woensdag, juli 17, 2024

Het drogen van kruiden

De meeste medicinale planten kunnen slechts op specifieke momenten van het jaar worden geoogst. Om ze bij de hand te hebben, drogen mensen ze al duizenden jaren. Tot op de dag van vandaag blijft drogen de beste methode om medicinale planten te conserveren. Door te drogen wordt het vochtgehalte in het plantmateriaal verlaagd, waardoor alle biologische processen, zoals de activiteit van plantenenzymen en de groei van schimmels of bacteriën, stoppen.

Het drogen van medicinale planten bespaart ook ruimte: gedroogde medicinale planten zijn aanzienlijk lichter en kleiner dan verse [1]. Ook kan er energie worden bespaard tijdens het drogen: apparaten zoals magnetrons, dehydrators of ovens kunnen nuttig zijn, maar zijn over het algemeen niet nodig. Door het drogen blijven de medicinale eigenschappen behouden.

In de loop van de evolutie hebben planten geleerd hun omgeving te beïnvloeden. Omdat ze zelf niet veel kunnen bewegen, manipuleren ze de wereld om hen heen: ze trekken dieren aan die nuttig voor hen zijn, zoals bestuivende insecten. Ze verjagen hongerige herbivoren die hen zouden kunnen schaden. Planten gebruiken chemische verbindingen, bekend als secundaire plantenmetabolieten, om deze roofdieren aan te trekken en af ​​te weren. Veel van deze stoffen worden door de plant opgeslagen en pas geactiveerd wanneer nodig. In geval van een verwonding – bijvoorbeeld door een dierenbeet – activeren enzymen talloze afweerstoffen. Deze kunnen niet alleen de eetlust van het dier onderdrukken, maar ook de wond beschermen tegen infectie door bacteriën, schimmels of virussen.

Het droogproces beschadigt ook het plantenweefsel. Het vochtverlies maakt plantencellen broos. Dit leidt tot de enzymatische activering van afweerstoffen, die vaak een korte levensduur hebben. Tijdens een lange droogperiode kunnen veel waardevolle voedingsstoffen verloren gaan. Daarom is snel drogen essentieel.

Het drogen kan echter ook het gehalte aan individuele actieve ingrediënten verhogen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het droogproces het gehalte aan antioxidanten kan verhogen [2].

Zorgvuldige voorbereiding

Voordat je begint met drogen, is sorteren essentieel: gooi alle verwelkte, beschadigde of zieke plantendelen weg, want die kunnen besmet zijn met bacteriën of schimmels. Geneeskrachtige planten met kleine blaadjes, zoals wilde tijm, bonenkruid of duizendblad, kunnen in kleine, luchtige bosjes worden gebonden. Scheid bij alle andere planten de bladeren van de stengel. Plantendelen die snel drogen, zoals bloemen en bladeren, hoeven niet te worden gehakt. Door ze te hakken verliezen ze namelijk vluchtige bestanddelen zoals essentiële oliën. Een uitzondering hierop vormen zeer grote of leerachtige bladeren, zoals die van klimop of hoefblad, die met een scherpe schaar in kleinere stukjes kunnen worden geknipt. Hoe minder de kruiden worden gehakt, hoe beter hun heilzame eigenschappen behouden blijven tijdens het drogen en bewaren.

Snijd de wortels in de lengte door en hak eventuele stukjes schors grof. Kleine bessen kunnen goed in hun geheel gedroogd worden, grotere bessen (zoals rozenbottels) kunnen gehalveerd worden.

Liefst niet wassen voor je droogt. Verwijder aarderesten van de wortels met een groenteborstel. Als ze erg vuil zijn, is het een goed idee om ze na het drogen nogmaals te borstelen. Ik was alleen wortels die veel aarde (kleigrond) bevatten voordat je ze laat drogen. Snel en kort spoelen.

Waar kun je medicinale planten het beste drogen?

De ruimte waarin je kruiden droogt, moet goed geventileerd, stofvrij en matig warm zijn. Het moet er ook droog zijn, want kruiden drogen slecht bij een hoge luchtvochtigheid. Slijmerige kruiden zoals heemstwortel of koningskaarsbloemen nemen zelfs vocht op in vochtige ruimtes!
De kruiden mogen niet aan direct zonlicht worden blootgesteld, omdat dit leidt tot verlies van actieve bestanddelen zoals essentiële oliën en kleurpigmenten [ 3 ]. Het drogen kan ook plaatsvinden in een donkere ruimte, bijvoorbeeld op zolder.
In de zomer kun je ook buiten drogen, maar alleen in de schaduw en natuurlijk niet bij regenachtig weer.
Voor wortels en schors is het het beste om een ​​bijzonder warme plek te kiezen, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarming.

Het droogproces

Het droogproces duurt tussen de 3 en 10 dagen, afhankelijk van het weer en het plantmateriaal. Je kunt kleine boeketten en wortels te drogen hangen, bijvoorbeeld aan een waslijn of droogrek. Leg alle andere plantendelen op een schone doek van natuurlijke vezels; ze mogen naast elkaar liggen, maar niet op elkaar. Als je veel droogt, is het de moeite waard om droogrekken te kopen of te maken. Om ze te maken, span je insectengaas of een stof van natuurlijke vezels over een houten frame. Het is raadzaam om het plantmateriaal tijdens het droogproces eenmaal per dag om te keren. Dit is vooral belangrijk voor bessen of slijmstofplanten zoals koningskaars, heemst of kaasjeskruid.

Overigens drogen slijmerige planten bijzonder langzaam en zijn daardoor gevoelig voor schimmelgroei. Bij een hoge luchtvochtigheid drogen ze nauwelijks, omdat ze water als een spons kunnen opnemen. Schimmel op kruiden is zelden zichtbaar, maar wel te herkennen aan de kenmerkende, wat muffe geur!

De planten zijn droog als de bladeren verkruimelen wanneer je erover wrijft en de stengels breken wanneer je ze buigt en niet meer gebogen kunnen worden. Planten die na 10 dagen nog niet droog zijn, moeten in de oven op 40 °C worden geplaatst. Meestal hebben ze dan nog maar een paar uur warmte nodig.

Gedroogde medicinale planten zijn niet volledig watervrij; gemiddeld bestaat tien procent van het gewicht van goed gedroogde plantendelen nog steeds uit water.

Bewaar gedroogde medicinale planten op een donkere, droge en koele plaats.

Bruine potten met schroefdeksel en een brede hals zijn bijzonder geschikt voor het bewaren van medicinale kruiden. Bruine potten beschermen de kruiden niet alleen tegen vocht, maar ook tegen UV-straling. Doorzichtige potten zijn ook geschikt, mits ze op een donkere en koele plaats worden bewaard.

Label de potten duidelijk met de naam van de betreffende medicinale plant en het oogstjaar. Zolang de planten geen muffe of onaangename geur ontwikkelen, kunt u ze tot wel vier jaar gebruiken.

En tot slot…

De meeste geneeskrachtige plantenstoffen zijn lang houdbaar. Ze behouden hun structuur – en daarmee hun geneeskrachtige eigenschappen – jarenlang als ze op de juiste manier worden bewaard. De beste en meest economische bewaarmethode is drogen. 

Literatuur
  1. Vergelijking van traditionele en nieuwe droogtechnieken en het effect daarvan op de kwaliteit van fruit, groenten en aromatische kruiden. Foods 2020 9 sep; 9(9): 1261
  2. Effect van de droogmethode op de antioxidantcapaciteit van zes kruiden uit de Larniaceae-familie. Food Chem 2010; 123:85–91
  3. Een overzicht van droogmethoden voor het verbeteren van de kwaliteit van gedroogde kruiden. Crit Rev Food Sci Nutr 2020 19 mei: 1–24

zondag, juli 14, 2024

Tuin vol gedichten en gedachten. Verloren maar ooit beleefd

Planten in mijn tuin zijn meer dan planten, ze vertegenwoordigen gedachten en gevoelens van de tuinmens, ze vertellen het verhaal van de vrouw of de man achter de planten. Gedichten, gedachten, geloof en gezondheid.

Glad gazon of wild grasland, reuzebereklauwen of beschaafde hostas, bescheiden vergeetmenietjes of overdonderende gladiolen...... ze spreken allemaal hun eigen taal maar ze spreken ook de taal van de tuinman. De tuin stelt bewust of onbewust de ziel van de tuineigenaar ten toon. De tuinman, een open tuinboek.

Verloren maar ooit beleefd
Een tuinmens die steeds maar verhuisd. Je moeizaam maar met plezier opgebouwde tuin verlaten en opnieuw beginnen. Een vreemde vorm van masochisme of toch zinvol? Het voordeel is dat ik veel later die verlaten tuinen nog eens kan bezoeken en bekijken wat er van geworden is. Verwoest of verkracht door de volgende eigenaar of verlaten en opnieuw ingenomen door de echte natuur.
Een herborist, tuinmens op den dool, die tussendoor toch nog eens zijn vroegere tuinen kan en wil bezoeken. Of tenminste wat daar nog van over is. Of toch beter maar leven van tuinherinneringen?

Verleden tuin Schriek.
Begeesterend, spannend en emotioneel vind ik het rondsnuffelen tussen de resten van planten die ik daar ooit gezaaid en geplant heb. Zien hoe ze hun eigen gang gaan, zich flink uitbreiden of overwoekerd worden door de echte natuur. Zuiderse Monnikenpepers, waarvan de bloeitakken zich kronkelend door de open serredeur naar buiten wringen; Marokkaanse munt, onvervalst geurend en woekerend tegen huizenhoge bamboes op, stevige Griekse alant, aardperen en gele agrimonies die zich zonder problemen handhaven. Natuurlijk zijn er vele tere, ooit vertroetelde plantjes verdwenen, niet alles kan zich in dit geweld van groei staande houden. Gelukkig denk ik minder aan de planten die er niet meer zijn, dan aan de nog aanwezige kruiden. Uit het oog is in dit geval, gelukkig wel een beetje uit het hart.

