zondag, mei 16, 2021

Dovenetel, vergeten glorie?

Dovenetel behoort tot het domein van de volksgeneeskunde. Medicinaal wordt de witte dovenetel (Lamium album) nog weinig gebruikt en dan zijn het vooral de lipbloemetjes die gegeten worden. De plant heeft zijn naam dove-netel te danken aan de overeenkomst van haar bladeren met die van de brandnetel. Dovenetelblaadjes die doof zijn, niet "prikken".
De dovenetel komt voor in Europa en Azië en groeit bij voorkeur enigszins beschut onder hogere planten, zoals bomen en struiken, vooral in tuinen, langs de kant van wegen, hagen en muren. Ze houdt van een koel-vochtige omgeving, maar weet zich op vele plaatsen te vestigen.

In mijn jeugd was het een geliefde bezigheid, de bloemen te plukken en uit te zuigen om de kleine druppeltjes nectar te proeven. Rond 1300 noemde Jan Yperman het 'honichbloem'. Ook namen als 'suikertjes', 'suikernetel' en zuugbloem' of 'zuiglammetjes' kom je inde geschiedkundige naamgeving tegen. Wel wat apart, maar toch hiermee in verband staand, zijn de Belgische bijnamen 'mammeluiten', 'memmen-kruid' en 'memmekens'. Deze naamgeving heeft te maken met borsten of 'mammae'. Zuigbloemen was dus wel een heel toepasselijke naam.

De Duitse geneeskundige en mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) waardeerde de "Bienensaug", zoals zij de dovenetel noemde, ook al.
Zij schrijft 'De dovenetel is warm en een mens, die haar eet, lacht graag, omdat haar warmte invloed heeft op de milt en bijgevolg het hart verheugd wordt. Maar bij wie er wit in de ogen groeit, hij moet ze met de wortel uit de aarde trekken en dezojuist ontwortelde plant 's nachts in het water van een opborrelende bron leggen, en dan de plant verwarmen in een pan,nadat ze uit het water genomen werd. En zo legt hij ze warm op zijn ogen. En dit moet hij doen gedurende drie nachten, en het wit in zijn ogen zal kleiner worden en verdwijnen.

De bloemen werden vooral gebruikt bij vrouwenklachten, in de eerste plaats onregelmatige en pijnlijke menstruatie, ontstekingen aan het onderlichaam en witte vloed. Bij deze problemen werd ook een uitwendige behandeling in de vorm van baden aanbevolen. 

Dovenetel hedendaags nog weinig in gebruik dus, is lang geleden ook verbannen uit mijn cursusboek, maar als ik nieuwe wetenschappelijke literatuur mag geloven, is er misschien toch nog een therapeutische toekomst voor deze dovenetel.

The German Commission E recommends the use of dead nettle tea for treating catarrh of the upper respiratory passages (internally) and a topic treatment of mild inflammation of the mucous membranes of the mouth and throat and for non-specific leucorrhoea. Dead nettle infusions are also recommended externally for mild superficial inflammation of the skin. The German Commission E recommends a daily dose is 3 grams for internal use and 5 grams for external use as a hip bath. May be made into a tea or added to mouth rinses, baths, and compresses. For tea preparation: Pour boiling water over 1 gram (1 teaspoon = 0.5 grams) of finely chopped white dead nettle, steep for 5 minutes, then strain. To relieve respiratory ailments, drink one cup with honey several times per day.

Referenties
  • J Nat Prod. 2009 Dec;72(12):2158-62.Lamiridosins, hepatitis C virus entry inhibitors from Lamiumalbum. Zhang H, Rothwangl K, Mesecar AD, Sabahi A, Rong L, Fong HH.Phytochemical study of the aqueous extract of the flowering tops of Lamium album led tothe identification of the antiviral iridoid isomers lamiridosins A and B. These compounds werefound to significantly inhibit hepatitis C virus entry (IC(50) 2.31 muM) in vitro. Studies of 14iridoid analogues showed that, while the parent iridoid glucosides demonstrated no anti-HCV entryactivity, the aglycones of shanzhiside methyl ester, loganin, loganic acid, geniposide(10), verbenalin , eurostoside, and picroside II exhibited significant anti-HCV entry and anti-infectivity activities.
  • Budzianowski J, Skrzypczak L. 1995. Phenylpropanoid esters from Lamium album flowers.Phytochemistry 1995 Mar; 38(4): 997-1001.
  • Savchenko T, Blackford M, Sarker SD, Dinan L. 2001. Phytoecdysteroids from Lamium spp:identification and distribution within plants. Biochem Syst Ecol 2001 Oct; 29(9): 891-900.
  • Wichtl M and NG Bisset (eds). 1994. White Dead Nettle. In Herbal Drugs and Phyto-pharmaceuticals. (English translation by Norman Grainger Bisset). CRC Press, Stuttgart, Pp. 288-291.

woensdag, mei 12, 2021

Grote muur ook een plant

Vrolijk wit feest op mijn verjaardag, Grote muur bloeit. In ons Bonsoybos zijn soms hele plakkaten te vinden met donkergroene smalle bladeren. Zeker als de grote witte bloemen in flinke aantallen aanwezig zijn, valt de Grote muur, Stellaria holostea, direct op. 

De overjarige plant is een mooi voorbeeld van een plantensoort uit de Anjerfamilie. Na de herfst sterven de bovengrondse delen van de Grote muur af, maar die blijven als een beschermende laag in de winter op de bodem achter.

De grote muur, een plant die niet direct voor van alles en nog wat goed is, wel goed om van te genieten. Een vrolijke witte waterval. De bekendere verwant vogelmuur heet in het Duits Vogelmiere en in het Frans kent men de volksnaam Mouron des oiseaux. Bij Dodoens (1644) kwam Vogelmuur “van de fransoysen du Mouron; van de welcke de Nederlanders den naem Muer ghenomen hebben“. Het is dus hoogstwaarschijnlijk dat de naam Muur (die ook voorkomt in de Nederlandse namen van soorten van de geslachten Stellaria, Arenaria en Sagina) afgeleid is uit het Franse Mouron. Eigenaardig genoeg beweert een Franse onderzoeker net het omgekeerde: “Le terme de ‘mouron’ dérive du neérlandais moyen muer (…).” Wie heeft er gelijk?

De wetenschappelijke naam Stellaria is afkomstig van het Latijnse stelle, ster, naar de in een ster gerangschikte bloemblaadjes. Holostea komt van het Griekse holos: geheel, en osteon: been, een naam die dateert van Dioscorides, heelbeen. Het Engels break-bones of all bone, ouder all-bones, mogelijk naar zijn brosheid, verwij­st ook naar zijn denkbeeldige krachten. De knopen van de plant zijn gezwollen als de lendenen en zo heelt het mogelijk ook de gebroken beenderen. (of naar het gemakkelijk breken van de stengels).

Volgens Fuchsius verbind het volksgeloof de naam met iets dat angst aanjoeg. De bloemen lichten ‘s avonds en ‘s nachts onder de hagen op als witte ogen, duivelsogen, Engelse devils’s eye en in Duits Teufelsblumen. Die plant behoorde tot de duivel en de slangen. Kinderen in Cornish waren bang om de bloemen te plukken, als ze het deden zou de adder hen bijten. Vaak komen in het voorjaar de adders uit om zich te zonnen in de hagen. Wel vreemd hoe zo'n vrolijk bloemetje ooit duivels kon zijn.

donderdag, april 22, 2021

Paardenbloem bloeit

De paardenbloem bloeit. Het moment om van de bloemen een soort honing te maken. De grootste geneeskracht zit echter wel in de wortel en die kun je best in de herfst oogsten.

In de paardenbloem zitten de volgende inhoudsstoffen: bitterstoffen, flavonoiden, cumarine, fytosterolen, inuline, fructose (lente 18% en herfst 40%), veel eiwit, magnesium, fosfor, kalium, vitamine C en slijmstoffen (1,1 %) .   Wortels zijn te oogsten van september tot maart en veel voedingsstoffen zitten in de wortels. De paardenbloem bevordert de galsecretie en helpt bij jicht, reuma en vooral bij leverklachten. De plant heeft een stimulerende werking op lever en gal en werkt vochtafdrijvend ( de Franse naam voor paardenbloem verwijst hiernaar: pis-en-lit oftewel bedplasser. In de volksgeneeskunde wordt de paardenbloem gebruikt als mild afvoerend, zogenaamd bloedreinigend middel en als middel tegen spijsverteringsklachten (bitterstoffen).

 Uitwendig wordt de plant gebruikt bij huidziektes, waaronder eczeem. Het witte sap uit de stengel kan worden gebruikt om wratten mee te behandelen. In sommige bronnen wordt gesproken dat paardenbloemsap zou helpen tegen puisten. Over het witte sap moet wel worden opgemerkt dat het bij inwendig gebruik (eten), vooral bij kinderen, kan leiden tot misselijkheid, braken en diarree. Ook moet het sap niet in de ogen komen.

In 2011 werd een studie gepubliceerd in Journal of Ethnopharmacology waarin het effect van thee uit paardenbloemwortel op leukemiecellen werd onderzocht. Thee bleek apoptosis, oftewel het proces van geprogrammeerde celdood, in leukemiecellen in gang te zetten. Kenmerkend voor apoptosis is dat “foute cellen” wel en “gezonde cellen” niet uiteenvallen. Voorzichtig stelden de onderzoekers dat men zou moeten overwegen paardenbloem als een potentieel kankermedicijn te beschouwen. 

Ook in 2011, verscheen in the International Journal of Oncology onderzoek waarin geconcludeerd werd dat paardenbloem de groei van prostaatkankercellen onderdrukt. En in hetzelfde jaar werd onderzoek van de afdeling Chemie en Biochemie van de Windsor Universiteit in Ontario (Canada) gepubliceerd dat heeft aangetoond dat extracten van paardenbloemwortel apoptosis bij menselijke melanoom cellen veroorzaakt. In hun eerste laboratoriumonderzoek zorgde het extract ervoor dat kankercellen binnen 48 uur begonnen te desintegreren, terwijl er geen gezonde cellen uiteenvielen. Een continue lage dagelijkse dosis wortelextract doodde uiteindelijk alle kwaadaardige cellen maar geen gezonde. Deze hoopvolle eerste positieve resultaten in het laboratorium hebben geleid tot meer gesubsidieerd wetenschappelijk onderzoek. Een volgende stap is onderzoek bij proefdieren en mensen. De resultaten bij patiënten moeten worden afgewacht voordat met meer zekerheid over de werkzaamheid van paardenbloemen uitspraken gedaan kunnen worden.

