dinsdag, augustus 27, 2013

Mont Dol, de kastanjeberg


De Mont-Dol lig op drie kilometer van de stad Dol de Bretagne.  Het is een granieten rots van 65 meter hoog die, zoals dat gaat in Bretagne, tot veel legendes heeft geïnspireerd. De alom tegenwoordige Saint-Michel zou hier met de duivel hebben gevochten. De klauwen van de duivel, maar ook de afdruk van Saint-Michel, zichtbaar op de rots, getuigen nog van deze legendarische strijd. De Mont Dol is een oude, mythische plek die ook hier weer door de katholieke kerk werd ingepalmd, onder andere door het bouwen van een kapel en het plaatsen van een lelijk groot Mariabeeld boven op een toren. Van op die toren heb je wel een 'point de vue' over de baai, van Cancale tot aan Granville met de Mont-Saint-Michel in de verte.


Mont Dol is ook bekend als paleontologische site, overblijfselen van tientallen dieren, waaronder mammoeten, neushoorns en zelfs beren werden er gevonden.  Maar wat mij hier het meeste opvalt zijn wel de oude, indrukwekkende, levende kastanjebomen. Vol met energierijke vruchten maar energie geven doen ze al door er gewoon naar te kijken.

Over Castanea sativa
Castanea sativa Mill., also known as sweet chestnut, belongs to  the Fagaceae family. Additionally known by the common  names of marron, European chestnut, Spanish chestnut, and  Portuguese chestnut, C. sativa fruits are a popular food item on nearly every continent. A mid-sized tree that originated in  the Mediterranean areas of Europe over ninety million years  ago, C. sativa has spread throughout the rest of the continent  and into parts of western Asia and northern Africa (Lim,  2012). Archeological evidence indicates that the sativa species  surfaced in Asia Minor where it was first domesticated. The  advent of the Roman Empire shortly thereafter greatly  expanded the species’ range into areas of western and  northern Europe where it became a prominent food source for  rural populations. Thus, European populations have relied on  sweet chestnut for their nutritional value for nearly 3,000  years, and its popularity has migrated across oceans and over  mountains to both Asia and America where high consumption  occurs. Although edible, chestnuts are infrequently eaten raw,  and most often the nuts are cooked, boiled or baked in order  to enhance the taste, modify the texture, and increase nutritional value (De Vasconcelos et al., 2010).

Despite this widespread use as a food source, sweet chestnut  also harbors several medicinal properties that greatly benefit  human health. As early as the first century, C. sativa was used  for its astringent and antitoxic capabilities evidenced in the  works of an early pharmacologist, Pedanius Dioscorides (De Vasconcelos et al., 2010). Since antiquity, all parts of the sweetchestnut plant—the bark, wood, leaves, fruits—have been
used in the Mediterranean and other areas of Europe to treat a  wide range of illnesses, including respiratory problems, skin  and soft tissue infections, inflammation, vascular problems,  diarrhea, wounds, and rheumatism among others (Budriesi et  al., 2010; Chiarini et al., 2013; Jarić et al., 2007; Quave, Plano,
& Bennett, 2011; Zlatanov, Antova, Angelova-Romova, &  Teneva, 2013). Recent studies have not only confirmed and  justified many of these traditional applications of C. sativa, but  they have also found new medicinal uses and potential  applications of various parts of the plant. Due to high  concentrations of phenolic compounds in nearly every part of  the plant, C. sativa leaves, bark, fruit, spines and wood have
demonstrated significant antioxidant activity and thus can be  used to prevent photo-aging, cancer, diabetes,  neurodegenerative diseases and other oxidative stressassociated diseases (Grdovic et al., 2012). In addition to  widespread antioxidant activity, individual components of C.  sativa have demonstrated other significant disease-reducing  capabilities; various extracts have shown cardioprotective,  anti-quorum sensing, antispasmodic, anticancer, anthelmintic,  and antibacterial activities (Bahuaud et al., 2006; Basile et al.,  2000; Budriesi et al., 2010; Chiarini et al., 2013; Frederich et  al., 2009; Jedinak, Valachova, Maliar, & Sturdik, 2010; Quave et  al., 2011). Coupling its rich medicinal properties with its  excellent taste, C. sativa is a superb medicinal food and  promising candidate for pharmaceutical development (De Vasconcelos et al., 2010).

Over kastanjes poffen
Als kind kan ik mij vooral het poffen van kastanjes herinneren, ook al weer een klein ritueel. Het poffen was leuker dan het eten zelf. Maar toch, het poffen van kastanjes dus:
Maak met een scherp mes een kruis in de bovenkant van de  kastanjes (anders spatten ze uit elkaar).
In de oven: Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en leg de kastanjes (15 - 20 minuten) in de oven tot ze openspringen.
In een pan (met deksel): Smelt 20 gram boter in een grote pan, doe de kastanjes er in en laat ze, met de deksel op de pan, op niet te hoog vuur in circa 20 minuten poffen, schud ze af en toe om.
Poffen kan ook in de hete as, het mooiste van allemaal of modern op de barbecue. Verpak de kastanjes dan eerst in aluminiumfolie.
Warme gepofte kastanjes zijn lekker met een klontje boter, zout en peper (kinderen vinden suiker meestal  lekkerder).

zondag, augustus 25, 2013

Vogelkers

Duindoorn, rozenbottels, wilde pruimen, kersen, zuurbes..... Besjes zijn er nu genoeg te vinden in de natuur. Maar of ze wel of niet eetbaar zijn, smakelijk of nog erger giftig, blijft een probleem. Want juist bessen lijken nogal op mekaar en zien er meestal verlokkelijk uit, en  hongerig als we zijn naar wild voedsel is de verleiding groot om het toch allemaal eens te proeven.
Neem nu de Amerikaanse vogelkers, bospest wordt hij ook genoemd, klinkt niet direct vriendelijk en verwijst naar zijn woekerend karakter. De bladeren en ook de pitjes in de bessen bevatten vrij veel giftige blauwzuurverbindingen, gelukkig gebruiken we het vruchtvlees en ook het koken vernietigt de gifstoffen. Ten andere ook kersen, amandelpitten ed bevatten dezelfde stoffen en die vruchten eten we zonder problemen.

De Amerikaanse vogelkers komt oorspronkelijk voor in de Oostelijke helft van Noord- en Midden-Amerika. Van Mexico tot Bolivia wordt de Capulin, een plaatselijke variant (Prunus serotina var. salicifolia) of ondersoort (Prunus serotina subsp. capuli), geteeld om zijn tot 3 cm grote vruchten (California Rare Fruit Growers, 2010).
Waarschijnlijk is deze Zuid-Amerikaanse vogelkers in Midden-Amerika door de Azteken veredeld vóór de komst van de Europeanen en daarna door de Spanjaarden geïntroduceerd in Zuid-Amerika (National Research Council 1989).

Vogelkerslikeur
Ingrediënten voor 1 liter: 350 gram vogelkers, 300 gram suiker, 300 ml alcohol 90 % , 350 ml water, 1 stuks kruidnagel, 1 pijpje kaneel, 1 schillen van een citroen, 1 scheutje kirsch (of kersensap).
NOTA: Men kan ook 650 ml alcohol van 40 - 45 % gebruiken en hierbij dan natuurlijk geen water.
Het inmengen van de suiker na maceratie duurt dan wel iets langer (nu en dan goed schudden).
Bereiding: Macereer de geplette vogelkersen zes weken in de alcohol met de kruidnagel, kaneel en de
citroenschil. Los de suiker op in het water door deze siroop ca 15 minuten zacht te koken en om te roeren, laat daarna afkoelen. Filtreer na een zestal weken de drank doorheen bv. een koffiefilter en doe er na het zeven of filtreren de kirsch (of kersensiroop) en 4 cc (klein glaasje) amandellikeur bij. Voeg 3 theelepels voedings-glycerine toe. Voeg hierna (na filtreren) de suikersiroop (of suiker) erbij. Na het klaren kunt u indien gewenst nogmaals filteren en bottelen. Laat nogmaals 1 week narijpen. zo nu en dan goed schudden.. Deze likeur is zeer donker van kleur.

