zondag, januari 22, 2023

Knoflook antibacterieel

Een van de meest bekende kruiden met een antibacteriële werking is knoflook (Allium sativum). Reeds in het oude Egypte, Griekenland, Rome, China en India werden uitgebreide teksten geschreven over de medicinale toepassingen van knoflook. Ook later in de geschiedenis werd knoflook aangeraden bij onder andere infecties, bijvoorbeeld in The Home Book of Health van John Gunn (1978). Zoals te verwachten valt, blijft de medicinale kracht die aan knoflook werd toegekend niet beperkt tot het antibacteriële effect en geven vrijwel alle historische bronnen meerdere gebruiksdoelen van de plant [1]. 

Knoflook blijft ook in de moderne tijd onveranderd interessant. Er zijn tal van producten met knoflook, gefermenteerde knoflook, aged garlic en zelfs de vluchtige olie van knoflook. Ook hier zien we een veel breder werkingsgebied, waarbij zich overigens ongetwijfeld veel kaf tussen het koren zal bevinden. Toch valt de (antibacteriële) werking van knoflook an sich nauwelijks te betwisten en deze wordt dan ook regelmatig in de recente literatuur opnieuw bekeken. 

Zo zien we in een artikel uit juli 2013 dat allicine uit knoflook de aanhechting van Pseudomonas aerigunosa PAO1 in een vroeg stadium kan voorkomen en dat het bovendien de vorming van virulentiefactoren en van de biofilm kan verminderen. De veelal antibioticaresistente P. aerigunosa PAO1 bleek bij dit in-vitro-onderzoek gevoelig voor allicin. Na toevoeging van 128 μg/ml gedurende zes uur verminderde de aanhechtingsratio van P. aerigunosa PAO1 van 0,70 ± 0,03 to 0,50 ± 0,01 (t = 15,014; p < 0,05); na negen uur was het effect echter verdwenen[2]. 

Ook werd het effect van knoflook in de mondholte onderzocht, meer specifiek het bacteriedodende, bacteriostatische en preventieve effect op Porphyromonas gingivalis en Aggregatibacter actinomycetemcomitans, twee pathogenen in de mondholte. Zowel een ethanolisch als waterig extract werden getest. Het waterige extract werd verkregen door 250 gram gemalen knoflook-pasta te vermengen met 500 ml gedestilleerd water. Dit mengsel werd gedurende vier dagen nu en dan geroerd bij een temperatuur van 3-5 0C, waarna het mengsel werd gecentrifugeerd en gefilterd. De methode werd herhaald met dezelfde hoeveelheden knoflook en ethanol. Van het waterige extract bleken op een agar-plaat 25 μl, 50 μl, en 75 μl een inhibitiezone te creëren van respectievelijk 16 mm, 20 mm en 25 mm voor P. gingivalis. Er werd echter geen inhibitiezone gezien voor het ethanolisch extract. Ook in een andere voedingsbodem bleek het waterige extract effectiever dan het ethanolisch extract. Het waterige extract bleek voornamelijk werkzaam te zijn tegen P. gingivalis, met een minimum werkzame dosering van 16,6 μl. A. actinomycetemcomitans bleek resistenter te zijn tegen beide extracten dan P. gingivalis. De minimum inhiberende concentratie (MIC) bleek voor de A. actinomycetemcomitans te liggen op 62,5 μl voor het waterige extract; er werden geen inhibitoire effecten waargenomen voor het ethanolisch extract [3].

Referenties

  1.  Rivlin RS. Historical perspective on the use of garlic. J Nutr 2001;131:951S–4S 
  2. Lihua L, Jianhui W, Jialini Y, Yayin L, Guanxin L. Effects of allicin on the formation of Pseudomonas aeruginosa biofilm and the production of quorumsensing controlled virulence factors. Pol J Microbiol 2013;62(3):243-51. 
  3. Shetty S, Thomas B, Shetty V, Bhandary R, Shetty RM. An in-vitro evaluation of the efficacy of garlic extract as an antimicrobial agent on periodontal pathogens: a microbiological study. Ayu 2013;34(4):445-51. 

Geen opmerkingen: