woensdag, september 09, 2020

Muizeoor, muizenoor, muizenoortje

Waarom muizeoortje muizeoortje noemt? Daarom dus. Muizenoor, Hieracium pilosella nu Pilosella officinarum. De Nederlandse naam is afgeleid van de spatelvormige bladeren die van boven bezet zijn met lange haren en van onderen grijswit kleuren door een donsachtige laag van haartjes. Het zijn dus net muizenoortjes.

De plant wordt ook muizenoor genoemd naar de vorm van de bladeren. Bij Hildegard von Bingen wordt het Museore genoemd, later Mausohrlein klein Mausohr bij Bock en nu Mausohr, Mausohr-Habichtskraut, Franse oreille de souris en Engelse mouse-ear, in de 13de eeuw was het musere. De muizenoren zijn een vertaling van middeleeuws Latijn auricula muris wat op zijn beurt uit Grieks muos ota (Dioscorides) vertaald is.

Dodoens noemt ze Leontopodium en klein nagelkruid. ‘Sommige (naar het zeggen van Castor Durante) menen dat klein nagelkruid de krachten heeft die van Dioscorides zijn Leontopodium en van andere aan Catananche toegeschreven worden, te weten dat het kracht heeft alleen al als het bij ons gedragen wordt om de kleine zweren en zwellen te laten vergaan of slinken en dat het aan de hals gehangen kracht heeft om een ander tot liefde te verwekken, ja te dwingen naar het uitwijzen van de naam Catananche. Immers zij geloven dat als men dit kruid bij zich heeft overal welkom en aangenaam zal wezen.’

Na uit het Paradijs verjaagd te zijn, werd Adam door warmte en koude aangetast. Eens, toen hij bibberde van de koorts verscheen hem de engel Gabriël  die hem een kruid toonde, dat hem en zijn nakomelingen genezen zou indien men er een thee van dronk. Dit kruid was het muizenoor. Het is een kruid van de maan en daarom gebruiken alchemisten om, met het maankruid, kwikzilver te veranderen, Culpeper.

In de 19de eeuw werd muizeoor vooral door de Franse dokter Leclerc terug in de praktijk gebracht. Au XIXè  siècle, on s'intéresse à son action diurétique « assez énergique pour faire rendre des graviers », disait-on à l'époque. En 1922,  un  médecin le docteur Leclerc, riche des témoignages de la tradition populaire poursuit les expérimentations. Il écrit « nous avons vu le volume de l'urine doubler et même tripler »,  classant définitivement la piloselle au rang des diurétiques puissants.

In de hedendaagse Franse fytotherapie wordt het nog steeds als een goed diureticum gebruikt. La plante est un puissant diurétique. Ses flavonoïdes favorisent l'élimination de l'eau mais aussi du sel retenu dans les tissus, par son effet déchlorurant. Elle facilite également l'élimination rénale de l'urée. Excellente en cure de « nettoyage », la plante est judicieusement conseillée dans les réamincissants pour réduire l'embonpoint causé par la rétention d'eau. Recommandée pour traiter les oedèmes des membres inférieurs elle est un précieux complément du traitement phytothérapique de l'hypertension. 

Onderzoeken

  • Gawronska-Grzywacz M, Krzaczek (2007) Identification and determination of triterpenoids in Hieracium pilosella L. J Sep Sci 30(5): 746–750PubMedCrossRefGoogle Scholar15.
  • Greib E, Duquenois P (1960) Treatment of brucellosis and pilosella. Prod Pharm 15: 126–128PubMedGoogle Scholar
  • Guerin J (1957) Short history of hawkweed (Hieracium pilosella). Mars Med 94(8): 591–594PubMedGoogle Scholar
  • Haag Berrurier M, Duquenois (1963) On the presence of a luteoline 7-beta-glycoside in the leaves of the hawkweed, hieracium pilosella L. C R Hebd Seances Acad Sci 257: 3239–3241PubMedGoogle Scholar.
  • Haag-Berrurier M, Duquenois P (1960) The control of the active anti-brucellar principles of Hieracium pilosella L., before and after stabilization. Pharm Acta Helv 35: 409–411PubMedGoogle Scholar
  • Haag-Berrurier M, Duquenois P (1960) Control of the active antibrucellosis principles in Hieracium pilosella L., before and after stabilization. Pharm Acta Helv35: 24–26PubMedGoogle Scholar
  • Beaux D, Fleurentin J, Mortier F (1999) Effect of extracts of Orthosiphon stamineus Benth, Hieracium pilosella L., Sambucus nigra L. and Arctostaphylos uva-ursi (L.) Spreng. in rats. Phytother Res 13(3):222–225PubMedCrossRefGoogle Scholar
  • Beaux D (1991). Étude pharmacologique des proprietés diurétiques d’extraits d’orthosiphon, de Piloselle, de Sureau noir, de Fenouil doux et de Busserole chez le rat. Thèse, Université de Metz, France.Google Scholar
  • Goetz P., Ghedira K. (2012) Hieracium pilosella L. (Asteraeae): Piloselle. In: Phytothérapie anti-infectieuse. Collection Phytothérapie Pratique. Springer, Paris. https://doi.org/10.1007/978-2-8178-0058-5_24



vrijdag, augustus 28, 2020

Postelein, een poortje naar gezondheid

Het was al weer enige tijd geleden, maar nu vond ik de postelein zomaar op de stoep tussen de straatstenen. De plek waar hij zich thuis voelt. 
Postelein is een kruipende, dikbladige eenjarige plant met kleine gele bloemen en opvallend rode stengels. De wetenschappelijke naam is Portulaca oleracea. het Latijnse ‘portula’ betekent poort, wat verwijst naar de zaaddoosjes die als een deurtje opengaan.  Oleracea zegt iets over het oude gebruik: het betekent als groente gebruikt of in moestuinen groeiend.

De blaadjes en steeltjes zijn knapperig en de smaak is lekker fris, een beetje pittig en licht zuur. Het is geen heel uitgesproken groente, waardoor het goed combineert met diverse smaken en gerechten. De plant bevat opvallend veel gezonde vetten, tot 16 %, vooral omega-3-vetzuren (400 mg alpha-linoleenzuur per 100 gr verse plant). Daarnaast veel anti-oxidanten vitamines C tot 500 mg, vitamine E 200 mg, beta-caroteen 40 mg per 100gr droge plant, maar ook in mindere mate vitaminen B1, B2, PP.
Minerale voedingswaarde: calcium 100 mg, kalium 580 mg, magnesium 68 mg. Verder tyramine, noradrenaline en dopamine (Rombi 1998), dat zijn neurotransmitters die van belang zijn voor ons geestelijk welbevinden. Stoffen die zorgen voor de prikkeloverdracht in onze zenuwstrengen. De plant bevat ook veel slijmstoffen, die verzachtend zijn voor huid en slijmvliezen.

Postelein in de oude kruidenboeken
In de oudheid adviseerde Plinius de Oude de plant om als amulet te dragen als afweer tegen de duivel. De echte duivel hebben wij natuurlijk gewoon afgeschaft, daar hebben we dus geen kruiden meer voor nodig. Maar tegen die duivelse ziektes kunnen we nog altijd wat hulp gebruiken.

Ook andere gereputeerde middeleeuwse herboristen hebben de postelein gewaardeerd.
Tabernaemontanus bijvoorbeeld ofwel Jacob Dietrich Theodorus von Bergzabern (1520-1590)) beval in zijn ‘Neuw Kreuter Buch’ van 1588 posteleinsap aan tegen brandend maagzuur en om losse tanden weer vast te zetten. Ook adviseerde hij een aftreksel van de zaden tegen darmparasieten.
De Engelse Culpepper in 1653 had nog heel wat andere toepassingen in petto:The juice also is singularly good in the inflammations and ulcers in the secret parts of man or woman, as also the bowels and hæmorrhoids, when they are ulcerous, or excoriations in them. The herb bruised and applied to the forehead and temples, allays excessive heat therein, that hinders rest and sleep; and applied to the eyes, takes away the redness and inflammation in them. En zo gaat hij nog een tijdje door, niet dat we alles wat Culpepper zegt moeten geloven, maar een beetje waarderen wat vele voor ons ervaart hebben, kan nooit kwaad.

Waar de postelein goed voor is?
Te veel om op te noemen, maar zonder meer zeer gezond voor de huid, voor de luchtwegen (astma) en voor de bloedvaten.

Hoe te gebruiken?
We kunnen van Postelein weer tabletten en tincturen gaan maken, maar waarom zouden we hem niet veel meer in de keuken gebruiken. Vooral rauw in salade met olijfolie (regime crétois). De combinatie van olijfolie en postelein, verbetert niet alleen de smaak maar zorgt ook voor een betere opname van de vetzuren in het lichaam. Ook als kruidenthee, of eerder als afkooksel van de verse plant is het goed te gebruiken.
De prettigste manier is toch wel in de soep, gedeeltelijk met groenten zoals prei laten mee koken en op het eind van het kookproces nog wat gemixte postelein even laten meetrekken.

