlakkig bekeken, wel wat op venkel en ook medicinaal heeft hij mogelijk dezelfde kwaliteiten oa gasverdrijvend en spijsverteringbevorderend, maar ook voor huid bezit de etherische olie verjongende eigenschappen. Tegen rimpels dus. En dat kan ik wel gebruiken.

Verder blijkt uit onderzoek van Tirillini et al. focused our investigation on the antifungal activities of Laserpitium garganicum subsp. garganicum(Ten.) Bertol essential oil. L. garganicum subsp. garganicum (Ten.)Bertol. (=Laserpitium siler L. subsp. garganicum (Ten.) Arcangeli) isa perennial herb belonging to the Apiaceae family. This plant is described as a subspecies of L. siler or a species of Laserpitiumin the Flora Europaea and the Flora d’Italia, respectively. Tirillini etal. tested L. garganicum subsp. garganicum essential oil against some phytopathogens and opportunistic human fungi. A few studieshave reported the biologically a ctive components isolated from L. siler,mainly sesquiterpene lactones, and one refers to sesquiterpene lactonesfrom the roots of L. garganicum. Tirillini et al. [27] identified fifty-sixcompounds in L. garganicum essential oil, representing 92.3% of the total oil.

Tirillini B, Pagiotti R, Angelini P, Pintore G, Chessa Ml, et al. (2009) Chemical composition and fungicidal activity of the essential oil of Laserpitium garganicum from Italy. Chem Nat Comp 45: 103-105.

Fournier says about this herb that its root which is bitter and a bit pungent, and even more the seeds which have a smell of anis mingled with that of coriander, have been reputed as diuretic, emmenagogue and stomachic. the seeds have been used as a substitute to fennel or caraway. In alpine Austria they made with its essential oil, which is of a blue color, an aromatic liqueur. The mountain people sometimes ate the root as a vegetable.

http://www.pfaf.org/user/Plant.aspx?LatinName=Laserpitium+siler
http://www.google.com/patents/WO2014030117A2?cl=en

maandag, juli 28, 2014

Peyresq, paddenstoelen, mensen en andere planten

Vandaag een bijzondere wandeling gemaakt in de Alpes de Haute Provençe. We vertrekken vanuit ons verblijf in Peyresq 1550 meter naar het Plan du Rieu 2054 meter ocharme maar 500 hoogtemeters. Eerst langs de rechte witte rotsen die het dorp domineren, dan door de hellingbossen met vooral grove den. Eens stevig doorstappen is altijd weer een vreemd genot, eens minder met planten bezig zijn, al zie ik ze in mijn ooghoeken altijd wel voorbij paraderen. Onderweg wordt er in de groep nog uitgebreid gepraat, wel wat vreemd voor mij dat yogamensen zich niet concentreren op het yogawandelen. Maar ook dat moet kunnen. Bijna boven, langs de kam komen we weer in het open landschap en genieten van de vergezichten, van de kale bergen maar ook van de kleine plantjes. Verder stappend komen we in een groener, wat vlakker landschap waar we tot onze verbazing enige en daarna vele reuzenchampignons en reuzenbovisten ontdekken. Het is alsof we in een sprookjeslandschap terecht zijn gekomen. Een stripverhaal over gemuteerde, radioactieve paddenstoelen, Kuifje in de bergen. Ik moet in mijn armen knijpen om te beseffen dat dit echt is. Nog nooit gezien en dat in de maand juli, midden in de zomer.

Mogelijk is het de Reuzenchampignon (Agaricus augustus), die heeft een hoed tot 25 centimeter breed met aanliggende dicht opeen staande schubben, geelbruin tot donkerbruin op een lichtere ondergrond. De witte steel heeft een brede afhangende ring en is van de ring tot de basis vlokkig geschubd. Het witte vlees verkleurt geel tot licht oranjebruin bij doorsnede en ruikt zwak tot sterk naar noten of anijs. De paddenstoel is eetbaar, maar de smaak is niet opvallend.
Het kan ook de Grootsporige champignon (Agaricus urinascens) zijn, die heeft hoeden tot 30 centimeter doorsnede met uitschieters tot 50 centimeter! Het is een soort van graslanden en grazige bermen op nitraat- of kalkrijke bodems. Nog maar eens verder uitzoeken.