Interessante en uitgebreide ecologische info vind je op
Cosijn, R., C. Hendrikse, H.van der Lans (1983): Het natuurtechnisch beheer van de Amerikaanse vogelkers: De Amerikaanse vogelkers in de Nederlandse bossen. Stichting Kritisch Bosbeheer. Utrecht. Bladzijden: 28.
Nyssen, Bart & Jan den Ouden en Kris Verheyen. (2013): Amerikaanse vogelkers: van bospest tot bosboom. KNNV Uitgeverij. Zeist. Bladzijden: 159.

Prei, groente en geneeskruid

Als ik de dikke witte prei, blinkend in de supermarkt zie liggen, moet ik aan Hildegard von Bingen denken. Een rare hersenkronkel lijkt het wel, maar blijkbaar ligt het beeld van prei in mijn hersens naast dat van Hildegard en voor een herborist is dat niet zo vreemd, vooral omdat deze middeleeuwse heilige, prei zomaar vergif noemt. Ze schrijft: '... rauw gegeten is zij slecht en verderfelijk, als een giftig en nutteloos kruid, omdat zij het bloed en de verrotting en de sappen van de mens in het tegendeel verandert. Ze zou dan die opgefokte prei uit de supermarkt eens moeten zien.

Voor mij is prei zeker geen vergif, vroeger werd deze groente de 'asperge van de armen' genoemd. Goed klaar gemaakt is prei inderdaad een delicatesse en qua voedingswaarde staat ze mogelijk zelfs boven de asperge. Het is niet bekend waar de prei oorspronkelijk vandaan komt, we weten echter wel dat ze al tweeduizend jaar vóór onze jaartelling door de Egyptenaren werd gebruikt om brandwonden en beten te verzorgen. We weten ook dat prei bij de Grieken en Romeinen een belangrijke plaats onder de geneesmiddelen innam. Plinius verhaalt dat keizer Nero sommige dagen alleen maar prei at om een 'mooiere stem' te  krijgen.

En nog niet zolang geleden diende prei ter bestrijding van allerlei ongemakken. Uit ervaring wisten de mensen dat prei diuretisch, slijmoplossend, antiseptisch en ver­zachtend is, vandaar dat ze in talrijke theerecepten gebruikt werd. Voor inwendig gebruik: bij zwaarlijvigheid, nierziekten (nierontstekin­gen, niergruis), ingewandsstoornissen (diarree, enteritis, dysenterie), heesheid en hoest: drink zoveel als u wilt preiwater dat in de vorm van een afkooksel verkregen wordt door 3 uur lang 10 preien te koken op 3 liter water. Een oud recept, lijkt wel geconcentreerde soep.

Een ander volks recept bij niergruis, urineretentie en diabetes: 1 kg witte stukken van de prei fijnsnijden; in 2 I goede, witte wijn zo lang koken tot de helft van het vocht verkookt is; zeven; elke ochtend op nuchtere maag gedurende 1 maand 1 wijnglas hiervan drinken;  Bij verkoudheden, hoest, heesheid, bronchiale pijn hielp de volgende siroop: een paar preien zo lang in water laten koken tot ze bijna gaar zijn; zeven; goed uitdrukken door een schone doek; honing toevoegen; van de zo verkregen siroop 's morgens en 's avonds een eetlepel innemen Veel van deze recepten zijn eerder soep dan thee, tenminste als je honing, suiker en wijn weglaat.

Een andere ouderwetse en nogal vreemde toepassing was... veel preisoep eten als je per ongeluk speld, naald of spijker had ingeslikt. Heb ik zelf natuurlijk nog niet uitgetest maar is in het verleden blijkbaar met succes toegepast. Mogelijke verklaring: de vezels met veel slijmstoffen omhullen de scherpe voorwerpen en voeren ze via natuurlijk weg af.

Ook eelt en andere huidverhardingen verdwijnen als we er 's nachts een kompres opleggen van geprakt preiblad dat 24 uur in azijn getrokken is.

Als je al die toepassingen bekijkt is het duidelijk dat prei een typische slijmstofplant is, verzachtend en week makend voor luchtwegen, darmen en huid. Dat slijm voel je ook als je een prei doorsnijdt. En of je al deze oude (obsolete?) middeltjes zo maar klakkeloos moet gebruiken? Zeker niet, maar het zou wel handig zijn om gewone groenten ook als medicijn te gebruiken. Goedkoop, veilig en altijd bij de hand.

Lees ook http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/86628-prei-groente-en-geneeskruid.html


donderdag, augustus 22, 2013

Boerenwormkruid

Boerenwormkruid bloeit nu langs wegkanten en op braakliggende terreinen. Ook weer een plant waar in het verleden vele werkingen werden aan toegeschreven en ook nu woekeren de vele meningen en gebruiken weer welig op internet. Vooral de wormdrijvende en insectenwerende werking maakt weer opgang.  Dodonaeus lang geleden zegt het op zijn manier: Tsaet van Reijn vaer es een sonderlinghe ende experte medecijne teghen die wormen/ want in wat manieren dattet inghenomen wordt zoo doodet ende drijft die wormen af. Ook de beroemde 17de eeuwse arts Boerhaave vermeldt de wormdrijvende werking, maar verwijst ook naar zijn mogelijk giftige werking. De bloemen worden in dosis van 1 tot 3 gram driemaal dagelijks ingegeven in de vorm van poeder of als klister tegen wormen. De olie ervan werd alleen of met andere oliën, als papaver, olijvenolie gemengd als volksmiddel gebruikt tegen jicht en reuma, innerlijk kan het giftig werken. 

Wetenschappelijke verwijzingen naar deze werking zijn er ook. Het zijn vooral de etherische olie en de thujonen die de werking veroorzaken. En dat is juist het probleem, die thujonen kunnen, zeker in hogere dosering, niet alleen giftig zijn voor darmparasieten maar ook voor de mens zelf. Een onderzoek schrijft dan ook Chemical analysis of the T. vulgare extracts indicated that beta-thujone is by far the major compound of the oil (>87.6%) and probably contributes significantly to the acaricidal activity of the oil. (J Econ Entomol. 2001 Feb;94(1):167-71. Acaricidal properties of Artemisia absinthium and Tanacetum vulgare (Asteraceae) essential oils obtained by three methods of extraction. Chiasson H, Bélanger A, Bostanian N, Vincent C, Poliquin A.)

Lees ook mijn artikels op info.nu
https://sites.google.com/site/kruidwis/inhoudsstoffen/thujonen
http://eten-en-drinken.infonu.nl/recepten/41914-boerenwormkruid-op-je-bord.html
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/41118-boerenwormkruid-of-reinvaren.html


dinsdag, augustus 20, 2013

Planten op papier: Viburnum

Planten op papier, doek of scherm. Ze zeggen niet alleen iets over de tekenaar, schilder of fotograaf, het zijn ook niet alleen technische tekeningen maar proberen ook 'iets' meer over de plant te vertellen.

This drawing of Viburnum opulus by Leonardo da Vinci seems not to have been a study for a part of a painting. Rather, it is one of a number of drawings that might have been intended to be a botanical study of herbs.

A few facts about Viburnum opulus
1. The plant is also known as a high bush cranberry, for its strongly acidic berry.
2. It is a deciduous shrub which can grow to about ten feet.
3. It is the national symbol of the Ukraine.
4. Although the berries can be used to make jelly, eaten in quantity the berry is actually mildly toxic!

Soms hebben heel gewone struiken of bomen zo hun geheime kantjes. Oude gebruiken, medicinale toepassingen, magische krachten of vreemde geuren. De Viburnums zijn zo'n plantengeslacht die, als brave sierstruiken onze tuinen bevolken, maar waarvan de bloemen heel verschillende, intrigerende geuren verspreiden. Geuren met een geschiedenis.
Lees verder http://dier-en-natuur.infonu.nl/bloemen-en-planten/58256-viburnum-met-vaginale-geur.html

zondag, augustus 18, 2013

Digitaal kruiden wandelen.

Koninginnekruid / Eupatorium cannabinum
Op facebook worden de herboristen overspoeld met slechte, onscherpe en verkeerd gekadreerde fotos's van planten, die wij dan op naam moeten brengen. Alsof ze het ons extra moeilijk willen maken om de planten te determineren. Of zouden de indieners al weten wat voor plant het is en er zo trachten achter te komen, of ook wij het weten? Het begint ook wel wat op een digitale kruidenwandeling te lijken. Of op een bezigheidstherapie. Een gezelschapsspelletje is het zeker wel, ganzenborden voor herboristen. En misschien moeten we in de toekomst niet alleen een kruidencursus maar ook een fotografiecursus geven.

