donderdag, juli 31, 2025

Kattenstaart, oude glorie opnieuw ontdekken

Grote kattenstaart bloeit. Het moment om er van te genieten en eventueel te oogsten om er een tinctuur van te maken. Weer een vergeten geneeskruid die we opnieuw moeten ontdekken. 

De officiele naam is Lythrum salicaria is afgeleid van het Griekse "lythron," wat "gestold bloed" betekent en verwijst naar de roodroze kleur van de bloemen en naar zijn bloedstelpende werking. Salicária verwijst naar "salix", wat betekent met het blad van de wilg en verwijst naar het groeien van deze plant tussen wilgenbosjes of naar de vorm van de bladeren.

Grote kattenstaart is een natuurlijk middel tegen diarree. De potentie ervan voor de darmen is zo groot dat het vroeger zelfs tijdens dysenterie-epidemieën gebruikt werd. Zijn bijnaam was koliekkruid. Eeuwenlang onbekend. Pas rond de 18e eeuw begonnen sommige artsen de werking ervan tegen diarree te prijzen. In de 19de eeuw werd het op grotere schaal gebruikt tijdens dysenterie-epidemieën die Zwitserland en Frankrijk troffen. Paarse kattenstaart vond toen zijn weg omdat het effectief was tegen de bloedingen en overvloedige diarree die met deze infectieziekte gepaard gaan. Het werd toegediend in poedervorm of geconcentreerd aftreksel en bood een zeer goed alternatief voor Ratanhia, een samentrekkende en antiseptische wortel die uit Zuid-Amerika werd geïmporteerd en die heel duur en soms moeilijk verkrijgbaar was. Maar de glorietijd van kattenstaart was van korte duur, omdat het zoals vele andere planten vervangen door chemische medicijnen die kort daarna op de markt kwamen. 

Pas in 1995 verscheen er opnieuw een medicijn op basis van kattenstaart, Salicairine® genaamd, op de markt. Het werd gebruikt voor alle soorten diarree, zowel veroorzaakt door bacteriën als virussen, zoals meestal het geval is bij gastro-enteritis. De antiseptische en adstringerende, stoppende werking is snel en zonder noemenswaardige bijwerkingen. In juli 2015 meldden onderzoekers dat de voordelen ervan grotendeels worden onderschat. Hun onderzoek bevestigde dat het uitzonderlijk effectief is bij spijsverteringsstoornissen. 

De grote kattenstaart is een waardevol en praktisch bruikbaar geneeskruid met een balans in werking tussen looistoffen met samentrekkende werking en slijmstoffen met verzachtende eigenschappen. Dit lijkt misschien vreemd als je denkt dat samentrekkende middelen uitdrogend werken en slijmstoffen bevochtigend, maar bedenk dat samentrekkende middelen weefsels niet uitdrogen, maar ze verstevigen en overmatige secretie verminderen. De kattenstaart herstelt dus de tonus (stevigheid) van weefsels en hult ze tegelijkertijd in een verzachtende slijmstof, die ontstekingen verlicht en voor smering zorgt. Ik vind dat het toevoegen van meer bladeren en stengels aan de preparaten een samentrekkender geneesmiddel oplevert, terwijl het verzamelen van vooral de bloeistengels de aanwezigheid van slijmstoffen in preparaten op waterbasis verhoogt.

Medicinaal gebruik

  • Te gebruiken bij diarree en vele andere darmproblemen. Bloeitoppen met blad als tinctuur of als thee.
  • Nog nader te onderzoeken. Mogelijkheden bij Polycysteus-ovarium-syndroom (PCOS) en Type 2 diabetes mellitus

Wetenschappelijk onderzoek

  • Antioxidants (Basel). 2025 May 10;14(5):573.Therapeutic Potential of Lythrum salicaria L. Ethanol Extract in Experimental Rat Models of Streptozotocin-Induced Diabetes Mellitus and Letrozole-Induced Polycystic Ovary Syndrome. In vivo verlaagde het effectief de OS door de oxidatieniveaus te verlagen en de antioxidante afweer te versterken, ontstekingsmarkers en bloedglucosewaarden te verminderen en het lipidenprofiel te verbeteren, samen met de TyG-index en leverbeschadigingsmarkers bij diabetische ratten. Bij PCOS-ratten verlaagde Lythrumextract de totale oxidatieniveaus, verhoogde het de antioxidanten, verlaagde het de LH-, FSH-, testosteron- en insulinespiegels, en verhoogde het de oestrogeenspiegels.
  • https://sites.google.com/site/kruidwis/kruiden-planten-van-a-tot-z/lythrum-salicaria-grote-kattestaart

dinsdag, juli 29, 2025

Heermoes bij blaasontsteking

Lang voordat de dinosauriërs onze planeet beheersten, voelde een plantengeslacht zich thuis op deze planeet, waarvan we er vandaag de dag nog steeds een paar kunnen bewonderen: de paardenstaarten. De huidige vertegenwoordigers zijn miniatuurversies van hun verre voorouders. De eerste paardenstaarten bestonden waarschijnlijk al 375 miljoen jaar geleden op aarde. Deze periodes zijn opmerkelijk. Ter vergelijking: Homo sapiens is meer dan 1000 keer jonger en is pas zo'n 300.000 jaar geleden gedocumenteerd.

Ook in de geneeskunde spelen paardenstaarten een rol, vooral de inheemse akker-paardenstaart of heermoes (Equisetum arvense) werd en wordt nog gebruikt in de volksgeneeskunde en in de moderne fytotherapie, vooral bij

  • reumatische klachten,
  • ontstekingsziekten van de urinewegen,
  • urinesteen,
  • longontsteking,
  • ontsteking van het mondslijmvlies en
  • voor slecht genezende wonden.

Het HMPC, Commissie E en ECSOP pleiten voor het gebruik van heermoes als spoelmiddel bij milde urinewegklachten, met name ontstekingen en niergruis. De ESCOP-monografie pleit ook expliciet voor aanvullend gebruik van paardenstaart bij bacteriële urineweginfecties.

Spoel- of drainagetherapie werkt als volgt: heermoes verhoogt de urineproductie, wat de afvoer van ziekteverwekkers uit de urinewegen bevordert. Heermoes heeft mogelijk ook een ander effect dat kan helpen bij bacteriële blaasontstekingen, zoals blijkt uit een onderzoek uit 2022.

Bacteriën misleiden met paardenstaart

Onze nieren produceren een eiwit genaamd uromoduline (syn.: Tamm-Horsfall-eiwit), dat via de urine wordt uitgescheiden. De rol ervan is nog niet volledig duidelijk. Het lijkt echter een beschermend effect te hebben op de nieren en de urinewegen. Het zou kunnen beschermen tegen nierstenen, de urineproductie ondersteunen en ook beschermen tegen bacteriële infecties.

De structuur van uromoduline lijkt op die van de slijmvliescellen van de urinewegen. Dit leidt tot verwarring met ziekteverwekkers zoals Escherichia coli of Klebsiella pneumoniae, die een rol spelen bij bacteriële blaasontsteking. Tijdens een infectie proberen deze bacteriën zich te hechten aan de slijmvliescellen. De uromoduline in de urine lijkt bedrieglijk veel op de slijmvliescellen van de bacteriën. Ze hechten zich aan uromoduline en worden samen met de bacterie uitgescheiden in de urine.

Recente bevindingen suggereren dat een sterke uromoduline-secretie behulpzaam kan zijn bij bacteriële urineweginfecties [ 2 ].

Uit een in 2022 gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Münster blijkt dat Equisetum de aanmaak van uromoduline in de nieren kan stimuleren. Dit resulteert in meer uromoduline in de urine van de blaas, waaraan bacteriën zich kunnen hechten. Het in het onderzoek gebruikte heermoesextract werd met water bereid; de werkzame stof die verantwoordelijk is voor de uromoduline-versterkende effecten moet daarom in water oplosbaar zijn en zou daarom ook aanwezig moeten zijn in theetherapie.

Recept bij blaasontsteking

Als je een blaasontsteking heeft, kun je heermoesthee gebruiken met het volgende recept.  Bij acute klachten, 3 daags 1 eetlepel gedroogd heermoes (Equiseti herba) overgieten met ¼ liter kokend water, 15 minuten laten trekken, maximaal 4 weken lang gebruiken eventueel te combineren met echte guldenroede

  • Tijdens de spoeltherapie moet u erop letten dat u voldoende vocht drinkt (minimaal 1,5 liter vocht per dag).
  • Spoeltherapie met paardenstaart mag niet worden toegepast bij een verminderde hart- of nierfunctie.
  • Er zijn momenteel geen studies uitgevoerd naar de veiligheid van het gebruik van paardenstaart tijdens de zwangerschap en borstvoeding. 
  • Zeer zelden treden maagklachten op na inname van paardenstaartthee. Er zijn tot op heden geen interacties met paardenstaartthee bekend.
  • Heermoes vooral interessant bij regelmatig terugkerende blaasontsteking
Info / Referenties
  • Uromoduline, ook bekend als het Tamm-Horsfall-eiwit, is het meest voorkomende eiwit in normale urine. Het wordt uitsluitend geproduceerd door de nieren, met name de epitheelcellen die het dikke opstijgende deel van de lis van Henle bekleden. Uromoduline speelt een rol in de gezondheid van de nieren en is betrokken bij verschillende fysiologische en pathologische processen.
  • Phytomedicine. 2022 Sep:104:154302.  Aqueous extract from Equisetum arvense stimulates the secretion of Tamm-Horsfall protein in human urine after oral intake.
  • https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/equisetum-arvense-heermoes


maandag, juli 28, 2025

Oude glorie. Postelein.

Postelein (Portulaca oleracea), ook wel zomerpostelein genoemd, komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, maar is inmiddels wijdverspreid over de hele wereld. Het wordt beschouwd als een van de meest voorkomende onkruiden in warme streken. Deze warmteminnende plant is echter relatief zeldzaam in onze contreien. Hij komt het meest voor in kassen, tuinen en wijngaarden. Door klimaatverandering zal de plant de komende jaren steeds vaker bij ons voorkomen.

Postelein is ook heel gemakkelijk zelf te kweken. Vanaf maart zaai je deze koudegevoelige plant in de volle grond. Postelein kiemt in het licht, dus zet de zaden in vochtige grond en druk ze goed aan. Bedek ze niet met aarde. Je kunt al na 4-6 weken oogsten!

Deze eenjarige pioniersplant heeft een rijk vertakte stengel die over de grond kruipt. De spatelvormige bladeren zijn opvallend dik en sappig. Zomerpostelein is echter niet verwant aan winterpostelein (Claytonia perfoliata), die gekweekt en als salade verkocht wordt. 

De naam Portulaca komt waarschijnlijk van het latijnse portula, kleine deur, omdat de vrucht zich als een deurtje opent, om de zwarte, glimmende zaadjes hun verspreidend werk te laten doen. Of van porta, dragen en lac ‘melk’ melkdragend omwille van het witte melksap.