Herinnering van lang geleden. Donderdag, Ik kom hier vandaag nog wat planten oogsten voor de herboristenopleiding van vanavond in Haasrode en voor de cursus van de volgende dagen helemaal in Natoye. Vooral het plukken van de Vitextakken vol zoet geurende zaden dompelt mij onder in een Oosterse sfeer van duizend en één nachten, niet verwonderlijk voor een zaadje dat hormonaal werkzaam is. Gelukkig brengt het ploeterend oogsten van ondergrondse aardpeerknollen en alantwortels mij terug naar de aardse werkelijkheid. En een half uur later rij ik weg met een auto vol van aardse en hemelse geuren, op weg naar de mensen.

donderdag, juli 04, 2024

Maquis en garrigue, mythische biotopen

Droog en warm, zinderende hitte wordt zichtbaar boven de lage, leerachtige begroeiing, harsige geuren camoufleren de geur van menselijk zweet. We wandelen tussen de grillige, bijna kale rozemarijnstruiken, over het grondbedekkend bonenkruid en tussen de zoete lavendel, korte broekbenen worden gekrast door de scherpe bladeren van de aarbeiboom of door de kruipende en klimmende sarsaparilla- en meekrapsoorten. Mooi maar meedogenloos.

Het mythische maquis

Romantisch ruig. Maquis! Een dicht begroeide plantenbiotoop van groenbljvende, kleine bomen en struiken, die 1-3 m hoog worden. Maquis is te vinden in gebieden waar het oerbos is vernietigd, of is ontstaan uit bossen waar de grote bomen zijn verwijderd. Dichte maquis vinden we veel in de westelijke helft van het Middellandse Zeegebied. Het bevindt zich meestal tussen zeeniveau en ongeveer 600 m, maar in bepaalde streken (zoals Kreta) kan het voorkomen op een hoogte van 1000 meter of zelfs hoger. Maquis kan zich herstellen van afbranden, als het tenminste niet wordt ontruimd of daarna zwaar begraasd. Typische maquis-planten, zoals Arbutus unedo en Erica arborea hebben opmerkelijke mogelijkheden om zich te verjongen: als de toppen door vuur zijn verwoest, groeien er nieuwe scheuten aan de basis van de plant.

Op de hoger gelegen hellingen kunnen blad verliezende struiken gaan domineren in wat wel pseudomaquis genoemd wordt. Hier kunnen bladverliezende eiken de groenblijvende soorten gaan overheersen. Als bossen met groenblijvende soorten zoals Hulsteik en Buxus worden gekapt, blijven er meestal lage vegetaties over die worden gedomi­neerd door bladverliezende struiken.

Voor een herborist zijn hier ook veel merkwaardige gebruiksplanten te vinden. In de hoge maquis komen steeneik en kermeseik voor. Verder soorten zoals mastiek- en terpentijnboom (Pistachia), judasboom (Cercis), steenlinde en boomheide. Veel voorkomende soorten in de lage maquis zijn: erica, cistus, brem en brandkruid (Phlomis).

Garrigue

Is een minder dichtgroeiende plantengemeenschap van groenblijvende dwergstruiken, die zelden hoger worden dan 0,5 m. Garrigue is wijdverspreid in het Middellandse-Zeegebied, we vinden er vooral aromatische kleine struiken met kleurige bloemen. Garrigue is opener dan maquis, waardoor er een grotere variatie aan kleinere kruiden tussen de struiken kunnen groeien. Deze gemeenschap is dan ook rijk aan eenjarigen, orchideeën en bolgewassen. En is voor een herborist en kruidenliefhebber nog interessanter omdat we hier wilde tijm, lavendel, bonekruid en rozemarijn kunnen vinden.

In het hele gebied zijn droogteresistentie en vraatresistentie typische aanpassingen aan de extreme omstandigheden. Euphorbia-, Affodil- en Cistus-soorten zijn doorgaans onsmakelijk voor vee door de chemische afweerstoffen die deze planten hebben ontwikkeld. Eeuwenlange begrazing door vee, het Middellandse-Zeegebied wordt al ten minste 8000 jaar bewoond, heeft de ontwikkeling van stekelige planten bevorderd. Meestal tonen ze daarbij ook aanpassingen aan droogte door hun dichte, gedrongen vorm en kleine, leerachtige bladeren.

Een ander opvallende aanpassing vinden we terug in de grote variëteit aan bol- en knolgewassen, zoals Crocus, cyclaam, kievitsbloem, tulp en wilde orchideeën. De bolgewassen bloeien ofwel aan het eind van de winter en in de lente, ofwel in de herfst; in deze perioden is het koeler en is er voldoende vocht om de groei te bevorderen. In de hete zomermaanden zijn deze planten afgestorven, en brengen ze de tijd veilig ondergronds door als een gezwollen, vlezige wortel, bol of wortelstok

Gedurende de ijstijden, toen de flora van Noord- en Midden-Europa grotendeels was verdwenen onder ijskappen en gletsjers, ontsnapte het Middellandse-Zeegebied aan de verwoestende werking van het ijs en fungeerde als een toevluchtsoord voor het plantenleven. Veel typisch mediterrane planten, zoals de johannesbroodboom, de olijf en de judasboom, zijn relicten van voor de laatste ijstijden. De snelle evolutie die in het Middellandse-Zeegebied heeft plaatsgevonden, en nog steeds plaatsvindt, wordt weerspiegeld door het grote aantal uiterst variabele soorten. Het Middellandse-Zeegebied is ook bijzonder rijk aan zogenaamde endemen, soorten die van nature slechts in een bepaald beperkt gebied of op een bepaald eiland voorkomen. Endemen komen vooral voor op de Egeïsche eilanden, Kreta en Cyprus.

Maar voor mij zijn maquis en garrigue toch vooral ook bijzonder door de magische sfeer, de geur en het mystiek gevoel dat het landschap uitstraalt. Alsof goden en geesten elk moment kunnen verschijnen. Een etherisch landschap als het ware.

Enkele kruidige soorten op een rij

Myrtus communis – Myrte

Een kleine struik met een grote reputatie. Vooral de etherische olie heeft een slijmoplossende en ontsmettende werking op de luchtwegen: te gebruiken bij neusverkoudheid, bronchitis en Cara. Maar als herborist wil ik toch wel zeggen dat zowel van de bessen als van het blad thee kan gezet worden bij diarree en andere maag-darmproblemen.

Rosmarinus officinalis – Rozemarijn

Rubia tinctorum, Rubia peregrinum – Meekrap, Krap

Vooral de kruipende Krap met zijn scherpe stervormige blaadjes is een echte plant van de streek. Onder de grond verbergt zich het geheim van de plant, in de vorm van een rode wortelstok, waar vroeger een industrieel belangrijke kleurstof uit werd gewonnen. In de kruidengeneeskunde is het de belangrijkste plant bij niergruis. Combineren met bijvoorbeeld Kattedoorn en Guldenroede.

Satureja montana – Bergbonekruid

Net zoals Rozemarijn meer zuidelijk groeiend. Bijvoorbeeld bij de Mont Ventoux samen met tijm. Een mooie kombinatie deze 3 stimulerende lipbloemigen. De naam Satureja komt van de sater, een mythische liederlijke figuur berucht om zijn seksuele uitspattingen. Bonekruid zou dan ook de seksuele en andere appetijt stimuleren. Misschien eten daarom de ezels zo graag dit kruid.Verder werden en worden er kazen, worsten en boongerechten mee gekruid. ‘Pour parfumer les tommes’ zegt men hier.

Smilax aspera – Sarsaparilla

Een kruipende klimplant met ruwe ranken, kleine witte bloemen en rode bessen. Als onderbegroeiing in het maquis, droge stenige bosjes. Oude glorie, vooral bekend om zijn diuretische en depuratieve werking en dus gebruikt bij huidaandoeningen, zelfs bij psoriasis.

Thymus serpyllum – Wilde tijm – Serpolet

De kruipende tijm heeft dezelfde werking als de Echte tijm. Te gebruiken voor de luchtwegen en de spijsvertering. Gilbert Jean zegt ‘ C’est pour faire digérer’. In het Middellandse Zeegebied werd hij ook gebruikt tegen ‘rougéole’ (roodvonk). Volgens Lieutaghi zou dit een vorm van signatuurleer zijn. Het roodverkleurend blad voor een rode ziekte.


Thymus vulgaris – Echte tijm – La Farigola

Een veel gebruikte plant met veelzijdige werking maar ook met grote variatie in de samenstelling. Van vallei tot vallei kan de etherische olie verschillen (hoofdbestanddeel: thymol, carvacrol, geraniol, linalol of thuyanol). Natuurlijk vooral bekend om zijn antibacteriële en hoestwerende werking, maar in de streek ook gebruikt voor de spijsvertering. Chauvin zegt ‘Quand tu avais fait un gros repas, tu prenais une bonne tasse de thym, ça faisait du bien’. Vooral goed voor kou op de darmen en tegen diarree.

woensdag, juni 26, 2024

Op zoek naar de rozenwortel in de Franse Vanoise

We zijn nog steeds in de Franse Alpen op zoek naar de rozenwortel. Om een vroegere vindplaats te bereiken moeten we nog wel 2 uur rijden helemaal over de col en dan in de afdaling lijken we hoog in de rotsen in een flits mogelijk bloeiende rhodiola te zien. Nu al, zo vroeg, bloeiende rozenwortel? We stoppen en gaan op zoek. Een mooie wandeling, weg van de weg met veel planten maar helaas geen rozenwortel. Terug bij de auto en nog even hopeloos rondkijkend zie ik een gele glimp hoog in de helling, en dan kruipend op handen en voeten verstopt achter de rotsen, vinden we de eerste bloeiende rozenwortels. 













zondag, juni 09, 2024

Meidoorn ook te gebruiken bij ouderdomsdiabetes?

Meidoorn kennen we vooral om zijn versterkende werking op het hart, uit nieuwe onderzoeken lijkt nu dat Crataegus species ook nuttig kunnen zijn voor diabetespatienten.

Studies met diermodellen voor diabetes laten zien dat extracten van Crataegus-soorten verhoogde glucosespiegels kunnen verlagen en insulineresistentie kunnen verminderen. Dit gebeurt via meerdere aangrijpingspunten in het glucosemetabolisme [1,2]. Daarbij laten Crataegus-extracten een vergelijkbare werkzaamheid zien als metformine [1], het vaakst gebruikte medicijn bij diabetes type 2 en een goed voorbeeld van een multitarget-antidiabeticum. Proanthocyanidinen en andere flavonoïden die rijkelijk aanwezig zijn in blad, bloem en bes van Crataegus-soorten worden beschouwd als de belangrijkste actieve stoffen. Voorbeelden daarvan zijn catechinen, procyanidin B2, -B5 en -C1, hyperoside en 3-epicorosolzuur [1]. 

Werking

In enkele in vitro-testen remmen Crataegus-extracten spijsverteringsenzymen die glucose vrijmaken uit voeding (α-amylase, α-glucosidase). In vivo-testen (diermodellen) laten zien dat deze extracten de opname van glucose in de lever, skeletspieren en vetweefsel stimuleren via activering van weefselspecifieke glucosetransporters (GLUT-1, GLUT-2, GLUT-4). Verder beïnvloeden Crataegus-extracten de aanmaak (genexpressie) of activiteit van eiwitten die deel uitmaken van insulinesignaalroutes. Zo bevorderen ze in de lever de bij diabetes verstoorde opslag van glucose als glycogeen en remmen ze de ontregelde vorming van glucose uit glycogeen en uit niet-koolhydraatbronnen (gluconeogenese) [1,2]. Verder verlagen ze verhoogde gehaltes van triglyceriden en cholesterol [2]. 

In de alvleesklier blijken Crataegus-extract en -flavonoïden in staat om streptozotocin-geïnduceerde schade aan de insulineproducerende bètacellen (een veelgebruikt diermodel voor diabetes type 1 en 2 ) deels te kunnen voorkomen of herstellen. Hiermee beschermen ze de insulineproductie. Daarnaast verminderen bepaalde polyfenolextracten van Crataegus spp. diabetesgerelateerde oxidatieve stress en inflammatie in de lever, alvleesklier, skeletspieren en bloedvaten [2]. 

Crataegus tegen complicaties bij diabetes

Hyperglykemie-geïnduceerde oxidatieve stress en inflammatie dragen bij aan insulineresistentie en complicaties van diabetes. Crataegus-extracten zijn rijk aan antioxidanten en laten in in vivo-testsystemen onder hyperglykemische condities een afname zien van oxidatieve stress en inflammatie [2]. Een extract van Crataegus-zaad verbeterde bij een in vivo-studie de diabetes veroorzaakte maaglediging [2]. Andere proefdierstudies laten beschermende effecten zien van Crataegus-extracten tegen hartspierhypertrofie, hartfalen en cognitieve veranderingen bij diabetes en tegen diabetische nefropathie van flavonoïden uit Crataegus-blad [2]. C. microphylla-extract kon in vivo endotheeldisfunctie door diabetes voorkomen [3]. Gebruik van dagelijks 1200 mg extract van C. laevigata (LI132) gedurende zestien weken kon bij diabetespatiënten met hypertensie de bloeddruk verder omlaag brengen, terwijl ze al behandeld werden met bloeddrukverlagers. Er werden geen interacties gezien met de gebruikte ACE-remmers, calciumantagonisten, bètablokkers en diuretica [4]. 

Conclusie

Van de diverse meidoornsoorten die onderzocht zijn in relatie tot diabetes wordt Crataegus pinnatifida (Chinese meidoorn) relatief vaak genoemd. Andere voorbeelden zijn C. monogyna en C. laevigata [1,2]. Meidoornextracten bieden door hun multitarget-werking en goede verdraagbaarheid een mogelijk interessante optie voor nader klinisch onderzoek bij diabetes type 2 en de complicaties daarvan. 

Referenties

[1] Rutkowska M. et al. Anti-diabetic potential of polyphenol-rich fruits from the Maleae tribe - a review of in vitro and in vivo animal and human trials. Nutrients. 2023;15(17):3756. [2] Gheitasi I. et al. Molecular mechanisms of hawthorn extracts in multiple organs disorders in underlying of diabetes: a review. Int J Endocrinol. 2022;2022:2002768. [3] Topal G. et al. Effects of Crataegus microphylla on vascular dysfunction in streptozotocin-induced diabetic rats. Phytother Res. 2013;27(3):330-337. [4] Walker AF. et al. Hypotensive effects of hawthorn for patients with diabetes taking prescription drugs: a randomised controlled trial. Br J Gen Pract. 2006;56(527):437-443.

Drs. L.K. (Lan Kiauw) de Munck-Khoe

woensdag, juni 05, 2024

Verhalen over de klaproos

De opvallende klaproos die vroeger zoveel in graanakkers voorkwam heeft in het verleden de fantasie van de mensen geprikkeld en zo er voor gezorgd dat er vele vreemde namen en verhalen zijn ontstaan over deze plant.

Op het eerste zicht onwaarschijnlijke namen met pater, zoals bloedpater, korenpater en patersbloem. Deze namen verwijzen naar een kinderlokker, een wezen donkerrood van kleur, die zich in de korenvelden verstopte en de kinderen meesleurden, die ‘eenen voet in het koren durfden zetten’. Zij snijden of trappen onmeedogend de teenen der kinderen af, om hun langs daar het bloed uit te zuigen’. De kinderschrik is blijkbaar ooit in het leven geroepen om kinderen er van te weerhouden om in het koren klaprozen te gaan plukken omdat plat getrapt koren moeilijk te oogsten was. De naam korenpater verwijst naar bedelmonniken, die vroeger langs de deuren gingen om voedsel te bedelen.

De benaming klaproos komt in het Nederlands mogelijk voor het eerst voor in Dictionarium Latinogermanicum uit 1542. Maar Dioscorides gebruikte in zijn Materia Medica uit de eerste eeuw na Christus al de term oxutonon, samengesteld uit het Griekse oxus, schel, doordringend en tonos, geluid, verwijzend naar het klappend geluid dat een blaadje maakt. De klap van de roos dus. Het geluid krijgt men als men een bloemblaadje bolvormig vouwt. Het bladbuideltje sla je op je voorhoofd stuk, waardoor de samengeperste lucht het kleine zakje met een knal doet openspringen. Klap - roos.

Er werden wel meer kinderspelletjes gespeeld met de klaproos. De naam inktbloem verwijst naar het maken van inkt met de bloemblaadjes. Al in 1698 werd de klaproos in Blankaarts Den Nederlandschen Herbarius genoemd als middel ‘om wijn rood te maken, of een Aqua Vitae een schoone koleur te geven’.

Aan de kruis- of radvormige stempel op de zaaddoos kleeft dikwijls zwart-violet stuifmeel. Kinderen drukken daarmee een stempel op hun voorhoofd, dat lijkt op het askruisje dat op Aswoensdag in de kerk werd uitgedeeld. Vandaar ook de volkse benamingen kruisbloem, assekruis en kruisjeszetter.
Er zijn volgens Kleijn (1970) drie verklaringen voor de naam 'donderbloem' bij de klaproos: 1. Gebaseerd op een kinderspelletje waarbij kinderen de bloemblaadjes opbliezen tot een ballonnetje en dat kapot lieten knappen tussen hun handen of op hun voorhoofd. Het geluid wat hierbij klonk was de 'donder'. 2. Men geloofde vroeger dat bij donder in de lucht de bloem ging trillen. 3. De klaproos werd gebruikt als een onweer-afleidend middel. Het huislook heeft een soortgelijke verklaring, het werd vroeger veel door mensen op het dak geplaatst (waar het gewoon door kan groeien) omdat het tegen blikseminslag zou beschermen (WBD flora 2002). Brok (1991) geeft als benoemingsmotieven bij de klaproos ook nog de afschrikkende werking van de naam. Klaprozen groeien vaak tussen het koren en als kinderen de klaproos gingen plukken, trapten ze het koren plat. De naam 'donderbloem' diende dus om kinderen tegen te houden. Bij God, welke kinderen kruipen, verstoppen en spelen nog vuile spelletjes tussen het koren?


maandag, juni 03, 2024

Klaprozen

Massaal klaprozen en echte kamille dit jaar bij Hastiere. Door het omwoelen van de grond voor de bouw van windmolens voelen de akkerkruiden zich in hun element en ook ik voel me extra uitgelaten. Geur, gevoel van vroeger. Plukken en ruiken. Fyto- en psychotherapie.

Klaproosbloemen zijn ook geneeskrachtig. Papaver rhoeas flores bevatten alkaloïden met mysterieuze namen zoals rhoeadine, rhoeagenine, narcotilline, protopine, sanguinarine, berberine, somniferine, coptisine, magnoflorine. Daarnaast zitten er nog anthocyaanglycosiden in, voornamelijk cyanidine, mecocyanine en cyanine. Ook de aanwezige slijmstoffen zijn interessant voor de medicinale werking.

In de fytotherapie behoort de klaproos tot een van de beste hoeststillers. De rhoeadine werkt als centrale onderdrukker van het hoestcentrum. De slijmstoffen vermijden de hoestprikkel door taai slijm in het ademhalingsstelsel los te maken en te verwijderen.

Het mecocyanine, als rood gekleurde flavonoïde geëvolueerd tot anthocyaan, draagt als spasmolyticum bij tot de hoestwerende werking van de klaproos. Het is tevens een anti-oxidant en helpt recidieven vermijden. 

Klaproos werkt verzachtend op de keel en luchtwegen, werkt goed als hoestbedarend middel door de rustgevende eigenschappen en is slijmoplossend en krampwerend, waardoor de hoestneiging verdwijnt. Milde gevallen van bronchitis, hoest en kramphoest kunnen met medicijnen op basis van klaproos verdreven worden. Daarnaast werkt het goed tegen kinkhoest, strottenhoofdontsteking met heesheid, keel- en amandelontsteking. Dat laatste gebeurt voornamelijk in combinatie met andere kruiden. 

Voor het gebruik van de geneeskracht van Papaver rhoeas worden de bloemblaadjes aangewend. De maximale dosering is ongeveer 1,5 gram per dag. Andere toepassingsmogelijkheden zijn moedertinctuur, fijngemalen poeder in capsules en een hoestsiroop. 

