dinsdag, september 16, 2014

Geduindoornd

Hippophaea rhamnoïdes is de moeilijke wetenschappelijke naam van duindoorn dat betekent zoiets als ‘wegedoorn voor glimmende paarden’. In de oudheid plantte men deze struik al aan als voer voor de paarden, de huid van de dieren ging er van glimmen. Volgens sommige literatuur werden de bessen vroeger wel meer gegeten. Die oranje bessendingetjes groeien aan de vrouwelijke struiken, want duindoorn is een tweehuizige plant.

De struiken groeien massaal in de duinen. Dus lijkt plukken een fluitje van een cent. Helaas. De duindoorn heeft zijn naam niet gestolen, het is wel degelijk een doorn in de duinen en stekelig bij het plukken. Daarbij zitten de besjes zo strak tegen de takken aan waardoor ze tussen de vingers geplet worden in plaats van zich braaf te laten plukken. Enkel met een schaar of zoiets laten ze zich proper los maken. Je heb dus al vlug een uur nodig om een kilo te plukken. Maar dan heb je wel iets supergezond en ook nog bijzonder van smaak, tenminste als je er confituur van maakt. De confituur heeft een oranje kleur en de smaak is....vreemd lekker. Het intense zuur combineert goed met de suiker. De schillen geven hun eigen pectine. Voor wie de moed niet heeft om zoveel bessen bijeen te plukken, ook met een tiental procent duindoorn, gemengd met makkelijker fruit (rode besjes), is de smaak nog altijd heerlijk.

Herfstige salade met geitenkaas, sinaasappel en duindoorndressing
  • 2 sinaasappels
  • 100 gram jonge slablaadjes gemengd
  • plakjes geitenkaas met honing
  • kiemgroenten
  • 2 eetlepels walnotenolie
  • 1 eetlepel mosterd
  • zout en peper naar smaak
  • 4 eetlepels duindoornbessen in siroop
Snijd de sinaasappels en haal de sinaasappelpartjes uit de vliezen. Schik de sla op bordjes en garneer met de kaas, de sinaasappelparten en de kiemgroenten.
Klop de walnotenolie, de mosterd, het zout en de peper tot een dressing. Sprenkel op het laatst de dressing en de besjes over de salade.

Duindoornlikeur voor 2 flessen
  • 400 gram duindoornbessen (het komt op geen besje aan, minder kan ook)
  • 1 fles wodka
  • 1 liter water
  • 500 gram suiker
Doe de bessen in een goed schoongemaakte en gesteriliseerde weckfles of grote pot. Giet er de wodka op en sluit goed af. Laat de pot 1 maand staan zodat smaak en kleur in de alcohol trekken. Zeef de wodka en doe een er paar besjes bij als decoratie. Kook de suiker met het water al roerend tot de suiker is opgelost en laat helemaal afkoelen. Meng de wodka met de suikersiroop en vul er de flessen mee.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/67370-duindoorn-wonderbesje-van-bij-ons.html

vrijdag, september 12, 2014

Verlokkelijke Gelderse roos

In de randen van bossen, maar ook in struwelen en hagen vind je de  Gelderse roos, Viburnum opulus, Ook in onze gesnoeide tuinhaag, maar dan wel in een doorgeschoten stuk, glimmen de scharlaken rode vruchten mij tegen. Deze vruchten worden pas gegeten als de vorst er over heen is gegaan. En dan nog. De smaak is bitter en zelfs de vogels mijden ze. Ze hangen dan ook vaak nog in de winter aan de struiken. Pas wanneer het gevroren heeft worden ze soms door lijsters en pestvogels gegeten. Deze vruchten bevatten cumarinen, diterpenen en glycosiden die spijsverteringsklachten kunnen veroorzaken. De bessen veroorzaken, rauw gegeten, braken en diarree, maar zijn gekookt ongevaarlijk.

In de Flora Batava (1800...) worden ze wel nuttig geacht. Deze heester kan tot levendige heggen dienen, en wordt ook veel in tuinen gezocht. Het hout is taai, en kan tot pennen voor de schoenmakers en tot wevers-kammen gebruikt worden; het geeft een goed brandhout, en kan ook houtskool voor kleine smederijen opleveren. — De beziën, schoon bitter en scherp van smaak, worden door de Russen genuttigd, en ook de vogels azen hierop. — De bladen worden gegeten door runderen, Schapen en Geiten.... Die Russen toch...zijn blijkbaar altijd rare mensen geweest....