Foto's van planten die laatst langs kwamen zijn guldenroede, brunel, moesdistel, Gelderse roos, koninginnekruid....misschien denk je nu dat ik het niet leuk vind, die plantenparade, maar het tegendeel is waar. Het blijft moeilijk maar stimulerend en leerrijk, planten van foto's proberen te herkennen, in een plat vlak, zonder geur, zonder zijn omgeving (biotoop). Maar een echte, levende kruidenwandeling kan het natuurlijk niet vervangen.

Iets over het koninginnekruid, wat ik nog steeds graag leverkruid noem
In Vlaanderen werd koninginnekruid vroeger ook wel 'draadjesbloem' genoemd. De bloemen hebben namelijk lange stempels, die - als ze rijp zijn - plat liggen, zodat ze gemakkelijk bestoven kunnen worden door de meeldraden van een van de vele andere rode bloempjes.
Ook de naam Boeltjeskruid, bij Dodonaeus Boelkenscruydt, spreekt tot de verbeelding. Boelen, boeleren zou zo iets betekenen als vrijen, de plant werd vroeger als minnedrank gebruikt. Rond 1500 spreken Gesner en Brunswijck over Mannskraft en ook Mannsliebe wijst in dezelfde richting. Vroeger mengden de vrouwen de jonge blaadjes door de sla om die als liefdesmiddel te gebruiken. Alhoewel de echte sla juist als anafrodisiacum bekend was. http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/34295-in-de-naam-van-koninginnekruid.html

Zie https://www.facebook.com/groups/herboristen/

vrijdag, augustus 16, 2013

Zeepkruid in bloei


Slenterend naar het bosduingebiedje vlakbij, vind ik nog enkele zeepkruiden in roze bloei, de bloemblaadjes tussen de handen wrijvend, ruik ik de wee-zoetig geur en voel het glibberig effect van het schuimend sap. Stoffen uit de plant die zo snel zichtbaar en voelbaar worden is de droom van iedere herborist. Zowel de Nederlandse als de Latijnse naam van deze plant verwijst dan ook naar die geneeskrachtige stoffen, de saponinen. In het verleden is de plant veel gebruikt geweest, niet alleen om zijn medicinale werking maar ook als industrieel product in de zeepmakerij.

Dodoens vermeldt wel erg veel medische toepassingen. doet water maken/ ende camerganck hebben, breeckt den steen/ ende doet den selven met die urine rijsen, es goet den ghenen die hoesten/ cort van adem ende benaut van borsten sijn, verweckt die natuerlijcke cranckheyt der vrouwen/ ende treckt af die secondine ende doode vruchten,
En dan 2 werkingen waar we planten met zeepstoffen (saponinen) vandaag nog voor gebruiken. Dese wortel doet oock niesen met huenich in die nuese ghedaen ende in die mont ghenomen treckt veel fluymen ende vochticheyt uut den hoofde. Met azijn ende meel van gersten mout dese wortel ghelijck een salfken vermenght/ gheneest die quade scorfticheden ende die plecken ende vlecken van der huyt. Dus als slijmoplossend middel voor neus en keel en als een soort lotion om de huid te reinigen onder andere bij acne. Voor de huid als lotion is het zeker wel interessant.
Volgens de Flora Batava is het een schoonheidswater omdat het 'de eigenschap bezit de huid blank en zacht te maken' en zelfs tegen schurft zou het uitwendig gebruikt geweest zijn.

History of soapwort
Soapwort was originally native to northern Europe and was introduced to England during the Middle Ages by Franciscan and Dominican monks who brought it as “a gift of God intended to keep them clean.” 2 By the end of the 16th century the herb had become widespread in England, where it was used as a soap for cleansing dishes and laundry. John Gerard's Herbal (1597) recommended it as a topical disinfectant for “green wounds” and “filthy diseases.” Soapwort also has been administered topically for the treatment of acne, psoriasis, eczema and boils. An extract of the roots is still a popular remedy for poison ivy. While an exact time of its arrival in North America cannot be established, there is little doubt that the Puritans brought it with them to the New World. Once established, the herb spread and can now be found wild throughout the United States and southern Canada. The herb was used extensively in the early textile industry as a cleaning and sizing agent. This process, known as fulling, accounts for the name “Fuller's Herb.” Another use for the product was found by the Pennsylvania Dutch who used it to impart a foamy head to the beer they brewed. To this day some beer makers use saponins from the plant, to provide and maintain a foamy head.

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/lifestyle/70054-zeepkruid-schuimend-plantje.html

donderdag, augustus 15, 2013

Over wandelen schrijven.

Ik ben een wandelaar langs vele, ook filosofische wegen. Nu ik weer enkele weken in België aan de kust 'zit', wandel ik voornamelijk in korte snokjes tot aan zee, laverend tussen de slenterende toeristen door. Het zijn niet de eindeloos lange tochten in de bergen, hier is het eerder een soort niet-wandelen wel met de de zee als horizon. Alleen, naar die horizon kan ik niet wandelen. Alhoewel, wandelen over water, wie is mij daar in voorgegaan?

Over wandelen is er ook een boek verschenen van Frédéric Gros. Hij wisselt beschouwingen over aspecten van het wandelen af met korte biografieën van beroemde wandelaars. Zo is er de bergwandelaar Friedrich Nietzsche, die een vrij uitzicht nodig had om te kunnen denken. Bij Rimbaud was er sprake van woede en vluchtgedrag. Op zijn doodsbericht stond toepasselijk “Geboren in Charleville, overleden op doorreis in Marseille’". Jean-Jacques Rousseau wandelde om de eerste mens in zichzelf te vinden, op de vlucht als hij was voor agressieve vijandigheid en babbelzieke broederschap. Voor de Amerikaan David Thoreau, een groot wandelaar in een land waar zich te voet verplaatsen uiterst verdacht is geworden, kent het wandelen slechts één richting: het Wilde Westen. Immanuel Kant zocht in de dagelijkse wandeling de rustgevende regelmaat, Gérard de Nerval de melancholie, en voor Ghandi was een protestwandeling een uiting van geweldloos verzet, verbonden met een ideaal van onthechting, mystiek en vrijheid. Wandelen verbindt tegengestelde types als de ongebonden Griekse cynische filosoof en de gelovige Middeleeuwse pelgrim. Maar altijd is er het idee van bevrijding uit het maatschappelijke keurslijf, de gevangenis van het bewustzijn en het lichamelijke immobilisme. Wandelen maakt nederig, confronteert ons met onze zwaartekracht en verzoent lichaam en ziel in een rustgevend ritme.
Over wandelen schrijven. Een contradictie! Of zou ik al wandelend kunnen schrijven?

zondag, augustus 11, 2013

Bretoense planten

Ik ben nu in Belgïe maar werk toch aan een document over Bretoense planten. Die brochure wil ik gebruiken voor onze kruidenstages. Bij deze al een voorpublicatie over enkele planten die mijn Bretoense landschap stofferen.

Koningsvaren / Osmunda regalis: Een imponerende varen, de trots ook van onze Bretoense tuin en hier in de streek overal groeiend langs beken en rivieren, vooral op geheimzinnige, schaduwrijke plaatsen. Als je er 's avonds bij staat, is het alsof hij naar jou toe komt. Dodoens schrijft er over  'Dese Varen wordt nu ter tijt onder die cruytliefhebbers in Latijn gheheeten Osmunda/ van sommighen Filicastrum/ ende van den Alkimisten Lunaria maior. In Duytsch Groot varen oft Wildt varen/ van sommighen Christoffels cruyt.Osmunda es werm in den iersten graedt ende drooghe in den tweeden. Die oude Meesters scrijven dat Sideritis altera seer goet es tot alle quetsuren ende dattet seer heylsaem van crachten es. Die experientie van Osmunda hebben scrijven hem die selve cracht ende oock noch meerdere toe/ ende gheven die keerne te drincken niet alleen den ghenen die van buyten gequetst sijn maer oock den ghenen die ghescuert gheborsten/ gheslaghen oft anders van binnen onstelt ende ghequetst sijn'. Wat de eerbiedwaardige Dodonaeus ook moge beweren, is zou hem toch maar niet opeten. Zulke planten zijn zo krachtig, dat er bij staan al gezond genoeg is.