Recept hoestsiroop

Overgiet 250 gram verse gewassen bloemblaadjes met een halve liter kokend water in een propere fles of bokaal. Sluit deze goed af en laat ze een dag staan. Zeef het en voeg vervolgens 750 gram honing aan het geheel toe. Verwarm langzaam maar niet warmer dan 35 graden. Meng het geheel zorgvuldig tot er een homogeen geheel ontstaat. De maximale dosering is twee glaasjes siroop per dag.

Recept voor bloemen-borstthee 

Meng gelijke delen bloemen van toorts (Verbascum thapsus), echte heemst (Althea officinalis), groot kaasjeskruid (Malva sylvestris), driekleurig viooltje (Viola tricolora) en grote klaproos (Papaver rhoeas). Overgiet één eetlepel met één kop kokend water, laat tien minuten trekken, zeef en drink drie kopjes per dag.

Uit de verse bloembladeren wordt de klaprozensiroop, Sirupus Rhoeados, bereid die in de apotheek werd gebruikt om drankjes wat kleur of smaak te geven. Deze siroop wordt in de geneeskunde ook tegen borst- en keelaandoeningen gebruikt. De gedroogde bloembladeren vormen onder andere een bestanddeel van de Species pectorales of borstkruiden, een volksmiddel bij hoest. In de volksgeneeskunde dienen de bloembladeren van de klaproos als pijnstillend en prikkelverminderend middel bij hoest, keelpijn en longaandoeningen. Vroeger werden zij ook gebruikt ter bereiding van de echte klaproos-borstbonbons.

Recept hoestsiroop Sirupus rhoeados 

Laat 5 delen bloemblaadjes in 36 delen water een half uur trekken en bereid dan met 64 delen suiker 100 delen siroop.

Spannende gevlekte scheerling

Eindelijk eens de indrukwekkende gevlekte scheerling kunnen fotograferen. Niet dat deze planten zeldzaam zijn, integendeel, ze groeien massaal langs alle Vlaamse en Waalse autowegen maar wel op de middenberm en dat is een plaats als je die zou willen bereiken je vanzelf dood gaat zonder de giftige plant op te eten. 

Ik ben al enkele dagen bezig om afritten en tankstations langs E411 en E42 te bezoeken om de plant te fotograferen maar ze willen blijkbaar alleen maar groeien op de gevaarlijkste, onbereikbare plaatsen.

Maar vandaag vond ik dan eindelijk enkele mooie exemplaren gewoon bij mij in de buurt midden in een wild weiland. Ik wel blij maar toch ook wat ontgoocheld omdat hij zich nu zo gemakkelijk liet benaderen.

Over de plant zelf dan maar. De schernbloemige scheerling is waarschijnlijk de plant waar de gifbeker van Socrates mee gevuld was. De giftigheid van deze plant vind je ook terug in zijn Latijnse naam Conium, wat van kone, doden komt. Het tweede deel van de naam 'maculatum', gevlekt lees je ook in de Nederlandse naam. Het verwijst naar de donkere, onregelmatige vlekken op de steel van de plant. Scheerling is wel een zeer oud woord dat komt van Scerninc, Scarn wat drek of mest betekent. Als je de plant kneust begrijp je waar dat vandaan komt. Al ruikt onze moderne mest toch net iets anders.

Een merkwaardige volksnaam is Herderspijpen, al in 1514 sprak men van Herderspipen, tot in de 19de eeuw werden er van de holle stengels van schermbloemigen fluitjes en blaaspijpjes gemaakt. Vaak met giftige gevolgen, ook al omdat er Conium in plaats van Fluitekruid gebruikt werd. De herdersfluit van de bekende Pan, zou mogelijk wel van Gevlekte scheerling gemaakt geweest zijn. Vandaar mogelijk de vrolijkheid van herdertje Pan.

Het dolle drietal

Gevlekte scheerling hoort bij het dolle drietal samen met Dolle kervel en Hondspeterselie. Ook die namen voorspellen niet veel goeds, al zijn ze in de Oudheid en Middeleeuwen wel veel gebruikt geweest. Zij hoorden natuurlijk zoals vele giftige planten bij de magische heksenkruiden. Conium was ook gewijd aan de tovergodin Hekate. Bij Hyppocrates werd hij Koneion genoemd, maar Dioscorides en Scribonius Largus hadden het over Cicuta. Priesters-magiers uit Babylonië gebruikten de zaden om bescherming van de sterren te krijgen. Maar het allerbekendst is Conium toch omdat de Grieken een aftreksel van de zaden gebruikten om ter dood veroordeelden uit de betere klasse te berechten.

Socrates en de gifbeker
Plato die de dood van de filosoof Socrates beschreef, is daar het bekendste voorbeeld van: 'Socrates liep wat heen en weer en zei dat zijn benen zwaar werden, hij ging daarna op zijn rug liggen....De man, die hem het vergif had toegediend, legde zijn hand op Socrates, onderzocht zijn voeten en benen, daarna prikte hij hard in de voet en vroeg of hij het voelde. Socrates ontkende dat.....Na enige tijd bevoelde hij hem weer en zei dat wanneer het zijn hart bereikte, Socrates zou heengegaan. Het ledigen van de gifbeker heette toen 'to koneion pïnein'. De geschiedschrijver Aelianus beweert dat op het eiland Kos het gebruik werd door zieke en bejaarde mensen om zelfmoord te plegen, om zo de staat niet tot last te zijn. Een vreemde oplossing om het pensioengat in de begroting te verminderen.

Chemie en magie
De plant bevat coniine, een nicotone-achtig alcaloide waarvan 10 mg per kilo mens al dodelijk kan zijn. Het wordt zowel via de mond als via de huid snel opgenomen. In kloosters werd het waarschijnlijk gebruikt om zijn gevoelloos makende, verdovende eigenschappen, mogelijk ook om de seksuele aandrang te verminderen. Hildegard von Bingen noemt het Scherling en verwijst naar de giftigheid, maar schrijft ook ' dat wie door een speer is getroffen... het kruid met water moet koken en het kooksel in een doek op de gekwetste plek moet aanbrengen, waardoor de humoren die daar verzameld zijn worden verdreven.

Heksenzalf
Rond 1600 vinden we het ook terug in de heksenzalven die Giambattista della Porta (1535– 1615) in zijn Magia naturalis beschreef. Della Porta was zeker niet de eerste beste, eerder een genie in die tijd.
  • Lolium temulentum / Dolik, Raaigras 4 delen
  • Hyoscyamus niger / Bilzekruid 4 delen
  • Conium maculatum / Gevlekte scheerling 4 delen
  • Aconitum napellus / Monnikskap 2 delen
  • Papaver rhoeas / Klaproos 4 delen
  • Lactuca virosa / Gifsla 4 delen
  • Portulacca vulgaris / Postelein 4 delen
  • Atropa belladonna / Wolfskers 4 delen
Dit werd tot een zalf verwerkt samen met reuzel en er werd dan nog gelijke hoeveelheden opium aan toegevoegd. Straf en soms dodelijk spul kun je wel zeggen.

Een methode, om met minder gevaar, giftige planten toch te kunnen gebruiken, was het dragen of bewaren van vooral de wortels van dit soort planten, als een soort amulet. Mandragora was daar het bekendste voorbeeld van, maar ook Scheerlingwortel werd geadviseerd aan 'de lijders van vallende ziekte om op 24 juni tussen 11 en 12 uur de wortel uit den grond te graven en vervolgens met een draad om de hals te hangen, en de genezing zal dan niet uitblijven'.

Onschuldiger is dan toch gewoon de planten als curiositeit te kweken en er een mooi verhaal bij te vertellen. En dat probeer ik hier en nu te doen.

woensdag, mei 29, 2024

Geschiedenis over het gebruik van vlier

Het gebruik van vlier als medicijn dateert uit de oudheid, volgens de geschriften van Hippocrates (ca. 470-410 v.Chr.), Plinius de Oudere (ca. 23-79 n.Chr.) en Dioscorides (ca. 40-90 n.Chr.). Het woord vlier is afgeleid van het Angelsaksische woord æld, dat ‘vuur’ betekent, omdat je een vuur zou kunnen aansteken door door in de jonge, holle takken te blazen. Historisch gezien waren medicinale toepassingen voor Europese vlier te vinden in het Italiaans, Nederlands,  Portugese, Kroatisch-Slowaakse, Duitse, Oostenrijkse, Zwitserse en Hongaarse farmacopeeën. 

Van interessant historisch belang: in Anatomi Sambuci: The Anatomy of the Elder, geschreven in 1677, beschreef de arts Martin Blochwich medicijnen gemaakt van de verschillende delen van vlier, waaronder een bessentinctuur, extract (of essence), wijn, sterke drank (fermentatie) , siroop, tragea (vlierbessenpitten in poedervorm) en rob (een ingedikt sap gemaakt van de bessen, met of zonder suiker), evenals zaadolie. Hij vermelde ook conserven van vlierbloesem, siroop of honing, water en  sterke drank, azijn en oxymel (azijn en honing), wijn en olie.  Bovendien ging Blochwich dieper in op poeder, conserven en siroop die gemaakt konden worden van de knoppen of spruiten van de plant, en ook op medicijnen die gemaakt konden worden met de bladeren, middelste bast, wortels, merg en schimmel, inclusief die in de vorm  van water, siroop, oliën en smeersels.  Ten slotte beschreef hij het maken van een ‘zout en zijn geest’ door de hele plant boven een open vuur tot as te reduceren, er kokend water overheen te gieten en de plant opnieuw op een laag vuur te laten inkoken.  Dit proces leverde het zout op waarvan vervolgens de spirit werd gemaakt.  

Blochwich ging vervolgens in op de vele manieren waarop deze vlierpreparaten afzonderlijk werden gebruikt (waarvan sommige voor de moderne mens misschien nogal vreemd lijken) en in combinatie met andere ‘medicijnen’ waarvan nu bekend is dat ze giftig zijn.  Veel voorkomende aandoeningen waarvoor deze oudere preparaten werden gebruikt, zijn onder meer hoofdpijn, kiespijn, oogaandoeningen, gezichtsvlekken, mond- en keelaandoeningen, hoest, astma, heesheid, koorts, pokken, mazelen, maag- en darmaandoeningen, stenen, artritis, menstruatieklachten, ontstekingen, oedeem en brandwonden.  