En waarom niet uitwendig, als papje of kompres voor een gezonde huid, bij acne, een vette huid of eczeem. Eventueel mengen met lijnzaad. De slijmstoffen samen met de vetzuren maken van dit papje een huidoppepper bij uitstek.








 

zondag, augustus 23, 2020

Op de rots van Sosoye en over tijm

 

De zoveelste wandeling bij Sosoye. Routinewandeling? Gelukkig niet, het is alsof ik alles altijd weer voor de eerste keer beleef. De energie van de rots? De energie van de planten? Kalkflora hierboven. Geur, subtiele geuren van grote wilde tijm, steentijm en gamander. En de zuigkracht van de verte. 

Over Grote tijm dan maar. Een plant die we in virustijden nodig hebben. Ontsmettend en moedgevend. De naam Tijm is afgeleid van de Latijnse naam Thymus, zelf ontleend aan de oude Griekse plantennaam Thumos, wat ook geurig kruid betekent, verwijzend naar de specifieke geur van Tijm

De Grote tijm – vroeger Wilde tijm genoemd – komt vooral voor in onze kustduinen, maar wordt ook in tuinen aangeplant. Als keukenkruid wordt de Echte of Gewone tijm (Thymus vulgaris L.) gekweekt. In Duitsland werd Echte tijm als de geneeskrachtige plant van het jaar 2006 uitgeroepen.

In het CruydBoeck van ons aller Dodoens (1618) staat veel lof over de eigenschappen van Tijm: “Het water daer Thymus met honich in ghesoden [gekookt] is geweest is seer goed gebruyckt den genen die heuren aessem niet halen en connen dan met rechten halse ende die engborstich zijn ende die den kikhoest [kinkhoest] hebben. Dat selve afsietsel jaegt de wormen uyt den buyck, verweckt de maentstonden, doet de vrucht voortcomen ende drijft de naegeboorten af: ende doet pissen.” 

En in wetenschappelijke artikels vinden we..... Thymus vulgaris extract has different pharmacological activities, which were confirmed via in vivo and in vitro experiments, including immunomodulatory activity, anti-inflammatory effect, antibacterial ability, anthelmintic action, anti-oxidant activity, anti-thrombin capacity and potent antihypertensive ability. The therapeutic potential of Thymus vulgaris is based on its content of aliphatic phenols, flavonoids, thymol, carvacrol, and eugenol, in addition to luteolin and saponins.

Enkele wetenschappelijke onderzoeken
R. Abdulkarimi, M. Daneshyar and A. Aghazadeh, Thyme (Thymus vulgaris) extract consumption darkens liver, lowers blood cholesterol, proportional liver and abdominal fat weights in broiler chickens, Ital. J. Anim. Sci., 2011, 10, e20 CrossRef.
E. M. A. Dauqan and A. Abdullah, Medicinal and Functional Values of Thyme (Thymus vulgaris L.) Herb, J. Appl. Biol. Biotechnol., 2017, 5, 017–022 CAS.
A. Komaki, F. Hoseini, S. Shahidi and N. Baharlouei, Study of the effect of extract of Thymus vulgaris on anxiety in male rats, J. Tradit. Complement. Med., 2016, 6, 257–261 CrossRef PubMed.
H. G. D. Dorman and S. G. Deans, Antimicrobial Plants: Antibacterial Activity of Plant, Appl. Microbiol., 2000, 88, 308–316 CrossRef CAS.
M. Khani, P. Motamedi, M. R. Dehkhoda, S. Dabagh-Nikukheslat and P. Karimi, Effect of thyme extract supplementation on lipid peroxidation, antioxidant capacity, PGC-1α content and endurance exercise performance in rats, J. Int. Soc. Sports Nutr., 2017, 14, 11 CrossRef PubMed.
Z. Amirghofran, H. Ahmadi and M. H. Karimi, Immunomodulatory activity of the water extract of Thymus vulgaris, Thymus daenensis, and Zataria multiflora on dendritic cells and T cells responses, J. Immunoassay Immunochem., 2012, 33, 388–402 CrossRef CAS PubMed.

woensdag, augustus 12, 2020

Kruidenboeken meer dan plantenboeken

Na vele maanden Coronaverblijf in Bretagne ben ik even terug in mijn eigen herboristenhuis in Bonsoy. Een slaapkamer vol met zowat 1000 muffe kruidenboeken. Mijn eigen leven in 100,000 bladzijden papier. Hoeveel leven heb ik nog nodig om alles te herlezen? Bladerend door enkele boeken ouder dan mezelf kom ik tot het besef...... Boeken over kruiden zijn van alle tijden. Ze handelen niet alleen over planten, maar geven ons ook een beeld van de geschiedenis van geneeskunde, kunst, literatuur en religie. Kruidenboeken als uitdrukking van hun tijd. Kriskras kruidenboeken.

Kruiden langs heg en steg – J.P.Thijsse

Botanische beschrijvingen van wilde planten langs wegen en hagen door de bekende botanicus Thijsse. In het tweede deel (appendix) heeft P. Daveke de geneeskrachtige werking van deze ‘onkruiden’ beschreven. Hij gebruikt daarbij de boeken van o.a. Dinand, Uyldert, Daems en Börngen. Het boek geeft een beeld van de beginnende bezorgdheid over de vernietiging van de natuur. Milieuproblemen zouden we het nu noemen.

Volksgeneeskunde – Johann Friedrich Osiander. Heruitgave Jansma 1981

Eenvoudige middelen en raadgevingen tegen de kwalen en krankheden der menschen. Osiander was hoogleraar in de geneeskunde aan de Akademie te Göttingen. Hij schrijft ‘Ik wilde op een groote menigte van eenvoudige hulpmiddelen de aandacht vestigen, welke de natuur zelve der menschelijke ziekten heeft tegengesteld, maar die tevens door vele practici ten onregte gering geschat en versmaad worden.’ Geen klassiek kruidenboek waar de planten van A tot Z besproken worden, maar eerder een ziektenregister met een genummerde opsomming van kruiden- en andere middeltjes tegen al die kwalen. Het is voor ons nu moeilijk te begrijpen, hoe een geleerde soms zulke vreemde, irrationele remedies kon adviseren. Het uitgeperste sap van pissebedden bijvoorbeeld tegen waterzucht. Al moet ik toegeven dat de irrationele recepten mij eerder uitzondering lijken dan regel.

Geneeskrachtige kruiden voor gezonden en zieken – Gaston Van Bortel

In de traditie van de religieuze kruidengeneeskunde, dat betekent een bijna naïef geloof in de wijsheid van de natuur en vooral in de wijsheid van de God die dat alles geschapen had.. God en de natuur waren blijkbaar nog één. Zelfs toen ik twintig was, werd mij gevraagd hoe ik van de natuur kon houden zonder in God te geloven.

Geneeskundige planten – Heer-Oom. Uitgave Het Kruis 1957

Vertederend in zijn naïviteit en gelukkig wel geschreven met een grote praktische kennis over het gebruik van de geneeskrachtige planten. Een citaat uit de inleiding: 'Reeds lang werd er naar dusdanig modern handboek in de Nederlandse taal gezocht en gewacht, en het is op uitdrukkelijk verlangen van honderden belangstellende lezers van het weekblad ‘Het Kruis’ dat Heer-Oom tot het besluit gekomen is van zijn praatjes onder vorm van brochuur te laten uitgeven'. Maar… dus wel geschreven in 1957. Opvallend is ook hoe ernstig en plechtstatig alles verwoord werd, waardoor het voor ons (voor mij) bijzonder grappig wordt. Was alles toen zwaar op de hand of zijn wij te oppervlakkig geworden?

Heilkunst im Spiegel von Apothekenstandgefässen und ihren Signaturen

Over kunstige apothekerspotten en hun kruidige inhoud. Over de geschiedenis van o.a. Carduus marianus, Cichorium, Cinnabaris, Digitalis als ‘topical’, Extractum Fumaria, Fungus Sambuci….De potten met hun barokke versieringen geven ons een idee over de esthetische opvattingen van die tijd en laten ons ook zien hoe belangrijk en kostbaar geneeskrachtige planten toen waren.

Besluit

Het begin van de twintigste eeuw was de opkomst van de moderne scheikundige en fysiologische kennis van geïsoleerde stoffen uit planten. We konden de werking van één stofje leren kennen, waardoor sterk werkende medicinale planten zoals Digitalis, Datura en Atropa belladonna nauwkeuriger gedoseerd konden worden en dus minder bijwerkingen veroorzaakten.