Navelkruid / Umbellicus rupestris: Navelkruid is de mooie naam van het rotsplantje met rond, vet en vlezig blad en een putje in het midden van dat blaadje . Vandaar de navelnaam? In elk geval een mysterieus plantje dat past bij de mythische bossen van de Finistère. Ooit werd het ook geneeskrachtig gebruikt als verzachtend en samentrekkend middel. Om het in de oude taal van Petrus Nijlandt te beschrijven, wat bijna Bretoens klinkt:  'Navel-kruydt heeft gelijvige, ronde, en aen de kanten een weynigh gesneden bladeren, die onder in ’t midden op een kleyn steelken gehecht zijn, tusschen de bladeren spruyt een dunne steel, in verscheyde zijde-tackskens gedeelt, en ordentelijck met veel witte of bleeck purpere bloemkens behangen.  Navel-kruyt is verkoelende, vochtmakende en een weynigh t’samen-treckende van aert en krachten.  Geschikt voor 'Voor heete Geswellen en vuurige Puysten: Neemt het gestooten Kruyt en leght het plaester-wijs op. Voor sweeringe van de Darmen: Zied de wortel in Wijn, en laet daer af drincken, of laet van het gedistilleert water van dit Kruydt gebruycken'.
Nombril de Vénus wordt het in het Frans genoemd en de Bretoense naam is Krampouez, wat kleine pannenkoek betekent. Naar de ronde vorm van het blad en natuurlijk ook omdat Bretoenen mogelijk de grootste pannenkoekeneters ter wereld zijn.
Namen: Umbilicus rupestris / Rotsnavelkruid / Nombril de Vénus / Navelwort / Felsen-Nabelkraut

Gaspeldoorn / Ulex europeus: Hier in Bretagne is de gaspeldoorn een veel voorkomende struik langs wegen en weilanden. Nu soms een lastig, stekelig onkruid voor de boeren, maar vroeger veel gebruikt als brandhout voor de kachels. Ze werden tot op de grond afgezaagd, in bussels (fagots) gebonden, een achttal dagen te drogen gelegd en dan konden ze blijkbaar al gestookt worden. Het gaf snel veel warmte en was vooral interessant om broodovens warm te stoken. Nog meer verwonderlijk is het feit dat deze stekelige struiken als dierenvoeding, vooral voor paarden, in gebruik geweest zijn en dat de planten daarvoor zelfs gekweekt werden.

Wordt vervolgd.

vrijdag, augustus 09, 2013

Hormonaal werkende wilde peen

Weer onderweg. Overnachten in Montreuil sur Mer. Niet de eerste keer, maar nu wel alleen. Langs de rivier de Canche, maar ook langs een spoorweg. De vuilnisbakken zijn ook vlakbij, goed voor eigen afval, maar minder prettig als anderen hun glas milieuvriendelijk komen dumpen. Maar ik kies er zelf voor en het is maar voor één nachtje. Zelf kiezen wat je doet, dat scheelt.
Wat zie ik hier nog meer. Een immobilier met de naam Charles Quint. Keizer Karel dus, de goeie man heeft ook al een bier dat naar hem genoemd is, wat zou die heerser uit een ver verleden daarvan denken.
Ook een 'authentic' coiffure is vlakbij, naar de kapper moet ik wel maar zal nu maar wachten tot ik morgen terug in België ben. Een café is er ook, het noemt dan ook café de la gare maar wel 'Chez Bruno'. Helaas, is het nu om 21 uur al gesloten en dat op vrijdagavond, dat kunnen we ons in België nauwelijks voorstellen. Gelukkig heb ik zelf wat Leffe in voorraad.
Ik eet nog een voorgebakken pannenkoek, gewoon koud, dat is dan al één Bretoense gewoonte die ik overgenomen heb.

Wilde peen / Daucus carota
Planten moet ik als rechtgeaarde herborist natuurlijk ook even bekijken. Boerenwormkruid staat hier stevig in bloei. Vreemd genoeg vind ik er weinig in mijn Bretoense woonplaats. Verder vooral veel wilde peen langs de spoorweg. Ik heb er dit jaar overal al veel gezien. Misschien toch wat meer aandacht besteden aan de mogelijke medicinale kwaliteiten van deze plant. De zaden zouden hormonale eigenschappen bezitten, en dat heb ik niet van de eerste de beste, ik las het al jaren geleden in een interview met de Franse fytotherapeut Dr. Belaiche.

Het zaad zou er voor zorgen dat een bevruchte eicel zich niet kan nestelen in de baarmoederwand. In China acht men het bewezen dat de werkzame stof in het zaad van de wilde peen de progesteron synthese blokkeert, in elk geval bij muizen. Progesteron zorgt ervoor dat de baarmoederwand klaar is om het eitje te ontvangen. Als dat niet het geval is zal het eitje verschrompelen en de menstruatie op gang komen.
Naar aanleiding van deze studies heeft een zekere Robin Bennet een experiment in New York geleid waarin 12 vrouwen een jaar lang wilde peen gebruikten als anticonceptie.
Gedurende dit experiment raakte 1 vrouw zwanger. Zij gebruikte wilde peen dagelijks, behalve de maand van bevruchting, toen gebruikte zij het kruid slechts 3 dagen rond haar ovulatie i.p.v. de voorgeschreven 7 à 10 dagen. Je mag het gerust eens uittesten, maar wel op eigen risico voor de eventuele nakomelingen voel ik mij niet verantwoordelijk

In de Grete Herball uit 1526 weet men ook al wat over de wilde peen te vertellen "De Daucus Dawke is hote and drye in the third degree, it is a comyn herbe, and hath a large floure and in the middle thereof a lytel redprciks.
En het werd geadviseerd  voor de luchtwegen, bij verkoudheid: 'For the brethe - Against lettynge of the brethe caused of colde humours and colde cough take drynke that this herbe a drye sygges is sobe in agaynst poose or cold cewme bynde powder of this herbe to ye heed in a bagge'.
En ook voor de maag kon het zowel inwendig als uitwendig gebruikt worden: 'For the Stomake Agaynst paine of the stomacke caused of wynde. Agaynst stoppage of urine as stranguary and dyssury and agaynst ache of the wombe. Spue the drynke that it is soden in. And also sethe it in wyne and oyle and lay it to the paynfull places and for the same take the drynke that the sedes of daucus and saxifrage is soden in'.

En ondertussen zit ik hier in Montreuil sur Mer in mijn motorhome te wachten tot het donker wordt om in bed te kruipen. Misschien droom ik wel van wilde penen.

dinsdag, augustus 06, 2013

Over een plant van het moment: Echte guldenroede

Het oogsten van de echte guldenroede komt er aan. Hier een uittreksel uit het boek Chemin des Herbes van Thierry Thevenin over guldenroede. Zoals hij schrijft moeten de bloeitoppen bij het begin van de bloei geplukt worden, omdat de bloemen ook na het plukken de neiging hebben om zaad te vormen. Om te overleven dus. Goed voor de plant maar slecht voor de geneeskrachtige kwaliteit.

Solidaginis sumitatis / Bloeitoppen van echte guldenroede
Cueillir : On récolte les sommités fleuries en juillet août à la faucille. Une station abondante permettra de ramasser assez facilement une dizaine de kg à l’heure soit 3 kg secs. Cette plante ayant une bonne capacité de régénération par les graines, on assurera le devenir du site en laissant environ 1/10ème des pieds tranquilles. Laissez de préférence les pieds les plus beaux. Comme c’est le cas chez de nombreuses Astéracées, la Verge d’or possède une étonnante faculté de mener ses fleurs jusqu’au stade de la graine même lorsqu’on l’a coupée. Vous devez donc la cueillir en tout début d’épanouissement (encore presque en bouton), et la tronçonner avant de l’étaler en couches minces, sous peine de voir votre séchoir empli d’aigrettes plumeuses voletant au moindre souffle. De plus, la récolte serait alors sans grande valeur médicinale.

Gele kleurstof winnen uit de guldenroede
Utiliser : Le Solidage est avant tout connu pour ses propriétés diurétiques et astringentes. Elle est employée en cas d’infection ou d’œdème rénal (Boullard). Pourtant le nom Solidage vient du latin solidare qui signifie consolider, cicatriser. Elle est effectivement un vulnéraire traditionnel, ce qui pour une plante astringente est normal. La Verge d’or du Canada jouit des mêmes vertus cicatrisantes.

Ces deux espèces sont utilisées en teinture. Elles donnent une couleur jaune assez belle et assez solide à raison de 20 % du poids de la fibre à teindre. C’est cet usage qui a valu au Solidage le nom d’ « herbe aux juifs », comme d’autres plantes tinctoriales capables de donner une couleur jaune. La coutume, parfois obligée dans le monde chrétien pour les juifs de porter du jaune est ancienne. Instaurée par la papauté au Moyen-âge, elle a été abolie en Avignon en 1792 seulement...

Onze Dodonaeus schrijft in zijn Cruijdeboeck deel 1 capitel 98, Van Gulden roede Cracht en werckinghe
'Gulden roede es oock een wondecruyt en heeft alle cracht van Heydensch wondtcruyt/ ende mach daer voor in alle saken daer dat Heydensch wondtcruyt goet toe es gebruyckt worden.
Gulden roede in wijn ghesoden ende ghedroncken es seer goet tseghen den steen sonderlinghe van den nieren/ ende doet den selven breken ende met dat water rijsen ende afgaen. Tselve doet oock dat water van dit cruyt met wijn ghedistilleert ende een tijt ghedroncken.' Samentrekkend, bloedstelpend (oude naam heidens wondkruid) en urinedrijvend tegen niergruis, dat zijn de 2 medicinale kwaliteiten waar guldenroede ook nu nog voor bekend is.

Lees ook https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-a/solidago-species-guldenroede

vrijdag, augustus 02, 2013

Het veen van Venec

In de namiddag, onze laatste kruidendag, proberen we nog 'alles' van Bretagne of  'Le Finistère' (het eind van de wereld) te zien. 
Dus op naar de chapelle de Saint Herbot. Herbot, weer zo'n heidense heilige die waarschijnlijk nooit bestaan heeft maar toch de heilige van de gehoornde dieren werd. Vlakbij bezoeken we nog een klein en indrukwekkend rustig stuwmeer, waar we genieten van het filosofisch weerspiegelend wateroppervlak. De stilte slaat je om de oren, de eiken gekleed met immens mos verleiden je tot omarming. Maar wij gaan weer rustig verder, we willen toch even bij het grote stuwmeer van de Mont d'Arrée vertoeven en in het veen van Venec rondsnuffelen. We parkeren bij het immense meer in het onooglijk dorpje Nestavel-Braz en wandelen naar het veen van Venec, na enig zoeken vinden we toch een wandelspoor tussen de stevige graspollen. We komen bij een klein afgeplagd stukje veen waar de ronde zonnedauw welig glinsterend tiert. Nog verder vinden we bijna uitgebloeid beenbreek. Het is ook het gebied waar je strompelend over de pollen je benen kan breken of waar je in het natte veen weggezogen kan worden. Dus altijd spannend om te lopen voor stoere mannen, Berit staat ons dan ook, vanop de verharde weg, bezorgd op te wachten. Maar we halen het, veenpluis, beenbreek en zonnedauw laten we gezond achter in het biotoop waar ze thuis horen.
Beenbreek

Une tourbière protégée: la tourbière du Venec
Dans les années 1980, un industriel s’intéresse à la masse de tourbe du site du Venec à Brennilis. Les naturalistes de la SEPNB (Société pour l’Étude et la Protection de la Nature en Bretagne) alertent alors les autorités compétentes qui demandent une étude scientifique du site. Celle-ci révèle la grande valeur patrimoniale de la tourbière et conduit à la création de la Réserve Naturelle du Venec en 1993. Sa gestion est alors confiée à Bretagne vivante - SEPNB. La tourbière bombée du Venec, unique tourbière bombée (l'épaisseur de la tourbe y atteint 4 à 5 mètres) encore active de Bretagne est située sur la rive Nord du réservoir Saint Michel elle occupe une superficie de 48 hectares et est visitable en s'adressant à la "maison de la réserve naturelle" ("maison des castors"), qui dépend du Parc naturel régional d'Armorique, implantée à Brennilis.

Trois espaces naturels structurent la réserve : en périphérie, on trouve des landes et des prairies humides, des petits bois de saules puis une tourbière basse dite de transition, souvent inondée et enfin la tourbière bombée proprement dite. Celle-ci forme une véritable lentille convexe que l’on voit nettement se détacher au-dessus de l’horizon rectiligne du lac.
Ce site abrite de nombreuses plantes protégées et rares comme la sphaigne de la Pylaie, le lycopode inondé, les deux rossolis, l'utriculaire mais aussi des animaux comme le lézard vivipare, l'argyronète (la seule araignée à pouvoir vivre sous l'eau), le damier de la succise (un papillon) ou le sympretrum noir (une libellule).

Le Yeun Elez, espace naturel désormais attractif


Het veen van Venec, aan de horizon Le mont Saint-Michel de Brasparts
Appartenant au Parc naturel régional d'Armorique depuis 1969, le Yeun Elez accueille de nombreuses espèces animales: courlis cendré, hérons, canards, busards cendrés et busards Saint-Martin, lézards vivipares, loutres d'Europe, putois d'Europe, etc. et même depuis 1968 des castors (Maison de la réserve naturelle et des castors à Brennilis), et végétales : linaigrette (sa fleur ressemble à celle du coton et était collectée jusqu'à la Première Guerre mondiale pour faire des pansements et des oreillers, ou encore pour protéger les pattes des chevaux dans les tranchées), narthécie des marais, malaxis des tourbières (orchidée rarissime, Orchidaceae, dite aussi orchis), droséra (plante carnivore et médicinale qui fut collectée par les enfants pour fabriquer un sirop contre la toux entre les deux guerres mondiales, à l'initiative d'un pharmacien du Huelgoat) dans un paysage de landes et de tourbières, grassette commune et utriculaire commune (toutes deux aussi plantes carnivores), polygala commun, solidage verge d'or, élodes des marais, alisma nageante, violette des marais, potentille des marais, gentiane pneumonanthe, piment royal, etc.

Over beenbreek, Narthecium ossifragum.
Het woord Narthecium is waarschijnlijk afkomstig van anthericum (rechtopstaande stengel). De oervorm daarvan was het Griekse woord ather (stengel, stekel). Het tweede deel, ossifragum is een samentrekking van os (been) en frago (breken). Dus beenbreek.
Vee dat teveel beenbreek at, kreeg beschadiging aan de lever. Er kwam teveel phyllo-erythrine in het bloed. Die stof wordt gevormd bij de afbraak van de bladkleurstof chlorofyl door micro-organismen in de maag. Normaal wordt deze stof met de gal uitgescheiden, maar door de leverstoornis komt er teveel phyllo-erythrine in het bloed en dus ook in de huid. Daardoor kan de huid veel minder goed tegen zonlicht en ontstaat een overgevoeligheid voor zonlicht. En kregen de dieren, vooral schapen, brosse botten.

Kruidenstage: wandeling Pont ar Gorret

Laatste dag van onze Bretoense kruidenstage. Een lange wandeling gemaakt langs het fietspad van Pont ar Gorret richting gare Skrignac, zigzaggend langs een mooi pad naar boven richting Saint-Ambroise, voor we in het dorpje komen draaien we wel naar Kervallon.
Een kersenboom (Prunus avium) bezorgt ons nog smakelijke vruchten. Bij Kervallon duiken we het grote bos in, het uiterste deel van het fôret dominiale de Huelgoat, een gemengd loofbos met een onderbegroeiing van de overal aanwezige adelaarsvaren maar ook met heel wat bosbessen. We zijn ondertussen geklommen naar 190 meter hoogte en dalen naar het fietspad bij de oude molen van Libien. Vandaar kunnen we via het fietspad rechtstreeks terug naar Pont ar Gorret. We maken nog wel een zijsprongetje naar een nat gebiedje met veel engelwortel en tormentil, we ploeteren van het pad  af door een ongevaarlijk moerasje terug naar het fietspad en dan stevig doorstappend bereiken we snel weer Pont ar Gorret.



