zaterdag, november 10, 2018

Epimedium

Morgen naar Hoegaarden voor de derde buitendag van de opleiding. Ook al de zoveelste keer maar gelukkig nog altijd met evenveel plezier, want er van genieten blijft toch het allerbelangrijkste. Wel vreemd is dat ik zo'n dag nu wil voorbereiden en dat is niet mijn gewoonte. Het onverwachte, de verbazing vind ik toch bijzonder. Dus nu mijn geheugen even pijnigen, wat groeit er in de tuinen van Hoegaarden, er is blijkbaar wel veel veranderd en dus toch weer wat spannend. Ik herinner mij vooral wat vreemde planten met bijzondere namen zoals varkensbrood en elfenbloem, dus nu even over de elfenbloem.

Tweeduizend jaar geleden schreef Dioscorides: ‘De bladeren van Epimedium, gestoten en met olie gemengd en papvormig of pleistervormig op de borsten gelegd maken dat ze niet te groot worden, maar in een vorm blijven. De wortel belet de vrouwen te ontvangen. De bladeren gestoten en daarvan vijf drachmen zwaar vijf dagen lang met wijn te drinken gegeven nadat de vrouwen hun maandstonden gehad hebben beletten ook het ontvangen van de vrucht. Plinius schrijft ook dat Epimedium zo dik makend en verkoelend van krachten is dat de vrouwen van het gebruik er van behoren te wachten. Galenus zegt naast het voor verhaalde dat er geen merkelijke eigenschap in is, dan dat men geloofd dat het met enig nat ingenomen onvruchtbaar maakt’.

Duidelijk allemaal verwijzingen naar een mogelijk hormonale werking en dus niet verwonderlijk dat de plant ook als afrodisiacum een oude reputatie heeft. En ook altijd interessant om daar tijdens een kruidenwandeling wat over te vertellen.

Zie ook https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/epimedium-elfenbloem

donderdag, oktober 18, 2018

Rozenbottel ook om te vermageren?

De rode vruchten van onze inheemse hondsroos, de rozenbottel zijn niet alleen een rijke bron van vitamine C maar bevatten ook veel andere stoffen en stofjes waaronder transtiliroside, een substantie met anti-obese oftewel vermagerend effect.

Remming vetzucht, daling bloedvetten
Uit dieronderzoek is gebleken dat het extract van de vruchten en zaden van hondsroos helpt tegen gewichtstoename en toename van buikvet, factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van obesitas, metabool syndroom en diabetes type 2. Muizen kregen gedurende twee weken een 80% acetonextract toegediend van rozenbottels (50 mg/kg/dag) en rozenbottelzaden (12,5 en 25 mg/kg/dag). Het effect was dat vanaf de vijfde dag het tot een significante remming van gewicht en vetmassa kwam en een significante daling van de bloedspiegels van triglyceriden en vrije vetzuren.

Trans-tiliroside is het belangrijkste bestanddeel in rozenbottel dat verantwoordelijk is voor een krachtige anti-obese werking bij een lage dosering (en daarbij niet giftig is); trans-tilirose is voor zijn werking overigens afhankelijk van andere bestanddelen in rozenbottel. Toediening van trans-tiliroside in een dosis van 0,1-10 mg/kg/dag gedurende 15 dagen leidde bij de proefdieren tot een significant minder sterke toename van de plasmaglucosespiegel na intraperitoneale toediening van glucose (1 g/kg), wat betekent dat trans-tiliroside helpt bij het verbeteren van de glucosetolerantie.

Ook zorgde trans-tiliroside voor toename van de expressie van PPAR-alfa (peroxisome proliferator-activated receptor alfa) mRNA in de lever, wat aangeeft dat de vetstofwisseling wordt gestimuleerd door trans-tiliroside. De onderzoekers stelden vast dat trans-tiliroside een veel sterkere anti-obese werking heeft dan orlistat, een lipaseremmer die de opname van voedingsvetten tegengaat en wel wordt voorgeschreven aan mensen met overgewicht of obesitas.

Bronnen en referenties

  • Ninomiya K et al. Potent anti-obese principle from Rosa canina: structural requirements and mode of action of trans-tiliroside. Bioorg Med Chem Lett. 2007;17(11):3059-64.
  • Gürbüz I et al. Anti-ulcerogenic activity of some plants used as folk remedy in Turkey. J Ethnopharmacol. 2003;88(1):93-7.
  • Chrubasik C et al. A systematic review on the Rosa canina effect and efficacy profiles. Phytother Res. 2008;22(6):725-33.

vrijdag, september 28, 2018

Teeskens crwijt of herders tas

Wandelen, planten besnuffelen in de natuur blijft één van mijn kleine, grote genoegens en als ik dat, later, niet meer kan, moet ik maar wandelen en snuffelen op internet in oude kruidenboeken. Ook daar is nog veel te herontdekken. Over het herderstasje bvb in mogelijk het oudste Nederlandstalig 'Dietse herbarium'