Heerlijk en gezond

Dit onkruid, dat veel voorkomt in warme landen, werd door de Romeinen in Centraal-Europa geïntroduceerd. In de Middeleeuwen was het zo populair als groente dat het zelfs in tuinen werd gekweekt. Helaas was het in de 19e eeuw grotendeels in de vergetelheid geraakt. 

De bladeren en scheuten zijn smakelijk als salade en spinazie-achtige groente, maar ook in smoothies, kruidenkwark, eiergerechten en soepen. Postelein heeft een licht zoute en verfrissend zure smaak. Het is het lekkerst om het rauw te eten; je kunt er direct zo van knabbelen. De beste tijd om het te plukken en te oogsten is vóór de bloei, wanneer de bladeren stevig en sappig zijn. Daarna word het blad licht bitter. Deze wilde groente smaakt niet alleen heerlijk, maar brengt ook een gezonde dosis voedingsstoffen op je bord. Postelein bevat een uitzonderlijk hoge hoeveelheid kalium (585 mg/100 g), magnesium (245 mg/100 g) en ijzer (3,1 mg/100 g). Vergeleken met sla bevat het 22 keer zoveel magnesium! Dit knapperige wilde kruid bevat ook veel provitamine A en uitzonderlijk veel omega-3-vetzuren dan welke andere bladgroente dan ook.

Helaas veel oxaalzuur

Met al de vele heilzame ingrediënten in postelein is het ook het vermelden waard dat het oxaalzuur bevat, wat regelmatig gebruik enigszins kan beperken. Postelein is, net als spinazie, snijbiet, rabarber en veldzuring, een van de planten met een zeer hoog oxaalzuurgehalte. Oxaalzuur is echter alleen in grote hoeveelheden schadelijk voor het lichaam. Hoge doses kunnen de nieren belasten, dus mensen met een nieraandoening moeten het gebruik ervan vermijden. Oxaalzuur belemmert ook de beschikbaarheid van mineralen zoals calcium, magnesium en ijzer.

Voor gezonde mensen is er niets mis met het eten van groenten die oxaalzuur bevatten, maar dergelijke voedingsmiddelen moeten niet elke dag op het menu staan. Er is ook een trucje om het oxaalzuurgehalte in voedsel te verlagen: als je voedsel rijk is aan calcium, bindt het calcium zich aan het oxalaat in het spijsverteringskanaal, waardoor het zonder belasting voor het lichaam kan worden uitgescheiden. Daarom is het verstandig om postelein te consumeren met calciumrijke producten, zoals sojaproducten, harde kaas of zuivelproducten.

Voedsel als medicijn

Postelein is in ons land relatief onbekend als medicinale plant, maar in veel andere landen is het een bestanddeel van de volksgeneeskunde. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt de plant daarom een "wereldwondermiddel". De talrijke indicaties waarvoor postelein al eeuwenlang wereldwijd wordt gebruikt, bevestigen deze beoordeling. In China wordt postelein beschreven als een "groente voor een lang leven" en het is al millennia lang een belangrijke medicinale plant in de traditionele Chinese geneeskunde.

De afgelopen 10 jaar zijn er talloze studies gepubliceerd over de farmacologische effecten van postelein. Deze tonen het uitzonderlijk brede werkingsspectrum aan. Zo is aangetoond dat het antidiabetische, anticarcinogene, antimicrobiële, ontstekingsremmende, leverbeschermende, neuroprotectieve, bloeddrukverlagende, cholesterolverlagende, wondhelende werkingen heeft.

De neuroprotectieve werking van de plant is bijzonder opmerkelijk, omdat het de werkingsduur van de belangrijke neurotransmitter acetylcholine verlengt. Ook is een antivirale werking aangetoond, met name tegen het herpes simplexvirus. De talrijke omega-3-vetzuren hebben een positief effect op het cardiovasculaire systeem en verlagen de bloedlipiden- en bloedsuikerspiegel. Dit helpt arteriosclerose en hypertensie te voorkomen.

Ter preventie van ziekten zou deze heerlijke wilde groente zeker op ons menu moeten staan. Trouw aan het oude gezegde: laat voeding ons medicijn zijn!

Recept: Posteleinsalade

  • 150 g jonge posteleinscheuten
  • 200 g tomaten
  • ½ komkommer
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels balsamicoazijn
  • 1 theelepel sojasaus
  • 2 eetlepels crème fraîche 
  • peper en zout
  • optioneel: 100 g schapenfeta

Snijd de postelein grof, snijd de tomaten en komkommer in plakjes. Meng alle overige ingrediënten tot een dressing en meng deze door de salade. Roer er eventueel blokjes feta door.

Medicinale dosering

Er zijn slechts beperkte klinische studies beschikbaar om richtlijnen voor de dosering te geven. De volgende doseringen zijn echter gebruikt: in één klinische studie werd 0,25 ml/kg lichaamsgewicht van een 5% waterig extract gebruikt voor een bronchusverwijdend effect ; bij diabetes type 2 werd gedurende 8 weken tweemaal daags 5 gram gemalen zaden ingenomen ; bij abnormale baarmoederbloedingen werden gemalen zaden ingenomen in een dosis van 5 gram om de 4 uur gedurende 3 dagen. En een oud recept van Dodoens 'Een zalfje gemaakt van honig en poeder van posteleinwortel gedroogd geneest de kloven van de lippen en handen’.

Literatuur

zondag, juli 27, 2025

Visgif en tabaksvervanger: de koningskaars was niet alleen een medicinale plant.

De bloemen van de koningskaars worden ook wel wollige bloemen genoemd, omdat ze – net als de hele plant – viltachtig aanvoelen. Ze bevatten een verscheidenheid aan actieve stoffen, waaronder slijmstoffen, saponinen, bittere iridoïden en flavonoïden [1]. Deze actieve stoffen maken diverse toepassingen mogelijk en waren zelfs nuttig bij de visserij, zoals de Griekse filosoof Aristoteles 2000 jaar gelden al schreef. De saponinen van de plant werken als visgif. Wanneer ze in voldoende concentratie aan een water worden toegevoegd, zorgen ze ervoor dat vissen sterven en naar de oppervlakte drijven, waar ze vervolgens door vissers worden verzameld.

Voor ons zijn de saponinen onschadelijk en hebben ze zelfs therapeutische effecten o.a. slijmoplossend. Verschillende soorten koningskaars worden gebruikt bij de behandeling; van de inheemse soorten worden vooral de koningskaars (Verbascum thapsus) en stalkaars (Verbascum densiflorum) gebruikt.

In de Europese en Aziatische volksgeneeskunde worden voornamelijk de bloemen van de plant gebruikt (zelden de bladeren) voor de behandeling van virale luchtweginfecties, diarree, hoest, zenuwpijn zoals gordelroos of trigeminusneuralgie en buikpijn [2]. In India wordt de plant ook gebruikt als kalmerend middel; hiervoor worden de gedroogde bladeren gerookt. Er wordt ook beweerd dat astma en andere longziekten verbeteren door het roken van de bladeren. Ik raad dit gebruik echter af vanwege de potentieel schadelijke en irriterende effecten van de rook!

Koningskaarsbloemen hebben een bewezen werking in de volgende recepten: voor concentratieproblemen, heesheid, verkoudheid, zenuwpijn of pijn in de oren of maag.

Koude thee met koningskaars

Koningskaars heeft verschillende belangrijke eigenschappen bij de behandeling van verkoudheid: de slijmstoffen beschermen en hydrateren droge slijmvliezen, verzachten heesheid en hoest, en verdunnen dik slijm. De saponinen bevorderen de expectoratie en dragen bij aan de antivirale eigenschappen van koningskaars. Studies hebben dit effect aangetoond tegen onder andere influenza- en herpesvirussen. Het Comité voor Kruidengeneesmiddelen (HMPC) beveelt koningskaarsbloemen aan bij keelpijn als gevolg van een kriebelhoest of verkoudheid. Het volgende theerecept kan helpen bij een verkoudheid, loopneus, heesheid, kriebelhoest of hoest met slijm.

Koude thee voor de keel

  • 20 g koningskaarsbloemen (Verbasci flores)
  • 20 g lindebloesem (Tiliae flores)
  • 20 g weegbreebladeren (Plantaginis lanceolatae folia)
  • 20 g moerasspirea (Filipendulae herba)
  • 20 g aartsengelwortel (Angelicae radix))

Giet gedurende drie weken tot drie keer per dag 1 afgestreken eetlepel van het mengsel in 250 ml kokend water en laat het, afgedekt, 20 minuten trekken. Zoet het met 1 theelepel honing (lindebloesemhoning is bijzonder geschikt) en drink het op. Er zijn geen bijwerkingen of interacties met de genoemde planten bekend. Vanwege moerasspirea mag u deze koude thee niet gebruiken als u overgevoelig bent voor salicylaten.

Koningskaars tegen zenuwpijn, buikpijn en oorpijn.

Verschillende actieve bestanddelen in koningskaars hebben pijnstillende eigenschappen, waaronder saponinen en flavonoïden [ 3 ]. Het wordt met name veel gebruikt bij neuralgie en oorpijn. Het volgende recept voor een olie-infusie kan u wellicht helpen: 

Koningskaarsolie tegen oor- of zenuwpijn

  • 15 g koningskaarsbloemen (Verbasci flores)
  • 100 ml olijfolie

Plaats de bloesems in een doorzichtige glazen pot met een schroefdeksel en giet de olie eroverheen. Zet de pot op een lichte plek, maar niet in direct zonlicht. Zeef na drie weken de olie door een katoenen of linnen doek, giet deze in een fles en bewaar deze op een koele, donkere plaats. De olie is een jaar houdbaar.

  • Bij oorpijn, 3 keer per dag 1 druppel in de gehoorgang druppelen. Niet gebruiken bij beschadigd trommelvlies.
  • Bij zenuwpijn kunt u de olie tot 3 keer per dag gedurende 5 dagen in het getroffen gebied masseren.

Let op: Als de zenuwpijn aanhoudt of verergert, is medisch advies absoluut noodzakelijk. Als de oorpijn na 3 dagen niet is verbeterd of gepaard gaat met andere symptomen zoals duizeligheid, koorts of gehoorproblemen, dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.

Koningskaars is ook een optie bij buikpijn. 

In Pakistan is het een veel gebruikt middel tegen darmworminfecties. Recente studies tonen inderdaad aan dat de actieve bestanddelen ervan darmwormbesmettingen kunnen verminderen. Deze studies toonden ook het krampstillende effect van koningskaars aan – dit is waarschijnlijk te danken aan de flavonoïden en bittere iridoïden [3]. In mijn ervaring zijn koningskaarsbloemen, in combinatie met duizendblad en echte kamille, nuttig bij ongecompliceerde buikpijn, vooral wanneer het ongemak stressgerelateerd is.