Over de zoete kers / Prunus avium
De naam Prúnus is mogelijk afgeleid van het Griekse prooïnos: vroegtijdig, het zou verwijzen naar het vroegtijdig rijp zijn van de vruchten. Volgens Dodonaeus 'Alle kersen maken de buik week en laten licht naar toilet gaan als ze voor ander eten gegeten worden maar ze geven geen of zeer weinig voedsel en zijn slecht voor de zieke en vochtige maag omdat ze gemakkelijk daarin bederven en vooral de kleine die dikwijls de oorzaak zijn van koortsen en van andere ziekten'.

Nu worden kersen en andere vruchten meer gezondheidswaarde toegeschreven dan in de tijd van Dodoens.
Antioxidant Support Cherries are a rich source of flavonoids, natural compounds that are most widely recognized for their potent antioxidant activity. In fact, anthocyanins flavonoids isolated from cherries have been shown to possess antioxidant capabilities superior to vitamin E. This powerful free radical scavenging capacity has broad ranging health implications for the immune, cardiovascular, and musculoskeletal systems. Additionally, cherries have also been shown to support the body's natural anti-inflammatory response.

Joint Support and Uric acid control By disarming free radicals, which can damage healthy cells, flavonoids contribute to the integrity of capillaries, collagen structures, eyes, joints, and arteries. Research has shown that anthyocyanins and cyanidin flavonoids present in cherry fruit can positively impact joint health. A recent study found that consumption of sweet cherries promotes optimal pH balance by maintaining healthy uric acid levels, revealing yet another way in which cherries contribute to joint health.

Cardiovascular Support One of the most exciting new findings regarding cherry fruit consumption is its potential support in the area of cardiovascular health. Researchers recently found that anthocyanins naturally present in sweet cherries support healthy insulin production in pancreatic cells. Cherry consumption may, therefore, help maintain healthy insulin and blood sugar levels that are already within the normal range.

Sleep Support A recent study, the first to reveal that melatonin can be naturally present in food sources, found that both sweet and tart cherries contain high levels of melatonin. While additional trials are needed to validate cherry fruit as an effective sleep enhancer, this study implies yet another potential health benefit of cherry consumption.

Kelley DS, Rasooly R, Jacob RA, Kader AA, Mackey BE. Consumption of Bing sweet cherries lowers circulating concentrations of inflammation markers in healthy men and women. J Nutr. 2006;136(4):981-6.
Jacob RA, Spinozzi GM, Simon VA, et al. Consumption of cherries lowers plasma urate in healthy women. J Nutr. 2003;133(6):1826-9.

woensdag, juli 31, 2013

Kruidenstage: Roscoff en zeewier

Aan zee met enkele herboristen. Naar Roscoff, de plaats waar ooit zeerover Surcouf de plak zwaaide en Alexander Dumas werkte aan zijn Grand dictionaire de cuisine. Wij komen vooral om zeewieren zoals zeesla en blaaswier te ontdekken. In de oude haven worden net boten vol met Laminariasoorten uitgeladen. En in de Comptoir des Algues kunnen we niet alleen literatuur, cosmetica, zeepjes en voeding met zeewier kopen maar ook een film bekijken over winning en waarde van de algen.

Laminaria digitata is a brown algae which has the characteristic of emerging only at spring tides.
In France it is the most exploited algae, and most volume is used for alginate processing. The harvesting period runs from May to October with  boats equipped with an hydraulic arm called a “ Scoubidou ”, rotating and picking up the Laminaria.
Called Kombu in Japan where it is currently eaten, its high Iodine content limits it’s use for human consumption. Laminaria is used in thalassotherapy more particulary for body wraps.

Names
an choirleach, anguillier, Atlantic kombu, bezhin bleuñv, bezhin siliou, bezhin sklej, bezhin stonn, bezhin warle, Braggair, cholgorn, coirleach, coirrleach, common kelp, cupóga, feamannach dubh, fingered tangle, Fingertang, Fingertäng, Fingertare, foetoù-traezh, fouet de sorcière, gladgesteeld, vingerwier, goazle, goémon de coupe, grac'hle, gwaskle, gwrac’hle, horsetail kelp, kaol, kaolenn, kelp, kombu, Kombu Breton, konbu, korle, laminaire digitée, laminaire flexible, learach, leath, leathach fada, leathrach, liadhaig, melkern, oarweed, oarweed kelp, ouarle, red ware, red wrack, salkorn, sea girdle, sea girdles, sea tangle, sea wand, sea-girdles, silketare, taangel, tali, tali du, tali gwrac'hle, tali laezh, tali moan, tali warle, taly, tangle, Thöngull, vingerwier, warle

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/laminaria-sp-zeewieren

dinsdag, juli 30, 2013

Druilerig genot?

Een druilerige kruidendag in Bretagne. En toch reizen we naar de Mont d'Arrée, het groot heide- en veengebied in het binnenland van Bretagne De enige plaats waar het het nog druileriger, mistiger maar ook magischer kan zijn. 

Van Huelgoat naar La Feuillée, Botmeur, Roc"h Trévezel, St Rivoal...de wolken hangen steeds lager, bloeiende dophei duikt op uit de donkerte. Dansende geesten, dwaallichtjes....hier is wild te leven, wind en wegwaaiende gedachten,  We maken, och arme, een korte maar wel woeste wandeling naar de kapel van Mont St Michel de Brasparts. Schuilen even in de lege kapel, licht en een ruis van regen valt door de open deur. Water weerkaatst het licht. Terug buiten is het nog harder gaan regenen, toch zien we nog plantjes, guldenroede, dophei, lage bloeiende brem. Wij schuilen snel, de planten blijven buiten wind en water trotseren en zorgen zo voor geneeskracht.

En over geneeskracht zegt Dodonaeus het zo:  '...die Heyde die oprechte Erica zoo sijn huer bloemen ende bladeren seer goet gheleyt op die beten ende steken van den slanghen ende dyerghelijcke fenijnnighe gedierten. En venijnige dieren kunnen er op die onherbergzame heide wel voorkomen.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mythologie/36317-heide-zijn-geschiedenis.html

Over het heidekruid
De heide was vroeger van groot belang voor de landbouw. Ze diende in de eerste plaats als weideplaats voor de schaapskudden. De tweede functie was het leveren van brandstof voor de haard en de bakoven en vooral als strooisel voor de potstal (veestal). Alle as en mest die uit de potstal kwam, werd op de akkers gebruikt. Uit struikhei werden ook bezems en borstels vervaardigd  Gemalen struikhei werd ook in de leerlooierij gebruikt om kalfsleer te bereiden. Mogelijke andere gebruiksvormen van struikhei zijn het gebruik van de toppen  bij het aanmaken van kleurstof voor het verven van textiel en het gebruik als kruid bij  de bereiding van bier.




.

zondag, juli 28, 2013

Kruidenstage Bretagne: duizendguldenkruid

Duizendguldenkruid in de Bretoense wolken
Eerste dag van onze Bretoense kruidenstage. Na een hele maand warm en droog weer, is het nu wisselvallig buien met tussendoor wat wegwaaiende zon. Spijtig maar we laten het aan ons hart niet komen. Ik laat, fier, onze magische tuin bewonderen: de appelbomen, populieren met massaal veel maretakken, de rivier l'Aulne, de indrukwekkende koningsvarens, de holle weg omzoomd met hazelaars en de oude eik helemaal achter in de tuin. We wandelen dan verder, sommigen zelfs zonder regenjas, op zoek naar het duizendguldenkruid. Onderweg vinden we bloeiend heelblaadje, Pulicaria dysenterica, met zo'n naam moet je ooit wel ergens goed voor geweest zijn. Helen, dysenterie.....wat kunnen we in de toekomst van deze plant nog verwachten. Ook van de bertramwortel vinden we één polletje, nog zo een vergeten geneeskruid. Bij de brug over de Aulne zijn we dan bij het plekje van de duizendguldenkruiden aangekomen. Ik was er dit jaar nog niet geweest, dus spannend of ze er nog zijn en in bloei staan. En ja, ze zijn massaal aanwezig. We plukken een klein bovengronds boeketje om morgen tinctuur mee te maken. Goed voor de spijsvertering, een aperitivum en digestivum. Terug langs het fietspad, de vroegere spoorweg, daar vinden we nog echte waterkers in de beek, supergeneeskruid vol vitamine C en glucosinolaten.
Het ene regenbuitje volgt op het andere, toch komen we relatief droog thuis bij Pont ar Gorret.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/36412-in-de-naam-van-duizendguldenkruid.html

