vrijdag, juli 11, 2014

Daar gaan we weer.

Daar gaan we weer. Onderweg. Van Bretagne naar de Drôme voor onze kruidenstage, daarna Rhodiola oogsten in de Alpen en verder een yoga-kruidenvakantie begeleiden in Peyresq. Werken zou ik dat moeten noemen. En dus doe ik dat maar. Magische internetsignalen stuur ik nu vanuit de aire Les Monts de Gueret. Een eco-aire, waar de beplanting zonder herbiciden onderhouden wordt en in de winkel stapels boeken liggen van een Franse herborist Bernard Bertrand.

Voor de motorhomisten is er ook een Aire de services. Aire de stationnement nocturne. Vidange eaux grises - vidange cassette WC - robinet temporisé pour rinçage cassette - robinet pour remplissage eau potable - poubelles sur le site. Vidange WC et eaux usées gratuites, fourniture eau potable payante. 2euros pour 100 litres d'eau - Wifi gratuit. Espace paysager de grande qualité qui s'insère dans l'environnement de bocage des Monts de Guéret. En ja, voor die wifi gratuit, de boeken en de omgeving wil ik hier wel eens meer langskomen.

En over Bernard Bertrand. Bernard Bertrand est né au sein d’une famille d’agriculteurs. À la sortie d’un BTS Protection de l’environnement (une des toutes premières promotions de Neuvic, en Corrèze), il s’installe avec sa compagne près d’un petit village de la Haute-Garonne. Au début des années 1990, ils décident de transformer leur exploitation, déjà très atypique, en ferme de découverte nature. Parmi les outils qu’ils créent pour atteindre cet objectif, un jardin botanique extraordinaire, le jardin des Sortilèges, et une collection de livres d’ethnobotanique, pour "partager l’expérience accumulée".
Ce sera "Le Compagnon végétal", fantastique collection de monographies sur les belles sauvages oubliées, qui marque un véritable renouveau de l’édition ethnobotanique en France.
Aujourd’hui, il continue d’écrire et d’éditer ses livres du fin fond des Pyrénées. Il parcourt la France pour défendre la richesse et les vertus des "mauvaises herbes" et milite pour que tout un chacun puisse se réapproprier toutes ces connaissances. Il est notamment président de l’association des amis de l’Ortie.

Een mens dus waar maurice godefridi een beetje jaloers kan op zijn.

donderdag, juli 10, 2014

Hertshooi in onze tuin

Ik ontdek dat naast het Sint-Janskruid / Hypericum perforatum er op zijn minst één andere Hypericumsoort in onze tuin groeit en dat die andere soort ook rode hypericine bevat. Waarschijnlijk is het Hypericum maculatum, gevlekt hertshooi en dan mogelijk de ondersoort kantig hertshooi.  Verder bestaat er ook nog het Frans hertshooi (Hypericum x desetangsii) wat een kruising is van Sint-Janskruid en Kantig hertshooi. Nogal ingewikkeld niet, ja de botanici maken er soms ook een potje van. Omdat onze tuinsoort ook hypericine lijkt te bevatten en omdat we in Bretagne zijn, zou ons plantje natuurlijk ook dat Franse hertshooi kunnen zijn

De naam hertshooi betekent " hard hooi" . De plant heeft die naam te danken aan de harde, houtige stengels. Hypericum komt van het Griekse hypoen Erica (onder of tussen heide). Sommigen beweren dat Hypericum verwijst naar de god Hyperion, vader van de zon in de Griekse mythologie, omdat de bloemen zonnegeel zijn en rond de langste dag van het jaar bloeien. Maculatum betekent " gevlekt" , obtusiusculum " met stompe vormen"

En of deze hypericum nu ook dezelfde werking heeft als Sint-Janskruid, zou ik wel willen weten. Dus toch maar eens een tinctuur maken en uitproberen? Meestal wordt alleen Sint-Janskruid medicinaal gebruikt en daar hou ik mezelf ook aan, toch vind je bij Dodonaeus ook toepassingen van andere Hypericumsoorten.