BLADEREN

Dierstudies toonden aan dat extracten bereid uit de bladeren krachtige diuretische eigenschappen bezitten. Deze werking is beduidend sterker dan van extracten bereid uit de wortels van de plant. Deskundigen schrijven deze diuretische werking toe aan het hoge kaliumgehalte van de bladeren. De diuretische en saluretische werking van een vloeibaar extract van de plant bleek qua werking maar niet qua bijwerking vergelijkbaar met furosemide (regulier diureticum). Dierstudies toonden eveneens cholagoge en choleretische eigenschappen aan. Inname van afkooksels van verse bladeren veroorzaakte een verdubbeling van de galproductie!

WORTEL

Vervolgonderzoeken met wortelextracten brachten eveneens cholagoge en choleretische eigenschappen aan het licht. Ook deze dierstudies toonden een vermeerdering van de galproductie aan. Humane studies bewezen dat de wortel de lever- en galfunctie stimuleert. Van Hellemont stelt dat de galsecretie toeneemt met een factor 2 tot 4. Hij meent dat de plant preventief toe te passen is bij patiënten met een predispositie tot galsteenvorming. Zij dienen daartoe wortelextracten een aaneengesloten periode te gebruiken. De beïnvloeding van de algemene stofwisseling en van de celfunctie door de vele enzymen uit de plant zou -volgens Van Hellemont- gunstig uitwerken op de leveren galfunctie. De wortel werkt alleen preventief en bezit geen galsteenoplossende eigenschappen! 

Aanvullend wetenschappelijk dieronderzoek bewees dat extracten van de hele plant bij dieren ontstekingsremmend en tumorremmend werken. Uit humane studies bleek dat plantenextracten met succes toe te passen zijn bij de behandeling van virale hepatitis. Verschillende auteurs vermelden voor de gehele plant de indicaties lever- en/ of galfunctiestoornissen, ontstekingen van de huid, psoriasis, hepatitis, ziekte van Pfeiffer, leverzwelling, levercirrose, hepatopathie, constipatie, bonkende hoofdpijn vanuit de ooghoeken omhoog over het voorhoofd naar de slapen, dyskinese van de galwegen, cholecystitis, cholecystopathie en cholelithiasis (preventief).

JANG, J., ET.AL., 2011. Suppression of growth and invasive behavior of human prostate cancer cells by ProstaCaidTM: Mechanism of activity. In: International Journal of Oncology 38(6): pp. 1675-82.

OVADIE, P., ET.AL., 2011. Selective induction of apoptosis through activation of caspase-8 in human leukemia cells (Jurkat) by dandelion root extract, The Journal of Ethnopharmacology. January 2011; 133(1): 86-91.

CHATTERJEE, S.J., ET.AL., 2011. The efficacy of dandelion root extract in inducing apoptosis in drug-resistant human melanoma cells. In: Evidence-based Complementary and Alternative Medicine, 2011; 2011: 129045.

vrijdag, april 16, 2021

Groot hoefbladextracten tegen hooikoorts

Groot hoefblad begint nu te bloeien. In Bretagne waar we tot voor kort woonden, is hij massaal aanwezig langs de rivier. Ik zal ze missen, die bijzondere bloemen en de indrukwekkende bladeren. Zouden ze mij ook missen? Hoe dan ook, onverbiddelijk zullen ze wel blijven bloeien en groeien. Geneeskracht en gevaar verspreiden. Een plant die vraagt om een handleiding. 

Groot hoefblad (Petasites hybridus (L.) G.Gaertn., B.Mey. & Scherb.; Asteraceae) is één van de bekendste planten waarvan de werking bij allergische rhinitis wetenschappelijk is bevestigd. 

Bloem van hoefblad kopje onder
in de Aulne
Extracten van zowel rhizoom (wortelstok) en wortels als van de bladeren worden al eeuwenlang gebruikt, onder andere bij hoest, astma, spasmen in gladde spieren en hoofdpijn. De belangrijkste werkzame stoffen zijn de sesquiterpenen petasin, isopetasin en neopetasin. Petasites bevat echter ook levertoxische pyrrolizidinealkaloïden (PA’s). Het gehalte van deze alkaloïden is in de bladeren tienmaal lager dan in de wortels. Door middel van superkritische CO2-extractiemethoden kunnen extracten verkregen worden die vrij zijn van PA’s, wat wil zeggen dat eventuele sporen ervan onder de detectiegrens liggen.


Het anti-allergische effect van petasinen is voor een deel terug te voeren op een antihistamine-activiteit en op een ontstekingsremmende activiteit. Het Petasites-extract verhindert de calciuminflux in geactiveerde mestcellen, wat zorgt voor blokkering van degranulatie van deze mestcellen (remming van het vrijkomen van histamine). Remming van de vorming van leukotriënen in immuuncellen zorgt voor de anti-inflammatoire werking.

Klinische studies naar Ze 339 Petasites-extract

Een gestandaardiseerd en gepatenteerd CO2-extract van de bladeren van Petasites hybridus (Ze 339) is in 2003 in Zwitserland op de markt gekomen als geregistreerd receptgeneesmiddel met als indicatie de behandeling van intermitterende allergische rhinitis en de symptomen in de neus, oog en keel. De effectiviteit en kortetermijnveiligheid van dit extract is in meerdere, kortdurende studies van twee weken aangetoond door de fabrikant, vergeleken met een placebo of met een positieve controle met antihistaminica. Allergische rhinitis bij de proefpersonen werd bevestigd met een huidpriktest, soms aangevuld met een bepaling van specifieke IgE-antistoffen.

 Een dosis (tablet) bevat 20-40 mg extract overeenkomend met 8 mg petasin. Naast petasinen (20,3%), bevat het extract onder andere vetzuren (40,2%), aromatische componenten (7%) en fytosterolen (1,2%).

Een studie waarin twee verschillende doses Ze 339-extract werden vergeleken met een placebo toonde dat de effectiviteit dosisafhankelijk is. De studie werd uitgevoerd onder 186 personen met bevestigde intermitterende allergische rhinitis. In de groep die 2 weken lang 3 tabletten per dag kreeg (24 mg petasin), trad bij 91% een verbetering van de totale symptomen op en in de groep die 2 tabletten per dag kreeg (16 mg petasin) gebeurde dat bij 71%.

Eerdere onderzoeken

Eerder al werden positieve effecten gemeten in een verkennende studie met 6 proefpersonen met allergische rhinitis. Gebruik van 6 tabletten per dag gaf binnen 5 dagen een sterke afname van de concentraties van ontstekingsmediatoren (cysteïnyl-leukotrieen, leukotrieen B4) en van histamine in het neusvocht. Rhinomanometrie, een methode waarbij het functioneren van de neus wordt gemeten, toonde een sterke verbetering in de symptomen van een verstopte neus.

Post-marketing surveillance uitgevoerd bij 580 personen liet bij 90% een verbetering zien van de symptomen (neus- en oogklachten en niezen) na 2 weken gebruik van gemiddeld 2 tabletten per dag. Effectiviteit, verdraagbaarheid en verbetering van kwaliteit van leven werden positief beoordeeld door respectievelijk 80%, 92%, en 80% van de proefpersonen. Bijwerkingen werden gemeld door 3,8% van de proefpersonen, voor het merendeel (milde) klachten van het maagdarmkanaal. Bovendien gaf toevoeging van een antihistaminicum aan het Petasites-extract geen verdere verbetering van de klachten.

Interessant is verder dat het Ze 339-extract ook objectief gemeten (met behulp van rhinomanometrie) effectief is tegen een verstopte neus, iets wat vaak niet of minder snel verbetert bij gebruik van antihistaminica. In een cross-overstudie met 18 proefpersonen werd dit verschil toegeschreven aan een sterke afname van leukotrieen B4 (LTB4) en interleukine-8 (IL-8) in het neusvocht, wat niet optrad bij het gebruikte antihistaminicum (desloratadine). In deze studie herstelde een verstopte neus na provocatie met graspollen sneller na gebruik van Ze 339-extract dan na gebruik van desloratadine of een placebo.

Referenties

  • Thomet OA, et al. Anti-inflammatory activity of an extract of Petasites hybridus in allergic rhinitis. Int Immunopharmacol. 2002;2(7):997-1006.
  • Brattström A. A newly developed extract (Ze 339) from butterbur (Petasites hybridus L.) is clinically efficient in allergic rhinitis (hay fever). Phytomedicine. 2003;10 Suppl 4:50-2.
  • Schapowal A; Petasites Study Group. Butterbur Ze339 for the treatment of intermittent allergic rhinitis: dose-dependent efficacy in a prospective, randomized, double-blind, placebo-controlled study. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 2004;130(12):1381-6.
  • Käufeler R, et al. Efficacy and safety of butterbur herbal extract Ze 339 in seasonal allergic rhinitis: postmarketing surveillance study. Adv Ther. 2006;23(2):373-84.
  • Dumitru AF, et al. Petasol butenoate complex (Ze 339) relieves allergic rhinitis-induced nasal obstruction more effectively than desloratadine. J Allergy Clin Immunol. 2011;127(6):1515-21.e6.
  • Gray RD, et al. Effects of butterbur treatment in intermittent allergic rhinitis: a placebo-controlled evaluation. Ann Allergy Asthma Immunol. 2004;93(1):56-60.
  • Anderson N, et al. Hepatobiliary Events in Migraine Therapy with Herbs-The Case of Petadolex, A Petasites Hybridus Extract. J Clin Med. 2019;8(5):652. Published 2019 May 10

6. Thomet OA, et al. Anti-inflammatory activity of an extract of Petasites hybridus in allergic rhinitis. Int Immunopharmacol. 2002;2(7):997-1006.
7. Brattström A. A newly developed extract (Ze 339) from butterbur (Petasites hybridus L.) is clinically efficient in allergic rhinitis (hay fever). Phytomedicine. 2003;10 Suppl 4:50-2.
8. Schapowal A; Petasites Study Group. Butterbur Ze339 for the treatment of intermittent allergic rhinitis: dose-dependent efficacy in a prospective, randomized, double-blind, placebo-controlled study. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 2004;130(12):1381-6.
9. Käufeler R, et al. Efficacy and safety of butterbur herbal extract Ze 339 in seasonal allergic rhinitis: postmarketing surveillance study. Adv Ther. 2006;23(2):373-84.
10. Dumitru AF, et al. Petasol butenoate complex (Ze 339) relieves allergic rhinitis-induced nasal obstruction more effectively than desloratadine. J Allergy Clin Immunol. 2011;127(6):1515-21.e6.
11. Gray RD, et al. Effects of butterbur treatment in intermittent allergic rhinitis: a placebo-controlled evaluation. Ann Allergy Asthma Immunol. 2004;93(1):56-60.
12. Anderson N, et al. Hepatobiliary Events in Migraine Therapy with Herbs-The Case of Petadolex, A Petasites Hybridus Extract. J Clin Med. 2019;8(5):652. Published 2019 May 10.

