zondag, juli 21, 2019

Douchen

Zelf ben ik verre van een dagelijkse doucher. Toch vind driekwart van de westerse wereld (grove schatting) eén of twee keer per dag douchen heel normaal. 

Maar is dat wel zo goed als het lijkt? Laten we ons die dagelijkse routine niet aanpraten door een ingeslepen sociale conventie of door de shampoofles die ons voorspiegelt dat we niet de deur uit kunnen zonder ons haar te wassen?

Douchen met warm water en zeep is een behoorlijk rigoureuze manier van schoonmaken. “Een gewone, gezonde huid heeft een olielaagje met een balans van ‘goede’ bacteriën en andere micro-organismen,” aldus de onderzoekers. Je boent de natuurlijke vetlaag en veel microbiologisch leven weg, niet alleen de bacteriën die de zweetlucht produceren.

Bacteriën
Van zo'n grondige schrobbeurt kan de huid droog worden en gaan jeuken. Een droge, gespleten huid laat gemakkelijk bacteriën en allergenen binnen, waardoor infecties en allergische reacties een kans krijgen. Antibacteriële zeepsoorten doden niet alleen gewenste bacteriën, maar geven ook ruimte voor minder vriendelijke organismen die resistenter zijn tegen antibiotica.

“Ons immuunsysteem heeft stimulatie nodig van gewone micro-organismen, vuil en andere blootstelling aan de omgeving, om beschermende antilichamen en een ‘immuungeheugen’ te kunnen vormen. Een leven lang douchen belemmert mogelijk de goede werking van het immuunsysteem.

Enkele keren per week douchen, zonder zeep en shampoo, is genoeg. Dagelijks poetsen van oksels en kruis volstaat. Geef het natuurlijke vet en de microbiële balans een kans en breek met de dagelijkse douchegewoonte en de iedere-dag-shampoo. Het scheelt ook nog eens veel water.

woensdag, juni 12, 2019

Stress en Passiflora

Chronische stress leidt op termijn onder andere tot een langdurige verhoging van het stresshormoon cortisol. Dit heeft naast lichamelijke effecten, waaronder hypertensie, insulineresistentie en verstoringen in de immuunreactie, ook psychische effecten die kunnen leiden tot angststoornissen, burn-out of depressie. 

De niet-medicamenteuze behandeling bij chronische stress berust op bewustzijnsverbetering en ontspanningstechnieken. Dit kan worden aangevuld met een medicamenteuze behandeling met benzodiazepines of barbituraten. Deze hebben als groot nadeel dat ze tot afhankelijkheid kunnen leiden, een effect dat al bij relatief kortdurend gebruik optreedt.

Passiflora sp.
Er zijn fytotherapeutische alternatieven, en passiebloem (Passiflora edulis Sims., voorheen P. incarnata L.) is veelbelovend. De passiebloem wordt volgens verschillende kruidenmonografieën gebruikt bij zenuwachtige rusteloosheid (Commission E), spanningen en slaapstoornissen (ESCOP), milde stresssymptomen en ter promotie van de slaap (EMA). Passiebloem heeft mogelijk vergelijkbare effecten bij een gegeneraliseerde angststoornis als 30 mg van de benzodiazepine oxazepam. Verder lijkt passiebloemextract pre-operatieve angstklachten te verminderen en heeft het een positief effect op kinderen met ADHD. Verschillende onderzoeken bevestigen de rustgevende en anxiolytische effecten van passiebloem op het centrale zenuwstelsel.

De werkzame stoffen uit passiebloem met een effect op het centrale zenuwstelsel omvatten alkaloïden waaronder harman en harmol, flavonoïden waaronder chrysin, apigenin, vitexin en orientin en verschillende andere polyfenolen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het werkingsmechanisme tot stand komt door middel van modulatie van het GABA-systeem.