De kruiden werden ouderwets, obsoleet zoals de apothekers en artsen dat noemden. Toch was er vooral in religieuze kringen een drang om bij het oude, het natuurlijke te blijven. In zekere zin een zeer conservatieve reflex.

Tot dat jaren later, tegen het eind van de twintigste eeuw progressieve alternatievelingen begonnen te beseffen dat geneeskruiden en oudere geneeswijzen ook hun waarde hebben en gerust naast de moderne geneeskunde konden staan. Moderne onderzoeken van die oude middelen zorgden voor een wetenschappelijke onderbouwing en zo werden conservatieve, ouderwetse gebruiken opnieuw modern en zelfs modieus. 

zaterdag, augustus 08, 2020

Nog wat bloeiend sint-janskruid gevonden

De hoofdbloei van sint-janskruid is dan wel voorbij, toch vind ik nog mooie bloeiende planten, mogelijk omdat de planten eerder in het seizoen afgemaaid geweest zijn. Dus nog een gelegenheid om wat bloeitoppen te plukken. Sint-janskruidolie of tinctuur kan ik altijd wel gebruiken en zeker nu in deze stresserende Coronatijd. 

hypericum perforatum / rode hypericine
Hypericum perforatum / rode hypericine
Over Hypericum perforatum of sint janskruid
,
Het is een vaste plant groeiend op lichte, zanderige grond en bloeiend met gele bloemen eind juni begin juli, de olant wordt de laatste 30 jaar volop gekweekt om voedingssupplementen te maken. Deze extracten moeten de mens helpen om de druk van de moderne maatschappij aan te kunnen.

Sint janskruid is een overblijvende kruidachtige plant met rechtopstaande, vaak rood aangelopen, sterk vertakte stengel. De bladeren zijn 1.5 cm lang, zittend, tegenoverstaand, gaafrandig met transparante lichte en donkere klieren, ellipsvormig tot langwerpig-ovaal, onderkant blauwig-groen. Op de bladeren en de bloemen lijken de oliekliertjes doorschijnend als men ze tegen het licht houdt. De geur is zoet en licht aromatisch, de smaak zoet, middelmatig bitter, ranzig en samentrekkend.

Andere soorten (Geïllustreerde Flora, 1994)
H. perforatum is de meest onderzochte soort, toch zijn er reeds gegevens beschikbaar over 66 andere soorten. 
H. tetrapterum L. : Gevleugeld hertshooi (1.67 g / kg hypericinegehalte);
H. maculatum L. : Gevlekt hertshooi (2.0 g / kg), deze soorten zouden volgens sommige bronnen meer hypericine bevatten (1.38g/kg dan H. perforatum) ; dit wordt tegengesproken in andere bronnen (AHP,1997).
H. hirsutum L.: Ruig hertshooi
H. montanum L. : Berghertshooi
H. pulchrum L.: Fraai hertshooi
H. humifusum L. : Liggend hertshooi
H. canadense L.: Canadees hertshooi
H. dubium Leers : Kantig hertshooi
H. elodes L. : Moerashertshooi
H. androsaemum L. : Mansbloed (houtige gewassen als sierstruik )
H. calycinum L.

Verzamelen en bewaren van de inhoudsstoffen van sint janskruid
Tijdens de bloeiperiode worden de bloeitoppen geoogst, vooral eind juni en begin juli. De samenstelling van inhoudsstoffen verschillen volgens variëteit, behandeling, vochtgehalte en hoogte. De bloemknoppen en bloemen moeten worden geoogst onmiddellijk voor of na de opening. Tijdens deze periode bevatten de knoppen en bloemen en de eindstandige bladeren en steeltjes de meeste naftho-dianthronen, het gehalte hiervan daalt snel na de bloei en de bevruchting.

kantig hertshooi
kantig hertshooi
Het gehalte aan flavonoïden vermeerdert met de hoogte en een gematigder klimaat (minder biomassa). Deze stoffen zijn ook meer aanwezig in knoppen en bloemen. Er zijn verder verschillen genoteerd voor de 2 flavonoïden quercitine en rutine, wat deze laatste betreft is de concentratie hoger bij droge omstandigheden en bij oogst 's avonds. In tegenstelling tot de andere inhoudsstoffen komt rutine mogelijk meer voor in de bladeren tijdens de bloei. Algemeen daalt het flavonoïdegehalte bij extreme droogte en is het lager in de bruine plantendelen.
Hyperforin, adhyperforin alsook de etherische oliën komen vooral voor in de bloemen voor de bestuiving maar ook in de zaaddoosjes.
De verse plant moet zo snel mogelijk na het oogsten verwerkt worden en gekoeld getransporteerd worden, zonder het materiaal aan het licht bloot te stellen. Dit om oxidatie te voorkomen.

Drogen van sint janskruid:
Algemeen blijkt de beste werkwijze het drogen bij 70°C gedurende 10 uur. Afhankelijk van welke component men optimaal wil bewaren, kan men verschillende droogmethoden gebruiken. Zo heeft men de hoogste concentratie aan hypericine en pseudohypericine in de microgolfoven, maar gevoelig hogere flavonoïden en procyaniden bij behandeling met vloeibare stikstof en vriesdrogen. Voor een maximale bewaring van de etherische oliën moet men snel maar omzichtig te werk gaan (bij warm weer) of kunstmatig drogen bij 30-40°C. Er wordt aangenomen dat het zonlicht, door oxidatie, tot 80% van de hypericine kan doen verloren gaan. (AHP, 1997)

Bewaren van gedroogd sint janskruid
Het droge extract blijft minstens één jaar stabiel bij opslag bij 20°C. Door Hypericum in het donker te bewaren, vermijd men afbraak van de lichtgevoelige naphta-diantronen en phloroglucinolen. Terwijl de hyperforinen tot zes maand stabiel blijven wanneer geëxtraheerd in ethanol.

Voornaamste medisch gebruik vlgs monografie Herboristen Opleiding Dodonaeus
  • Zenuwzwakte, ook andere planten: Lavandula, Melissa, Trigonella
  • Neurovegetatieve dystonie (ontregeling vegetatieve zenuwstelsel: symphaticus / parasymphaticus)
  • Depressie licht tot matig, winterdepressie
  • ME / CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom)
  • Neuralgieën o.a. trigeminus, isschias
  • Sommige vormen van slapeloosheid
  • Virusinfectie: Herpes, herpes zoster (gordelroos)
  • Huid: Verwondingen vooral sintjansolie voor schaafwonden, brandwonden, zonnebrand, psoriasis

donderdag, augustus 06, 2020

Oost-Indische kers

De Oost-Indische kers die uit Peru komt heeft zijn verkeerde naam o.a. te danken aan Dodoens die schreef: ´Indiaanse kers is uit Indië gebracht en ik heb ze voor het eerst gezien te Keulen in de hof van mevrouw Christine Bertolf, weduwe van de wijdvermaarde heer Joachim Hopper die dat van zaad dat ze uit Spanje gekregen had gezaaid was en in haar hof naarstig heeft onderhouden. Deze zeer vreemde en zeldzame soort is in het Latijn Nasturtium Indicum, dat is Indiaanse kers, genoemd omdat de bladeren naar de kers schijnen te smaken, ze is nochtans een soort van Indiaanse winde´.

Deze Oost-Indische kers, die dus uit Peru en omstreken komt, groeit in de landen van herkomst bij beekjes op berghellingen. In die landen is de kennis over de geneeskrachtige werking van de Oost-Indische kers al heel oud. Tot op de huidige dag worden daar de verse bladeren gebruikt bij de behandeling van allerlei soorten traumata, en vooral bij wonden met ontsteking. Deze toepassing berust onder andere op de antibiotische werking van benzylmosterdolie, die werkzaam is tegen virussen, bacteriën en soorten gisten en die bovendien de lichaamseigen afweerkrachten versterkt. Daarom wordt Oost-Indische kers bij ons ook gebruikt bij infectieziekten van de nieren, de afvoerende urinewegen en de luchtwegen en ook bij het stimuleren van de immunologische weerstand. In de volksgeneeskunde worden de verse bladeren gebruikt in een bloedzuiverende voorjaarssalade of ook, zoals in Peru, als verkoelend wondverband.