6. Thomet OA, et al. Anti-inflammatory activity of an extract of Petasites hybridus in allergic rhinitis. Int Immunopharmacol. 2002;2(7):997-1006.
7. Brattström A. A newly developed extract (Ze 339) from butterbur (Petasites hybridus L.) is clinically efficient in allergic rhinitis (hay fever). Phytomedicine. 2003;10 Suppl 4:50-2.
8. Schapowal A; Petasites Study Group. Butterbur Ze339 for the treatment of intermittent allergic rhinitis: dose-dependent efficacy in a prospective, randomized, double-blind, placebo-controlled study. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 2004;130(12):1381-6.
9. Käufeler R, et al. Efficacy and safety of butterbur herbal extract Ze 339 in seasonal allergic rhinitis: postmarketing surveillance study. Adv Ther. 2006;23(2):373-84.
10. Dumitru AF, et al. Petasol butenoate complex (Ze 339) relieves allergic rhinitis-induced nasal obstruction more effectively than desloratadine. J Allergy Clin Immunol. 2011;127(6):1515-21.e6.
11. Gray RD, et al. Effects of butterbur treatment in intermittent allergic rhinitis: a placebo-controlled evaluation. Ann Allergy Asthma Immunol. 2004;93(1):56-60.
12. Anderson N, et al. Hepatobiliary Events in Migraine Therapy with Herbs-The Case of Petadolex, A Petasites Hybridus Extract. J Clin Med. 2019;8(5):652. Published 2019 May 10.

woensdag, april 14, 2021

Pinksterbloemen, ezels en smocks

Pinksterbloemen en echte ezels bewaken de toegang tot Bonsoy. Ezels zelf eten niet graag pinksterbloemen, sommigen mensen wel, daarin onderscheiden mensen zich van ezels en andere zoogdieren. Wij leren scherpe stoffen in dit geval mosterdolieglycosiden lekker vinden, stoffen die de plant juist aanmaakt om ons af te schrikken. We noemen dat dan culinaire cultuur.

Mosterdolieglucosiden nu vooral glucosinolaten genoemd zijn de belangrijkste stoffen in pinksterbloem, het zijn water oplosbare organische verbindingen die bestaan uit zwavel, stikstof en glucose, ze vallen onder de glucosiden. Het zijn secundaire metabolieten die vooral voorkomen in de Brassicaceae . Deze groep stoffen veroorzaken de scherpe mosterdsmaak in planten zoals mosterd (Sinapis alba), Rucola (Eruca sativa), tuinkers (Lepidium sativum), mierikswortel (Armoracia rusticana), waterkers (Nasturtium officinale)), maar ook in radijs en rammenas. Glucosinolaten hebben mogelijk een celbeschermend effect tegen vele soorten kanker o.a.  tegen borst- en prostaatkanker. Deze stoffen veranderen mogelijk de stofwisseling in kankercellen, veroorzaken apoptosis (celdood), en ze hebben een sterke anti-oxidante, ontstekingsremmende en immuunmodulerende werking.

Volgens oude Britse herboristen konden deze planten ook de seksuele lust opwekken. Shakespeare schrijft over de pinksterbloem, de 'smocks':"When turtles tread, and rooks, and maidens bleach their summer smocks". De Engelse naam voor pinksterbloem is 'smock', een bloem die geassocieerd werd met de zogenaamde Engelse melkmeiden. De naam stamt van oud-Engels lustmoce, lust: seksueel verlangen, dat gewoonlijk als smicke of smick-smock gebruikt werd. De pinksterbloem leek blijkbaar op een vrouwelijk nachthemd dat gebleekt werd in de zon op het bleekveld....... Dat pinksterbloemen prikkelend proeven kan ik wel begrijpen maar dat deze bloemetjes de seksuele appetijt prikkelen, dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Blijkbaar moet ik toch nog met andere ogen naar onnozele plantjes leren kijken.


 




dinsdag, april 13, 2021

Gele en andere anemonen

En dan vind ik langs in de boshelling bij de Maas bij Hastiere tussen velden vol witte bosanemoon enkele plukjes geelbloeiende anemonen. Een afwijking of wel degelijk de zeldzame gele anemoom? En inderdaad volgens mij en volgens Plantnet inderdaad de gele anemoon, Anemone ranunculoides. Mogelijk de eerste keer in mijn 77-jarig leven dat ik deze lieflijke plant in levende lijve tegen kom en dus is het toch een beetje feest.  

De naam Anemone komt waarschijnlijk van het Griekse anemos: wind. naar de snel afvallende gele kelkblaadjes die door de wind meegevoerd worden. dat ranunculoides betekent ranonkelachtig. Dit slaat op de gele kleur van de bloem, al vertoont de plant verder niet veel overeenkomst met de ranonkel of boterbloem.

De planten groeien vaak in groepen bij elkaar op vochtige, humeuze, kalkrijke en voedselrijke grond. De groeiplaatsen zijn altijd beschaduwd. Het is een soort die we tot de schaduwplanten rekenen, dat wil zeggen dat het een soort is die vroeg in het voorjaar zijn hele ontwikkeling doormaakt als de bomen en struiken nog bladloos zijn. In de voorzomer sterft het bovengronds deel van de planten af, nadat de opgebouwde reserve naar de wortelstok getransporteerd is. Hierin lijkt de plant als twee druppels water op de Bosanemoon, een veel algemenere soort, waar ze vaak samen mee voorkomt.

Mogelijk is Gele anemoon ook wel ingevoerd en in grote landgoederen geplant als geneeskrachtig kruid. Maar we weten wel dat de plant niet zo onschuldig is als hij lijkt. De plant bevat een stof die giftig is voor het hart. Voordat de bomen in blad staan, in maart, geeft het tot 20 centimeter grote plantje het bos kleur. Maar lieflijk is bedrieglijk: een hongerige volwassene stierf ooit na het eten van dertig verse anemoontjes. Alle plantendelen zitten vol met giftige anemonine en protoanemonine. In het Russische Kamtsjatka zou het zelfs gebruikt geweest zijn om pijlgif mee te maken.

In de herboristentaal werd het herba venti genoemd, kruid van de wind. Veel van die verkla­ringen zijn afkomstig van Plinius, hij vertelt dat de bloem van ane­moon niet uit zichzelf opent, maar alleen als de wind waait. Mocht dit niet zo zijn, geef hem dan de schuld. Op een anemoon past de zinsnede: “ Brevis ets usus” “haar rijk is van korte duur”, een poëtische zinspeling op zijn vergankelijke schoonheid.

woensdag, maart 31, 2021

Prikkelende wrangwortels gevonden

Wandelen bij Waulsort. Aan de voet van de witte rotsen ontdek ik een veldje met de minst opvallende en meest zeldzame Helleborussoort, de Wrangwortel. Aan zo'n naam moet een verhaal verbonden zijn. Deze Helleborus virides werd zo genoemd omdat de wortels van deze plant vroeger gebruikt werden om te “wrangen” of “een wrang te zetten”: daarbij werd in de oren of de staart van koeien een stukje van de wortel van deze plant gestoken. Dat veroorzaakte een prikkeling en ettering, een zogenaamde etterdracht, waarbij dan uit het stukje wortel stoffen vrijkomen die zieke dieren van ontstekingen verloste. Het woord wrang is dus afgeleid van het werkwoord wringen, wat dan slaat op het uiteen wringen van de huid om het stukje wortel te plaatsen.

Wrangwortel (Helleborus viridis) werd ook Groen nieskruid genoemd en behoort samen met Zwart nieskruid, d. i. de bekende Kerstroos  (Helleborus niger), tot hetzelfde geslacht dat in het Nederlands Nieskruid heet. De helleborusplanten zijn giftig en extracten werden vroeger wel gebruikt om zinsverbijstering en andere mentale problemen te behandelen.

De naam Nieskruid verwijst naar de wortelstok en de zaden van deze plant die stoffen bevat die de neus prikkelen en dus niezen veroorzaakt. Vroeger werd uit de wortelstok een poeder bereid dat gebruikt werd om het niezen te bevorderen. Het zou zelfs als niespoeder in kinderspeelgoed verwerkt geweest zijn. Een gevaarlijk speeltje.

Interessante info over Helleborus in artikel. Ethnobotanical, historical and histological evaluation of Helleborus L. genetic resources used in veterinary and human ethnomedicine. Viktória Lilla Balázs, Rita Filep, Tünde Ambrus, Marianna Kocsis, Ágnes Farkas, Szilvia Stranczinger & Nóra Papp 
Genetic Resources and Crop Evolution volume 67, pages781–797(2020)

In the official European materia medica several historical records can be found on the therapeutic use of hellebores. In the Ancient Times the region of Anticyra, a port in the north coast of the Gulf of Corinth was famed for its hellebores which were regarded as a cure for insanity, gout, and epilepsy (Encyclopaedia Britannica 1910a).

The medical history of the species is a matter of controversion, because it has often been mistaken for other species (e.g. Adonis vernalis L., Actaea spicata L., Astrantia major L.), as a result of false botanical identification. The name of Helleborus has been used in some cases to describe other plants. Typical examples include mentioning H. albus for Veratrum album (Woodville 1810), or H. niger for Melampodium, which has been named in Melampus’ honor. Melampus, an ancient mythological shepherd and healer recommended the milk of a goat, which had been fed on the herb of hellebore, for the daughters of King Proetus for madness (Wood and Bache 1839; Encyclopaedia Britannica 1910b). Gallic men soaked the arrows into ellebore during hunting (data by Plinius). In Ancient Egypt the species was applied against mental disorders (Rácz 2010). In the antique medicine of Europe, the root was used as a purgative drug and for maniacal disorders by the removal of black bile. For a long time, H. niger was considered as “Hellebore of Hippocrates” recommended by antique medical writers (Woodville 1810).

