woensdag, september 23, 2026

Rozenwortel, het Europese adaptogeen

In Europa komt Rhodiola rosea, een lid van de Crassulaceae-familie, voornamelijk voor in alpiene gebieden en Scandinavië. Daar is de plant bestand tegen extreme omstandigheden zoals koude, lange winters, arme grond en perioden van droogte. Kruidkundigen uit Scandinavië en Azië ontdekten dat deze veerkracht ook op de mens kon worden overgedragen. De plant wordt al eeuwenlang als tonicum gebruikt en is de laatste tijd vooral populair geworden onder sporters. Studies tonen aan dat Rhodiola rosea een toegestaan, veilig en effectief middel is om de fysieke en mentale veerkracht te vergroten.

Bovendien tonen klinische studies de potentiële voordelen aan van Rhodiola rosea bij depressie, angst, burn-out, stressgerelateerde klachten en uitputtingstoestanden zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook gezonde personen kunnen baat hebben bij de stimulerende en prestatiebevorderende effecten van Rhodiola rosea. Dit geldt ook voor studenten en anderen die ondersteuning zoeken bij hun studie.

Dopamine en serotonine: Hoe Rhodiola rosea je beloont.

De actieve bestanddelen van Rhodiola rosea stimuleren de receptoren van verschillende neurotransmitters in de hersenen, zoals noradrenaline, dopamine, acetylcholine en serotonine. Deze neurotransmitters zijn belangrijk voor de hersenfunctie. Ze zorgen ervoor dat we wakker, alert en geconcentreerd zijn. Recent onderzoek toont aan dat dopamine en serotonine het leerproces bevorderen. Beide neurotransmitters fungeren als motivator voor onze hersencellen. Ze overspoelen de hersenen en geven het volgende signaal: Iedereen wakker! Dit moment is belangrijk! Hierdoor concentreren de hersenen zich met verhoogde aandacht en geheugen op de huidige gebeurtenis, waardoor afleidingen door dwalende gedachten worden onderdrukt. Met behulp van dopamine en serotonine ervaren je hersenen de leerstof als belangrijk. En belangrijke informatie krijgt een speciale behandeling in de hersenen: het wordt sneller in het geheugen opgeslagen. Dankzij dopamine en serotonine is het daardoor gemakkelijker om te onthouden wat je hebt geleerd.

Je kunt voelen of je serotonine- en dopaminehuishouding gestimuleerd wordt. Beide neurotransmitters zorgen ervoor dat je ervaart wat je doet als prettig en lonend. Je kent vast wel het 'aha'-moment tijdens het leren, het moment waarop verbanden duidelijk worden en oplossingen voor problemen zich aandienen. Het 'aha'-moment creëert gevoelens van geluk, die op hun beurt het leerproces verdiepen. Rhodiola rosea bevordert deze positieve dynamiek, die wordt gemedieerd door serotonine en dopamine.

Rhodiola rosea werkt ook tegen stress, angst en vermoeidheid.

Rhodiola rosea wordt beschouwd als een plantaardig adaptogeen. Net als andere adaptogenen verbetert het de prestaties onder stressvolle omstandigheden. Leren is vaak ook stressvol – door tijdsdruk, zorgen of tegenzin. Volgens onderzoek verhogen de actieve bestanddelen van Rhodiola rosea (met name de belangrijkste actieve stoffen uit de rosavingroep en salidroside) de weerstand tegen stress, verminderen ze stresshormonen en gaan ze zo de uitputtende effecten van stress tegen. Dit kan niet alleen nuttig zijn voor het leren, maar kan studenten ook beschermen tegen een burn-out als gevolg van chronische stress.

Bovendien kunnen de actieve bestanddelen van Rhodiola rosea de vermoeidheid van hersencellen vertragen. Hun antioxiderende eigenschappen zouden hersencellen kunnen beschermen tegen vrije radicalen die hun functioneren belemmeren.

Naast stress en vermoeidheid is angst ook een slechte, maar helaas veelvoorkomende metgezel tijdens het leren. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de druk van deadlines en de angst om te falen. De angstverminderende effecten van Rhodiola rosea zouden kunnen helpen voorkomen dat angst je leerproces te veel belemmert.

