dinsdag, augustus 23, 2016

Tulbaghia in de ochtend

Het wordt warm vandaag. Ook hier in Bretagne. Mijn vast ritueel in de ochtend, even de nog frisse, verse lucht opsnuiven en de bedauwde planten besnuffelen.
In een pot aan de voordeur bloeit net de Zuid-Afrikaanse plant Tulbaghia violacea, ook wel Kaapse knoflook genoemd. Van deze lieve, sierlijke plant zou je niet verwachten dat de bladeren naar knoflook ruiken en nog minder zou je verwachten dat ze een testosteron stimulerend effect hebben. In elk geval werd dat door onderzoekers van de University of the Western Cape ontdekt toen ze proeven deden met testikelcellen van ratten in reageerbuizen. Vreemde wezens die wetenschappers.

In tuincentra kun je Tulbaghia violacea gewoon kopen.  De stengels zijn eetbaar, en hebben een sterke knoflooksmaak. Ook de bloemen kun je eten, maar die smaken wat minder uitgesproken. Zoeloes gebruiken Tulbaghia violacea al eeuwenlang als een geneeskrachtige plant. Hoewel overmatige consumptie kan leiden tot ontstekingen, buikpijn en darmklachten zou de plant bij hanteerbare doseringen de libido stimuleren. Vandaar dat de onderzoekers ethanolextracten van de verse stengels en knolletjes lieten inwerken op testescellen in reageerbuizen. Schadelijk voor de testes waren die extracten in ieder geval niet. In samenspel met LH (luteiniserend hormoon) stimuleerden de extracten de aanmaak van testosteron met 33-72 procent.

Niet dat ik in de ochtend met de testosteronproductie van mijn tuinplanten bezig ben, maar toch blijft het mij nog steeds verwonderen wat voor merkwaardige werkingen al die gewone en ongewone planten in de eerste de beste tuin kunnen hebben.
Zomerochtend in de tuin, geur, gefilterd licht, gedachten. Gewoon geweldig.

Lees ook https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/tulbaghia-violacea-kaapse-knoflook

donderdag, augustus 11, 2016

Boommalva in de tuin

Indrukwekkend is hij wel, de boommalva. Lavatera arborea. Ik zag hem voor het eerst aan een Bretoense kust. De plant was duidelijk herkenbaar als familie van het kaasjeskruid, maar dan een kaasjeskruid met houtige, stoere stengels. Bijna boom dus, vandaar de naam. We hebben nu ook enkele planten in onze Bretoense border staan. Het blad voelt fluwelig aan, net zoals de heemst en als ik de signatuurleer mag geloven en het feit dat veel kaasjeskruiden slijmstoffen bevatten en goed zijn voor de luchtwegen, dan zou ook deze Malvaceae mogelijk een geneeskrachtige werking kunnen hebben.

In sommige literatuur wordt hij wel als eetbaar omschreven:
Young leaves - raw or cooked. A mild flavour, but the leaves are dry and hairy and not that agreeable in quantity on their own. They can be used as part of a chopped mixed salad.

The leaves of the species are used in herbal medicine to treat sprains, by steeping them in hot water and applying the poultice to the affected area. It is theorised that lighthouse keepers may have spread the plant to some British islands for use as a poultice and to treat burns, an occupational hazard. Thought to have been used as an alternative to toilet paper. The seeds are edible and are known in Jersey as "petit pains", or "little breads". Als WC papier gebruiken, vind ik wel interessant maar dan wel in de natuur, niet echt om door te spoelen. En de onrijpe zaden als snoepje eten, herhinnert mij aan mijn jeugd. Toen aten we de groene zaden van een familielid, het klein kaasjeskruid ook als 'broodjes'.

