Posts tonen met het label simplicia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label simplicia. Alle posts tonen

maandag, september 20, 2010

Kruidengeesten in Brugge

In het oude Brugge blijken nog kruidengeesten rond te dwalen. Uit deze antieke vijzel stijgen kruidendampen op. Of is het mijn eigen geest uit een ver verleden? Zou ik in 1607 toch al kruidenmeester, apotheker of  Zuster Eleonore Verbeke geweest zijn?

 Eleonora Verbeke, zuster-apothekeres in het Sint-Janshospitaal, was de eerste van de auteurs van het ‘Winckelbouck’. In dit werkboek, beschreef zij vanaf 1751 allerlei recepten voor geneeskundige bereidingen, maar ook voor alledaagse zoete recepten. Je leert in het boek onder meer hoe de zusters marmelades of gelei van jeneverbessen maakten. Het boek is helemaal geschreven in het Brugs. Er is sprake van: dooren van eijers, Veneetschen termetijn, ongepint wasch, ongesouten swyne vlaege, roo roosen, robarbe, queepeiren, keisen en genivers, van een tallioore, een seefde en een passe.  De recepten zijn opgetekend in een relatief makkelijk leesbaar handschrift.

Een drietal eeuwen lang maakten de zusters geneeskundige bereidingen in de hospitaalapotheek, al kochten zij ook medicijnen in bij Brugse apothekers. Terwijl deze apothekers leertijd moesten doorlopen en moesten slagen voor een praktische proef, beoefenden de zusters-apothecaresses naar eigen inzicht de farmacie binnen de besloten muren van het domein. Gaandeweg konden ze op heel wat ervaring terugvallen. Ze kwamen meestal uit de betere middenstand, dus mogen we aannemen dat ze konden lezen en schrijven.

Hulpmiddelen van de apothecaresses. De simpliciakast. Zo'n kast bevat simplicia of grondstoffen die als geneesmiddel kunnen dienen. Dergelijke kasten werden door apothekers in opleiding of tijdens examens gebruikt om de materiaalkennis van de kandidaat te testen. Op die manier leerden apothekersleerlingen ingrediënten herkennen en selecteren voor hun medicinale bereidingen. In de hospitaalapotheek wordt een dergelijk kastje uit de 18de eeuw bewaard. Het is één van de 17 bekende exemplaren in de Zuidelijke Nederlanden.