Het zaad van Ascyrum (hertshooi) dat een half lood zwaar met honingwater een lange tijd gedronken wordt geneest jicht, dat is de pijn van de heup. Het gestampte kruid is goed om op de verbranding te leggen. De wijn waar de bladeren in gekookt zijn heeft kracht om de wonden te helen als je ze daar dikwijls mee wast.

http://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/24915-in-de-naam-van-sint-janskruid.html

dinsdag, juli 08, 2014

Manoir de Saint-Pol-Roux

Eens een dagje toerist gespeeld in Bretagne. Of ik kan het ook deftig prospectie noemen voor onze kruidenstage in augustus. Naar Cameret sur Mer, de nabijgelegen ruige rotspunt Pointe de Pen-hir, de alignement van Lagatjar en de ruïne-manoir van de dichter Saint-Pol-Roux.
En dit alles op enkele kilometers van mekaar. En dat heb ik het nog niet gehad over de planten. Blaas- en andere wieren op de rotsstranden, strandbiet, zeevenkel en gewone wilde venkel die zich blijkbaar in de zoute zeelucht op zijn best voelt.

Maar nu toch maar even over de ruine-manoir, die vandaag vooral onder die wilde wolkenluchten immens tot mijn verbeelding spreekt en dan het verhaal van een dichter in een immense manoir die dichterlijk-dramatisch ten onder ging. À quelques mètres des alignements de Lagatjar, se trouvent les ruines du manoir de Pierre Paul Roux, alias Saint-Pol-Roux, alias Le Magnifique.
Immense poète, reconnu dès ses débuts par Mallarmé, précurseur du mouvement surréaliste, il tourna le dos au milieu littéraire parisien et vint s'installer en juin 1905 avec femme et enfants dans ce manoir qu'il fit construire sur la falaise de Pen Hat. Son isolement volontaire était néanmoins relatif : il était très impliqué dans la vie quotidienne camarétoise, et nombre de ses amis venaient régulièrement lui rendre visite ici (Victor Ségalen, Max Jacob, Pierre Mac-Orlan, André Breton...).

Juin 1940: Un soldat allemand pénètre dans le manoir, tue la gouvernante, blesse Saint-Pol-Roux et sa fille Divine, et s'enfuit. Ils sont emmenés tous les deux à Brest, à l'hôpital. Quand il revient, il découvre le manoir pillé et tous ses écrits déchirés, brûlés, envolés... Le choc fut grand. Il tomba rapidement malade et mourut quelques jours plus tard. Il est enterré dans le cimetière de Camaret.
En 1944, le manoir, occupé par les allemands, fut bombardé par l'aviation alliée.

"J'ai fait inscrire sur un entablement de mon manoir ces mots orgueilleux peut-être : Ici j'ai découvert la vérité du monde."

maandag, juli 07, 2014

Omgevallen wilg

Een rivier. De Aulne. Onze rivier, altijd in beweging. Zichtbaar en onzichtbaar. Mooi maar ook meedogenloos. Vannacht waren de wortels van een grote wilg langs de oever genoeg los gespoeld, om de boom te laten omvallen. Niet dood maar op zijn ouwe dag is hij nu rustig gaan liggen, totdat hij met de volgende vloed verder drijft naar andere oorden.

De omgevallen wilg maakt plaats voor andere planten, moeras-en waterplanten, die nu meer licht en ruimte krijgen en daardoor beter kunnen groeien. Plaats dus voor grote kattestaart, dotterbloem, genadekruid, wederik en andere vrolijke planten.

donderdag, juli 03, 2014

Geneeskrachtige border

Wild werken in onze Bretoense tuin. Bijna 2 maand weg geweest. De planten in de nieuw aangelegde border waren flink gegroeid. Stevige engelwortels krachtig in blad, veel glimmend groene bladeren van de wede, bijna klaar om te oogsten, kaasjeskruid, ooievaarsbek en hartgespan in volle bloei. De planten snoepen van de verse voedselrijke grond, ze snoepen zelfs iets te veel waardoor ze te groot worden en dreigen om te vallen. Gelukkig staan ze dicht bij mekaar, en geven zo mekaar wat steun, want stokken en stellingen plaatsen om de planten te ondersteunen vind ik lelijk en filosofisch ook niet verantwoord.

Opvallend toch hoe veel wilde planten, vertroeteld door de mens juist beter groeien. Bekijk de valeriaan maar, glimmend blad en stevig stengel met aan het uiteinde witte bloei en daarna tintelende zaadpluisjes. Of het duizendguldenkruid, minirosetten die ik in het voorjaar uit een akker gered heb en die nu in mijn border 40 cm hoog fleurig roze staan te bloeien.