GABA en het centraal zenuwstelsel.
De neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) heeft een remmend effect binnen het centraal zenuwstelsel. Een lage concentratie GABA wordt geassocieerd met zenuwachtige rusteloosheid, angst- en slaapstoornissen. Chronische stress remt het GABA-systeem, waardoor het aantal GABA-specifieke neuronen in de hippocampus afneemt en cognitieve processen worden geremd. Er zijn twee soorten GABA-receptoren in de hersenen, namelijk GABAA- en GABAB-receptoren. De GABA-receptor heeft actieve GABA-bindingsplaatsen en diverse allosterische* bindingsplaatsen die de receptoractiviteit kunnen beïnvloeden.

Barbituraten en benzodiazepines werken op de GABAA-receptor en zijn, net als ethanol, positieve allosterische modulatoren. Verschillende in vitro- en in vivo-bindingsstudies met passiebloemextract laten effecten zien op beide GABA-receptoren [1]. Deze bevindingen zijn de resultaten van studies die uitgevoerd zijn met een passiebloemdroogextract (5-7:1, extractie in 50% ethanol [v/v]).

Passiebloemextract heeft op verschillende manieren invloed op het GABA-systeem in het centrale zenuwstelsel. Passiebloemextract remt de GABA-heropname en bindt aan de GABA-bindingsplaats van de GABAA-receptor. De planteninhoudsstoffen binden niet aan de GABAA-receptorbindingsplaatsen waar benzodiazepines en alcohol binden. Daarnaast heeft passiebloemextract een antagonistisch effect op de GABAB-receptor. Doordat inhoudsstoffen van het plantenextract niet binden aan de allosterische bindingsplaatsen van benzodiazepines en ethanol op de GABAA-receptor, veroorzaakt passiebloemextract geen afhankelijkheid. Passiebloem lijkt daarmee een effectief en veilig alternatief voor barbituraten en benzodiazepines bij milde stresssymptomen die leiden tot zenuwachtige rusteloosheid, angst- en slaapstoornissen.

REFERENTIES | [1] Hoffmann C. et al. Wirkmechanismus der Passionsblume aufgeklärt. Z Phytother. 2014; 35:215- 218. [2] Dhawan K. et al. Passiflora: a review update. J Ethnopharmacol. 2004;94(1):1-23. [3] Appel K. et al. Modulation of the γ-aminobutric acid (GABA) system by Passiflora incarnata L. Phyther Res. 2011;25(6):838-843. [4] Passion flower Monograph: Natural Medicines Comprehensive Database. http://naturaldatabase.therapeuticresearch. com, geraadpleegd op 16.12.2018. [5] Carrasco MC. et al. Interactions of Valeriana officinalis L. and Passiflora incarnata L. in a patient treated with lorazepam. Phyther Res. 2009;23(12):1795-1796

 *Allosterie komt van het Griekse allos (anders) en stereós (plaats) en betekent ‘op een andere plaats’. Een receptor kan meerdere, verschillende bindingsplaatsen hebben. Ten eerste heeft een receptor een actieve bindingsplaats, in dit geval de plek waar GABA bindt, wat leidt tot receptoractivatie. Daarnaast kan een receptor tevens een of meerdere plaatsen bezitten waar een ander molecuul aan kan binden: een allosterische bindingsplaats. Als een molecuul bindt aan een allosterische bindingsplaats dan verandert de ruimtelijke structuur van de receptor zodanig dat de actieve bindingsplaats van vorm verandert, waardoor de werking van de receptor wordt beïnvloed. In dit voorbeeld bindt GABA aan de actieve bindingsplaats van de GABAA -receptor. Barbituraten en benzodiazepines binden op een andere plaats dan de actieve bindingsplaats (dus op een allosterische plaats) en versterken de werking van GABAA . Een agonist is een stof die aan een receptor kan binden en daarmee de receptor activeert. Een antagonist kan aan een receptor binden, maar dat heeft geen activatie van de receptor tot gevolg. Een antagonist kan wel de werking of het effect van een agonist remmen.

vrijdag, mei 24, 2019

Etnobotanie.

Etnobotanie onderzoekt de relaties tussen mens en plant. Bijzonder intense en daardoor boeiende relaties ontstaan tussen psychoactieve planten en mensen. Vooral de culturele context speelt daarin een grote rol. Wanneer die context verlaten wordt, gaat het geneesplanteffect over in recreatieve toepassing, alhoewel de grens tussen de twee soms vaag is. Drugs, in de dubbele betekenis van het Engelse woord. 