Naamgeving 
Onrijpe zaden op alcohol
Zowel de Duitse als de Latijnse naam van de Oost-Indische kers geven een beschrijving van het uiterlijk en het wezen van de plant: de stamper van de bloem bezorgde de plant het (Duitse) deel van de naam Kapuziner (kapucijner) omdat de stamper lijkt op die van een monnikskap. De aanduiding kers heeft betrekking op het Latijnse crescere = groeien. Zoals bekend groeit kers bijzonder snel.
De Latijnse soortnaam is weer afgeleid van het Latijnse 'tropaeum' hetgeen 'gesteunde, met wapens behangen boom' of trofee betekent. De plant was een symbool voor de Azteken, een zegeteken. Als de bladeren beschouwd worden als schilden en de bloemen als helmen, dan is die naam goed te begrijpen. De Oost-Indische kers werd pas in 1684 in Europa ingevoerd en werd lang alleen maar als sierplant gebruikt, en pas later voor het reinigen van het bloed in voorjaarssalades. De onrijpe knoppen en het zaad kunnen ingemaakt worden met azijn als vervanging van de (echte) kappertjes. In het land van herkomst wordt Oost-Indische kers bestoven door kolibries, die hun snavel diep in de stamper steken om zo bij de zoete en tegelijkertijd licht scherpe nectar te kunnen komen.

Oost-Indische kers antroposofisch bekeken
Oost-Indische kers lijkt onverenigbare tegenstellingen in zich te verenigen. De sappige bladeren zijn duidelijk verbonden met de aarde en een sterke uitdrukking van het waterige element. Als kleine kroontjes van vuur komen daar de bloemen boven uit die, net als hun speelgenoot de kolibrie, iets vogelachtigs, luchtigs hebben. De Oost-Indische kers verenigt water en vuur diep van binnen, want alle cellen bevatten de wateroplosbare vorm van de zwavelachtige, vurige benzyl-mosterdolie, maar ook van buiten, want de plant groeit oorspronkelijk in een tropisch, heet land, maar daar toch steeds in de buurt van waterlopen. Inwendig gebruikt heeft Oost-Indische kers vooral invloed op longen, nieren en blaas, organen die op een bijzonder intensieve manier te maken hebben met de wisselwerking tussen lucht en water. Het lijkt dat de plant, met zijn fraai vormgegeven vereniging van tegendelen, daar regulerend kan ingrijpen. De plant werkt ook uitstekend bij een door acne geplaagde huid, zowel wanneer er sprake is van overproductie door de talgklieren bij een doorgeschoten, vurige reactie als, bij een tegengestelde reactie van verharding en verstopping van de poriën. De Oost-Indische kers heeft geleerd om het vurige element aan banden te leggen en helpt met die wetenschap de huid om zichzelf weer te reguleren.

De belangrijkste inhoudsstof van Tropaeolum herba, folium en fructus (onrijp) is het glucosinolaat, een mosterdglycoside genaamd glucotropaeoline dat door het vrijkomende enzym myrosinase of door de darmflora zelf na hydrolyse wordt omgezet tot benzylisothiocyanaat (mosterdolie). Verder bevat het een viertal belangrijke flavonolen (lees antioxidanten), fenolzuren, ascorbinezuur (300mg/100g vers), bètacaroteen (pro-vitamine A), luteïne (45 mg/100g!), zeaxanthine, vitamine E, vitamine B2 en B3, bitterstoffen, etherische olie (60-80% trierucine), zwavel, jodium, ijzer, fosfor, mangaan, kalium, sporen arsenicum, enzymen en vette olie.

Voici la recette de lotion capillaire de Marie-Antoinette Mulot, Franse gediplomeerde herboriste van het eerste uur:
100g de semence de capucine, 100g de feuilles d'ortie piquante, 100g de feuilles de buis, 100g de feuilles de cresson, 500g d'alcool à 90°. Ecraser toutes ces plantes, laisser macérer dans l'alcool pendant 15 jours. filtrer, à utiliser en massage quotidien.

The flowers and other parts of the garden nasturtium are a good source of micro elements such as potassium, phosphorus, calcium and magnesium, and macro elements, especially of zinc, copper and iron. The essential oil, the extract from the flowers and leaves, and the compounds isolated from these elements have antimicrobial, antifungal, hypotensive, expectorant and anticancer effects. Antioxidant activity of extracts from garden nasturtium is an effect of its high content of compounds such as anthocyanins, polyphenols and vitamin C. Due to its rich phytochemical content and unique elemental composition, the garden nasturtium may be used in the treatment of many diseases for example the illnesses of the respiratory and digestive systems. High content of erucic acid in nasturtium seeds makes it possible to use its oil as treatment in adrenoleukodystrophy. It is also applied in dermatology because it improves the condition of skin and hair. 

Referenties
Praktisch
  • Nu alles vers als salade te gebruiken: blad, bloem, onrijpe groene zaden
  • Groot blad te gebruiken als wrap
  • Blad gekneusd als kompres bij abcessen (rijping)
  • Onrijpe groene zaden als kappertjes in azijn
  • Groene zaden op alcohol 40% als tinctuur bij infectieziekten 

dinsdag, juli 21, 2020

Verzachtende kaasjeskruiden

Echte heemst / Althea officinalis
Ook de kaasjeskruiden staan in volle bloei. Groot-, vijfdelig-, Mauritaans kaasjeskruid en echte heemst. De wit, roze tot paarse bloemen kunnen nu geoogst worden, interessant om een mooie, smakelijke en werkzame bloementhee te fabriceren eventueel samen met echte kamille, koningskaars en korenbloem. Echte slijmstofplanten en dus vooral goed voor de luchtwegen.

Het slijm in planten zit daar niet voor niks. Het houdt vocht vast, geeft bescherming en is reservevoedsel voor de plant. In de mens kunnen deze plantenslijmen ons eigen slijm een beetje vervangen. Ze beschermen onze huid en slijmvliezen tegen uitwendige prikkels en zijn daardoor ontstekingswerend en hoestdempend.

Naast hun werking op de luchtwegen, worden ze vooral voor maag en darmen gebruikt. Enerzijds absorberen ze vocht en gifstoffen waardoor ze zuiverend zijn en diarree kunnen genezen, anderzijds zijn het zachte laxativa. Slijmstofplanten hebben dus een regulerend effect op de darmmotiliteit. Ook op de geïrriteerde huid kunnen deze planten verzachtend werken, vooral voor de rijping van abcessen zijn warme cataplasma, van lijnzaad bijvoorbeeld, bijzonder geschikt.

Naast hun farmacologische werking hebben mucilaginosa ook een technische functie bij het bereiden van theemengsels. Het zijn smaakcorrigentia, ze hebben het vermogen een zure smaak te verzachten of de scherpte van etherische oliën en bitterstoffen te verdoezelen. Daarbij remmen ze de opname van o.a. bitterstoffen, waardoor deze minder agressief zijn en langer werkzaam blijven.
Chemisch gezien zijn plantenslijmen vooral polysacchariden met een hydrofiel, watervriendelijk karakter. Het zijn verbindingen die in water oplossen of opzwellen en zo viskeus worden met als gevolg een volumevermeerdering. Het zwelvermogen is dan ook een kwaliteitsmaat voor de verschillende slijmstofplanten.
Om de viscositeit te behouden, worden deze planten het liefst bij lage temperaturen gedroogd en verwerkt. Dit betekent dat vooral maceraten (koude aftreksels) gebruikt worden als thee.

Maar er is meer. Sommige slijmstoffen hebben blijkbaar ook specifieke immuunmodulerende werking.  Polysaccharides obtained from certain plants have been reported to have immunomodulatory properties. As a consequence of these reports the aim of this study was to investigate some immunomodulatory properties of water extracts of Alcea rosea L. (ARE), Malva sylvestris L. (MSE) and Salvia libanotica L.  ARE appeared to boost the antibody response to EA, but had no effect on IL-4 and gamma-interferon gene transcription. MSE and SLE appeared to have no effect on anti-EA antibody production, but enhanced IL-12 and gamma-interferon gene transcription. MSE appeared to switch off, and SLE had no effect on, IL-4 transcription.In conclusion, it appears that ARE is a B-lymphocyte polyclonal activator, and MSE and SLE are macrophage and T helper-1 (Th-1) activators.
Phytother Res. 2008 Dec;22(12):1599-604.  The effects of Alcea rosea L., Malva sylvestris L. and Salvia libanotica L. water extracts on the production of anti-egg albumin antibodies, interleukin-4, gamma interferon and interleukin-12 in BALB/c mice

Meer info. https://wetenschap.infonu.nl/scheikunde/24632-slijm-is-fijn-genezende-stoffen-in-de-plant.html en https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/22584-de-tuin-als-huisapotheek-heemst-en-kaasjeskruid.html




dinsdag, juli 14, 2020

Jiaogulan

Onze eigen Jiaogulan
Adaptogenen? Dat zijn planten die de mens helpen om te overleven. We blijven, terecht, op zoek naar een middel voor een eeuwige jeugd, maar op dit moment zijn we ook op zoek naar een middel om gewoon te overleven, om een virus buiten ons lijf te houden.  En dan kunnen adaptogenen ons zeker een beetje helpen. Eén van die bijzondere Oosterse adaptogene planten is het onsterfelijkheidskruid of Jiaogulan of nog mooier Gynostemma pentaphyllum, nu zelfs gewoon te koop in sommige tuincentra. Je zou het een soort alternatieve ginseng kunnen noemen.