XXVIIJ TEESKENS CRWIJT of bursa pastoris of sanguinaria
H.lat. Bursa pastoris. Teschen krut. In de tekst : Bursa pastoris sive sanguinaria
H.c.f. Bursa pastoris. Teschen cruyt. In handschrift: Sanguinaria of stop bloet
H.i.d. In de' tekst : teskens crwijt.
In de tafel : Teskens eruit ofstop bloet. Part. V, cap. I : Bursa pastoris dats sanguinaria of na de sommeghe in duytsche teskens eruit

Identifikatie : si es tweerleye : de een heeft blaijeren in maniere eender teschen : Capsclla bursa pastoris Medik.; Thlapsi bujrsa pastoris L.; Herderstasje, teskenkruid
de ander heet centinodia ende es een crwijt op der erde crupende; hebbende blaijeren ghelijck rute ende zaet omtrent de blaijeren. het heet oeck lingua passerina of muschen tonghe : Polygonum aviculare L.; Varkensgras, duizendknoop, mussentong, vogelgras
In de Pharmacopoea Galeno-chemico-medica van Wouter van Lis (1747) staat nog over de verwantschap van beide planten : « Deszelfs ( = Polygonum aviculare) Bladeren betonen de krachten van de Herders Tas ». ' ;

Bijzonderheden :
Het es oeck een overste medicine den dissentericis dat sijn die denhchaem roet met scafteling van dermen hebben. ende tseghen flegmonen dat sijn apstonien of pwijsten van heeten bloede ende den bloet spuende menschen...buten op de deermen soe leghe teskens crwijt weghebree : bolus armenus. ende wijt van den eije met reghwater ghesoijen want het zeer hulpt

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/37194-herderstasje-bloedstelpend-en-goed-voor-de-baarmoeder.html

zondag, september 16, 2018

Tomaat

De  tomatenplant  komt  van  oorsprong  uit  Zuid  Amerika  waar  het  al  door  de  Azteken  in  cultuur werd gebracht.  De  oorspronkelijke  wilde  tomaat  is  niet  helemaal  bekend,  maar  de  meest  verwante  wilde  soorten produceren  kleine  bessen  die  door  vogels  en  zoogdieren  gegeten  worden.  Ook  de  Azteken konden die smaak al waarderen  en  gebruikte  de  tomaat  in  hun  salsa.  

Rond  de  16de  en  17de  eeuw  introduceerden  de  Conquistadores  de  tomaat  in  Europa,  waar  de  plant  eerst  vanwege  de  vermeende  giftigheid  als  siergewas  werd  geteeld,  maar  al  in de  18de  eeuw  wordt  de  smaak  van  tomatensoep  geroemd.  In Spanje  maakt  men reeds  in  de  16de  eeuw  allerlei  tomatensauzen  klaar,  maar  de  rest  van Europa bleef wantrouwig,  'die  tomaat zou wel  eens  des  duivels  kunnen  zijn' en zij gebruikten haar  dan ook enkel  als  sierplant.  In  Frankrijk  bleef  dit  wantrouwen  stand  houden tot in 1760  en  Duitsland  hield  het  zelfs vol  tot  1870.

Naamgeving
In  het  Engels,  het  Frans,  het  Nederlands,  het  Spaans  heeft  de  tomaat  haar  Nahuatl-stam  bewaard, daar  heet  ze  respectievelijk  tomato,  tomate,  tomaat,  tomate.  Sinds  1554  noemen  de  Italianen  haar  pomodoro,  gouden  appel; de  Duitsers  gebruiken,  naast  het  gewone  tomate  ook  de  naam  paradeis-apfel;  de  Fransen  hebben  eveneens  een  tweede  naam  voor  deze  vrucht,  namelijk  pomme  d'amour,  liefdesappel. Inderdaad,  de  tomaat  lijkt  op  een  vuurrode  appel, de  benaming  pomme  d'amour  verwijst  naar  de  (echte  of  vermeende)  afrodisiake  werking.

Hoe  roder  hoe  gezonder
Tomaten  zijn  rijk  aan  lycopeen.  Dit  is  een  natuurlijk  pigment  waaraan  tomaten  hun  rode  kleur  danken.  Het  wordt  vooral  tijdens  het  rijpingsproces  in  tomaten  gevormd.  Hoe  roder  de  tomaten,  hoe meer  lycopeen  ze  bevatten.  Tomaten  die  geler  zijn  bevatten  minder  lycopeen. Lycopeen  behoort  tot  de  groep  van  de  carotenoïden  en  staat  bekend  als  een  krachtig  anti-oxidant.  Als  gevolg  van  allerlei  omzettingsprocessen  komen  in  het  lichaam  vrije  radicalen  vrij.  Vrije  radicalen  kunnen  schade  aanbrengen  aan  een  cel  en  spelen  een  belangrijke  rol  in  het  verouderingsproces.  Anti-oxidanten  maken  deze  vrije  radicalen  onschadelijk.

