zaterdag, augustus 15, 2026

Zeepkruid, schuimend plantje

Dat de plant zeepkruid, zeepstoffen bevat, lijkt me nogal vanzelfsprekend en dat hij ooit en nu terug opnieuw als zeep gebruikt werd en word, is ook niet verwonderlijk. Gewoon verse bloemen tussen de handen fijn gewreven, zorgen al voor een schuimend en schoon makend effect.

Saponaria officinalis, het zeepkruid, behoort tot de familie der Caryophyllaceae. Het is een kruidachtige, overblijvende plant met tegenoverstaande, elliptische bladeren, die boogvor­mige nerven bezitten. De bloemkroon is rose, lichtviolet of wit en de kroonbladen zijn beneden in een fijne punt, de nagel, uitgetrokken.

Er zijn 5 kroonbladen. De kelk is tot een buis vergroeid. De bestuiving gebeurt bijna uitsluitend door vlinders. De nec­tar ligt namelijk zeer diep en alleen insecten met zeer lange tong kunnen deze bereiken. Het zijn dan ook voor­al nachtvlinders, zoals de ligusterpijlstaart, die de bloe­men bestuiven. Hommels plegen echter dikwijls inbraak; zij bijten een gat in de kelkbuis en bereiken zo de nectar. Spannend? Van dichtbij bekeken in elk geval wel.

Groeiplaats en afkomst van Saponaria

Het simplex, Saponariae radix, wordt gevormd door de wor­tels met de zeer vele roodbruine bijwortels. Vanuit de wortelhals groeien vele stolonen, wortelstokken, die er voor zorgen dat de plant zich gemakkelijk kan verspreiden. Het is moeilijk na te gaan uit welke landen het zeepkruid stamt. De plant komt voor in midden - en zuid Europa, maar niet in het hoge noorden. Men vindt Saponaria nog in Denemarken en Zuid Zweden, maar meer noordelijk niet. Men vindt het zeepkruid in geheel gematigd Azië, Siberië, Klein Azië en Japan, nu ook in Noord -en Zuid Amerika, daar zal het wel door de mens terecht gekomen zijn. Men veronderstelt dat de plant uit het Mediterrane gebied stamt en dat zij zich zowel spontaan, als door de cultuur verbreid heeft. De wortel was vroeger zeer bekend als wasmiddel voor fij­ne stoffen en daarom werd zeepkruid dikwijls aangeplant. Daardoor vind men het zeepkruid vooral langs wegen en rivieren. In ons land is zeepkruid een echte rivierenplant, vooral in het gebied van de Maas is de plant vrij algemeen en ook in het duingebied.

Het voorkomen rond de grote steden komt door het opspuiten van laaggelegen terreinen met duinzand. Er zijn nog wat verspreide vindplaatsen van uit tuinen ontsnapte planten. Zo vind je zeepkruid met dubbele bloemen veel langs oude spoorwegen en bij de vroegere seinhuisjes, waar het standaard door Belgische spoorwegen werd aangeplant.

Radix saponariae, de wortel van zeepkruid

Het deel dat medicinaal werd gebruikt, waren vooral de wortels en de bijwor­tels, die in hoofdzaak in het vroege voorjaar verzameld werden; dikwijls oogst men ook in de herfst. Zij werden bij ca 55° ge­droogd, om afbraak van de bestanddelen tegen te gaan. Dik­ke wortels werden in de lengterichting gespleten. Men kweekt wel uit zaad, doch beter uit stolonen met een lengte van 5 tot 20 cm, die men bij de oogst van de wortels verzameld heeft. In Duitsland is er een beperkte cultuur; men kweekt vooral de vorm "Erfurter Seifenkraut ", met rose enkele bloemen.

De rode zeepwortel moet niet verwisseld worden met de wit­te, deze stamt van Gypsophila-soorten, o.a. G .paniculata, de­ze wortel is veel dikker en lichtbruin aan de buitenzijde.

Inhoudsstoffen van zeepkruid

Voornamelijk saponinen. Daarnaast vindt men suikerachtige stoffen en een spoor vluchtige olie. Saponinen smaken dikwijls zeer scherp en kunnen bij inade­ming de slijmvliezen zeer sterk prikkelen. Alle hebben een haemolytische werking, d.w.z. als men rode bloedlichaampjes in een saponine "oplossing" brengt, dan wordt de wand van het rode bloedlichaampje doorlatend en de rode kleurstof, haemoglobine, treedt naar buiten. De eerst ondoorschijnende vloei­stof wordt nu plotseling helder. Hieraan ziet men dat de sa­poninen, indien zij in de bloedbaan geraken, giftig zijn. Bij inname door de mond is de werking niet sterk, omdat de opname slecht is, d.w.z. de saponinen worden slechts langzaam in het bloed opgenomen, wellicht worden zij in het maag­darm-kanaal afgebroken.

Mogelijk is het haemolytisch effect de verklaring voor hun gif­tige werking op vissen, immers via de kieuwen kunnen de sa­poninen gemakkelijk in het bloed overgaan. Vele saponinen zijn dan ook sterke visvergiften.

Vroeger medisch gebruik

Dodoens vermeldt wel erg veel medische toepassingen. ..... doet water maken/ ende camerganck hebben, breeckt den steen/ ende doet den selven met die urine rijsen, es goet den ghenen die hoesten/ cort van adem ende benaut van borsten sijn, verweckt die natuerlijcke cranckheyt der vrouwen/ ende treckt af die secondine ende doode vruchten.