Tree mallow was considered a nutritive animal food in Britain in the 19th century, and is still sometimes used as animal fodder in Europe.[9] For human consumption, some sources describe the leaves of tree mallow as edible, although not as palatable as common mallow, unless cut very thinly, because of the very velours-like hairy mouth-feel.[14]

Andere namen
Althaea arborea (L.) Alef, Oestr. Bot. Zeitschr. xii. 260 (1862)
Anthema arborea Medik., Malv. 42 (1787)
Lavatera arborea var. berlengensis (Boiss. & Reut.) Cout.
Lavatera arborea var. genuina (Boiss. & Reut.) Cout.
Lavatera arborea var. lasiocalyx Sennen
Lavatera eriocalyx Steudel, Flora, xxxix. 438 (1856)
Lavatera veneta Miller, Gard. Dict. ed. VIII. n. 6
Malva arborea (L.) P. Webb & Bertholet, Phyt. Canar. i. 30 (1836)
Malva dendromorpha M.F. Ray, Novon, 8(3): 292 (1998)
Malva fastuosa Salisb., Prod. 381.

donderdag, juli 21, 2016

Elzen

Fearn, de els, is een waterboom bij uitstek. Niet verwonderlijk dus dat deze boom in onze Bretoense tuin langs de Aulnerivier veel voorkomt.  De zaden van de els drijven in hun harde houten bolsters naar nieuwe oevers. Elzen kunnen zowat twintig meter hoog worden. Ze groeien net als populieren en wilgen als een brede struik met een omvangrijk wortelpakket, een aanpassing aan overstromingsschade. De els vormt bloemen en zaden in katjes. De knoppen groeien in spiralen. Daarom staat deze boom voor nieuwe levenskracht. Dit komt ook naar voren in Homerus' Odyssee, waarin de els samen met de populier en de cipres wederopstandingsbomen zijn. Men geloofde dat een magische fluit van elzenhout de noordenwind oproept en dat men met wichelroeden van elzenhout regen kon maken.

Het olierijke hout van de els verrot niet en kan onder water duizenden jaren meegaan. Elzenhout wordt dan ook gebruikt voor pompen, sluizen, heipalen en andere constructies onder water. Keltische fundamenten van huizen van voor de jaartelling, die in Zwitserse meren zijn gevonden, zijn ook van elzenhout. Het houdt ook huizen overeind tijdens winteroverstromingen. De Rialtobrug in Venetië, veel kathedralen en andere gebouwen in moerassige gebieden zoals ook Amsterdam en Rotterdam, zijn op funderingen van elzenhout gebouwd. Omdat de els uitstekend tegen water bestendig is zegt men dat deze boom 'inwendig vuur' heeft. In de oudheid en middeleeuwen werd van de bast van de els een rode verfstof gemaakt (de kleur van bloed, energie, vuur en kracht) waarmee het gezicht van de heilige koning ritueel rood werd gekleurd.

De knoppen van Alnus glutinosa bevorderen de doorbloeding van de haarvaten en werken net als de wilde kastanje ontstekingsremmend. Goede resultaten bij behandeling van chronische verkoudheden van onduidelijke oorsprong en allergische neusverkoudheid. Gecombineerd met Ribes nigrum werkt het tegen allergische astma. Veel gebruikt na hersenbloedingen om de kwalijke effecten daarvan op te heffen. Ook aangewezen bij: Chronische- en allergische verkoudheden. Bronchitis. Blaas- en nierontstekingen. Aderontstekingen en urticaria

Pharmacogn Rev. 2011 Jul;5(10):174-83. Bioactive constituents and medicinal importance of genus Alnus. Sati SC1, Sati N, Sati OP.
The genus Alnus has been reviewed for its chemical constituents and biological activities i ncluding traditional importance of some common species. The plants of this genus contain terpenoids, flavonoids, diarylheptanoids, phenols, steroids, and tannins. Diarylheptanoids are the dominant constituents within the genus Alnus, few of them exhibited antioxidant effects and inhibitory activity against nuclear factor kappaB activation, nitric oxide and tumor necrosis factor-α production, human umbilical vein endothelial cells, farnesyl protein transferase, cell-mediated low-density lipoprotein oxidation, HIF-1 in AGS cells, and the HIV-1-induced cytopathic effect in MT-4 cells. Some ellagitannines showed hepatoprotective activity even in a dose of 1 mg/kg which is ten-fold smaller compared with the dose of traditional flavonoid-based drugs. The members of genus Alnus are well known for their traditional uses in the treatment of various diseases like cancer, hepatitis, inflammation of uterus, uterine cancer, rheumatism, dysentery, stomachache, diarrhea, fever, etc.