Enkele van de meer ongebruikelijke behandelde aandoeningen zijn onder meer deliriën (in combinatie met leliewater, rozenwater en opium);  melancholie (door braken op te wekken);  epilepsie (met behulp van een amulet dat over het hart werd gedragen);  beroerte en verlamming (door krachtig wrijven van de ledematen met oudere geest);  bescherming tegen de pest (door een met vlierbloesem doordrenkte spons in een holle jeneverbeshouten bol te dragen en te ruiken);  en wondgenezing (door het drinken van wijn waarin vlierbladeren zijn gestampt, gevolgd door een kompres van vlierpitolie, Venetiaanse terpentijn en kopergroen [een giftig groen pigment veroorzaakt door de werking van azijnzuur op koper]).

Blochwich M. Anatomi Sambuci: The Anatomy of the Elder. Rev. ed. Jacobs A, Stipps F (eds.), Freund S (trans.). Lana, Italy: BerryPharma AG; 2010.

Traditioneel worden talloze aandoeningen behandeld met vlierbessen, waaronder dysenterie en diarree.  Het werd ook gebruikt om transpiratie op te wekken om gifstoffen te verwijderen en de weerstand tegen ziekten te vergroten. Momenteel worden vlierbessen gebruikt om symptomen geassocieerd met verkoudheid, griep en bij koortsachtige omstandigheden te behandelen als zweetdrijvend middel (een middel dat de transpiratie verhoogt). Het geperste sap van de bessen, evenals extracten en gedroogde sapconcentraten, worden gebruikt als componenten van producten voor orale inname zoals medicinale siropen en tabletten, evenals producten voor plaatselijke toepassing zoals zuigtabletten en huidverzorgingsproducten. De verse, rijpe bessen  worden gebruikt in sappen, jam, marmelade, likeuren en dessertwijnen, en ook als kleurstof in dranken, voedingsmiddelen en textiel. Vlierbloesems worden gebruikt als diureticum, laxeermiddel en zweetdrijvend middel. Bovendien worden ze gebruikt  als samentrekkend middel voor de huid en bij de behandeling van reuma, meestal als aftreksel (thee) of in een kompres.

 De gedroogde vlierbloesems worden in Europese traditionele kruidengeneesmiddelen voornamelijk in de vorm van kruidenthee, vloeibare extracten en tincturen gebruikt.  De Duitse Commissie E keurde in 1986 vlierbloesem – toegediend als vloeibaar extract, kruidenthee of tinctuur – goed voor symptomen van verkoudheid. In 1992 publiceerde de British Herbal Medicine Association een monografie van vlierbloesem in haar British Herbal Compendium, waarin de vormen van verkoudheid werden gespecificeerd.  kruidenthee-infusie (heet gedronken), vloeibaar extract (1:1, 25% ethanol) en tinctuur (1:5, 25% ethanol) voor de behandeling van koortsachtige verkoudheid. Vlierbloesemwater is ook gebruikt in ogen en huid  vochtinbrengende crèmes en bloemenextracten worden in de parfumerie gebruikt. Zowel vlierbessen- als vlierbloesemextracten worden gebruikt als smaakstoffen in voedingsmiddelen, alcoholische (bitters en vermout) en niet-alcoholische dranken, en zoetwaren.

Wat wetenschappelijk onderzoek

Talrijke in vivo en in vitro laboratoriumstudies hebben vlierbloemen en bessen beoordeeld op antibacteriële, kankerbestrijdende, ontstekingsremmende, antimicrobiële, antiproliferatieve, antivirale, antioxiderende en immunomodulerende werking, evenals op chemopreventief en cytotoxisch potentieel, cellulaire opname en genezing van brandwonden.  , insuline-simulerende en insuline-afgevende werkingen, anti-angiogene (remming van de groei van bloedvaten) activiteit, hartbeschermende activiteit en antihypertensieve eigenschappen.  

Klinische onderzoeken bij mensen ondersteunen het traditionele gebruik van en laboratoriumresultaten over vlierbessen en bloemen.   Tijdens het griepseizoen van 2009 werd een kortdurend, gerandomiseerd, dubbelblind, placebo gecontroleerd pilotonderzoek uitgevoerd bij 64 vrijwilligers die leden aan drie of meer griepachtige symptomen (hoesten, koorts, hoofdpijn, spierpijn en/of neusverkoudheid).  congestie en slijmvliesafscheiding) gedurende minder dan 24 uur.34 De patiënten werden gerandomiseerd in twee groepen van 32 en kregen vier doses van 175 mg eigen vlierbessenextract (HerbalScience Singapore Pte. Ltd.; gestandaardiseerd en verrijkt met fenolzuren, polyfenolen en een  brede diversiteit aan andere flavonoïden)35 of placebo dagelijks gedurende twee dagen.  Na 48 uur rapporteerde de vlierbessengroep een significante vermindering van de symptomen, waarbij 28% van de vrijwilligers symptoomvrij was.  De symptomen van de patiënten in de placebogroep waren onveranderd of erger.   

In 2004 heeft een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie (n=60) de veiligheid en werkzaamheid van Sambucol bij de behandeling van influenza aangetoond.36 Patiënten met influenza type A of B kregen viermaal daags 15 ml Sambucol of placebo.  .  De griepsymptomen namen bij de ouderengroep significant af op de derde of vierde dag, vergeleken met zeven tot acht dagen in de placebogroep.  De behandeling werd binnen 48 uur na het begin van de symptomen gestart en de auteurs suggereerden dat de voorbereiding voor ouderen mogelijk nog effectiever was geweest met eerdere interventie.   

In een eerder placebogecontroleerd, dubbelblind onderzoek dat in 1995 werd uitgevoerd bij 27 patiënten met griepsymptomen gedurende 24 uur of minder, kregen de patiënten gedurende drie dagen dagelijks Sambucol of een placebo (twee eetlepels per dag voor kinderen van vijf tot elf jaar oud).  leeftijd en vier eetlepels per dag voor volwassenen van 12 jaar en ouder). Binnen twee dagen ervoer 93,3% van de vlierbessengroep een significante verbetering van de symptomen, en binnen twee tot drie dagen werd bij 90% van de groep een volledig herstel bereikt.  De placebogroep ondervond pas op dag zes een vergelijkbare verbetering of oplossing.  

Meer info https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/sambucus-nigra


dinsdag, mei 28, 2024

Lang bestreden als onkruid, nu redelijk geaccepteerd en mogelijk zelfs gezond voor vogels en mensen. De vogelkers.

De Amerikaanse vogelkers ( Prunus serotina Ehrh.) is een boomsoort of grote struik uit de rozenfamilie die inheems is in Noord-Amerika en inmiddels ook wijdverspreid is in heel Europa. In lokale gebieden worden de vruchten, schors en twijgen van P. serotina al eeuwenlang gewaardeerd in de traditionele geneeskunde. Ze worden gebruikt als middel om maag-darmklachten te behandelen, om ademhalingsproblemen te verlichten of als kalmerend middel.

In Mexico wordt het fruit van de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina Ehrh.) vers, gedroogd of in jam gebruikt.  Gezien het bewijsmateriaal dat de inname van fruit en groenten die rijk zijn aan polyfenolen koppelt aan vermindering van het cardiovasculaire risico, was het doel van deze studie om het fenolprofiel van vogelkersen te bepalen en hun antioxiderende, vasorelaxerende en bloeddrukverlagende effecten te bepalen.  De samenstelling en het mineraalgehalte van deze vruchten werden ook beoordeeld.  

Vogelkersvruchten bezitten een hoog gehalte aan fenolische verbindingen en vertonen een aanzienlijk antioxiderend vermogen.  Hoogwaardige vloeistofchromatografie/massaspectrometrische analyse gaf aan dat hyperoside, anthocyanines en chlorogeenzuur de belangrijkste fenolverbindingen waren die in deze vruchten werden aangetroffen.  Het waterige extract van de vogelkers veroorzaakte een concentratieafhankelijke relaxatie van de aorta en induceerde een significante verlaging van de systolische bloeddruk bij  hypertensieve ratten na vier weken behandeling.  Uit directe analyse bleek dat zwarte kersen een hoog suiker-, eiwit- en kaliumgehalte hebben.  De resultaten van dit onderzoek geven aan dat vogelkersvruchten fenolverbindingen bevatten die aanzienlijke antioxiderende en bloeddrukverlagende effecten veroorzaken.  Deze bevindingen suggereren dat deze vruchten kunnen worden beschouwd als functionele voedingsmiddelen die nuttig zijn voor de preventie en behandeling van hart- en vaatziekten.

Nutraceutical Value of Black Cherry Prunus serotina Ehrh. Fruits: Antioxidant and Antihypertensive Properties. Molecules 2013, 18(12), 14597-14612; https://doi.org/10.3390/molecules181214597

In Mexico black cherry (Prunus serotina Ehrh.) fruits are consumed fresh, dried or prepared in jam. Considering the evidence that has linked intake of fruits and vegetables rich in polyphenols to cardiovascular risk reduction, the aim of this study was to characterize the phenolic profile of black cherry fruits and to determine their antioxidant, vasorelaxant and antihypertensive effects. The proximate composition and mineral contents of these fruits were also assessed. Black cherry fruits possess a high content of phenolic compounds and display a significant antioxidant capacity. High-performance liquid chromatography/mass spectrometric analysis indicated that hyperoside, anthocyanins and chlorogenic acid were the main phenolic compounds found in these fruits. The black cherry aqueous extract elicited a concentration-dependent relaxation of aortic rings and induced a significant reduction on systolic blood pressure in L-NAME induced hypertensive rats after four weeks of treatment. Proximate analysis showed that black cherry fruits have high sugar, protein, and potassium contents. The results derived from this study indicate that black cherry fruits contain phenolic compounds which elicit significant antioxidant and antihypertensive effects. These findings suggest that these fruits might be considered as functional foods useful for the prevention and treatment of cardiovascular diseases.

vrijdag, mei 24, 2024

Het klappen van de klaproos

Ze zijn er weer. Rode vlammende vlekken in ons landschap. De klaproos! De Duitse naam is (Klatsch-)mohn, de Engelse Poppy en de Franse Pavot. De Germaanse en Nederlandse naam dankt de Klaproos aan een kinderspelletje.  Leonardus Fuchsius schrijft al in 1543: “De kinderen hebben het genuechte met dessen bloemen, went sij legghen de bladeren tusschen haer handen oft op haer voorhooft, ende sy doen die clappen oft geluyt geuven, ende daerom so heet dit cruyt Clapper rose.” Rond het begin van de vorige eeuw beschrijven De Cock en Teirlinck het 'Klakkerkes maken': “Men vouwt een bloemblaadje bolvormig zoodat men een klein beursje bekomt. Dit slaat men op voorhoofd of handrug. De samengedrukte lucht doet het kleine zakje met een knal openspringen.” Ook in andere landen kende men dit spelletje en zo kreeg de papaver overal op elkaar lijkende namen. Klaprozen zijn geen rozen?  De toevoeging ‘roos’ in de naam betekent gewoon ‘bloem’! 