Vruchtbaarheid  en  osteoporose
Onderzoek lijkt aan te geven  dat  tomaten  goed  zijn  ter  bescherming  van  verschillende  soorten kanker.  Van  prostaatkanker  zijn  de  beste  resultaten  bekend en tegen goedaardige prostaathypertrofie is het zeker goed.  Maar  tomaten  beschermen  ook  tegen  kanker  van  het spijsverteringskanaal,  baarmoederhalskanker  en  longkanker.  Recente  onderzoeken  suggereren  dat  lycopeen  eveneens  de  verminderde  vruchtbaarheid  van  mannen  kan  verbeteren,  en  de  leeftijdsgebonden  maculadegeneratie  (veel voorkomende  oogaandoening)  kan  beperken.  Lycopeen  zou  ook  kunnen  helpen  in  de  preventie  van  osteoporose.  Hierover  is  echter  meer  onderzoek  nodig.

Huidveroudering
Nog  meer  goed  nieuws  over  tomaten.  Onderzoek  toont  aan  dat  tomatenpuree  werkt  tegen  rimpels  en huidveroudering.  Dat  is  nog  eens  een  goedkoop  alternatief  voor  dure  antirimpelcrèmes.  Let  wel,  het werkt  pas  effectief  als  je  10  eetlepels  tomatenpuree  per  dag  eet  aangelengd  met  10  gram  olijfolie.  De  toevoeging  van  een  beetje  vet  zorgt  voor  een  nog  betere  opnamecapaciteit.  Lycopeen  is  immers  een  vetoplosbare  anti-oxidant.  Bij  de  proefpersonen  uit  het  onderzoek  was  de  aanmaak  van  de  pro-collageenlaag  in  de  huid  sterk  toegenomen.  Pro-collageen  is  een  eiwit  dat  de  huidstructuur  helpt  verbeteren.  Bovendien  was  de  huid  30%  beter  bestand  tegen  het  schadelijk  effect  van  UV-stralen. Maar elke dag een blikje tomatenpuree opeten lijkt me niet realistisch. Misschien een maskertje van tomatenpuree?

Ellinger, S., et al. (2006). “Tomatoes, tomato products and lycopene in the prevention and treatment of prostate cancer: do we have the evidence from intervention studies?” Current Opinion in Clinical Nutrition & Metabolic Care 9(6): 722-727.
Giovannucci, E., et al. (2007). “Risk factors for prostate cancer incidence and progression in the health professionals follow‐up study.” International Journal of Cancer 121(7): 1571-1578.
Ilic, D., et al. (2011). “Lycopene for the prevention of prostate cancer.” Cochrane Database Syst Rev 11.
Ilic, D. and M. Misso (2012). “Lycopene for the prevention and treatment of benign prostatic hyperplasia and prostate cancer: a systematic review.” Maturitas 72(4): 269-276.

donderdag, september 13, 2018

Slee-doorn, de pruim die doornen draagt

Deze  tot  3  meter  hoge  struik  met  bijna  zwarte  takken  en  witte  bloesem,  vind  je  veel  langs  bosranden en  in  heggen  samen  met  meidoorn  en  hondsroos.  Alle  delen  van  de  plant  zijn  ooit  gebruikt  geweest  (schors,  bloemen  en  bessen),  nu  maken  we  hoofdzakelijk  nog  gebruik  van  de  donkerblauwe  bessen.  Ze  bevatten  veel  looistoffen  (wrange,  samentrekkende  smaak),  vruchtenzuren (frisse  smaak)  en  veel  vitamine  C. 

Een  aromatische  en  gezonde  siroop  verkrijg  je door  de  goed  rijpe  vruchten  in  honing  te  laten  trekken.  Tegen  diarree  kun  je  van  de  verse  of  gedroogde  bessen  een  afkooksel  maken  (20  gram per  liter  water  1’  koken  en  10’  laten  trekken)  ook  Dodonaeus  1554  vermelde  reeds  de  stoppende  werking  niet  alleen  tegen  'den  loop  des  buycx'  maar  ook  tegen  de  'vloet van den vrouwen ende tot alle bloetganck'.

Vroeger  waren  vooral  de  bloemen  medicinaal.  Ze  werden  vermeld  in  de  officiële  apothekersboeken  van  Duitsland  (DAB)  en  Zwitserland  (Ph.  Helv.)  als  licht  laxeermiddel en gebruikt  in  bloedzuiverende  voorjaarskuren. Ook in het vakboek Teedrogen van Wichtl wordt de Pruni spinosae flos, de bloemen van de Sleedoorn, vermeld als licht laxeermiddel, diureticum (urinedrijvend), diaforeticum (transpiratiebevorderend) en expectorans (slijmoplossend). Al wordt er bijgezegd dat het voornamelijk als volksmiddel in gebruik is.  

De  wetenschappelijke  naam Prunus spinoza  betekent  'de  pruim  die  doorns  draagt'.  Ook  de  Nederlandse  naam  geeft  dit  aan. 'Slee'  is  een  oud  woord  voor  pruim.  Botanisch  gezien  hoort  de  sleedoorn  bij  de  familie  van  de  pruimen  en  kersen. Sleedoorn  wordt  ook  wel  zwarte  doorn  genoemd  vanwege  zijn  zwarte, berijpte  bessen  die  graag  door  lijsters  gegeten  worden.  Door  hun  uitwerpselen  waar  de  zaadjes  inzitten,  wordt  de  struik  verspreid.  Vogels  bouwen  graag  hun  nesten  tussen  de  takken  van  de  sleedoorn,  want  de  doornen  beschermen  hun  jongen  tegen  vraatzuchtige  belagers.