woensdag, juli 13, 2016

Agrimonie

Gewone agrimonie, Agrimonia eupatoria bloeit in onze Bretoense tuin.  Dit ranke, stevige kruid met zijn gele bloemetjes groeit graag op lemige, zonbeschenen bodems. Hij heeft een dikke, kruipende,bruinrode wortelstok. Zijn geheim wapen om zich te verspreiden zijn de schijnvruchtjes met weerhaakjes, die vastklitten in de vacht van dieren en in het haar van de tuinman. 

De officiële, botanische naam is afgeleid van Griekse "argemonei", argemon, witte vlek op het hoornvlies, dit is nu de naam van een papaversoort, waarvan  het  witte  melksap  volgens de  signatuurleer werkzaam  zou  zijn tegen  oogkwalen.  Het plantengeslacht Agrimonie kreeg mogelijk die naam wegens de verwantschap met die Papaver argemone. Eveneens volgens de signatuurleer zouden de gele bloemen aangewezen zijn bij leverkwalen en geelzucht, vandaar de oudere naam leverkruid. Natuurlijk zijn er ook altijd weer andere verklaringen voor een naam, het zou ook afkomstig kunnen zijn van Griekse ‘agros’, veld, akker en ‘monias’,  alleen levend, wat verwijst naar zijn solitaire voorkomen. Of mogelijk ook afgeleid van het Griekse hepatorion, van de leverziekte hepatitis.

zaden van de agrimonie
In het oude Griekenland was het kruid toegewijd aan de godin Pallas Athena. De soortnaam eupatoria verwijst naar de Pontische koning en kruidenkenner Mithridates Eupator (132- 64 voor), die deze plant toepaste tegen leverziekten en vergiftigingen. Schijnvruchten zijn teruggevonden in sites van neolithische en bronstijd-nederzettingen. In oude literatuur werd Agrimonie lange tijd verward met IJzerhard, Verbena officinalis.  In de 18e eeuw werd hij Lappula hepatica genoemd, leverklis omwille van de vruchtjes die in de vacht van dieren blijven klitten

Andere namen: Omgekeerde klissen, Verkeerde klissen (omwille van de hangende vruchtjes), Aggermone, Havermonie, Drakenbloed, Edelleverkruid.
Frans: Aigremoine à feuilles d'aunées; bois aux sept vertus, eupatoire à feuilles d'aunée, herbe à choléra, Herbe de Saint Guillaume, Thé des bois, Toute-bonne, Francormier, Philanthropos
Duits: Odermennig
Engels: Agrimony; Striata: striate agrimony, roadside agrimony, woodland grooveburr

Mythologie 
Aan het kruid werd anti-diabolische krachten toegeschreven, het zou in staat zijn om boze geesten en ander gespuis te verdrijven. Uitgegraven op Goede Vrijdag, zou het ideaal zijn om de "gunst van vrouwen" te verwerven. De kracht van de Agrimonie als rustgevend middel blijkt uit een oud Engels medisch manuscript: If it be leyd under mann's heed, he shal sleepyn as he were deed; he shal never drede ne wakyn till f ro under his heed it be takyn. 
Het kruid word ook gebruikt in de Bachbloesemtherapie ‘om bij alle beproevingen en moeilijkheden die u tegenkomt uw innerlijke kalmte te bewaren’

In het verleden werd het zeer veel toegepast, nu wordt het nog weinig gebruikt, al is het zeker geschikt als looistofplant voor de keel en de neusholte en als bitterstofplant voor de lever en de spijsvertering.

