Posts tonen met het label citroenmelisse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label citroenmelisse. Alle posts tonen

zaterdag, juli 18, 2026

Zomerse citroenmelisse

Citroenmelisse is een van de bekendste kruiden. De schoonheid ervan schuilt in de geurige, brandnetelachtige bladeren. Maar het heeft nog veel meer te bieden: het is een fantastisch kruid voor zowel medicinale als culinaire toepassingen.

Monniken en bijen zijn, waren dol op citroenmelisse.
Citroenmelisse (Melissa officinalis) is afkomstig uit het Nabije Oosten, maar werd meer dan 2000 jaar geleden al in het hele Middellandse Zeegebied verbouwd. Het wordt citroenmelisse genoemd omdat er een delicate, citroenachtige geur vrijkomt wanneer de verse bladeren worden gekneusd. Uiteindelijk stak de plant de Alpen over met de Benedictijnse monniken en werd in kloostertuinen gekweekt. Vanwege het delicate aroma en de geneeskrachtige eigenschappen was citroenmelisse een belangrijk ingrediënt in diverse monastieke likeuren en geneesmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn de Karmelietenlikeur, Chartreuse en Bénédictine.

De naam citroenmelisse komt van het Griekse woord voor "honingbij". Citroenmelisse heeft inderdaad een bijzondere band met bijen. Ten eerste zijn de onopvallende, witachtige bloemen met lipjes een goede nectarbron voor zowel wilde als honingbijen. Ten tweede geloofden de oude Romeinen dat het sap van citroenmelisseblaadjes een koningin uit een zwerm kon lokken. Imkers wreven citroenmelisseblaadjes over de bijenkasten om de bijen in de kast te houden. Tegenwoordig weten we waarom bijen zo dol zijn op citroenmelisse: bijen markeren overvloedige voedselbronnen met een klierafscheiding die naar citroenmelisse ruikt.

In de Middeleeuwen: Goed voor het hart, voor vrouwen en voor het geheugen.
Hildegard von Bingen (1098-1179) schreef al over citroenmelisse en zei dat de warmte ervan mensen deed lachen en hun hart verblijdde. De arts Paracelsus (1493-1541) beschreef het ook als "de beste plant voor het hart". In de middeleeuwse geneeskunde stond citroenmelisse echter niet alleen bekend als "troost voor het hart", maar ook als een veelgebruikt middel voor vrouwen. Men geloofde dat citroenmelissethee de menstruatie bevorderde, de baarmoeder reinigde en de zwangerschap voorbereidde. De Engelse schrijver John Evelyn beschreef citroenmelisse in de 17e eeuw als "ongeëvenaard voor de hersenen, het geheugen versterkend en melancholie krachtig verdrijvend". Hiermee karakteriseerde hij treffend nieuwe wetenschappelijke studies die bevestigden dat citroenmelisse de hersenfunctie en het leervermogen verbetert: in laboratoriumexperimenten bleek citroenmelisse de activiteit van de neurotransmitter acetylcholine te verhogen. [1,2] In het centrale zenuwstelsel heeft deze neurotransmitter verschillende functies: hij bevordert onder andere onze aandacht en de vorming van herinneringen.

Citroenmelisse voor sterke zenuwen en een betere nachtrust.

Niet alleen in de traditionele kruidengeneeskunde, maar ook in de huidige medische toepassingen volgens Commissie E, HMPC en ESCOP, staat citroenmelisse vooral bekend als een mild kalmerend middel dat kan helpen bij nerveuze slaapstoornissen en stresssymptomen. De essentiële oliën die het bevat, zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de effecten. Het kan ook verlichting bieden bij de behandeling van spastische maag- en darmklachten. Dankzij het antivirale rozemarijnzuur kan het ook uitwendig worden gebruikt bij koortsblaasjes. [3] 

Het volgende theerecept bevat een rustgevende combinatie van kalmerende planten die je overdag "sterke zenuwen" kunnen geven en je 's avonds helpen om gemakkelijk in slaap te vallen.

Slaap- en zenuwthee
  • 40 g citroenmelisseblaadjes (Melissae foliae)
  • 20 g valeriaanwortel (Valerianae radix) probeer ook eens de bloemen
  • 20 g passiebloemkruid (Passiflorae herba)
  • 10 g lavendelbloemen (Lavandula flos)
Giet 2 theelepels van het mengsel in 200 ml heet water en laat het, afgedekt, 10 minuten trekken. Drink de thee gedurende 4 weken als onderdeel van een kuur. Drink bij nervositeit en rusteloosheid 2-3 kopjes per dag; drink bij slaapproblemen 1 kopje 's avonds.

Ook leuk om van te genieten.
Citroenmelisse staat over het algemeen bekend als een kruid voor thee en medicinale doeleinden, en niet zozeer als een specerij. Toch kan het delicate, frisse aroma een verscheidenheid aan gerechten verrijken. Het aroma is het sterkst in de jonge blaadjes; oudere blaadjes hebben een licht bittere smaak. Het aroma komt het best tot zijn recht bij gebruik van verse citroenmelisseblaadjes, idealiter voordat de plant bloeit. Je kunt de blaadjes gebruiken om salades, kruidenboter, kruidenkwark, pesto, sauzen, soepen, eiergerechten of zelfs vis en gevogelte op smaak te brengen. Kook de bladeren niet, of slechts kort, anders verliezen ze hun aroma!
De citroenachtige smaak van citroenmelisse past perfect bij fruitsalades, desserts, jam, gelei en compotes. Je kunt het ook gebruiken om witte wijn, appelsap, melk, siroop of azijn op smaak te brengen! En nu, in de zomer, is het ook zeker de moeite waard om een ​​verfrissende citroenmelisselimonade te maken!