Maar we zijn nog niet aan het eind van onze ontdekkingen, snuffelend tussen het gras op het plateau van Rieu ontdekken we mini-mini ogentroostjes, Euphrasia species, wel in bloei maar nauwelijks zichtbaar. Het plantje heeft zijn naam niet gestolen, want inderdaad goed voor de ogen. En je moet goede ogen hebben om het te vinden.
Een plant goed voor pezen en spieren vinden we ook, de bloeiende Arnica montana, het Valkruid. Eerst tot mijn blijde verrassing ééntje en daarna tot mijn verrukking hele velden. Arnica in de gloria. We verpozen en rollen even tussen deze kracht uitstralende vrolijke planten, plukken voorzichtig wat bloemblaadjes en kunnen dan tevreden de rest van de tocht afleggen. Terug naar Peyresq, terug naar de bloeiende lavendel en het bergbonenkruid.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/34569-arnica-of-valkruid.html
http://wetenschap.infonu.nl/scheikunde/45758-arnica-inhoudstoffen-en-werking.html 

About Peyresq
Peyresq (from le pays des pierres, or the land of stones) is a French village in the commune of Thorame-Haute in France, perched on a rocky outcrop of the Alpes-de-Haute-Provence at 1,528 metres above sea level.

The village first appears in charters of 1042 as Petriscum, referring to its rocky surroundings.
Peyresq (then spelled Peiresc) gave its name to the famous humanist Nicolas Claude Fabri de Peiresc - he was its lord, but never set foot there. After the French Revolution, the village came to be spelled as Peyresq, and in November 1964 it was merged with the village of La Colle-Saint-Michel to create a new commune called Saint-Michel-Peyresq. That commune was in turn absorbed by the municipality of Thorame-Haute in March 1974.

Reconstruction and renaissance
In 1952, Georges Lambeau, director of the Académie des Beaux-Arts at Namur, was searching the region for a site for a holiday camp for his students and found Peyresq almost completely abandoned and almost all its houses in ruins. Falling in love with the village's charm, he decided to reconstruct it in his own image. His friend Toine Smets, an entrepreneur from Brussels, decided to finance the project. According to the historian Louise Sgaravizzi, in 1953 of 53 houses 24% were habitable, 40% needed restoration and 16% were in ruins (the majority on what is now called the cour des Métiers). The access route to the village was paved in 1953. In 1954, the last farmer stopped farming in the fields at the foot of the village.

In 1954, the young architect Pierre Lamby joined the project. At the same time, Toine Smets revealed Peyresq to Lucien and Jane Jacquet, who founded the association Pro Peyresq, soon joined by Jacques Waefelaer and his wife Jacqueline, respectively treasurer and "responsable de l'intendance" (économat).

zondag, juli 27, 2014

Peyresq en de planten


Planten bij Peyresq. Veel absintalsem, echte lavendel in bloei. Oude vlierstruiken, bijna bomen met gedraaide knoestige stam, Nepeta nepetella, echte gamander (Teucrium chamaedrys) maar ook Teucrium montanum, verder is vooral bergbonenkruid massaal aanwezig en al wat in bloei.
In het dorp en directe omgeving vinden we de klassieke stikstofminnende planten zoals brandnetel, zuring en brave hendrik. Planten die graag bij de mensen groeien en die, toevallig of niet, ook goed eetbaar zijn.
Zeldzaamheden naar Belgische normen zijn oa Hypericum coris, een sierlijk familielid van sint janskruid. Van deze Hypericum kunnen we geen olie maken, de plant bevat geen rode hypericine, het geneeskrachtig bestanddeel van sint janskruid, Hypericum perforatum. Ook bijzonder en zeldzaam is de Laserpitium, een schermbloemige waar recent ook etherische olie uit gewonnen wordt. Planten genoeg dus. Wordt de verzadiging ooit bereikt?



Over Laserpitium
Dodonaeus vermeldt de plant Laserpitium onder de naam Seseli. Hij schrijft Tsaet ende die wortelen van Seseli sijn werm ende drooge tot in den tweeden graedt/ ende subtijl van substantien.
Tsaet van Seseli met wijn ghedroncken sterckt ende verwermt die maghe/ het doet die spijse verteeren/ het versuet dat crimpsel ende weedom in den buyck/ het gheneest die coude huyverachtighe cortsen/ ende es seer goet tot die corticheyt van den adem ende langduerende verouderden hooft. In somma tes seer goet tot alle inwendighe leden.
Tselve saet doet oock die urine lossen ende es goet tseghen die droppelpisse ende coupisse/ het verweckt die natuerlijcke cranckheyt der vrouwen/ iaecht af die doode vruchten ende doet die moeder die opclimt sincken ende in haer plaetse keeren.
Tsaet van Seseli es oock goet ghebruyckt den ghenen die met eenige vallende sieccte besmet sijn.
Die reysende man die saet van Seseli met peper ende wijn drinckt en sal gheen coude over wech crijghen.
Tsaet van Seseli es oock goet den gheyten ende andere viervoetighe ghedierten te drincken ghegheven/ om lichtelijck haer ionghen te worpen. Tselve werck doen oock die bladeren alsmense den vee teten gheeft.