Ook herboristen zijn 'rare' mensen, want zij laten de verlokkelijke, glimmende bessen hangen en gebruiken de schors om zijn spasmolytische werking. Een merkwaardig verhaal over de bloemen van de Gelderse roos kun je lezen op http://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/58256-viburnum-met-vaginale-geur.html

donderdag, september 11, 2014

Ajowan

Ajowan (Trachyspermum ammi) een specerij uit India, kocht ik vandaag op de Bretoense markt in Huelgoat.  De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-India, maar wordt gekweekt in heel Midden-Azië, Noord-Afrika en Ethiopië. Ajowan is botanisch verwant aan karwij, komijn en selder, dus een schermbloemige en dat zie je ook aan het zaad.  Het zijn ook de zaden die als specerij gebruikt worden, ze smaken naar tijm maar zijn iets scherper met de typische thymolprikkel op de tong.
In Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen 1796-1813 wordt de plant Steeneppe  of Ammi verum genoemd. Ammi verum is de officinelle naam dezer Plant. Alleen het Zaad van dezelve was in vroegeren tijd, of alleen, als ingredient der Sem. quat. cal. maj. Androm. in gebruik. Het heeft eenen bitteren en kruidachtigen smaak. Het extract is vlug en kruidachtig. Het Cretische wierd voor het beste gehouden. Derzelver krachten zijn zweetdrijvend en pijnstillend. Galenus heeft het in Maagziekten en die der Urin-weegen gebruikt. Ook word het bij verstopping der Maandstonden, der Urin, bij Colijk en Baarmoederpijnen, opgezetten Maag enz. geroemd, en in plaats van Daucus Creticus toegediend. Te voorbaarig heeft het Mathiolus in de onvruchtbaarheid aangepreezen. Echter roemen het na hem sommige tot inspuitinge in de Baarmoeder. Hopelijk volgen de hedendaagse herboristen niet alle adviezen van beroemde voorgangers op.

The essential oil (2.5 to 5% in the dried fruits) is dominated by thymol (2-isopropyl-5-methylphenol, 35 to 60%); furthermore, α-pinene, p-cymene, limonene and γ-terpinene have been found.
In the essential oil distilled from aerial parts (flowers, leaves) of ajwain grown in Algeria, how­ever, iso­thymol (50%) was found to be the dominant con­stituent before p-cymene, thymol, limonene and γ-terpinene. Note, however, that the name iso­thymol is not well defined and might refer to both 2-isopropyl-4-methyl­phenol and 3-isopropyl-6-methyl­phenol (carvacrol). (Journal of Essential Oil Research, 15, 39, 2003)

Propriétés :
  • antifongique et antiparasitaire 
  • anti-virale et stimulante immunitaire
  • anti-bactérienne à très large spectre et à action puissante 
  • tonique et aphrodisiaque 
  • antalgique percutanée (atténue la sensation de douleur)
  • carminative, anti-nauséeuse, facilite l'élimination des gaz
Indications :
  • Toutes les infections parasitaires, virales et microbiennes, même sévères : infections parasitaires intestinales (amibiases, ascaris, taenia,...), infection virales et bactériennes digestives : colite infectieuse, diarrhées
  • infections parasitaires cutanées (gale, teigne,...), mycoses cutanées, unguéales et gynécologiques
  • infections ORL : rhinites, bronchites
  • rhumatismes articulaires et musculaires      
Usage externe:
  • en friction, toujours diluée à 20 % dans de l’huile végétale. 7 à 8 gouttes du mélange par jour en regard de l’organe concerné
  • en application locale, diluée, pour les infections cutanées 
Abcès dentaire (Dr Zhiri):
  • HE Ajowan : 1 goutte
  • HV Calendula : 3 gouttes localement 5 fois par jour jusqu'à amélioration
Panaris (D. Baudoux) :
  • HE Ajowan : 2 gouttes
  • HE Palmarosa : 2 gouttes
  •  HE Lavande vraie : 2 goutteslocalement au besoin
Lees verder https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/ajowan

vrijdag, september 05, 2014

Gegeten.

Recept: Gekookte aardappelen, pompoen (butternut) en ui in beboterde overschotel, wat parmezaanse kaas en 3 opgeklopte eieren met peterselie en fijngesnipperde netelblaadjes er over heen. In de oven 15 minuten bakken en even grillen. Opdienen met een salade of in boter en olijfolie gebakken ui met tofu. Oh ja, wat zout en peper of plantaardige bouillon zit er ook in.

Geschiedenis van het pompoengebruik
Op grond van archeologische vondsten lijkt het er op dat pompoenen al 5000 jaar voor onze jaartelling in Peru en Mexico gekend waren. De echte Cucurbita pepo, als Amerikaans gewas, is bij ons natuurlijk pas bekend geraakt na de ontdekking van Amerika. Maar voor die tijd zijn er wel Kalesbasachtigen in gebruik geweest in Europa. Reeds Dioscorides vermelde de fleskalebas als groente. Uitwendig adviseerde hij het vruchtvlees als kompres om de koorts te verlagen, tegen gezwellen en tegen jicht. Walahfrid Strabo (808 – 849) bezong in zijn ‘Hortulus’ de vrucht van de kalebas als middel tegen nier- en blaasproblemen. Misschien de eerste aanwijzing voor ons hedendaags gebruik. En ook Hildegard (1098 – 1179) prees haar ‘Kurbesza’ aan als een gezond gewas. Platearius ‘Book of Simple Medicines", circa 1470 wordt geciteerd in Liber de natura rerum door Thomas van Cantimpré , ‘Cucurbita, ut dicit Platearius, frigida est et humida, sed satis in hiis qualitatibus temperata, is koud en vochtig, maar vrij gematigd in deze eigenschappen. Het is een kruid dat in het bijzonder in warme gebieden voorkomt......tegen verstopping van de lever, tegen abcessen van het ademhalingsapparaat in de borst en van andere ledematen helpt kalebas gekookt in scherpe stoffen of ook wel geroosterd.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/ziekten/25922-pompoen-en-de-prostaat.html
http://kylenorton.healthblogs.org/2011/12/10/the-world-most-healthy-foods-vegetable-squash-cucurbita-health-benefits-and-side-effects/
http://thelowhistaminechef.com/antihistamine-butternut-squash-souffle-paleo-low-oxalate/ '..Butternut squash suppresses IgE antibody production, thereby exerting antihistamine qualities. Also possesses anti-ulcer, anti-inflammatory and antidepressant action'.

donderdag, september 04, 2014

Markt in Huelgoat





De wekelijkse markt in Huelgoat. We beginnen iedereen een beetje te kennen. De phytologue- herboriste van Terre feuillantine, de vriendelijke bio-boerin met haar courgettes, prei en wortels en soms ook met wat vreemde, wilde groenten. Verder de kleinschalige kruidenkweker met levende plantjes in potjes, de pizzaman met zijn alternatieve oven, de biobakkerboer.... Het lijkt wel of in heel Bretagne alleen bioproducten aan de man en vrouw gebracht worden.  En natuurlijk zijn er naast de handelaars gelukkig ook bezoekers, kennissen, ook Vlaamse en Nederlandse kennissen en ook daar komen we voor. Of komen we daar juist voor?  De markt is hier nog een ontmoetingsplaats: tomaten, kruiden, un café, Ria en Guy , Marianne, handjes schudden, kuskus (ja, links en rechts), een gesprek en een glunderende cafébaas. Geluk is hier (soms) nog heel gewoon.



woensdag, augustus 27, 2014

Bernagie, blauwe bernagie, de vader van het zweet

Veel planten van de Borago officinalis hebben we dit jaar niet de tuin. Nochtans is het een zeer makkelijke zaaier, maar ook planten gaan hun eigen weg. Al maakt dat ene bloemetje, in tegenlicht gefotografeerd, voor mij veel goed. Een wonder van lichtheid. Het ver-wondert mij dan ook niet dat bernagie vroeger tegen zwaarwichtigheid of te wel melancholie gebruikt werd.

Naam
De naam bernage, bernagie en het frans bourrache zijn afkomstig van het middeleeuws latijn borrago en van arabisch abū ʽaraq, de vader van het zweet; de plant werd gebruikt om het zweten te bevorderen. Plinius noemde het Euphrosynon omdat het vrolijk maakt. En Dodonaeus zegt 'Van dit kruid en van zijn bloemen schrijft men dat als je ze in wijn legt en daarvan drinkt dat het de mensen vrolijk en blij maakt en alle droefheid, zwaarmoedigheid en melancholie verdrijft'.

