zondag, oktober 11, 2009

Unieke eik met maretak

CHÊNE à GUI.
We zijn al verschillende jaren op zoek naar een maretak op een eik. Je weet wel, de druïden die met hun gouden sikkel bij volle maan maretakken uit de eeuwenoude eiken snijden. De groeiplaatsen van 'chêne à gui' zoals ze in Frankrijk genoemd worden, vind je wel terug in allerlei documenten en zelfs op websites, maar als je er naar op zoek gaat, is ofwel de eik gekapt of zijn de maretakken verdwenen. We begonnen zo langzamerhand te denken dat maretakken op eiken een fabeltje waren.

Twee jaar geleden: een reis naar de eiken, met of zonder maretakken
We zijn op zoek naar de Chêne à gui. De legendarische mistel op de eik. De eerste zouden we moeten vinden bij het Fôret de Saint-Amond bij het dorpje Tramont. Maar hoe moeten we in een heel Frans bos één eik vinden met mogelijke Maretakken. Een wegwijzer zou wel handig zijn, maar zou ook een spirituele afgang betekenen. En tot overmaat van ramp zijn er wel 3 Tramontdorpjes (Lassus, StAndré en Emy).

Het weer is wonderbaarlijk. Waanzinnige wolken, stortbuien afgewisseld met brede opklaringen. Zonlicht dat laag over de al felgroene akkers scheert. En overal hier veel water en waters, Rijn, Moezel en Maas die zelfs wat uit hun oevers durven treden.
Bij het Bois de Amond rijden we door het dal van de Aroffe. Normaal een beekje van 2 meter breed, nu een bruin bruisende rivier van 10 meter. De weg ligt gelukkig hoog genoeg tot we in het dorpje Aroffe zelf komen, waar het gat onder de brug al dat water niet kan opvangen en dus over de weg zelf verder stroomt, een beetje ‘inodation’ noemen ze dat in het Frans. Gelukkig hebben we een andere route om in Tramont te komen en ondertussen hebben we alle boerendorpjes even bekeken, van Aouze, over Rainville, langs Pleuvezain, naar Vicherey, waar we even stoppen bij de kerk, mogelijke overnachtingsplaats, maar zoals gewoonlijk toch nog wat verder rijden om uiteindelijk toch in Tramont St André te landen.
De villages hier zijn echt wel van God en de wereld verlaten. Al is de autostrade vlakbij en zijn er kerken en kapelletjes op overschot. In Tramont is de kerk zelf het enige verlichte gebouw en wij, als goddelozen, overnachten er weer vlak bij. We worden zelfs om het kwartuur door de kerkklok opgeroepen en om het uur krijgen we een hele serenade. Benieuwd hoe dat vannacht zal aflopen.

2 maart: de oude eik van Tramont

Zwaar bewolkte maar droge ochtend in Tramont. Wel ja, de klokken van de kerk waren geen succes. De plaatselijke, in trainingspak gestoken, overbuurman weet van geen klokken, maar weet zomaar waar die oude eik is. En nog wel vlakbij. Wel even een steile weg op en daar aan de rand van het bos staat hij. Verhakkeld, van veel zware takken ontdaan maar indrukwekkend afstekend tegen de woeste wolken en wij als kikkers tegen hem opkijkend. Wel degelijk een indrukwekkende eik maar helaas zonder maretak. Zouden zij mede gesneuveld zijn samen met zijn oeroude takken? En wanneer zou dat dan gebeurd zijn?

Varennes sur Amance.
Dan maar verder naar de tweede Chêne a gui een hondertal kilometers verder in Varennes sur Amance. We rijden nog altijd door een overstroomd landschap. Gelukkig hebben ze hier de wegen wat hoger aangelegd. Zo lijkt het wel alsof autos amfibie-achtig over rivieren varen. Met de woeste wolken als golven boven ons en de riviergolven als schuimende wolken onder ons, dansen we met onze witte motorhome door een droomwereld.
In Varennes landen we weer vlak bij de kerk. De klokken zijn er ook. Stoten we ons weer aan dezelfde steen? Maar eerst wandelen naar een andere zogenaamde Misteleik. Een prachtige wandeling door bos en veld, dat wel, maar uiteindelijk na 2 uur wandelen vinden we een bewegwijzerde eik aan de rand van het bos maar zonder maretak.

3 maart: Gros chêne en het bos van Longchamp.

Vandaag een derde poging ondernemen om de mythische Misteleik te vinden. We moeten dan naar het dorpje Longchamp en beter noch naar het bos van Longchamp. Onderweg, op de grens van 2 departementen, in de buurt van Essertenne, zien we plots een bordje met ‘Gros Chêne’. Een smalle laan met vrij jonge Seqoiua leidt ons naar een echt oude, hoge en nog intacte eik maar natuurlijk zonder Mistel. Maar ook zonder mag hij er onverbiddelijk zijn.
Uiteindelijk iets na de middag in Longchamp, een vrij saai dorp met een faiancefabriekje. Maar hoe moeten we hier in het nabije woud van 2000 hectare een 'chêne remarquable' vinden. In de plaatselijke Bar Tabac vragen we met enige pudeur naar weer zo’n oude eik. Welke geschifte toeristen komen in de winter buiten de toeristische routes naar een onnozele eik vragen in een woud van duizenden bomen? De waard weet van niks, maar gelukkig zat de plaatselijke houthakker (le bûcheron) aan de toog een biertje te drinken. En hij wist van een hele oude eik in zijn jeugd, waar wel 4 kinderen voor nodig waren om hem te omarmen. Helaas was die boom ziek geworden en hadden ze hem vorig jaar moeten vellen. Daar sneuvelde ook onze derde poging om een Chêne a gui te ontdekken.

2 jaar later: Isigny-le-Buat en de ultieme Chêne à gui.

We ondernemen deze week onze ultieme poging om een maretak-eik te vinden. Helemaal naar Normandië, op de grens met Bretagne in het dorpje Isigny-le-Buat moet de ultieme eik uit mijn dromen staan. We vergeten even de 700 kilometer er naar toe. We naderen het onooglijk dorpje! Onderweg spieden we naar alle oude eiken in de weilanden, zowel eiken als maretakken zijn erhier in overvloed, maar een maretak op een eik, dat zien we nog niet. We komen aan in Isigny en parkeren bij de Mairie. De eerste de beste monsieur die ik beleefd aanklamp, heeft nog nooit van een maretak in een eik gehoord. Hij denkt dat ik de eikenstraat zoek.

Twee jonge gemeentewerkers zijn de plantsoenen aan het snoeien. Dat moeten toch bomenkenners zijn, zou ik denken. Helaas heeft die vriendelijke jonge man nog nooit van een oude eik gehoord. Gelukkig komt zijn vrouwelijke collega erbij, die vaag wel over die eik heeft gehoord. Ze begeleid mij naar het gemeentehuis, waar ze allemaal wakker schieten. In de gang hangt zelfs een grote foto van de eik in zijn gloriedagen. Helaas heeft hij tijdens de beruchte storm verschillende takken verloren en lijkt op sterven na dood. Maar ik wil hem nu ook in het echt zien. De 2 vriendelijke gemeentewerkers met hun vrachtwagentje vol gesnoeid hout rijden ons voor, buiten het dorp een smal gelukkig wel verhard veldweg op, ze stoppen bij een boerderij tussen de weilanden. De boer is niet thuis. De gemeentemensen wijzen mij aan het eind van een weiland een verhakkelde eik aan. De Chêne à gui! Een ondanks

alles, indrukwekkende eik met op de weinig overgebleven takken nog steeds immense bolvormige maretakken. Ik kruip onder de prikkeldraad door, de zompige grond onder het gras is doorboord met duizenden gaten van de koeienpoten, maar ik ren, ik zweef naar de chêne à gui. Bij het naderen wordt de stam, de takken en de maretakken steeds indrukwekkender. De laagste stoere tak is nog beladen met mistels, maar ik kan er net niet bij. Met enige overmoed wring ik mij tegen zijn stam omhoog, bengelend met één hand aan de misteltak, kan ik met mijn andere hand met enige moeite een bescheiden stukje afbreken. Dan moet ik de tak lossen en plof in de drassige koeienmodder. Maar niets kan dit magisch moment nog verbreken. Ik heb eindelijk een 'chêne a gui' gezien, gevoeld en beleefd.

zaterdag, oktober 10, 2009

Huizen, heiligen en hallucinogenen

Een dagje Ardennen als toerist, is iets wat ik jaren geleden met mijn ouders regelmatig beleefde. Die gewoonte is altijd een beetje gebleven. Ook vandaag verkennen we weer de Ardennen, maar dan niet alleen met de ogen en de oren van een toerist, maar met de zintuigen van een mogelijk toekomstige bewoner. We rijden op de autoweg Brussel – Luxemburg en nemen bij Custinne afslag 24. Een vreemde afrit, van de achtbaan autostrade komen we terecht op een éénbaan holle weg. Een afrit naar nergens of toch ergens, dat is zeker de charme van Wallonië, ze durven nog een dure autoweguitrit aanleggen om zomaar in de natuur terecht te komen.