De sleedoornbessen zijn voor medicinale doeleinden nu te plukken, voor het lekkere kun je beter nog wat wachten tot de vorst er is overgegaan.

Lees ook
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/87896-sleedoorn-verhalen-en-verleden.html
https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/107505-sleedoorn-in-de-mythologie.html




dinsdag, september 11, 2018

Canadese fijnstraal en teunisbloem in de ochtend

Een ochtend als een ander. Wel zon zomaar. Even langs de straatkant ons wild katje tot de orde roepen. Bij het huisje, de ruine van de buren speelt de zon met de teunisbloemen en zelfs de lelijke fijnstraal ziet er plotsklaps sierlijk uit. Assepoetser, lelijk eendje....Eten met de ogen kun je best in de ochtend.

De Canadese fijnstraal dus, niet direct de mooiste en ook niet de geneeskrachtigste, toch heeft ook deze plant een verhaal te vertellen.

De oorspronkelijk uit Noord Amerika afkomstige pioniersoort breidt zich, na in de 17e eeuw in Europa te zijn ingevoerd, nog steeds uit en is nu vrij algemeen.  Je vindt de soort op open en droge zandige omgewerkte grond op akkers, in verwaarloosde tuinen maar ook tussen plaveisel en dergelijke. In hedendaagse termen zou je het een invasieve plant kunnen noemen.

De officiële naam is Erigeron, van het Griekse eri: vroeg en geron: grijs of grijsaard, kort na de bloei verschijnt een witte haarkroon, de vrucht, vergelijk Duitse Altemanneskraut of Altgreis, een oude man in het voorjaar. Sommigen van de vroege soorten zijn wat behaard met een donzige bedekking. Het gewas kan ook zo genoemd zijn naar het vruchtenpluis dat zich al vroeg ontwikkelt. Frans erigéron âcre.
Dodonaeus schrijft ‘Dit kruid is hier te lande grind-cruydt en cruys-cruydt en van sommige ook cruys-wortel genoemd, in Hoogduitsland Creutzwurtz en Grindkraut, in Frankrijk senesson, in Spanje bon varon en yerva cana, dat is grijskruid, in Italië cardoncello en spebeoja, in Engeland grounsell. De Latijnse naam is Senecio en de Griekse Erigeron omdat het zo gauw grijs wordt en vergaat'.

Deze grijsaard werd door de oude Germanen voor berokingen en wassingen gebruikt. De plant zou de kracht bezitten giftige dieren en muggen te verdrijven en vlooien te doden. De bladeren werden als omslag tegen slangenbeten, zweren en wonden gebruikt.
Het is een oud toverkruid, een berufkraut. Bij het eigenlijke beroepskruid, Erigeron acer, bezit het zaadje een kleine grijze baard en met wat fantasie zou dit een kobold kunnen zijn. In de Johannesnacht werd het verzamelde kruid in de kamer aan een balk gehangen zodat het huis van gespuis gevrijwaard zou zijn. Tegen verheksing werd het kruid aan de deur gespijkerd of in de wieg gelegd.

Fantastische verhalen inderdaad, maar toch ook fantastische wetenschappelijke onderzoeken. Bijvoorbeeld: ECM Erigeron canadensis significantly inhibited inducible nitric oxide synthase (iNOS)-derived NO and cyclooxygenase-2 (COX-2) derived PGE2 production in LPS-stimulated RAW264.7 macrophages. These inhibitory effects of ECM were accompanied by decreases in LPS-induced nuclear translocations and transactivities of NFκB. Moreover, phosphorylation of mitogen-activated protein kinase (MAPKs) including extracellular signal-related kinase (ERK1/2), p38, and c-jun N-terminal kinase (JNK) was significantly suppressed by ECM in LPS-stimulated RAW264.7 macrophages. Further studies demonstrated that ECM by itself induced heme oxygenase-1 (HO-1) protein expression at the protein levels in dose-dependent manner. However, zinc protoporphyrin (ZnPP), a selective HO-1 inhibitor, abolished the ECM-induced suppression of NO production.
En de conclusie: These results suggested that ECM-induced HO-1 expression was partly responsible for the resulting anti-inflammatory effects. These findings suggest that ECM exerts anti-inflammatory actions and help to elucidate the mechanisms underlying the potential therapeutic values of Erigeron Canadensis L.

Nogal ingewikkeld voor zo'n eenvoudig plantje.

Nutr Res Pract. 2014 Aug;8(4):352-9. doi: 10.4162/nrp.2014.8.4.352. Epub 2014 May 15.
Anti-inflammatory effect of methanol extract from Erigeron Canadensis L. may be involved with upregulation of heme oxygenase-1 expression and suppression of NFκB and MAPKs activation in macrophages. Sung J1, Sung M1, Kim Y1, Ham H1, Jeong HS1, Lee J1.

zondag, september 02, 2018

Boekweit bijna rijp

In Bretagne wordt weer meer boekweit geteeld. Logisch voor een landstreek waar zoveel boekweitpannenkoeken, crêpes de blé noir, gegeten worden. Toch komt het meeste boekweitmeel nog steeds van verre Oosterse landen. 