Kwon HY, Kim HJ, Chang EJ, Kim MB, Yoon SK, Song EY, Yoon DY, Lee YH, Choi IS, Choi YK »«    (2005)  Inhibition of hepatitis B virus by an aqueous extract of Agrimonia eupatoria L.  Phytother Res (PubMed: 16041735)

woensdag, juli 06, 2016

Verborgen vrouwenschoentjes

Tijdens onze kruidenstage in de Franse Drômestreek wandelen we ook weer bij de abdij van Valcroissant in de flanken van de Glandasse. Voor één keer maken we een stevige wandeling maar wel een wandeling met een uitzonderlijke plantengroei. Zo vinden we in de schemering van de grillige palmboompjes de magische wolfskers Atropa belladonna  en op een vooruitgeschoven rotspunt in de blakende zon de tropisch aandoende witte affodil in het gezelschap van Droomse tijm met geraniol en veel wollige Teucrium polium. Maar ik kom hier meestal, maar dan wel in Mei, voor een bijzondere orchidee, het vrouwenschoentje. Nu is alleen het blad nog een beetje zichtbaar.

Vrouwenschoentjes in Mei
Als je voor de eerste keer vrouwenschoentjes in bloei ziet staan, geloof je je ogen niet. De geel met bruinrode bloemen van meer dan tien cm groot op stengels van soms bijna een meter, zijn van een weergaloze schoonheid. Maar de meeste bergwandelaars hebben hem waarschijnlijk nooit  gezien. Het is dan ook een zeldzame orchidee. Bovendien is het, zoals zoveel orchideeën, een vroege bloeier. De plant bloeit in mei, wanneer de meeste bergwandelaars nog niet onderweg zijn. Als ze uitgebloeid zijn, vind je ze nauwelijks meer terug.
Hun optimale groeiplaats is aan de rand van bossen of open plekken in het bos. Vooral open plekken in beukenbossen zijn favoriet. Je zult de plant nooit in de volle zon of op droge plaatsen vinden, maar ook echt natte plaatsen worden gemeden. Vrouwenschoentjes geven de voorkeur aan een kalkbodem. In de bergen vind je ze vooral tussen 1100 en 2200 meter. De plant groeit in symbiose met een schimmel in de grond. De schimmels bevinden zich rondom de fijne haarworteltjes waarmee voedsel vanuit de bodem wordt opgenomen. Ze zorgen er voor dat de plant gemakkelijker voedingsstoffen tot zich kan nemen. Als de schimmels ontbreken,  kan de plant niet tot ontwikkeling komen.

De bestuiving door insecten gebeurt bij vrouwenschoentjes op een aparte manier. Het zijn vooral hommels en bijen die dat doen. De rand van het schoentje is heel glad door een waslaagje. Insecten die daarop terecht komen, vallen in de holte van de bloem. Die heeft hier en daar doorzichtige stukken waardoor licht naar binnen valt. De enig zichtbare uitgang is langs de meeldraden met hun stuifmeel. Een insect dat zich hierlangs naar buiten wurmt, krijgt een toefje stuifmeel op zijn rug, dat bij een volgend bezoek aan een andere plant op de stamper terecht komt. Soms vinden insecten de weg naar buiten niet meer en blijven, helaas, dood in de bloem achter.
De beste groeiplaatsen liggen niet in de centrale Alpen die immers uit kristallijn gesteente bestaan, maar in de Kalkalpen in het noorden en het zuiden zoals de Dolomieten , de Jura en de Verçors.  Ik vind ze dus in het Zuiden van de Verçors in de flanken van de Glandasse.

Dus bij deze een verhaal over een plantje dat nu nauwelijks zichtbaar is. Toch geniet ik van het weten dat ze er zijn.

zaterdag, juli 02, 2016

Laserkruid

Zowel in de Alpen als in de Drôme vinden we een bijzondere schermbloemige, waarvan de zaden nu ook gedistilleerd worden. Deze Laserpitium siler of te wel laserkruid is een vertrouwde plant voor mij. In de droge, stenige hellingen van de Franse Drôme kom ik hem al jaren tegen. En nu hij ook als geneeskrachtige plant herontdekt is kan ik hem als herborist natuurlijk nog meer waarderen. De plant lijkt, oppervlakkig bekeken, wel wat op venkel en ook medicinaal heeft hij mogelijk dezelfde eigenschappen o.a gasverdrijvend en spijsverteringbevorderend, verder wordt de etherische olie vooral voor de huid gebruikt. Mogelijk verjongend, tegen rimpels dus.  Tijdens onze kruidenstage in Bellegarde heb ik van de zaden een tinctuur gemaakt. Benieuwd wat dat zal geven.