Custinne, klinkt hard maar lijkt aardig, al stoppen we hier niet, we willen zomaar naar het Mariaheiligdom Beauring. De herinnering van lang geleden is nochtans totaal negatief, een rommelig dorp met kitscherige Mariabeelden. Maar het is ook erg lang geleden en dus zal er wel veel veranderd zijn.
Eerst navigeren we nog langs Ver, ook een dorp en duiken dan door Houyet, de Lessevallei in. Houyet zelf blijft voor mij nog altijd een rommelig dorp, maar stroomopwaarts is het wel grandioos mooi wandelen, al doe ik dat nu niet. Van Houyet kronkelen we min of meer langs de Lesse, voorbij de dorpjes Hour la petite en Hour le grand, allebei tres petit, en via Focant, komen we dan in Beauraing.

Als bij wonder verrijzen hier de supermarkten Carrefour, Delhaize, Aldi en Lidl. Zijn hier zoveel mensen komen wonen? Of zit de Heilige maagd hier voor iets tussen? Beauraing blijft in elk geval een klein stadje, het heiligdom ziet er wel iets properder uit dan ik me van 45 jaar geleden kon herinneren. Maria zelf, het beeld bedoel ik, ziet er proper wit wit uit, geen lichtblauw randje zoals haar collega uit Lourdes. Eerlijk gezegd die uit Lourdes vind ik wel mooier. De Beauraingvrouw heeft ook een vreemd kroontje op haar hoofd. Het lijkt mij eerder een Ufo-antenne.
Wat mij als herborist wel aanspreekt is, dat Maria niet alleen boven op de spoorwegbrug verscheen, wel erg onromantisch van Maria, maar ook onder een doornige Meidoornstruik. Haar stenen beeltenis staat nu ook opgesteld onder die Meidoorn. Zou dat echt dezelfde struik zijn van 77 jaar geleden?

Mevrouw Gilberte Degeimbre is de laatste overlevende van de kinderen die toen de maagd zagen. Ze was toen 9 en ook nu nog altijd zeker van haar zaak. In verschijningen geloof ik persoonlijk niet, maar het blijft toch een mysterie hoe verschillende kinderen toen die verschijning samen beleefden, ook nu geen enkele twijfel vertonen en duizenden mensen, ook nu nog deze, toch niet zo aangename plek, met bussen vol komen bezoeken en er nog kracht uit putten ook. Dat is voor mij het echte wonder.

Wij dwalen ondertussen verder, door de Ardennen en door de heidense wereld. Naar Dion, niet naar Céline, maar naar nog een godvergeten dorpje op loopafstand van Frankrijk en de Maasvallei. Givet is in de buurt en de witte rookwolken van de kerncentrale vlakbij. Onschuldig maar toch dreigend.

We rijden verder naar een streek die mij meer aanspreekt. Belvaux Han sur Lesse. Mooier, plantenrijker en vroeger door mij veel bewandeld, dus ook een portie heimwee komt erbij. Bij het kasteel van Resteigne aan de Lesse drinken we een koffie. Tussen Resteigne kasteel en Belvau kun je helemaal langs de Lesse op en neergaand door het hellingbos genieten van een echte religieuze sfeer en een spirituele plantengroei. Dat de H.Maagd hier niet verschijnt, getuigt toch niet van goede smaak. In het hellingbos hier groeit onder andere het Heksenkruid, een weinig opvallend plantje met ragfijne dansende bloemetjes, als je op je knieën en liefst nog met een loupe erbij, het bloemetje bekijkt, is het alsof er een heksje op een bezemsteel over de mulle bosgrond zweeft. Wonderen zijn er overal te beleven, als je dat zelf maar wilt.
Aan de overkant van de Lesse, weet ik, ja zomaar uit mijn blote hoofd, nog Astragalus glycophyllos groeien, als dat niet heilig klinkt. Soms voel ik mij met al die Latijnse plantennamen een heidense hogepriesters. En als er dan toch religie moet bestaan, dan liefst een animistische natuurgodendienst .

In Belvau of Belvaux bij Han sur Lesse verdwijnt de Lesse in de grotten van Han, le gouffre de Belvau,hallucinant mooie om niet te zeggen magische plek waar de meest magische plant Atropa belladonna of de Wolfskers nog overdadig het schaduwrijke Belladonnastraatje bemand en hogerop in de warme rotsen, waar ik uren kan zitten, groeit welig het Wildemanskruid, Gamander en geurende wilde tijm. Hier voel je nog even de echte heiligheid in alles.

Gouffre de Belvaux, is het gat waar de Lesserivier de kalksteengrond van het Boine massief binnenstroomt via een duizelingwekkende sifon van zo'n 50 meter diep. De rivier koos deze ondergrondse route zo'n 100.000 jaren geleden. Bij heel veel regen in het voorjaar kan het gat al dat water niet direcht verwerken, waardoor het niveau van de Lesse tijdelijk verschillende meters kan stijgen.

dinsdag, oktober 06, 2009

Nachtvlinder.
Deze foto van een Franse nachtvlinder vond ik terug in mijn oude fotobestanden. Een magische mot die bij ons Franse huis tegen de buitenlamp vloog. Wie kent deze reuzenvlinder met zijn grote ogen?

Het Franse dorpje in de buurt noemt ook La Motte, maar daar zal mijn mot wel niks mee te maken hebben.

Een zeker Dirk, die mij kent, maar die ik niet zo direct ken, laat mij weten dat de vlinder een nachtpauwoog Saturnia Pavonia vrouwtje is. Legt o.a eitjes op braam, bosbes, meidoorn, struikheide, wilg en vuilboom.

maandag, oktober 05, 2009

Vitex en andere vertrouwde plantenvrienden.
Op donderdag was ik nog eens in mijn oude, nu verwilderde tuin in Schriek. Begeesterend, spannend en zelfs emotioneel vind ik het rondsnuffelen tussen de resten van planten die ik daar ooit gezaaid en geplant heb. Zien hoe ze hun eigen gang gaan, zich flink uitbreiden of overwoekerd worden door de andere natuur. Zuiderse Monnikenpepers, waarvan de bloeitakken zich kronkelend door de open serredeur naar buiten wringen, Marrokaanse munt, onvervalst geurend, woekerend tegen huizenhoge bamboes op, maar ook Griekse alantplanten, Aardperen en gele Agrimonies kunnen zich zonder problemen handhaven.
Natuurlijk zijn er ook veel ooit vertroetelde plantjes verdwenen, niet alles kan zich in dit geweld van groei standhouden. Gelukkig denk ik minder aan de planten die er niet meer zijn, dan aan de nog aanwezige kruiden. Uit het oog is wel een beetje uit het hart.

Ik kom nu nog wat oogsten voor de herboristen opleiding van vanavond in Haasrode en de cursus van de volgende dagen helemaal in Natoye. Vooral het plukken van de Vitextakken vol zoet geurende zaden dompelt mij onder in een Oosterse sfeer van duizend en één nachten, niet verwonderlijk voor een zaadje dat hormonaal werkzaam is.
Gelukkig brengt het ploeterend oogsten van ondergrondse aardpeerknollen en alantwortels mij terug naar de aardse werkelijkheid.
En een half uur later rijd ik weg met een auto vol van aardse en hemelse geuren, op weg naar de mensen.