Literatuur

zondag, september 20, 2026

Jiaogulan, een kamerplant als adaptogeen

De eerste keer dat ik de Jiaogulan tegenkwam was in een gewoon tuincentrum en dan nog tussen de ordinaire kamerplanten. Wel de laatste plaats waar ik een stoere adaptogeen verwacht te vinden. Een onverwachte en aangename verrassing was het dus wel.

Jiaogulan (Gynostemma pentaphyllum) is een belangrijke plant in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) die steeds bekender en populairder wordt in Europa. En terecht. Jiaogulan heeft een breed scala aan effecten, onder andere op de cardiovasculaire gezondheid, het immuunsysteem en de suiker- en vetstofwisseling. De plant wordt in Europa echter vooral gebruikt als adaptogeen. Adaptogenen zijn medicinale planten die de fysieke en mentale prestaties kunnen bevorderen, zelfs onder zware stress of uitputting. Adaptogenen helpen het lichaam zich aan te passen aan stress en de interne balans van lichaamsprocessen te behouden onder belasting.

De plant die bekendstaat als het "kruid van de onsterfelijkheid" wordt al eeuwenlang in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) gebruikt om chronische vermoeidheid en uitputting te behandelen. En met goede reden, zoals recent onderzoek heeft aangetoond. De bestanddelen van Jiaogulan hebben diverse effecten die kunnen helpen bij het bestrijden van uitputting. Deze omvatten onder andere de bescherming van mitochondriën en zenuwcellen.

Meer energie dankzij verbeterde mitochondriale functie

Dit kruid ontlast de celstofwisseling dankzij zijn sterke antioxiderende eigenschappen, die voornamelijk te danken zijn aan de flavonoïden. Flavonoïden kunnen vrije radicalen neutraliseren die tijdens stofwisselingsprocessen ontstaan. UV-straling, roken, milieutoxines en ontstekingen kunnen de vorming ervan bevorderen. Vrije radicalen zijn onstabiele atomen of moleculen waaraan een elektron ontbreekt. Ze proberen dit tekort te compenseren door een elektron van andere verbindingen te stelen. In de celstofwisseling kan dit schade veroorzaken als vrije radicalen een elektron van essentiële celmoleculen afnemen. Een onbalans die wordt gekenmerkt door een overmaat aan vrije radicalen staat bekend als oxidatieve stress. Dit kan leiden tot celbeschadiging en wordt in verband gebracht met veroudering, vermoeidheid en diverse hart- en vaatziekten. Antioxidanten zijn moleculen die een elektron aan vrije radicalen kunnen afstaan, waardoor ze onschadelijk worden gemaakt.

Het menselijk lichaam beschikt over eigen antioxidanten, maar – vooral tijdens stressvolle perioden – is het ook afhankelijk van antioxidanten uit voeding. Plantaardige voedingsmiddelen en diverse medicinale planten, zoals Jiaogulan, zijn bijzonder rijk aan antioxidanten. Hun antioxidanten beschermen ook de "energiefabrieken" van de cellen, de mitochondriën. Deze leveren energie aan de cellen via oxidatieprocessen. Dit proces zelf genereert veel vrije radicalen. Als deze niet voldoende worden geneutraliseerd, kunnen ze de energieproductie door de mitochondriën verstoren.

De flavonoïden in Jiaogulan beschermen ook zenuwcellen tegen vrije radicalen, waardoor hun vermoeidheid onder stress kan worden vertraagd. Dit effect wordt ondersteund door de polysacchariden van de plant. Deze hebben niet alleen hun eigen antioxiderende eigenschappen, maar lijken ook de activiteit van endogene antioxidanten zoals superoxide dismutase SOD te versterken.

Tegen ontstekingsprocessen in de hersenen

Wat betreft de vermoeidheidsverminderende eigenschappen van Jiaogulan, zijn de saponinen, de zogenaamde gypenosiden, ook van belang. Deze vertonen antioxiderende eigenschappen. Bovendien verminderen ze ontstekingsprocessen die ook tot vermoeidheid kunnen leiden. Dit omvat ontstekingsprocessen in de hippocampus (een deel van de hersenen), die vermoeidheid en uitputting kunnen veroorzaken. Men vermoedt dat deze neuro-inflammatie (ontsteking van zenuwcellen) een rol speelt bij vermoeidheid die gepaard gaat met neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer of Parkinson, myalgische encefalomyelitis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) of langdurige COVID-19.