De effecten hiervan op de samenleving kunnen zo groot zijn dat veel overheden een streng verbod instellen. Oorlogen werden en worden gevoerd met planten als inzet. Zoals de opiumoorlog van Engeland tegen China halverwege de 19de eeuw, waarbij Engeland de lucratieve smokkelhandel van opium niet wilde opgeven, terwijl China dit verbood. Rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw kwamen de eerste wetten en verboden voor stoffen als cocaïne en heroïne. Voorheen mochten deze vrijelijk gebuikt worden in zelfzorgmiddelen. Bijna een eeuw na de eerste war on drugs verklaarde de VS opnieuw deze oorlog, deze keer ook aan de bronplant zelf. Dit had onder meer de vernietiging van cocaplantages in Bolivia, Peru en Colombia tot gevolg. De gedachte hierachter is dat met de uitroeiing van de plant de drugs van de markt verdwijnen en daarmee ook het gebruik ervan. In de realiteit werkte dit niet: de teelt van coca heeft zich simpelweg verplaatst.

 Bovendien concludeerden Werb et al. in het British Medical Journal (2013) dat: ‘During the past two decades, the supply of major illegal drugs has increased, as measured through a general decline in the price and a general increase in the purity of illegal drugs in a variety of settings.’ President Obama gaf in 2009 het mislukken van de gevoerde strategie openlijk toe. Op 19 april 2016 vergaderden de VN opnieuw over deze kwestie in de UN General Assembly Special Session on Drugs. Een wereldwijde oproep, ondertekend door 2000 invloedrijke mensen, om te stoppen met de geldverslindende en zinloze war on drugs ging hieraan vooraf. Maar de VN hebben de oorlog niet stopgezet. Te veel landen hechten aan hun strenge antidrugspolitiek, soms inclusief de doodstraf.

Wat zijn nu drugs? Volgens een RIVM-rapport uit 1999 zijn dat ‘energizers, relaxing herbs, aphrodisiacs and products with hallucinogenic properties’. Plantaardige drugs zijn meestal van oorsprong gewone geneesplanten: the medicine of the people.

zaterdag, mei 18, 2019

Buitencursus over oa bernagie

Buitencursus in de tuin van groentemuseum 't Grom. Ik geniet ervan en hopelijk genieten ook de cursisten. In een perkje vinden we keurig uitgeplante bernagieplantjes. Vreemde verhalen vinden we in oude boeken over dit komkommerkruid. 

In de Romeinse tijd zei men van bernagie dat het de melancholie verdreef zelfs wanneer het op de grond werd gestrooid. 'lila ego borago gaudi semper ago', of zoals dat in de zestiende eeuw werd gezegd: 'ick die men noemt bernagie, gheef 't hert altijdt coragie'. Johan van Beverwijck haalde dit ook aan in zijn werk en schreef: 'en verweckt Blijschap des herten'. 'Bernagye ende Buglosse (ossetong) zijn goet voor de gene, die Flauw werden, verheugen de Swaarmoedige, en verquicken die uyt een langdurige sieckten komen'.

Ook Dodoens verwijst naar de verfrissende, opwekkende en ontspannende werking. Van desen cruyde/ en van zijnen bloemen schrijftmen/ dat zy in wijn gheleyt/ ende daer af ghedroncken/ den mensche vrolijck ende blijde maecken/ ende alle droefheyt/ swaermoedicheyt/ ende melancholie verdrijven. Al houdt hij wel een slag onder de arm door dat 'schrijftmen'. Toch is juist deze ontspannende werking van Borago de laatste jaren wetenschappelijk onderbouwd. Dioscorides en Dodoens waren ook niet gek!


vrijdag, mei 03, 2019

Brem in bloei

Als de brem bloeit, staat de heide in gloed. De stijve, groene twijgen van onze brem zijn weinig opvallend maar als die felgele grote vlinderbloemen zich openen is het alsof de saaie heide ontploft.  