En dan 2 werkingen waar we planten met zeepstoffen (saponinen) vandaag nog voor gebruiken. Dese wortel doet oock niesen met huenich in die nuese ghedaen ende in die mont ghenomen treckt veel fluymen ende vochticheyt uut den hoofde. Met azijn ende meel van gersten mout dese wortel ghelijck een salfken vermenght/ gheneest die quade scorfticheden ende die plecken ende vlecken van der huyt. Dus als slijmoplossend middel voor neus en keel en als een soort lotion om de huid te reinigen onder andere bij acne. Voor de huid als lotion is het zeker wel interessant.

Volgens de Flora Batava is het een schoonheidswater omdat het 'de eigenschap bezit de huid blank en zacht te maken' zelfs tegen schurft zou het uitwendig gebruikt geweest zijn.

In de moderne fytotherapie wordt het zeepkruid nog weinig gebruikt, het zijn eerder minder sterkere en veiligere zeepstofplanten zoals zoethout en primula die nu nog in preparaten verwerkt worden.

Wetenschappelijk onderzoek Saponaria en saponinen

  • Koike, K. et al (1999). New triterpenoid saponins and sapogenins from Saponaria officinalis J. Nat.Prod. 62 16559.
  • Jia, Z. et. al (1998) Major triterpenoid saponins from Saponaria officinalis J. Nat. Prod. 61 136873.
  • Deumie, J. and martinSans.E. (1922) Intoxication with soapwort. Bull Sci Pharmacol. 29: 379384
  • Aliotta, G. (1987) A Preliminary account on poisonous wild plants of Campania (Italy). Fitoterapia 58: 249256.
  • Cebo, B. (1976). Pharmacological properties of saponin fractions obtained from domestic crude drugs Saponaria officinalis, Primula officinalis and Aesculus hippocastanum. Herba Polonia, 22 154.
  • Bogoiavlenskii, A.P. et al (1999). Immunostimuating activity of a saponincontaining extract of Saponaria officinalis. Vopr Virusol. 44 229232(Russian)

Postelein. Een gezond onkruid dat van warmte houdt.

Postelein (Portulaca oleracea), ook wel zomerpostelein genoemd, is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, maar is nu wereldwijd verspreid. Het is een van de meest voorkomende onkruiden in warme streken. Deze warmteminnende plant is echter vrij zeldzaam in onze regio. De kans is het grootst dat je hem aantreft in kassen, tuinen en wijngaarden. Door klimaatverandering wordt verwacht dat de plant zich de komende jaren verder zal verspreiden.

Postelein is ook heel gemakkelijk zelf te kweken. Zaai de vorstgevoelige plant vanaf maart direct op de uiteindelijke standplaats. Postelein kiemt het best in licht, dus leg de zaden in vochtige grond en druk ze stevig aan. Bedek ze niet met aarde. Je kunt al na 4-6 weken oogsten!

Deze eenjarige pioniersplant groeit kruipend. De rijk vertakte stengel kruipt over de grond. De spatelvormige bladeren zijn opvallend, opmerkelijk dik en sappig. Zomerpostelein is niet verwant aan winterpostelein (Claytonia perfoliata), die wordt geteeld en verkocht als sla. 

Heerlijk en gezond

Dit onkruid, dat veel voorkomt in warme klimaten, werd door de Romeinen in Centraal-Europa geïntroduceerd. In de middeleeuwen was het zo populair als groente dat het zelfs in tuinen werd verbouwd. Helaas raakte het in de 19e eeuw grotendeels in de vergetelheid. De bladeren en scheuten zijn smakelijk in salades en als spinazie-achtige groente, maar ook in smoothies, kruidenkwark, eiergerechten en soepen. Postelein heeft een licht zoutige en verfrissend pittige smaak. Het smaakt het lekkerst rauw; je kunt het zo opeten. De beste tijd om het te plukken en te oogsten is vóór de bloei, wanneer de bladeren knapperig en sappig zijn. Na de bloei worden ze wat bitterder. Deze wilde groente smaakt niet alleen heerlijk, maar geeft je maaltijd ook een gezonde boost: postelein bevat uitzonderlijk veel kalium (585 mg/100 g), magnesium (245 mg/100 g) en ijzer (3,1 mg/100 g). Vergeleken met sla bevat het zowat 20 keer zoveel magnesium! Bovendien bevat dit knapperige wilde kruid veel caroteen, provitamine A en meer omega-3-vetzuren dan welke andere bladgroente dan ook.

Wel hoge hoeveelheid oxaalzuur.

Ondanks de vele gunstige eigenschappen van postelein, is het nodig om te vermelden dat het een hoog gehalte aan oxaalzuur bevat. Net als spinazie, snijbiet, rabarber en zuring, behoort postelein tot de planten met een hoog gehalte aan oxaalzuur. Oxaalzuur is echter alleen schadelijk voor het lichaam in grote hoeveelheden. Hoge doses kunnen de nieren belasten, dus mensen met nieraandoeningen zouden het gebruik ervan moeten vermijden. Bovendien remt oxaalzuur de opname van mineralen zoals calcium, magnesium en ijzer. Voor gezonde mensen met voldoende voedingsstoffen is er niets mis mee om groenten te consumeren die oxaalzuur bevatten. Dergelijke voedingsmiddelen zouden echter niet dagelijks op het menu moeten staan.