Thee tegen maagpijn

  • 10 g koningskaarsbloemen (Verbasci flores)
  • 30 g duizendblad (Millefolii herba)

  • Giet 2 tot 3 keer per dag 1 afgestreken eetlepel van het mengsel over 250 ml kokend water, dek af en laat 15 minuten trekken. Drink het ongezoet vóór de maaltijd.

Wakker en geconcentreerd met de koningskaars

De koningskaars staat trots en rechtop, waardoor we volgens de signatuurleer het effect ervan op onze hersenen kunnen begrijpen. Rechtop staan ​​bevordert alertheid en concentratie. Langdurig zitten maakt je moe. Opstaan ​​en je daarna uitrekken geeft je nieuwe energie. Op dezelfde manier kan koningskaars ons centrale zenuwstelsel stimuleren. De bittere iridoïden in koningskaars lijken de bloedtoevoer naar de hersenen te verbeteren en zo onze concentratie te verhogen. Volgens onderzoek kan de kleurstof verbascoside ook beschermen tegen de uitputtende en schadelijke effecten van stress. Verbascoside zou ook een cafeïne-achtig effect hebben op hersencellen, waardoor ze alert en klaar voor gebruik blijven [ 4 ]. 

Thee om de concentratie te verbeteren

  • 20 g koningskaarsbloemen (Verbasci flores)
  • 50 g ogentroostkruid (Euphrasiae herba)
  • 50 g boekweitkruid (Fagopyri herba)
  • 40 g rozemarijnblaadjes (Rosmarini folia)

  • Giet 2 tot 3 keer per dag 1 afgestreken eetlepel van het mengsel over 250 ml kokend water, dek af en laat 20 minuten trekken. Drink ongezoet vóór de maaltijd.

Samengevat

De moderne kruidengeneeskunde erkent koningskaars voornamelijk als middel tegen hoest. De bloemen kunnen echter niet alleen het ophoesten van slijm bevorderen, maar hebben ook een verzachtende, antivirale en pijnstillende werking. Bovendien kunnen ze een positieve invloed hebben op onze mentale gezondheid. 

Referenties

  1. Török T, Varga E. A Verbascum sp. farmakognóziai vizsgálata [Farmacognosiestudie van Verbascum-soorten]. Acta Pharm Hung 2015; 85 (3): 89–95
  2. Turker AU, Gurel E. Toorts (Verbascum thapsus L.): recente ontwikkelingen in onderzoek. Phytother Onderzoek 2005 september; 19(9): 733–9 
  3. Ali N, Ali Shah SW, Shah I et al. Anthelmintische en relaxerende activiteiten van Verbascum Thapsus Mullein. BMC Complement Altern Med 2012 30 maart; 12:29 
  4. Zhu M, Zhu H, Tan N et al. Centrale anti-vermoeidheidsactiviteit van verbascoside. Neurosci Lett 2016 11 maart; 616: 75–9. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26827721/
  5. https://sites.google.com/site/kruidwis/kruidenmonografie-a-z/verbascum-koningskaars

donderdag, juli 10, 2025

Lavandula species. Een monografie

Het geslacht Lavendel, onderdeel van de lipbloemenfamilie, omvat ongeveer drie dozijn soorten in verschillende ondergeslachten en secties, evenals een veelvoud aan (waaronder intersectionele) hybriden en een bijna onhandelbaar aantal variëteiten. De meest gebruikte soorten in de medicinale sector zijn echte lavendel (Lavandula angustifolia) en spijklavendel (L. latifolia), evenals lavandin (L. x intermedia) en Spaanse lavendel (L. stoechas) [8].

Geschiedenis
Bij oude auteurs zoals Dioscorides, Plinius en Galenus is alleen Spaanse lavendel betrouwbaar bekend. Echte lavendel en spijklavendel werden vanaf de 12e eeuw beschreven door Hendrik van Huntingdon en Hildegard van Bingen, maar de twee soorten werden pas rond 1500 duidelijk onderscheiden. Halverwege de 18e eeuw plaatste Carl Linnaeus alle drie de soorten onder het geslacht Lavendel. Het gebruik van lavendel bij luchtwegaandoeningen kan in het geval van Spaanse lavendel worden herleid tot de 1e eeuw; de kalmerende werking van echte lavendel werd voor het eerst vermeld aan het einde van de 15e eeuw en kreeg in de 19e eeuw meer bekendheid [7].

Materia medica en inhoudsstoffen
In de medische praktijk wordt voornamelijk de etherische olie van lavendelsoorten gebruikt, verkregen door stoomdestillatie. De soorten verschillen aanzienlijk in de samenstelling van hun etherische oliën, hun werking, bijwerkingen en contra-indicaties, en zijn daarom niet onderling verwisselbaar.
De kwaliteit van echte lavendelolie wordt bepaald door het estergehalte, dat kan oplopen tot 70%. De twee belangrijkste componenten die de werkzaamheid bepalen, zijn het monoterpenol linalool en de monoterpenoïde-ester linalylacetaat. Essentiële olie van spijklavendel heeft een lager estergehalte dan echte lavendel, maar aanzienlijk hogere concentraties.

Werking en indicaties
De effectiviteit van gestandaardiseerde fytofarmaceutica met lavendelolie of spijkolie is de afgelopen jaren in diverse klinische studies aangetoond. Een specifieke lavendelolie bleek beter te werken dan placebo bij patiënten met angststoornissen en gegeneraliseerde angststoornis (GAS), en was even effectief als een startdosis benzodiazepam of een SSRI. Er werd ook een gunstig effect waargenomen op rusteloosheid en bijbehorende symptomen, depressie, slaapstoornissen en lichamelijke klachten, evenals positieve effecten op het algemene welzijn en de kwaliteit van leven [4, 2].
Een in Oostenrijk verkrijgbaar spijkoliepreparaat toonde een significante verbetering van de symptomen van acute rhinosinusitis (ontsteking van het neusslijmvlies en de bijholten) en acute bronchitis ('onderste luchtweginfectie') [1, 3].

Verschillende studies hebben aangetoond dat etherische olie van lavendel een stemmingsverbeterende en angstverlichtende werking heeft. Het heeft niet alleen een kalmerende werking op de psyche; wanneer het op de huid wordt aangebracht, heeft het ook antimicrobiële, wondhelende, ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen. Bijzonder opmerkelijk is het effect op kleine, eerstegraads brandwonden zoals zonnebrand, die symptomen zoals roodheid, zwelling en pijn kunnen veroorzaken. Je kunt de etherische olie puur op de getroffen plek aanbrengen. De pijn neemt snel af. Het stimuleert ook het genezingsproces en versnelt de vorming van nieuwe huidcellen. Dit wondermiddel tegen lichte brandwonden en zonnebrand is wat mij betreft een EHBO-olie die absoluut in elk medicijnkastje thuishoort. 

Volgens de officiele monografieën
De HMPC, ESCOP, WHO en Commissie E hebben dit ook bevestigd met positieve monografieën. De HMPC heeft lavendelbloemen en lavendelolie geclassificeerd als traditionele kruidengeneesmiddelen. Klinische studies hebben aangetoond dat lavendelolie kan worden gebruikt om rusteloosheid en angstige stemmingen te behandelen. Volgens ESCOP is lavendel geïndiceerd voor stemmingswisselingen zoals rusteloosheid, agitatie of slaapstoornissen, evenals voor functionele buikklachten. Lavendelbloemen en lavendelolie kunnen worden gebruikt om milde stress en uitputting te behandelen, en om de slaap te bevorderen. Ze kunnen ook uitwendig worden gebruikt als badadditief. Commissie E keurt lavendel goed voor inwendig gebruik bij rusteloosheid, moeite met inslapen en functionele buikklachten (prikkelbare maag, Roemheld-syndroom, winderigheid, nerveuze darmklachten). Het kan ook uitwendig worden gebruikt in baden voor circulatieklachten. De WHO- monografie komt overeen met de bovengenoemde monografieën.

Lavendelzalf
Het volgende recept voor een lavendelzalf is effectief gebleken voor een geïrriteerde huid na zonnebrand en voor kleine, lichte eerstegraads brandwonden.
  • 100 g kokosolie (natuurlijk)
  • 15 g verse of 7 g gedroogde lavendelbloemen (Lavandulae flos)
  • 20 druppels etherische lavendelolie
Verhit de kokosolie au bain-marie tot 60 °C en roer de lavendelbloesem erdoor. Houd de olie 1 uur op deze temperatuur en zeef de olie vervolgens door een fijne zeef. Zodra de olie is afgekoeld tot 40 °C, roer je de lavendelolie en duindoornolie erdoor. Giet het mengsel vervolgens in een zalfpot. De olie en dus ook de zalf is 1 jaar houdbaar. Lavendelolie is ook een oud huismiddeltje tegen insectenbeten. Als je gestoken bent door een bij, wesp of mug, breng je de onverdunde olie gewoon rechtstreeks op de beet aan. Het verlicht de pijn en vermindert de zwelling.

Maak je eigen spray met lavendel en bloedsinaasappel 
  • 12 druppels bloedsinaasappelolie (Citrus aurantium var. dulcis of Citrus sinensis var. dulcis)
  • 3 druppels lavendelolie (Lavandula angustifolia)
  • Geurloze alcohol (bijv. biologische wodka)
  • een leeg flesje van 30 ml met sprayopzetstuk
Giet 12 druppels etherische olie van bloedsinaasappel en 3 druppels etherische olie van lavendel in het lege flesje en vul deze met de alcohol. Draai de dop erop, etiketteer, schud en klaar.
Te gebruiken bij slapeloosheid. Spray 3-4 keer in de lucht in de slaapkamer, zodat de aangename fruitige geur zijn werk kan doen. Essentiële oliën zijn erg geconcentreerd en niet allemaal geschikt voor kinderen. Essentiële olie van lavendel en essentiële olie van bloedsinaasappel behoren echter tot de kindvriendelijke oliën en kunnen gebruikt worden voor kinderen vanaf 3 jaar.
Spuit de spray 5-10 minuten voor het slapengaan in de kinderkamer. Een kleine spray op een knuffel is ook mogelijk. Vanwege de angstremmende werking van beide etherische oliën is de spray bijzonder geschikt voor kinderen die bijvoorbeeld bang zijn voor het donker, voor monsters.