Dodoens noemt het Laserkruid ook Seseli. Hij schrijft: Dat ierste geslacht heet in Griecx Seseli Massaleoticon. In Latijn Seseli Massiliense/ van sommighen Spagnon ende Platycyminon, id est Latum cuminum/ dat es breede Comijn. In die Apoteke als Jacobus de Manlys scrijft Siler montanum. In Hoochduytsch van sommighen Waldt kymmel.
Tweede gheslacht wordt gheheeten in Griecx ende Latijn Seseli AEthiopicum/ ende van den Egiptenaeres Cyonophrice.
Tsaet ende die wortelen van Seseli sijn werm ende drooge tot in den tweeden graedt/ ende subtijl van substantien.

  • Tsaet van Seseli met wijn ghedroncken sterckt ende verwermt die maghe/ het doet die spijse verteeren/ het versuet dat crimpsel ende weedom in den buyck/ het gheneest die coude huyverachtighe cortsen/ ende es seer goet tot die corticheyt van den adem ende langduerende verouderden hooft. In somma tes seer goet tot alle inwendighe leden.
  • Tselve saet doet oock die urine lossen ende es goet tseghen die droppelpisse ende coupisse/ het verweckt die natuerlijcke cranckheyt der vrouwen/ iaecht af die doode vruchten ende doet die moeder die opclimt sincken ende in haer plaetse keeren.
  • Tsaet van Seseli es oock goet ghebruyckt den ghenen die met eenige vallende sieccte besmet sijn.
  • Die reysende man die saet van Seseli met peper ende wijn drinckt en sal gheen coude over wech crijghen.
  • Tsaet van Seseli es oock goet den gheyten ende andere viervoetighe ghedierten te drincken ghegheven/ om lichtelijck haer ionghen te worpen. Tselve werck doen oock die bladeren alsmense den vee teten gheeft.

En dus, volgens Dodonaeus, blijkbaar ook goed voor mij, de reizende man 'die saet van Seseli met peper ende wijn drinckt en sal gheen coude over wech crijghen'.

Wat wetenschappelijk onderzoek Laserpitium species
Antimicrobial properties of extracts of underground parts of three Laserpitium L. (Apiaceae) species, namely Laserpitium latifolium L., Laserpitium zernyi Hayek and Laserpitium ochridanum Micevski, were investigated. The investigated species are widely used as functional foods, as spices and for preparations in traditional medicine for treating complaints connected with infection and inflammation.
Furthermore, antimicrobial and antibiofilm effects of laserpitine, the most abundant compound in the chloroform extract of L. latifolium, and guaianolide sesquiterpene lactones, such as, isomontanolide, montanolide and tarolide, principal components of the extracts of L. zernyi and L. ochridanum were assessed. The antimicrobial activity was tested using the microdilution method against five pathogenic bacteria and five fungi, as well as in the microplate biofilm assay on two Candida clinical isolates (C. albicans and C. krusei).
Among the extracts, L. latifolium showed the most prominent activity. Isolated metabolites exerted higher effects against fungal than against bacterial strains, isomontanolide being the most active. Interestingly, all constituents showed higher potential on inhibition of biofilm formation than fluconazole, a reference compound. Tested metabolites may be good novel agents with high antifungal and antibacterial potential that might find practical applications in food industry as food preservatives in order to retard the growth of food spoiling microbes, but only after detailed safety assessments.

woensdag, juni 29, 2016

Bergen, Adonis en de bende van Maurice

In de Alpen. De hele dag wandelen, dus veel te beleven maar geen tijd om te schrijven. Vandaag vertrekken we in het bergdorpje Fouillouse richting col en lac de Vallonnet 2600 meter . Fouillouse mooi bergdorp op zowat 1900 meter hoogte. We komen hier vooral om stevige bergtochten te maken maar bij begin en eind van de tocht en ook wel eens tussendoor besteden Hilde en ik toch wat tijd aan de planten. Hoe kan het ook anders.