Ter informatie, hier een verkorte versie van de monografie over Vitex, zoals beschreven in het cursusboek van de Herboristen Opleiding 'Dodonaeus'. Deze monografieën worden besproken in onze opleiding, die pas gestart is in Natoye (Wallonië) en Ronse (Vlaanderen). Het cursusboek is ook te bestellen bij Maurice Godefridi vlaamseherboristen@gmail.com

Een monografie van VITEX AGNUS CASTUS L. Kuislam - Monnikenpeper

Algemene en Botanische Informatie
Familie: Verbenaceae - IJzerhardfamilie
Naam: Gatillier (Fr.), Mönchpfeffer (D.), Chaste fruit (E.).
Synoniem: Abrahamsboom
Etymologie:Vitilium, vlechtwerk. Agnus, agonus van onvruchtbaar (Grieks), Castus kuis.
Verwanten: De geslachten Caryopteris en Callicarpa.
Beschrijving: Sterk ruikende opgaande struik. Blaadjes van 3-7 op 5-12 cm, toegespitst, gaafrandig

Materia Medica
Agni casti fructus,De vruchten van Vites agnus castus L.
Beschrijving: Kogelvormige, 3 tot 4 mm grote, bruinbeige wollige vruchten. De gekneusde vrucht ruikt naar Salie.De smaak is peperachtig scherp.

Samenstelling
*Flavonglycosiden o.a.: vitexine, casticine (fyto-oestrogenen)
*Iridoïden o.a.: aucubine, agnuside
*Etherische olie 0,45 %. dun-vloeibaar, roodbruin, kamferachtig.
*Diterpenen met prolactine–onderdrukkende werking
Nota:Phyto-ecdysonen: steroïden die in andere Vitex-soorten o.a. Vitex megapo­tamica voorkomen zijn niet gevonden in Vitex agnus castus.

Farmacologie
**Beinvloedt hormonale productie van het corpus luteum (ovaria): luteo­troophormoon LH en prolactine via werking op de hypofysevoor­kwab
**Dopamine-achtige werking en invloed op endorfinen (Congres Zurich)
**Galactagogum
* Reguleert libido:anafrodisiacum bij hoge dosering, afrodisiacum bij lage dosering.

Indicatie: hormonaal
**Premenstrueel syndroom: hoofdpijn, vocht vasthouden, stemming
* Menstruatieproblemen door corpus luteum insufficiëntie, Bloedingen tussen menstruatie, Amenorroe, Dysmenorroe
* Herstel van de hormonenbalans na stoppen met het gebruik van de anticonceptiepil.
* Pre-menopauze PMS ook Cimicifuga racemosa
* Depressie, uitputting door hormonale stoornis + Hypericum
* Genitaal erethrisme?
* Mastodynie, pijnlijke borsten

Receptuur
Infuus fructus: 10', 1 eetlepel per kopje dosering 2 daags (Valnet)
Tinctuur 1:5: Agnus castus Ø, 2 x daags 40 druppels afhankelijk van aandoening.

Geschiedenis en Wetenschappelijk Onderzoek
Reeds gebruikt door de grote artsen van het antieke Griekenland bij baarmoederaandoenin­gen.
Lonicerus, Matthiolus: In hun kruidenboeken reeds aanbevolen als emmenagogum, galacta­gogum en anafrodisiacum.
Galenus: «... warm en droog in de derde graad».
Avicenna: «... verwekt de maandstonden en opent een verstopte milt en lever».
Dioscorides: «Voor verstopte lever en milt, waterzucht en winden in maag en darm. ... ofte lijf-moeder beslooten te doen scheyden». (Met wijn.)
Dioscorides: «Voor opgestopte maandstonden, ontvloeiingen des zaads, ende om de melk in de vrouweborsten te vermeerderen.»
Dodonaeus: «Voor Zwellingen van de mannelijke leden. Neem de bladeren van dit gewas, wijgaardsbladeren van elks 2 handen vol, fruit ze in verse boter, en slaat ze pap-wijs om het Gemacht».
Ravelingius: «Voor de koude Pisse». (In- en uitwendig)

Enkele referenties en wetenschappelijk onderzoek
Kartnig Th.: Vitex agnus-castus. Eine Arzneipflanze mit indirekt - luteo­troper Wirkung. Ztschr. Phytoth. 7/119-122 - 1986.
H.D. Reuter e.a.: Die Therapie des prämenstruellen Syndroms mit V. agnus Castus. Kontrollierte Doppellblindstudie gegen Pyridoxin. Ztschr. f. Phytoth. - Abstractband 6. Phytotherapic Kongress in Berlin - 1995.
Vitex congres Zurich (over dopaminerge werking, invloed op opioide receptoren) / doc. Maurice Godefridi
Alchemilla vulgaris Mrs. Grieve 1931/1978 / doc. Maurice Godefridi

vrijdag, september 25, 2009

Zomaar aan zee

Verwondering blijft wel! Zomaar wonen aan zee! Buiten komen en dan direct de zeelucht opsnuiven en aan de horizon de grote leegte zien, alsof je daar aan de einder zomaar van de aarde kan vallen. En dan: dijk, strand, zand en branding en al die mensen, die juist hier de neiging hebben om hun schoenen en andere dingen uit te trekken om languit in dat zand te gaan liggen. Ik blijf het toch wat wonderlijk en vertederend vinden. Vertederend is het ook om te zien, hoe mensen van mijn leeftijd en nog ouder terug kind worden. Of hoe ze met hun plooirokken en opgerolde broeken de dijk op komen en dan minutieus het zand tussen hun tenen uitpulken om daarna weer hun stadse schoenen aan te trekken en verjongd het binnen-land in te wandelen

dinsdag, september 22, 2009

Over boeken en verhuizen

Met mijn grote verhuis van vorig jaar, van groot naar klein, moest ik eerder boeken weg doen dan er aan te schaffen. Ook nu heb ik nog altijd honderden oudere boeken over gezondheid, natuur en kruiden in grotere en kleine kartonnen dozen opgeslagen om wel of niet weg te geven, te ruilen of te verkopen. Bij deze open ik zo'n doos om de inhoud nog eens te bekijken. Belangstelling?

De Provisiekast. Kirsten Fasmer. ISBN 90 2100196 9
Le vétérinaire du Bon Dieu. Max Rombi.
Groot kruiden gezondheidsboek. Dr. Heinrich Neuthaler. ISBN 90 252 6235 X
De Kruidenbijbel. Peter McHoy & Pamela Westland. ISBN 90 72267 94 X
Herbs for Health and Healing. Kathi Kelville. ISBN 0 87596 293 9
The Essential Book of Herbal Medecine. Simon Mills. ISBN 0 14 019309 X
Aids and Chinese Medecine. Zhang & Hong-yen. ISBN 0 87983 673 3
Vitaminen Mineralen Kruiden. H. Winter Griffith. ISBN 90 215 1507 5
De natuur is uw medicijnkastje. Richard Lucas. ISBN 90 264 9725 3
Herbal Remedies. Prof. Talalaj & Dr Czechowicz. ISBN 0 85572 189 8

Ondertussen ben ik wel bekomen van de shock en durf wel eens opnieuw een boek kopen. Een aanwinst is 'Onze volkstaal voor kruiden en artsenijen' van apotheker Vandebussche. een boek zonder ISBN nummer, want uitgeven in eigen beheer en wel in 1955. Een dikke pil van 650 bladzijden met hoofdzakelijk opsommingen van volkse plantennamen. Klinkt niet direct aantrekkelijk maar is wel een immense bron van informatie, die we voorlopig nog niet terugvinden op internet.