Literatuur
[1] Dejaco D et al. Tavipec® in acute rhinosinusitis: A multi-centre, double-blind, randomized, placebo-controlled, clinical trial. Rhinology 2019; 57 (5): 367–374
[2] Donelli D et al. Effects of lavender on anxiety: A systematic review and meta-analysis. Phytomedicine 2019; doi: 10.1016/j.phymed.2019.15
[3] Kähler C et al. Spicae aetheroleum in uncomplicated acute bronchitis: A double-blind, randomised clinical trial. Wien Med Wochenschr 2019; 169: 137–148
[4] Kasper S et al. Silexan in anxiety disorders: Clinical data and pharmacological background. World J Biol Psychiatry 2017; 19 (6): 412–420
[5] Lesage-Meessen L et al. Essential oils and distilled straws of lavender and lavandin: A review of current use and potential application in white biotechnology. Appl Microbiol Biotechnol 2015; 99: 3375–3385
[6] Messaoud C et al. Chemical composition and antioxidant activities of essential oils and methanol extracts of three wild Lavandula L. species. Natural Product Research: Formerly Natural Product Letters 2012; 26 (21): 1976–1984

Referenties

maandag, juni 23, 2025

Génepi, een mythische plant

Een merkwaardig plantje, dat ik een groot deel van mijn herboristenleven niet gekend heb, is de Génepi. Een plant en een drank die vooral bij de Alpenbewoners een grote reputatie had en nu nog steeds heeft.

Deze Artemisiasoort, verwant aan Alsem, Bijvoet en Dragon, groeit hoog in de bergen, meestal boven de 2000 m, dikwijls bij een andere mythische plant de Edelweiss. Ze groeien vooral op droge zonnige plekken, waarbij ze overdag zeer hoge en 's nachts zeer lage temperaturen moeten verdragen. Ze hebben zich dan ook helemaal aangepast aan de moeilijke omstandigheden door onder andere een sterke beharing op het blad te ontwikkelen. Om zich te beschermen tegen de wind blijven ze ook klein en zoeken beschutting achter keien en steengruis.

Génepi en de koude

De Génepi, die zich zo goed tegen de kou kan beschermen heeft dan ook een grote reputatie tegen verkoudheid en zijn gevolgen. De ‘coup de froid’ noemden de bergbewoners deze aandoening. De betekenis en het gevaar van de 'coup de froid' is wel groter dan van een simpele verkoudheid zoals wij die in de lage landen kennen. Bij de extreme koude hoog in de bergen, de grote armoede en het geïsoleerd leven van vroeger was het levensgevaarlijk om verkouden te worden. Zoals door de montagnards werd gezegd: ‘ La chose dont on mourait le plus, c’est la poitrine, l’aggravation des coups de froid, ça donnait des pneumonies, des pleurésies, des choses très graves. En tegen de koude moest er warmte gebruikt worden. De weerstand moest verhoogd worden. We zouden dat nu kunnen vertalen, als het versterken van het immuunsysteem.

De soorten Génepi

Merkwaardig is ook dat onder de naam Génepi in verschillende valleien andere planten gebruikt werden. Het zijn voornamelijk Artemisiasoorten maar ook Achilleasoorten die bekend zijn als Génepi. De Alpenmensen weten dikwijls ook dat het verschillende soorten zijn maar ze gebruiken de plant die in hun vallei het meeste voorkomt. Ze spreken dan ook over Génepi jaune, Génepi noire, génepi male en génepi femelle om de verschillen aan te geven. De naam Génepi verwijst dan ook meer naar hun gelijkaardige medische werking dan naar hun botanische overeenkomst.

  • Artemisia mutellina of umbelliformis is meestal bekend als Genépi blanc of jaune, wordt nu ook het meest gekweekt
  • Artemisia génepi is Génepi noir.
  • Achillea nana werd ook wel Genepi blanc genoemd, is ook bekend als Genpi batard, dus de bastaardgenepi.
  • Verder worden ook Artemisia glacialis, Artemis spicata, Achillea atrata en Achillea moschata als Genépi gebruikt

Gemeenschappelijk zijn hun groeiomstandigheden, maar voor een gedeelte ook hun chemische samenstelling. Ze bevatten vooral etherische olie en bitterstoffen, ruiken dus allemaal sterk en smaken bitter.

Veel laaglanders, zal ik ze maar noemen, kennen wel de naam Génepi maar dan wel van de likeur. Het plantje zelf, vind ik regelmatig in de Franse Alpen in de buurt van hogere cols of op de crêtes. Maar ik wordt er ook mee geconfronteerd in de berghutten, waar het mij regelmatig aangeboden wordt. Ik moet dan ook oppassen, om niet dronken de bergen in te wandelen.

Génepi, mythische plant

Er is geen andere plant die zo een grote volkse reputatie heeft en toch zo weinig officieel onderzocht en herkend werd. Zelfs in de oude kruidenboeken vind je niets terug van de génepi. Het is pas in 1734 dat Lémery het vermeld als ‘le spécifique des fausses pleurésies’ en Fournier in 1947 schrijft dat het lang gebruikt werd dor de bergbewoners ‘pour provoquer la sudation dans les maladies aiguës’.

Génepi is hét voorbeeld van een mythische plant, die thuis hoort bij de bergbewoners en door hen alleen gevonden en gebruikt werd. Een plant met een symbolische, bijna sacrale betekenis. Een plant met een geheim dat alleen ingewijden kennen. ‘Le génepi, c’est différent des autres plantes’. Vous savez le genépi, il faut le connaitre pour le trouver’. En inderdaad, voor de génepi moet je lichamelijk en geestelijk fit zijn om hem te vinden en te gebruiken. Génepi vraagt dat je een natuurlijk ritueel ondergaat.

Bronnen en referenties

donderdag, juni 19, 2025

Monografie: Achillea millefolium

Duizendblad heeft een 2000 jaar oude traditie als medicinale plant en wordt op diverse manieren gebruikt vanwege zijn krampstillende, ontstekingsremmende en spijsverteringsbevorderende eigenschappen.

Botanie / Plantkunde

Duizendblad is een meerjarige plant uit de madeliefjesfamilie met een kruipende wortelstok en bereikt een hoogte van 20-80 cm. De twee- tot drievoudig geveerde, diep ingesneden bladeren geven de plant zijn botanische naam, millefolium. Talrijke kleine bloemhoofdjes vormen dichte, witte tot lichtroze schermbloemen. Het geslacht wordt als zeer divers beschouwd en omvat, afhankelijk van de taxonomische classificatie, ongeveer 85-140 soorten (waaronder A. ptarmica en A. nobilis). Als stikstofminnende plant die voorkomt in weilanden, op taluds en langs wegen, is het bijna overal te vinden,  Kenmerkende eigenschappen om het te onderscheiden van gelijkende soorten zijn de typische geur die vrijkomt wanneer de fijn geveerde bladeren worden gekneusd.

Geschiedenis en traditie

Al sinds de oudheid wordt duizendblad gewaardeerd als een kruid met wondhelende eigenschappen. Plinius de Oudere noemt millefolium / achilleos expliciet als een middel tegen wonden en verbindt de naam met de Trojaanse held Achilles. Plinius noemt ook blaasproblemen, astma en tandpijn als toepassingen. In laat-antieke compilaties zoals Plinius 'Medicina Plinii' en het kruidenboek van Pseudo-Apuliëus (rond 400 na Chr.) zijn aanbevelingen te vinden voor het kauwen van de bladeren tegen tandpijn, voor afkooksels tegen nierstenen en voor het aanbrengen van kompressen op verse wonden.

In de Lorsch-farmacopee (rond 800) komt de plant voor in recepten die variëren van eenvoudige middelen tegen neusbloedingen tot liturgisch geïnspireerde geneesmiddelen tegen epilepsie. In de 12e eeuw noemt Hildegard von Bingen, in haar Rijnlands-Frankische dialect, duizendblad "garwa", classificeert het als "warm en matig droog" en beveelt het aan bij buikpijn en "inwendige wonden, wat een aanzienlijke uitbreiding van het gebruik was, van een eenvoudig wondkruid naar inwendige toepassing.

Aan het einde van de 15de eeuw wijdden alle drie de kruidenboeken van Mainz een hoofdstuk aan duizendblad (Herbarius, Gart der Gesundheit, Hortus sanitatis). In de 16de eeuw verscheen het in de werken van Leonhart Fuchs, Hieronymus Bock en Adam Lonitzer; in de praktische literatuur was het al lange tijd een vast onderdeel van de dagelijkse praktijk van chirurgen. De kruidenboeken uit de late Renaissance beschreven het gebruik ervan voor een breed scala aan aandoeningen, van bloedingen (waaronder aambeien) en maag- en gynaecologische klachten tot krampachtige pijn. Tabernaemontanus biedt waarschijnlijk het meest uitgebreide hoofdstuk, dat ongeveer acht gedrukte pagina's beslaat.

De 16e eeuwse plantenkundige en arts Rembert Dodoens, gaf in zijn beroemde ‘Cruydtboeck’ uit 1554 het belang van duizendblad goed weer: ‘Achillea ghestooten sonderlinge het opperste van de bladeren ende bloemen op de bloedighe wonden gheleyt stelpt het bloeyen ende bewaert, so oft beschermt se van alle verhittinghe, swillinghe oft sweeringhe ende heelt se seer haest. Sy doet den bloedtloop ophouden.’

Georg Ernst Stahl beschrijft de plant in zijn systematische farmacopee (Materia medica, 1731) als "bescheiden, maar uitstekend". In de 20e eeuw vatte Gerhard Madaus het medisch gebruik van duizendblad goed samen: werkzaam bij het stelpen van bloedingen, wondgenezing en de behandeling van maag-, urineweg- en gynaecologische aandoeningen.

Inhoudsstoffen en farmacologie

De officiele aanduiding 'Millefolii herba' verwijst naar de gedroogde bloeitoppen. Het kenmerkende ervan is de etherische olie (ongeveer 0,1–1,4%) die mono- en sesquiterpenen bevat (bijv. α/β-pineen, sabineen, 1,8-cineol, kamfer, β-caryofylleen, germacreen D). Proazulenen veranderen tijdens stoomdestillatie tot chamazuleen, wat de soms diepblauwe kleur van deze oliën verklaart.

Het wetenschappelijk onderzoek heeft de werking van de azulenen opgehelderd (Ruzicka e.a.), proazulenen in duizendblad gedetecteerd (Egon Stahl) en azuleenvormende verbindingen systematisch geïdentificeerd (Thieme). Verder werd de bittere fractie gekarakteriseerd en de chemotypische variabiliteit ervan gedocumenteerd. Achilline werd geïdentificeerd als een relevante guaianolide bittere verbinding.

Daarnaast bevat Achillea millefolium sesquiterpeenlactonen (bittere stoffen), flavonoïden (apigeninederivaten, rutine...) en tannines (looistoffen). Vooral belangrijk voor polaire preparaten zijn dicaffeoylquininezuurderivaten (3,4-/3,5-/4,5-DCCA) en luteoline-O-β-D-glucuronide, dat choleretische effecten vertoont in levertesten. Farmacologisch gezien ondersteunen de spasmolytische effecten op gladde spieren en de ontstekingsmodulerende eigenschappen de traditionele indicaties. 