Bij het binnenwandelen van het dorp stuitten we al direct op een zeer zeldzaam, bijna uitgestorven akkeronkruidje, het Kooltje Vuur. Zijn Latijnse naam is niks minder dan Adonis en ja de felrode bloemetjes vlammen ons vurig tegemoet. Het eenjarig plantje is niet alleen, rood en vurig maar ook giftig. Zoals een echte adonis?

In de oude kruidenboeken oa bij Lobelius, worden ze Bruinettekens genoemd. In Latijn Flos Adonis. Deze plant is genoemd in Latijn van de jonge herbaristen Flos Adonis en schijnt te zijn Phlox van Theophrastus vanwege de vurige kleur van de bloemen die dezelfde Theophrastus stelt onder de vroege zomerbloemen in het 7de kapittel en is Anemone tenuifolia van Cordus en Eranthemum Gesneri en Dodonaei. De gehele plant is scherpachtig van smaak waarom dat veel geleerden van Montpellier die liever wilden stellen onder de soorten van Anemone dan te heten Eranthemum. Welke opinie ook versterkt wordt door de overeenkomsten genomen uit de Theriaco Nicandri als dat dit kruid voortgekomen is van het bloed van Adonis en Anemone heten dat ook Ovidius doet in Metamorfosen.

‘Cùm flos de sanguine concolor ortus,
Qualem quae ento celant sub cortice granum
Punica ferre solent.
Nimia levitate caducum
Excutiunt ipsum, qui perflant omnia venti’.
Waar ge mag zien dat de Anemone en de gewone naam Herba venti bedekt zijn.’

Zulke teksten debiteer ik zeker niet tijdens zo'n stevige klimtocht naar een col. Je ademhaling heb je dan eerder nodig om boven te geraken. Over de rest van de tocht hopelijk een volgende keer.

zondag, juni 19, 2016

Valeriaanbloemen. Ook te gebruiken?


Dan toch maar eens een tinctuur gemaakt met de bloemen van valeriaan. Normaal moet dat met de wortel, maar eens wat anders proberen moet kunnen. De vreemde, muffe geur van de wortel vind je ook, maar zeer subtiel, terug in de bloemen maar dat aroma is dan wel gemengd met een wat zoetere bloemige geur. Een mooi evenwicht, lijkt mij, tussen kalmeren en opwekken, tussen yin en yang, tussen sympathicus en parasympathicus. Of ben ik nu aan het overdrijven?

Literatuur over de werkzaamheid of de inhoudsstoffen van de valeriaanbloemen vind ik nergens, niet in de oude noch in de nieuwe literatuur. Spijtig en dus moet ik het voorlopig met mijn eigen, organische detectietoestellen doen, namelijk  mond en neus, geur en smaak en die vertellen mij dat er in de bloemen in mindere mate toch dezelfde stoffen als in de wortel moeten zitten. Niet alleen de verse bloemen maar ook de tinctuur geurt en smaakt naar valeriaan.

In de wortel 
Omdat de sterke, vreemde geur van Valeriaan nogal opvallend is, zeker als hij gedroogd is, heeft men de werking vooral willen toeschrijven aan die geurstoffen, de vluchtige olie. Daarom hebben wetenschappers in hun zoektocht naar stoffen met een kalmerende werking veel analyses gedaan op de olie van de plant. De stoffen die werden gevonden, zoals isovaleriaanzure bornylesters, valereenzuur en valeranon hebben wel degelijk een sedatieve en krampwerende werking bij kikkers en konijnen, alleen zijn er maar minimale hoeveelheden hiervan in de plant aanwezig.
Naast vluchtige oliestoffen komen er ook kleine hoeveelheden alkaloïden voor, zoals methylpyrrylketon en valerianine, die ook sedatief zijn. Interessant is ook dat een ander alkaloïd actinidine, geen kalmerende maar juist een opwindende werking heeft... op katten. Al heel lang is bekend dat katachtigen opgewonden geraken al ze valeriaan reuken. Misschien moet ik ook eens de bloemen uittesten op mijn katten.