Een voorbeeld uit het boek van Vandebussche: Alchemilla

Alchemilla vulgaris* (L.)
LAT: Aphanes vulgaris. (L.)
NED: Gemene leeuwe klauw (poot - voet) ; Vrouwenmantel-kruid; Onze-lieve-vrouwemantel; Sinnauw (N. Ned,); Leeuweblad, Mantel van Freya (N. Ned.); Grote senickel.
FR: Alchemille commune; Pied-de-lion; Manteau de Notre-Dame; Manteau des dames; Patte-de-lapin; Porte-rosée; Picpoux; Pinoux.
DUI: Frauenmantel; Taubecher; Regendachle; Sinau.
ENG: Lady's mantle.

KOMMENTAAR
Dodoens 1644 : Men noemt dit cruydt in 't latijn alchemilla ende alchimilla; andere : planta leonis ende pes leonis. De synnauw is dienstelijck in alle de wonden ende ghebreken daer de sanikel (sanicula europaea) goedt toe is, in de selve maniere als de sanikel ghebruyckt zijnde. Sy stelpt het bloedt ende maendt-stonden die onmatelijcken vloeden. De selve ghestooten ende op de vrouwen ende maeghden borsten gheleyt, maeckt die hard ende stijf; belettende dat sy niet te seer en swillen ende te bol oft dick en worden. Dit cruydt wordt van de vrou-wen veel gheacht om dat het sonderlinghen goedt is om de onvruchtbaere vrou-wen tot ontfanghen te brenghen.
Pharmacop. 1747 : Deszelfs Bladeren zyn versterkende en zamentrekkende : Hierom moet menze in den Witten Vloet der Vrouwen niet gering achten.
Paque : Men heeft in de vorm van de bladeren een gelijkenis gevonden met een leeuwenklauw.

Zie ook: Vrouwenmantel, thee uit de tuin | Mens en gezondheid: Alternatief

vrijdag, september 11, 2009

Op mijn bijna dagelijkse wandeling naar de krantenwinkel staat het grote nieuws van vandaag, voor mij tenminste, niet in de krant, maar vind ik gewoon in het grasveld bij het tramstation. Daar groeien zomaar verschillende rosetten van de zeldzame plant Reseda luteola, in het Vlaams Wouw. Een wauwgevoel was het wel voor mij om deze verfstofplanten hier, op een toch wel vreemde plaats, te vinden. Normaal groeien ze op open terreinen samen met andere Tweejarigen zoals Toortssoorten en Slangekruid. Ik ken ze vooral van het oude spoorwegemplacement bij Weelde Statie, waar ik zelf meer dan 30 jaar gewoond heb. Daarom hebben deze planten ook wel enige emotionele waarde voor mij. Er is de laatste jaren ook weer belangstelling voor deze Reseda om als kleurstof te gebruiken, en dus worden zij ook weer gekweekt. Planten kweken voor de kleurstof is één zaak, er kleurstoffen uit halen is een andere en niet vanzelfsprekende opgave. Ik geeft hier een historisch recept om 'schijtgeel' te maken, dit zijn niet mijn woorden, maar een citaat uit 'T bouck van wondre' van 1513.

Neemt wauwe (reseda luteola) / die men in lattijn noemt Flostinctorius, dat zijn de geluwe Blommen / die de verwers gebruycken / neemt die met de stelen / en blommen onder een / soo veel als u belieft, maect een calcwater / giet dat op de blommen / in eenen grooten ketel / latet so lange sieden / tot dat de gheluwicheyt der blommen uit mach sieden. Nemet daerna van de vyer, en latet een weinich verstaen, gietet daer naer door eenen doec ofte sac. / datter noch blommen noch cruyt by sy. Neemt daer naer wel gewreven crydt / en noch eens so veel wel gewreven aluyn / roeret wel onder een met een stocxken en neemt wel acht dattet niet te seer op en styghe / want den crijt / en den aluyn dryvent seer op. Latet also staen / so wort het water claer / Als haer nu de substantie wederom heeft geset / soo giedt het water wederom af / tot dat gy de verwe bloot siet / dewelcke gy nemen en droogen sult. Als gy die wilt gebruycken so wryft met aluyn water ofte met dunne lymwater.

Meer info over Reseda, vind je op mijn website  https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/reseda-luteola-wouw

donderdag, september 10, 2009



Rhodiola, rozenwortel

Babyplantjes in een bedje van papier.
Mijn eerste, ooit gezaaide Rozenwortel
van onverwacht zaad uit de Vanoise
Stoffijn zaad dat zomaar ontkiemde,
9 maand na moeder aarde te hebben bevrucht.

Mooie mollige, glanzende babywortels.
Ooit geven zij ook mensen meer kracht.

dinsdag, september 08, 2009

Peyote, hoefspoor van het kleine hert


Peyotecactus, Lophophora williamsii, het hoefspoor van het kleine hert, de heilige cactus van de Huichol Indianen. Hier enkele afbeeldingen van mijn eigen woonkamerexemplaar, die zowat 30 jaar oud is. Op www.herborist.infoteur.nl kun je er wat meer over lezen. Peyote, hoefspoor van het kleine hert.

Spreek tot de peyote met je hart, met je gedachten. En de peyote zal je hart zien...

What if He came back
What if He came back as plant?
Would you let him in,
Would you let Him into your heart?
He taught us not to fight,
He taught us to see the light,
He said that we were one
under the sun....

A peyote song. Guy Mount. Uit The peyote book. A study of Native medicine. Sweetlight Books 1983.

maandag, september 07, 2009

Zicht op zee

Vandaag eindelijk enkele kilo's rozenbottels geplukt in de duinen en nog wel met zicht op zee. Het zijn wel de platte, vlezige bottels van de Rimpelroos, die ik verzamel. 
Deze Rosa rugosa, ook wel Japanse bottelroos genoemd, die oorspronkelijk als sierplant naar Europa gekomen is, heeft zich hier in de duinen goed aangepast. Met zijn wortelstokken kruipt hij het binnenduin door. Net zoals Duindoorn gaan ze het stuiven van het zand, en dus ook de erosie tegen.

Het plukken is gemakkelijk, alleen zitten de goed rijpe bottels soms vol met witte wormpjes en met veel witte zaden, die dan weer wat lijken op wormpjes. Vervelend verwarrend.

Het warme en zonnige weer heeft niet alleen mij, maar ook heel wat verliefde koppeltjes de duinen ingedreven en dus moet ik soms wel een omtrekkende beweging maken om de intimiteit van het moment niet te verstoren. Er wordt hier wel meer geplukt dan rozenbottels.
Ik ga dan maar op het strand wat rond slenteren. Al enkele dagen zit ik met de onnozele zin 'zicht op zee' in mijn kop. Zoals je merkt ben ik liefhebber van alliteraties en vroeger, veel vroeger beschouwde ik mezelf ook als een jonge dichter. Dichter zou ik me nog altijd kunnen noemen, maar jong niet meer. Dus heb ik deze zin maar in het zand van mij afgeschreven en als fotograaf gefotografeerd. Het begin van een vers dat nu al door de zee verzwolgen is.

zondag, september 06, 2009

Het zijn geen planten, maar ze lijken toch te groeien in het golvend zand.


Het zijn geen kruiden, maar kunnen toch betoverend mooi zijn


Het zijn geen mensen, maar ze lijken toch te dromen

vrijdag, september 04, 2009

Vandaag een artikel over chrysanten geschreven op mijn webstek 'herborist.infoteur.nl. Soms ben ik verwonderd over mijn eigen schrijfsels. Het onderwerp lijkt me soms zomaar te overkomen. Over door mij niet gewaardeerde bloemen schrijven, waarom doe ik dat? En onder het schrijven ontdek ik dan toch curieuze, interessante kanten van zo'n plant. Dat ze bijvoorbeeld ook gegeten kunnen worden, wat ik natuurlijk al wel wist, ik zaai al enkele jaren in mijn Franse tuin in Bellegarde en Diois de gekroonde ganzebloem, waarvan het jonge blad in wokgerechten verwerkt kan worden en de bloemblaadjes in sla. Niet dat ik het veel eet, het heeft wel wat bittere, maar toch ook aromatische smaak, waar je wat moet aan wennen, maar dat geld natuurlijk voor veel kruiden, groenten en andere 'vies" smakende dingen. Denk maar aan truffels, zwezeriken, viseieren of korianderblad. Noemen we dat misschien 'cultuur', dat we walgelijke dingen als voedsel leren waarderen en het dan nog duur aan de man kunnen brengen?


Een uittreksel uit mijn artikel 'Chrysanten anders bekeken.
De Chinezen maakten chrysantenwijn, door de bloemen te laten gisten met gekiemde gierst. Deze wijn moest een jaar lang rijpen en werd gedronken op de negende dag van de negende maand om zich te verzekeren van een lang, vredig en gezond leven. Voor gebruik in de keuken zijn het beste de heel lichtgele en witte chrysanten. Kies bloemen die net zijn ontloken, en als je chrysanten uit eigen tuin heb, pluk de bloemen in de vroege morgen, als de blaadjes nog vochtig zijn van nachtelijke nevels. Of misschien kun je ze na Allerheiligen wel van de kerkhoven halen.

Maar er is meer met die chrysanten. In de Chinese geneeskunde zijn er soorten zoals Chrysanthemum morifolium, Ju Hua die al eeuwen medicinaal gebruikt worden en ook wetenschappelijk onderzocht zijn, ze bevatten zowel anti-tumor als anti-HIV stoffen. Deze bloemen zijn net zoals vele andere soorten ook eetbaar.

donderdag, september 03, 2009

Terug aan zee

Het was 2 maand geleden dat we de zee nog gezien hadden. Vanavond nog eens zand, duin en zee verkend. De rozebottels en de duindoornbessen zijn volledig rijp. Dat wordt feest de volgende dagen en weken. Siroop, confituur en honingextracten maken. Bessen barstensvol vitamines hier en nu in overvloed.


De rozenbottels hier in het duin, zijn vooral afkomstig van de Rosa rugosa, Japanse bottelroos of Rimpelroos. De platte, wat vlezige vruchten zijn goed te gebruiken om confituur of gelei te maken, al zitten ze wel vol met zaden, maar daar wordt dan weer een vette olie uitgeperst die gebruikt wordt in natuurlijke cosmetica.



woensdag, september 02, 2009

Onderweg

Rijden! Terug naar België! Onderweg toch ook, ondanks de 1000 kilometer tegen 130 per uur, nog wat van de landschappen en zelfs van de voorbij flitsende planten genieten. De bergen hebben we al achter de rug. We rijden door het landbouwgebied van Chalons en Champagne. De immense graanvelden zijn al geoogst, alleen de hoge torens van de graansilo's markeren de einder. Zijn dat de nieuwe kathedralen?


Op het land groeit nog wel wat bieten- en klavergroen. Mijn vader zou die immense vruchtbaarheid en die machtige sproei-installaties wel kunnen waarderen. Ik al veel minder, maar met die dreigende onweerswolken boven die kale vlaktes heeft het wel iets artistiek.

In de bermen groeit mijn 'business'. Boerenwormkruid, kruiskruidsoorten en Canadese fijnstraal, echt mooi is het niet maar toch allemaal planten metbetekenis. Stoppen doe ik niet en kan ik ook niet. Dus maar verder richting Reims, het landschap wordt heuvelachtig en we zien plots de golvende in het gelid groeiende wijndruiven waar zomaar de echte champagne uit ontstaat. Hier is ook het 'Parc Naturel regional Montagne de Reims. In het voorjaar reden we daar met onze motorhome, door die kronkelende straten en mooi, rijke dorpen. Een heel andere wereld, al ligt het maar 5 kilometer verder. Maar nu...verder op volle snelheid, vanavond landen we hopelijk in De Haan aan Zee.

maandag, augustus 31, 2009

Terug naar België

We kunnen en moeten weer met planten slepen, nu van Frankrijk naar België. Planten die in potten staan en die niet zo winterhard zijn, of die ik in België voor mijn cursussen nodig heb, moet ik op een compacte manier kunnen meenemen. Ik haal ze dan ook uit hun potjes en stopt ze, tegen mekaar aan getast, zomaar in plastic zakken. Ondertussen weet ik uit ervaring dat ze zo'n rit zonder problemen overleven. 

Wat neem ik vandaag mee: Ballonnenplanten die ik gezaaid had, een Belladonnaplant die gele ipv zwarte bessen zou moeten geven, enkele jonge rozenwortels, piepkleine Leuzea's, een Tagetes lucida in bloei, want ik wil zaad winnen en die zijnnog niet rijp, een White  wortels van meekrap, een andere genepi, enkele jonge wedeplanten, net gewortelde stekjes van de Spaanse salie en een gestekte papierboom.

Balsemwormkruid in mijn Jardin de Simples
In de tuin begint nu net balsemwormkruid of vrouwenmunt te bloeien. De gele bloemknopjes (alleen maar buisbloemen) lijken sterk op boerewormkruid, niet verwonderlijk ze horen ook tot hetzelfde geslacht, de ene noemtTanacetum balsamita en de andere Tanacetum vulgare. Verder lijken ze weinig op mekaar, het blad van de vrouwenmunt is niet ingesneden, veel lichter groen en ruikt muntachtig. In Engeland werd het vroeger gebruikt om bier te aromatiseren, vandaar de naam Ale-cost. Costmary zou komen van costus, oosters en Mary, van de Heilige Maagd. Vooral in de Middeleeuwen was de plant blijkbaar sterk verbonden met Maria, ook de Franse naam Herbe Sainte-Marie en de Duitse Marienblatt geeft dit aan. Alhoewel deze namen ook kunnen samenhangen met het gebruik in de ME als vrouwenkruid.

De Engelse herborist Gerard schrijft  'The Conserve made with leaves of Costmaria and sugar dothwarm and dry the braine and openeth the stoppings of the same; stoppeth all catarrhes, rheumes anddistillations, taken in the quantitie of a beane.' En de beroemde Culpepper: ...It is an especial friend and help to evil, weak and cold livers. Theseed is familiarly given to children for the worms, and so is the infusion of the flowers in whitewine given them to the quantity of two ounces at a time.

Walahfrid Strabo bezingt de laxerende werking van de vrouwenmunt: "... Kocht man die Wurzel, mit heilsamer Hilfe Fördert sie träge Verdauung und regelt glücklich den Stuhlgang.Duitse volksnamen waren 'Riechblättchen oder "Schmeckablaadl" , ze werden omwille van hun geur als bladwijzer gebruikt, vooral in kerkelijke gebedenboeken. De verfrissende geur moest ervoor zorgen dat de kerkgangers wakker bleven tijdens de saaie sermoenen van de pastoor.

Veel lipbloemigen zijn hier in mijn droge tuin goed thuis, toch groeiden tijm en saliesoorten niet zo goed dit jaar, pas nu beginnen ze wat op gang te komen. Van Thymus
heb ik vooral het chemotype linalol, de wilde soort uit de streek en het chemotype thymol, de Belgische soort zal ik hem maar noemen. Het is de thymolgeur die wij als tijmgeur herkennen. De saliesoorten in de tuin zijn verschillende variëteiten van de echte salie, zoals de'Extracta' en de 'Purpuraescens', verder groeien er ook Salvia lavandulifolia, de Spaanse salie met smaller blad en veel Salvia sclarea, de tweejarige Muskaatsalie.

We gaan nog wat verder met planten in- en uitpakken. Enkele potplanten verhuizen naar de tuin oa een balsempopulier. De volle grond in, overgeleverd aan de zorgen en de grillen van moeder natuur. Een jonge vijgenboom en de citroenverbena's laat ik voorlopig wel in hun potten staan, daar zal Michael zich wel over ontfermen.En dan kunnen we weer met een auto vol takken, planten, boeken, kleding en onszelf, terug naar België. Tot volgend jaar?

zondag, augustus 30, 2009

Gran Paradiso, één wandeling, drie landschappen

Gran Paradiso, het grote paradijs is dit Italiaans natuurgebied zeker wel voor mij. Al schijnt er, zoals vandaag, niet altijd de zon. En zeker eind augustus op een hoogte van 2500m, daalt de temperatuur dan ook snel naar nul graden. Maar wij wandelen naar Col Leynir via Piani del Rosset.