De geslachtsnaam Cytisus is afkomstig van het Griekse 'kytisos' of kutisos, een naam die door de Romeinen aan verschillende planten gegeven werd oa ook aan Medicago arborea, de rupsklaver. De geslachtsnaam Sarothamnus, synoniem voor Cytisus is een samengaan van het Griekse saros, bezem en thamnus, struik. De soortnaam scoparius betekent  ook 'bezemachtig'. De aanduiding 'bezemachtig' en 'bezemstruik' verwijst niet alleen naar de twijgachtige vorm, maar ook naar het gebruik ervan als bezem.
Mogelijk is de naam ontleend aan het Cycladeneiland Cynthisa of Cythisus, waar de plant in de Oudheid overvloedig groeide.

Ginster of Genista
Verscheidene namen die gebruikt worden voor brem, worden ook gebruikt voor andere planten. Vooral de naam 'ginster' is bijzonder omdat hij ontleend is uit het Latijnse 'genista'. En genista is dan weer afgeleid van ofwel het Latijnse genu - knie of van het Keltische gen, struik. Met 'ginster' worden ook planten van het geslacht Spartium, Genista, Laburnum en Ulex aangeduid. De Genista tinctoria of de Verfbrem is een van oudsher bekende verfstofplant, vandaar tinctoria en verf.

De naam Spartium is waarschijnlijk afkomstig van de Romeinen, zij gaven de naam spartum, aan verschillende planten die voor het binden gebruikt werden. Een oude Nederlandse naam is ten andere ook Sparteplant. De betekenis van het Griekse ‘spartos’ is een band van sparte of een touw dus. Andere mogelijke herkomst en betekenis van spartos is ‘speirein’, in een spiraal draaien, wat we ook terugvinden in de naam van Moerasspirea. Of van speirein, uitgezaaid omdat de brem zich ook makkelijk via zaad vermeerdert.

Vreemd genoeg vind ik geen duidelijke verklaring voor de gewone Nederlandse naam brem, mogelijk een verbastering van de oudere naam Bezemstruik, bezem, breem, braam of bessemcruydt. Zelfs bremkappers zou bestaan hebben. Mogelijk verwijzend naar de bloemknoppen, die als een soort kappertjes in azijn geconserveerd werden.

Brembloemen werden vooral voor de zogenaamde hartwaterzucht gebruikt. De medicinale werking en de giftigheid van de brem is vooral het gevolg van de quinolizidine alkaloïden met de naam sparteïne (ook wel lupinidine genoemd), dat het hart, de bloedsomloop en de darmwerking stimuleert. Het kan daardoor ook fungeren als middel dat het ritmisch kloppen van een hart kan herstellen bij een hartritmestoornis. De uiterlijke gevolgen van de vergiftiging zijn misselijkheid, overgeven, opwinding, spierzwakte en stuiptrekkingen. De dood is zelfs niet uit te sluiten doordat er een fatale storing in de bloedsomloop kan optreden. Toch werd het vroeger wel aanbevolen als remedie tegen kinkhoest en astma.

Ook bevat de brem het alkaloïde cytisine dat chemisch ongeveer gelijk is aan nicotine. Het is natuurlijk niet aan te bevelen om de brem te gaan roken, maar deze cytisine wordt in sommige Oost-Europese landen al sinds jaar en dag gebruikt als middel om van een rookverslaving af te komen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat cytisine een agonist van de nicotine-receptoren in de hersenen is. Een agonist is een stof is die een receptor activeert. Vroeger werd de cytosine ook ingezet als middel tegen luizen, maar het grote probleem bleek dat de concentratie werkzame stof nogal onberekenbaar was en daardoor bleek het middel soms erger dan de kwaal. De cytisine werd via de huid in het lichaam opgenomen en daardoor konden vervelende reacties ontstaan.