Verfrissende citroenmelisse-limonade
Ingrediënten
  • 6-8 toppen verse citroenmelisse (vóór de bloei!)
  • 1 liter appelsap
  • Sap van een halve citroen
  • 0,7 liter koolzuurhoudend mineraalwater
Pluk de blaadjes van de citroenmelissestengels, doe ze in een grote kan en giet er appelsap overheen. Laat het drie uur in de koelkast trekken, zeef het en voeg citroensap toe. Vul aan met gekoeld bruisend water en serveer. Kinderen zijn dol op dit drankje!

De moderne kruidengeneeskunde maakt gebruik van de kalmerende en krampstillende eigenschappen van citroenmelisse, voornamelijk voor de behandeling van slaapstoornissen en spijsverteringsproblemen. De bestanddelen ervan kunnen ook de concentratie en het geheugen verbeteren.

Literatuur
  1. Kennedy DO, Wake G, Savelev S, et al. Modulatie van stemming en cognitieve prestaties na acute toediening van eenmalige doses Melissa officinalis (citroenmelisse) met nicotine- en muscarine-receptorbindende eigenschappen in het menselijk centraal zenuwstelsel. Neuropsychopharmacol 200; 28: 1871–1881
  2. Kennedy DO, Wightman EL. Kruidenextracten en fytochemicaliën: secundaire plantenmetabolieten en de verbetering van de menselijke hersenfunctie. Advances in Nutrition 2011; Volume 2, nummer 1: 32–50, doi.org/10.3945/an.110.000117
  3. Shakeri A, Sahebkar A, Javadi B. Melissa officinalis L. – Een overzicht van de traditionele toepassingen, fytochemie en farmacologie. J Ethnopharmacol 2016;188: 204-28. doi: 10.1016

vrijdag, mei 09, 2025

Melissa officinalis, een monografie

Citroenmelisse, ook bekend onder de farmacopeïsche naam Melissae folium, heeft een lange geschiedenis van medicinaal gebruik voor diverse aandoeningen. Men geloofde dat de plant zoveel verschillende aandoeningen kon verhelpen dat ze ooit werd beschouwd als een 'kruidengenezer voor alles' (14). Hoewel het vooral werd gebruikt voor depressie/angst, slapeloosheid en dyspepsie, omvat de lange lijst van kwalen waarvoor citroenmelisse traditioneel werd gebruikt ook bronchitis, astma (69), hoesten, koorts, menstruatieproblemen, hypertensie, migraine, shock, duizeligheid (29, 65), eczeem/huidproblemen (65), jicht (42), insectenbeten/steken (12), slangenbeten en huidinfecties (29). Sommigen geloofden zelfs dat de plant kaalheid kon genezen (29, 42). 

Citroenmelisse heeft een lange reputatie als kalmerend en opbeurend kruid, en recent onderzoek begint dit traditionele gebruik te bevestigen.  Het hydroalcoholische extract vertoonde kalmerende effecten op het centrale zenuwstelsel in dierstudies (9, 14). Een studie gepubliceerd in 2004 in Psychosomatic Medicine met menselijke vrijwilligers toonde aan dat een dosis van 600 mg gestandaardiseerd M. officinalis-extract de stemming, kalmte en alertheid verbeterde, en dat een dosis van 300 mg de wiskundige verwerkingssnelheid van de proefpersonen verhoogde (57). In een studie gepubliceerd in 2006 in Phytotherapy Research verminderde een dosis van 600 mg van een gestandaardiseerd product met Melissa officinalis en Valeriana officinalis de angst bij menselijke proefpersonen (hoewel een dosis van 1800 mg de angst juist verhoogde) (56). 

Van oudsher werd aangenomen dat citroenmelisse het geheugen scherpt (9, 14, 18), en een studie uit 2002 toonde aan dat citroenmelisse weliswaar geen verbetering bracht in geheugenfuncties zoals woordherinnering, ruimtelijk en numeriek geheugen, maar wel in concentratie (19, 54).  Een studie uit 2003 toonde echter aan dat 1600 mg gedroogd blad het geheugen verbeterde. De auteurs suggereren dat het effect op de stemming en de cognitieve prestaties citroenmelisse nuttig kan zijn bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer (55). 

Een andere studie over het gebruik van citroenmelisse bij de ziekte van Alzheimer werd in 2006 gepubliceerd in het Journal of Ethnopharmacology. De auteurs van deze studie concludeerden dat Melissa officinalis een van de planten is die nuttig kan zijn bij de preventie en behandeling van de ziekte van Alzheimer vanwege het vermogen om acetylcholinesterase te remmen. (35). Zowel de etherische olie, het ethanolisch extract en het afkooksel van Melissa officinalis werden onderzocht, waarbij het ethanolisch extract de sterkste remming vertoonde, andere planten in deze studie lieten wel een hogere mate van remming zien dan citroenmelisse.) 