Veel wetenschappelijk onderzoek naar het medicinaal gebruik van de plant is er niet en dat onderzoek is dan nog negatief ook, het blad bevat pyrrolizidine-alkaloïden die lange tijd ingenomen levercellen kunnen beschadigen. Alleen de vette olie uit de zaden is de laatste jaren bekend geraakt omwille van de aanwezige omega-6-vetzuren, o.a goed voor de huid.

Ik geloof zelf wel, ik zeg geloven, in de 'vrolijkmakende' werking van de bernagie, misschien kunnen we alleen de blauwe bloemen gebruiken om er een soort verdunde tinctuur mee te maken. Zijn er sombere mensen die het eens willen uitproberen?
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/leven/40934-bernagie-tegen-melancholie.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/borago-officinalis-bernagie


maandag, augustus 25, 2014

Wie eet onze hazelnoten?

In de tuin geniet ik van een dubbele rij oude hazelaars die een holle weg omzomen. Mysterieus en bijzonder, alleen van de hazelnoten zelf kan ik niet genieten. Nootjes genoeg maar schijn bedriegt want in het harde omhulsel bevindt zich geen zachte inhoud. Leeg. De dader van dienst zou volgens deskundigen de hazelnootboorder moeten zijn. Een kever met als wetenschappelijke naam Balaninus nucum.
De kever zet in de maand Mei een eitje af in de jonge hazelnoten. De witte bruinkoppige larven vreten de vruchten hol. De vruchten vallen vroegtijdig af en de larven overwinteren twee tot drie jaar in de grond tussen de wortels van de struiken.

Hoe kan ik nu zorgen voor gezonde, gevulde hazelnoten?  Verzamel en vernietig de aangetaste (afgevallen) noten, lees ik. Ik zie me al bezig onder die honderd struiken duizenden hazelnoten op te rapen en te vernietigen.
Kippen laten scharrelen onder de struiken, is al een beter advies. Maar toch.... Op lange termijn zou de schade ook te beperken zijn door het gebruik van aaltjes/nematoden (Heterorhabditis bacteriophora). In juli zou ik dan aaltjes moeten strooien. Eerlijk gezegd zie ik dat soort ingrepen helemaal niet zitten. Zouden die kevers niet vanzelf verdwijnen en waarom komen die aaltjes niet op die lekkere maden af?
Ik ben een aantal van die oude hazelaars aan het snoeien, mogelijk verdwijnen de kevers dan vanzelf. En.. heb ik mooi hout voor onze Tullikivikachel. En verder blijf ik natuurlijk genieten van die hazelaar holle weg.

Meer over de hazelaar op https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/coryllus-avellana-hazelaar

vrijdag, augustus 22, 2014

Kruidenstage: Daoulas en hallucinogenen

Zaad verzameld bij Daoulas. Bessen van de wolfskers, zaad van bilzenkruid, ashwaganda, white sage, Epazote (chenopodium ambrosoïdes), dragonafrikaantjes en nog veel meer....

Natuurlijk komen de bezoekers naar Daoulas om de Romeinse ruïnes van de abdij te bezoeken en om de kapel en de fontein te bewonderen ... Maar wij komen vooral voor de kruidentuinen. Op twee niveaus vinden we hier niet minder dan 250 soorten therapeutische, aromatische en exotische kruiden .. Naast de klassieke en goed verzorgde kruidentuin vinden we een terras hoger een collectie zeldzamere, magische of zoals je wilt giftige planten. Deze echte heksenkruiden staan mooi bij mekaar, maar worden hier zeker niet als hallucinogeen of giftig aangekondigd. Maar ...wij weten wel beter, wij worden al high van ze te zien alleen. Belladonna met blote, donkere en verleidelijk glimmende bessen, de bescheiden rijpe zaaddozen van het bilzenkruid en natuurlijk ook de stekelige zaaddozen van de doornappel. Maar er is meer, we zien de klimmende winde met zijn blauw verlokkende bloemen bekend bij Zuid Amerikaanse volkeren om zijn 'spirituele' werking. Olioliuqui of Turbina corymbosa wordt hij genoemd. Het mexicaanse "ololiuqui" verwijst naar de zaden.