In the modern Western materia medica H. niger L., H. orientalis L., and H. foetidus L. were used with various therapeutic purposes in the eighteenth–nineteenth century. While the Central European medico-pharmaceutical literature presented data mainly on H. niger, in Western European references H. foetidus was recognized as an official drug. H. niger was mentioned as a diuretic, emmenagogue and cathartic, called a melanagogue drug recommended in female obstructions, hysteric and hypochondriac fits, melancholy, madness, epilepsy, leprosy, and inveterate quartans in the eighteenth century (Alston 1770). It was also documented that its use can lead to inflammations of mucous membranes (gastric or intestinal), skin inflammation, and even vesication (Wood and Bache 1839). Irritating effect on nasal mucosa was therapeutically used by applying sternutatory (sneezing) powders including powdered rhizome of H. niger and H. viridis L. (Magyary-Kossa 1926).

The traditional and official medical use of Helleborus species is based mainly on the chemistry of some components as genetic resources. Among them, hellebores are rich in structurally diverse active compounds that are responsible for a variety of pharmacological effects (Cioca and Cucu 1974; Milbradt et al. 2003; Szabó 2005), e.g. cardiac glycosides, steroidal saponins, ecdysones, and protoanemonin (Szabó 2005). Steroidal saponins have wide structural diversity as both furostan and spirostan skeleton structures (Challinor et al. 2012; Maior and Dobrotă 2013). Concentration of helleborin, the most well-known cardioactive glycoside of hellebores, was found to be higher in H. purpurascens Waldst. et Kit. compared to H. odorus Waldst. et Kit. and H. viridis (Wissner and Kating 1974; Szabó 2005).

donderdag, maart 25, 2021

De natuur mijn tuin.

Officieel heb ik geen tuin meer. Heb ik wel ooit een tuin gehad? Wettelijk waren de vele tuinen die ik in mijn leven gebruikt heb, eigendom van mijn vrouw, mijn vriendin, van de Belgische spoorwegen, van mijn ouders, van de buren of van vrienden en nu dus van het domein van Bonsoy. Alhoewel ik hier mede-eigenaar ben van een hellingbos van vele hectaren zomaar langs de Maas. En ja, de natuur is altijd mijn tuin geweest. 

In Bonsoy mogen we wonen maar moet de natuur natuur blijven, alleen subtiele ingrepen van de mens zijn in theorie toegestaan. Bomen zoals eik, berk en esdoorn vormen het dak van ons bos, struiken zijn vooral hazelaars, kardinaalsmuts ea, nog een verdieping lager willen vooral bramen heersen en helemaal op en onder de grond vinden we daslook, bosanemoon, bosaardbei, speenkruid, aronskelk en hier en daar ook gulden sleutelbloem. Rond mijn huis probeer ik met zo weinig mogelijk verstoring de diversiteit en eetbaarheid nog wat te vergroten door aanplant van framboos, zwarte bes, bosbes en wilde kruisbes en dan de klimmers langs het balkon, hop, kamperfoelie en zelfs de woeste bosrank mag er zijn. 

Vandaag zwarte bes en hop aangeplant. Hop zou nog dit jaar de ijzeren balkonleuning aan het zicht moeten onttrekken en ons hopelijk al bitter-aromatische bellen opleveren. Hildegard van Bingen, de middeleeuwse abdis, schreef dat hop “niet erg bruikbaar is.” Hop “maakt de ziel van een man treurig, en verzwaart zijn innerlijke organen.” Niet echt hoopgevend, mijn ziel treurig maken, daar zit ik nu niet op te wachten, maar de signatuur van hop van snel groeien 'hop hop' spreekt mij wél aan.

Bijna tegengesteld aan de sedatieve werking van de hop is de versterkende werking van de zwarte bessen en van de aromatische knoppen van Ribes nigrum als glycerinemaceraat. Zwarte bes werd reeds aanbevolen in de 18 eeuw als "levenselixir". De zwarte besknoppen is één van de meest veelzijdige extracten uit de gemmotherapie. Het is een krachtig tonicum dat een doeltreffende werking heeft op vele fysiologische processen in het lichaam en als adaptogeen werkzaam is.

dinsdag, maart 23, 2021

Apigenine tegen veroudering

In alledaagse plantaardige voedingsmiddelen, zoals selder, uien en peterselie zitten testosteronverhogende stoffen. Als we ouder worden kunnen ze voorkomen dat onze aanmaak van testosteron afneemt. Dat ontdekten onderzoekers van Texas Tech University. In de Journal of Nutritional Biochemistry beschrijven ze hun proeven met apigenine, een veelbelovende testosteronverhoger die in hoge concentraties aanwezig is in peterselie.

Testosteron & veroudering

De onderzoekers van Texas Tech werken aan methoden die het proces van veroudering minder schadelijk moeten maken, en dus ook aan technieken die de daling van de testosteron-spiegel in oudere mannen verminderen.

Het zakken van de testosteronspiegel werkt verlies van spiermassa, botmassa en libido in de hand, maar versnelt ook neurologische aandoeningen als de ziekte van Alzheimer. Een hoge testosteronspiegel beschermt mannen tegen de ziekte, zeggen epidemiologische studies. [Neurology. 2004 Jan 27;62(2):188-93.] Volgens dierstudies komt dat omdat testosteron in de hersenen de aanmaak van beta-amyloide peptides en hyperfosforylering van het tau-eiwit afremt. [J Neurochem. 2003 Nov;87(4):1052-5.]

De afname van de aanmaak van testosteron als mannen ouder worden is volgens de onderzoekers onder meer het gevolg van de toenemende activiteit van het enzym cyclooxygenase-2 [COX2] in de testes. Het COX2-enzym speelt een rol bij de omzetting van metabolieten van n-6-vetzuren in thromboxane A2. 

De testosteronproducerende Leydigcellen van de testes heeft receptoren voor thromboxane-A2. Via die receptoren activeert thromboxane-A2 het eiwit DAX-1, en DAX-1 remt het steroidogenic acute regulatory [StAR] protein.

Het StAR-eiwit speelt een sleutelrol bij de omzetting van cholesterol in testosteron. Het is dan ook niet verwonderlijk dat toediening van een COX2-remmer in oude ratten de testosteronspiegel verhoogt. [Endocrinology. 2003 Aug;144(8):3368-75.]

Apigenine

Een natuurlijke stof die de werking van de thromboxane-A2-receptor dwarsboomt is apigenine, ontdekten de onderzoekers toen ze een grotere groep stoffen screenden.

Apigenine zit in groenten en kruiden. De beste bronnen zijn peterselie en selder. Honderd gram peterselie bevat 300 milligram apigenine, honderd gram selderblad 56 milligram. Ook in echte kamille zit veel apigenine.

In vitro-studie

Als je Leydigcellen uit de testes van muizen in reageerbuizen blootstelt aan apigenine gaat de aanmaak van de steroidhormonen testosteron en progesteron omhoog, net als die van het StAR-eiwit. 

Conclusie

"The present study demonstrates that apigenin is able to enhance StAR gene expression and steroid hormone production in mouse Leydig cells by blocking the thromboxane A2 receptor and reducing the transcriptional repressor DAX-1", concluderen de onderzoekers. "It also suggests the potential for a dietary approach for the enhancement of steroidogenesis in aging Leydig cells. Further studies are needed to examine the efficacy of dietary apigenin on testosterone biosynthesis and its effects on the health of aging males."

Bron. J Nutr Biochem. 2011 Mar;22(3):2128. 

https://sites.google.com/site/kruidwis/inhoudsstoffen/apigenine

Rozemarijnolie, een natuurlijk pepmiddel

Als je weer eens tot diep in de nacht moet werken of studeren, dan helpt het inademen van rozemarijnolie je niet alleen om wakker te blijven maar neemt ook je vermogen om informatie op te nemen toe. Dat blijkt uit een humane studie die is verschenen in Complementary Therapies in Clinical Practice.

Studie

Ahmad Nasiri en Masoomeh Mo'tamed Boroomand, twee onderzoekers van Birjand University of Medical Sciences in Iran, verdeelden 80 verpleegkundigen die werkten in nachtdiensten in 2 groepen. Ze gaven de proefpersonen in de ene groep een gezichtsmasker met een gaasje waarop ze een druppel rozemarijnolie hadden laten vallen. De proefpersonen in de andere groep kregen een masker met een druppel water.

Na 10 minuten haalden de proefpersonen het gaasje weer weg, en 15 minuten later deden ze weer een gaasje op. Zo wilden ze voorkomen dat de proefpersonen ongevoelig werden voor de prikkel van de rozemarijnolie. Deze cyclus herhaalden de onderzoekers gedurende 2 uur. Voor en na die periode moesten de proefpersonen hun alertheid/slaperigheid een cijfer tussen de 1 en de 9 geven. 1 staat voor 'extreem wakker', 5 voor 'wakker noch slaperig' en 9 voor 'extreem slaperig'. ResultaatRozemarijnolie maakt de proefpersonen alerter.

Mogelijk werkingsmechanisme

De onderzoekers vermoeden op basis van de wetenschappelijke literatuur dat bestanddelen van rozemarijnolie, zoals alpha-pinene, in de hersenen enzymen blokkeren die acetylcholine afremmen. Daardoor kan het inademen van rozemarijnolie het autonome zenuwstelsel activeren. Dat is het deel van het zenuwstelsel waarop je wilskracht niet direct van invloed is

Het gevolg van activatie van het autonome zenuwstelsel is weer dat de hartslag en bloeddruk toenemen, en je jezelf beter en alerter voelt. Tegelijkertijd neemt het vermogen van je hersenen om informatie op te nemen toe.

  • Bron: Complement Ther Clin Pract. 2021 Jan 27;43:101326.
  • Lees ook: https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/biografie/35858-rozemarijn-zijn-geschiedenis.html

zaterdag, maart 20, 2021

Sleutelbloemen bloeien

Sleutelbloemen bloeien. In onze Bretoense tuin waren het vooral stengelloze sleutelbloemen die er al vroeg volop bloeiden, in mijn huidige woonplaats zijn vooral de gulden sleutelbloemen goed vertegenwoordigt.  
Het sleutelbloemengeslacht telt een aantal soorten waarvan er drie in ons land voorkomen. De gulden sleutelbloem (Primula veris) heeft donkergele, klokvormige bloempjes. De eironde bladen staan in een wortelrozet en hebben een gekartelde rand. De bloempjes van de Primula elatior of de slanke sleutelbloem zijn lichtgeel. De laatste inheemse soort, de stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris) komt in het wild weinig voor. In onze vroegere Bretoense tuin is de stengelloze juist veel aanwezig. 

Het woord 'sleutel' in de naam refereert natuurlijk naar de plantvorm. De plant in zijn geheel lijkt inderdaad wel wat op een ouderwetse sleutel. Toeval of niet, ook Sinte-Pieter blijkt wat te hebben met sleutels. Als bezitter van de sleutels van de hemelpoort, wordt hij in de christelijke iconografie vaak afgebeeld met een sleutel. Verschillende legenden en sagen verklaren de oorsprong van de sleutelbloem. Een Vlaamse legende gaat als volgt. Toen de apostel Petrus aan het kruis hing, kwamen de engelen hem halen om hem naar de hemel te voeren. Toen ze vertrokken, gaven ze hem de sleutels van de hemel die hij op aarde liet vallen. Waar de sleutels terechtkwamen, groeide een nieuwe bloem: de sleutelbloem (De Cleene 1999: 997). 

Stengelloze sleutelbloem / Primula vulgaris
Een andere, ietwat aangepaste versie van deze legende vertelt het volgende. Een kindje stierf en klopte aan bij de hemelpoort. Wanneer Sint-Pieter het afgestorven zieltje binnenliet, liet hij de sleutels op aarde vallen. De gouden sleutels kwamen terecht op een kerkhof en op de plek waar zij neerploften ontsproot een bloempje. Een weesje vond 's anderendaags de bloem met sleutelbos en verspreidde het nieuws. Daarop kwam het volk het devote plantje bewonderen en noemde het hemelsleutelbloem (Teirlinck 1980: 214).

In het kruidenboek anno 1554 van Rembert Dodoens staat “van sluetelbloemen” het volgende te lezen: “Dat ierste gheslacht wordt gheheeten in Latijn nu ter tijt Herba S. Petri. In Hoochduytsch Himmelschlussel/ S. Peters kraut/ geel 28 Schlusselblumen ende wolrieckende Schlusselblumen/ in Neerduytsch S. Peeters cruyt ende welrieckende Sluetelbloemen.”De benaming sint-pieterskruid blijkt dus al lange tijd gangbaar te zijn.

In de apothekersboeken van 19de en zelfs 20ste eeuw werden vooral de sleutelbloemwortels als geneeskrachtig beschreven. De 'radix primulae' werden voorgeschreven als expectorans, dus vooral gebruikt om taai slijm uit de luchtwegen te verwijderen. Maar ook als pijnstillend en ontstekingswerend middel waren ze bekend. De wortels bevatten aspirine-achtige stoffen, die je ook kan reuken als je de wortels oogst.

Veel verwerken en gebruiken doe ik deze planten niet meer. Reden: redelijk zeldzaam, beschermd, weinig opbrengst, toch zijn zeker de wortels een interessant product om kleinschalig te oogsten. Wat wortels plukken en in honing laten trekken als siroop, tezelfdertijd kun je de plant scheuren en een deel van de wortels uitplanten. Wortels dus gebruiken en toch niet kapot maken. 



woensdag, maart 17, 2021

De rol van darmflora in de activiteit van plantaardige geneesmiddelen.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de samenstelling en kwaliteit van de darmflora een rol speelt bij aandoeningen als diabetes mellitus type 2, inflammatoire darmaandoeningen, auto-immuunziekten, depressie en obesitas. Het blijkt dat de inhoudsstoffen van planten de darmflora kunnen veranderen. Bovendien kunnen darmbacteriën plantenstoffen veranderen, waardoor er metabolieten in de darmen ontstaan. Deze blijken dan vaak wel (of beter) door de darm opgenomen te kunnen worden. 

wilde cichorei, wortel met inuline
Professor Bauer en zijn team hebben in hun laboratorium een proefopstelling van de menselijke darm nagebootst. Vervolgens hebben ze een extract van wilgenbast (Salix spp.) en een extract van meidoorn (Crataegus spp.) in dit systeem getest. In beide experimenten bleek dat het extract de groei van bepaalde darmbacteriën sterk stimuleerde ten opzichte van de controlegroep. Twee andere (combinatie)preparaten vertoonden dezelfde uitslag. Plantaardige geneesmiddelen blijken dus de darmflora te kunnen beïnvloeden en kunnen deze mogelijk terug in balans brengen. Het zou wellicht zo kunnen zijn dat de werkzaamheid van bepaalde plantaardige geneesmiddelen mede tot stand komt met behulp van de darmflora. Bauer pleit daarom voor meer onderzoek naar de activiteit van plantaardige geneesmiddelen in relatie tot de darmflora. 

Een voorbeeld: Inuline

Inuline komt voor in de wortels van planten die groeien in gematigd koude gebieden. Enkele voorbeelden zijn cichorei, aardpeer, dahlia, paardenbloem, schorseneer en artisjok. Het wordt opgeslagen in de vacuole van de plantencellen en is net als zetmeel een reservestof voor de plant. Het werkt ook als zogenaamde cryo-protectant. Dit wil zeggen dat het de plant beschermt tegen bevriezing.

Inuline bestaat uit een keten van tien tot enkele honderden fructosemoleculen met aan het eind van de keten een glucosemolecule. Daarmee noemen we het een polysacharide. Inuline zelf heeft geen zoete smaak (inuline preparaten bevatten vaak afbraakproducten, zoals fructo-oligosachariden met een zoete smaak, waardoor het preparaat wel vaak zoetig smaakt), inuline heeft een witte kleur en is vrij goed in water oplosbaar.

Inuline wordt niet door de dunne darm opgenomen, omdat bij de mens het nodige enzym niet aanwezig is om de beta-bindingen af te breken die tussen de verschillende fructose-eenheden zitten. In de dikke darm wordt inuline door bacteriën afgebroken tot verschillende afbraakstoffen die biologisch actief zijn en zo voeden we ook de goede darmbacteriën.

Wat feiten over inuline op een rij:

1) Fructose-ketens vormen inuline en fructo-oligosacchariden (inulineketens). Inuline is een onoplosbare zoete stof, die niet in de dunne darm wordt afgebroken en in de dikke darm terechtkomt. Lactobacillus reuteri kan inuline vormen.

2) Fructo-oligosaccharide (FOS) wordt gebruikt om de darmflora op te bouwen. Het verlaagt de pH en geeft een stijging van Bifidobacterium, Lactobacillus en Bacteroides spp. en E.coli.  Inuline is te vinden in artisjokken, asparagus, prei, ui (3%), arrowroot, zoete aardappelen, knoflook (8%) en vooral in de aardpeer (14%) en de cichoreiwortel (14%). De grote kliskruid, Arctium lappa bestaat voor 45% uit inuline. Je hebt slechts 100 gram aardperen (is 14 gram inuline) per week nodig om een flinke toename te bewerkstelligen.

3) Inuline remt worminfecties. Bij varkens die inuline kregen toegediend hadden 86% minder wormen in de darm.

4) FOS en inuline toediening zijn ongunstig bij een infectie met salmonella en overgroei met Enterobacteriaceae. De stoffen stimuleren kolonisatie en translocatie (binnendringen van het slijmvlies) van salmonella. Gelijkertijd toegediend calcium gaat dit negatieve effect tegen.

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31408679/


zondag, maart 14, 2021

Herboristenweekend bij Bonsoy. Over valeriaan.

Tijdens onze kruiden-tweedaagse bij Bonsoy vonden we ook vrij veel valeriaanplanten. Niet verwonderlijk, in vochtige, voedselrijke grond voelt de echte valeriaan zich goed thuis. In deze periode van het jaar beginnen de eerste blaadjes van de planten bovengronds te komen en worden ze ook voor ons zichtbaar. Al blijft het toch wel snuffelen op de grond om die jonge blaadjes te detecteren. Moeilijk maar ook wel boeiend. Een spoorzoeken dat veel voldoening geeft. 

Deze Valeriana officinalis behoort zonder meer tot de top twintig van de geneeskrachtige plant. Ook dat officinalis, zeg maar een officiële plant die in de officine, de apotheek gebruikt wordt, verwijst al naar de waarde van dit kruid. Niet verwonderlijk dus dat ook chemici en farmacologen regelmatig in de wortel gepeuterd hebben.

Als stamplant van de valeriaan, die als geneeskruid wordt gebruikt volgens de verschillende artsenijboeken, geldt Valeriana officinalis L. De plant behoort tot de familie der Valerianaceae, waarvan er wereldwijd zowat 400 soorten bestaan, verdeeld over 15 geslachten. Bekende andere familieleden zijn Centranthus ruber, ook wel rode valeriaan genoemd, een bekende sierplant in tuinen en Valerianella olitoria of veldsla, dat als groente wordt gegeten.
De Valeriana officinalis volgens Linnaeus is een zeer complexe verzamelsoort, die binnen de soort een groot aantal ondersoorten en variëteiten herbergt, die, hoewel ze morfologisch, geografisch en in chromosomenaantal duidelijk kunnen verschillen, vaak uiterst moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Volgens sommige systematici dient een aantal ervan als afzonderlijke soorten te worden beschouwd. In Nederland en België komt voornamelijk een octoploïde vorm voor (2n = 56).

Groeiplaats van Valeriaan

Valeriana officinalis is een overblijvende plant die oorspronkelijk afkomstig is uit Noord Rusland en zich van daaruit verspreid heeft over geheel Midden en West-Europa, Klein Azië, Siberië en Japan. De plant behoort ook tot de Indische plantenwereld en is ingevoerd in Zuid Afrika en Noord Amerika. Hij groeit zowel op droge als op vochtige bodem, in moerassen en op bergen. De enorme verspreiding moet wellicht worden toegeschreven aan het lichte pluizige zaad, dat gemakkelijk door de wind wordt meegenomen. Hoewel de valeriaan tenslotte overal groeit, geeft ze toch de voorkeur aan vochtige moerassige grond.

Teelt en oogst van valeriaan

snuffelen naar kleine plantjes langs de Maas
De plant wordt zowel in het wild verzameld als gekweekt. De valeriaan die hedendaags in de handel wordt gebracht is voornamelijk geteeld. Overal waar valeriaan als geneeskruid toepassing vindt, wordt gebruik gemaakt van de wortel: Valerianae radix. Deze valeriaanwortel bestaat uit een wortelstok, de eigenlijke wortels en de uitlopers. De wortelstok of de stengelvoet is het belangrijkste deel. In het 2e jaar groeit daar ook de bloeistengel uit.
De oogsttijd is voornamelijk september en oktober, hoewel er ook kwekers zijn die het hele jaar door oogsten afhankelijk van de vraag naar het geneeskruid.
Tijdens en na het drogen verandert de kleur van de wortel van wit tot donkerbruin, waarbij dan tevens de bekende voor valeriaan zo specifieke onaangename geur ontstaat. Naarmate sneller wordt gedroogd (bv. via vriesdrogen) blijft de wortel lichter van kleur. Vroeger meende men dat de donkerste wortel ook de meest geneeskrachtige was (Van Dorssen, 1935).