Het Rossetmeer op 2709m met zijn eilandje in de vorm van een pastoorshoed of is het een vrouwenborst, verwarmt zich voorlopig nog in de ochtendzon. Hier, bij de vele meren wentelen we ons in het romantische landschap van groene, grazige golvende weilanden. Twee bochten verder komen we terecht in een chaotisch gruis- en rotslandschap omringd door geërodeerde bergtoppen en nog verder rond 3000 meter is de zanderige steen tot poeder vermalen en wanen we ons in een winterse woestijn. Er liggen hier en daar nog forse plekken oude sneeuw en nieuwe sneeuw nadert.

We spoeden ons dan ook naar de col. Een heel bijzondere col met aan de andere kant het hele jaar door eeuwige sneeuw. Afdalen naar de andere kant, naar de vallei de Rhemes, zit er nu niet in. Wij moeten zo wie zo terug naar onze Savoiahut en met de dreiging van onweer mogen we daar niet te lang mee wachten. Regenvlagen, sneeuw en zon wisselen mekaar af en beïnvloeden onze emoties en onze klederdracht. In T-shirt, fleece, lange of korte broek? We trekken uiteindelijk poncho en goretex aan maar wel met korte broek, alsof het zomer is voor onze benen en winter op ons hoofd. Onweer in de bergen kan gevaarlijk zijn, maar is ook mooi indrukwekkend.

Gemzen en edelweis

Ondanks het weer nemen we toch een andere terugweg, langs vallone Leynir en Lago Nero, naar het donkere meer met zijn vraatzuchtige vissen. Hier in een eenzamer stukje Gran Paradiso grazen mijn lievelingsdieren de gemzen, het zijn veel schichtigere beestjes dan die reuze steenbokken, en dus moeten we ze als het ware besluipen om ze dichterbij te kunnen bekijken. Hoe bewegen ze zo sierlijk tussen die ruwe rotsen? En dan die alerte oogjes met die kort gekromde horens als antennes! Bijzonder.

Maar we moeten verder, gelukkig zien we ook lager in het groene landschap, nog meer grazende gemzen en als slagroom op onze dagtaart vinden we op de grens tussen grijs en groen nog tientallen edelweisjes in gezelschap van massa's rozenkransjes. Waarom hebben planten die in de meest extreme omstandigheden moeten en kunnen overleven zulke vertederende namen? Schijn bedriegt zeker?

Koeien en mestminnende planten

Nog lager, dicht bij de refugio maar toch nog op 2500m hoogte, komen we in het voedselrijke grasland terecht, gevoed door de koeienstront van het Alp de Nivolet. Hier is het terrein van koeien, mensen en stikstofminnende planten zoals Alpenzuring, Brave Hendrik en vooral ook de Meesterwortel. Deze forse naar selder geurende schermbloemige kan in de soep gebruikt worden maar had vroeger ook een meesterlijke reputatie als spijsverteringbevorderend, vochtafdrijvend en menstruatie opwekkend middel. Vergetelheid is nu zijn deel maar zijn kwaliteiten behoudt hij wel en geduldig wacht hij totdat de mensen hem weer willen gebruiken. Ik pluk wat rijpe zaden, wie weet, ooit in het vlakke land Vlaanderen, kan ik meesterwortelsoep serveren.

Een verzameling boeken over bergen is hier wel op zijn plaats:

  • Connaitre les plantes médicinales des Alpes. Robert Frisch.
  • Elseviers Alpengids. Th. Schauer / C. Caspari
  • Blumen der Alpen. Aichele / Schwegler. Kosmos Naturfuhrer
  • Guide complet des fleurs de montagne. C. Grey-Wilson
  • Alpiene planten. Clive Innes. Uitg. Helmond
  • La Flore du Ventoux. O. Madou. Connaissance des pays & Ed. Barthélemy
  • Alpenflora van het Europese bergland. A. Huxley. Uitg. Moussault

Een verzameling bergbewoners is hier ook wel op zijn plaats

  • De waard van de refugio Savoia, goed gevuld, vrolijk en degelijk
  • De dochter, vriendelijk, gedienstig maar zonder over zich heen te laten lopen
  • De schaapherder met zwart haar en baard, klein geblokt, natuurlijk verweerd door de elementen
  • De Marokkaanse gastarbeider 4 maand per jaar koeherder en kaasmaker en dat al vele jaren. Smorgens vroeg, goed ingepakt, met jonge kaas op de rug de helling af, al helemaal vergroeid met de bergen
  • De groene parkwachter, de nieuwe moderne bergbewoner, spiedend met de verrekijker naar de moderne toerist, die de planten en al de rest met de voeten dreigt te treden
  • De enige marktkramer op deze hoogte, verkoper van Fleece en aanverwanten, een oudere man (zo oud als ik dus) smakeloos gekleed in zijn eigen hippe kleding met een geweldig rode kop alsof hij elke moment een hartinfarct kan krijgen. Elk jaar ben ik toch weer opgelucht dat hij er nog is.
  • De enige echte refugiobeheerder, deskundig, correct maar zonder natuurlijke warmte. Een man naar mijn hart maar.... maar voor héél eventjes.

zaterdag, augustus 29, 2009

Bellegardetuin


De tuin in Bellegarde klaar gemaakt voor onze grote vertrek. Terug naar België. Naar mijn cursussen en andere activiteiten.
We verzamelen voornamelijk wat zaad voor volgend jaar. Zaad oogsten is toch ook verwachtingen en mogelijkheden creëren voor volgend jaar.
Dus oogsten we Siberisch hartgespan, oertuinboon, Glad parelzaad, Korenbloem, Geel bilzekruid, Bolderik, Koriander, Zonnebloem, Juffertje in het groen, Zwarte komijn, Doornappel, Tweekleurige balsemien, Witbloeiende stokroos en Griekse alant. Weer veel curieuze namen, een romantisch gedicht waardig.

We nemen mogelijk voor meer dan een half jaar afscheid van deze planten. Dus mag ik er wel even bij stil staan. Zaden oogsten en meenemen, is ook een beetje mijn tuin meenemen. En ja, hoe komen zij en ik de winter door?

vrijdag, augustus 28, 2009

Jardin de Simples dagboek

28juli 2009

De warmte en de droogte hier in de Franse Drômestreek, zijn mogelijk goed voor den toerist, maar voor de natuur en zeker voor mijn tuin, is het één grote ellende. Water geven vanuit de beek blijft de enige mogelijkheid om de planten in leven te houden. En ik die gewend ben in België zelfs in de zomer, planten uit de grond te halen, te scheuren en opnieuw te planten. Ik probeer het hier ook wel, maar dan moet ik ze in humusrijke grond apart in potjes en in de schaduw planten en ze natuurlijk elke dag water geven. Nog beter is de plantjes de eerste dagen af te dekken. En dan wil het wel lukken.
Vandaag probeer ik het met het al eerder gesnoeid Moederkruid en met Gele kamille.

Ik wil ook nog wat zaaien maar de grond is keihard en gebarsten. Ik gooide er enkele dagen geleden wat kruiwagens compost overheen en een zak met kruidenafval van Herbier du Diois. Daarna heb ik overvloedig water gegeven en het stuk grond met karton afgedekt.
Vandaag heb ik dan in één gebogen lijn veldsla, radijsjes en sperziebonen in die compost gezaaid. Op dat stukje grond hebben eerder papavers gestaan, het rijpe zaad uit die slaapbollen zal wel mee ontkiemen. Wat mij betreft, hoe meer hoe liever.

Het kruidenafval van Herbier du Diois? Grote zakken met specerijen en kruiden van over de hele wereld, worden bij de kruidengroothandel l'Herbier gereinigd, ontdaan van steentjes, stof en resten van andere planten. Deze toch wel zeer aromatische afval kan ik in de tuin als grondbedekker of als compost gebruiken en dat is toch wel een bijzonder genoegen en een zegen om een kruidentuin te kunnen bemesten en extra te aromatiseren met specerijen en andere kruiden.