Als kind noemden wij deze veel voorkomende plant kollebloem. Kolle wil zeggen kale schedel en wijst op de vorm van de zaaddoos. Bij Dodonaeus vinden we ook de naam Collebloemen. Een andere opvatting is dat kol hier behalve kaalkop ook voorhoofd kan betekenen, omdat je de blaadjes op je voorhoofd kon laten klappen.  Een door de opvallende scharlakenrode kleur van de klaprozen geïnspireerde dichter schreef ooit: 

Tusschen de tarwe In den zomergloed. 
Bloeien de Kollen rood gelijk bloed. 

De Klaproos komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa of de Kaukasus en zal vroeger wel met voedselgewassen mee naar het noorden gekomen zijn. Door chemische bestrijdingsmogelijkheden is de Klaproos met vele andere typische graanonkruiden vrijwel uit de graanvelden verdwenen. Nu is hij een echte pionier: een indicator voor vers omgewerkte grond. 

De bloemblaadjes bevatten het alkaloïde rhoeadine, dat oplosbaar is in water en alcohol en dit bloedrood kleurt. Het heeft een ontkrampend effect op de luchtwegen. Verder zitten er looistoffen, mekocyanine, slijmstoffen, glycosiden, meconisch zuur, harsen en gommen en tenslotte cumarine in dat bloedverdunnend en pijnstillend werkt. 

De melk in de rijpe verse capsules bevat alkaloïden, in principe dezelfde als de opiumpapaver (Papaver somniferum) maar in veel mildere vorm. De belangrijkste zijn isorhoeadine, protopine, rhoeadine en stylopine. De hoeveelheid werkzame stoffen die het sap bevat zouden geschikt zijn voor het maken van een mild soort opium. Maar je zou wel hééél erg veel nodig hebben om enig duidelijk effect te sorteren. Of de andere alkaloiden (naast rhoeadine) van de klaproos in water vrij komen is de grote vraag, maar in alcohol gebeurt dat met zekerheid wel

Klaproossiroop 

Ongeveer 200 gr Klaproosbloemblaadjes (verse) 700 gr rietsuiker, 50 ml 90% alcohol, 1 liter gedestilleerd water Voeg de klaproosbloemblaadjes geleidelijk toe aan 400 ml gedestilleerd water dat au bain marie verwarmd wordt, roer regelmatig en neem na een uur van het vuur af en laat verder nog 10 uur koud trekken. Goed zeven en uitpersen na deze periode en voeg de suiker toe onder verwarmen. Voeg de alcohol en de rest van het water toe als de vloeistof bijna koud is. 

Geneeskrachtige werking van Klaproossiroop: Maakt taai slijm los, ontkrampt, is licht verdovend, hoestdempend, kalmerend, slaapverwekkend, verzachtend en zweetdrijvend. Het sap uit de onrijpe zaaddoos van de klaproos bezit dezelfde bedwelmende eigenschap als dat van de slaapbol, doch in veel mindere mate. 

Klaproostinctuur 

Vul een schone pot met alcohol van minstens 35% en doe daar de bloemblaadjes van de Klaproos in en het deksel erop. Laat dit op een donkere plek 2 weken trekken, iedere dag schudden. Na een aantal dagen worden de blaadjes wit. Je kunt de tinctuur sterker maken door er tussendoor verse blaadjes erbij te doen. Zeef de tinctuur en doe hem in een donkere fles met naam van het kruid en de oogst– en botteldatum erop. Klaproostinctuur is bloedrood. 

Wetenschappelijk onderzoek

  • https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32306285/ Mineral Composition and Antioxidant Potential in the Common Poppy (Papaver rhoeas L.) Petal Infusions
  • https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11274828/ Behavioral and pharmaco-toxicological study of Papaver rhoeas L. in mice 
  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10336831/apaver rhoeas L. stem and flower extracts: Anti-struvite, anti-inflammatory, analgesic, and antidepressant activities
  • https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37483762/Effect of Papaver rhoeas hydroalcoholic extract on blood corticosterone and psychosocial behaviors in the mice model of predator exposure-induced post-traumatic stress disorder

zondag, mei 19, 2024

Wandelen bij de vrouwenmantel, een impressie

Tijdens ons kruidenweekend wandelen we ook in het Domaine du Bonsoy. We vertrekken bij de receptie, waar we direct het beekvalleitje induiken, het beekje brengt ons bij de grote visvijver. Hier vinden we een groep bloeiende wilde vrouwenmantels. Verhalen zijn er bij de vleet bij deze alchemistenplant. De grote glinsterende druppels in het hart van het blad zouden ooit door de alchemisten gebruikt geweest zijn bij hun scheikundige en spirituele experimenten op zoek naar het levenselixir. Ik tip mijn wijsvinger in het gewijde water, het blad doet mij denken aan de wijwatervaten in de kerk. Alchemilladruppels, heidens heilig water uit de natuur. Religie voor ruige natuurmensen.

Maar ook water dat volgens oude literatuur voor vele vrouwenkwalen gebruikt kan worden. Een beschermende en versterkende mantel voor de vrouw. De naam Vrouwenmantel heeft de plant mogelijk gekregen omdat de bladeren als een ouderwetse mantel (mantilla) geplooid zijn en als zodanig lichamelijk en geestelijke bescherming bieden aan de vrouw. Mellie Uyldert beschrijft het op haar eigen romantische manier: ‘ telkens waar de stengel zich vertakt, omsluit zulk een blad zorgzaam het vertakkingspunt, terwijl de bladsteel zelf ook weer met een schede de stengel omsluit. Alles aan deze plant zegt: omhulling, koestering, bescherming. Ze heeft dan ook helemaal het wezen van de baarmoeder.’

Ook ter bescherming van de borsten vind je de vrouwenmantel zowel bij Dodoens, Matthiolus als Munting terug.  Dit cruyt ghestooten ende op der vrouwen ende maechden borsten gheleyt maeckt die hert vast ende stijf. lees ik bij Rembertus Dodonaeus.

En Abraham Munting, Beschryving der Kruyden, zegt:  Indien men in dit Water tweemaal vierentwintig uren te weyk legt een weynig Hypocistis, Equisetum (of Paardestaart), Granaatschellen, en gedroogde roode Roozen: dan daarmede een tijd lang dagelijks wascht de Borsten van een Vrouw, zoo zullen de zelve daar van rond, net, en stijf worden; dit zal ook beletten, dat ze niet groot oprijzen, maar kleyn blijven.

Ook de nuchtere looistoffen in de plant verwijzen naar die versterkende, beschermende werking . Hier in de mysterieuze ochtend, afdalend naar de dampende Maasvallei voel je de kracht van deze Alchemillas.

zondag, mei 12, 2024

Mijn kruidig leven. Hoe het begon. Mijmeringen Maurice tachtig.


Mijn kruidig leven begon in de fameuze jaren 60 van de vorige eeuw met het lezen van Mellie Uyldert’s boek "De taal der kruiden". De ontdekking dat 'ordinaire' planten zoals paardenbloem, brandnetel en weegbree ergens goed voor waren, sprak me zo erg aan, dat ik me er steeds verder in ging verdiepen en er zelfs mijn beroep van maakte. Ik ben nu, 55 jaar later, zowat 1000 kruidenboeken rijker, geef les in kruidengeneeskunde en noem mezelf herborist.

Ondertussen is deze 'fytotherapie' niet alleen in de volksgeneeskunde maar ook in de officiële wetenschap bekend en herkend geworden. de naam ‘herborist’ heeft weer enige allure gekregen en ook deze 'on'kruiden worden volop wetenschappelijk onderzocht.

Hierbij en voorbeeldje van hoe een volkse plant zoals de pisbloem kan uitgroeien tot het deftig medicijn Taraxacum en tot symbool van een vereniging.

Wie kent haar niet, de paardenbloem! En toch zitten er wel wat onbekende kanten aan deze plant. Zo zouden er volgens de botanici niet één maar wel 200 verschillende soorten zijn. De Flora van België deelt ze op in secties zoals obliqua, erythrosperma en palustria. De grote verschillen in bladvorm en bladgrootte zijn gedeeltelijk ook te verklaren uit de ecologische kenmerken van hun groeiplaats: nat of droog, voedselarm of voedselrijk .... Het aanpassingsvermogen van deze plant is zeer groot, zoals trouwens bij alle veel voorkomende 'on'kruiden. Het zijn echte overlevers. Merkwaardig genoeg zijn het net deze planten die veel als versterkers en bloedzuiveraars gebruikt worden.