Chronische stress of hersenbeschadigingen kunnen echter ook neuro-inflammatie veroorzaken. Gypenosiden lijken ontstekingsprocessen in de hippocampus te verminderen. Dierstudies suggereren dat gypenosiden ook de cellulaire energieproductie kunnen bevorderen en vermoeidheid kunnen tegengaan. Gypenosiden lijken niet alleen qua werking, maar ook qua structuur op ginsenosiden, de belangrijkste werkzame stoffen in ginseng (Panax ginseng). Het is daarom niet verwonderlijk dat Jiaogulan vaak "zuidelijke ginseng" wordt genoemd.

Klinisch onderzoek

In een dubbelblind, placebo-gecontroleerd, gerandomiseerd onderzoek met 100 gezonde volwassenen van 19 tot 60 jaar werd de vermoeidheidsverminderende werking van Jiaogulan gedurende een periode van 12 weken onderzocht. De resultaten zijn veelbelovend: in tegenstelling tot placebo leidde Jiaogulan tot een significante verbetering van de cognitieve vaardigheden onder stress en vermoeidheid en verbeterde het de fysieke en mentale prestaties.

Gebruik Jiaogulan veilig

Tot op heden bestaan ​​er geen officiële monografieën over jiaogulan van ESCOP, HMPC of Commissie E. Bovendien wordt jiaogulan in de EU geclassificeerd als een "nieuw voedingsmiddel", omdat het vóór 15 mei 1997 niet op grote schaal in de EU werd geconsumeerd. Daarom mag het in EU-landen niet als voedingsmiddel op de markt worden gebracht. De verkoop van het kruid is wel legaal.

Omdat Jiaogulan niet officieel als voedsel of voedingssupplement wordt verkocht, is het niet onderworpen aan voedselveiligheidscontroles met betrekking tot verontreinigingen, pesticiden en hygiënische zuiverheid. Jiaogulan is niet goedgekeurd voor consumptie. Producten die op de markt verkrijgbaar zijn, vermelden ook duidelijk dat ze niet geschikt zijn voor consumptie. Het is zonder beperkingen toegestaan ​​om de verse plant te gebruiken. Jiaogulan kan als plant in een pot of in de tuin worden gekweekt en thuis worden verwerkt.

Literatuur

  • Li X et al. Gymnostemma pentaphyllum: Een overzicht van traditioneel gebruik, fytochemie en farmacologie. Journal of Functional Foods 2025; https://doi.org/10.1016/j.jff.2024.106651
  • Lin‐Na S, Yong‐Xiu S. Effecten van polysacchariden uit Gynostemma pentaphyllum (Thunb.), Makino op fysieke vermoeidheid. African Journal of Traditional, Complementary, and Alternative Medicines 2014; https://athmsi.org/journals/index.php/ajtcam/article/view/1934
  • Li Y Ren Y, Liu R, Xu W et al. Verlichting van perifere en centrale vermoeidheid door gypenosiden via ontstekingsremming, antioxiderende werking en regulatie van neurotransmitters. Food Sci Nutr 2025; https://doi.org/10.1002/fsn3.70436
  • Kim YH, Jung JI, Jeon YE et al. Extract van Gynostemma pentaphyllum en het actieve bestanddeel gypenoside L verbeteren de trainingsprestaties van muizen die op een loopband zijn getraind. Nutr Res Pract 2022; https://doi.org/10.4162/nrp.2022.16.3.298
  • Ahn Y, Lee HS, Lee SH, et al. Effecten van gypenoside L-bevattend Gynostemma pentaphyllum-extract op vermoeidheid en fysieke prestaties: een dubbelblind, placebo-gecontroleerd, gerandomiseerd onderzoek. Phytother Res 2023; https://doi.org/10.1002/ptr.7801


zaterdag, september 19, 2026

Doornappel, geschiedenis van verloren eer

Doornappel laat opnieuw van zich horen. Deze in de vergetelheid geraakte magische plant haalt zelfs het nieuws. 'Giftig, gevaarlijk, uit te roeien' wordt er geroepen en dat voor een plant die, als ik ook wat mag overdrijven, mede de geschiedenis van de mensheid heeft bepaald. Zelf kwam ik de jonge plant vandaag ook tegen tijdens mijn buitenles bij een herboristenopleiding. ik zal niet zeggen waar anders wordt hij ook daar te vuur en te zwaard bestreden.