Niet dat groter en glimmender altijd beter is, maar gezond zien ze er in elk geval wel uit. Ook de geur van de valeriaan en de bittere smaak van duizendguldenkruid blijken volledig in orde te zijn en dat is toch ook een norm voor de kwaliteit van deze geneeskrachtige kruiden.
Het duizendguldenkruid oogst ik normaal pas in augustus, de hele bovengrondse bloeiende plant, dit jaar kan ik dat nu al doen.
In de oude apothekersboeken werd duizendguldenkruid Fel terrae of 'Eertgalle', genoemd naar de bittere, galachtige smaak. De plant is een van de bitterste geneeskruiden, hij hoort bij de zogenaamde amara pura samen met een familielid de gele gentiaan. Deze planten zijn vooral eetlustopwekkend, spijsverteringbevorderend en leverstimulerend, ze worden vooral gebruikt bij gebrek aan eetlust, anorexie, en in het algemeen om aan te sterken, vroeger voor bleekzuchtige magere kinderen die geen eetlust hadden. De prettigste en de meest efficiënte manier om bitterstofplanten te gebruiken is als aperitivum, gewoon duizendguldenkruid met bvb anijs laten trekken in alcohol van ongeveer 45 %, eventueel wat suiker of andere zoetstoffen toevoegen en van dit drankje voor het lekkere en voor de gezondheid van maag en darm dagelijks een klein glaasje drinken. Dus, echt op je gezondheid!

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/36412-in-de-naam-van-duizendguldenkruid.html
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/centaurium-minus-duizendguldenkruid

donderdag, juni 26, 2014

Meester (wortel) in de bergen.

In de Alpen kom ik hem overvloedig tegen. De Meesterwortel. Ook nu op weg naar de zoveelste col, in het zweet mijns aanschijns, door de hellingbossen naar hogere bergsferen, word ik weer begeleid door de groen geurende bladeren van de Meesterwortel. Zij zorgen voor enige verfrissende koelte tijdens de weg naar omhoog. In het uiterste geval gebruik ik het blad zelfs als zweetdoek. De plant is weinig bekend, nochtans zo een naam schept hoge verwachtingen en inderdaad als we in een ver verleden terug kijken, zien we dat de plant een grote geneeskrachtige reputatie heeft gehad.

Onder andere Dodonaeus en Ravelingius beschrijven overtuigend de krachten van de Peucedanum ostruthium. Ze is zeer geschikt om de dikke koude vochtigheden te verteren en rijp te maken en om alle winderigheden te verdrijven en op te lossen en zowel van de darmen en van de maag als van de baarmoeder.
Is ook zeer goed om de maagpijn of pijn in de darmen en de gebreken van de nieren te genezen.
Men gebruikt het niet alleen om de plas, maar ook om de maandstonden te verwekken en om de wurging en opstijging van de baarmoeder te beletten en voorts om de nageboorte en dode vruchten uit te drijven.
Het poeder er van soms omtrent de zwaarte van een drachme of vierendeel lood gebruikt is de waterzuchtige zeer nuttig en diegene die met kramp, trekking van de leden en vallende ziekte gekweld zijn en door het in de vierde daagse malariakoorts met wijn te drinken gegeven voor het aankomen van de koorts laat die achterblijven, dit poeder op dezelfde manier gebruikt weerstaat ook allerhande vergif en geneest alle pestachtige of besmettelijke ziekten en hindernissen die van de kwade lucht komen.
Die wortel van dit kruid in wrange wijn gekookt verzoet en verdrijft de smart van de tanden en gekauwd laat het spuwen of kwijlen, dat is laat de waterachtigheid of het slijm van het hoofd op de tong rijzen en daarom wordt ze veel gebruikt en zeer geprezen voor een van de beste middelen die men weet om de hersens door het spuwen van de slijmachtige vochtigheden te verlossen en de mensen die met MS, hersenbloeding, vallende ziekte en diergelijke gebreken gekweld zijn te genezen.

Een interessant verhaal van Dodoens, te mooi om waar te zijn? Maar het kan nog straffer. Ik lees: it is thought that carrying this root will give strength and protection, and that sprinkling it around will cause spirits to manifest themselves. It represents courage and is said to strengthen the will and calm one's emotions, which is an interesting echo of some of its former medicinal uses in the US (against hysteria and delirium tremens). Angelica and masterwort are similar, but they are two different plants. This magick herb has leaves similar to and a fragrant root that smells somewhat like angelica and contains some of the same chemicals, and this is no doubt where the confusion comes in. You might even consider this a sort of masculine, Mars equivalent of the Venus angelica due to its ability to heat and its protective magickal properties. This magick herb's root is hot and stimulating (it can raise heart rate and blood pressure). Culpeper thought it the hottest of all roots, good against cold in the body and for provoking healthful sweating.Weirdly enough, the root contains the same chemical as nutmeg, which probably accounts for its helpfulness as a digestive, and its essential oil is a euphoric (!).