Paardenbloem is in feite het prototype van de reinigende voorjaarsplant. Ten eerste is hij in maart en april volop fris voorradig. Ten tweede bevat hij, net zoals de brandnetel veel mineralen en vooral een zeer hoog kaliumgehalte, wat waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de goede urinedrijvende werking. Denk maar aan zijn namen pissenlit en pisbloem. Ten derde, bezit hij een goed onderzochte galdrijvende en spijsverteringbevorderende werking. Bij één van de onderzoeken bleek de diuretische werking even sterk als die van chemische diuretica. Verder constateerde men een gewichtsverlies van wel 30%. Dit onderzoek werd gedaan door E.Racz-Kotilla en gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Planta Medica, wel al in 1974. Maar reeds in 1875 vonden de Engelse onderzoekers Rutherford en Vignal een galdrijvende en toniserende werking bij honden. De Franse vader van de moderne fytotherapie Henri Leclerc genas patiënten met leverproblemen, galstenen en ontstekingen van de galcapillairen met deze Taraxacum.

Oude onderzoeken inderdaad, maar wel waardevol. Is kruidengeneeskunde niet juist, oud en nieuw samenbrengen om zo tot een veelzijdige vorm van genees-kunde te komen. En is het mogelijk de taak van een herborist - oud en nieuw, emotioneel en rationeel, volks en verantwoord - de kracht van eenvoudige planten tot bij de mensen te brengen.

Maurice tachtig, klinkt krachtig. Bedankt paardenbloem en weegbree en..... we blijven doorgaan.


Kruidige verjaardag, vitale vrouwen en wildemanskruid

En we vinden eindelijk na zovele jaren weer eens wild wildemanskruid en dat op mijn tachtigste verjaardag en dat op mijn meest vertrouwde natuurrots. 

Mijn ouderwets floraboek zegt dat wildemanskruid handvormige, veerdelige bladeren heeft met een opvallende zijdeachtige beharing. Deze overblijvende, tere plant, die 20-40 cm hoog wordt, bloeit van maart tot mei. De bloem heeft purper gekleurde bloembladeren en veel meeldraden en stampers. Na de bloei draagt de plant opvallende pluizige vruchten en die pluisjes vinden we nu op onze hallucinogene rots. 

De officiele naam Pulsatilla is mogelijk afgeleid van het Latijnse pulsare, dat kloppen, stoten of slaan betekent. Dit zou verwijzen naar de behaarde aanhangsels van de vruchten, die voortdurend in beweging zijn. De zaden hebben een lang, veerachtig pluimpje. Al die pluimpjes bij elkaar doen denken aan een wild kapsel. Vandaar de naam wildemanskruid. 

Het giftige sap van de verse plant kan op de huid of de slijmvliezen ontstekingsreacties geven. Vroeger werd het gedroogde kruid gebruikt tegen ontstekingen van maag, darmen en geslachtsorganen. Het werd echter in het bijzonder bij depressies toegepast. Planten met hangende bloemen werden sinds de oudheid als effectief beschouwd voor patiënten ‘die het hoofd laten hangen’. Een vorm van signatuurleer dus.

Nu wordt wildemanskruid alleen nog sterk verdund homeopathisch voorgeschreven, o.a. bij depressies, premenstrueel syndroom, migraine, maag en darmklachten, gewrichtspijnen, reuma en jicht, het middel is vooral geschikt voor 'jonge, blonde vrouwen met blauwe ogen'. En ik als oude, grijze, vitale man ben nu gelukkig om hier op mijn rots met vele vitale vrouwen zeldzame plantjes te mogen ontmoeten.

Dodonaeus over wildemanskruid of keukenschel
De bladeren, stelen en bloemen van keukenschel die zeer scherp van smaak zijn worden voor heet en droog gehouden tot in de derde graad, doorsnijdend, dun makend, natrekkend, verterend, zuiver makend, ja bezerend en dooretend van krachten. Daarom zal men het niet binnen het lijf gebruiken.

Nuchtere adviezen voor de teelt van wildemanskruid
Koude kiemer. Zaaien in de herfst of stratificatie van de zaden in de koelkast gedurende 4 weken in de lente, dan uitplanten. Pulsatilla staat erom bekend niet graag te ontkiemen - zaden die niet zijn ontkiemd, kunnen in kweekpotten in de tuin worden gezet en kunnen het jaar erop in het volgende seizoen ontkiemen.


zaterdag, mei 04, 2024

Mijn filosofische overdenking over beleving van planten

Met elke plant in mijn leven heb ik en ook jullie allemaal, ooit eens op een of andere manier voor de eerste keer kennis gemaakt. Bij sommige planten, vooral dan als baby, was dat in de vorm van voedsel, bijvoorbeeld worteltjes in potjes, waarvan ik toen niet wist dat het ooit levende planten geweest waren. Bij andere planten was dat, vooral als kind, in de natuur, bos en veld, bijvoorbeeld de brandnetel, die tot mijn stomme verbazing, een duidelijk en prikkelend antwoord had op mijn aanraking. Bij een derde groep planten, als volwassen mens, was het dikwijls omdat ik er iets over las, dus op een rationele manier. Je zou kunnen zeggen dat ik in verschillende levensfases op verschillende manieren kennis gemaakt heb met planten: als baby oraal-instinctief, als kind emotioneel-belevend en als volwassene rationeel-afstandelijk. Volledige kennis kan misschien pas ontstaan als ik zowel de baby, het kind als de volwassene in mij op de planten loslaat. 

Is dat de reden waarom ik bij het lezen over een plant, direct de behoefte krijg om hem in levende lijve te zien, aan te raken, te proeven en soms te oogsten of te verwerken? Door deze behoefte om op vele manieren met een plant kennis te maken ontstaat een jarenlange relatie met planten, waardoor een verdieping, een ware kennis ontstaat. Een echte relatie dus, waardoor, net zoals bij mensenvrienden, de plant en ik mekaar volledig en zonder woorden kunnen begrijpen. Planten waarmee ik zo een relatie heb of aan het opbouwen ben zijn onder andere, ik heb enige schroom om hun namen te noemen, lavendel, smalle weegbree, paardenbloem, maar ook uitheemse bengels, gastarbeiders zoals monnikenpeper en  rozenwortel.

Ik leid als zodanig een veelzijdig dubbelleven in verschillende stadia met vele planten. Ik heb zelfs foto’s, zaadjes, blaadjes of bloemen van deze geliefden in mijn portefeuille of in mijn broekzak. En soms, ik durf het nauwelijks te bekennen, soms draag ik ze als een amulet op mijn hart. Misschien wel de ultieme manier om te genieten van mekaar.

vrijdag, mei 03, 2024

Mellie Uyldert over paardenbloem, een herinnering

Paardenbloem evenals de weegbree een van de actiefste, nuttigste, rijkste kruiden, is overal te vinden. In het voorjaar gebruikt men het verse blad. Dit bevat veel kali en werkt daardoor sterk op de vocht afvoer door de nieren, vandaar de Franse naam. Wie konijnen heeft weet, dat paardenstekken een waterbuik genezen. Van de wortel wordt soms een voortreffelijk koffiesurrogaat gebrand. De plant is dus goed tegen alle soorten waterzucht.

Verder bevat het blad kalk, mangaan (onrust en angstige voorgevoelens wijzen vaak op mangaan gebrek), natrium (ontzuurt) , zwavel (reinigt de huid, geeft glanzend haar), kiezelzuur(stimuleert de vorming van nieuw bindweefsel in geval van etterende ziekten).

Ook bevat het blad choline, dat een sterk opwekkende, toniserende werking heeft, het stimuleert het autonomen zenuwstelsel, de klieren en de gladde musculatuur. De speeksel-, slijm- en zweetklieren worden aangevuurd, er wordt meer gal afgescheiden en de pancreas wordt wakker geschud (dus een eerste kruid bij diabetes, dan vooral de wortel). De bloedvaten worden door choline verwijd, de bloeddruk verminderd en de pols vertraagd. Bij een trage bevalling met te zwakke weeën wekt choline de weeën op. Alle nerveuze spanning, die remmend werkt, wordt opgeheven, zodat alle levensfuncties weer rijkelijk en in opgewekte samenwerking hun gang gaan.

Mensen die voortdurend emotioneel geprikkeld worden, bijvoorbeeld door samenwoning, wier onuitgesproken ergernis tot een gewoonte-houding is ingevreten en wier levensfuncties door een tot sleur geworden ongelukkig-zijn geremd worden zodat zij hun voedsel niet meer kunnen verteren – vinden baat bij de paardenbloem. De choline wentelt hen om tot een positieve levenshouding.

De paardenbloem bevat ook magnesium: deze voor hart en zenuwen zo zeer waardevolle bitter-aarde stilt alle kramp en geeft het hart moed.

Het valt de paardenbloemplukker onmiddellijk op hoe verschillende de bladeren gevormd kunnen zijn: soms met scherpe hoekige insnijdingen(de leeuwentanden), soms slechts flauwgolvend van omtrek. Dit ligt aan de standplaats en andere invloeden van de omgeving, waar de paardenbloem zich dadelijk naar richt.

Hoe meer licht-ether in de atmosfeer, hoe scherper ingesneden (driehoek), hoe meer vocht-ether, hoe vloeiender de bladrand. Men kan ook zijn keuze van bladeren bepalen naar eigen behoefte: wie het flitsende spirituele denken wil sterken, neme de hoekige bladeren; wie de sap stroming in zijn lichaam wil losmaken, de cellenbouw stimuleren en het instinct wekken, kiest de bladeren met zacht golvende rand.

De in de paardenbloem aanwezige saponine wekt de klieren op, in het bijzonder die van de slijmvliezen van de bronchiën, maag en darm en ook de zweetklieren. De saponine bevordert onder meer de opname van kalk en andere stoffen, waardoor de gehele stofwisseling in orde komt. De darmbeweging wordt gestimuleerd, waardoor verstopping opgeheven wordt. De spijsvertering wordt zo van begin tot eind gunstig beïnvloed. De bitterstof haalt de darm uit de kramp (via de sympathicus) en de choline doet hem levendiger samentrekken.

Zo worden ook de slappe venen, die de vlotte doorstroming van het veneuze bloed belemmeren door de bitterstof sterker, terwijl een krampachtige spanning van de venen door de choline wordt opgeheven.

Tenslotte bevat de paardenbloem ook nog inuline, een zetmeel dat in vruchtensuiker wordt omgezet en dus goed voedt.