Er bestaat ook een truc om het oxaalzuurgehalte in voedsel te verlagen: als het voedsel dat u consumeert rijk is aan calcium, bindt het calcium het oxalaat in het spijsverteringskanaal, waardoor het kan worden uitgescheiden zonder het lichaam te belasten. Het is daarom verstandig om postelein te bereiden met calciumrijke voedingsmiddelen, zoals sojaproducten, harde kazen of zuivelproducten.

Voeding als medicijn

Postelein is in onze regio relatief onbekend als medicinale plant, maar in veel andere landen vormt het een integraal onderdeel van de traditionele geneeskunde. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt de plant dan ook een "wereldwijd wondermiddel". De talloze toepassingen van postelein wereldwijd, die al eeuwenlang worden gebruikt, bevestigen deze beoordeling. In China wordt postelein omschreven als een "groente voor een lang leven" en het is al millennia lang een belangrijke medicinale plant in de traditionele Chinese geneeskunde.

De afgelopen tien jaar zijn er talloze studies gepubliceerd over de farmacologische effecten van postelein. Deze studies tonen aan dat het een uitzonderlijk breed scala aan eigenschappen bezit. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat het antidiabetische, antimicrobiële, ontstekingsremmende, leverbeschermende, neuroprotectieve, bloeddrukverlagende, cholesterolverlagende en wondhelende  effecten heeft.

Bijzonder opmerkelijk is het neuroprotectieve effect, aangezien de plant de werkingsduur van de belangrijke neurotransmitter acetylcholine verlengt. Ook is een antivirale werking aangetoond, met name tegen het herpes simplexvirus. De talrijke omega-3-vetzuren blijken een positief effect te hebben op het cardiovasculaire systeem, doordat ze de bloedvetten en de bloedsuikerspiegel verlagen. Dit helpt aderverkalking en hoge bloeddruk te voorkomen.

Voor ziektepreventie zouden deze smakelijke wilde groenten zeker op ons menu moeten staan. Zoals een oud gezegde zegt: voeding hoort ons medicijn te zijn!

Recept: Posteleinsalade

Ingrediënten

  • 150 g jonge posteleinscheuten
  • 200 g tomaten
  • ½ komkommer
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels balsamicoazijn
  • 1 theelepel sojasaus
  • 2 eetlepels crème fraîche 
  • peper en zout
  • optioneel: 100 g feta

Hak de postelein grof, snijd de tomaten en komkommer in plakjes. Klop alle overige ingrediënten door elkaar tot een dressing en meng deze door de salade. Je kunt er eventueel ook wat in blokjes gesneden feta doorheen roeren.

Conclusie

Postelein is een warmteminnend onkruid dat door klimaatverandering steeds vaker voorkomt in onze regio. Weinig mensen zijn zich echter bewust van de gunstige eigenschappen ervan. In India en China is postelein daarentegen een populaire groente. Dus het proberen waard.

Literatuur

  • Yan-Xi Zhou et al. Portulaca oleracea L.: Een overzicht van fytochemie en farmacologische effecten. BioMed Res Int 2015; DOI: 10.1155/2015/925631

maandag, augustus 10, 2026

Een toekomst voor de ouderwetse donderbaard

In deze tijden van warmte en droogte zijn en zullen in de toekomst droogteminnende vetplanten nuttig en noodzakelijk zijn. Over ons ouderwets daklook dan maar.

Sempervivum tectorum, Huislook of Donderbaard is een rosetvormend vetplantje dat we nu in vele variëteiten in plastic potjes in de tuincentra terug vinden. Wel een beetje een afgang voor zo'n geneeskrachtig kruid van vroeger jaren. Al komt er meer belangstelling voor dit soort vettige plantjes mogelijk door de grote belangstelling voor een andere 'vettige' plant Aloe vera.

Waarschijnlijk heeft onze inheemse en winterharde donderbaard dezelfde medicinale werking op huid en slijmvliezen als de aloe. Vroeger vond men, op den buiten, de wilde artisjok nog vrij algemeen op de daken van de huizen, en onze voorouders wisten er goed gebruik van te maken. De moderne mens heeft hem, spijtig genoeg, van de daken verbannen als iets dat ontsiert op hun hedendaagse bungalows. Nu kan men deze kostbare geneeskundige plant nog enkel vinden op oude daken en muren, keihopen en rotsen, op plaatsen waar er maar weinig grond is, dat beetje grond volstaat om te leven en zich zelf voort te planten. In de volksgeneeskunde benutte men de vlezige, sap­pige dekbladen of schubben zowel voor in- als uitwendig gebruik.

Heer-Oom over donderbaard

In een van mijn ouderwetse kruidenboeken uit het begin van de twintigste eeuw beschrijft de geestelijke Heer Oom wel veel (te veel) heilzame werking van deze plant voor heel wat inwendige organen: longen, lever, maag en inge­wanden. 'Neem twee of drie weken lang, elke dag, een tas thee van huislook om te drinken (20 gram schubben voor 1 liter kokend water). Tegen het overgeven en het braken neemt men er alle uren een soeplepel van. Tegen zenuwachtige schokken en angsten van de kinderen gedurende hun slaap, even­als tegen de vallende ziekte, laat men hun, twee- of driemaal per dag, een koffielepel vers uitgeperst sap van de schubben drinken'.