Zeer recent wetenschappelijk onderzoek geeft verrassende info over de brembloemen.
We observed that the hydroalcoholic extract of S. junceum flowers (HFE) strongly inhibited B16-F10 murine melanoma cell proliferation, while just a feeble effect was observed on C2C12 murine myoblasts. Moreover, we found that HFE exerted a pro-oxidant activity on melanoma cells, inhibited melanogenesis and caused cell cycle arrest in G2/M phase, inducing senescence. These anti-cancer properties of HFE could be related to the rich metabolic profile of the extract that we characterized by HPLC-DAD and GC-MS analyses.
This evidence suggests that S. junceum phytocomplex can be used as a selective, nontoxic, economic and easily available anticancer drug.

donderdag, mei 02, 2019

Koolzaad kleurt het landschap

Koolzaadvelden kleuren nu het hele Franse landschap. Koolzaad komt oorspronkelijk uit het oostelijke deel van de Middellandse Zee waar de olie werd gebruikt voor consumptie en als lampolie. In India komt koolzaad rond 2000 v. Chr. al voor. In Midden-Europa komt de plant sinds de veertiende eeuw voor. Vanaf de zeventiende eeuw wordt er een grotere oppervlakte koolzaad verbouwd en is koolzaad het belangrijkste oliegewas in Nederland en Noord Duitsland. In het begin werd de olie echter vooral in olielampen gebruikt. Vanaf het begin van de negentiende eeuw werd de olie ook meer en meer voor voedingsdoeleinden gebruikt. De olie smaakte echter bitter vanwege het hoge gehalte aan erucazuur, waardoor het gebruik voornamelijk beperkt bleef tot lampolie, smeermiddel in stoommachines en voor de productie van zeep. Door het hoge gehalte aan erucazuur was koolzaad ook ongeschikt als veevoer. In de beide wereldoorlogen werd de teelt in Duitsland sterk uitgebreid, vooral voor de productie van margarine.

In het midden van de zeventiger jaren van de twintigste eeuw kwamen de enkelnul- en een tiental jaren later de dubbelnulrassen op de markt. Door de dubbelnulrassen werd de olie geschikt voor consumptie en het restproduct, de perskoeken, voor veevoer. Hierdoor breidde de teelt in Europa zich uit. In 1976 werd het eerste erucazuur-arme ras, Primor, op de Nederlandse Rassenlijst voor Landbouwgewassen geplaatst. Dit ras werd eerder in 1973 opgenomen op de Franse rassenlijst. In 1982 wordt vrijwel alleen nog het erucazuur-arme ras, Jet Neuf, die in 1979 op de rassenlijst kwam in Nederland op 11.000 ha geteeld. In 1989 werd 6300 ha koolzaad in Nederland verbouwd.

dinsdag, april 30, 2019

Zaaien

wild zaad
Over het zaaien van planten vertel ik niet veel, alhoewel dit dagboek oorspronkelijk ontstaan is als 'dagboek van de tuin' en...... zaaien voor mij zoiets als meditatie was en is.  Zaaien is bijzonder, is zuiverend, is de toekomst. Zaaien zijn verwachtingen, geloof, hoop en liefde. Dus vandaag ook wat gezaaid, al was dat gewoon gemengde snijsla, zogenaamde mesclun. In dit geval Franse Mesclun doux sans roquette.

Mesclun komt oorspronkelijk uit het zuiden van Frankrijk en het noorden van Italië.  Via een omweg langs de Verenigde Staten en Australië is dit de afgelopen jaren ook in onze streken bekend geworden. Oorspronkelijk was mesclun  (Lat. mesclumo = mengsel) een mengsel van verschillende jong geoogste slasoorten met diverse andijvie-achtigen. Later, vooral onder impuls van Amerikaanse restaurants is men er ook  kruiden, Japanse bladkoolsoorten en zelfs bloemen of de bloemblaadjes aan gaan toevoegen.

En dan, ondanks mijn spiritueel gevoel bij het zaaien, toch maar wat praktische adviezen. Want dat zaaien ondanks alle filosofische gedachten geweldig frusterend kan zijn, wil ik zeker niet ontkennen


Zaaien van mesclun

Aangezien we een groot aantal plantjes dicht opeen telen, met een heel hoge standdichtheid zal de vochtvoorziening en de voeding optimaal moeten zijn. Als je in volle grond teelt is het aangewezen om de bovenste laag van de grond te voorzien van een laag goed verteerde compost. Of  met een 50  gram per m² samengestelde organische meststof. Meng dit dan door de bovenste tien cm van de grond. Zwaardere grondsoorten kan je best verbeteren door wat potgrond door de bovenste laag te mengen.  Anorganische mest gebruik je deze keer beter niet, omwille van de kans op verbranding van de jonge kiemplantjes. Teel je in containers, neem dan een organisch bemeste potgrond van goede kwaliteit.