Citroenmelisse heeft gedocumenteerde antivirale effecten.  Uit sommige onderzoeken met menselijke proefpersonen is gebleken dat topische preparaten van citroenmelisse effectief zijn tegen herpes simplex (9, 14, 29), en gestandaardiseerde topische preparaten met citroenmelisse-extract worden momenteel in de VS en Europa verkocht (14). Citroenmelisse-extract heeft ook antivirale eigenschappen aangetoond tegen HIV-1 (109 in 14), en waterige extracten zouden antiviraal werken tegen het influenzavirus (14). 

Studies hebben de positieve effecten aangetoond van kruidencombinaties met citroenmelisse op babykoliek (86), prikkelbare darmsyndroom (102), colitis, dyspepsie en slaapkwaliteit, maar deze studies betroffen producten die meerdere kruiden combineerden in plaats van alleen citroenmelisse, waardoor de precieze rol van citroenmelisse in deze onderzoeken onbekend is (14).  Talrijke studies hebben melding gemaakt van de antibacteriële en schimmelwerende werking van etherische olie van citroenmelisse (14, 74, 77). Een studie uit 2005 toonde aan dat een methanolextract van de bladeren van Melissa officinalis in vitro zwak actie was tegen Helicobacter pylori, de bacterie die maagzweren en andere gastro-intestinale aandoeningen veroorzaakt (68). 

Een hydro-alcoholisch extract van citroenmelisse vertoonde antibacteriële activiteit tegen Staphylococcus aureus, Salmonella choleraesuis en de resistente bacterie Klebsiella pneumoniae (77). De etherische olie zou ook antibacterieel zijn tegen Mycobacterium  hemolytica (66) en heeft antimicrobiële activiteit vertoond tegen sommige schimmels en gisten, evenals tegen microben die schimmelinfecties van de huid veroorzaken bij mensen en dieren (4, 74). Uit een onderzoek uit 2005 bleek dat een waterig extract van gedroogde bladeren van Melissa officinalis het serumcholesterol- en lipidengehalte verlaagde bij Zwitserse albino-ratten en de verhoging van enzymen die markers zijn voor leverschade verminderde (10). De etherische olie is ook antihistaminisch en krampstillend (66) en heeft in vitro antitumorale / kankerbestrijdende effecten aangetoond (25). 

Citroenmelisse is door de Duitse Commissie E goedgekeurd voor nerveuze slaapstoornissen en "functionele gastro-intestinale klachten" (9). ESCOP (European Scientific Cooperative on Phytotherapy) beveelt het uitwendige gebruik van citroenmelisse aan voor koortsblaasjes en het inwendige gebruik voor spanning, rusteloosheid, prikkelbaarheid, spijsverteringsstoornissen en lichte spasmen (9).

Citroenmelisse insectenwerend

Citroenmelisse ( Melissa officinalis ) is niet alleen een heerlijk kruid om de zenuwen te kalmeren; het is ook een krachtig middel om vervelende insecten op afstand te houden. Het geheim van de effectiviteit van citroenmelisse als insectenwerend middel schuilt in de aromatische bestanddelen. Het is een lid van de muntfamilie en, net als veel van zijn verwanten, produceert het een sterke, aangename geur waar mensen dol op zijn, maar die insecten, met name muggen, onaantrekkelijk vinden. Dit kruid is rijk aan etherische oliën met een citroengeur en bevat veel citronellal, een stof die een natuurlijke barrière vormt tegen veelvoorkomende zomerse plagen. Citroenmelisse wordt al eeuwenlang gebruikt als insectenwerend middel. De geplette bladeren kunnen op de huid worden gewreven om insecten af ​​te weren (72), en sommige melisse soorten met een hoog citronellalgehalte kunnen muggen afstoten (97). 

Bereiding 1. Citroenmelisse-zalf tegen koortsblaasjes 

De antivirale eigenschappen van citroenmelisse maken het een uitstekende keuze voor het verzachten van koortsblaasjes.

  • 3 eetlepels bijenwas
  • 3 eetlepels kokosolie
  • 1 eetlepel aloë vera-gel (kant-en-klare gel is prima)
  • 12 druppels etherische olie van citroenmelisse, wel zeer duur. Te vervangen door gedroogd melisseblad laten trekken in de kokosolie
  • 3 druppels vitamine E
  • blikken of glazen potjes met afsluitbare deksels

Hoe maak je het:

  • Smelt in een kleine pan of au bain-marie de bijenwas, kokosolie en vitamine E samen op laag vuur.
  • Haal de pan van het vuur en voeg de aloë vera-gel en de etherische olie van citroenmelisse toe, roer goed door.
  • Giet het mengsel direct in bewaarblikken of afsluitbare potten.
  • Laat het afkoelen tot het hard is, en dek het dan af.

Gebruik: Breng naar behoefte een zeer kleine hoeveelheid aan op de lippen. Vermijd gebruik tijdens zwangerschap, borstvoeding en bij zeer jonge kinderen. Vermijd gebruik bij een overgevoelige huid. Stop het gebruik als de aandoening verergert of als er extra irritatie optreedt. Deel de lippenbalsem niet met anderen om de verspreiding van het virus dat koortsblaasjes veroorzaakt te voorkomen.

Beteiding 2. Siroop van gember en citroenmelisse

Deze verzachtende siroop kan verlichting geven bij milde verkoudheids- of griepsymptomen.

  • 1/4 kopje fijngehakte, verse citroenmelisseblaadjes (of 1/8 kopje gedroogde citroenmelisse)
  • 5 cm gemberwortel, in stukjes gesneden en geschild
  • 1/3 kopje kokend water
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1/4 kopje rauwe honing

Hoe maak je het:

  • Doe de fijngehakte citroenmelisseblaadjes en gemberwortel in een hittebestendige weckpot 
  • Giet het kokende water over de kruiden, dek af met een schoteltje en laat ongeveer een uur trekken. Zeef de thee vervolgens.
  • Giet 1 eetlepel vers citroensap in een maatbeker van 1/4 kopje en vul de rest aan met gezeefde citroenmelisse/gemberthee. (Als je allergisch bent voor citroensap of er geen kunt gebruiken, laat het dan weg en gebruik in plaats daarvan meer thee.)
  • Meng de thee en het citroensap met 1/4 kopje rauwe honing en roer goed.
  • Bewaar de honing in de koelkast, sluit de pot af, voorzie hem van een etiket en bewaar hem daar ongeveer twee weken. Roer de honing voor elk gebruik even door.

Gebruik: Neem naar behoefte een theelepel in ter verlichting van lichte verkoudheids- of griepsymptomen. 

Bereiding 3. Recept voor een insectenwerend middel met citroenmelisse

  • 1/2 kopje gedroogde citroenmelisse
  • 100 ml toverhazelaarextract of gebruik gedroogd hazelaarblad
  • 3 druppels etherische olie van citroengras
  • 1 druppel basilicum etherische olie
  • 2-3 druppels etherische sinaasappelolie
  • 120 ml gedestilleerd water
  • Een afsluitbare weckpot of container (om de gearomatiseerde olie in te maken)
  • Een klein spuitflesje
  • Mousseline doek (om te zeven)

Begin met het maken van je citroenmelisse-infusie. Om een ​​kruidenolie te maken (ook wel extractie of infusie genoemd), worden gedroogde kruiden gedurende een bepaalde tijd geweekt in een vloeibare basis om hun heilzame eigenschappen er langzaam uit te trekken. Het is beter om gedroogde kruiden te gebruiken voor dit proces; verse kruiden bevatten water, waardoor een infusie snel kan bederven of ranzig kan worden. Voor deze insectenwerende olie met citroenmelisse gebruiken we hamamelisextract of gedroogd hazelaarblad als vloeibare basis. Toverhazelaar is ideaal voor dit soort uitwendige middelen omdat het verzachtend en licht samentrekkend werkt en helpt de infusie te conserveren. Bovendien verdampt het snel, waardoor de huid fris aanvoelt in plaats van vettig.

  • Meng de gedroogde citroenmelisse (1/2 kopje) en het toverhazelaarextract (100 ml) in een weckpot of een andere afsluitbare pot die je in huis hebt.
  • Schud het mengsel goed door elkaar zodat alle ingrediënten gemengd zijn.
  • Plaats de pot een week of twee in een koele, donkere kast zodat de citroenmelisse goed kan intrekken in het toverhazelaarextract. Hoe langer je het laat trekken, hoe meer de citroenmelisse zal intrekken.

Maak vervolgens je eigen insectenwerende spray:

  • Zodra je citroenmelisse-infusie klaar is, moet je de inhoud zeven. Giet de infusie in een kom en gebruik een neteldoekdoek om de blaadjes uit de vloeistof te zeven. 
  • Voeg aan deze gezeefde citroenmelisse-infusie 3 druppels etherische olie van citroengras, 1 druppel etherische olie van basilicum en 2-3 druppels etherische olie van sinaasappel toe. Al deze etherische oliën werken als muggenwerend middel en geven de citroenmelisse-infusie een heerlijke geur.
  • Roer het mengsel 30-60 seconden goed door om ervoor te zorgen dat de etherische oliën volledig zijn opgenomen.
  • Vul uw spuitfles voor de helft met dit geconcentreerde mengsel.
  • Vul de rest van de spuitfles tot de rand met gedestilleerd water en sluit deze af met de dop.
  • Bewaar je zelfgemaakte insectenwerend middel met citroenmelisse in de koelkast en schud het goed voor elk gebruik.

Hoe gebruik je dit insectenwerend middel?

  • Breng de insectenspray met citroenmelisse elke 1-2 uur aan, of naar behoefte, om muggen en andere insecten te bestrijden. Deze spray is bedoeld voor menselijk gebruik en niet voor huisdieren.

Literatuur
1. Adzet, T., et al. 1992. Content and composition of M. officinalis oil in relation to leaf position and
harvest time. Planta medica. 58(6):562-564.
2. Albert, Susan Wittig. 1995. Herbs of the zodiac. Bertram, TX: Thyme & Season Books.
3. Anderson, Esther Howe 1960. Thoreau and herbs. The herbarist. 26:25-30.
4. Araujo, C., et al. 2003. Activity of essential oils from Mediterranean Lamiaceae species against food
spoilage yeasts. Journal of food protection 66(4):625-632.
5. Belsinger, Susan. 2006. Personal communication. November 6.
6. Belsinger, Susan 2007. Lemon balm, herb of the year 2007. Herbs for health: 11(6):26-31.
7. Belsinger, Susan and Kathleen Fisher. 2002. Encyclopedia of gourmet herbs. In Hanson, Beth, editor
Gourmet herbs: classic and unusual herbs for your garden and your table. Brooklyn, NY:
Brooklyn Botanic Garden.
8. 2005. Best-practice guidelines for protected herbs - Septoria leaf spot (Septoria spp.)
[online].Boxworth, Cambridge: ADAS. [accessed November 6]. Available from World Wide Web
(http://www.protectedherbs.org.uk/pages/guidelines/septoriaLeafSpotBP.pdf).
9. Blumenthal, Mark, Alicia Goldberg and Josef Brinckmann, ed. 2000. Herbal medicine: expanded
Commission E monographs. Newton, MA: Integrative Medicine Communications.
10. Bolkent, S., et al. 2005. Protective role of Melissa officinalis L. extract on liver of hyperlipidemic rats:
a morphological and biochemical study. Journal of ethnopharmacolgy. 99:397-398.
11. Bown, Deni. 2001. The Herb Society of America new encyclopedia of herbs & their uses. New York:
DK.
12. Bown, Deni. 2006. Personal communication. December 8 and December 13.
13. Brandies, Monica Moran. 1996. Herbs and spices for Florida gardens. Wayne, PA: B.B. Mackey
Books.
14. Brendler, Thomas, et al. 2005. Lemon balm (Melissa officinalis L.): an evidence-based systematic
review by the Natural Standard Research Collaboration. Journal of herbal pharmacotherapy 5
(4):71-114.
15. Brickell, Christopher and Judith D. Zuk, ed. 1997. The American Horticultural Society A-Z
encyclopedia of garden plants. New York: DK.
16. Bunney, Sarah, ed. 1984. The illustrated encyclopedia of herbs. New York: Dorset Press.
17. Burgett, Michael 1980. The use of lemon balm (Melissa officinalis) for attracting honeybee swarms.
Bee world. 61(2):44-46.
18. Caldwell, Chic 2003. Lemon balm. Herbal harvest. 23(2):16-17.
19. Castleman, Michael 2003. Herbal healthwatch. The herb quarterly. 96:8-11.
20. Colonial Dames of America. 1995. Herbs and herb lore of colonial America. New York: Dover.
21. Craig, W.J., ed. 1914. The complete works of William Shakespeare [online]. London: Oxford
University Press (via Bartleby.com http://www.bartleby.com/70/).
22. Culpeper, Nicholas. 1652. The English physitian: or an astrologo-physical discourse of the vulgar
herbs of this nation [online].London: Peter Cole. [accessed August 7, 2006]. Available from
World Wide Web (http://www.info.med.yale.edu/library/historical/culpeper/b.htm).
23. Cunningham, Scott. 2000. Cunningham's encyclopedia of magical herbs. St. Paul, MN: Llewellyn
Publications.
24. Davis, Jeanine M. 1997. Lemon balm [online].Raleigh, NC: North Carolina Cooperative Extension
Service, North Carolina State University. [accessed November 2]. Available from World Wide
Web (http://www.ces.ncsu.edu/depts/hort/hil/hil-126.html).
25. de Sousa, Allyne Carvalho, et al. 2004. Melissa officinalis L. essential oil: antitumoral and antioxidant
activities. Journal of pharmacy and pharmacology 56:677-681.
26. Demby, Elayne Robertson 1997. Sweet melissa. The herb quarterly.73:30-33.
27. Dobelis, Inge N., ed. 1986. Magic and medicine of plants. Pleasantville, NY: The Reader's Digest
Association, Inc.
28. Duh, P.D., et al. 2004. Effects of puerh tea on oxidative damage and nitric oxide scavenging. Journal
of agricultural food chemistry. 52:8169-8176.
29. Duke, James A. 2002. Handbook of medicinal herbs. Boca Raton, FL: CRC Press.
30. Duke, Jim. 2006. Dr. Duke's phytochemical and ethnobotanical database [online] [accessed October
20]. Available from World Wide Web (http://www.ars-grin.gov/duke/).
31. Ellis, Barbara W. and Fern Marshall Bradley, ed. 1996. The organic gardener's handbook of natural
insect and disease control. Emmaus, PA: Rodale Press.
32. England, Karen. 2006. Personal communication. November 16.
33. EPPO and CABI. Data sheets on quarantine pests - Spodoptera littoralis and Spodoptera litura
[online] European and Mediterranean Plant Protection Organization. [accessed January 2,
2006]. Available from World Wide Web (http://www.eppo.org/QUARANTINE/insects/
Spodoptera_litura/PRODLI_ds.pdf).
34. Facciola, Stephen. 1998. Cornucopia II: a source book of edible plants. Vista: Kampong
Publications.
35. Ferreira, A., et al. 2006. The in vitro screening for acetylcholinesterase inhibition and antioxidant
activity of medicinal plants from Portugal. Journal of ethnopharmacolgy. 108:31-37.
36. 1994-2006. Flora of China [online] Flora of China Project. [accessed October 19, 2006]. Available
from World Wide Web (http://flora.huh.harvard.edu/china/PDF/PDF17/melissa.pdf).
37. Franke, W. 1978. On the contents of vitamin C and thiamine during the vegetation period in leaves
of three spice plants (Allium schoenoprasum L., Melissa officinalis L. and Petroselinum crispum
(Mill.) nym. ssp. crispum. Acta horticulturae. 73:205-212.
38. Gerard, John. 1975. The herbal or general history of plants: the complete 1633 edition as revised
and enlarged by Thomas Johnson. New York: Dover.
39. Gips, Kathleen. 1990. Flora's dictionary: the Victorian language of herbs and flowers. Chagrin Falls,
OH: TM Publications.
40. Gladstar, Rosemary. 1993. Herbal healing for women. New York: Simon & Schuster.
41. Gordon, Lesley. 1977. Green magic: flowers, plants & herbs in lore & legend. New York: Viking
Press.
42. Grieve, Mrs. M. 1931. A modern herbal: the medicinal, culinary, cosmetic and economic properties,
cultivation and folk-lore of herbs, grasses, fungi, shrubs & trees with all their modern scientific
uses. New York: Harcourt, Brace & Company.
43. Gruenwald, Joerg, Thomas Brendler and Christof Jaenicke, ed. 2004. PDR for herbal medicines.
Montvale, NJ: Thompson PDR.
44. Gunther, Robert T. 1959. The Greek herbal of Dioscorides. New York: Hafner Publishing.
45. Hill, Madalene and Gwen Barclay. 2006. Personal communication. October 23.
46. Hoffmann, David. 2003. Medical herbalism: the science and practice of herbal medicine. Rochester,
VT: Healing Arts Press.
47. Homer. 1857. The odysseys of Homer. Trans. George Chapman [online].London: J.R.Smith.
[accessed September 29, 2006]. Available from World Wide Web (http://www.bartleby.com/111/
chapman18.html).
48. Hunt Institute for Botanical Documentation. 2006. Catalogue of the botanical art collection at the
Hunt Institute [online].Pittsburg, PA: Carnegie Mellon University. [accessed September 26,
2006]. Available from World Wide Web (http://128.2.21.109:591/artcat/artsearch.html).
49. Huxley, Anthony, ed. 1992. The new Royal Horticultural Society dictionary of gardening. New York:
Stockton Press.
50. Jefferson, Thomas. 1944,1985. Thomas Jefferson's garden book, 1766-1824: with relevant extracts
from his other writings. Annotated by Edwin Morris Betts. Philadelphia: The American
Philosophical Society.
51. Jones, Cindy. 2006. Personal communication. November 20 & 21.
52. Jones, Cindy L.A. 2000. The antibiotic alternative. Rochester, VT: Healing Arts Press.
53. Kato-Noguchi, Hisashi. 2003. Assessment of allelopathic potential of shoot powder of lemon balm.
Scientia horticulturae. 97:419-423.
54. Kennedy, D.O., et al. 2002. Modulation of mood and cognitive performance following acute
administration of Melissa officinalis (lemon balm). Pharmacology, biochemistry and behavior.
72:953-964.
55. Kennedy, D.O., et al. 2003. Modulation of mood and cognitive performance following acute
administration of single doses of Melissa officinalis (lemon balm) with human CNS nicotinic and
muscarinic receptor-binding properties. Neuropsychopharmacology. 28:1871-1881.
56. Kennedy, David O., et al. 2006. Anxiolytic effects of a combination of Melissa officinalis and
Valeriana officinalis during laboratory induced stress. Phytotherapy research. 20:96-102.
57. Kennedy, David O., Wendy Little and Andrew B. Scholey. 2004. Attenuation of laboratory-induced
stress in humans after acute administration of Melissa officinalis (lemon balm.). Psychosomatic
medicine. 66:607-613.
58. Kiefer, Lorraine 2003. Lemon balm. The herbarist (69):60-61.
59. Kiefer, Lorraine. 2006. Personal communication. November 9.
60. Koch-Heitzmann, I. and W. Schultze 1988. 2000 Jahre Melissa officinalis. Z. Phytother. 9:77-85.
61. Langan, Karen. 2006. Personal communication. November 14.
62. Langan, Mark. 2006. Personal communication. December 4.
63. Langsner, Louise. 1991/1992. Herbs for a tea garden. The herb companion. 4(2):27-32.
64. Lavender, Susan and Anna Franklin. 1996. Herb craft: a guide to the shamanic and ritual use of
herbs. Freshfields: Capall Bann Publishing.
65. Lawless, Julia. 1992. The encyclopedia of essential oils. Shaftesbury, Dorset: Element Books.
66. Leung, Albert Y. and Steven Foster. 2003. Encyclopedia of common natural ingredients used in
food, drugs and cosmetics. Hoboken, NJ: Wiley-Interscience.
67. Loe, Theresa. 2006. Personal communication. November 16 and December 15.
68. Mahady, Gail B., et al. 2005. In vitro susceptibility of Helicobacter pylori to botanical extracts used
traditionally for the treatment of gastrointestinal disorders. Phytotherapy research. 19:988-991.
69. Mamedov, Nazim and Lyle E. Craker. 2001. Medicinal plants used for the treatment of bronchial
asthma in Russia and Central Asia. Journal of herbs, spices & medicinal plants 8(2/3):91-117.
70. McGimpsey, Jenny. 1993. Lemon balm - Melissa officinalis. [online].Christchurch, New Zealand:
New Zealand Institute for Crop & Food Research Limited. [accessed August 7, 2006]. Available
from World Wide Web (http://www.semec.ws/cropfood/psp/broadshe/lemon.htm).
71. McGuffin, Michael, et al., ed. 1997. American Herbal Products Association botanical safety
handbook. Boca Raton: CRC Press.
72. McVicar, Jekka 2004. Taste something different-lemon balm. BBC gardeners' world. 164:82.
73. Meagher, Evelyn. 1985. Herbs in the middle ages. Grant Printing.
74. Mimica-Dukic, Neda, et al. 2004. Antimicrobial and antioxidant activities of Melissa officinalis L.