Valeriaanzuren

Omdat de sterke, vreemde geur van Valeriaan nogal opvallend is, zeker als hij gedroogd is, heeft men de werking vooral willen toeschrijven aan de geurstoffen, de vluchtige olie. Daarom hebben wetenschappers in hun zoektocht naar stoffen met een kalmerende werking veel analyses gedaan op de olie van de plant. De stoffen die werden gevonden, zoals isovaleriaanzure bornylesters, valereenzuur en valeranon hadden wel degelijk een sedatieve en spasmolytische werking bij kikkers en konijnen, alleen waren er maar minimale hoeveelheden hiervan in de plant aanwezig.

Valepotriaten
Naast vluchtige oliestoffen komen er ook kleine hoeveelheden alkaloïden voor, zoals methylpyrrylketon en valerianine, die sedatief zijn. Interessant is ook dat een ander alkaloïde actinidine, geen kalmerende maar juist een opwindende werking heeft... op katten. Al heel lang is bekend dat katachtigen opgewonden geraken al ze Valeriaan reuken.
In de jaren zestig van de vorige eeuw werden door Schultz en medewerkers nieuwe kalmerende stoffen gevonden in Valeriana wallichii, een valeriaansoort uit de Himalaya en in Centranthus ruber, de rode valeriaan, die bij ons als sierplant verkocht word, maar die ook verwilderd op muurtjes groeit. Deze nieuwe verbindingen noemden zij valepotriaten, afgeleid van valeriana-epoxy-tri-esters. Het zijn nogal instabiele verbindingen, die onder invloed van warmte, zuren en alcali gemakkelijk kunnen afbreken, wat mogelijk de reden is dat ze zo laat ontdekt werden. Deze verschillende verbindingen hebben natuurlijk ook allemaal en eigen naam gekregen, waarvan de belangrijksten valtraat, didrovaltraat en isovaltraat zijn.
Interessant is ook dat bij het gebruik van die geïsoleerde verbindingen een hoge dosering niet méér kalmerende werking gaf, maar soms zelfs een verminderde werking.

Samengevat

Samenvattend zou je kunnen zeggen dat de werking van valeriaan niet terug te brengen is tot één stofje maar dat waarschijnlijk een complex van bestanddelen en zelfs de geur de werking bepalen. Om al de stoffen nog eens op te sommen:
  • valepotriaten hebben een duidelijk sederende activiteit
  • etherische olie lijkt minder actief, maar kunnen toch mede de werking richten, mogelijk ook door het ruiken zelf.
  • afbraakstoffen van de valepotriaten vertonen soms ook een sedatieve werking, dus als er geen valepotriaten aanwezig zijn in tinctuur of thee kunnen ook die stoffen de werking mede veroorzaken.
Ouder wetenschappelijk onderzoek
  • Bounthanh, C., C. Bergmann, J.P. Beek, M. Haag-Berrurier en R. Anton (1981)Planta Med. 41, 21-28
  • Van Dorssen, Chr. J, (1935) Radix Valerianae, Dissertatie, Utrecht
  • Von Eickstedt, K.W. en S. Rahman (1969) Arzneim.-Forsch. 19, 316-3-19
  • Hegnauer, R. (1966) Pharm. Acta Helv. 41, 577-587
  • Hegnauer, R. (1973) Chemotaxonomie der Pflanzen, Band VI, Birkhauser Verlag, Bazel-Stuttgart, blz. 638-657
  • Van Meer, J.H. en R.P. Labadie (1980) in: Plantaardige geneesmiddelen in de gezondheidszorg, (Labadie, R.P. Editor) Bohn, Scheltema en Holkema,Utrecht, blz. 156-163
  • Meijers, T. (1957) Een onderzoek van het Linneon Valeriana officinalis L. in Nederland, Dissertatie, Leiden
  • Schultz, O.E. en K. Eckstein (1962) Arzneim.-Forsch. 12, 12-15, ibid.12,1005-1012
  • Stoll, A., E. Seebeck en D. Stauffacher (1957) Helv. Chim. Acta 46, 1205
  • Thies, P.W. en S. Funke (1966) Tetrahedron Lett. 11, 1155-1170
  • Thies, P.W. (1971) in: Pharmacognosy and Phytochemistry (Wagner, H. en L. Hörhammer, Eds) Springer Verlag, Berlijn, Heidelberg, New York blz.41-63
  • Wagner, H. en K. Jurcic (1979) Planta Med. 37, 84-86
  • Wagner, H., K. Jurcic en R. Schaette (1980) Planta Med.38, 358-365

zaterdag, maart 13, 2021

Kruidenles bij Bonsoy. Over speenkruid, sleutelbloem en veel meer.

Na vele keren uitstel door Corona dan toch weer buitenles bij Bonsoy. Wel dreigend weer, wolken, wind en water, natuurelementen dus en dat maakt een herboristenopleiding alleen maar (h)echter. 

Wandelen en stoppen, wandelen en nog meer stoppen. Snuffelen naar onooglijke plantjes die pas uit hun winterslaap komen. Gelukkig zijn de bosplanten er altijd vroeg bij. Daslook, bosanemonen, speenkruid en ook de sleutelbloemen zelfs in gele bloei. 

Een bos bedekt met gele sleutelbloemen is een van mijn voorjaars-geneugten. Nog meer genot geven ze als je de oude verhalen over deze Primula’s kent. Een Griekse jongeling Paralysos genaamd, was zo bedroefd over de dood van zijn bruid, dat de goden, bewogen door deze grote liefde, hem in een sleutelbloem veranderde. Interessante geschiedenis maar of die jongeling daarmee gelukkig was, vertelt het verhaal niet. Wel werd daarmee de oude naam Herba paralysis, een kruid tegen verlammingen verklaard. 

Mogelijk zijn veel van die vreemde verhalen ook ontstaan om medicinale en andere nuttige informatie beter te kunnen onthouden. Hildegard, 12de eeuw, noemde de plant Hemelsleutel of Hymelsloszel, een naam die zou komen van de gevallen sleutelbos van Sint-Pieter en nog verder teruggaand van de Germaanse godin Freya. De plant zou de sleutel zijn naar de verborgen schatten, naar het geluk en de wijsheid. Zo iets als een nieuwe lente en een nieuwe hoop. En ja die gele hoop kunnen we zeker dit voorjaar goed gebruiken. 

En dan de eerste gele speenkruidbloempjes van het nieuwe jaar. Voor mij, het kruid van het vroege voorjaar, deze Ficaria verna. In het verleden werd het plantje nog al eens vergeleken met de Stinkende gouwe, zo noemde Dodoens het Kleine gouwe, een oude Franse benaming is Petite chelidoine en een Engelse naam is Lesser-celandine. Niet verwonderlijk die vergelijking want het zijn allebei planten die, zo vroeg al, mooi fris groen zijn en geel bloeien. Al lijken ze verder helemaal niet op mekaar. In 1644 schreef Dodoens reeds dat,
de wortelkens met aanhangende greynkens van het Speencruydt te ghebruycken zijn om de speenen te genesen: want de speenen oft anbeyen met het sap van dit cruydt met wijn oft pisse van den krancken (ja, je leest het goed) ghemengelt zijnde, dikwijls gewassen ende ghenet, worden kleynder ende in een getrocken ende verdroogen heel.

Mijn commentaar: een kruid laten trekken in urine van de persoon in kwestie vind ik een boeiende gedachte. En met die kruidenthee als kompres kun je dan je aambeien of speen behandelen. Een andere oude interessante naam voor het Speenkruid is haneklootjes, de mensen zagen in de langwerpige verdikte wortels een gelijkenis met de teelballen van een haan. Dat lijkt mij beter getypeerd dan de overeenkomst met aambeien. Volgens de signatuurleer (het uiterlijk van een plant geeft aan voor welke ziekte het kruid gebruikt kan worden) zou Speenkruid dus niet alleen goed moeten zijn tegen aambeien maar ook tegen teelbalkwalen of, met enige fantasie, tegen te zwak zaad. Oude kruidenboeken lezen, prikkelt misschien niet direct het lichaam maar in elk geval de geest.

Daslook en maretakken waren dit weekend ook van de partij. Vanzelfsprekend, de groene draad door het weekend. Daslookblad hier in 'mijn' domein volop aanwezig in geur en groen. Ons wild voedsel bij uitstek. Zo rauw tussen de boterham met smeerkaas of als pesto met pasta, En geneeskracht genoeg. Op de bloedvaten, cholesterolverlagend en elasticiteitverhogend en in de darmen en op de luchtwegen bacteriedodend en darmflora-verbeterend. Afzettingen op de vaatwanden, zogenaamde plaques, worden o.a. veroorzaakt door schuimcellen (histiocyten). Doordat deze in staat zijn om geoxideerde lipoproteïnen (LDL) op te nemen, komt het tot een verdikking van de vaatwand. Deze vervetting door schuimcellen heeft een vernauwing van de bloedvaten tot gevolg, waardoor een hartinfarct of een beroerte kan ontstaan.
De zwavelactieve stoffen van daslook zorgen er voor dat de lipoproteïnen niet meer kunnen worden opgenomen in de vaatwand. Door de aanwezigheid van glutamyl-peptiden in de bladeren heeft daslook ook een remmende werking op het ACE enzym dat de bloeddruk regelt. Zo kan daslook op verschillende manieren hart en bloedvaten beïnvloeden.

En als afsluiter van het weekend. Onder de oude appelboom verzadigd van maretakken genieten van zon, wind en wolken en van de mythische maretakken. Geheime geneeskracht. Energie zonder op te eten.



donderdag, maart 11, 2021

Tuinen. Verloren maar beleefd. Herinneringen.

Een tuinmens die steeds maar verhuisd. Je moeizaam maar met plezier opgebouwde tuin verlaten en opnieuw beginnen. Een vreemde vorm van masochisme of toch zinvol? Het voordeel is dat ik veel later die verlaten tuinen nog eens kan bezoeken en bekijken wat er van geworden is. Verwoest of verkracht door de volgende eigenaar of verlaten en opnieuw ingenomen door de echte natuur.
Een herborist, tuinmens op den dool, die tussendoor toch nog eens zijn vroegere tuinen kan en wil bezoeken. Of tenminste wat daar nog van over is. Of toch beter maar leven van tuinherinneringen?

Verleden tuin Schriek. 