Ditzelfde sap levert goede uitslagen als men er huiduitslag, zweren, kneuzingen, brandwonden en puistjes in de mond mee bestrijkt. In geval van oorkwalen, doet men er eenvoudig een weinig van in het oor. Een volgehouden behan­deling met vers sap van Donderbaard, ofwel met een brij van blaadjes in azijn, doet wratten en ekster­ogen verdwijnen. In geval van verstuikingen, verrekkingen en kneuzingen legt men verse schubben van de plant op de aangetaste plaats.

Hildegard over huszwurtz, Sempervivum tectorum

Nog verder terug in de tijd was het vooral Hildegard von Bingen die intrigerende uitspraken over de werking van huislook heeft gedaan. 'Het huislook is koud, en hij is voor de mensen nuttig om te eten, omdat hij vet van natuur is. Want als een mens, die gezond is in zijn geslachtelijke natuur, hem zou eten, zou hij helemaal van begeerte ontbranden, zodat hij waanzinnig zou worden. En als bij een man het zaad verdroogd is, zodat hem het zaad ontbreekt zonder hij al een grijsaard is, moet hij huislook zo lang in geitenmelk leggen, tot deze helemaal van de melk doordrongen is, en dan zal hij hem in deze melk koken en er nog enige eieren aan toevoegen, zodat er een gerecht kan ontstaan. En dat moet hij drie tot vijf dagen lang eten, en zijn zaad zal opnieuw voortplantingskracht verwerven en hij zal kinderen krijgen'. Verleidelijk interessant recept en ongevaarlijk om eens uit te proberen.

Eenvoudige zalf voor eerste hulp

Ook eenvoudig en zeker werkzaam is een zalf die je maakt door geplette blaadjes te laten koken in zuiver (ongezou­ten) varkensvet (van plant en vet evenveel grammen), totdat het sap van de plant volkomen in het vet is overgegaan ; daarna giet men het warm mengsel door een fijne zeef, en laat afkoelen en opstijven. Goed tegen een ruwe of geïrriteerde huid, brandwonden en kloven.

Ik wil nu niet beweren dat al deze toepassingen even efficiënt zijn, toch lijkt het mij nuttig om vooral het uitwendig gebruik opnieuw in te voeren. Het is een hele praktische plant, hij is het hele jaar vers beschikbaar, kan op de droogste plaatsen groeien en is bijzonder decoratief.

Enkele onderzoeken

  • Phytother Res. 2003 Nov;17(9):1032-6.Antinociceptive activity of Sempervivum tectorum L. extract in rats. Kekesi G, Dobos I, Benedek G, Horvath G.Department of Physiology, Faculty of Medicine, University of Szeged, H-6701 Szeged.
  • Tentative Identification of Polyphenols in Sempervivum tectorum and Assessment of the Antimicrobial Activity of Sempervivum L.
  • Meer info op mijn website https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/sempervivum-arachnoiedeum-spinnenwebhuislook



Bazielkruid, verhalen uit een ver verleden

Basilicum is voor de hedendaagse mens een smakelijk alledaags kruid. In het verleden was het echter een plant waar straffe verhalen over verteld werd. Volgens Dodonaeus (16de eeuw) zou het met azijn gemengd en voor de neus gehouden bezwijmde mensen weer bijbrengen en ruiken aan het zaad zou doen niesen. De gedroogde en verpulverde blaadjes deden ooit dienst in kruidensnuiftabak. Over geen enkele andere plant bestond zoveel meningsverschil als over het koningskruid, zoals basilicum ook wel wordt genoemd. 'Van der crachten van basilicon sijn die oude meesters in contrarie meyninghen', schreef Dodonaeus. 'Dioscorides seyt dattet gegheten die ooghe verduystert ende winden maeckt ende niet lichtelijeken verteert en wordt.'

Andere schrijvers beweerden dat het juist kalmerend werkte bij krampen en winderigheid en verstopping tegenging. Om de verwarring nog groter te maken, stond het kruid in Griekenland voor haat en armoede, en in Italië voor liefde. In India werd het als heilig vereerd, al was dat dan niet Ocimum basilicum maar Ocimum sanctum.

Culpeper (17de eeuw) over basilicum

Culpeper, anders niet gauw uit het veld geslagen, zegt van de plant : 'Dit is het kruid, waarover alle schrijvers met elkaar redetwisten als advocaten... Ik ben eens bij mijn verstand te rade gegaan en tot de conclusie gekomen dat het een kruid van Mars is, dat onder het teken Scorpio staat. Geen wonder dat het strijdaspecten met zich draagt. Als het op een plaats wordt gelegd waar giftige beesten hebben gebeten of waar een wesp of hoornaar heeft gestoken, dan trekt het rap het venijn aan zich. En gelijk geaarden trekken elkaar aan !

Mizaldus beweert bij hoog en bij laag dat als men basilicum in paardenmest laat rotten, het giftig gebroed zal voortbrengen. Hilarius, een Franse dokter, zegt met eigen ogen gezien te hebben dat bij een kennis van hem een schorpioen in de hersenen ontstond, alleen maar door aan het kruid te ruiken. Er moet iets aan de hand zijn met die plant : 'Nota bene, ruit en basilicum willen niet naast elkaar groeien, ja zelfs niet op enige afstand van elkaar staan. En we weten allemaal dat wijnruit de grootste vijand is van gif, die er maar groeit. En dan is er nog iets : het drijft zowel het ongeboren kind af als de nageboorte. Met andere woorden : terwijl het enerzijds het tekort van Venus aanvult, doet het aan de andere kant al zijn werk te niet. Nee, ik durf er niet meer over te schrijven.' Dat doet hij verder dan ook niet. Hij noemt zelfs geen enkele deugd van basilicum.