Huidige officiele status

De HMPC van het EMA vermeldt duizendblad als een traditioneel kruidengeneesmiddel voor de volgende gebieden:

  • Verlichting van milde, krampachtige maag-darmklachten (waaronder een opgeblazen gevoel).
  • Verlies van eetlust
  • Verlichting van lichte menstruatiekrampen (dysmenorroe)
  • Uitwendig gebruik op kleine, oppervlakkige wonden.

Praktische toepassing

  • Inwendig gebruik (thee / infusie): De dosering is afhankelijk van de indicatie.
  • Bij gebrek aan eetlust en bij maagklachten: 1,5–4 g fijngesneden kruid per 150–250 ml kokend water, 3–4 keer per dag tussen de maaltijden.
  • Bij menstruatiekrampen: 1-2 g per 250 ml, 2-3 keer per dag. Laat het altijd 10-15 minuten afgedekt trekken om te voorkomen dat de etherische oliën verdampen.
  • Inwendig gebruik (tinctuur / extract): Als bitter of "vrouwelijk" bestanddeel; voor afgewerkte geneesmiddelen is de dosering volgens de bijsluiter bepalend. De huidige HMPC-monografie uit 2020 omvat ook droge waterige extracten.
  • Uitwendig gebruik: 3-4 g van het kruid in 250 ml als infusie voor kompressen, spoelingen of zitbaden bij kleine, oppervlakkige wonden of (traditioneel) aambeien, 2-3 keer per dag.

De smaak is uitgesproken bitter en aromatisch. Het wordt beter verdragen in theemengsels met echte kamille, citroenmelisse of venkel. Bij een opgeblazen gevoel zijn combinaties met anijs, karwij en venkel effectief; bij menstruatiekrampen zijn mengsels van duizendblad, vrouwenmantel en zilverschoon nuttig.

Kruidenmengsels

  • Spijsvertering / bittertonicum: met absint, gele gentiaan, duizendguldenkruid en duizendblad. 
  • Bij gal-gerelateerde dyspepsie traditioneel gemengd met paardenbloem of artisjok.
  • Krampstillend als “vrouwenmiddel”: met vrouwenmantel, zilverschoon en echte kamille
  • Wonden / Uitwendig, topische toepassing (traditioneel): met goudsbloem, smalle weegbree en andere.

Kwaliteit en voorbereiding

De bronplant van het geneesmiddel Millefolii herba (Ph. Eur.) is Achillea millefolium L. sl, oftewel de soortgroep in de ruimere zin. De oogst vindt plaats tijdens de volle bloei (juni tot augustus), wanneer het gehalte aan etherische olie en flavonoïden het hoogst is. De samenstelling van de etherische olie varieert aanzienlijk afhankelijk van het chemotype: proazuleenrijke variëteiten leveren diepblauwe oliën op met een hoger chamazuleengehalte na distillatie, terwijl proazuleenarme variëteiten een groenachtige tot geelachtige olie produceren. Voor inwendig gebruik is deze variabiliteit klinisch minder relevant dan voor uitwendige preparaten, waar het ontstekingsremmend effect van de azulenen van belang zijn. 

Een verhouding van 10-25% is effectief gebleken in theerecepten. Voor tincturen zijn extracten met een verhouding van 1:5 en 45-55% ethanol gangbaar geworden, omdat deze zowel lipofiele (oliecomponenten) als hydrofiele bestanddelen (flavonoïden, fenolzuren) bevatten.

Veiligheidsvoorschriften

  • Allergieën: Zoals gebruikelijk bij Asteraceae, zijn contact- of kruisallergieën mogelijk (overgevoeligheid voor sesquiterpeenlactonen).
  • Contra-indicaties: Galwegstimulerende middelen mogen niet worden gebruikt bij actieve galwegobstructie. Wees voorzichtig bij gebruik in geval van maagzweren. Al kunnen kleine hoeveelheden kruidenthee juist genezend werken bij maagzweren.
  • Zwangerschap / Borstvoeding: Vanwege de traditionele menstruatiebevorderende werking wordt inwendig gebruik tijdens de zwangerschap afgeraden.
  • Interacties: Theoretisch gezien zouden interacties met andere medicijnen mogelijk zijn via de invloed van oliecomponenten op het cytochroom P450-systeem maar klinisch gezien zijn deze nauwelijks relevant.

Conclusie

Duizendblad combineert een rijke traditie met een inmiddels goed begrepen therapeutisch profiel. Als een robuust kruid met meerdere bestanddelen in de Europese geneeskunde, blijkt het, vaak onopvallend langs de weg groeiend, uitstekend effectief te zijn in de fytotherapeutische praktijk, vooral dan in goed samengestelde kruidenmengsels.

Literatuur

donderdag, juni 12, 2025

Over Sint-Janskruid en het maken van sintjansolie

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) staat vooral bekend om zijn antidepressieve, stemmingsverbeterende en angstverminderende werking. Nadat deze effecten zo'n 30 jaar geleden wetenschappelijk bewezen waren, werd het kruid een bestseller. Preparaten van sint-janskruid behoren nu tot de bestverkochte kruidengeneesmiddelen. Volgens recente studies zijn extracten van sint-janskruid in hoge doseringen even effectief als synthetische antidepressiva bij de behandeling van milde depressie – maar in tegenstelling tot deze middelen worden ze over het algemeen veel beter verdragen.

De hoge dosering die nodig is voor de behandeling van depressie kan niet worden bereikt met zelfgemaakte sint-janskruidthee of door sint-janskruidolie aan te brengen. Hiervoor zijn geconcentreerde, commercieel verkrijgbare medicijnen nodig. Bovendien dient de behandeling van depressieve stoornissen altijd onder toezicht van een specialist plaats te vinden. Preparaten van sint-janskruid mogen daarom alleen worden gebruikt zoals voorgeschreven door een arts. Bij hogere concentraties sint-janskruid kunnen ook bijwerkingen en interacties met andere medicijnen optreden.

… maar ook zeer geschikt voor wondgenezing

Maar sint-janskruid werd niet alleen in de middeleeuwen gebruikt; zelfs in de oudheid werd het beschouwd als een belangrijke plant voor wondverzorging. Het bloedrode sap dat vrijkomt wanneer de gele bloemen worden geplet, werd volgens de signaturenleer geassocieerd met bloed. De beroemde arts Paracelsus (1493-1541) prees ook de wondhelende eigenschappen van sint-janskruid. Sint-janskruidolie, ook wel rode olie genoemd vanwege de kleur, werd toen al gebruikt.

Wie in de middeleeuwen sint-janskruidolie wilde produceren, deed dat met een methode die nauwelijks verschilt van de huidige olieproductie, zoals te lezen is in de instructies van de arts Pietro Andrea Matthioli (1500-1577) in zijn beroemde Nieuwe Kreüterbuch: "Bloemen hebben een uitstekende helende werking op wonden; maak er als volgt olie van: Doe verse bloemen in een glazen pot, giet er olijfolie overheen, sluit de pot af en zet hem in de zon. Laat het een paar dagen staan. Zeef vervolgens de olie, knijp de bloemen goed uit en voeg meer bloemen toe. Zet de pot opnieuw in de zon, knijp ze weer uit en voeg meer bloemen toe. Herhaal dit een aantal keer achter elkaar. Vermaal tot slot de peulen met de zaden en doe die ook in de olie. De olie krijgt dan een prachtige bloedrode kleur."  (Pietro Andrea Matthioli (1500 – 1577), Nieuw Kreüterbuch)

Onze voorouders hadden werkelijk een wonderbaarlijk geneesmiddel ontwikkeld, want sint-janskruidolie bevordert wondgenezing, vermindert ontstekingen, is antibacterieel, antiviraal en pijnstillend. Het is bijvoorbeeld nuttig als wrijfmiddel bij gewrichts- en spierpijn, maar ook bij kneuzingen, contusies, verstuikingen, luxaties en hematomen. Het wordt ook gebruikt bij zonnebrand, zenuwpijn, lumbago, doorligwonden, littekens en eczeem.

Wetenschappelijke commissies bevestigen ook het uitwendige gebruik ervan voor de behandeling van lichte huidontstekingen zoals zonnebrand en kleine wondjes (HMPC, ESCOP, WHO), evenals scherpe en stompe verwondingen, spierpijn en eerstegraads brandwonden (Commissie E). Het hoort daarom thuis in elke huisapotheek!

Het zelf maken van sint-janskruidolie is niet moeilijk. Om er echter voor te zorgen dat de olie zijn geneeskrachtige eigenschappen volledig kan ontwikkelen, moet u wel op de volgende punten letten.

Sint-janskruidolie maken: Toch niet te lang in de volle zon!

Recente studies hebben aangetoond dat er enkele fouten worden gemaakt bij de traditionele productie van sint-janskruidolie, die negatieve gevolgen kan hebben. Zo werd de olie met sint-janskruid vroeger vier weken lang in de volle zon bewaard. Tegenwoordig is bekend dat het belangrijke actieve bestanddeel hyperforine afbreekt in zonlicht. Hyperforine is een van de belangrijkste bestanddelen van sint-janskruid en is grotendeels verantwoordelijk voor de antibacteriële, ontstekingsremmende en wondhelende werking van de olie. Hypericine of zijn positieve afbraakproducten blijft mogelijk wel intact.

Maar ook de basisolie zelf, waarin het sint-janskruid wordt getrokken, lijdt onder zonlicht. Direct zonlicht, in combinatie met contact met zuurstof, leidt tot versnelde afbraakprocessen in de olie. Daardoor wordt de olie instabiel en neemt de houdbaarheid af. Tests hebben aangetoond dat stabiele olijfolie, die zonder toegevoegde kruiden in de zon wordt bewaard, al na 2-3 dagen ranzig wordt.

Overigens is het het sint-janskruid zelf dat voorkomt dat de gearomatiseerde olie voortijdig ranzig wordt: de actieve bestanddelen van het sint-janskruid trekken in de olie en beschermen deze tegen oxidatie. Dit is de reden waarom olijfolie zonder kruiden zo snel ranzig wordt bij blootstelling aan zonlicht en zuurstof, terwijl olie met kruiden dat niet doet. Hoe langer de olie met kruiden echter aan zonlicht wordt blootgesteld, hoe meer de actieve en beschermende stoffen afbreken.

Als je sint-janskruidolie wilt maken, let dan op: als het olie-infuus 4-6 weken in de zon staat, zal het gehalte aan actieve bestanddelen in de sint-janskruidolie laag zijn en de houdbaarheid relatief kort! Laat het olie-infuus daarom nooit langer dan 3-6 dagen in direct zonlicht staan!

Om blootstelling aan zonlicht te minimaliseren, kunt u de olie-infusie het beste bereiden in bruin of blauw glas in plaats van helder glas. Als u geen andere optie heeft dan een heldere glazen container te gebruiken, dek deze dan af met een katoenen doek of plaats hem op een warme, schaduwrijke plek in plaats van in direct zonlicht. Interessant genoeg deden onze voorouders in de Middeleeuwen het wél goed: ze plaatsten hun sint-janskruidolie in de volle zon, maar wel in ondoorzichtige aardewerken potten.