Doornappel dus, een eenjarige nachtschade-plant met een groots en geheimzinnig verleden die tot nu een bescheiden leven leidde in de hoofden van enkele herboristen en kruidenheksen. Een plant met meer verhaal dan gebruik. Doornappel samen met bilzekruid en wolfskers waren in het verleden de heksenkruiden bij uitstek. De ingrediënten voor een echte heksenzalf. De geschiedenis en rondzwervingen van doornappel zijn al even geheimzinnig als zijn vroeger gebruik.

Herkomst van doornappel

Wat West-Europa betreft kan men vrijwel zeker aannemen dat doornappel Datura stramonium vanuit Amerika via Spanje tot hier is geraakt. De opvatting dat hij uit Zuidwest-Azië zou stammen, gaat terug op een verwarring met een andere doornappel, de Indiase Datura metel. In 1577 werd de Doornappel vanuit Mexico in Spanje ingevoerd, waarna hij vrij vlug in botanische tuinen in tal van Europese landen verscheen. Van daaruit begon hij in de 17de eeuw te verwilderen. Tegenwoordig is Doornappel een kosmopoliet van de gematigde en warmere streken. In België is hij vrij zeld­zaam, in Nederland is hij plaatselijk algemeen in de Hollandse duinstreek en op de zandgron­den in het midden van het land. Andere bekende Datura soorten die men bij ons wel eens aantreft in botanische tuinen of elders in gekweekte vorm zijn: Datura metel uit Zuid-Azië, Datura fastuosa uit Egypte en Oost-Indië, Datura arborea uit Amerika en Datura sanguinea uit Peru en Colombia.

De ontdekking van zijn medische en hallucinogene eigenschappen gebeurde onafhankelijk van mekaar in zowel de oude als de nieuwe wereld. In grote delen van de Oude wereld werd Datura hoofdzakelijk geprezen voor zijn medische eigenschappen, maar in de Nieuwe wereld werd de plant vooral in ver­band gebracht met magisch religieuze rituelen.

De naam en geneeskracht van Datura

De naam van het geslacht Datura verschijnt reeds in vroege geschriften in het Sanskriet als 'dustu-ra', en Avicenna, de Perzische geneesheer uit de 11de eeuw verwijst naar de medische en hal­lucinogene eigenschappen van 'datora' of 'tatora'.

In Azië werden Datura metel en Datura fastuosa gebruikt voor de behandeling van heel wat kwalen, inclusief koorts, geestelijke verstoring, hart- en longaandoeningen. De plant werd zelfs gecombineerd met Cannabis en wijn om zo een bruikbaar verdovend middel te hebben bij chirurgische operaties. De zaden van Datura werden ook gemengd met Cannabis en gerookt voor het plezier en voor religieuze doeleinden en deze praktijk leeft nog voort in Indo-China en delen van Afrika.

Bock over Datura

Het kruidenboek van Hieronymus Bock (1498 - 1554) maakt melding van Datura, maar men neemt aan dat het bij Bock gaat om Datura metel die als geneesmiddel werd aangewend. Ook Matthiolus (1501 - 1577) noemt de plant en geeft als raad om bij vergiftiging: 'warme boter drinken, handen en voeten in warm water houden en in beweging laten houden tot men moet braken'.

Dodonaeus over doren-appel

Rembert Dodoens (1516 - 1585) heeft het over Van Doren-Appel of Stramonia: 'dezen Doorn-Appel is van aerd ende krachten seer verdovende, 't ghevoelen benemde, ende slaep-maekende, mits dien oock verkoelende tot in den vierden graed, ende de Mandragoria nergens in wijckende'. Door zijn late optreden in de Midden-Europese cultuur kan men aannemen dat de Doornappel in tegenstelling tot sommige beweringen, geen rol heeft gespeeld in het kader van de heksenprocessen.