Klaproosdromen
Begeesterend, spannend en emotioneel vind ik het rondsnuffelen tussen de resten van planten die ik daar ooit gezaaid en geplant heb. Zien hoe ze hun eigen gang gaan, zich flink uitbreiden of overwoekerd worden door de echte natuur. Zuiderse Monnikenpepers, waarvan de bloeitakken zich kronkelend door de open serredeur naar buiten wringen; Marokkaanse munt, onvervalst geurend en woekerend tegen huizenhoge bamboes op, stevige Griekse alant, aardperen en gele agrimonies die zich zonder problemen handhaven. Natuurlijk zijn er vele tere, ooit vertroetelde plantjes verdwenen, niet alles kan zich in dit geweld van groei staande houden. Gelukkig denk ik minder aan de planten die er niet meer zijn, dan aan de nog aanwezige kruiden. Uit het oog is in dit geval, gelukkig wel een beetje uit het hart.

Herinnering van lang geleden. Donderdag, Ik kom hier vandaag nog wat planten oogsten voor de herboristenopleiding van vanavond in Haasrode en voor de cursus van de volgende dagen helemaal in Natoye. Vooral het plukken van de Vitextakken vol zoet geurende zaden dompelt mij onder in een Oosterse sfeer van duizend en één nachten, niet verwonderlijk voor een zaadje dat hormonaal werkzaam is. Gelukkig brengt het ploeterend oogsten van ondergrondse aardpeerknollen en alantwortels mij terug naar de aardse werkelijkheid. En een half uur later rij ik weg met een auto vol van aardse en hemelse geuren, op weg naar de mensen.

Verleden tuin Weelde Statie. 

Herinnering. Op het omgewoelde terrein bij de oude spoorweg van Weelde ontkiemen massaal teunisbloemen, slangenkruiden, wouw en andere tweejarige rosetplanten. De klassieke akkeronkruiden zijn natuurlijk ook van de partij, vooral de klaproos is reeds aan zijn spectaculaire bloei begonnen. Als derde plantengemeenschap zijn het vooral de heksenkruiden zoals doornappel en bilzekruid die hun magische geuren verspreiden. Voor een herborist is dit bijna van het goede te veel. Wat een overvloed van betekenis, wat een symbolische en historische waarde op enkele vierkante meters.

Teunisbloem, een gastarbeider van de zoveelste generatie, waarvan de zaden meegeholpen hebben om genetische codes te ontcijferen. Wouw of Reseda luteola, een historisch kleurstof dat vroeger onze kleding geel verfde. Klaproos, een begeleider van menselijke activiteiten, van landbouw tot slagveld. En dan doornappel, een dodelijk stekelige appel die in een zeer ver verleden onze primitieve hersenen misschien zo door mekaar geschud heeft, waardoor we nu een beetje homo sapiens, denkende mens zijn geworden.

Zo vertelt de vervallen spoorweg van Weelde zijn eigen geschiedenis! Een tuin in Weelde vertelt ook  mijn geschiedenis!
  • De dertig jaar oude jeneverbes als jong plantje gekregen van een nu overleden Fons. Moet en kan ik deze Fons-jeneverbes verplanten?
  • Een even oude Heggerank, ooit in een Hoegaardse holle weg uit de leem getrokken, toen geplant in ons armoedig Turnhouts zand en nu 30 jaar later na een kwartuur voorzichtig graven, een dertig centimeter brede en vijftig cm hoge bietachtige wortel aan de oppervlakte gebracht. Eén centimeter geschiedenis per jaar.
  • Een witte en zwarte moerbei, die hun takken tot aan de top van het dak uitstrekken. En in de schaduw van al deze bomen en struiken groeien en bloeien enkel vierkante meters daslook. Nu een massa geurend groen dat ooit als één blad en bolletje in deze tuin werd gebracht.
Elke plant een stuk van mijn leven. Elke geur een herinnering.

maandag, maart 08, 2021

Last van coronablues? Ga naar buiten...

De coronalockdowns maken mensen eenzaam en ongelukkig, maar er is een tegengif. Volgens Oostenrijkse psychologen kun je de psychologische mokerslagen van het isolement en de stress van het thuis zitten opvangen door gewoon naar buiten te blijven gaan. En wat ook helpt, is het verminderen van de tijd die je doorbrengt achter een scherm.

Studie

Tijdens de eerste coronalockdown van april 2020 volgden onderzoekers van Karl Landsteiner University of Health Sciences 286 Oostenrijkers gedurende 21 dagen. Drie keer per dag vroegen de onderzoekers de studiedeelnemers of ze op dat moment binnen of buiten waren, en hoe eenzaam en gelukkig ze zich voelden. Aan het einde van elke dag vroegen de onderzoekers de studiedeelnemers hoeveel uur ze voor een scherm hadden doorgebracht.

Resultaten

Er was, precies zoals je zou verwachten, een verband tussen eenzaamheid en geluk. Hoe eenzamer de studiedeelnemers zich voelden, hoe ongelukkiger ze waren. Een factor die geluk in de hand werkte, was buiten zijn. Als de studiedeelnemers buiten waren, voelden ze zich gelukkiger. Ze voelden zich ook een beetje minder eenzaam. De relatie tussen geluk en buiten-zijn was nog iets complexer dan dat. Als de participanten buiten waren, was het verband tussen eenzaamheid en jezelf ongelukkig voelen minder sterk. 

De onderzoekers keken tenslotte ook naar screen time. Hoe meer tijd de studiedeelnemers voor een scherm doorbrachten, hoe eenzamer en ongelukkiger ze zich voelden.

Conclusie

"Our results are important in this context because they show that being able to spend time outdoors under conditions of lockdown has a beneficial impact on psychological wellbeing", zegt onderzoeksleider Viren Swami in een persbericht. [sciencedaily.com January 8, 2021.] "Being outdoors provides opportunities to escape from the stresses of being confined at home, maintain social relationships with others, and engage in physical activity, all of which can improve mental health."

Bron: J Happiness Stud. 2021 Jan 2;1-18.

dinsdag, maart 02, 2021

Jong en oud duizendblad

Jonge blad van duizendblad Achillea millefolium begint fris gewassen aan een nieuw groeiseizoen. Nieuw groen doet dit jaar meer dan ooit leven. 

Duizendblad een eeuwenoude plant en geneeskruid. Pollen van duizendblad zijn samen met de pollen van andere geneeskruiden al aangetroffen in een neanderthalergraf dat dateert uit 65000 jaar voor Christus. De oudste schriftelijke bronnen in Europa waarin de medicinale toepassing van duizendblad wordt genoemd, zijn van Plinius de Oudere en Dioscorides (eerste eeuw na Christus), en van latere datum – ongeveer 950-1000 jaar na Christus – zijn enkele Anglosaksische kruidenboeken zoals het Old English Herbarium, het Leechbook van Bald en Lacnunga. In deze bronnen wordt het gebruik van duizendblad aangeprezen voor de behandeling van onder andere (bloedende) wonden en ontstekingen, hoofdpijn, koorts, maag-darmklachten (brandend maagzuur, buikpijn, spijsverteringsklachten en diarree), menstruele bloedingen en longaandoeningen. 

De aanwezigheid van flavonoïden (spasmolytische werking), koffiezuurderivaten (choleretische activiteit) en sesquiterpenen (ontstekingsremmende en antibacteriële effecten) in duizendblad lijkt dit traditionele gebruik te onderbouwen. Naast de traditionele toepassingen wordt in fytotherapeutische handboeken aan duizendblad sporadisch ook een bloeddruk verlagende werking toegeschreven. Recenter experimenteel farmacologisch onderzoek lijkt deze hypotensieve activiteit en andere cardiovasculaire effecten van duizendbladextracten te bevestigen.

Vaatbeschermende activiteit 

Dall’Acqua et al. hebben de vaatbeschermende werking en effecten op vasculaire ontsteking van een methanolextract van de gedroogde bovengrondse delen van duizendblad onderzocht. Het extract werd fyto-chemisch gekarakteriseerd door de aanwezigheid van chlorogeenzuur, kinazuurderivaten en flavonoïd(glycosid)en. In vasculaire endotheelcellen remde het duizendbladextract de door interleukine-1β geïnduceerde activatie van de pro-inflammatoire transcriptie factor nuclear factor-κB. Deze bevindingen vormen een eerste aanwijzing voor de beschermende werking van duizendblad bij vasculaire ontstekingsreacties. Ontsteking aan de vaatwand veroorzaakt atherosclerose. In concentraties beneden 60 μg/ml stimuleerde het duizendbladextract de groei van vasculaire gladde spiercellen met 30-40%. Het extract veroorzaakte daarnaast ook een significante verhoging van de levensvatbaarheid van vasculaire gladde spiercellen, een effect dat werd geblokkeerd door een niet-selectieve remmer van de oestrogeenreceptor. Deze waargenomen effecten op het vasculaire gladde spierweefsel doen vermoeden dat duizendblad bij de progressie van atherosclerose kan leiden tot een meer stabiel fenotype van atherosclerotische plaques, waardoor het risico op trombose vermindert.

  • Dall’ Acqua S, Bolego C, Cignarella A, Gaion RM, Innocenti G. Vasoprotective activity of standardized Achillea millefolium extract. Phytomed 2011;18:1031-6.
  • Applequist WL, Moerman DE. Yarrow (Achillea millefolium L.): a neglected panacea? A review of ethnobotany, bioactivity, and biomedical research. Econ Bot 2011;65(2):209-25
  • 3 Benedek B, Kopp B. Achillea millefolium L. s.l. revisited: recent findings confirm the traditional use. Wien Med Wochenschr 2007;157(13/14):312-4. 
  • 4 Si XT, Zhang ML, Shi QW, Kiyota H. Chemical constituents of the plants in the genus Achillea. Chem Biodivers 2006;3:1163-80.

Passiflora en stress

Chronische stress leidt op termijn onder andere tot een langdurige verhoging van het stresshormoon cortisol. Dit heeft naast lichamelijke effecten, waaronder hypertensie, insulineresistentie en verstoringen in de immuunreactie, ook psychische effecten die kunnen leiden tot angststoornissen, burn-out of depressie. 

De niet-medicamenteuze behandeling bij chronische stress berust op bewustzijnsvergroting en ontspanningstechnieken. Dit kan worden aangevuld met een medicamenteuze behandeling met benzodiazepines of barbituraten. Deze hebben als groot nadeel dat ze tot afhankelijkheid kunnen leiden, een effect dat al bij relatief kortdurend gebruik optreedt [1]. 