http://wetenschap.infonu.nl/diversen/37426-valeriaan-botanisch-en-farmacologisch.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/valeriana-officinalis-echte-valeriaan



zaterdag, juni 11, 2016

Overal en onopvallend herderstasje

Op weg naar mijn dochter in Breda. Even een koffiepauze langs de autoweg, tussen de gore stenen op de parking groeien eetbare oneetbare planten: vuil herderstasje en hertshoornweegbree en zeggen dat ik vanmorgen in de kruidhof van Leuven kon genieten van een overvloed aan propere planten. 
Maar toch, dat herderstasje overal onopvallend aanwezig, weinig gewaardeerd maar zeker wel met een bijzondere geneeskracht. Zonder meer bloedstelpend, vooral tegen bloedneuzen is het veel gebruikt geweest, je kan een papje van het verse kruid als een nat propje zo in je neus stoppen of op een snijwondje leggen.

Wat die bloedstelpende werking betreft, zijn er altijd sterke verhalen verteld over Capsella. Zo zou het volstaan de plant in de hand te houden of aan de voeten te leggen om bloedingen te stoppen. Ja, zelfs er alleen maar naar kijken zou al werkzaam zijn. Deze vermeldingen vinden we al terug in de Hortus Sanitatus van 1485.  Of de verstandige mensen van toen dat ook echt geloofden weet ik niet, maar het zal wel geholpen hebben om de toepassingen van zo een plant beter te onthouden. Een geheugensteuntje dus.

Bij Dodonaeus en anderen klinkt dat zo: Dit kruid stelpt het bloed vanwaar dat het ook vloeit, hetzij dat men het sap daarvan opdrinkt of het water daar dat in gekookt is geweest, hetzij ook dat men hetzelfde pleistergewijs of papgewijs of al badende of nat maakt er op legt of anders gebruikt. Het geneest de bloedige wonden en wordt zeer nuttig gebruikt in de beginnende zweren en allerhande ontstekingen die verkoeling vereisen of weer terug gedreven moeten worden. Het is zeer goed tegen het bloedplassen en allerhande bloedgang hoe en in welke manier dat het gebruikt wordt en is daartoe zeer krachtig zodat sommige schrijven dat het ‘t  bloed stelpt al wordt het maar in de hand gehouden of over het lichaam gedragen. Een bad gemaakt van het water daar dit kruid in gekookt is geweest stelpt de overvloedige maandstonden van de vrouwen. De vrouwen in Nederland plegen van de bladeren van dit kruid dat klein gesneden is met eieren sommige koekjes te bakken die gegeten zijn alle vloed stelpen kunnen.

Een probleem bij het gebruik van herderstasje zijn de nogal wisselende resultaten die je verkrijgt, de ene keer helpt het snel en de andere keer helemaal niet. Deze nogal wisselende ervaringen met herderstasje hebben waarschijnlijk te maken met het kwaliteitsverschil tussen de verschillende planten in de natuur en is mogelijk afhankelijk van de oogsttijd, de grondsoort en de aanwezigheid van een soort schimmel op de plant. Het best is dan ook de oogsttijd zoveel mogelijk te spreiden en planten te plukken die er fris en nog bloeiend bij staan.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/37194-herderstasje-bloedstelpend-en-goed-voor-de-baarmoeder.html
http://leesmaar.nl/cruijdeboeck/deel1/capitel053.htm
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/capsela-bursa-pastoris-herderstasje-1