Jiaogulan bij Ruhlemans 
https://www.kraeuter-und-duftpflanzen.de/
De kritische en zeer nuchtere website http://www.drugs.com/npp/jiaogulan.html schrijft  'Studies on Gynostemma have found that the plant is effective in regulating blood pressure, strengthening the immune system, lowering cholesterol, and in increasing stamina and endurance properties. Gynostemma has also been found to have hyperlipidemic, lipid peroxidation, adaptogenic, anticancer, cardio- and cerebrovascular effects'. 

De plant is ook handig te gebruiken, het wat zoet smakende blad kan zo opgeknabbeld worden of je kan gewoon van gedroogd kruid thee trekken. Ik maak er zelf een tinctuur van en probeer als  ochtendritueel elke dag een vers blaadje te eten.

in het jaar 1578 maakte de beroemde kruidenarts Li Shi Zhen de eerste aantekeningen in zijn boek 'Compendium of Materia Medica' over de vitale eigenschappen van Jiaogulan als kruidenthee. Dit waren de eerste verwijzingen waarbij Jiaogulan als immuniteitversterkend voedingsmiddel werd genoemd. Pas in 1976, werd, heel toevallig, bij een wetenschappelijk onderzoek als alternatief voor een nieuw zoetmiddel, in Jiaogulan dezelfde substanties ontdekt, waarmee Ginseng beroemd werd, namelijk de ginsenosiden. In tegenstelling tot Ginseng is Jiaogulan een snelgroeiende plant waardoor de teelt- en oogstkosten lager liggen dan bij Ginseng.
De inhoudsstoffen zijn voor een deel met die van Ginseng vergelijkbaar en daarnaast zitten er in Jiaogulan nog een eigen reeks van saponinen, de zogenaamde gypenosiden, die voor de weldadige werking verantwoordelijk zijn.

Meer info vind je oa op mijn website. https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/gymnostemna

Koningin der weiden, vele oude verhalen

Koningin de weiden werd moerasspirea vroeger genoemd.  Andere volkse namen zijn of waren geitenbaard, bokkenbaard, stijfstok, spierkruid, reinette, olmkruid, zwanepoot, kamerbloem, magerman,  koemommel, lijsorboom, rooribbe, meershout.

In officiële botanische termen spreekt men van Filipendula ulmaria.“Filipendula” betekent opgehangen aan een draad, dit verwijst naar de wortelknollen van een familielid de knolspirea, waarvande wortels met een soort draad verbonden zijn.
Het tweede deel, ‘ulmaria’ betekent in het Latijn ‘zoals een iep'. De soortnaam ulmaria dankt de plant aan het feit dat de bladeren wat gelijken op die van de Ulmus of olm.  Het Nederlandse 'spirea' komt van het Griekse woord 'speiraie' dat 'spiraal' betekent en de vorm van de zaden beschrijft.

De geur van de moerasspirea bekoorde eeuwenlang mens én vorsten. Tijdens de middeleeuwen strooiden de edellieden moerasspirea over de plavuizen van hun paleizen en kastelen. Het parfum van de plant verdrong minder hygiënische geuren. De Engelse naam 'Bridewort' verwijst ook naar het gebruik om de plant op de vloeren te strooien tijdens een huwelijksfeest.
Koningin Elisabeth I noemde spirea haar lievelingsbloem die haar redde van onophoudelijke hoofdpijn. En dat zou wel eens waar kunnen zijn, want de plant bevat inderdaad pijnstillende, asperine-achtige stoffen.

Voor de druïden was de moerasspirea, naast de maretak, een van de geliefde planten bij mystieke overgangsrituelen. De druïden hadden enkele favoriete kruiden waaronder de moerasspirea, watermunt en ijzerhard. We treffen de plant ook dikwijls aan in verschillende recepten van de druïden, vooral in rituelen waarbij de plant als offergave gebruikt werd, wellicht om haar zwoele, zoete geur.

In vroeger dagen diende het vaak als een brouwkruid voor heilige bieren. In het Engels wordt de plant Meadowsweet genoemd, maar een oudere naam is Meadwort of Medwort. In het boek van Chaucer : "The Knights tale", staat de plant zo vermeld als één van de vijftig ingrediënten van een drank, gebaseerd op Mead of mede, een honingdrank die populair was in de Middeleeuwen. Aan de mede werden dan kruiden toegevoegd. Het oude woord 'wort' betekent zoveel als plant.

In Groot-Brittannië zijn reeds in vondsten uit het Bronzen tijdperk sporen van moerasspirea gevonden. In graven daterend uit die tijd zijn stuifmeelkorrels gevonden die na onderzoek van moerasspirea bleken te zijn. Dit wil zeggen dat men wellicht een soort bloemenkrans meegaf aan de overledene. Aan het meer van Llyn y Fan Fach in Wales trof men de gecremeerde resten aan van een jong meisje met er naast stuifmeelsporen van moerasspirea naast potten en stenen werktuigen. Het is wel treffend dat men daar juist die resten aantrof, want over dat meer is er een gekende legende, dat uit het water van Llyn y Fan Fach een mysterieuze en mooie dame, de 'Lady of the Lake' kwam, die de lokale bevolking vertelde hoe ze planten medicinaal moesten gebruiken.

Voor een zomers drankje pluk je in juli 3 bloemschermen van de koningin der weiden. Overgiet die met een fles witte wijn. Laat de wijn 1 dag op een koele plek staan. Zeef en doe er eventueel wat acacia honing bij.

Meer info https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/filipendula-ulmaria-moerasspirea



zondag, juli 05, 2020

Huelgoat op een grijze zondagochtend

Een grijze, geheimzinnige zondagochtend in mijn Bretoense stadje Huelgoat. 

De toeristische natuurattractie Le Chaos ligt er nog verlaten bij. Weinig beweging van toeristen en dus hopelijk ook weinig beweging van het Coronavirus. De laatste week is Bretagne van bijna Coronavrije groene streek verandert in een rode zone, Mondmaskers werden verplicht in supermarkt en café. Het magische, mistige Bretagne ziet er nu nog sp(r)ookjesachtiger uit.

Een toeristenbus vol met gemaskerde mensen stopt, mensen stappen uit, ontmaskeren zich en gaan in file zonder anderhalve meter de smalle, glibberige doorgang naar de hel. La grotte du diable. Oude beuken, grillige kastanjebomen kronkelend over ronde rotsen en massa's kleine navelkruidjes kijken Coronavrij naar het driftig gekronkel van het mensenvolkje. 
Hoelang nog?

Over la grotte du diable
l'Ankou (Pietje de dood) résidait dans la forêt de Huelgoat et avait sa demeure en cette fameuse grotte. Mais se trouvant trop à l'étroit, le maniement de la faux nécessitant de l'espace, l'Ankou décida d'émigrer sur les hauteurs des monts-d'Arrée où il se trouvait plus à son aise pour exercer son labeur. Il céda, en partant, sa place à son confrère le Diable qui trouva là un trou à sa convenance. Grâce à ses pieds et mains griffus, il pouvait en effet descendre au fond de la grotte et accéder aux enfers, exploit que ne pouvaient accomplir les pauvres humains. De son repaire, il mena la vie dure aux habitants de Huelgoat, répandant la terreur et leur jouant des tours pendables.

zaterdag, juni 20, 2020

Bendewandeling in Hoegaarden

Verdomd onzichtbaar beestje Corona zorgt er voor dat we met de 'bende' in plaats van in de Alpen gewoon ordinair in Hoegaarden wandelen. 

Bij de kattedoorn
Ontmoeting aan de barokke Sint Gorgoniuskerk. Onwennig op afstand, alsof we mekaar niet kennen. Zigzag door de tuinen van Hoegaarden en dan binnendoor naar de oude spoorweg en de Grote Gete. Jeugdherinneringen bespringen me hier langs alle kanten. De vijvers van het suikerfabriek, vervaarlijk moerasgebied waar we als kind kleine avonturen beleefden. in de hoge hellingen onder de vlierstruiken hadden we onze geheime schuilplaatsen, waar we ridder of miss speelden. De zoete geur van de vlierbloesem had iets voloptueus vrouwelijks voor ons pubers. Iets vleselijks. En ja, nu meer dan vijftig jaar later, als herborist thuis in geuren en kleuren, kan ik dat beter begrijpen.