Er zijn fytotherapeutische alternatieven, en passiebloem (Passiflora edulis Sims., voorheen P. incarnata L.) is veelbelovend. De passiebloem wordt volgens verschillende kruidenmonografieën gebruikt bij zenuwachtige rusteloosheid (Commission E), spanningen en slaapstoornissen (ESCOP), milde stresssymptomen en ter promotie van de slaap (EMA). Passiebloem heeft mogelijk vergelijkbare effecten bij een gegeneraliseerde angststoornis als 30 mg van de benzodiazepine oxazepam. Verder lijkt passiebloemextract pre-operatieve angstklachten te verminderen en heeft het een positief effect op kinderen met ADHD [1]. Verschillende onderzoeken bevestigen de rustgevende en anxiolytische (angstwerende) effecten van passiebloem op het centrale zenuwstelsel. 

De werkzame stoffen uit passiebloem met een effect op het centrale zenuwstelsel omvatten alkaloïden waaronder harman en harmol, flavonoïden waaronder chrysin, apigenin, vitexin en orientin en verschillende andere polyfenolen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het werkingsmechanisme tot stand komt door middel van modulatie (regulatie) van het GABA-systeem [2,3]. 

De neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) heeft een remmend effect binnen het centraal zenuwstelsel. Een lage concentratie GABA wordt geassocieerd met zenuwachtige rusteloosheid, angst- en slaapstoornissen. Chronische stress remt het GABA-systeem, waardoor het aantal GABA-specifieke neuronen in de hippocampus afneemt en cognitieve processen worden geremd. Er zijn twee soorten GABA-receptoren in de hersenen, namelijk GABA-A en GABA-B-receptoren. Barbituraten en benzodiazepines werken op de GABA-A-receptor en zijn, net als ethanol, positieve allosterische modulatoren. Verschillende in vitro- en in vivo-bindingsstudies met passiebloemextract laten effecten zien op beide GABA-receptoren [1]. Deze bevindingen zijn de resultaten van studies die uitgevoerd zijn met een passiebloem-droogextract (5-7:1, extractie in 50% ethanol [v/v]). 1 

Passiebloemextract heeft op verschillende manieren invloed op het GABA-systeem in het centrale zenuwstelsel. Passiebloemextract remt de GABA-heropname en bindt aan de GABA-bindingsplaats van de GABA-A-receptor. De planteninhoudsstoffen binden niet aan de GABAA-receptorbindingsplaatsen waar benzodiazepines en alcohol binden. Daarnaast heeft passiebloemextract een antagonistisch effect op de GABA-B-receptor [1]. Doordat inhoudsstoffen van het plantenextract niet binden aan de allosterische** bindingsplaatsen van benzodiazepines en ethanol op de GABA-A-receptor, induceert passiebloemextract geen afhankelijkheid. Passiebloem lijkt daarmee een effectief en veilig alternatief voor barbituraten en benzodiazepines bij milde stresssymptomen die leiden tot zenuwachtige rusteloosheid, angst- en slaapstoornissen.

REFERENTIES | [1] Hoffmann C. et al. Wirkmechanismus der Passionsblume aufgeklärt. Z Phytother. 2014; 35:215- 218. [2] Dhawan K. et al. Passiflora: a review update. J Ethnopharmacol. 2004;94(1):1-23. [3] Appel K. et al. Modulation of the γ-aminobutric acid (GABA) system by Passiflora incarnata L. Phyther Res. 2011;25(6):838-843. [4] Passion flower Monograph: Natural Medicines Comprehensive Database. http://naturaldatabase.therapeuticresearch. com, geraadpleegd op 16.12.2018. [5] Carrasco MC. et al. Interactions of Valeriana officinalis L. and Passiflora incarnata L. in a patient treated with lorazepam. Phyther Res. 2009;23(12):1795-1796

** Allosterie komt van het Griekse allos (anders) en stereós (plaats) en betekent ‘op een andere plaats’. Een receptor kan meerdere, verschillende bindingsplaatsen hebben. Ten eerste heeft een receptor een actieve bindingsplaats, in dit geval de plek waar GABA bindt, wat leidt tot receptoractivatie. Daarnaast kan een receptor tevens een of meerdere plaatsen bezitten waar een ander molecuul aan kan binden: een allosterische bindingsplaats. Als een molecuul bindt aan een allosterische bindingsplaats dan verandert de ruimtelijke structuur van de receptor zodanig dat de actieve bindingsplaats van vorm verandert, waardoor de werking van de receptor wordt beïnvloed. In dit voorbeeld bindt GABA aan de actieve bindingsplaats van de GABA-A -receptor. Barbituraten en benzodiazepines binden op een andere plaats dan de actieve bindingsplaats (dus op een allosterische plaats) en versterken de werking van GABA-A . Een agonist is een stof die aan een receptor kan binden en daarmee de receptor activeert. Een antagonist kan aan een receptor binden, maar dat heeft geen activatie van de receptor tot gevolg. Een antagonist kan wel de werking of het effect van een agonist remmen.


maandag, maart 01, 2021

Heemst ook tegen eczeem

Tussen de vele wortels die in zakken mee verhuisd zijn van Bretagne naar Bonsoy zoek ik naar heemstwortels. Helaas kan ik ze op dit moment niet vinden. Even later op internet vind ik wel een mooi onderzoekje over het gebruik van heemst bij atopisch eczeem bij kinderen. Google troost?

Eczeem bij kinderen natuurlijk en veilig behandelen? Dat zou volgens een recent onderzoek mogelijk kunnen zijn met een zalf gebaseerd op echte heemst. Constitutioneel eczeem of atopische dermatitis is een chronische, terugkerende huidziekte die vooral baby’s en jonge kinderen treft. Veelal worden medicijnen zoals hormooncrèmes voorgeschreven, die vervelende bijwerkingen opleveren. In een onderzoek van Naseri et al wordt de werkzaamheid van echte heemst (Althaea officinalis) bij milde tot matige atopische dermatitis geëvalueerd.

Constitutioneel eczeem, ook bekend als atopisch eczeem of atopische dermatitis, komt vooral voor bij baby’s en jonge kinderen. Het is een chronische ontsteking van de huid, waardoor roodheid, jeuk en schilfers kunnen ontstaan. Het is een chronische ziekte. De klachten kunnen tijdelijk verminderen en dan weer terugkomen.

De klinische studie die ik tegen kwam werd opgezet om de veiligheid en werkzaamheid van fytotherapeutisch gebruik van echte heemst bij kinderen met constitutioneel eczeem te onderzoeken. Aan deze studie konden kinderen tussen drie maanden en twaalf jaar deelnemen. Zij werden in twee groepen verdeeld. De ene groep gebruikte gedurende een week twee keer per dag een zalf met 1% Althaea officinalis. De controlegroep kreeg gedurende een week twee keer per dag een zalf met 1% hydrocortison. Na deze week werden bij beide groepen de zalven drie keer per week gedurende een periode van drie weken toegediend.

In totaal voltooiden 22 patiënten het onderzoek. In beide groepen werd een significante afname van de Scorad-score waargenomen, maar de heemstgroep gaf een significant hogere verbetering dan de hydrocortison-groep.

De resultaten van deze pilotstudie toonden aan dat de werkzaamheid van Althaea officinalis-zalf hoger is dan die van hydrocortison-zalf bij kinderen met atopische dermatitis. Ook laten de resultaten zien dat eczeem bij kinderen natuurlijk behandelen zelfs effectiever kan zijn dan behandeling met hydrocortison. Er zijn natuurlijk verdere studies nodig om deze bevinding te bevestigen, maar het verwondert mij niet dat deze slijmstofplant omwille van zijn verzachtende werking bij huidaandoeningen werkzaam kan zijn.

zaterdag, februari 27, 2021

Dansende nieskruiden

Opvallend nu in de hellingbossen bij de Maas is het stinkend nieskruid. Deze Helleborus foetidus bloeit vroeg in het voorjaar met een groot aantal knikkende bloemen in sterk vertakte, eenzijdig overhangende bloeiwijzen. Het klokvormige bloemdek van vijf kelkbladen is lichtgroen met een purperrode rand. De slungelige bloeiwijzen lijken wel als boze geesten door het schemerige bos te dwalen.

Stinkend nieskruid wordt bevlogen door honingbijen, hommels en de grote zweefvliegen die blinde bijen genoemd worden.Al die insecten vliegen al in maart, als er nog weinig nectarrijke bloemen zijn. De groene bloemkleur en de geur lijken nauwelijks aanlokkelijk voor insecten, maar honingbijen zien de kleur blijkbaar als geel en de geur wordt door hen ook wel gewaardeerd en... ik kan daar ook inkomen de vreemde, harsachtige geur spreekt mij ook wel aan.

Onstuimige niesbuien

Alle Helleborus-soorten zijn giftig. Hun geslachtsnaam zou zijn afgeleid van het Griekse helleborio, waanzinnig zijn. De wortelstok werd tot in het midden van de negentiende eeuw gebruikt als middel tegen geestesziekte. Die wortelstok bevat sterk op slijmvliezen werkende stoffen. Het opsnuiven van tot poeder gestampte gedroogde wortelstokken verwekt stevige niesbuien. Vroeger dacht men dat dit de druk op de hersenen verminderde. Alles aan nieskruid is giftig. Gedroogd en tot poeder vermalen werd stinkend nieskruid vroeger gebruikt als een probaat middel tegen wormen en luizen (vandaar de volksnaam luiskruid). Een verhaal gaat dat de Griekse veldheer Solon omstreeks 600 voor Christus de stad Kirka veroverde door grote hoeveelheden helleborus in het riviertje te gooien, dat de stad van drinkwater voorzag.

Een verwant van het stinkend nieskruid, de wrangwortel of Helleborus virides werd vroeger gebruikt tegen de wrang, een veeziekte veroorzaakt door een bacterie die wordt overgebracht door vliegen. De ontsteking van de uier, heeft verdroging van de huid tot gevolg en kan leiden tot de dood van de koe. Met een priem wordt in de huid van de koe een gangetje gemaakt, waarin een stuk van de giftige wortelstok van de wrangwortel wordt gestoken.We vinden dat gebruik terug in het 'Cruydeboeck' (1554) van Rembertus Dodonaeus, die de plant Viercruyt (vuurkruid) noemt: '.... Als eenich vee met eenighe haestighe sieckte bevanghen wordtsoo steken die lantluyden dese wortele in eenighe plaetse daer zy minst hinderen ende quaet doenmach ende daer coemt terstont alle quaet ende viericheyt ende dat vee wordt daer duer behouwen'