Vooral in Frankrijk bij de bergbevolking is de wortel nog lang in gebruik geweest. Hij werd niet voor niks l'impératoire, de keizerlijke genoemd. Au XVIIe siècle, l'impératoire, alors au sommet de sa réputation, entrait dans la composition d'une des drogues les plus en vogue en Europe, l'orviétan. L'impératoire a aussi un usage aromatique pour les boissons et les fromages, alimentaire (racine, feuilles), condimentaire. On extrait de la plante une huile essentielle nommée «huile de benjoin français».

Zou het de geur van de meesterwortel zijn die mij meester van de bergen maakt?

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/44990-meesterwortel-of-peucedanum.html

dinsdag, juni 24, 2014

De grote berg Buet en het kleine heelkruid

Zicht op de Buet.
Nog in de Franse Alpen. Een bijzondere mooie maar wel lange dagtocht, we vertrekken bij Sixt-Fer à cheval / Salvagny / Le Lignon (1180). We rijden zo hoog als mogelijk met de auto. Bergschoenen aan de voeten, wandelstokken in de handen, rugzak met proviand en naar omhoog. Eerste etape naar de cascade de la Pleureuse. Ik wil een vermoeide jonge man met een zware rugzak voorbijsteken, maar dat laat hij niet toe. Een man van een halve eeuw ouder, die je wil passeren, dat is wat te veel van het goede. Bij de waterval maken we dan toch een praatje. Hij, een sympathieke 19 jarige Australiër die een maand de GR 5 bewandelt. Ik, een zeventigjarige jongeling, die zich in de bergen negentien voelt. We wandelen verder, uitgeput laat hij mij uiteindelijk toch voor gaan. Ik excuseer mij voor mijn lichte rugzak en op de middag zien we mekaar opnieuw bij de refuge d'Anterne. Dan scheiden onze wegen, wij draaien op naar de Collet d' Anterne (2038) om dan een lange afdaling aan te vatten naar de chalets des Fonts aan de voet van de machtige Buet. Om zo, na nog meer dalen door een spectaculair wortelbos en terug wat klimmen, uiteindelijk weer bij de auto's uit te komen.

Voor de verandering heb ik eventjes niks over planten verteld, maar we hebben er ondertussen natuurlijk wel gezien. Alleen ben ik ze nu al weer vergeten en omdat Hilde, die alle plantjes onderweg nauwkeurig noteert, niet in de buurt is, kan ik geen chronologische opsomming geven.
Het plantje dat ik me wel herinner, is het minst opvallende van allemaal, het heelkruid. Met een boterbloemachtig blaadje en een mini wit bloemschermpje groeiend in de donkerte van het bos leidt deze Sanicula europaea een bescheiden bestaan, toch is ook dit kruidje geneeskrachtig in gebruik geweest vooral als wondgenezend en bloedstelpend eerste hulpmiddel. En.... nieuwe spectaculaire toepassingen zijn in de maak.

Kracht en Werking van Sanikel vlgs Dodonaeus (Cruijdeboeck 1554)
Het sap van sanikel dat gedronken wordt heelt en geneest allerhande wonden en gekwetstheid van binnen en van buiten alzo dat men in Frankrijk, zoals Ruellius schrijft, zegt dat hij geen chirurg nodig heeft die sanikel heeft.

Sanikel die in water of wijn gekookt en gedronken is stopt het bloedspuwen en geneest rode loop en de zwerende en gekwetste nieren.
Sanikel die in dezelfde manieren gebruikt wordt of het sap daar van gedronken, geneest de verscheurdheid als je het gestampte of het gekookte kruid daarop bindt.
De bladeren van dit kruid die met de wortels in water met honing gekookt zijn geneest de gekwetste longen en gedronken allerhande kwade, vervuilde zweren van de mond, van het tandvlees en de keel als het daarmede gegorgeld en de mond gespoeld wordt.