Veel moet hier in bakken voor gezaaid worden. Zo had ik begin Juli Leuzea carthamoïdes en een Struikbasilicum gezaaid, die nu goed ontkiemd zijn. Enkele Leuzea’s heb ik vandaag in potjes overgeplant. Een test! Als het lukt kan ik volgende week de rest overplanten. Maar in volle grond, kan dat maar goed in september of in het voorjaar.

Moederkruid / Tanacetum parthenium, een kortlevende vast plant nauw verwant aan Boerewormkruid, dit moederkruid is al enkele jaren dé plant tegen migraine en hoofdpijn. Moederkruid en migraine | Mens en gezondheid: Ziekten

Leuzea carthamoïdes / Maralroot, een stevige vaste plant met artisjokachtige bloem, wordt gebruikt als adaptogeen met mogelijk een anabole werking.
Leuzea, een anabole plant? | Mens en gezondheid: Lifestyle

31 juli 2009
Pierre, de oerinwoner van Bellegarde, zit op de oude steen onder de oude linde 85 jaar te zijn. De eeuwigheid kun je niet zaaien, zegt hij, in het Frans natuurlijk. Iets van ‘l’éternité, on ne semence pas’. Ik, 65 jaar huppelend jong, geef eeuwig water aan potjes en pannetjes met Citroenverbena, Vijgenboompje, Moederkruid en Heiligenbloem. Is eeuwigheid voor een ander leven? Geeft dan een plantje water aan mijn wortels?

We plukken lavendelbloemen om lavendelfakkeltjes te maken, mooie zaaddoosjes van Juffertje in ’t groen voor droogboeketten en Alsemtoppen voor smudge-sticks. Ik fotograaf fotografeer een overdaad aan vlinders op mijn lavendelstruiken. Keizersmantel, koningspage, citroenvlinder, zelfs de wolfsmelkpijlstaart en natuurlijk de Sint-Jansvlinder. Zij fladderen vrolijk verder al leven ze maar een dag.



Vuurwants
Als je zoals wij onder een lindeboom leeft, zie je ze in overdaad. De kleine, zwartrood getekende wantsen, die constant lijken te copuleren, aan mekaar hangend, lijken ze eeuwig op reis. Deze gezellige beestjes voeden zich voornamelijk met de vruchten (zaden) van de linde. Als ik al mijn lindebloesem zou plukken zouden ze waarschijnlijk verdwijnen. Maar wie plukt hier in het lindeland nog linde?

Bij de weinige zaadjes die in Mei ontkiemd zijn, was ook één Amerikaans glidkruid, die nu flink aan de groei is, dus heb ik er toch weer een belangrijke Amerikaanse plant bij, die ik kan bestuderen, beleven en me ook een beetje zorgen over maken.

1 augustus 2009: waterritueel

 De maand juli is dus voorbij en het enige water dat hier uit de hemel is gevallen was ongeveer één maand geleden en dat … gedurende 2 uur. Water ‘geven’ aan de planten in het kleine tuintje voor ons huis blijft dus essentieel. Noodzaak maar ook ritueel. Met de groene gieter op mijn espadrilles de gevaarlijke straat oversteken naar een moderne kraan, maar wel met water afkomstig uit een echte bron. Scheppen, schuin de straat oversteken en met een brede beweging, alsof het regent, citroenverbena, vijgenboompje, jiaogulan, balsamien en anderen bevochtigen. Ja, meer dan bevochtigen is het niet. De overvloed moet toch ooit van boven komen.

7 augustus
Eindelijk onweer en regen tegen de avond. Binnen nog eens film uit mijn verre verleden bekeken. Persona van Ingmar Bergman. Traag trekken 2 vrouwen hun verhaal.
Na de film en na de regen, trek ik nog even naar buiten. De donkerte van de tuin tegemoet, op de tast naar de doornappels, muffe geur van blad mengt zich met zoete, scherpe geur van de witte bloemen. Even ook kleverige klei in plaats van gebarsten grond onder mijn schoenen voelen, dat was lang geleden!

De onzichtbare tuin is nu ook alléén geur en gevoel. En dan zo maar bij de magische planten, doornappel en bilzekruid staan, als er trollen en tovenaars bestaan moeten ze nu wel te voorschijn komen.

vrijdag, juli 10, 2009

Liefdesvetkruid en andere hemelsleutels

Nog altijd naweeën van mijn Gran Paradiso trektocht. Ik vond bij Lago Serru een Hemelsleutel, het vetplantje bedoel ik, die net als mijn lievelingsplant Rozenwortel ook wat naar rozen leek te ruiken. Hij was echter kleiner dan de Rozenwortel en ook kleiner dan onze inheemse Hemelsleutels.

Het plantje was zo'n 20 cm hoog en bloeide op 15 augustus met de typische roodbruine schermen eigen aan de Hemelsleutelfamilie. In de Alpenflora van Huxley bladerend, vind ik nu een Sedum die sterk gelijkt op mijn Paradisosoort met de naam Sedum anacampseros en met de prachtige Nederlandse naam van Liefdes-Vetkruid. Met zo'n naam wil ik maar al te graag deze soort gezien hebben. Anacampseros zou komen van het Griekse 'ana' weder, terug en 'kamptein' ombuigen, omkeren en volgens Plinius zou de naam geschonken zijn aan een gewas, 'welks aanraking geacht werd voldoende te zijn om verloren gegane liefde te doen wederkeren, zelfs als zij reeds in haat verkeerd was' (Historia Naturalis XXIV, 102). Heb ik wat te leren van de planten, die ik ontmoet?

Ecologie, orpin des infidéles
Nuchter, botanisch bekeken is deze vetplant een vrij veel, maar toch niet algemeen voorkomende soort in de Hautes Alpes. Hij groeit daar op een hoogte van 1200 tot 2800 meter tussen de rotsen en in de éboulis. De Franse benaming is Orpin bleu, dat blauw komt waarschijnlijk van de grijs bijna paarse verkleuring die de bloemstengel en bloem krijgt tijdens en na de bloei. Een nog merkwaardiger Franse naam, orpin des infidéles, de plant der ontrouwen, werpt een heel ander licht op dat liefdesvetkruid. Zou zo’n een plant dan ook een afrodisiacum zijn?

Sedum te eten?
Ik op zoek naar gebruiksgegevens. Is deze plant door de bergbewoners gebruikt geweest? Is er wetenschappelijk onderzoek verricht? In de literatuur word wel vermeld dat de blaadjes zowel rauw als gekookt gegeten kunnen worden. Zelf heb ik wel eens zo’n vet blaadje geproefd, maar zoals bij veel vetplanten smaken ze nogal slijmerig. Dus niet echt om culinaire genoegens aan te beleven.

Sedum telephium bij Dodoens
Veel andere sedumsoorten, zoals Sedum acre, Muurpeper en Sedum reflexum, Tripmadam hebben enige bekendheid als groente en als geneeskruid. Maar vooral Sedum telephium, de echte Hemelsleutel werd medicinaal vrij veel gebruikt. De verse, gekneusde bladeren zijn in gebruik geweest als wondverzorgend kompres, maar ook als zuig- of knabbelblaadje voor de mond- en de keelholte. De plant wordt in het Cruydt –Boeck van Dodoens al wondkruid genoemd. Dit cruyt wordt in Griecx gheheeten Cymbalion en Cotyledon heteron. In Latijn [47] Acetabulum alterum. In der Apoteken Crassula maior. In Hoochduytsch Wundkraut/ Knabenkraut/ Fotzzwang en Fotzweijn. In onser tale Wonden cruyt/ ende smeerwortele. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het extract een anti-inflammatoire, pijnstillende en keratolytische werking heeft. En dat het sap wondgenezend is. Dat bevestigt in grote mate de volkse toepassingen van verse sedumbladeren voor de huid en voor de gewrichten. Het word dan ook in de volksgeneeskunde bij reuma, tenniselleboog, bursitis zowel uitwendig als inwendig gebruikt.