Maar ik ben aan de wandel met Hilde, Michael, We steken de straat over bij Altenaken, richting Rommersom. De oude spoorweg nu fietspad en natuurreservaat. We vinden mooie struiken van de kattedoorn in bloei. Een oud geneeskruid dat voeger ook stalkruid werd genoemd. Kruipend stalkruid (Ononis repens L.) heeft in Zwit­serland de 'mooie' bijnaam 'Zeichkraut' dus zeikkruid. Deze naam heeft het gekre­gen omdat het aan het vee werd gevoerd in de hoop het 'zeiken' te bevorderen. Ook de betekenis van ons woord stalkruid houdt daarmee verband, want stallen is een oud woord voor wateren. De wortel is namelijk diuretisch (urineafvoerend) en een wortelextract werd gebruikt tegen nierkwalen. Ook een andere oude volksnaam orijnkruid verwijst naar urine. Deze urinedrijvende werking is al zeer oud, want al bekend bij Dioscorides 2000 jaar geleden.

Aan de oude spoorwegtunnel bij Rommersom draaien we weer richting Hoegaarden. Aan de tekening in de tunnel te zien blijkt deze beschutte plek nog steeds het rendez-vousplekje te zijn, dat het ook 50 jaar geleden al was. Maar genoeg, we wandelen verder tot aan de historische watermolen. Hier picknicken we. Op afstand, vreemd gezellig. De Alpen zijn ver weg maar mijn Franse abrikozen en het gezelschap geven toch een vleugje bergen weer. Hoegaarden is vlakbij, nog even door het steegje achter het klooster en de vroegere meisjesschool. Daar vinden we nog een vreemde, mufgeurende stinkende ballote. Mooie heimweeplant om deze wandeling mee af te sluiten.

Over de stinkende ballote
Stinkende Ballote is een lipbloemige die voor de verandering nu eens niet aangenaam ruikt. Volgens de oude literatuur en ook wel volgens mij zou hij naar roet moeten ruiken. Maar wie weet nog hoe roet ruikt, en zou de goeie ouwe roetgeur van vroeger nog dezelfde zijn als die van vandaag. Vele min of meer muffe geuren worden ten andere onder gewaardeerd, 'het stinkt' zeggen de mensen. Terwijl dat dikwijls juist geuren zijn die ons tot rust kunnen brengen. Warme geur van gevoel. Onze beste kalmerende planten danken hun sedatieve werking aan hun zoet-muffe geur, denk maar aan Valeriaan, Hop, Passiflora en zelfs Sintjanskruid en Lavendel kunnen enigszins in die categorie geplaatst worden. Geurstoffen zijn juist bijzonder geschikt om hersenen en zenuwstelsel te stimuleren of te kalmeren.

De Stinkende Ballote is de laatste jaren opnieuw in gebruik geraakt als sedatieve plant. De spasmolytische werking was echter al veel langer bekend. Dr. Leclerc beschrijft resultaten bij kinkhoestspasmen, menopauzale zenuwachtigheid en angstfobieën. En in een ver verleden werd de 'Marrube noir' door Jean Ray geadviseerd bij hysterie en hypochondrie, toch zoiets als depressie zou ik zeggen. Ook Dr. Valnet geeft als hoofdindicaties: angsten, neurasthenie, ontregeling van het vegetatieve zenuwstelsel met een te sterk werkende sympathicus. Vandebussche in zijn 'Gebruik van farmaceutische en volkse geneeskruiden' vindt de Stinkende andoorn of Zwarte malruwe 'een doeltreffend zenuwsterkend middel dat te veel in vergetelheid is geraakt'. Hij schrijft dit toe 'aan de walgelijke geur die het verspreidt'. En misschien heeft hij daar wel gelijk in. Geurproblemen bij inname kunnen we echter met de moderne extractiemethodes oplossen en dus kunnen we ook de Stinkende Ballote opnieuw als medicijn gaan gebruiken. Vooral voor mensen die angstig zijn en daarbij ook last hebben van oorsuizingen is de Stinkende Ballote, liefst als extract in te nemen, een goede keuze.
Ondertussen is uit wetenschappelijk onderzoek ook gebleken dat de plant stoffen bevat oa phenylpropanoïden, die sedatieve, anti-oxydante en bloedsuikerverlagende werking hebben. Weer bijna te veel om waar te zijn, maar genoeg aanwijzingen om deze curieuze ballote met andere ogen te bekijken en verder te onderzoeken. 
En ik, zal bij het ontmoeten van de Ballota in een of andere Hoegaardse holle weg ook altijd aan mijn jeugd, mijn oude vrienden en mijn moeder moeten denken.

 

donderdag, juni 18, 2020

Duizendblad, een manusje van alles

Het is nu het moment om het bloeiend duizendblad te oogsten. Achillea millefolium of Gewoon duizendblad is een overblijvende plant met een kruipende wortelstok, die uitlopers vormt en gemakkelijk gaat overheersen. Het aromatische kruid, dat een meter hoog kan worden, komt algemeen voor op het noordelijk halfrond. Het verkiest zonnige plekken en een redelijk droge, lichte bodem en wordt vooral aangetroffen op wat schrale graslanden, braakliggende terreinen en dijken, langs paden en wegen en als onkruid in tuinen. Duizendblad is een sterke plant, die goed bestand is tegen droogte, koude en hitte.

De geslachtsnaam ‘Achillea’ verwijst naar de Griekse veldheer Achilles, die het kruid op zijn krijgstochten meenam om oorlogswonden te verzorgen.
De Latijnse soortnaam ‘millefolium’ die hetzelfde betekent als het Nederlandse ‘duizendblad’, dankt de plant aan het karakteristieke, langwerpige blad, dat in zoveel luchtige slipjes is ingesneden, dat het kantwerk lijkt.

Vanuit het tegen de grond liggend bladrozet rijst, begin zomer, een houtig-harde bloeistengel omhoog, met platte schermachtige trossen kleine, witte of roze bloemen aan de top. Duizendblad hoort echter niet tot de schermbloemigen, maar tot de familie van de composieten. Wat er in een ‘bloeischerm’ uitziet als een enkele bloem, is in werkelijkheid een bloemhoofdje, samengesteld uit een geel hartje van buisvormige bloempjes en een krans wittige lintbloempjes er omheen. De hele plant geurt aromatisch, kruidig.

Duizendblad fenomenologisch en antroposofisch bekeken

Millefolium heeft een sterke relatie tot licht. Het is een ‘lichtkiemer’, het zaad heeft licht nodig om te kunnen ontkiemen. De bladeren lijken door de fijne insnijdingen als ‘getekend’ door het licht, dat er overal doorheen kan stromen.
Ook het warmte-element neemt de plant sterk in zich op, waardoor aromatische stoffen, etherische oliën en harsen, niet alleen in de bloemtoppen aanwezig zijn, maar ook in stengel en blad.
Naast verfijning in de bladvorm, hoge organisatie in de bloeiwijze en een neiging tot vegetatieve woekering in de wortelstok, toont Millefolium ook een duidelijke tendens tot starheid, uitdroging en ‘standvastigheid’. Dit uit zich onder meer in de hardheid van de stijve, rechtopstaande stengel,  en in de trage, gestage wijze waarop knoop na knoop, blad na blad worden opgebouwd. Die tendens werkt door tot in de bloei, die zich slechts langzaam tenvolle ontplooit, maar dan maandenlang, tot aan de eerste sneeuw, zo goed als onveranderd blijft. De bloeiende toppen worden graag in droogboeketten verwerkt.
Bij al die kwaliteiten  voegt zich het zoutige karakter, dat zich onder meer uitdrukt in het hoge gehalte aan kalium in de as. Geur en smaak hebben iets ‘verdichtends’, samentrekkend, bitter en tegelijk aromatisch.

Duizendblad behoort tot de oudste en meest gebruikte geneesplanten van de mensheid. 
Het kruid wordt al eeuwenlang gebruikt in de volksgeneeskunde om (1) zijn bloedstelpende en wondhelende eigenschappen, tegenwoordig grotendeels toegeschreven aan de looistoffen die het bevat.
(2) Door zijn hoog gehalte aan bitterstoffen wordt duizendblad gebruikt als tonicum bij maagstoornissen, als eetlustopwekkend middel en om misselijkheid en zuuroprispingen tegen te gaan; het zou ook de galsecretie bevorderen.
(3) Van de etherische olie (met proazulenen), die veel gelijkenissen vertoont met kamille-olie, werden spasmolytische eigenschappen vastgesteld, wat de toepassing van duizendblad-bereidingen bij maag-darmkolieken, winderigheid en bij menstruatiepijnen rechtvaardigt, en ook ontsmettende en ontsteking remmende effecten.
(4) De stimulerende en regulerende werking op de bloedsomloop wordt voornamelijk toegeschreven aan de aanwezige flavonoïden.

De antroposofische geneeskunde herkent in Millefolium een beheerser van tegengestelde krachten, die er meesterlijk in slaagt om een harmonisch evenwicht te bewaren tussen oplossings- en omvormingsprocessen enerzijds en substantievormende, verdichtende en vormbewarende processen anderzijds. Hierop steunen de vele toepassingen zowel in- als uitwendig.

zondag, juni 14, 2020

Sint-Janskruid en Corona-virus

Nog nooit zo vroeg in het seizoen bloeiend sint janskruid gezien. Het zal zeker wel met de opwarming van de aarde te maken hebben of wil Sint Jan aan het Coronavirus de doodsteek geven?