Schorpioenen of niet, ten tijde van de Tudors kregen patiënten met nerveuze hoofdpijnen basilicumsnuif van hun verpleegsters. De dosering van zo'n snuifje luisterde nauw, tenminste als men Dodonaeus wil geloven die beweerde 'dat sij oock hooftsueer maackt als mense te langhe oft teveel rieckt'. Met de antipathie tussen ruit en bazielkruid schijnt het ook wel mee te vallen. Er zijn genoeg gevallen bekend van vreedzame samenleving. Plinius vertelde hoe de gekroonde slang Basilisk door een wezel die ruit had gegeten, werd verslagen. Hier ligt wellicht de verklaring voor de verhalen over de vijandschap tussen de twee planten.

Geneeskracht vroeger

Een ander vreemd verhaal is dat vrouwen niet van een bord kunnen eten waar een takje basilicum onder is gelegd, zodat het kruid als vermageringsmiddel kon dienen. Een recept tegen verstopping bestond uit witte wijn, waarin bazielkruid was afgetrokken, vermengd met slaolie. Ondanks alle rumoer over het kruid werd basilicum als geneeskrachtige plant benut. Basilicumthee gold als een sterkende, bloedzuiverende drank, die ook bij nierkwalen en ziekten van de urinewegen hielp. Bij mondklachten en keelontsteking was het een gorgelmiddel en bij oorinfectie werd het verse sap in de oren gedruppeld. Ook bereidde men basilicumzalf voor wonden en puisten. De plant werd daarom wel balsemkruid genoemd.

Basilicumzalf , oud recept?

Men neemt : het verse sap van basilicum; harpuis, 1 ons ; geel was, 1 ons ; boomolie, 4 lood. Men laat alles in een koperen pan bij eene zachte warmte smelten, giet het door een dichten doek en roerthet mengsel aanhoudend totdat het geheel en al koud is.'(Rijnhart). Ook medicinaal vinden we dus veel verschillende en verwarrende toepassingen. Me volledig baseren op die oude gebruiken zou ik in het geval van basilicum dus zeker niet meer doen.

Basilicum in de keuken

Vandaag schrijven we basielkruid eerder culinaire kwaliteiten toe. Al is het zeker ook een plant die spijsverteringbevorderend en rustgevend kan zijn. En dat komt in deze tijd dus goed van pas. Misschien is dat ook één van de redenen voor zijn succes in de keuken.Een variëteit die eventueel in een pot voor het raam valt te kweken, is de charmante dwerg van de familie, de Ocimum minimum, die ongeveer 20 cm hoog wordt en fijne gekrulde blaadjes heeft. Zo'n pot voor het raam zou tevens de vliegen weghouden. In Italië, waar veel basilicum in de keuken wordt gebruikt, slaat men de blaadjes van deze gekrulde soort op in een stopfles met een laagje zout en een paar laagjes blad om en om. De basilicum blijft dan even groen en vers als was hij pas geplukt. In de keuken kan men vrijwel alle gerechten opfleuren met basilicum. De dichter Werumeus Buning schreef destijds 'dat het kruid basilicum van een oud schaap een malsch lam maakt'. En ja, zelfs in onze keuken is het nu nauwelijks nog weg te denken.

Wetenschappelijk onderzoek

Recent scientific research has investigated the health benefits associated with basil s ‟essential oils. Studies reveal the anti-viral, anti-microbial, antioxidant, and anti-cancer properties of the oils; further research is underway. Bozin B et al. “Characterization of the volatile composition of essential oils of some lamiaceae spices and the antimicrobial and antioxidant activities of the entire oils.” J Agric Food Chem. 2006 Chiang LC et al. “Antiviral activities of extracts and selected pure constituents of Ocimum basilicum.”Clin Exp Pharmacol Physiol. 2005 Oct;32(10):811-6.Rev Med Chir Soc Med Nat Iasi. 2007 Oct-Dec;111(4):1065-9. Effects of Ocimum basilicum L. extract on experimental acute inflammation. Benedec D, Pârvu AE, Oniga I, Toiu A, Tiperciuc B.Kaurinovic B, Popovic M, Vlaisavljevic S, et al.Antioxidant capacity of Ocimum basilicum L. and Origanum vulgare L. extracts. [Journal Article, Research Support, Non-U.S. Gov't]Molecules 2011; 16(9):7401-14.https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/ocimum-basilicum-bazielkruid

zaterdag, augustus 08, 2026

Aronia, de appelbes

Een struik die twintig jaar geleden nauwelijks bekend was, staat al een tijdje in de schijnwerpers. De blauwzwarte bessen worden aangeprezen als superfood, omdat ze een uitzonderlijk hoog gehalte aan gezondheidsbevorderende stoffen bevatten. De naam is aronia, ook wel bekend als appelbes (Aronia melanocarpa). Hoewel de struik, die zo'n 1 tot 2 meter hoog wordt, oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt, groeit hij hier uitstekend en kan hij gemakkelijk in de tuin of op het balkon worden gekweekt.

De inheemse volkeren van Canada en Noord-Amerika gebruikten gedroogde aroniabessen als voedsel en om verkoudheid en koorts te behandelen. Rond 1900 arriveerde de Aronia in Rusland. Daar ontwikkelden fruittelers grootvruchtige, gecultiveerde variëteiten uit de wilde plant. Vanuit de voormalige Sovjet-Unie verspreidden deze variëteiten zich naar Polen en Slovenië, en uiteindelijk naar Saksen in Oost-Duitsland. Aronia werd daar in de jaren 80 al op grote schaal verbouwd. 