Boekweit  is  sedert  de  Middeleeuwen  als  kultuurplant  in  Europa  bekend.  Van  oorsprong  is  het  kruid  waarschijnlijk  in  zijn  wilde  vorm  afkomstig  uit  China, uit de  provincie  Yunnan,  waar  ook  nu  nog  een  wilde  ondersoort  groeit  (Fagopyrum  esculentum  subspecie  ancestralis).  Tegen  het  einde  van  de  Middeleeuwen  was  het  gewas  over  gans  Europa  verspreid  en  werd  het  vooral  gewaardeerd  voor  zijn  vruchten  (zaden,  graan)  wegens  zijn  hoge  voedingswaarde.  In  de  17°  en  18°  eeuw  werd  het  alleen  nog  beschouwd  als  voeding  voor  de  armere  bevolking.  Als  wetenschappelijke  interessante  geneeskrachtige  plant,  moest  men  wachten  tot  in  de  20°  eeuw.  

Boekweitveld in Bretagne
De  voornaamste  inhoudsstoffen  van  Boekweit  zijn  de  flavonoïden met rutoside als  belangrijkste  vertegenwoordiger.  Door  farmacologische  en  klinische  studies  ontdekte  men  een  vermindering  van  de  capillaire  permeabiliteit,  verbeterde  microcirculatie  in  de  aders,  evenals  oedeem-  en  ontstekingsremmende  werking.  Ook  het  neutraliseren  van  zuurstofradicalen  wordt  toegeschreven  aan  de  werking  van  flavonoïden.  Voor  de  toekomst  is  het  afwachten  op  verder  onderzoek,  in  hoeverre  bioflavonoïden  uit  natuurlijke  voedingsbronnen  zoals  boekweitkruid,  ook  bij  aandoeningen  van  hart-  en  vaatziekten  en  als  bescherming  tegen  kanker,  zijn  nut  kan  bewijzen. Te gebruiken bij
veneuze  aandoeningen  (spataderen,  aambeien),  oedemen,  arteriosclerose. 

Werken  flavonoïden  kankerbeschermend  ? 
Bij  het  uitgebreid  onderzoek  met  flavonoïden  werd  ook  gekeken  of  flavonoïden  anti-mutagene  en  anti-cancerogene  invloed  hebben.  Zo  zijn  er  een  aantal  vaststellingen  over  een  in-vitro-tumorremming  door  flavonoïden.  Quercetine  remt  in-vivo  bepaalde  kinasen,  die  de  celaanmaak  sturen;  ze  hebben  de  mogelijkheid  tumorpromotoren  te  remmen,  en  vertonen  in  hoge  dosis  een  anti-mutageen  effect.  Voor  de  eventuele  inzet  van  flavonoïden  bij  tumortherapie,  moet  er  echter  nog  meer  onderzoek  worden  verricht. 

Vaatvernauwende  activiteit  
Boekweit in bloei
Rutoside  behoort  tot  de  flavonoïden,  welke  de  auto-oxidatie  van  hormonen  zoals  adrenaline  kan  verhinderen.  Door  deze  wisselwerking  verlengt  de  halfwaardetijd  van  het  sympathomimeticum  'adrenaline',  en  daardoor  eveneens  de  vaatvernauwende  werking. 
Remming yan de hyaluronidase.  Hyaluronzuur  is  een  belangrijk  bestanddeel  van  het  basaalmembraan  van  de  vaten  en  oefent  tegelijkertijd  een  permeabiliteitsbarriere  uit.  Bij  ontstekingsreacties  kan  deze  hyaluronzuurstructuur  door  hyaluronidase  enzymatisch  worden  afgebouwd,  waardoor  de  vaatwand  beschadigt.  Rutoside  is  een  remstof  voor  hyaluronidase.  Een  voorbehandeling  met  rutoside  vermindert  de  capillairschade die door  hyaluronidase  kan  ontstaan.

Lichtovergevoelige  effecten  van boekweit  
Bij  paarden,  koeien,  schapen,  geiten  en  varkens  kan  na  het  eten  van  vers  bloeiend  boekweitkruid  en  na  inwerking  van  zonlicht,  vergelijkbaar  met  Sint-janskruid,  een  fotosensibiliserende  reactie  optreden.  Dit  verschijnsel  is  reeds  honderden  jaren  bekend  en  het  ziektebeeld  met  symptomen  zoals  rusteloosheid,  zwellingen  en  ontstekingen  wordt  fagopyrisme  genoemd.  Verantwoordelijk  hiervoor  is  de  stof  fagopyrine  en  verbindingen  hiervan,  die  net  als  hypericine  uit  Sint-janskruid  tot  de  naphthodiantronen  behoort.  Bij  in-vitro  onderzoeken  met  ethanolisch  boekweitextract  (0,5%  fagopyrine)  werd  een  geringe  phototoxiciteit  waargenomen,  vergelijkbaar  met  hypericine.  Een  waterig,  fagopyrine-vrij  extract  vertoonde  geen  photoxiciteit.  Een  phototoxiciteit  is  tot  op  heden  bij  de  mens  nog  niet  vastgesteld.  Als  gevolg  van  de  geringe  wateroplosbaarheid  van  naphthodiantrone  zijn  vergiftigingen  van  bereidingen  met  boekweitkruid  die  in  de  handel  zijn,  in  therapeutische  doseringen,  niet  te  verwachten.