En recentere verrassende wetenschappelijke info: Extracts from the aerial parts of Sanicula europaea L. were investigated for their anti-HIV activity, and the 50% ethanolic extract was shown to exhibit the highest activity. J Nat Prod. 1997 Nov;60(11):1170-3. Saniculoside N from Sanicula europaea L. en The antiviral activity of Sanicula europaea L. extracts against human parainfluenza virus type 2 (HPIV-2) was examined. The extract prepared from the leaves of the plant and a fraction separated from the crude extract with gel filtration chromatography were found to inhibit HPIV-2 replication without any toxic effect on Vero cells. The acidic fraction obtained from the crude extract of S. europaea leaves was found to be the most active fraction with plaque inhibition assay at non-cytotoxic concentrations. Unfortunately, antiviral activity was not detected in the molecules purified from the crude ethanol extract of Sanicula leaves.



maandag, juni 23, 2014

Pointe d'Angolon en Allium victorialis

We vertrekken vanuit de refuge naar de Pointe d'Angolon, mààr 2090 meter hoog maar wel een berg met een echt topje. Eerst wandelen we heel klassiek door de hellingbossen om daarna al even klassiek boven de boomgrens in de bergweilanden terecht te komen. De dag was zonnig begonnen maar na enkele uren wandelen begint het zwaar te bewolken en te regenen.

Toch geraken we op de col d'Angolon, van waaruit we mooi en indrukwekkend langs de steile graat naar de top kunnen. Maar juist op dat moment, om het nog spannender te maken begint het ook te donderen, woedende wolken botsen en buitelen over de graat. Moeten we terug? We twijfelen en schuilen even achter de laatste bomen, dikke hagelbollen lijken ons een laatste verwittiging te geven. Terug?? Maar dan stopt de regen even snel als hij gekomen was. H., K en M willen toch verder, de anderen dalen af naar de col de Goléze. De steile, grazige graat voert H, K en M verder naar de top, diep voorovergebogen voelen we ons dicht bij de vele bijzondere plantjes. We zien en ruiken Alpenlook, Paradijslelie en zilverwikke maar eerst nu naar boven. De top, een eindeloos zicht en na de zware inspanning genieten we des te meer van het panorama. Col de Joux plane, het meer en Morzine liggen aan onze voeten.

Over het Alpenlook / Allium victorialis vlgs Dodonaeus


bloemknoppen van Allium victorialis
De herders van het gelijknamig gebergte  noemen dit gewas Lang lauch of Lan-lauch, zoals Carolus Clusius betuigt, andere noemen het Siegwurtz, andere Sieben Hamkorn en in het Latijn Allium Alpinum, dat we als berglook verduitst hebben. Matthiolus heeft het Allium anguinum genoemd.’.
De bollen zijn, net als bij de gladiool, door een netvormig omhulsel omgeven als een soort pantser wat de ui onwondbaar maakt. Hieraan werd een wonderbare werking toegeschreven.
Door dit omhulsel zou het mensen beschermen tegen steken en wonden. Door de vele oorlogen was er een grote vraag naar dit soort beschermmiddelen. Het werd gedragen als een amulet door krijgslieden om de nek. Ze noemden de bol allemansharnas en victori wortel. Als een echte ui behoedde het de drager gelijk tegen ongeluk en toverij. Wilder Alraun of Glucksmannel, als wilde alruin (Mandragora) werd de wortel vaak in menselijke gestalte gebracht en bekleed en voor veel geld verkocht. Volgens Dodonaeus verdrijft deze ui de kaboutermannekens of aardgeesten, bergalraun en bergh-look bij Dodonaeus.  Allermannsharnisch, Neunkraft, Siegwurz, Neunhammerlin, Neunhemderwurz, Siebenhammerlein, Siegwurz-Lauch, Bergknoblauch, Sigmarslauch, Siegmarsmännlein, Siegwurz of Johanniswurz.

Wat valt er als herborist nog veel te ontdekken, nu weer een looksoort die ooit als alruin in gebruik geweest is, zo maar onder onze bergschoenen.


vrijdag, juni 20, 2014

Bij de refuge Chardonnière

Refuge Chardonnière. Ons verblijf voor een week wandelen in de Franse Alpen. Lang geleden ben ik hier samen met Nederlandse vrienden nog langs gekomen. Nu doen we min of meer dezelfde wandelingen maar... herkennen doe ik weinig of niets. De bergen en de paden zijn niet veranderd, alleen de herinnering verandert blijkbaar jaar na jaar.