De huidige tuinvariëteiten zijn ontstaan ​​uit kruisingen en selectie van drie wilde soorten: de zwarte aroniabes (Aronia melanocarpa) met zwartpaarse bessen, de donzige aroniabes (Aronia arbutifolia) met rode bessen en opvallend behaarde bladeren, en de pruimbladige aroniabes (Aronia x prunifolia), een natuurlijke hybride van de andere twee soorten. De pruimbladige aroniabes ontwikkelt vergelijkbare zwartpaarse bessen als de zwarte aroniabes. Aanbevolen variëteiten zijn onder andere Aron, Hugin, Nero, Rubina, Serina en Viking.

Aronia in de tuin of in een pot.

Aroniastruiken zijn uitzonderlijk robuust, zeer winterhard en nauwelijks vatbaar voor plantenziekten. Ze gedijen in vrijwel elk klimaat. Daarom is het de moeite waard om ze in de tuin te planten of in een grote pot op het balkon te kweken. Honingbijen en wilde bijen verwelkomen deze 'gast' uit Noord-Amerika ook graag, want in tegenstelling tot veel andere exotische struiken, eten ze gretig de nectarrijke bloemen.

Voor een optimale oogst geeft u de struik een zonnige standplaats. De plant gedijt ook goed in een constant vochtige bodem, dus u moet hem regelmatig water geven tijdens droge perioden. Het duurt 3 jaar voordat een aroniaplant bloeit en vruchten draagt. De bessen rijpen van augustus tot september.

Bij het plukken van aroniabessen kun je het beste de trossen bessen met een snoeischaar afknippen en vervolgens de bessen van de stengels plukken. Omdat het sap gemakkelijk vlekken geeft, is het aan te raden handschoenen te dragen. 

Genieten van aroniabessen?

De zure bessen zijn nauwelijks geschikt om rauw te eten. Door hun hoge tanninegehalte hebben ze een zeer bittere smaak en een onaangenaam gevoel in de mond. Alleen door bewerking (drogen of verhitten) worden aroniabessen een smakelijk product. Je kunt ze bijvoorbeeld gebruiken om sap, likeur, gelei, jam of gebak van te maken.

Om het hele jaar door van aroniabessen te kunnen genieten, is het de moeite waard om een ​​deel van de oogst in te vriezen of te drogen. Drogen gaat het beste in een voedseldroger of oven. Bij een temperatuur van 45-50 °C duurt dit ongeveer 8-12 uur. Na het drogen worden de bessen in luchtdichte potten gedaan en op een donkere plaats bewaard. Wanneer nodig kunnen ze in een blender tot poeder worden vermalen en gebruikt om muesli, fruitsalades, smoothies en desserts te verrijken. Dit geeft het eten niet alleen een frisse, fruitige smaak, maar ook een levendige roodpaarse kleur. Gedroogde aroniabessen zijn ook geschikt voor het maken van fruitthee.

Sap maken is ook een geweldige conserveringsmethode, omdat het sap in veel recepten gebruikt kan worden. Je kunt het bijvoorbeeld mengen met andere vruchten (appels, peren) en hun sappen om heerlijke fruitspreads en jam te maken.

Recept: Aroniadrank

  • 1 kg aroniabessen
  • 150 ml sinaasappelsap
  • 100 ml water
  • Sap van één citroen
  • 1 kaneelstokje
  • 3 eetlepels verse gember (geraspeld)
  • 2 kruidnagels
  • 100 g honing

Plet de aroniabessen lichtjes in de pan. Breng vervolgens aan de kook met sinaasappelsap, water, kruidnagel, gember en een geplet kaneelstokje. Laat het 15-20 minuten sudderen met het deksel erop, op laag vuur. Haal de pan van het vuur, voeg honing en citroensap toe en laat het nog 5 minuten trekken. Zeef het mengsel vervolgens door een zeer fijne zeef en knijp voorzichtig het overtollige vocht eruit.

  • Om het sap te bewaren, verwarmt u het gedurende enkele minuten tot minimaal 75 °C en giet u het heet in steriele flessen.
  • Verwarm het sap (ongeveer 100 ml) tijdens het griep- en verkoudseizoen en drink het in kleine slokjes.

Gezond en genezend.

Aroniabessen worden beschouwd als een superfood vanwege hun uitzonderlijk hoge concentratie fytochemicaliën. De afgelopen twintig jaar zijn er talloze studies, waaronder enkele klinische onderzoeken, naar aroniabessen uitgevoerd met veelbelovende resultaten.

  • Het lijkt erop dat deze kleine vruchten het cholesterolgehalte en de bloeddruk verlagen en vaatziekten voorkomen.
  • Er is ook een remmend effect op de groei van darmkankercellen aangetoond.
  • Daarnaast heeft aronia een antidiabetische, leverbeschermende, ontstekingsremmende, immuunversterkende en antivirale werking.

De positieve gezondheidseffecten zijn voornamelijk te danken aan de secundaire plantenstoffen uit de polyfenolgroep: het totale polyfenolgehalte in aronia is vele malen hoger dan dat van bosbessen, veenbessen, cranberries, bramen of frambozen. Bijna geen enkele andere vrucht vertoont zo'n hoog antioxidantpotentieel. Van bijzonder belang zijn de anthocyaninen, proanthocyanidinen en fenolzuren die het bevat.