Klinische  studies  
Voor  de  verschillende  hier  geciteerde  farmacologische  werkingen  van  rutoside  en  aanverwante  verbindingen,  bestaan  er  in  de  literatuur  talrijke  bewijzen.  Maar  ook  de  werking  van  boekweitkruid  bij  'chronisch  veneuze  insufficiëntie'  (CVI)  is  op  grond  van  aktuele  klinische  studies  goed  gedocumenteerd:  In  een  gerandomiseerde,  placebo  gecontroleerde  dubbelblinde  studie  kon  men  voor  theebereiding  uit  boekweitkruid,  de  klinische  werking  in  de  zin  van  oedeembescherming  worden  bewezen.  Aan  de  studie  namen  67  patiënten  deel  met  CVI  in  de  stadia  I  en  II.  De  therapie  bestond  in  3  x  dagelijks,  l  filterbuiltje  fagorutine  thee;  als  placebo  diende  een  -rutosidevrije-thee,  bereid  uit  bladeren  van  Malva  (kaasjeskruid).  Het  onderscheid  tussen  de  placebo-  en  de  onderzoeksgroep  (verumgroep),  bedroeg  na  12  weken  proeffase,  meer  dan  100  ml. 

Verdere info. https://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/58199-boekweit-botanisch-en-geschiedkundig-bekeken.html

Rozenbottel ook om te vermageren

En omdat het ook rozenbotteltijd is. Een foto en een moeilijk wetenschappelijk artikel over rozenbottels. 

De rode vruchten van onze inheemse hondsroos, de rozenbottels zijn niet alleen een rijke bron van vitamine C maar bevatten ook veel andere stoffen en stofjes waaronder transtiliroside, een substantie met anti-obese of vermagerend effect.

Remming vetzucht, daling bloedvetten
Uit dieronderzoek is gebleken dat het extract van de vruchten en zaden van hondroos helpt tegen gewichtstoename en toename van buikvet, factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van obesitas, metabool syndroom en diabetes type 2. Muizen kregen gedurende twee weken een 80% acetonextract toegediend van rozenbottels (50 mg/kg/dag) en rozenbottelzaden (12,5 en 25 mg/kg/dag). Het effect was dat vanaf de vijfde dag het tot een significante remming van gewicht en vetmassa kwam en een significante daling van de bloedspiegels van triglyceriden en vrije vetzuren.

Trans-tiliroside is het belangrijkste bestanddeel in rozenbottel dat verantwoordelijk is voor een krachtige anti-obese werking bij een lage dosering (en daarbij niet giftig is); trans-tilirose is voor zijn werking overigens afhankelijk van andere bestanddelen in rozenbottel. Toediening van trans-tiliroside in een dosis van 0,1-10 mg/kg/dag gedurende 15 dagen leidde bij de proefdieren tot een significant minder sterke toename van de plasmaglucosespiegel na intraperitoneale toediening van glucose (1 g/kg), wat betekent dat trans-tiliroside helpt bij het verbeteren van de glucosetolerantie.

Ook zorgde trans-tiliroside voor toename van de expressie van PPAR-alfa (peroxisome proliferator-activated receptor alfa) mRNA in de lever, wat aangeeft dat de vetstofwisseling wordt gestimuleerd door trans-tiliroside. De onderzoekers stelden vast dat trans-tiliroside een veel sterkere anti-obese werking heeft dan orlistat, een lipaseremmer die de opname van voedingsvetten tegengaat en wel wordt voorgeschreven aan mensen met overgewicht of obesitas.

vrijdag, augustus 24, 2018

Vlierbessen. Ze zijn er weer.


Vlierbessen. Ze zijn er weer. Siroop, sap, gelei, confiture, vlierazijn. Dus veel mee mogelijk in de keuken en ook als medicijn staat de vlier in mijn toptien. Die waardering voor de vlier is waarschijnlijk al duizenden jaren oud.

Opgravingen suggereren dat de vlier reeds in het Steentijdperk als medicinale plant werd ingezet, met zekerheid weten we dat deze plant al sinds 2500 jaar in de volksgeneeskunde wordt ingezet als middel bij griep, hoest, verkoudheden en om "slijmen op te lossen".
Zo maakten de Grieken en Romeinen gretig gebruik van de gewone vlier. Galenus (131 - 201 n. C.) beschreef de vlier als "heet en droog" en daarom aan te raden bij koude en vochtige aandoeningen zoals verkoudheden en slijmvliesaandoeningen. Dodonaeus (1517 - 1585) kende er onder meer slijmoplossende en ontzwellende eigenschappen aan toe.