(Lamiaceae) essential oil. Journal of agricultural and food chemistry. 52:2485-2489.
75. Moldenke, Harold N. and Alma L. Moldenke. 1952. Plants of the Bible. Waltham, MA: Chronica
Botanica Company.
76. Mrlianová, Mária, et al. 2002. The influence of the harvest cut height on the quality of the herbal
drugs Melissae folium and Melissae herba. Planta medica. 68:178-180.
77. Nascimento, Gislene G.F., et al. 2000. Antibacterial activity of plant extracts and phytochemicals on
antibiotic-resistant bacteria. Brazilian journal of microbiology. 31:247-256.
78. Nau, Jim. 1999. Ball culture guide: the encyclopedia of seed germination. Batavia: IL: Ball
Publishing.
79. Pavela, Roman. 2005. Insecticidal activity of some essential oils against larvae of Spodoptera
littoralis. Fitoterapia (76):691-696.
80. Payne, Barbara 2006. Modest melissa. Herbs 31(1):10-11.
81. Platt, Ellen Spector. 2002. Lemon herbs: how to grow and use 18 great plants. Mechanicsburg, PA:
Stackpole Books.
82. Reppert, Bertha. 1984. Bertha Reppert's herbs of the zodiac. Mechanicsburg, PA: Rosemary House.
83. Ribiero, M.A., M.G. Bernardo-Gil and M.M. Esquivel. 2001. Melissa officinalis L.: study of antioxidant
activity in supercritical residues. Journal of supercritical fluids. 21:51-60.
84. Rinzler, Carol Ann. 2001. The new complete book of herbs, spices, & condiments. New York:
Checkmark Books.
85. Rohde, Eleanour Sinclair. 1935. Shakespeare's wild flowers: fairy lore, gardens, herbs, gatherers of
simples and bee lore. London: The Medici Society.
86. Savino, Francesco, et al. 2005. A randomized double-blind placebo-controlled trial of a standardized
extract of Matricariae recutita, Foeniculum vulgare and Melissa officinalis (ColiMil®) in the
treatment of breastfed colicky infants. Phytotherapy research. 19:335-340.
87. Scannell, Ellen. 2003. Lemon balm (Melissa officinalis) [online].Central Point, OR: Oregon State
University, Jackson County Extension Office. [accessed August 31, 2006]. Available from World
Wide Web (http://extension.oregonstate.edu/sorec/mg/herbanrenewal/lemonbalm.html).
88. Scannell, Ellen. 2006. Personal communication. October 15.
89. Schetky, E. 1961. Herb garden bouquets. The herbarist. 27:42-44.
90. Shalaby, A.S, S. El-Gengaihi and M. Khattab 1995. Oil of Melissa officinalis L., as affected by
storage and herb drying. Journal of essential oil research 7:667-669.
91. Simpson, John and Edmund Weiner. 1989, 2006. Oxford English dictionary [online].New York:
Oxford University Press. [accessed September 26, 2006]. Available from World Wide Web
(http://dictionary.oed.com.ezproxy2.cpl.org/).
92. Small, Ernest. 1997. Culinary herbs. Ottawa: NRC Research Press.
93. Stearn, William T. 1992. Botanical Latin. Newton Abbot, Devon: David & Charles.
94. Talbert, Rexford. 2006. Personal communication. October 19.
95. Tierra, Lesley. 2000. A kid's herb book for children of all ages. San Francisco: Robert D. Reed
Publishers.
96. Tucker, Arthur O. 2006. Personal communication. October 12.
97. Tucker, Arthur O. and Thomas DeBaggio. 2000. The big book of herbs: a comprehensive illustrated
reference to herbs of flavor and fragrance. Loveland, CO: Interweave Press.
98. Tzanetakis, I.E., I.C. Mackey and R.R. Martin. 2005. Tulip virus X (TVX) associated with lemon balm
Melissa officinalis variegation: first report of TVX in the USA. Plant pathology 54:562.
99. U.S. Food and Drug Administration. 2002. Code of federal regulations Ch.21 Section 182.10 [online]
Office of the Federal Register and NARA. [accessed August 31, 2006]. Available from World
Wide Web (http://a257.g.akamaitech.net/7/257/2422/14mar20010800/edocket.access.gpo.gov/
cfr_2002/aprqtr/pdf/21cfr182.10.pdf).
100. U.S. Food and Drug Administration. 2002. Code of federal regulations Ch.21 Section 182.20
[online] Office of the Federal Register and NARA. [accessed August 31, 2006]. Available from
World Wide Web (http://a257.g.akamaitech.net/7/257/2422/14mar20010800/
edocket.access.gpo.gov/cfr_2002/aprqtr/pdf/21cfr182.20.pdf).
101. Van Hevelingen, Andrew. 2006. Personal communication. October 17.
102. Vejdani, Reyhaneh, et al. 2006. The efficacy of an herbal medicine, carmint, on relief of abdominal
pain and bloating in patients with irritable bowel syndrome: a pilot study. Digestive diseases and
sciences 51:1501-1507.
103. Virgil. 1753. The ecologues and georgics of Virgil. Trans. Joseph Warton. (accessed via Literature
Online).
104. Voigt, Charles E. 2006. Lemon balm, not just a sweet smelling weed anymore. The herbarist. 72:9-
13.
105. Walker, Winifred. 1957. All the plants of the Bible. London: Lutterworth Press.
106. Wiersema, John H. and Blanca Leon. 1999. World economic plants: a standard reference. Boca
Raton: CRC Press.
107. Wong, A.H., M. Smith and H.S. Boon. 1998. Herbal remedies in psychiatric practice. Arch. gen.
psychiatry 55(11):1033-1044.
108. Wood, Rebecca. 1999. The new whole foods encyclopedia: a comprehensive resource for healthy
eating. New York: Penguin/Arkana.
109. Yamasaki, K., et al. 1998. Anti-HIV-1 activity of herbs in Labiatae. Biol. pharm. bull. 21(8):829-833.
110. Zohary, Michael. 1982. Plants of the Bible. Cambridge: Cambridge University Press. 