Eén plantje herinner ik mij nog. Het valkruid, Arnica montana groeide er toen en is ook nu bloeiend aanwezig in de bergweilanden rond de gîte-boerderij. De koeien grazen er rustig tussendoor, het plantje op eten doen de beesten blijkbaar niet. Al zouden ze deze Arnica montana in kleine hoeveelheden wel kunnen gebruiken om hun overbelaste pezen en spieren te versterken. Gelukkig blijven ze er af want met hun grote, schrokkerige muil zouden ze er al vlug te veel van binnen krijgen. Ook andere toch zeer gezonde planten zoals brandnetel en Alpenzuring raken ze niet aan. Gras is blijkbaar toch hun geliefd voedsel. Het blijft me wel verwonderen hoe in deze toch redelijk voedselrijke gronden uitbundig wilde orchideeën, valkruid  en andere zeldzame plantjes kunnen groeien. Een mooie harmonie tussen mens, dier en natuur.

Arnica montana is nu één van onze bekendste geneeskruiden. In de klassieke oudheid was Valkruid, die tot de familie der Asteraceae behoort, blijkbaar niet bekend. Waarschijnlijk is het Hildegard von Bingen geweest die voor het eerst het gebruik van Arnica beschreven heeft. Zij heeft het over een ‘Wuntwurz’, een wondwortel, te gebruiken bij kneuzingen en blauwe plekken, dé indicaties waar Valkruid later voor bekend werd.

Arnicae flos, de bloemen van het Valkruid en daaruit bereide preparaten worden uitsluitend uitwendig gebruikt. Toepassing vindt Arnica dan bij de gevolgen van verwondingen en ongelukken, zoals bloeduitstortingen, verstuikingen, bij oppervlakkige ontstekingsprocessen bijvoorbeeld ten gevolge van insektensteken en bij ontstekingen van mond- en keelholte. De sesquiterpeenlactonen oa helenaline in de plant geven een scheikundige verklaring voor zijn werking. Deze stoffen hebben een ontstekingswerende werking maar kunnen ook irritatie veroorzaken. Verder wordt Arnica uitwendig als zalf of olie ook gebruikt bij reumatische klachten en bij steenpuisten.

In de volksgeneeskunde werd Arnica in Rusland, gebruikt bij baarmoederbloeding tijdens de geboorte en in het climacterium, en verdere toepassing vonden de bloemblaadjes bij myocarditis, hartklachten ten gevolge van arteriosclerose en bij uitputting en hartzwakte. Zelfs Goethe zou Arnica gebruikt hebben voor zijn hartproblemen. Arnica werd vroeger ook als snuiftabak gebruikt of in tabak om te roken samen met andere kruiden.
Voor eigen gebruik zou ik mij beperken tot het uitwendig gebruik bij kneuzingen, blauwe plekken en bloeduitstortingen, waar Arnica zonder meer het allerbeste middel voor is.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/34569-arnica-of-valkruid.html

donderdag, juni 19, 2014

Hondspeterselie op de parking bij Syntra

Opleiding herborist. Rond snuffelend tussen auto's en groenafval, vinden we toch allerlei plantjes met historische betekenis. Zomaar een kleine, spannende schermbloemige die wel wat op platte peterselie lijkt maar de naam hondspeterselie draagt en serieus giftig is. Niet uittrekken maar ook niet opeten, wel genieten van zijn geweldige geschiedenis. In deel 1 van de Flora Batava van 1800 (een indrukwekkend 28 delen tellend boekwerk verschenen over een periode van 134 jaar) valt het volgende over de hondspeterselie te lezen.

De Plant, onwetend onder Kervel of Pieterselie, tusschen welke het veel groeit, gebruikt zynde, heeft meermalen dodelyke toevallen veroorzaakt; waarom de boven opgegeven kenmerken ter onderscheiding, wel behoren in agt genomen te worden. ? Verders minder schadelyk voor Dieren, uitgenomen voor Ganzen: (Linn. Reuss.) moet egter als onkruid in de Weiden gerekendworden. (Brugmans) Hier van voor Paarden schadelyke gevolgen ondervonden (Oec. Hefte 1801) Een afkooksel van deze Plant zou bruikbare gele Verv geven (Dambourny.)

De Nederlandse naam is een letterlijke vertaling van de soortnaam Cynapium en is afgeleid van het Griekse woord kynos (=hond)  en van het Latijnse woord apium (=peterselie). Aethusa komt van het Griekse werkwoord aitho (ik glans)  en verwijst naar de glanzende bladeren van de plant. Aan de glimmende, onwelriekende bladeren heeft de plant ook zijn Friese naam Stjonkhorne te danken.
Hondspeterselie hoort samen met Gevlekte scheerling en Dolle kervel tot het gevaarlijke middeleeuwse gezelschap geschikt om je ergste vijanden te vermoorden. Dus ooit 'nuttige' planten geweest.