Een recente studie heeft aangetoond dat aroniasap de verspreiding van luchtwegvirussen minimaliseert, symptomen verlicht en bijdraagt ​​aan ziektepreventie. Ten eerste voorkomt het dat virussen zich aan cellen hechten, omdat aroniasap de ACE-receptoren op lichaamscellen verandert. Ten tweede vernietigt het sap de spike-eiwitten van het virus. Het spoelen van de mond, gorgelen en het doorslikken van kleine hoeveelheden (20 ml) vermindert aantoonbaar de virusbelasting in de mondholte en de verspreiding ervan naar de lagere luchtwegen. Deze virusremming houdt tot wel twee uur aan.

Samenvattend kan gesteld worden dat de aroniabes (Aronia melanocarpa) een van de rijkste plantaardige bronnen is van zeer interessante fenolische fytochemicaliën, waaronder procyanidinen en anthocyaninen. Het hoge gehalte en de samenstelling van de fenolische bestanddelen lijken verantwoordelijk te zijn voor het brede scala aan potentiële medicinale en therapeutische effecten. 

Literatuur

vrijdag, augustus 07, 2026

Het onooglijk handjesgras, een gras met geschiedenis.

Handjesgras. Het was lang geleden dat ik dat onooglijk, weinig opvallend grasje in de natuur nog gezien had. En nu vandaag op bezoek bij een vriendin bij het Radhadesh kasteel in Petite Somme kwam ik het plantje uitbundig tegen. En dat was wel merkwaardig omdat het handjesgras juist in de Indische Ayurveda-geneeskunde een gewaardeerd kruidenmedicijn is.

Cynodon dactylon of het handjesgras is een van de tien heilzame kruiden die de Dasapushpam-groep in de Ayurveda vormen. Traditioneel wordt Cynodon dactylon L. in India gebruikt tegen diverse chronische ontstekingsziekten. De geschiedenis van Cynodon dactylon - Dhurva - gaat meer dan 2000 jaar terug in klassieke Ayurvedische teksten zoals de Charaka Samhita en de Sushruta Samhita . In deze heilige boeken wordt Dhurva geprezen als een Rasayana (verjongend middel) dat de Pitta dosha in balans brengt en het bloed verkoelt. Oude genezers adviseerden een afkooksel van vers grassap bij bloedingen, wonden en urinewegaandoeningen. 

Buiten India merkten reizigers in het middeleeuws Perzië de rol van Cynodon dactylon op bij de behandeling van geelzucht en huiduitslag, terwijl traditionele genezers in Afrika gemalen Dhurva-bladeren gebruikten als kompressen tegen slangenbeten. In sommige dorpen in Zuid-India wordt het gras nog steeds tot eenvoudige matten geweven, waarvan men gelooft dat ze negatieve energieën afweren. 

Wetenschappelijk onderzoek

Cynodon dactylon (20 mg/kg lichaamsgewicht) werd oraal toegediend aan ratten met artritis. Dit resulteerde in een significante vermindering van de ontstekingsreactie en oxidatieve stress, en verbeterde de artritische veranderingen tot bijna normale omstandigheden. De resultaten van deze studie tonen dus duidelijk aan dat Cynodon dactylon-extract een veelbelovende beschermende werking heeft tegen artritis.

Hydro-alcoholisch extract van Cynodon dactylon verbeterde door malathion veroorzaakte neurocognitieve gedragsproblemen en neurotoxiciteit. De resultaten toonden aan dat  angst en cognitieve disfunctie significant verminderde, terwijl het tegelijkertijd oxidatieve stressmarkers verlaagde, de niveaus van antioxidatieve enzymen herstelde en de hersenafgeleide neurotrofische factor en ontstekingsreacties moduleerde. Deze bevindingen benadrukken het potentieel van Cynodon bij de bescherming van de hersenen tegen door malathion veroorzaakte neurotoxiciteit. Neuromolecular Med. 2025 mei 20;27(1):39. doi: 10.1007/s12017-025-08859-9. 

Praktische toepassingen
  • Wondgenezing: Een onderzoek uit 2015, gepubliceerd in een Indiaas tijdschrift, toonde aan dat Dhurva-extract de epithelisatie in wonden bij ratten met 25% versnelde in vergelijking met de controlegroep.
  • Bloedstelpend/anti-bloedingsmiddel: Traditionele Ayurvedische teksten beweren dat het inwendig gebruik van Dhurva-sap baarmoederbloedingen onder controle houdt; een kleine klinische studie (n=30) toonde een vermindering van 60% in onregelmatige menstruatie na 2 weken.
  • Diuretische werking: In de traditionele geneeskunde van de stammen in Uttar Pradesh hielp een extract van Dhurva-water bij het uitdrijven van nierstenen. Modern onderzoek suggereert een mild diuretisch effect door remming van aquaporinekanalen.
  • Antimicrobieel en ontstekingsremmend: Laboratoriumonderzoek toont aan dat bladextracten zowel grampositieve als gramnegatieve bacteriën remmen, terwijl ze pootzwelling bij knaagdieren binnen 3 uur met 30% verminderen.
  • Bloedzuiverend en ontgiftend middel: Panchakarma-klinieken gebruiken soms Dhurva tijdens interne oliebehandelingen om de lever te reinigen en de galstroom te bevorderen.

zondag, augustus 02, 2026

Eik, verhalen en verleden

Hoe zou het komen dat juist eiken zo iets magisch, zo iets mythisch uitstralen? Komt het door het knoestige en harde hout? Door zijn indrukwekkende kroon die zo veel meer takken en twijgen lijkt te hebben dan welke andere boom ook? Door zijn machtig voorkomen of zijn vruchtbaarheid?