Gebruik verse sint-janskruid, want het belangrijke actieve bestanddeel hyperforine gaat verloren tijdens het drogen. Bovendien bevindt het grootste deel van de hyperforine zich niet in de bloemen, maar in de groene zaaddozen. Zorg ervoor dat zoveel mogelijk verschillende delen van de plant in de olie terechtkomen, aangezien elk plantendeel specifieke actieve bestanddelen bevat: de bladeren leveren etherische olie, de bloemen en vooral knoppen bevatten het rode pigment hypericine en flavonoïden, terwijl de groene zaaddozen het ontstekingsremmende hyperforine leveren. Het is daarom het beste om de gehele bovenste 20 cm van de plant te gebruiken, zodat bloemen, knoppen, bladeren en groene zaadkapsels daadwerkelijk in de olie terechtkomen.

Sint-Janskruidolie maken

  • 500 ml olijfolie
  • 100 g verse sint-janskruid (Hyperici herba)
  • 5-10 druppels etherische lavendelolie

Doe de fijngehakte kruiden in de olijfolie en laat het trekken in een warme, donkere kom. Een temperatuur tussen 30 en 40 °C is ideaal. Roer de olie tijdens het trekken een aantal keer per dag om ervoor te zorgen dat de actieve ingrediënten goed worden opgenomen. Zeef de olie na 3-6 dagen en voeg de etherische lavendelolie toe. Bewaar in donkere flessen (bruin of blauw glas).

Bewaartijd

Sint-janskruidolie heeft een houdbaarheid van ongeveer 9 maanden, waarna vooral de hyperforine snel afbreekt.

Lichtgevoeligheid

In tegenstelling tot inwendig gebruik van sint-janskruidextracten (inname), zal over het algemeen uitwendig gebruik van sint-janskruidolie op de huid de lichtgevoeligheid (fotosensibilisatie) niet verhogen. Fotosensibilisatie is echter theoretisch mogelijk bij mensen met een zeer lichte huid en/of huidaandoeningen. Vermijd daarom direct zonlicht op het behandelde gebied na het aanbrengen! 

Wees voorzichtig bij het filteren.

Verse sint-janskruid heeft een hoog watergehalte, wat bij onjuiste behandeling de houdbaarheid van de olie kan verkorten of zelfs tot schimmelvorming kan leiden. Om de infusiecontainer te beschermen tegen vreemde stoffen, dient deze daarom alleen afgedekt te worden met een ademend materiaal, zoals een vliegengaas of een wattenschijfje. Hierdoor kan overtollig water uit de olie verdampen. In hermetisch afgesloten containers vormt zich condens dat terugvloeit in de olie.

Bij het filteren van de gearomatiseerde olie dus liefst de plantenresten niet uitpersen, zodat het watergehalte in de olie niet te hoog wordt. Giet in plaats van uit te persen de gearomatiseerde olie, samen met het kruid, in een grote, fijne zeef zodat de olie er gedurende enkele uren doorheen kan druppelen. Knijp vervolgens het sint-janskruid boven een andere bak uit. Gebruik deze geperste olie van mindere kwaliteit zo snel mogelijk, omdat de houdbaarheid ervan snel afneemt.

Literatuur

zondag, juni 01, 2025

Maagdenpalm

't Is of bij deze plant de teere fijne bloemkroon, zachtblauw van kleur, en bij de minste aanraking afvallend, ja ook zonder stootje van buiten al gauw loslatend van haar vijfslippig kelkje, niet recht past bij de stevige, soliede, altijd groene bladeren, die aan buxus doen denken en in hun gladde lederachtigheid een beeld zijn van duurzaamheid en krachtig weerstandsvermogen. Dit citaat uit het werk van het in vrije liefde levende paar Frederica van Uildriks en Vitus Bruinsma uit 1898 doet wel wat. Het is een sensuele beschrijving van een vrij gewoon plantje, de maagdenpalm of Vinca minor.

In de tuin woekert de kleine maagdenpalm volop en zonder ingrepen zou ze de omliggende tuinen ook annexeren. Dus ja, ondanks de onschuldig klinkende Nederlandse naam is de maagdenpalm een wel-lustig groeiende plant. 

De Nederlandse naam verwijst naar oude gebruiken. Takjes maagdenpalm werden vroeger gevlochten tot een krans voor op het hoofd van jonge meisjes, onder andere bij huwelijken. Ook jonggestorven kinderen en overleden maagden kregen een dergelijke krans op het hoofd om hen te beschermen tegen de duivel en andere boze geesten. De term palm verwijst naar het altijdgroene blad van de plant, die in het Duits daarom ook toepasselijk Immergrün heet. En daarmee staat de maagdenpalm symbool voor het eeuwige leven. 

In de Flora Batava wordt de kleine maagdenpalm als in het wild voorkomend beschreven, vooral in bossen bij buitenplaatsen. De soort is al ver voor 1500 vanuit het Middellandse Zeegebied in Nederland en België ingevoerd, en geldt daarmee als ingeburgerd. Ze is een stinzenplant, een op cultuurhistorische plekken verwilderde. vroegbloeiende plant. Oudere botanische literatuur, zoals het kruidenboek van Dodoens uit 1544, beschrijft vooral een medicinaal gebruik bij bloedingen en overmatige menstruatie.

Vinca minor lijkt in zijn eigenschappen veel op die van Ginkgo biloba en wordt vaak samen met deze plant gecombineerd. Hij verhoogt mogelijk de hersendoorbloeding en stimuleert de stofwisseling van zenuwcellen, waarbij de werking van de neurotransmitters wordt verbeterd. Dit alles leidt tot een verbetering van de hersenfuncties.

Vinca minor bevat indolalkaloïden, waaronder vincamine, vinpocetine, apovincamine, vintoperol, vincarubine en anderen. Vinca minor kn mogeljk de bloedcirculatie in de hersenen verbeteren en aldus goed werken bij onder andere alzheimer, dementie, concentratieproblemen, , beroerte, tinnitus (oorsuizen) en duizeligheid. Van Vinca minor bevattende preparaten wordt verder geclaimd dat deze werken bij menorragie (overmatige menstruele bloeding), wondheling van verbrande ogen, ter voorkoming van glaucoom en ter vermindering van atherosclerotische plaque. 

In de middeleeuwen schijnt Vinca minor gebruikt te zijn tegen hoofdpijn, duizeligheid en geheugenstoornissen. Als bijwerkingen zijn maagdarmklachten en rood aanlopen beschreven. Sommige handboeken vermelden dat overdosering een ernstige bloeddrukdaling tot gevolg zal hebben. Er zijn echter geen gevallen van overdosering beschreven. In een aantal handboeken wordt Vinca minor als giftig geclassificeerd. Van de actieve stoffen staat in de geraadpleegde bronnen het meest vermeld over vincamine en vinpocetine. Over vincamine staat vermeld dat het vasodilaterend werkt, en dat inmiddels diverse producten zijn geregistreerd die vincamine bevatten, met als belangrijkste toepassing stimulatie van de bloedsomloop in de hersenen. Van vincamine wordt ook geclaimd dat het een ondersteunende werking op het metabolisme in de hersenen heeft, door bevordering van de bloedtoevoer naar de hersenen en het bevorderen van zuurstof en glucosegebruik. Daarnaast zou vincamine cognitieve functies ondersteunen en het geheugen en de concentratie verhogen. 

Er zijn niet veel gegevens over de toxiciteit van vincamine. Acuut is het weinig toxisch (orale LD50 in de muis is 1000 mg/kg lg). Gegevens over de chronische toxiciteit ontbreken. Volgens informatie op de internetsite van de FDA betroffen de ingediende toxiciteitstudies in de toelatingsprocedure van vincamine hoofdzakelijk intraveneuze toediening, die maar beperkt bruikbaar zijn voor het vaststellen van de veiligheid na orale opname via voedingsmiddelen. Naast dierstudies waren ook gegevens beschikbaar na intraveneuze toediening van vincamine aan gezonde vrijwilligers. De gerapporteerde bijwerkingen in deze studies waren onder andere fibrillatie, braken, bradycardie, flauwte, trombose in een ader in de arm en tinnitus. 

 Enigszins in tegenspraak met enkele van de claims, wordt er op etiketten van vincamineproducten vaak gewaarschuwd het niet te gebruiken bij hersenaandoeningen, bij een geschiedenis van hartaanvallen, aritmieën, beroertes of verstoring van de elektrolytenbalans. Bovendien wordt aangeraden het in geval van lage of hoge bloeddruk alleen te gebruiken op advies van een arts, de inname te verminderen of te stoppen bij het optreden van misselijkheid, het niet te gebruiken tijdens zwangerschap, borstvoeding of onder de leeftijd van achttien jaar. 


zaterdag, mei 24, 2025

Mucuna tegen Alzheimer

De fluweelboon (Mucuna pruriens) is een snelgroeiende, peuldragende, tropische klimplant, waarvan de zaden gebruikt worden in de ayurvedische geneeskunst.  De haren van deze peulvrucht bevatten mucunaïne. Dit is een eiwit dat ondraaglijke jeuk en huiduitslag kan veroorzaken als het in contact komt met de huid [ 1 ]. De fluweelboon was daarom een ​​bestanddeel van jeukpoeders, die niet alleen voor kwaadaardige grappen werden gebruikt, maar ook als medicijn. Begin 19e eeuw werd bijvoorbeeld jeukpoeder geprobeerd als irriterend middel tegen verlies van gevoeligheid van het huidoppervlak.
De hedendaagse gecultiveerde vorm van de fluweelboon bevat weinig tot geen mucunaïne, waardoor de plant voor meer doeleinden gebruikt kan worden. In tropische gebieden worden de eiwitrijke zaden als krachtvoer aan dieren gevoerd. 

Volksgeneeskundig gebruik van de fluweelboon
In de Ayurvedische geneeskunde wordt de fluweelboon vooral gebruikt bij aandoeningen van het zenuwstelsel en het urogenitale stelsel. Voorbeelden hiervan zijn zenuwzwakte, epilepsie, nervositeit, impotentie, aandrang om te plassen, onvruchtbaarheid en verschillende nierziekten. Het wordt ook gebruikt bij worminfecties, diarree, slangenbeten, reumatische aandoeningen, spierpijn, diabetes, menstruatiepijn en jicht. Men gebruikt in de eerste plaats de zaden en minder vaak de wortels. 
Op basis van de huidige onderzoeken lijken sommige indicaties plausibel: in onderzoeken zijn inmiddels antidiabetische, antioxiderende, afrodiserende, stimulerende, anti-epileptische en antimicrobiële effecten aangetoond [ 2 ]. De mogelijke werking van de fluweelboon op het syndroom van Parkinson heeft de laatste decennia echter voor ophef gezorgd.