Hypericum perforatum L. belongs to the genus Guttiferae, which contains approximately 400 species all over the world. The extract of H. perforatum contains several active compounds, including flavonoids, naphthodianthrones, and phloroglucinol derivatives (Napoli et al., 2018; Barnes et al., 2019). Several reports have shown that H. perforatum extract had antiviral effects, such as influenza A virus, porcine respiratory and reproductive syndrome virus (PRRSV), and HIV (Barnes et al., 2001; Birt et al., 2009; Pu et al., 2009a; Pu et al., 2009b; Pu et al., 2012). Like influenza A virus and PRRSV, IBV also belongs to RNA virus, but these PRRSV and IBV belong to different viral families. 

Phytother Res. 2020 Jun 5. Can Hypericum perforatum (SJW) prevent cytokine storm in COVID‐19 patients?  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7300500/
Actually, from our experimental studies on natural compounds able to protect pancreatic β‐cells against cytokine‐induced damage and death (Menegazzi et al., 2008), we became aware that Hypericum perforatum (St. John's Wort, SJW) extract, as well as its main polyphenol component hyperforin (HPF), can potently counteract the pro‐inflammatory effects of various cytokines. Indeed, both SJW extract and HPF alone prevented cytokine effects not only in β‐cell lines but also in isolated rat and human pancreatic islets (Novelli et al., 2014) ........We firmly believe that the anti‐inflammatory SJW/HPF treatment deserves evaluation in COVID‐19 patients. Such a treatment, that offers the additional advantages of being orally administrable, well tolerated, and inexpensive, holds considerable promise to prevent or limit the effects of the cytokine storm through the simultaneous inhibition of NF‐κB, JAK/STAT, and MAPK pathways, that is, the three majors signaling and transduction pathways involved in cytokine‐induced local and systemic inflammatory changes. As such, SJW/HPF therapy appears to be compatible with other clinically pertinent treatments, for example, administration of selected antiviral agents, including chloroquine/hydroxychloroquine and/or intravenous supply of human immunoglobulins and LMW heparin.



zaterdag, juni 13, 2020

Valeriaanbloemen

De overdaad aan sterk geurende valeriaanbloemen zet me er toe aan om  toch maar eens een tinctuur te maken met de bloemen. Normaal moet dat met de wortel, maar eens wat anders proberen moet kunnen. De vreemde, muffe geur van de wortel vind je ook, maar zeer subtiel, terug in de bloemen maar dat aroma is dan wel gemengd met een wat zoetere bloemige geur. Een mooi evenwicht, lijkt mij, tussen kalmeren en opwekken, tussen yin en yang, tussen sympathicus en parasympathicus. Of ben ik nu aan het overdrijven?

Literatuur over de werkzaamheid of de inhoudsstoffen van de valeriaanbloemen vind ik nergens, niet in de oude noch in de nieuwe literatuur. Spijtig en dus moet ik het voorlopig met mijn eigen, organische detectietoestellen doen, namelijk  mond en neus, geur en smaak en die vertellen mij dat er in de bloemen, in mindere mate, toch dezelfde stoffen als in de wortel moeten zitten. Niet alleen de verse bloemen maar ook de tinctuur geurt en smaakt naar valeriaan.

In de wortel 
Omdat de sterke, vreemde geur van Valeriaan nogal opvallend is, zeker als hij gedroogd is, heeft men de werking vooral willen toeschrijven aan die geurstoffen, de vluchtige olie. Daarom hebben wetenschappers in hun zoektocht naar stoffen met een kalmerende werking veel analyses gedaan op de vluchtige olie van de plant. De stoffen die werden gevonden, zoals isovaleriaanzure bornylesters, valereenzuur en valeranon hebben wel degelijk een sedatieve en krampwerende werking bij kikkers en konijnen, alleen zijn er maar minimale hoeveelheden hiervan in de plant aanwezig.
Naast vluchtige oliestoffen komen er ook kleine hoeveelheden alkaloïden voor, zoals methylpyrrylketon en valerianine, die ook sedatief zijn. Interessant is ook dat een ander alkaloïd actinidine, geen kalmerende maar juist een stimulerende werking heeft... op katten. Al heel lang is bekend dat katachtigen opgewonden geraken al ze valeriaan reuken. Misschien moet ik ook eens de bloemen uittesten op mijn katten.

woensdag, juni 10, 2020

Dodemansvingers bij de Aulne

Bij ons Bretoense huis langs de rivier de Aulne groeien naast de koningsvarens en groot hoefblad massaal veel Dodemansvingers. Met zijn stevig uiterlijk en grote witte schermen springt de Dodemansvingers (Oenanthe crocata) meteen in het oog. Hij kan wel tot een anderhalve meter hoog worden. Het blad lijkt wat op dat van een grote Selderij en is zo vrij gemakkelijk te onderscheiden van algemene soorten zoals Gewone berenklauw, Fluitenkruid en Zevenblad. Een typisch kenmerk zijn de spitse driehoekige groene kelkblaadjes aan de voet van de helder witte bloemetjes. Die bloemetjes geven een wijnachtige geur af.

Gifbeker
De soort vindt haar oorsprong aan de kusten in het westelijke Middellandse Zeegebied, maar tegenwoordig kan ze worden aangetroffen tot in Schotland.  Zijn zaden worden verspreid langs het water of blijven kleven aan de poten van watervogels.
Laat je niet misleiden door zijn frivole uiterlijk. De Dodemansvingers is extreem giftig door de aanwezigheid van het snelwerkend zenuwgif oenanthotoxine. Het gif, dat ook wordt aangetroffen in andere schermbloemen zoals Gevlekte scheerling, werd door de oude Grieken gebruikt bij het vullen van de gifbeker. De wortels worden regelmatig verward met die van Pastinaak of de stengels met die van Selderij. Het aanraken van de Dodemansvingers vormt helemaal geen probleem. Het inslikken van plantendelen wel. De hele plant is giftig, maar de grootste concentratie gif bevindt zich in de knolvormig verdikte wortels, die wel wat weg hebben van.... inderdaad dode vingers.

Sardonische grijns
Een kleine hoeveelheid rauw plantenmateriaal veroorzaakt misselijkheid en braakneigingen en kan zelfs fataal zijn. Na inname trekt het gevoel uit de uiteindes van het lichaam, zoals de vingers en de tenen, weg. Daaraan dankt de plant ook haar typische naam. Het meest bekende effect van de Dodemansvingers is de zogenaamde ‘sardonische grijns’. Dat is een fenomeen waarbij de spieren in het gezicht verkrampen. De persoon krijgt opgeheven wenkbrauwen en het lijkt wel alsof hij lacht. De benaming is afkomstig van het eiland Sardinië waar de bevolking in de tweede eeuw voor Christus de Dodemansvingers serveerde aan oudere mensen die niet langer voor zichzelf konden zorgen. Het werd beschouwd als een respectvolle dood waarbij het mentaal en lichamelijk aftakelen werd vermeden.

Coronawandeling: koeien en noix de terre

Weer eens ontsnappen uit de tuin en dat zonder toestemming van de Franse overheid. Open en bloot het fietspad, alias de oude spoorweg op richting gare Locmaria- Berrien tot aan de de samenvloeiing van de riviere d'Argent met de Aulne. En dan stroomopwaarts langs de riviere tot aan de moulin d'Argent. Ik word verwelkomt door een bange blaffende hond, die, als ik hem vriendelijk toespreek, kwispelstaartend naar mij toe komt. Wel rekeninghoudend met de wettelijk voorgeschreven anderhalve meter afstand. 

aardkastanje
Nu even de vallei uitklimmen richting Rouzoucon. Op het plateau vind ik veel witbloeiende aardkastanjes en in de weilanden staren de rosse koeien mij met ontzag, verwondering, nieuwsgierigheid aan. De koeien zijn indrukwekkend maar ik heb toch meer belangstelling voor dat onnozel plantje. Alle plantjes zijn ook troostplantjes op dit moment.

Dus over de Franse aardkastanje (Conopodium majus). Het is een overblijvende plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie. De soort heeft zijn naam te danken aan de kastanjevormige wortelknol, al lijkt het meer op een hazelnootje, in Frankrijk noemt het dan ook noix de terre. De knol is eetbaar en heeft een zoete, aromatische, nootachtige smaak. 
Conopodium majus, is de Griekse vertaling voor ‘grotere kegel’. Een tengere, overblijvende plant met enkele steel van 20-80 cm hoog. Franse Aardkastanje heeft kenmerkende, drie-hoekige, geveerde, lijn-vormige blaadjes en vanaf Mei tot Augustus verschijnen de platte bloemschermen, vol met kleine witte Conopodium-bloemetjes, die ook eetbaar zijn. Ondergronds groeit per plant slechts één, min of meer ronde en donkerbruine wortel-knol die, na  gewassen en geschrapt te zijn, rauw kan worden gegeten, de smaak is tussen hazelnoot en bleekselderij. Franse Aardkastanjes kunnen ook gekookt worden, bv. in bouillon, of aan stoofpotten worden toegevoegd. De smaak gaat dan meer richting Pastinaak.