Ololiuqui
Een van de eerste beschrijvingen en illustratie van ololiuqui is afkomstig van Francisco Hernandez, een Spaanse arts die tussen 1570 en 1575 in opdracht van Philip II uitgebreid onderzoek deed naar de flora en fauna in Mexico. In zijn beroemde 'Rerum medicarum Novae Hispaniae thesaurus, seu plantarum, animalium, mineralium mexicanorum historia' uitgebracht in 1651 in Rome, beschreef en benoemt Hernandez ololiuqui in het deel "De Oliliuhqui, seu planta orbicularium foliorum".In zijn werk beweert Hernandez dat priesters de ololiuqui aten en in een delirium raakten, waarin ze berichten uit het bovennatuurlijke ontvingen en communiceerden met hun goden. Volgens hem kregen de priesters visioenen en kregen ze onder invloed van het middel de vreselijkste hallucinaties.
Als we de schrijvers van destijds mogen geloven, zou ololiuqui veelvuldig gebruikt geweest zijn in de valleien van Mexico, voordat de Spanjaarden arriveerden. De plant lijkt zelfs van groter belang te zijn geweest dan peyote of psilocybine-paddenstoelen. Ook werd het veel toegepast voor medicinale doeleinden. Ololiuqui werd gebruikt om winderigheid te genezen, als medicijn tegen geslachtsziekten, als pijnbestrijding en om tumoren te laten verdwijnen. Er werd aangenomen dat Ololiuqui een spirituele energie bevat, waardoor de plant wonderen kon verrichten. En dat soort planten staat hier zo maar te pronken in de abdijtuin van Daoulas.

Over Daoulas en zijn abdij
Un cloître roman unique en Bretagne et sa vasque remarquable, la fontaine et l’oratoire du 16e siècle, l’abbatiale du 12e siècle : l’ensemble témoigne de la splendeur initiale du site.
Ancien monastère, régi à partir du 12e siècle par les chanoines réguliers de l’ordre de Saint-Augustin, l’Abbaye de Daoulas domine la petite ville de Daoulas, autrefois port stratégique entre le Léon et la Cornouaille.
L’origine de l’abbaye remonterait, selon la légende, à l’an 510 mais les premiers documents connus, datés du 12e siècle, attestent de sa fondation en 1167 par le vicomte du Léon. Après une longue période de prospérité, les bâtiments, vendus à la Révolution, tombent dans le domaine privé, hormis l’abbatiale devenue église paroissiale.
L’Abbaye de Daoulas possède le privilège, rare, de cumuler les centres d’intérêt : le charme des jardins et leur diversité botanique, la grande qualité patrimoniale du site et la découverte des cultures lointaines ou disparues à la faveur d’expositions centrées sur l’ailleurs, thème sensible depuis toujours en ce pays de voyageurs.

Over Ololiuqui https://sites.google.com/site/kruidwis/hallucinogen/turbina
Over de abdij http://www.cdp29.fr/fr/presentation-daoulas

woensdag, augustus 20, 2014

Saint Michel de Brasparts, heide en duivelsnaaigaren

We wandelen tijdens onze kruidenstage naar het hoogste punt van Bretagne in de Mont d'Arrée: de Saint Michel de Brasparts.

Het is hier heidegebied zo ver als we kunnen zien met in de verte het stuwmeer van Saint Michel. De bloeiende dophei zet de hele omgeving in een rooie gloed. We beklimmen de berg naar de kapel, maar snuffelen ondertussen wel tussen de heide door naar andere mini-plantjes en zo ontdekken we ook ogentroost en warkruid. Hoogst waarschijnlijk is het hier klein warkruid (Cuscuta epithymum) met rode, zeer fijne wriemelende draden. De plant heeft geen bladgroen en zoekt zijn voedsel dan ook op andere planten. Wanneer deze plantjes in het voorjaar ontkiemen, bevat de kiem nog enig bladgroen. De kiemplanten gaan echter zo gauw mogelijk op zoek naar een waardplant, winden zich om de stengel en dringen met boorwortels het vaatstelsel van de gastheer binnen. Vanaf dat ogenblik is de plant een parasiet en ‘steelt’ hij zijn voedingsstoffen. Eigen bladgroen is dan niet meer nodig. Vandaar die roze tot rode stengels. Hij kan zich nu optimaal ontwikkelen, vertakt zich, bloeit met kleine roze bloemetjes die in een soort bolletje bij elkaar staan en zet zaad. De zaadverspreiding gebeurt via regenwater, of via de maag en uitwerpselen van dieren die van de waardplant eten.