Mucuna pruriens als mogelijke remedie voor het syndroom van Parkinson?
Het syndroom van Parkinson wordt veroorzaakt door een tekort aan de neurotransmitter dopamine in de hersenen. Hierdoor kunnen de getroffenen onder andere hun spieren moeilijk snel bewegen. De bewegingen zijn vaak traag, de spieren zijn stijf, de gang is wankel en de ledematen beginnen te trillen als de patiënt in rust is. Daarnaast kunnen ook de stemming, de autonome beheersing van de blaas, de darmen, de bloeddruk en het cognitieve vermogen aangetast worden. De belangrijkste medicamenteuze behandeling is het innemen van L-dopa, ook wel levodopa genoemd. Het aminozuur L-dopa wordt in de hersenen omgezet in dopamine en kan zo het dopaminetekort compenseren. 
Bijna 100 jaar geleden werd ontdekt dat de zaden van de fluweelboon ook L-dopa bevatten, en geen kleine hoeveelheid: het percentage L-dopa kan oplopen tot 7%. De aanwezigheid van L-dopa maakt bovendien de stimulerende werking van de fluweelboon aannemelijk: Dopamine bevordert drive, een positieve stemming en motivatie. 

Verschillende klinische onderzoeken hebben inmiddels bevestigd dat de werking van Mucuna pruriens bij mensen met de ziekte van Parkinson vergelijkbaar is met die van L-dopa medicijnen – met aanzienlijk minder bijwerkingen. Bij de behandeling van het syndroom van Parkinson met synthetische L-dopa treden doorgaans bijwerkingen op; Zo kan de bewegingsvrijheid ernstig beperkt worden. Op basis van eerdere onderzoeken is er reden om aan te nemen dat fluweelboon beter verdragen wordt. In de onderzoeken werden na inname van Mucuna pruriens alleen maag-darmklachten waargenomen, zoals misselijkheid of een vol gevoel [ 3 ].

Mucuna pruriens: middel met een addertje onder het gras
De positieve effecten lijken niet alleen gebaseerd te zijn op het L-dopa-gehalte de antioxiderende werking van de fluweelboon speelt waarschijnlijk ook een belangrijke rol, aangezien deze een beschermende werking heeft op zenuwcellen [ 4 ].

Dat zou voor veel getroffenen een zegen kunnen zijn, maar helaas zit er een addertje onder het gras. Er is tot op heden geen gestandaardiseerd medicijn voor Mucuna pruriens op de markt. 

Let op : Het is niet raadzaam om op eigen houtje poeder of andere voedingssupplementen die Mucuna pruriens bevatten in te nemen. Enerzijds kan de zuiverheid en de identiteit van deze zaden niet eenduidig ​​worden aangetoond. Anderzijds kunnen de indoolalkaloïden die in de zaden voorkomen, bijwerkingen als hoofdpijn, vermoeidheid, malaise of ernstige dorst veroorzaken. En verder is vooral een goede deskundige opvolging absoluut noodzakelijk.

Referenties
  1. Reddy VB, Iuga AO, Shimada SG et al. Door Mucuna veroorzaakte jeuk wordt veroorzaakt door een nieuw cysteïneprotease: een ligand van protease-geactiveerde receptoren. J Neurosci 2008; 28(17): 4331-4335
  2. Lampariello LR, Cortelazzo A, Guerranti R, et al. De magische fluweelboon van Mucuna pruriens. J Traditioneel Aanvulling Med 2012; 2(4): 331-339
  3. Latte KP. Mucuna pruriens. Portret van een medicinale plant. Tijdschrift voor Fytotherapie 2008; 29(4): 199-206
  4. Chopra AS De behandeling van de ziekte van Parkinson vanuit het perspectief van de Ayurvedische geneeskunde. Empirische geneeskunde 2021; 70(06): 322-327

maandag, mei 19, 2025

Heilig bosch, heidens heilig

In een heilig bosch was, zoo meen ik te mogen aannemen, eene afgezonderde plaats meer rechtstreeks voor de godsdienstplechtigheden bestemd. In zoodanige plaats stond de geheimzinnige wagen van Nerthus, de moederaarde, die alleen aangeraakt mocht worden door de priesters, die den wagen rondvoerden, wanneer zij merkten, dat de godin er plaats in had genomen. Daar stonden de oudste en zwaarste boomen, waaronder de altaren waren opgericht en waaraan de offergaven bevestigd werden. In lateren tijd waren daar de beelden der goden. Daar werden de veldteekens bewaard, nabootsingen van dieren, die Claudius Civilis, toen hij tegen de Romeinen optrok, uit de bosschen medenam, waaronder iedere stam gewoon was te vechten en die de oorsprong der zoogenaamde heraldieke figuren zijn. Deze heiligste plaats in het heilige zal wel vroegtijdig afgerasterd of omheind geweest zijn, zooals zij later was. De Northumberlandsche koning Edvine vroeg, toen hij in het jaar 627 gedoopt zou worden, aan den voornaamsten der heidensche priesters, die zelf in hem het oude geloof aan het wankelen had gebracht, wie het eerst de altaren en de tempels der afgoden met de heg of omheining, die er om heen was, zou ontwijden? De priester antwoordde, dat hij zelf het zou doen en hij vernietigde wat hij vroeger geheiligd had.
Het monotheistisch christendom verdrong de goden en hunnen dienst uit de bosschen, doch het volk, dat hardnekkig vasthield aan het polytheistisch geloof der vaderen, bracht, zoowel openlijk als in het geheim, zijne vereering over naar de overblijfsels van zijne vroegere heiligdommen, naar die boomen, welke de getuigen waren geweest van zijnen godsdienst. Eerst toen Bonifacius den heiligen eik bij Geismar aan den Edder, bij Fritzlar, deed omhouwen, was het christendom in die streek gevestigd.
Al mocht de bekeerde heiden, voordat hij gedoopt werd, ook plechtig verzekeren: ‘Ec forsacho allum diabolis wercum und wordum, Thunaer ende Woden ende Saxnote ende allun them unholdun, the hira genotas sint, d.i.: Ik verzeg alle werken en woorden des duivels, Thonar en Wodan en Saxnot en alle booze geesten, die hunne gezellen zijn,’ - het heidensche zuurdeesem bleef werken.

De Gids. Jaargang 45(1881)L.A.J.W. baron Sloet van de Beele


woensdag, mei 14, 2025

Melganzevoet. Gewoon ongewoon.

De melde of melganzevoet (Chenopodium album) is een wijdverbreid 'onkruid' dat vooral voorkomt in door mensen bewerkte gebieden. Daarom vinden we het in tuinen, op landbouwgrond, braakland, op paden en langs wegen. De eenjarige ganzenvoet kan zowat 140 cm hoog worden. De rechtopgaande stengel is duidelijk gegroefd en lijkt groen-wit gestreept. Soms heeft het ook een roodachtige tint.
De jonge bladeren aan het bovenste deel van de plant zien eruit alsof ze met meel bestoven zijn of bedekt met kleine witte druppeltjes. Vooral de onderkant van de bladeren is bedekt met witachtige, melige haartjes. De bloemige laag kun je gemakkelijk met je vingers weg wrijven. Bij aanraking en wrijving voelt het blad licht vochtig en vettig aan. De bladvorm van de ganzenvoet is zeer gevarieerd, van langwerpig-ovaal tot ruitvormig, alles is mogelijk.
De naam van de plant verwijst naar de vorm van het blad, dat lijkt op de pootafdruk van een gans. De kleine, groenachtige bloemen verschijnen van juli tot september en staan ​​in dichte trossen. In de herfst ontwikkelen zich de ronde, zwarte zaden.

Dodonaeus  over Melde

Dodonaeus schrijft ‘Melde loopt gemakkelijk door de buik vanwege haar gladheid, (schijtmelde) niettemin heeft het zeer weinig verterende krachten en wordt gebruikt met biet tegen de gebreken van de baarmoeder. Melde veel in de spijs gebruikt, beroert de maag en is zeer slecht om te verteren, als Diocles en Dionysus schrijven, ze laat ook sproeten en plekken aan het aanzicht en op het lijf groeien.
De tamme melde is goed opgelegd als de bloedzweren net beginnen te komen en de wilde als die beginnen te vergaan. Melde met Salpeter, honig en azijn gemengd is goed op het wild vuur en op jicht gelegd of ook op de hete gezwellen. De Italianen maken van de melde enige taarten en ze scherven de bladeren zeer klein en stampen ze met kaas, verse boter en dooiers van eieren wat ze in deeg leggen en alzo in de oven bakken'.

Spinazie en pseudogranen uit de steentijd

Al 7000 jaar geleden werd de witte ganzenvoet door boeren uit het neolithicum als wilde groente gebruikt. Geen enkel ander wild kruid is zo vaak aangetroffen bij archeologische opgravingen in prehistorische nederzettingen. De bladeren werden als groente gebruikt en de kleine zaden werden op een vergelijkbare manier gebruikt als granen. De melganzenvoet is een van de smakelijkste wilde groenten. Het behoort, net als spinazie, tot de ganzenvoetfamilie. De smaak van de jonge bladeren en scheuten is het smakelijkst tussen april en juni, dus vóór de bloei. De bladeren zijn niet alleen geschikt als vervanger van spinazie, maar verrijken ook salades, soepen, ovenschotels, quiches en smoothies. Zodra de bloei begint, vanaf juli, worden de bladeren enigszins bitter en hebben ze geen interessante smaak meer. Maar daarna rijpen de zwarte, zetmeelrijke zaden snel en die zijn ook eetbaar. Ze zijn vrij klein, maar omdat de ganzenvoet massaal groeit en enorm veel zaden produceert, is het toch de moeite waard om te oogsten. In India worden de zaden als graan gebruikt en gegeten als pap of fijngemalen tot meel voor pannenkoeken. Je moet echter wel de saponinen uit de zaden verwijderen vóór gebruik. Om dit te doen, laat u het 1 uur weken in warm water en spoelt u het daarna goed af. U kunt het direct gebruiken of in de oven drogen en vervolgens bewaren. Ook het zachtjes roosteren (bij 60-70 °C) komt de smaak ten goede. Overigens heeft ganzenvoetzaad een beroemde verwant, namelijk quinoa (Chenopodium quinoa). Dit pseudograan uit de Andes heeft de laatste jaren naam gemaakt als bron van plantaardige eiwitten.

Superfood van hoge kwaliteit, maar met beperkingen

Vanuit gezondheidsoogpunt kunnen ganzenvoetbladeren tot de superfoods gerekend worden. Ze bevatten een verbazingwekkende hoeveelheid eiwitten, kalium (995 mg/100 g), magnesium (230 mg/100 g), calcium (240 mg/100 g) en ijzer (3,9 mg/100 g). Daarnaast zijn ganzenvoetgroenten een uitstekende bron van provitamine A en vitamine C (135 mg/100 g). De kleine, zwarte zaadjes hebben een zeer hoog eiwitgehalte (16,6 g/100 g) met een uitgebalanceerde samenstelling van aminozuren. 

Helaas bevatten de gezonde ganzenvoetbladeren, net als spinazie, veel oxaalzuur. Daarom moet u deze voedingsmiddelen niet te veel eten. Mensen met een nieraandoening moeten vooral voedsel vermijden dat oxaalzuur bevat. Een hoge consumptie kan leiden tot het ontstaan ​​van nierstenen en niergruis en belemmert bovendien de opname van calcium en ijzer. Wanneer er echter ook veel calcium in de voeding zit, kunnen de oxalaten gebonden en uitgescheiden worden zonder dat dit de nieren belast. Daarom is een combinatie met calciumrijke voedingsmiddelen (zuivelproducten, sojaproducten) zeer zinvol. U kunt het oxaalzuur bijvoorbeeld binden door de ganzenvoetspinazie te verrijken met Parmezaanse kaas of tofu. Overigens is het oxaalzuurgehalte het laagst in de jonge bladeren vóór de bloei.

In Turkije zijn meerdere gevallen gedocumenteerd van fototoxische reacties van de huid na het eten van ganzenvoetgroenten en gelijktijdige blootstelling aan intens zonlicht, vermoedelijk als gevolg van de furanocoumarines die in deze groenten zitten. Mensen die hier gevoelig voor zijn, kunnen beter na het eten van ganzenvoet beter niet zonnebaden.

Medicinale werking
Farmacologische studies hebben aangetoond dat de plant wormdrijvende, sperma-immobiliserende en anticonceptieve eigenschappen bezit. Mogelijk dat de plant ook jeukwerend en antinociceptief (pijnstillend) werkt. Toch wel merkwaardige medicinale mogelijkheden voor zo'n algemeen plantje.

Recept: Melganzenvoetspinazie
Ingrediënten
  • 750 g jonge melganzenvoetbladeren
  • 2 eetlepels boter of olie
  • 2 teentjes knoflook
  • 250 ml room of kokosmelk
  • 1 tl bouillon/groentebouillon
  • zout en peper
  • 100 g kaas
voorbereiding
  • Verhit de boter en voeg de in reepjes gesneden ganzenvoetbladeren toe.
  • Laat de blaadjes wat stoven, voeg de knoflookteentjes toe en blus af met room of kokosmelk.
  • Laat 5-10 minuten op middelhoog vuur sudderen.
  • Voeg vervolgens de kruiden toe en spatel de geraspte kaas erdoor.
Ganzenvoetspinazie is geschikt als bijgerecht bij rijst, als topping op pasta of als groente bij aardappelen.

Wetenschappelijke referentie
  • Amrita Poonia, Ashutosh Upadhayay. Chenopodium album Linn: overzicht van voedingswaarde en biologische eigenschappen. Tijdschrift voor voedsel- en wetenschapstechnologie 2015; doi: 10.1007/s13197-014-1553-x
  • https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/38725-ganzevoet-en-andere-meldes.html

zondag, mei 11, 2025

Ganzevoet en andere meldes

Met echte onkruiden zoals Herderstasje, Knopkruid en Melde of melganzevoet, heb ik een haat – liefde verhouding. Aan de ene kant bewonder ik hun overlevingsdrang maar tezelfdertijd vind ik het hinderlijk dat ze overdadig overal ontkiemen op plaatsen waar ik andere planten wil laten groeien. Maar als ze dan ook eetbaar blijken te zijn of nog meer andere kwaliteiten vertonen, gaat mijn bewondering toch overheersen.

Melganzevoet

Chenopodium album behoort tot een grote familie van de Ganzevoetachtigen. De bladeren hebben de vorm van een ganzevoet, vandaar ook de naam. Ook chenopodium komt van het griekse chen, gans en podos, voet of podion, voetje. Een oudere naam Pes anserinum verwijst ook naar de ganzevoet. Dodonaeus zegt het zo ' van sommighe soorten zijn die bladeren breet, rontsomme met diepe kerven gesneden, eenen voet van een gans schier ghelijck'.

Mel of melde, heeft mogelijk te maken met meel, de bladeren zien er wat wittig, als met meel bestoven uit. Of zou het verwijzen naar het vroegere gebruik van de zaden als meel om brood of pap te maken. In de grotwoningen van onze verre voorouders waren de meldes waarschijnlijk een belangrijke voedselbron. Mel betekent ook malen, wat weer verwijst naar de zaden als grondstof voor meel. Een dialectische naam is Luismelde, mensen zagen een luis in de vorm van het zaad. Ook een Duitse benaming Luusmell verwijst er naar.

Naast het gebruik van het zaad als meel, waren ook de bladeren als bladgroente in gebruik. Ten andere onze spinazie behoort tot dezelfde familie. Het meldeblad kun je dan ook op dezelfde manier gebruiken gestoofd als spinazie of rauw in een gemengde sla. In de tijd voor de populariteit van de spinazie zijn er zelfs cultivars van chenopodium album ontwikkeld met rood en lichtgroen blad. Het zijn snel groeiende gewassen waarvan de rode variëteit zelfs enige sierwaarde heeft.

Brave Hendrik

Maar er zijn wel meer Ganzevoet-achtigen die bekend zijn. De minst opvallende maar vroeger toch veel in de omgeving van de mensen groeiend, noemt Brave Hendrik in feite Goede Hendrik naar het Latijnse bonus en naar een oude Duitse benaming 'guter Heinrich'. Is dat een vriendelijke of een onvriendelijk bedoelde naam? Chenopodium Bonus Henricus, in het Latijn klinkt het bijna heilig, maar toch groeit hij hoog in de bergen in de stront van de schapen. Goed eetbaar als groente, maar ik pluk hem toch liever in andere omgevingen.

Quinoa

De meest bekende Ganzevoet op dit moment is echter de Zuid-Amerikaanse Quinoa, het mythische Incagraan dat al duizenden jaren als een soort rijst gebruikt word en nu ook in Europa ingeburgerd is. Ook de jonge bladplanten zijn te gebruiken en nogal decoratief met hun hardrose gekleurde puntjes aan de uiteinden van de bladeren.

Apazote

En we zijn er nog niet, er is ook nog de Chenopodium ambrosoides of Apazote, nu vergeten maar vroeger in de apothekersboeken beroemd om zijn wormdrijvende eigenschappen. Ook weer een Zuid-Amerikaanse soort die in Brazilië een zeer algemeen onkruid is en zich hier in de tuin ook als zodanig gedraagt. Hij houdt ook de familietraditie in eer van plant met onopvallende groene bloemetjes, maar zijn vreemde geur geeft hem toch enige charme. Hij mag dus blijven in mijn tuin. In Belize en omstreken is het een geliefd huis- en keukenmiddel. Naast zijn officieel gebruikt als wormdrijvend medicijn wordt van de hele plant ook een kalmerend aftreksel gemaakt en de wortel van één plant 10 minuten gekookt in 2 kopjes water wordt als een uitstekende kuur tegen crudo of een kater beschouwd. Het kruid wordt verder ook als smaakmaker en gasverdrijver aan bonengerechten toegevoegd. Twee vliegen in één klap dus. Lekker en gezond.

woensdag, mei 07, 2025

Onooglijke planten met een verhaal. Breukkruid.

Planten tussen straatstenen. Eetbare maar niet te eten planten. Vuil, vertrapt onder de onverschillige voeten van voorbijgangers. En toch... planten met een verhaal. 

Mellie Uyldert vertelde het lang geleden op haar eigen manier. 'Wie is het, die de taal der kruiden verstaat? Haastige voetstappen gaan over de weg — het stof waait over de wegberm, over de frisse blaadjes van de weegbree, over de rozetten van de paardebloem, over de dovenetel onder de heg en over de opgeheven kandelaartjes van het hondsdraf. De regen valt en wast de blaadjes weer schoon. Haastig gaan de mensen voorbij, gevangen in hun gedachten, in hun zorgen. Met geld en boodschappentas spoeden ze zich naar de drogist, naar de groentenwinkel — trappen op het uiengras dat hun soep zou willen kruiden en op de kamille, die bereid is hun pijn te verzachten. Terwijl zij met blinde ogen en dove oren door het zorgvolle leven jachten, leeft en werkt de ganse schepping om hen heen, om hen alles te schenken wat zij behoeven'.

Neem nu de de bestofte groene korrelige bolletjes onder mijn voeten op de stoep in het Waals stadje Dinant. Vuiligheid tussen straatstenen maar toch een levend kruipend wezen met zelfs een chique Latijnse naam Herniara glabra en een minder mooie Nederlandse naam kaal breukkruid. En toch heeft ook dit plantje een lange geneeskrachtige geschiedenis met de mensheid en met mij. In de Flora Batava uit 1846 bijvoorbeeld wordt gezegd dat een afkooksel of een aftreksel van dezelve placht tegen belette pislozing, in waterzucht en in geelzucht gebruikt te worden, en uitwendig, in omslagen, bediende men er zich eertijds bij breuken van.

Volgens Weinmann (Weinmann, J.W., Phytanthoza iconographia) werd breukkruid voornamelijk gebruikt bij hernia's (zowel inwendig als uitwendig), als diureticum, bij blaas- en nierstenen, hydrops en geelzucht. Hij concludeert: "Daarom kan men de grote kracht die in zo'n klein kruid verborgen ligt, niet voldoende bewonderen." Volgens Kobert (Kobert, Beiträge zur Wissen der Saponinsubstanzen, 1904) voorkomen de saponinen in breukkruid de samenklontering van urinezand tot steenachtige concreties en bevorderen ze de uitscheiding ervan door de diurese te verhogen. Zeißl (Zeißl, geciteerd in Kroeber, Pharm. Ztrh. 1924, nr. 44, p. 606) schreef Herniaria bijna voor als een specifiek middel tegen blaasontsteking, met name als spasme-verlichter. 

In het standaardwerk Lehrbuch der biologischen heilmittel uit 1938 schrijft Dr. Gerhard Madaus... Herniaria glabra heeft een sterk diuretisch effect en kan bijna beschouwd worden als een specifiek middel tegen chronische blaasontsteking. Het wordt ook gebruikt bij de vorming van urinestenen, nierkoliek, albuminurie, urineretentie, pyelitis, urethritis, gonorroe en hydrops. Gebruik ervan dient echter te worden vermeden bij galstenen en acute nefritis. Het is ook effectief gebleken bij tuberculose, bronchiale catarre en tertiaire syfilis. Uitwendig toegepast wordt het kruid beschouwd als een wondhelend middel en wordt het vaak gebruikt als kompres bij fracturen.

En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Bewondering en verwondering dus voor een onnozel, vuil plantje onder mijn voeten in een toeristisch Ardeens dorpje, sorry stadje. En dan heb ik het nog niet gehad over mijn persoonlijk leven met dat knarsend plantje. Maar... dat is een ander verhaal.