Ook als volksgeneesmiddel heeft het nooit een belangrijke rol gespeeld. Dit in tegenstelling tot de meer Oostelijk gelegen gebieden waar het ongeacht zijn giftigheid, werd en, nog steeds, wordt aangewend. Zo bestrijdt men in de Wolgastreek, tandpijn door beroking met Stramonium. De bladeren werden op wonden gelegd en op sommige plaatsen werd het plantensap gebruikt bij brandwonden, wond-roos en in baden bij reuma.

Dolappel

Vanwege de giftige en bedwelmende werking zijn namen als Dolappel en Dolkruyt goed te begrijpen, vooral in verband met de verklaring van 'Stramonium' als afkomstig van strychnos (nachtschade) en manikos (waanzin). De naam Duzelappel of Duizelappel is te verklaren door de geur die de plant vooral 's nachts verspreidt waardoor men duizelig kan worden. Het zou zelfs gevaarlijk zijn om in de nabijheid van de plant te slapen. De Franse naam Endormie, slaperig of suffig verwijst er naar. Ook het plukken van de bladeren kan gevolgen hebben voor gevoelige personen. Dit plukken van doornappelblad voor medische doeleinden gebeurde in de eerste helft van de 20ste eeuw nog op grote schaal. Sommige plukkers zouden zelfs gezichtsstoornissen gekregen hebben door het veelvuldig aanraken van de bladeren.

Doornappel, spirituele en geneeskrachtige plant uit het verleden leeft nu alleen nog verder in de herinnering van heksen en herboristen. Een plant nog wel in gebruik bij liefhebbers van alternatieve hallucinogenen, al lijkt mij dat gebruik nogal gevaarlijk. Straffe verhalen over vertellen is zonder meer veel veiliger.

Een persoonlijke herinnering over doornappel

Tegen de avond eindelijk onweer en regen in mijn Frans dorp . Binnen bekijk ik nog eens film uit mijn verre verleden. Persona van Ingmar Bergman. Traag vertellen 2 vrouwen hun doordringend verhaal. Na de film en na de regen, moet ik nog even naar buiten. De donkerte van de tuin tegemoet. Op de tast vind ik de doornappels, de muffe lucht van hun blad vermengt zich met zoete, scherpe geur van de witte bloemen. Even ook kleverige klei onder mijn voeten voelen in plaats van gebarsten grond, dat was lang geleden! De onzichtbare tuin is nu na de regen en in het donkere alleen geur en gevoel. En dan zo dicht bij de magische doornappel en bilzekruid staan! Als er trollen en tovenaars bestaan moeten ze nu wel te voorschijn komen.


vrijdag, september 18, 2026

Meidoornbessen oogsten en gebruiken

Vandaag voor de zoveelste keer in mijn leven weer felrode meidoornbessen geplukt. De kwaliteit lijkt goed dit jaar. Ik gebruik de bessen samen met bloesem en blad voornamelijk om een tinctuur voor de conditie van het hart te maken. Ons veilig versterkend hartmiddel bij uitstek.

Mogelijk de eerste vermelding van de hartversterkende werking van meidoorn is afkomstig van de Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541). Ook de Engelse arts Nicholas Culpeper (1616-1654) schreef dat gedroogde, gemalen meidoornbessen, toegevoegd aan wijn, zouden helpen bij nierstenen en oedeem (oedeem van de onderste ledematen veroorzaakt door congestief hartfalen); een aftreksel van de bloem zou diarree of vloeien stoppen; en dat het zaad, geplet en gekookt in wijn, "goed was tegen innerlijke kwellende pijnen". In haar klassieker uit 1931, A Modern Herbal, schrijft Maud Grieve hartversterkende, diuretische, samentrekkende en tonische eigenschappen toe aan Crataegus oxyacantha.

Het gebruik van meidoorn bij hartaandoeningen was al in de 17e eeuw in de Europese klinische praktijk ingeburgerd en werd populair in de late 19e en vroege 20e eeuw. In Noord-Amerika werd meidoorn al in 1896 gebruikt voor hartmedicatie. Tegenwoordig behoren meidoornpreparaten tot de bestverkochte plantaardige geneesmiddelen in Duitsland. Thee gemaakt van de bladeren en bloemen is verkrijgbaar in losse vorm en in theezakjes; er zijn ook droge en vloeibare extracten, tincturen, zachte extracten en injecteerbare vormen beschikbaar. In Frankrijk wordt meidoorn gebruikt tegen angst en slapeloosheid. Het wordt ook gebruikt als een mild kalmerend middel, vaak in combinatie met lavendel ( Lavandula spp., Lamiaceae) of citroenmelisse ( Melissa officinalis , Lamiaceae) in gevallen waarin milde hartaandoeningen gepaard gaan met nervositeit.

Meidoornextracten kunnen een te hoge bloeddruk verlagen.

De bloemen en bladeren van meidoorn bevatten verschillende flavonoïden zoals rutine, quercetine en oligomere procyanidinen, die een effect hebben op het cardiovasculaire systeem. Deze versterken de hartfunctie, verbeteren de bloedstroom en beschermen de bloedvaten tegen oxidatieve stress. Daarom wordt meidoorn al lange tijd gebruikt in de traditionele kruidengeneeskunde en fytotherapie ter ondersteuning van de cardiovasculaire functie. De HMPC, Commissie E en ESCOP vermelden het gebruik ervan bij gevallen van afnemende hartfunctie (hartfalen) en neurologische hartklachten.

In vitro- en in vivo-onderzoeken met meidoornextracten suggereren ook dat de actieve bestanddelen van meidoorn de verhoogde bloeddruk kunnen verlagen. Ten eerste ontspannen ze de perifere bloedvaten. Wanneer de perifere vaatweerstand afneemt, is er minder bloeddruk nodig om de weefsels van bloed te voorzien. Studies hebben een matig ACE-remmend effect aangetoond van de actieve bestanddelen van meidoorn. ACE staat voor angiotensine-converterend enzym. Dit enzym activeert het hormoon angiotensine, dat de bloedvaten vernauwt. Als het enzym wordt geremd, blijven de vaten verwijd en kan de bloeddruk dalen.

Klinische proeven

Verschillende klinische studies hebben inmiddels onderzocht of deze effecten relevant zijn bij mensen met hypertensie. Een analyse uit 2020 evalueerde vier gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde onderzoeken. De resultaten: meidoorn kan een verhoogde bloeddruk verlagen wanneer het gedurende meerdere weken wordt ingenomen. 

Kan meidoorn gebruikt worden bij de behandeling van hoge bloeddruk?

Meidoornpreparaten worden over het algemeen goed verdragen. Iedereen die overweegt ze te gebruiken tegen hoge bloeddruk, moet dit eerst met zijn of haar arts bespreken, ook om mogelijke interacties met hartmedicatie zoals digitalis uit te sluiten. Meidoorn kan een aanvulling zijn op bestaande bloeddrukverlagende medicatie, maar kan deze niet vervangen.

Meidoornazijn als immuun-modulator

Meidoorn is een economisch belangrijke vrucht in Oosterse landen, de bessen worden op grote schaal geteeld en bevatten belangrijke bioactieve stoffen, zoals fenolen, organische zuren, vitaminen en mineralen. Meidoornazijn, net als de vrucht zelf, heeft diverse belangrijke effecten op de algemene gezondheid, met name als antioxidant en immuun-modulator. Het is ook bekend dat de toepassing van ultrasone technologie bij de azijnproductie een positief effect heeft op de antioxidantwerking, met goede gevolgen voor de gezondheid.

Literatuur

  • Kraft K. Zijn er kruidenalternatieven voor chemisch gedefinieerde antihypertensiva? Journal of Phytotherapy 2025; DOI: 10.1055/a-2534-4691
  • Blaschek W, Ebel S, Hackenthal E et al. Crataegus. Hagers Encyclopedia of Medicinal Products and Drugs. Stuttgart: WVG/Springer; 2014
  • Ontwerpbeoordelingsrapport over Crataegus monogyna Jacq. (Lindm.), C. laevigata (Poir.) DC. of hun hybriden; C. pentagyna Waldst. et Kit. ex Willd.; C. azarolus L. EMA/HMPC/116318/2024
  • Clouda A, Vilcinsa D, McEwen B. Het effect van meidoorn (Crataegus spp.) op de bloeddruk: een systematische review.  Med www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S2212958817301106
  • Zick SM, Vautaw BM, Gillespie B, Aaronson KD. Gerandomiseerde, geblindeerde studie naar chronisch hartfalen met meidoornextract (HERB CHF). Eur J Heart Fail . 2009;11:990-999.
  • Holubarsch DJF, Colucci WS, Meinertz T, Gaus W, Tendera M. De werkzaamheid en veiligheid van Crataegus-extract WS® 1442 bij patiënten met hartfalen: de SPICE-studie. Eur J. Heart Fail . 2008;10:1255-1263.
  • Pittler MH, Guo R, Ernst E. Meidoornextract voor de behandeling van chronisch hartfalen (review). Cochrane Database of Systematic Reviews. 2008; 1: Art.nr.: CD005312. DOI: 10.1002/14651858. CD005312.pub2.
  • Walker AF, Marakis G, Simpson E, et al. Hypotensieve effecten van meidoorn bij patiënten met diabetes die voorgeschreven medicijnen gebruiken: een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek. Br J Gen Pract . juni 2006;56(527):437-443.
  • Seyidoglu N, Karakçı D, Bakır B, Yıkmış S. Meidoornazijn in gezondheid met een focus op immuunreacties. Voedingsstoffen 2024; 16 (12): 1868