'In den voor-christelijken tijd', zegt de dichter Frederik Van Eeden, "had de vlier nog andere eigenschappen. Had iemand kiespijn of koorts, hij behoefde slechts een vliertakje in den grond te steken zonder een woord te spreken, de pijn of de koorts bleef dan aan
het takje kleven en ging over op de persoon, die er het eerst voorbij kwam". Nogal een vreemde en asociale manier om van een ziekte af te geraken. De vlier aldus Van Eeden  "stond ook in nauwe betrekking tot het podagra (jicht). Deze kwaal schijnt in den ouden tijd als vereerend voor den patiënt te zijn aangemerkt, omdat zij een bewijs leverde, dat hij tot de bevoorrechte klasse behoorde. Zoodra iemand den eersten aanval van podagra voelde, werd hij met vlierbladeren bekranst."  Ziekte als een statussymbool, waar heb ik dat meer gehoord?


Ook Dodonaeus maakt in zijn Cruydeboec van 1563 eveneens gewag van het gebruik van vlierbladeren bij of liever tegen het pootje, maar op een meer prozaïsche wijze dan Van Eeden.
De weledele heer Dodonaeus is altijd nuchter, nooit raakt hij eens in extase over een mooie bloem, hij denkt alleen maar aan de "cracht en werkinghe." "Die bladeren gruen ghestooten zijn goet gheleyt op die heete swillinghen ende vergaringhen, ende met bocken oft ossen ruet (= vet) vermenght versueten zij die pijne van de flederzijn daer op gheleyt."  Over de verdere uitwerking van vlier op het menschelijk lichaam is Dodoens niet erg te spreken, maar hij overdrijft wel een beetje: "Die vlier es van zijn eyghen natuere den menschelijcker natueren heel tseghen ende contrarie, hy maeekt groote walginghe ende beruerte in die maghe, dermen ende buyck, hy onstelt dat heel lichaem ende beneemt die eracht,macht ende ghesondheyt van der Jeuere (lever)". Maar Dodoens geeft ook nog een toepassing aan, die ons niet bekend was "Die besickens (= bessen) sonderlinghe die platte sadekens zijn goed den gehenen die seer vet zijn ende gheerne magherder waren, omtrent een vierendeel loots swaer tsmorghens met wijn inghenomen ende langhe tijt gebruyckt." Van blauwzuur was Dodoens niet bang en gelijk had hij. Een beetje pitjes hebben mij ook nooit kwaad gedaan.

Naast al die empirische kennis uit het verleden, kon rond de eeuwwisseling de virologe Dr. Mumcuoglu uitgebreid de antivirale werking van de proteïnes in vlierbessen aantonen.
 Zowel in de bloesems als de bessen zitten als werkzame stoffen heel wat flavonoïden zoals quercetine, isoquercitrine, hyperoside, astragaline, kaemferol. Naast deze algemeen weerstandsverhogende stoffen zitten bevatten bes en bloesem ook specifieke eiwitten, de zogenaamde hemagglutinine-eiwitten.
De beschermende werking van de vlierbes dankt ze in de eerste plaats aan het hemagglutinine-eiwit SAN-III, dat zorgt voor een 'inhibitie' of afremmen van het hemagglutinine van een virus. Dit hemagglutinine is een stof in de eiwitmantel van een virus, waarmee het zich aan de cellen in het lichaam hecht. Dit hemagglutinine afremmen betekent dus zoveel als het ziekmakend vermogen van een virus afzwakken. Daarnaast werd ook aangetoond dat de vlierbes dankzij haar bijzondere anthocyanen (kleurstoffen) een 'immunomodulerende' werking heeft, waardoor ons lichaam een betere weerstand heeft tegen virussen. De bessen zijn rijk aan anthocyanen zoals chrysanthemine (cyanidine 3-glucoside), sambucyanine (cyanidine 3-xyloglucoside), sambucine (cyanidine 3-rhamnoglucoside) en daarvan afgeleide verbindingen, die mede instaan voor de afweerstimulerende werking.

Voor het vlierazijnrecept zie https://hagezussen.wordpress.com/2016/08/24/vlierbessen-balsamico-azijn/

dinsdag, augustus 14, 2018

Artisjok bij Roscoff

Niet dat ik een grote artisjok-eter ben, maar als je in Bretagne woont, de artisjokvelden bij Roscoff aanschouwt en tijdens onze kruidenstage echte artisjokliefhebbers onder de deelnemers heb, dan wil ik deze rituele delicatesse ook wel eens proeven en er zeker wat over schrijven. Bij deze dus. 