De paardenbloem (blad en wortel) is dus tegen verscheidene groepen kwalen goed. Ze wekt leven in ziel en lichaam, sterkt, geeft moed. Ze regelt de stofwisseling, bevordert alle noodzakelijke afscheidingen en door stromingen, waardoor opgenomen stoffen ten volle verwerkt kunnen worden en het gestel ten goede komen, terwijl afval wordt opgeruimd.

De lever, die zetel van ons levensinstinct, wordt opgewekt, alle stuwingen, zwellingen en steenvorming worden opgeheven, de gal en de pancreas-producten vloeien vlot. Verder wordt al het overtollige vocht afgevoerd, het hart bevrijd en alle depôts van zuren en andere vergiften opgeruimd door nier- en darmwerkzaamheden: reumatiek, jicht, eczemen, verzweringen en vetdepôts verdwijnen. Men wordt slank. Scrofulose en verslijming worden opgeheven. Aambeien verdwijnen door vlottere bloedsomloop.

Vroeger at men in het voorjaar molsla: paardenbloembladen die bleek gebleven waren onder een molshoop. Men kan de groene (niet door honden bepiste planten.w.) evengoed eten, gemengd door kropsla en andere kruiden. Het bittere geeft de sla karakter.

Meer over de paardenbloem 

woensdag, mei 01, 2024

Wild gezaaid!

Nog maar wat zaden uitstrooien in het hellingbos bij mijn woning in B. De bosmaaiers zijn de voorbije week woest langs geweest en dus is er plek om illegaal te zaaien. Floravervalsing noemen sommige van mijn natuurvrienden dat maar als de varkens en de vogels dat mogen, dan mag ik dat ook. En ik vervals de flora niet want het zijn mijn floravrienden die hier dit biotoop thuis horen. Geel vingerhoedskruid en wolfskers mag en wil ik wel wat helpen om zich hier thuis te voelen maar ze moeten wel op eigen houtje volwassen worden. Dus zaadoverschotjes gestrooid met gulle hand en met gevoel en verstand. 

Over geel vingerhoedskruid. in Wallonië een inheemse, niet al te zeldzame plant. Geel Vingerhoedskruid is er te vinden op licht beschaduwde tot zonnige plaatsen op kalkrijke grond langs bosranden, struwelen en in kapvlakten. De geslachtsnaam Digitalis betekent “vingerhoed” en is afgeleid van het Latijnse woord digitus dat “vinger” betekent en verwijst naar de bloemkroon die op een vingerhoed lijkt. De Nederlandse geslachtsnaam is een letterlijke vertaling van de wetenschappelijke naam. De soortnaam lutea betekent “geel” en verwijst naar de kleur van de bloemen. 

Over de wolfskers. In Europa staat ze in bossen en bosranden en dan vooral op verstoorde plaatsen, zoals tussen natuurlijk puin bij rotshellingen of na (gedeeltelijke) kap van het bos. In Nederland en België is zij vroeger wel gekweekt en daarom wordt ze, vooral op bouwterreinen in oudere steden, er ook verwilderd gevonden. Op het löss in het Nederlandse Zuid-Limburg komt zij indigeen voor. In België is ze alleen indigeen in het Zoniënwoud en Wallonië. In Wallonië is ze vrij zeldzaam en beperkt tot de kalkrijkere bossen.  Belladonna was al in de oudheid bekend in Mesopotamië. Dichter bij huis, in de 13e eeuw, raadde de heilige Hildegard het gebruik ervan aan als zalf tegen kiespijn. In haar geschriften, wordt de Belladonna plant "dolo" genoemd. Pas in de 16e eeuw werd ze Belladonna genoemd en duidelijk beschreven. Daarna verloor ze haar karakter van magische of toverplant en werd ze gezien als een geneeskrachtige plant, die in apothekerstuinen werd gekweekt.

Muguetjes op 1 mei

Kreeg jij ook lelietjes-van-dalen of meiklokjes op 1 mei?  En waar krijg je muguetjes en snuivertjes? Het witte meiklokje wordt op 1 mei uitgedeeld om het einde van de winter te vieren. Het brengt de ontvanger geluk voor het volgende jaar; daarom worden ze ook wel porte-bonheur ‘geluksbrenger’ genoemd. In Frankrijk is de traditie om meiklokjes te geven nog heel bekend. En ook in België zijn er heel wat mensen die op die eerste dag van mei meiklokjes uitdelen aan vrienden en geliefden, zowel echte als virtuele.

Franse traditie

De traditie zou ontstaan zijn nadat koning Charles IX op 1 mei 1561 een bosje lelietjes-van-dalen kreeg om hem geluk en voorspoed voor het komende jaar te wensen. Wie de bloemen schonk, weet men niet, maar de koning was er zo blij mee, dat hij daarna op 1 mei alle vrouwen aan zijn hof een boeket meiklokjes gaf. Nu worden meiklokjes vaak geassocieerd met de Dag van de Arbeid, een dag die 121 jaar geleden werd ingevoerd in de meeste landen van Europa.

Muguetjes

De meiklokjes heten in Vlaanderen vaak muguetjes, soms uitgesproken als mugeetjes. Muguet de mai is de Franse naam voor de bloem. De benaming muguet verwijst naar de sterke geur van de bloem. Het woord is afgeleid van muskus, de sterk riekende stof van mannelijke muskusdieren. Naast de vorm van de bloemen, de plaats waar je ze vindt of de periode waarin ze bloeien, kan dus ook de geur bepalend zijn voor de naamgeving.

Nog veel andere namen

De lijst met namen voor het meiklokje is lang. Hier en daar hoor je piepertjes, volgens Paque omdat de bloemen nauwelijks over hun bladeren heen kunnen piepen. In Antwerpen, in Zeeland en in de streek van Bergen-op-Zoom zegt men ook wel eens fiepertjes. Daarnaast bestaan ook perrebloemen, waarin perre volgens Debrabandere naar een afsluiting verwijst. Daarvan is perk afgeleid. Paque noemt ook nog de perkbloemetjes, die zo genoemd worden omdat ze altijd in groepen of perken groeien. In de Brabantse dialecten wordt het bloempje ook wel snuivertje of snuifbloemetje genoemd. Snuif is bekend in de volksgeneeskunde. De namen verwijzen naar de tot poeder gewreven, sterk geurende bloemetjes, die op cocaïneachtige manier gesnoven werden met eens een niesbui tot gevolg.

Vanwege de geneeskrachtige maar niet ongevaarlijke stoffen die het plantje bevat, was het in de volksgeneeskunst niet zo erg in trek. Dat de bloemen als ‘druppels’ aan de steekjes hangen, was volgens middeleeuwse opvatting een teken dat de plant gebruikt kon worden bij een beroerte of bij vallende ziekte. De plant moest voor zonsopgang, wanneer de dauw nog aanwezig was, geplukt worden. Men moest het geheel laten trekken in malvezij, een zoete wijn uit Napoli di Malvasia. Men kreeg dan het beroemde aqua apoplectict Hartmanni of, vrij vertaald, Hartmann’s beroertewater. P.A. Matthiolus (1501-77), noemt een dergelijk aftreksel aurea aqua: guldenwater of goudwater, vanwege de goede resultaten bij het gebruik ervan bij vele ziekten. De essence verkregen uit de bloemen bewaarde men zelfs in gouden en zilveren flesjes. Na een tijd uit de medische belangstelling te zijn geweest, neemt deze belangstelling de laatste tijd weer toe.

De beroemde arts Galenus (131-201) meende dat de hersenen een soort klieren waren: een mening die lang heeft standgehouden. In aansluiting daarop beweerde hij dat de afscheiding van deze klieren door de neus geschiedde. Daaruit heeft zich de opvatting ontwikkeld dat niespoeder of snuif bij hoofdpijn en dergelijke bezwaren een goed middel is om het hoofd weer helder te krijgen. Voor oostelijk Salland staat als volksnaam Kriewelbloem genoteerd, en het is niet onmogelijk dat deze benaming daarmede in verband staat.

Een oude Duitse volksnaam luidde Niesekraut. Een beroemde snuif was indertijd de Schneebergersnuif. Een oud recept voor niespoeder, voorkomende in een Engelse farmacopee uit de achttiende eeuw, luidde: neem gelijke delen:

  • Foliorum asarum
  • Foliorum betonice
  • Herba majoranae
  • Florus convallariae maialis.
Geneeskrachtig maar gevaarlijk
De plant bevat een twintigtal hartglycosiden, waarvan convallatoxine en convallatoxol de belangrijkste zijn. Deze stoffen hebben uitwerking op de hartspier en bloedsomploop, die vergelijkbaar is met deze van de hartglycosiden in gewoon vingerhoedskruid (Digitalis purpurea). Het onoordeelkundig medicinaal gebruik van het meiklokje of lelietje-van-dalen is gevaarlijk. De marge tussen gewenste effecten en toxische bijwerkingen is soms heel nauw. Anderzijds geven ongevallen met deze plant buiten de medicinale sfeer, maar heel zelden aanleiding tot gevaarlijke vergiftigingen, waarschijnlijk omdat slechts 10% van de hartglycosiden in het lichaam wordt opgenomen.

Zware vergiftigingen door accidentele inname worden zelden gerapporteerd. Blootstellingen worden alleen beschreven in de korte periode waarin het plantje bloeit. Na inname treedt vaak braken op wat de opname van giftige stoffen beperkt. Het Antigifcentrum ontvangt jaarlijks 40 tot 60 oproepen in verband met het meiklokje. Meestal gaat het om 2 tot 4-jarige kinderen die op een steeltje of blaadje knabbelen, een besje opeten of van het vaaswater drinken. Bij volwassenen gaat het meestal om de accidentele inname van vaaswater. 

Bij dieren
Vergiftigingen bij dieren zijn zeldzaam. Dieren vermijden de verse plant omwille van de geur. Nochtans werden bij twee katten ernstige vergiftigingen gerapporteerd. Bij een hond werd een vergiftiging met dodelijke afloop beschreven. Ook pluimvee dat gedroogde plantenresten in de voeding krijgt kan vergiftigd worden. Studies bij dieren hebben niet kunnen aantonen dat het drinken van vaaswater aanleiding geeft tot vergiftiging.