Bij Ravelingius in zijn kruidboek van 1644 vinden we volgende beschrijving van de santorie (centaurium) of duizendguldenkruid. De bovenste steeltjes van deze santorie met de bladeren en bloempjes van hetzelfde kruid hebben een geweldige en overwinnende bittere eigenschap in zich en zijn van aard droog en warm in de tweede graad. Met een woord gezegd, ze vegen af, laten scheiden, openen, zuiveren, maken de dikke vochtigheden fijn en dun en doen al hetgeen dat de bittere dingen vermogen.

zaterdag, juli 27, 2013

Menhir de Keranpeulven


Bretagne is natuurlijk ook het land van de menhirs. Bij ons in de buurt vind je oa de menhir van Keranpeulven. Ker an Peulven betekent ook het dorp van de steen, van de menhir.
Cette carte postale de 1900 évoque tous les mythes de la prolificité des Menhir de ce monde rural breton immuable qui a ses sources des fonds des ages de ces premiers hommes vivant  ici du travail de la terre et de l' élevage de leurs troupeaux ici en Bretagne depuis plus de 7000 ans ( ce grand  menhir est un des derniers construits: il date du Bronze ancien vers 1800-1500 av-JC comme ceux des tumulus des Monts d' Arez ).

Le menhir est au milieu d' un champ de choux (le chou est lié dans la tradition occidentale à la fécondité et à la sexualité)  la paysanne, tenant sa vache, comme ci que ce menhir protège les bovins et les pâturages, (la vache par son lait est source de vie et de postérité dans la tradition indo-européenne). Autre symbole sur cette carte postale, les deux fillettes de notre paysanne adossées à ce pieux de pierre confère fertilité et maternité à ce sanctuaire.)
Keranpeulven  le village du vieux pieux de pierre ker-hen-peull- (v)men
http://pickland.chez-alice.fr/cadresquiriou.htm

Vandaag dus toch eindelijk eens naar deze menhir geweest. Het heeft lang geduurd, ondanks dat hij zo dicht bij onze woonplaats staat. Het kolenveld van de carte postale is er niet meer en ondertussen zijn de bomen en struiken in de omgeving serieus gegroeid. Het is ook 100 jaar later, de kinderen op de kaart zijn zonder twijfel ook al overleden of ze zouden 120 jaar oud moeten zijn. Nu is deze rechtopstaande steen een kleine en gelukkig bescheiden toeristische attractie geworden. Zo alleen bij deze steen is er toch nog enig mysterie aanwezig. Enkele grillige eiken kronkelen zich naar de menhir toe en een gerafeld dik touw, zeker een schommel van de nieuwe kinderen uit de buurt, maken er in mijn ogen een mooie rituele plaats van.



maandag, juli 22, 2013

Nog gezaaid! Zwartmoeskervel en anderen.

De grote zaaiperiode is natuurlijk al even voorbij. En met het vele reizen en dwalen door heel Frankrijk kon ik niet echt veel in eigen tuin zaaien, maar wel zaad verzamelen onderweg en wild zaaien natuurlijk. Al blijft dat toch wat vreemd, wild zaaien geeft planten die ik nooit zelf zal zien. Is dat onbaatzuchtig?

Dus heb ik vandaag baatzuchtig nog wat sla, boerenkool en snijbiet gezaaid. Verder zaad van wilde planten die ik enkele dagen geleden op een Bretoens eiland Ile de Batz heb verzameld. Mijn Ile de Batz mengsel bestaat uit zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum), Engels gras (Armeria maritima) en een houtig kaasjeskruid (Malva dendromorpha)

Op Ile de Batz met zijn microklimaat was het opvallend warmer dan 1 kilometer verder op het vasteland bij Roscoff en op het eiland zelf was dan de zuidkant, beschermd tegen de zeewind, weer warmer dan de Noordkant. Ile de Batz, "Enez Vaz" in het Bretoens, is slechts 320 hectare groot. Het is 3.5 km lang en 1.5 km breed. Ile de Batz is wel wat toeristisch maar ook opvallend agrarisch. Meer dan 100 hectare zijn gecultiveerd. Er zijn aardappel-, sla-, kool en tomatenvelden over het hele eiland te vinden. Het vroege fruit en de groenten worden geroemd om hun kwaliteit, te danken is aan het microklimaat van het eiland.
Zwartmoeskervel, ook een oude groente, wordt er niet gekweekt maar groeit uitbundig in de zoute zeelucht. Nog eens proberen of het ook in het binnenland wil groeien.
https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/smyrnium-olustrum-zwartmoeskervel

zondag, juli 14, 2013

Onderweg: Charité sur Loire

 Onderweg. Overnachten bij de brug over de Loire in het stadje Nevers. Ik ben vroeg wakker en dus al en route rond 7 uur. Madame Mio voert mij naar de N7, ik stop in Charité sur Loire en dwaal door de verlaten straten. Alleen de gemeentewerker is al aan 't werk, hij veegt de bemorste straten schoon. Een immense kerk is tussen de smalle straten geperst. 'Village du livre' was het opschrift dat mij naar Charité lokte, kleine curieuze boekhandels nog gesloten natuurlijk, want nog maar 8 uur in de ochtend, het is ook zondag en 14 juillet. De kerk, prieuré is wel al open, god moet er nu eenmaal altijd zijn. Zo vroeg lijkt de leegte van de ruimte nog meer gevuld met licht: doopvont, glasraam, eiken deur op een kier, alles fluistert heidense magie. Ik begin zelf wat schichtig door de verlaten straten te sluipen.

Le prieuré, fondé en 1059 par le puissant ordre de Cluny, est le noyau autour duquel la ville va se développer. Etape majeure sur les chemins de Compostelle et point de passage obligé sur la Loire, le monastère s’est enrichi et a très vite joué un rôle essentiel au sein du réseau clunisien. La Charité-sur-Loire devient une des cinq « fille aînée de Cluny » et étend son influence sur 45 prieurés et 400 dépendances.

Vanaf de 11e eeuw deden armen en pelgrims een beroep op de liefdadigheid (Frans: charité) van de abdijmonniken. De versterkte etappeplaats aan de Loire dankt hieraan haar naam. De lange stenen brug - oudste over de Loire - is een symbool geworden voor alle reizigers.

La Charité-sur-Loire is een middeleeuws stadje omringd door oude stadsmuren. Het is niet alleen de boekenstad van de Nievre, maar ook de stad van de blues. Elk jaar wordt hier in augustus het internationaal gerenommeerde Blues festival gehouden. De oude huizen en smalle straatjes liggen rond de imposante resten van het kloostercomplex. De met het klooster van Cluny verbonden priorij Notre-Dame de la Charité is één van de belangrijkste bezienswaardigheden van de Bourgondische romaanse kunst en ligt op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. De priorij bestaat uit een imposante kerk met een zeskantige toren, die, op Cluny na, de grootste van Frankrijk was. In het centrum van de stad vind je een vijftiental aan het boek gewijde winkels (boekwinkels, kalligrafen, miniatuurschilders, boekbinders en tweedehands boekenzaken)

vrijdag, juli 05, 2013

In Bellegarde, de tuin na een jaar afwezigheid.