zondag, juni 05, 2016

Herboristencongres

Oef. Nog even nagenieten van het herboristencongres in de Melkerij van Zemst. Veel volk en veel bekend volk. Cursisten van vroeger. Ze zijn er blijkbaar toch nog. Voordrachten over planten tegen burn out, vooral adaptogenen werden voorgesteld, over kruiden ter ondersteuning van kankertherapie, orthomoleculair middel tegen ouderdomsdiabetes met Momordica charantia. En in de namiddag begeleid ik zelf een kruidenwandeling in de tuin van Veerle. Ik was er toch weer aan toe, even genieten van het praten, van mensen en van kruiden. Nog eens de stevige Vitexstruik zien en ruiken, de aaibare heemst, de stekelige kaardenbol, de indrukwekkende artisjokken, even aan de absintalsem likken en nu langzaam naar huis. Naar de wilde natuur van de Maasvallei.

Herboristencongres

9u30
Burn-out en kruiden
Jacques Tavernier, apotheker en herborist
10u15
De waarde van de herborist naast de apotheker
Prof. Gert Laekeman, KULeuven
"Gezondheid" is de uitgangssituatie voor de herborist terwijl "ziekte" vaak de uitgangssituatie is voor de apotheker: hoe kunnen herboristen en apothekers optimaal naast elkaar samenwerken?
10u45
Pauze
11u15
Is de toekomst van de herboristensector en de natuurvoedingswinkel in gevaar?
Prof. Kris Demeyer, VUB, docent SYNTRA
Wat zijn de mogelijke evoluties en welke juridische veranderingen hangen in de lucht? Waarom "verdwijnen" bepaalde planten, zoals bijvoorbeeld Beredruif? Waarom zijn bepaalde van deze planten wél verkrijgbaar in Nederland? Waarom mogen hoog gedoseerde vitaminepreparaten in België enkel nog in de apotheek verkocht worden, terwijl diezelfde hoge doses wel vrij te krijgen zijn in Nederland? Wat te doen met klanten, die er vanuit gaan dat enkel in de apotheek de therapeutische doses nog te verkrijgen zijn?
De noodzaak van een beroepsvereniging en een informatienetwerk!
11u45
Hoe betere gezondheidsadviezen geven?
Annelies Janssens, bioloog en herborist, docent SYNTRA en EANG
Welke kennis is vereist voor het geven van correcte gezondheidsadviezen? Waarom is een correct begrip van het homeostase-model hierbij onontbeerlijk?
12u15
Lunch
13u15
Waarom leidt een juiste plantenkennis tot betere resultaten?
Luc Vanderkragt, herborist, wetenschappelijk coördinator
Reclamestunts en nepmiddelen leiden vaak tot ontgoochelingen. Hoe kunnen we deze herkennen en vermijden? Waar vinden we de meest recente en correcte informatie die ons hierbij kan helpen?
13u45
De synergetische werking van een samengestelde infuus
Jan Dries, Heilpraktiker-fytotherapeut, oprichter EANG
14u30
Debat
Met vertegenwoordigers van NAREDI, PhytoForum, SYNTRA, EANG, Vlaamse Herboristen Vereniging, ministerie van Volksgezondheid en sprekers
15u15
Pauze
15u45
Een innovatieve aanpak van insulineresistentie, metabool syndroom, diabetes, lipidenstoornis, atheromatose en niet-alcoholische vetleverziekte met behulp van voedingssupplementen
Prof. em. Frank Comhaire, endocrinoloog, UGent
16u30
Einde
Workshops
11u15
12u30
Cosmetica: kruidenbereidingen met late lentebloeiers
Leen Daems, herborist en kruidenverwerker, docent SYNTRA en EANG
14u30
-
15u30
Cosmetica: kruidenbereidingen met late lentebloeiers
Leen Daems, herborist en kruidenverwerker, docent SYNTRA en EANG
Kruidenwandeling
13u00
-
14u30
Geleide kruidenwandeling in een VELT-ecotuin
Maurice Godefridi, herborist, oprichter Vlaamse Herboristen Vereniging, docent SYNTRA en de Herboristenopleiding Dodonaeus