Er bestaan naast de Franse Aard-kastanje nog twee andere planten-families die ook Aard-kastanje worden genoemd: Bunium bulbosum, heeft ook maar één knol per plant, maar bij Oenanthe of Torkruid groeien er een heleboel knolletjes  bij elkaar, afhankelijk van de soort qua vorm verschillend, ei-vormig of langwerpig.

Ik oogst wat wortelknolletjes, je kan ze echter niet zomaar aan de steel uit de grond trekken, de steel zit bijna los aan het knolletje en breek dan ook onmiddellijk af. Het is dan ook graven en zoeken geblazen, ook al omdat de knolletjes op kleine steentjes lijken. Uiteindelijk verzamel ik toch zeven 'nootjes' en kan ik weer tevreden huiswaarts keren. 

De rosse koeien bij Rouzoucon


donderdag, juni 04, 2020

Een bijzondere bijvoet. Het moxakruid.

Jaren geleden,op bezoek bij de kruidenkwekerij Rühlemann's Kräuter und Duftpflanzen in het Duitse Horstedt vonden we tussen de vele exclusieve planten ook de ordinaire beifuss, niks anders dan onze inheemse bijvoet, Artemisia vulgaris, maar dan wel onder de naam Moxakraut. Na even aan de plant gesnuffeld te hebben kwamen we tot de conclusie dat de geur aromatischer en de kleur veel grijzer was, dan onze gewone bijvoet. Blijkbaar een variëteit van de gewone bijvoet door de eeuwen geselecteerd om als brandkruid (moxa) te dienen om acupunctuurpunten te verwarmen. Dus bij Ruehlemann een moxakruid gekocht en..... deze Artemisia volgt ons nu al zowat 20 jaar in België, in de Franse Drôme en Bretagne. Het is een sterke plant, goed te vermeerderen met stukjes wortel en is interessant om bvb smudgesticks te maken.

En onze inheemse bijvoet? Zeker wel een interessante plant, alleen al de verklaringen over zijn naam spreken tot de verbeelding.
Bijvoet, Duits Beifuss, bij de voet dus, werd vroeger als middel tegen vermoeidheid bij de voeten gelegd, of in de schoenen gestopt en maakte daardoor de voeten onvermoeibaar. Zo zegt Plinius al dat een reiziger geen vermoeidheid (artemes) zal voelen als hij een takje van bivot in zijn schoenen legt. Volgens hem zouden de Romeinse soldaten de weg naar Zwitserland snel hebben afgelegd omdat ze bijvoet in hun sandalen droegen. De Griekse naam Artemisia wordt overigens door sommigen afgeleid van artemes, ‘fris’ of ‘gezond’, want de wandelaar die bijvoet draagt blijft onvermoeid. Het vermoeidheidsgevoel zou ontstaan door het warm worden van onze voeten. De bijvoetbladeren bevatten een vluchtige olie die, als deze met warme voeten in aanraking komt, verdampt en zo de warmte afvoert, een soort eau de cologne. Het geloof dat men op reis niet vermoeid werd als men de plant aan het been bond, heeft mogelijk bijgedragen tot de vervorming van het Midden-Nederlands biuot tot bivoet en tenslotte tot bijvoet. Engelse mug wort en Franse herbe de Saint-Jean.

https://www.kraeuter-und-duftpflanzen.de/pdf/Ruehlemanns-Kraeuterkatalog-2019.pdf
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/artemisia-vulgaris-bijvoet-mugwort



dinsdag, juni 02, 2020

Point de vue

Point de vue vanaf het fietspad bij de samenvloeiing van de rivière d'Argent en de Aulne. Het is deze rivier die bij het stadje Huelgoat door de eeuwen heen de chaotische rotsformaties heeft bloot gespoeld. Een mooi troostplekje voor mij tijdens deze Coronatijden. 

La rivière d'Argent (en breton ar Stêr Arc'hant), qui porte plusieurs autres noms : le « Fao », le « Pont-Pierre », le « Ruisseau de la Mine », est un cours d'eau français et un affluent de l'Aulne.

La longueur de son cours d'eau est de 18 kilomètres. Cette rivière coule dans les monts d'Arrée, en Bretagne, elle passe notamment par Huelgoat. C'est un affluent de l'Aulne, qu'elle rejoint à Poullaouen.
À sa confluence avec l'Aulne, ce dernier est appelé ar Stêr-Blom (la rivière de plomb). Certains des noms qu'on lui attribue proviennent de l'existence des anciennes mines de plomb argentifère du Huelgoat, de Locmaria-Berrien et de Poullaouen, situées dans son bassin hydrographique.

In de Franse taal dus, gestolen Frans. Op deze plaats bij de samenvloeiing van la riviere d'Argent en de Aulne bevinden zich ook de nauwelijks zichtbare resten van een middeleeuwse vesting. La motte féodale de Castel ar Valy, forteresse dominant le chemin de Carhaix à Morlaix, bâtie au début du XIe siècle, fut le domaine du baron Keraliou de Loscoat. Au XIIe siècle, le seigneur de la Haie-Douar construit une chapelle consacrée à la Vierge Marie.  Les seigneurs des manoirs de la Haye et de Kerambellec ainsi que de la métairie noble de la Haie-Douar étaient les gros propriétaires terriens.

Op deze historische plek sta ik dan mooi maar, starend naar het wiegend water. Naar het einde of naar de eeuwigheid.

zondag, mei 31, 2020

Meidoornwandeling

Coronawandeling zonder beperkingen.We mogen honderd kilometer weg van huis en dat zonder formulier.Toch hou ik het kort want ik wil nog wat meidoornbloesem plukken. Mijn laatste kans. Open en bloot, wel met kleren aan, het fietspad op, even stevig doorstappen richting Locmaria-gare, bij de samenvloeiing Aulne en riviere d'Argent de rivier volgend tot l'ancien moulin de la rivière d'Argent en dan naar omhoog tot bij het gehucht Rouzoucon, daar vind ik nog enkele mooi bloeiende meidoorn. Het zijn hoge struiken die zich niet zomaar laten plukken, met wat kleer- en huidscheuren lukt het mij dan toch enkele stevige takken te bemachtigen. Bloemen met wat blad plukken zal straks thuis wel gebeuren.

Over meidoorn

Het is een doorn (struik) die in mei bloeit, wat de verklaring geeft voor zijn naam. Het zijn ook die witte bloesems die vroeg in de bloei geoogst worden om samen met het beetje blad tussen de bloemen gedroogd te worden om er thee of tinctuur van te maken.

Plukken kan het best door de 60 cm lange, bloeiende eindtwijgen af te knippen, ze in hun geheel te drogen en pas dan de bloemen met blad (folium cum flore) van de takken af te ritsen. Wel handschoenen aantrekken! In Meidoorn heeft men vooral flavonoïden en proanthocyanidinen gevonden, stoffen die verantwoordelijk zijn voor de bloeddrukverlagende en hartslagregulerende werking, vooral de zuurstofvoorziening naar de hartspier wordt verbeterd. Meer over meidoorn oa https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/alternatief/23071-meidoorn-beschermer-van-hart-en-huis.html


Over de rivière d'Argent en de molen

zo zag de molen er voor 1800 uit, nu veel meer bos
Molen voor het jaar1800
À sa confluence avec l'Aulne, ce dernier est appelé ar Stêr-Blom (la rivière de plomb). Certains des noms qu'on lui attribue proviennent de l'existence des anciennes mines de plomb argentifère du Huelgoat, de Locmaria-Berrien et de Poullaouen, situées dans son bassin hydrographique.  La rivière d'Argent (en breton ar Stêr Arc'hant), qui porte plusieurs autres noms : le « Fao », le « Pont-Pierre », le « Ruisseau de la Mine », est un cours d'eau français et un affluent de l'Aulne. La longueur de son cours d'eau est de 18 kilomètres. Cette rivière coule dans les monts d'Arrée, en Bretagne, elle passe notamment par Huelgoat. C'est un affluent de l'Aulne, qu'elle rejoint à Poullaouen. De foto geeft een beeld van de molen en het landschap voor 1800, opvallend is wel dat het landschap nu veel bosrijker is. Dat in tegenstelling met wat we nu denken, dat er altijd en overal vroeger meer bomen en bos was.