Mariadistelzaad
Wedezaad
Het wandelen in de bergen is helaas al achter de rug. Ik wil er natuurlijk graag nog veel over schrijven. Dat zal echter voor een andere keer zijn. Nu ben ik in Bellegarde, de kruidenstage is voortijdig op gang gekomen, omdat er verschillende mensen al van gisteren aanwezig waren. We snuffelen wat rond in de tuin. Uitgebloeide wede met zijn zwarte hangende zaadjes en het grote imposante blad van de Griekse alant vallen het meest op. Ook mariadistel is al bloeiend aanwezig, alleen veel minder dan de vorige jaren. Maar hoe is het met andere zeldzame planten die ik hier nu, al een jaar geleden achter gelaten heb? Meesterwortel, rozenwortel, balsempopulier en monikkenpeper?  De monikkenpeper en de balsempopulier hebben het overleefd en geuren me tegemoet. Meesterwortel vind ik voorlopig niet terug, ik heb wel enkele verse planten uit de Alpen meegebracht, daar groeien ze massaal op vochtige en voedselrijke grond. Rozenwortels lijken ook verdwenen, ik vind alleen een los geraakte, verdroogde wortel. Hopelijk vind ik de volgende dagen nog wat restjes terug. Hoop doet leven!

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/84461-rozenwortel-zijn-geschiedenis.html

dinsdag, juli 02, 2013

Onderweg: Col de la Croix de Fer

Onderweg: Passy, St Gervais, Megève, Albertville, St Jean de Maurienne, Saint-Sorlin d'Arves, Col de la Croix de Fer 2064 meter.
Mijn bendeleden zijn naar huis na een week wandelen in de bergen. Ik rij richting Drôme naar mijn volgende afspraak. De jaarlijkse kruidenstage in Bellegarde en Diois. En juist nu heb ik tijd en zin om te schrijven.

 In Albertville wil de GPS mij snel naar Bellegarde brengen. Ik begrijp madame Mio wel, hoe kan zij weten dat een mens soms twijfelt en treuzelt en niet altijd rüchsichtlos recht door wil. Dus rij ik niet naar Chambery maar naar St Jean en Maurienne. Vol de bergen in. In vogelvlucht wel de rechte lijn naar Bellegarde maar er zit wel een col van 2000 meter hoog tussen.
In St Jean voor de klim begint, doe ik nog wat kleine boodschappen bij Carrefour, ook al in de hoop  om free internet te vinden. Helaas of.. gelukkig geen verbinding en dus zonder Wifi naar boven. De motorhome puft en blaast maar blijkt wel in conditie. Col de la Croix de Fer is een mooie, lange beklimming met ups en downs. De beklimming vanuit St Jean is 26.5 kilometer lang en overbrugt met een gemiddeld stijgingspercentage van 5.6% een hoogteverschil van 1484 meter.


Net voor de col stopt ik bij een mooi meertje met uitzicht op de puntige Pic des Arves. Topjes zoals kinderen ze graag tekenen. Het meertje is genieten en op de col beslis ik om hier eens hoog en droog te overnachten. De col zelf is ouderwets eenzaam, geen souvenirstandjes alleen één oerdegelijk café met een al even ouderwets dametje achter de toog. Ik vraag zelfs onnozel weg of het café wel open is, ben dan ook de enige klant. Achter de toog zit iemand de koelkast te repareren. Verkocht worden er alleen wat ouderwetse postkaarten en lelijke koerstruien, alleen de prijs van 'le petit café' is nieuwerwets (1 euro 50).
Na de koffie wandel ik nog naar een meertje en een tourbière in de buurt. Van ver lijkt het meer begroeid met veenpluis maar dichterbij gekomen zie ik dat het volstaat met bloeiend waterdrieblad. In avondlicht en eenzaamheid met de puntige Arvesbergen op de achtergrond lijk ik wel in een sprookjesland geland.


Planten, bergen en Maurice! En planten zijn er genoeg, zelfs bloeiend direct onder de sneeuw vandaan. Sleutelbloem, gele anemoon, vleesetend vetblad en zonnedauw, niet dat het landschap er gekleurd bijligt, deze plantjes moet je eerder met een vergrootglas zoeken. Ook valkruid vind ik, de rozetten lijken wat op weegbree, niet-bloeiend moet je ze wel snuffelend tussen het gras gaan zoeken. Een zeer algemene plant op wat voedselrijkere plaatsen is de meesterwortel, de selderachtige geur en het grote groene blad is goed herkenbaar. Ik pluk wat blaadjes om straks mijn kant en klaarmaaltijd te vitaliseren.

Vannacht zal het hier hoog, verademend slapen zijn.

donderdag, juni 27, 2013

Klimmen naar Passage du Dérochoir

Wat zoekt een herborist hoog in de bergen? Daar zijn toch geen plantjes meer!

We zijn op weg naar de Passage du Dérochoir sneeuw en rotsen, veel sneeuw dit jaar en toch vinden we, net onder de sneeuw vandaan, bloeiend  wit hoefblad. Hoog in de bergen moeten de planten snel groeien en bloeien. Het seizoen is immers kort. En ja, ik kom niet alleen voor de planten, maar vooral voor de natuur, de angstwekkende natuur, voor sneeuw, mist, rotsen, ijs en inspanning. Met je lichaam in het landschap!

De Passage du Dérochoir, de naam zegt het al, een doorgang die ooit ont-rotst is, rotsblokken los gekomen uit de kam. Du point de vue géomorphologique, très grande importance des éboulements de masse et des éboulis, toujours actifs. En liaison probable avec la disparition du glacier de l'Arve, l'écroulement du Dérochoir a maintes fois défrayé la chronique, les dernières phases paroxysmales datant de 1471 et 1751 (mais il est fait mention dans les textes depuis 1231 d'un lac de barrage sur l'Arve en aval de Servoz). Les glissements de terrain récents prennent naissance dans les formations marneuses, ou flyschoïdes, ou morainiques.
Ainsi, en avril 1970, un glissement de terrain de plus de 30 000 m3 de boue faucha l'établissement de soins de Praz Coutant, provoquant la mort de 72 personnes, des enfants pour la plupart.

De ultieme klim naar de kam is van kabels en ladders voorzien, een echte via ferrata. Het ijzeren pad zorgt er voor dat ook wandelaars de col kunnen bereiken. Aan de andere kant wachten ons meters sneeuw, ondoenbaar om langs daar af te dalen. Sneeuw, mist en wolken zorgen voor een impressionant schouwspel, wolken en sneeuw vormen één witte wazige massa.
Wij picknicken op de kam en gaan dan dezelfde weg naar beneden

Over hoefblad: http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/taal/25369-in-de-naam-van-groot-en-klein-hoefblad.html
Over Passage du dérochoir: http://www.refuges.info/point/2977/site-remarquable/aiguilles-rouges/passage-du-derochoir/

woensdag, juni 26, 2013

Slapen met zicht op de Mont-Blanc


Het 'point de vue' vanuit mijn motorhome. Zicht op de Mont Blanc vanuit Plaine Joux, mijn kampeerplek voor enkele dagen. Plaine Joux ligt aan het eind van de vallei van Passy, een grindweg is verder nog berijdbaar, tenminste voor autos, tot aan de refuge Le Chatelet D'Ayères, de plaats waar mijn bendeleden verblijven. Met de motorhome durf ik het niet aan om tot daar te rijden en dus wordt ik na het avondeten met de moto en zonder helm keurig tot bij mijn blikken onderkomen gebracht. 
's Nachts droom ik van mijn vroegere beklimming van de Mont Blanc en 's morgens projecteer ik mezelf op de flanken van de Aiguille du Gouter, de dromedarisgraat en uiteindelijk de top van de witte berg. 

Een beschrijving van mijn vroegere echte beklimming........De dromedarisgraat wordt zichtbaar, daar moeten we over heen. Vele figuurtjes voor ons wijzen de weg alsof  de grote routeplanner stipjes op de kaart heeft gezet.  We gaan nu in een andere volgorde lopen.  A. is een inzinking nabij en we willen nu natuurlijk niet meer terug. Tergend traag balanceren we over de dromedarisbulten richting top. Links van ons 4000 meter dieper ligt Chamonix France en rechts van ons even diep het Italiaanse Courmayeur. Als iemand van de graat afschuift is de theoretische techniek dat de aangelijnde collega de andere kant in duikt om in evenwicht te geraken. Gelukkig hoeven we dit in de praktijk niet uit te testen, al zakt A. regelmatig door de knieen. Een knieval voor de onverbiddelijke Mont Blanc, maar uiteindelijk ‘overwinnen’ we de witte reus. We staan op het dak van de West-Europese wereld! We omhelzen mekaar!  We genieten, al vraagt dat zelfs teveel energie van sommigen....