Zaai niet teveel in één keer. Om het ganse groeiseizoen lang verse snijsla te kunnen oogsten zaai je best om de twee à drie weken. Vergeet ook niet om in het vroege voorjaar en late herfst de plastieken of glazen kas en eventueel zelfs de veranda of keukenvenster te benutten.

De ideale kiemingstemperatuur voor de mengsels liggen zo rond de vijftien graden C. Maar ook bij koelere temperaturen zal het mengsel kiemen. Zelfs bij temperaturen tot 5°C kunnen de meeste slazaden kiemen. Meng dan echter geen warmtebehoeftige soorten zoals radicchio of andijvie bij. In ieder geval is hier nog een voordeel van de teelt in potten naar voor gekomen. Je plaatst de pot eerst op een warmere plaats voor een optimale kieming, daarna kan de pot naar buiten voor de uitgroei van stevige planten. Wacht niet te lang om de pot buiten te plaatsen, doe dit vanaf het moment je de eerste tekenen van kieming ziet, anders zou het kunnen dat er langgerekte zaailingen ontstaan. Bij warm weer in hartje zomer zaai je best de mengsels op plaatsen met halfschaduw, zodat het zaaibed niet te snel uitdroogt.

Zo en nu maar afwachten. Het mooie is dat in principe de natuur de rest doet.

maandag, april 22, 2019

Ziek zijn

Panoramisch zicht van uit een ziekenhuisraam in de Bretoense stad Brest. Als ik laag genoeg lig, zie ik alleen mooie wilde wolken en een fris laagje groen. In de verte vallen mij vooral 5 bomen op, net bladvormend. Populieren denk ik. Ze wuiven naar mij en lijken te zeggen, het komt wel goed, ook wij herrijzen elk jaar weer. Ik wil hen maar al te graag geloven. Popelende populieren zijn mij lief. Ze leven ook niet veel langer dan de mens. Zacht hout, snel levend en relatief snel opgebrand.

De oude Grieken geloofden dat Medea de popel bij haar toverkunsten gebruikten, ook in de middeleeuwen geloofde men dat de helende heksen de toverkracht van de populieren benutten. Ze gebruikten het blad bij de bereiding van een bijzondere zalf en hielden 's nachts vergaderingen in de kruin van de zwarte popels.

Mistels of maretakken, echte toverplanten, groeien graag op populieren en dat versterkt de toverkracht van de boom. Zo'n heksenpopulier groeide ook op het graf van verbrande heksen.

Wanneer men vroeger een dief wou straffen dan moest men een restje van het gestolen goed in een gat van een popel stoppen en het gat weer dichtmaken. De dief zou dan net als de populier gaan beven.

In de sympathiemedicijn werd de boom ook gebruikt. Om de koorts uit te bannen ging men voor zonsopgang naar een populier en men omhelsde de boom onder het uitspreken van magische formules

De knoppen (en de daaruit bereide zalf) maken dat het haar lang groeit en daarom boren meisjes een gat in de boom en steken daar enige haren in die ze met een steen afsluiten, en omdat de boom een snelle groeier is, ging ook het haar snel groeien.

In mijn Bretoense woonplaats bij het mythische woud van Huelgoat groeien of groeiden 3 populieren barstensvol maretakken. Ondertussen zijn er in de voorbije winterse stormen twee bomen gesneuveld en ik die ooit zorgeloos zei dat 'als deze 3 populieren sneuvelen, ik er zelf ook niet meer zou zijn'. Hopelijk houdt de laatste populier het nog lang vol.


woensdag, april 10, 2019

Paardenbloem en Maurice

Mijn kruidig leven begon in de fameuze jaren 60 van de vorige eeuw met het lezen van Mellie Uylderts boek "De taal der kruiden". De ontdekking dat 'ordinaire' planten zoals paardenbloem, brandnetel en weegbree ergens goed voor waren, sprak me zo erg aan, dat ik me er steeds verder in ging verdiepen en er zelfs mijn beroep van maakte.

Ik ben nu, 50 jaar later, zowat 1000 kruidenboeken rijker, geef les in de kruidengeneeskunde en noem mezelf herborist.
Ondertussen is deze 'fytotherapie' niet alleen in de volksgeneeskunde maar ook in de officiële wetenschap bekend en herkend geworden.

Een voorbeeldje van hoe een volkse plant zoals de pisbloem kan uitgroeien tot het deftig medicijn Taraxacum.

PAARDENBLOEM / TARAXACUM OFFICINALE WEB.

Wie kent haar niet, de Paardenbloem! En toch zitten er nog wel wat onbekende kanten aan deze plant. Zo zouden volgens de botanici niet een maar wel 200 verschillende soorten zijn. De Flora van België deelt ze op in secties zoals obliqua, erythr-osperma en palustria. De grote verschillen in bladvorm en bladgrootte zijn gedeeltelijk ook te verklaren uit de ecologische kenmerken van hun groeiplaats: nat of droog, voedselarm of voedselrijk enz. Zoals je ziet, het aanpassingsvermogen van deze plant is zeer groot, zoals trouwens bij alle veel voorko­mende 'on'kruiden. Het zijn echte overlevers. Merkwaardig genoeg zijn het net deze planten die veel als versterkers en bloedzuiveraars gebruikt worden.

Reiniging
Paardenbloem is in feite het prototype van de reinigende voorjaarsplant.
Ten eerste is hij in maart en april volop fris voorradig. Ten tweede bevat hij, net zoals de brandnetel veel mineralen en vooral een zeer hoog kaliumgehalte, dat waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de goede urinedrijvende werking. Denk maar aan zijn Franse naam Pissenlit - Bedplasser.
Ten derde, bezit hij een goed onderzochte galdrijvende en spijsverteringbevorderende werking. Bij één van die onderzoeken met ratten bleek de diuretische werking even sterk als van chemische diuretica.Verder constateerde men een gewichtsverlies van wel 30% (?). Dit onderzoek werd gedaan door E.Racz-Kotilla en gepubliceerd in het weten­schappelijk tijdschrift Planta Medica nr.26 uit 1974. Maar reeds in 1875 constateerden de Engelse onder­zoekers Rutherford en Vignal een galdrijvende en toniserende werking bij honden.

De Franse vader van de moderne fytotherapie Henri Leclerc genas patiënten met leverproblemen, galstenen en ontstekingen van de galcapillairen. Ook huidaandoeningen met als oorzaak een galinsufficiëntie verdwenen door het gebruik van paardenbloemsap. Dr.Leclerc beschreef zijn ervaringen in de 'Revue de Phyothérapie' van juni 1952. Veel van deze oudere maar serieuze onderzoeken zijn nu nog na te lezen in het boek van Leclerc 'Précis de phythothérapie' van de uitgeverij Masson Paris.

Recept

Een bereiding met paardenbloem van Brissemoret uit 1902 is ook nu goed te gebruiken.
We mengen l00cc wortelsap van de paardenbloem met 20cc alcohol van 90%, 15cc glycerine en 15cc water en gebruiken daarvan 1 tot 2 eetlepels per dag. Natuurlijk kun je als voorjaarskuur gerust de verse blaadjes of het sap gebruiken.

Vroeger werd de zoge­naamde molsla in het wild gezocht op weilanden waar veel molshopen voorkwamen. Dat waren jonge paarden­bloemplantjes, die juist onder een molshoop ontkiemd waren. Zij bleven wit en zacht, en waren daardoor minder  bitter. Het is de voorloper van ons witloof.