Het moet heel, heel lang geleden zijn, dat men in het Nabije Oosten, op het idee is gekomen de nog niet ontloken bloemknoppen van een wilde distel te eten. De Grieken kenden dit gerecht, kinara, al vele eeuwen voor Christus, en nog altijd eten de armsten op Kreta, de monniken van kleine afgelegen kloostertjes, de geitenhoeders in de bergen in mei de jonge anghinari, rauw met wat grof zout. In de Middeleeuwen leerden de Arabieren op Sicilië en in Zuid-Italie de Italianen hun karchouf appreciëren. De Italiaanse koks in het gevolg van Catharina de Médici brachten de carciofo naar Frankrijk, waar ze een groot succes bleken-niet in het minste omdat de artichauts golden als machtig afrodisiacum. 'Artichauts, artichauts, c'est pour monsieur et madame, pour réchauffer le corps et l'âme, et pour avoir le cul chaud', zongen de artisjokkenverkopers in de zeventiende eeuw in de straten van Parijs, en dat was duidelijke taal.

Ook de serieuze Dodonaeus schreef al "Die bollen, voor spijse ingenomen, verwecken ende maeken lust tot bijslaap maar ... als sij rouw ghegethen worden sonderlinghe als zij oudt sijn soo zijn se quaet om verteren ...” Toch beschrijft Dodoens ook de zuiverende werking van artisjok, al heeft hij het dan vooral over de wortel, terwijl we medicinaal nu meer het blad gebruiken. Die wortel van Artichauts in wijn ghesoden ende ghedroncken iaecht af duer die urine alle quade vuylicheyt des bloets/ ende doet dat water stincken ende swaer van ruecke worden/ ende verdrijft/ ende gheneest mits dyen den quaden stanck van den oocxselen/ en van den gheheelen lichaem. Artisjokken zijn zeer goed voor de lever. Samen met een andere distel Silybum en paardenbloem Vandaar dat men er in Italië een aperitief van maakt, Cynar, dat de spijsvertering helpt, ook al wordt de lever door de alcohol op  proef gesteld. Drink Cynar met ijsblokjes, water en een schijfje sinaasappel.

donderdag, augustus 02, 2018

Arnica op de Puy de Sancy

Arnica op de Puy de Sancy
Tijdens onze wandeling op de Puy komen we tussen de toeristen door massaal veel bloeiende Arnica tegen. De planten groeien hier op een totaal andere grond dan ik gewend ben en ze zien er ook veel forser uit. Mogelijk een ondersoort van Arnica montana L..

Deze Arnica of Valkruid is nu één van onze bekendste geneeskruiden. In de klassieke oudheid echter was Valkruid, die tot de familie der Asteraceae behoort, blijkbaar niet bekend.  Waarschijnlijk is het Hildegard von Bingen geweest die voor het eerst het gebruik van Arnica beschreven heeft. Zij heeft het over een ‘Wuntwurz’ en wolfesgelegena, te gebruiken bij kneuzingen en blauwe plekken, dé indicaties waar Valkruid later voor bekend werd.

Zij kende wolfesgelegena vooral als liefdestoverij. Ze schrijft, ‘ de wolfesgelegena is zeer warm, ze heeft een giftige warmte in zich. Als een man of vrouw in liefde ontvlamt en als iemand, hij of zij, op de huid met met groene wolvesgelegena aangeraakt wordt dan zal het de aangeraakte in de liefde van een ander laten ontbranden en als het kruid gedroogd is dan wordt de man of vrouw door de liefdesvlam geheel razend zodat ze vrijwel uitzinnig worden’

De Gart der Gesundheit zegt; ‘Flores sancti Johannis Latijn. De meesters spreken dat deze bloemen zijn van natuur getemperd en worden tot een ziekte genuttigd genaamd Amor hereos, dat is een zorgvuldige begeerte van de man tot een vrouw of een vrouw tot een man. Ettelijke meesters die spreken dat dit is duivelsliefde en niet menselijk. Daarom wie zo’n melancholicus is alzo dat hij nog dag nog nacht rust heeft in zijn hoofd en altijd graag bij vrouwen zijn wil, diezelfde neemt tot hem deze bloemen en zijn fantasie en kwade wil die wordt veranderd in een goede. En u zal ook daarmee gedenken de kuisheid Sint Johannes en hem offeren een pater noster en een Ave Maria, u wordt verlost van deze kwade melancholie zonder twijfel’.

Het kruid verschijnt als Arnich bij Matthaus Sylvaticus in 14de eeuw. Conrad Gessner in zijn Hort Germaniae van 1561 geeft het de namen Alisma alpinum en Caltha alpina’.  Dan komt de naam Wolfzeilia en Wolverley van Wohl; welzijn, en verleiden. Wolverlei en Valkruid zijn nu ook de namen die we gebruiken.

Op de Puy de Sancy wemelt het van de toeristen en toch groeien gentianen en Arnica's er in overvloed. Ze wachten als het ware om de geforceerde en gekneusde spieren en gewrichten van de onervaren wandelaars te verzorgen, want daar zijn de valkruidbloemblaadjes bijzonder goed in. De aanblik alleen al kikkert ons zo op, waardoor we beslissen om over de kammen naar het stadje Mont Dore te wandelen. Een stevige wandeling op en neer tussen 1400 en 1700 meter hoogte via col de la Cabane, col de Cuzeau en als toetje afdalend langs La Grande Cascade naar Le Mont Dore, waar in het café de Paris de frisse drankjes ons goed smaken.