Oude eik bij de Maas / Domaine du Bonsoy
Een eik van twee- tot driehonderd jaar oud heeft naar schatting tien miljoen eikels geproduceerd. Wij kunnen ons nau­welijks voorstellen hoe belangrijk die rijke oogst was voor onze voorouders. Want toen graan nog niet bekend was, vormden eikels het basisvoedsel voor de mens, die ze maalde en tot brood verwerkte. Noordamerikaanse indianen geloofden dat Wyot, de eerstgeborene van hemel en aarde, zijn scheppingsarbeid ten behoeve van de mens begon met het planten van de eik. En de Griekse dichter Hesiodes schreef 800 jaar voor Christus: 'Waar rechtvaardige mensen wonen, daar is hongersnood onbe­kend. De Goden zullen hun honing, schapen en eiken, rijk beladen met eikels, schenken'. Het zijn dus niet alleen varkens die profi­teerden van eikels.

Ook bij de Germanen was de eik heilig. En hoe. Zij geloofden dat de eik geboren was uit de donkere oerschaduwen, waar de doden huisden. Onder bepaalde eiken hiel­den de wijze vrouwen en priesteressen hun rituelen en werden dieroffers gebracht. Plaatsen die voor gewone mensen verboden terrein waren. De runen waaruit de toekomst werd afgelezen, waren ook uit eikenhout gesneden.

Eikenvervolging door de kerk

Toen de Christenen hun 'welzijnswerk' be­gonnen, moesten ze niet veel van deze hei­lige eiken hebben. De slimsten christenen bouwden de eiken om tot Mariabomen, maar de 'haviken' gingen in enkele gevallen met de botte bijl te werk. Letterlijk, als we geloof mogen hechten aan een verhaal af­komstig uit Pruisen. Daar was ten tijde van de Evangelisatie ene Anselmus bisschop van Ermland. Hij gelastte het omhakken van een eeuwenoude machtige eik, waaronder al sinds mensenheugenis de goden werden ver­eerd. Een menigte houthakkers kwam eraan te pas, maar wat gebeurde? Telkens als er een zijn bijl hief, vloog deze van de steel en trof een van de omstanders in het hoofd. Grote schrik natuurlijk, maar de schuld werd in de voeten van den Boze geschoven, die natuurlijk in de boom moest hui­zen. Opnieuw werd een poging gedaan, maar nu werden de bijlen die men gebruikte, na de eerste slag al bot. Bisschop Ansel­mus raakte furieus en greep zelf een bijl. En tegen deze samengebalde Christelijke kracht was ook de heilige eik blijkbaar niet op­gewassen. Op de plaats waar de boom had gestaan, verrees een plaatsje dat nu Heiligenbeil heet en in het wapen staat een bijl afgebeeld.

In andere legenden liep het vaak slechter af met de bijlheffer. Daarin kwamen de omge­hakte eiken bij voorkeur op de houthakker terecht. Of ze werden, zoals bisschop Adalbert van Praag overkwam in 997, vermoord door de woedende heidenen. Later werden de vroegere heilige eiken in het volksgeloof vaak de verblijfplaatsen van heksen en demonen.

Ouderwetse geneeskracht

Dat zo'n indrukwekkende boom ook medicinaal gebruikt werd, zal niemand verwonderen. Petrus Nijlandt vat 'de aard en krachten' van de eik als volgt samen

Om verse wonden te helen en het bloeden te stelpen: ‘Neem de verse bladeren van de eik, stamp die klein en was daarna de wonden met water waar eikenbladeren in gekookt zijn, dat verhindert alle ontsteking, zuivert en heelt de wonden zeer goed. Hiervan verhaalt Galenus een merkwaardig voorbeeld: ‘Ik denk aan het voorbeeld, zegt hij, toen ik eens een wond die met een bijl gemaakt was genezen heb omdat er geen ander geneesmiddel voor handen was dan alleen de bladeren van een eikenboom heb ik die klein gestampt en op de wond en de nabij gelegen delen gebonden’.

Tegen onmatige maandstonden van de vrouwen, bloedspuwen, bloedplassen en alle bloedgang. Neem van eikenbladeren twee handen vol, van de doppen van de eik en schillen van de eik van elk een lood, kook dit in een pint water en een pint rode wijn totdat een vierde deel verkookt is en geef hier van tweemaal per dag te drinken.

Hiertoe is mede zeer krachtig het water dat van de tere eikenbladeren gedistilleerd is dat door sommige ook geprezen wordt om de nierstenen en de steen af te zetten. Ook gebruiken tegenwoordig, zegt Lobelius, de dokters van Italië en Piemont het om de lever te verkoelen en te versterken.

Tegen tandpijn, bedorven tandvlees en vuile zeren: Neem van de verse en jonge bladeren van de eikenboom zoveel als nodig is en kook die op in wijn. Dit afkooksel wordt tegen de tandpijn in de mond gehouden, tegen de andere gebreken worden het daarmee gewassen”

Kelten, Druïden, Germaanse goden Thor of Donar, Griekse goden Zeus en Jupiter; allen werden ze in verband gebracht met de machtige eik.