Als herborist zoekt ik natuurlijk naar het gebruik van planten door de mens. Warkruid wil ik niet echt gebruiken. Te weinig opbrengst maar vooral te zeldzaam om zo'n kleinood te plukken. Toch werd het reeds bij Dioscorides vermeld onder de naam epithymon. De Latijnse soortnaam van het Klein warkruid, epithymum is gevormd uit epi: op, en thymus: tijm; dus een op tijm woekerende plant.
Vele volksnamen gelden vaak voor meerdere soorten van een geslacht en zo duidt men met Duivelsnaaigaren alle soorten van Cuscuta aan. Een plant die ogenschijnlijk bestaat uit draadvormige stengels moest wel iets te maken hebben met de duivel, temeer omdat zij nog ten koste van een andere plant leven. Wat was eenvoudiger dan in de stengels het naaigaren van de duivel te zien? Ook Dodonaeus noemde Warkruid: Duyvelsnaeygaren en zelfs Schurft.

Medicinaal vinden we onder meer de Warkruiden vermeld als goed om de urine af te drijven en als purgeermiddel, en zelfs bij vallende ziekte, zwaarmoedigheid, hondsdolheid. Dodonaeus raadt het Klein warkruid aan bij gebreken van de milt en het Groot warkruid ‘om de ghebreken van de lever te ghenesen.’ Interessant is ook dat hij er dezelfde werkingen aan toeschreef als die van de waardplant. 'Schurft is goed tegen de oude koortsen en tegen de geelzucht, vooral diegene die op het hoppekruid of in het vlas groeit. Andere schurften zijn van werking net als de kruiden waar het op groeit'.

Over warkruid: https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/cuscuta-sp-warkruid
http://www.bretagne-vakantie.com/ideeen/beleef-een-bretonse-ervaring/bij-zonsopgang-op-de-toppen-
Over een vorige stage: http://plazilla.com/page/4295072704/dagboek-herborist-kruidenstage-bretagne


zondag, augustus 17, 2014

Chaos de Saint Herbot

Toch nog eens op zoek naar de chaos de Saint Herbot, een chaos van rotsblokken waar de Ellez-rivier onder en over vloeit. 
Een geheime plek, ook al omdat het hele gebied afgesloten is, eigendom van de elektriciteitsmaatschappij EDF en dus 'défence d'entrée'.

Een magische plek, ooit ontheiligd door de aanleg van een kleine stuwdam maar ondertussen toch weer in bezit genomen door de natuur. Ik stop bij het ondoordringbare ijzeren hek, gelukkig is er naast het hek een gemakkelijke doorgang en verder zelfs een breed grindpad naar boven. Na een kwartier wandelen en boven gekomen hoor ik het dreigend maar toch lokkend geraas van water. Het geluid wordt steeds sterker maar er is nog steeds geen water te zien en dan als een spookverschijning diep onder mij tussen het gebladerte van kastanjebomen en eiken het schuimbekkend water, de rotsen, het glimmend groen.  La cascade de Saint-Herbot.
Romantische afbeelding van de chaos de St Herbot

Onésime Reclus décrit ainsi la cascade en 1899 : « L'Éllez, quittant tout à coup le plateau supérieur, la brande et bouillie de Saint-Michel, s'emprisonne dans un bousculis de roches granitiques ; elle cesse de couler, murmurante à peine, pour bondir en grondant et s'affaler de 70 mètres, tantôt cascade et tantôt rapide, du haut en bas d'une dégringolade de roches monstrueuses, les unes chauves et à peine ombrées de mousse, les autres sylvestres ou tout au moins enlierrées et broussailleuses. »

Charles Le Goffic la décrivit ainsi dans Croc d'argent en 1922 :
"J'évoque Saint-Herbot au pied de sa cascade,
Le cancel dont un ange a ciselé l'arcade,
La table aux crins, naïf hommage des pastours,
Le Rusquec et ses bois, et sa vasque, et ses tours,
Et le val d'Éllez, plein d'odorantes bouffées,
Où l'on marche ébloui dans un conte de fée."

Une légende explique ainsi la présence des innombrables rochers que l'on voit au niveau de la cascade de Saint-Herbot : un géant auquel le seigneur du Rusquec, ennemi de saint Herbot, avait rendu service, voulut le remercier ; il prit tous les blocs qui couvraient la montagne du Rusquec et les jeta dans la rivière qui passait devant la demeure de l'ermite, pensant qu'ils y formeraient une cascade bruyante qui couvrirait sa voix .