maandag, september 30, 2024

Melisse tegen verdriet.

Melisse is een geneeskrachtig kruid voor het zachte, bezorgde type' schrijft Jaap Huibers. De citroenmelisse heeft zowel een opwekkende als kalmerende werking. Dat komt van pas bij mensen met een nerveuze depressie. Voor een schuw en wat angstig mens. die zich al gauw zorgen maakt, is de melisse dan ook geknipt.

Melissegebruik in het verleden

Avicenna: "... Citroenmelisse maakt het hart tevreden en vreugdevol en versterkt de levenskrachten - drijft slechte gedachten en melancholie uit de geest - is goed om bij indigestie te helpen en verstoppingen in de hersenen op te heffen - het is goed voor lever en milt."

Hildegard von Bingen: "Men heeft de neiging te lachten als men er van eet. Melisse maakt vrolijk. Melisse verenigt in zich de krachten van 15 andere kruiden!"

Griekse en Romeinse geneesheren waren vele eeuwen geleden al bekend met de geneeskrachtige werking van citroenmelisse. Dioscorides en Plinius de Oudere hebben destijds veel werk verzet om de bestaande kennis over geneeskrachtige planten terug te brengen naar het gewone volk. In de in volkstaal geschreven boeken gaven zij duidelijk aan hoe men de plant op eenvoudige wijze kon toepassen bij allerlei aandoeningen. Eén van hun adviezen was de melisseblaadjes in wijn te dopen en deze vervolgens als verband  aan te brengen bij de behandeling van (geïnfecteerde) wonden, steekwonden en bijtwonden. Over citroenmelisse zijn in de loop der tijd vele uitspraken gedaan die allen wellicht een kern van waarheid bevatten. John Gerard schreef dat het kruid “het hart troost en alle droefheid verdrijft”

In de Middeleeuwen was het een geliefd bestanddeel van “jeugdelixers”. De alchemist Paracelsius maakte er een kruidenmengsel van dat hij “primum ens melissae” noemde en tot in de 18de eeuw geloofde men dat dit mengsel “de jeugd verlengde”. John Evelyn schreef in 1679 over de plant “melisse is onovertroffen voor de hersenen omdat zij het geheugen versterkt en de melancholie krachtdadig verjaagt”. Eind vorige eeuw heeft een onderzoeksgroep deze geclaimde geheugenversterkende werking bevestigd na klinische studies met bladextracten (Perry, 1998). Perry stelt dat hierbij sprake is van een cholinergische werking, dus wanneer acetylcholine de prikkeloverdracht in het zenuwstelsel veroorzaakt en deze plaats heeft bij de motorische zenuwen en de parasympathicus.

Traditionele toepassingen en wetenschappelijk onderzoek

Traditionele toepassingen van M. officinalis zijn voornamelijk geregistreerd in Europese landen, het Middellandse Zeegebied en landen in het Midden-Oosten. Fytochemische onderzoeken hebben aangetoond dat deze plant vluchtige verbindingen, triterpenoïden, fenolzuren en flavonoïden bevat. Ruwe extracten en zuivere verbindingen geïsoleerd uit Melisse officinalis vertoonden talrijke farmacologische effecten, waarvan de anxiolytische, antivirale en krampstillende activiteiten van deze plant, maar ook de effecten op stemming, cognitie en geheugen zijn aangetoond in klinische onderzoeken. AChE-remmende activiteit, stimulatie van de acetylcholine- en GABA-A-receptoren, evenals remming van matrixmetalloproteïnase-2 zijn de belangrijkste voorgestelde mechanismen voor de veelbesproken neurologische effecten van deze plant. 

Moderne farmacologische studies hebben nu veel traditionele toepassingen van M. officinalis gevalideerd. De onderzoeken hebben aangetoond dat Melissa officinalis een potentiële bron is voor de behandeling van een breed scala aan ziekten, met name angst en enkele andere CNS-stoornissen.

Melisse is bij uitstek geschikt voor al die aandoeningen die we kunnen samenvatten onder het begrip 'vegetatieve dystonie': nerveuze hartklachten, neiging tot maag- en darmstoornissen, geestelijke vermoeidheid en neiging tot flauwvallen. Ook door zenuwachtigheid veroorzaakte en op migraine gelijkenis hoofdpijnen en vele vormen van astma, alsmede krampachtige menstruatiepijnen kunnen met melisse worden bestreden. Dat is een breed beeld van ziekten en symptomen, waarbij het wel gaat om een gemeenschappelijke achter- grond: een angstig-nerveuze spanning en/of de zogenaamde vegetatieve dystonie. Men zou kunnen zeggen dat melisse juist iets is voor de al te gevoeligen onder ons.