Spirituele betekenis
Veel planten hadden vroeger ook een spirituele betekenis. Zo was paardenbloem een krachtig anti-magisch middel en daar hoorde natuurlijk een ritueel bij. Zo schreef Apileus in zijn werk 'De Virutibus Herbarum': Neem zeven paardenbloemplanten zonder de wortelen, kook ze af in water bij afnemende maan, was u hiermee buiten de huisdeur, verbrand dan het kruid Aristolochia, snuif de rook op, treed het huis weer binnen zonder omzien en ge zult van alle betovering bevrijd zijn.
Misschien kan de paarden­bloem ons van de chemische betovering en vervuiling bevrijden.

Meer over de paardenbloem
https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidmail/taraxacum-paardenbloem



zaterdag, april 06, 2019

De dotter bloeit in de tuin

Na de massale bloei van het speenkruid vroeg in het voorjaar nemen de gele Dotters de rol van het Speen­kruid over met nog meer onstuimigheid en levens­kracht! Dotter en Dodder en Dooier zijn waarschijnlijk van één woordstam afgeleid. De dooiergele kleur zou de Dotterbloem aan zijn naam geholpen hebben.  Hele slootranden waren vroeger met Dotters bezet.

De Latijnse naam Caltha is afgeleid van het Griekse 'kalathos' wat korfje of schaaltje betekent, naar de vorm van de bloem. Dat de naam Grote boterbloem ook nog gebruikt word, zal ons niet verbazen. Niet alleen hebben ze beide dezelfde  glimmende gele kleur, maar ook hun vochtig biotoop in de natte weilanden is hetzelfde. Omdat de hoofdbloei rond Pinksteren en Pasen valt, vinden we ook nog wel de namen pinkster- en paasbloem terug. Oude, niet meer gebruikte namen zoals Smeerbloem en Smeerblad verwijst niet naar zijn medicinale werking maar wel naar zijn glimmend vettig uiterlijk, alsof zij met vet, boter of smeer ingewreven zijn.

Caltha vinden we in de alleroudste Romeinse kruidenboeken wel terug, alleen werd daar zeer waarschijnlijk de goudsbloem mee bedoeld. Ook bij Matthiolus 1563 werd de goudsbloem Caltha genoemd. Dodonaeus spreekt ook van Watergoutbloemen en zegt dat 'Die en zijn in der medecijnen niet bruyckelijck'. Al kwam ze nog later in de apothekersboeken wel voor als 'Herba en Flores Calthae palustris' en werd ze, volgens de signatuurleer gebruikt bij geelzucht. Behalve bloemen werden ook de zaden in wijn getrokken voor de lever gebruikt.

In de Flora Batava uit 1800 vinden we wel wat 'huishoudelijke toepassingen' van de Dotterbloem
De Bloembotten (knoppen) kunnen als Kappers ingelegd en gebruikt worden. (Ehrhart) Deeze Plant in de Weilanden is als een schadelijk onkruid voor het Vee te houden, volgens Haller, Ehrhart en Brugmans. De jonge uitspruitsels alleen zijn minder schadelijk, en in zo verre kon deeze Plant als onschadelijk voor Geiten, Schaapen en zelfs Runderen, door Gmelin worden opgegeeven. Doch hoe grooter en sterker de Plant wordt, hoe meer zij eene vergiftige hoedanigheid verkrijgt. De Bloemen geeven eene geele verf, en derzelver sap met aluin gekookt, geele Inkt. (Reuss) Volgens Tournefort verfen de Bladeren het blaauw papier ligt rood. Indien men dezelve brandt wanneer zij gedroogd zijn, smelten zij even als het Salpeter. - De Bloemen ook zeer goed voor de Byen. 

Ook nu nog worden de bloemknoppen ingemaakt of gekookt als voedsel geadviseerd, toch is wegens de mogelijke giftigheid, zeker de rauwe plant niet aan te raden, het is niet voor niks een ranonkelachtige (boterbloemen, speenkruid) die allemaal giftige alkaloïden kunnen bevatten. Ook triterpeensaponinen zijn aanwezig, al kunnen die mogelijk wel een adaptogene werking bezitten. In elk geval zou ik zonder enige voorkennis niet experimenteren met de dotter als voedsel of als medicijn.


Voor verdere studie