Een volks recept: kompres en sap voor de huid
Plet een blad tot moes en kook het in 250 ml water, zeef en drink deze hoeveelheid op één dag in 2 of 3 keer en dit gedurende 1 week. Uitwendig leg je een gekneusd blad op pijnlijke, ontstoken gewrichten of op een geïrriteerde huid.

Wat wetenschappelijk onderzoek over Sedum telephium
J Pharm Pharmacol. 2000 May;52(5):585-91. Sedum telephium L. polysaccharide content affects MRC5 cell adhesion to laminin and fibronectin. Raimondi L, Banchelli G, Dalmazzi D, Mulinacci N, Romani A, Vincieri FF, Pirisino R.
Pharmacology. 2008;82(4):250-6. Anti-inflammatory effects of the methanol extract of Sedum telephium ssp. maximum in lipopolysaccharide- stimulated rat peritoneal macrophages. Altavilla D, Polito F, Bitto A, Minutoli L, Miraldi E, Fiumara T, Biagi M, Marini H, Giachetti D, Vaccaro M, Squadrito F.Phytochemistry. 1993 Nov;34(5):1357-62. Anti-inflammatory and immunologically active polysaccharides of Sedum telephium. Sendl A, Mulinacci N, Vincieri FF, Wagner H.

donderdag, mei 14, 2009

Kruidenwandeling met een vleugje nostalgie: Babelom

Een kruidenwandeling in Babelom en Meldert bij Hoegaarden. Mijn eigen variatie op de Ermelindisroute, richting Hoksem, Babelom en terug naar Meldert.

Waarom wil ik in godsnaam wandelen in Meldert. Is het hier zo mooi? Groeien er bijzondere planten? Leven hier merkwaardige mensen? Zit er meer zuurstof in de lucht? Of zou ik toch op zoek zijn naar mijn roots? Toch maar aan de wandel gaan zeker. We vertrekken bij e kerk, wandelen voorbij het kerkhof, even stil staan bij de doden en de Wilde marjolein die misschien wel met zijn wortels in het vlees der afgestorvenen wroet. Zo wil ik ook wel dode zijn. Boven de vallei van de Molenbeek, langs het pad ontdekken we zomaar een roset van de Kaardebol en van de Wouw. Eén plant om ruwe wol te borstelen en eentje om diezelfde wol te verven. De tredplanten Weegbree en Varkensgras zijn klassiek van de partij langs zulke zandpaden, ze zijn gebouwd om verharding en betreding aan te kunnen. Gelukkig maar, het zijn deze planten die wij het meeste nodig hebben. Zelfs de dichteres Ida Gerhardt had daar in 1905 al weet van. Haar 'Lof van het onkruid' klinkt zo:

Godlof dat onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
Breekt door beton en asfalt heen,
Bevolkt de voegen van de straat.

Akkers met...
Kaardebol / Dipsacus
Wij wandelen ondertussen verder, in de Meldertse goeie grond is niet veel plaats overgebleven voor wilde oneconomische planten. Granen en suikerbieten bezetten de landbouwgronden. Langs de rand en bij de opritten van de velden kunnen de echte akkeronkruiden nog net groeien. Het eerste fijne groen van de Klaprozen en de Kamille, de Hoapel uit mijn jeugd, zijn al duidelijk zichtbaar. Oneconomisch? Onbegrijpelijk dat deze Matricaria recutita met zijn kalmerende, maagversterkende en huidzuiverende werking niet méér vertroeteld wordt.

Voorbij het Galgeveld duiken we een holle weg in richting Molenbeek, ook al om een horde aanstormende terreinwagens te ontwijken. Een holle weg uit mijn dromen met het onooglijk mooie muskuskruid, het bijna uitgebloeide speenkruid, die heel nuchter aambeien verzorgt en onze inheemse liaan, de Bosrank rankend langs omgewaaide boompjes, die als bruggen het holle pad overdekken. Uit de holle donkere weg komen we in het licht van het open veld, weiland, akkers en bomenrijen wisselen mekaar af.

Babelom

Vroegere boerderij van tante en nonkel Jen
Kriskras wandelend komen we in de dorpstraat van Babelom terecht. Emotioneel moment. Ik wandel zomaar langs het oud-boerderijtje van Nonkel Jen en tante van Babelom. De boerderij is nu gerestaureerd en toch nog een beetje in de stijl van vroeger gebleven. Als is de mesthoop, die vroeger bijna de voordeur versperde, nu natuurlijk wel verdwenen, plaats gemaakt voor een romantisch bloemenperkje. Vijf en vijftig jaar geleden bracht ik hier wel eens mijn vakantie door, al kwam ik niet echt graag op bezoek bij mijn strenge, ouderwetse nonkel. Maar die nonkel is er al lang niet meer, zijn boerderijtje, ik en Babelom zijn er nog steeds. Levend en wel.

Wij wandelen verder, we klimmen de vallei uit naar de grote historische hoeve, omringd door enkele zeer oude Paardenkastanjes. Bomen die er mijn hele leven geweest zijn en er nog eeuwen na mij zullen staan zeker. Als kind herinner ik mij vooral de kwaaie pauwhoenders onder die bomen, met hun open gespreide staarten en die vurige ogen, waar wij dan langs moesten. Bij ons, als kind werkte die afschrikking wel. De hoeve noemt nu Carolushoeve, vroeger Hogenberghof het poortgebouw met duiventil dateert al uit 1760 (zie foto).

We zijn nu uit de holle weg weer op het plateau gekomen en kijken links over bieten- en graanakkers met in de verte ons vertrekpunt Meldert en zijn Ermelinduskerk. Nu is het een stukje recht door stappen. Ergens in deze velden moeten er nog enkele aren eigendom liggen, ooit geërfd van nonkel, vader enzovoort, alleen vreemd genoeg weet ik niet waar. Maar het ligt daar goed zeker.

Grond voor gezondheid
Ik kom hier nu voor de geneeskrachtige kruiden, maar de grond en het landschap vertellen mij een persoonlijk verhaal. Een verhaal even ingrijpend en geneeskrachtig als alle medicijnen en therapieën ter wereld. Kennen wij niet allemaal zulke oerplaatsen, natuurplekken waar we ons kunnen opladen en herbronnen. Waar we gewoon aanwezig kunnen zijn, met ons lichaam in het landschap.

Planteninfo: Akkeronkruiden
Akkeronkruiden noemt men de planten, die op omgewoelde grond groeien. Het zijn eenjarige planten, die goed ontkiemen op bewerkte, open grond, dus op landbouwgrond maar ook op de grond waar men autowegen wil aanleggen of huizen bouwen. Hun kiem- en groeiproces moet natuurlijk snel verlopen om in leven te blijven, ze moeten als het ware de mens te snel af zijn en dat lukt niet altijd meer en dus worden deze meestal zeer mooi bloeiende planten met uitsterven bedreigd. De bekendste en nog het meest voorkomend is de rode Klaproos (Papaver rhoeas), al zeldzamer is de blauwbloeiende Korenbloem, bijna verdwenen en dus ook niet meer bekend is de Bolderik en uiterst zeldzaam, mogelijk verdwenen in ons land, zijn het Spiegelklokje, de Wilde ridderspoor en de Wilde nigelle. Omdat het zo mooie planten zijn, goed gezaaid kunnen worden en met uitsterven bedreigd zijn, lijkt het mij goed om deze akkeronkruiden een plaatsje in onze siertuinen te geven. Gezaaid samen met wat granen zoals Boekweit, Haver en Vlas kunnen we een sierlijke border aanleggen.

Info Ermelinduskerk
Het oudste deel van de kerk, waar we onze wandeling starten, is in Romaanse stijl eind twaalfde- en vroeg dertiende eeuw gebouwd. Het kerkje is grotendeels opgetrokken uit Gobertangesteen, een plaatselijke kalkzandsteen. Er is ook een kapel achter de kerk uit de 17de eeuw, gewijd aan de Heilige Ermelindus, die rond het jaar 600 zou gestorven zijn in Meldert.