dinsdag, september 08, 2026

Bitterzoet of Solanum dulcamara

Zelfs in herfst en winter kom je de frisrode bessen van de Solanum dulcamara in de natuur nog tegen. Zowel de Nederlandse naam bitterzoet als de Latijnse naam dulcamara verwijzen naar de smaak van de bessen en van de steel.

Mijn standaardverhaal op een kruidenwandeling is, dat de plant eerst bitter, dan zoet smaakt en dat je daarna niets meer proeft omdat je dan dood bent. Ik geef toe, wel wat overdreven maar van deze nachtschade-achtige, familie van de zeer giftige wolfskers, moet je van de bessen toch niet overdadig eten. Tien bessen zijn genoeg om vergiftigingsverschijnselen bij kleine kinderen op te wekken. Meer dan dertig bessen kunnen een hond binnen drie uur doden. Een grote dosis bessen veroorzaakt remmen, diarree, rillingen over het hele lichaam, huiduitslag en spierpijnen.

Medische geschiedenis

Toch is deze klimplant tot voor kort gebruikt geweest als medicijn. Meestal en niet toevallig zijn het vooral de stelen die geneeskrachtig waren, ze zijn minder agressief dan de bessen en hebben vooral een zogenaamd drainerend of bloedzuiverend effect.

Dodoens schreef al over het kruid dat de wortel als een afkooksel in wijn 's ochtends en 's avonds drie uur voor de maaltijd opgenomen 'den buyck heel ledigh maect ende pisse ghemackelijck doet voortkomen'. En 1500 jaar eerder verteld Dioscorides hetzelfde verhaal.

Volgens Broeder Aloysius, een der laatste traditionele kruidenboekschrijvers uit het begin van de 20ste eeuw, moest het kruid worden gebruikt bij 'slijmtering, syphylis, scrophullen, jicht, reuma, astma en vooral bij venerische ziekten'.

En het werd zelfs als een soort kindersnoepje aangeprezen en gebruikt. In een Almanach der Kruidkunde uit 1800 werd het 'hoe-langer-hoe-liever' genoemd. Op het Nederlandse Walcheren werd het 'bitterzoethout' genoemd en ook 'wild zoethout' kwam voor. In Frankrijk draagt ​​de plant dezelfde naam 'réglisse sauvage'. Er werd dus zelfs op geknabbeld zoals op zoethout.

Bitterzoet, een elfenrank

Zonder meer ook een kruid dat tot de verbeelding spreekt, zoals dat met meer sterk werkende planten het geval is. Niet voor niets hoort het kruid bij de familie van de nachtschade, dit woord is mogelijk afkomstig van de Middelnederlandse 'nachtschaduw', gerelateerd aan de Deense 'natskade' (nachtraaf). In de Noorse mythologie had de god Donar altijd twee mythische raven bij zich.

Als toverkruid was het ook bij gewone mensen bekend. Om te voorkomen dat een aantal van de bewoners van een huis betoverd zouden worden, werd er vroeger een bosje bitterzoet in de kamer uitgesloten. In Duitsland hangen boeren de ranken om de nek van de koeien. Zelfs om de nek van de mummie van Toetankhamon zou een ketting van bitterzoet aangetroffen zijn.

Ook andere bijnamen specifiek naar magie, zoals 'alfsrancke' of elfsranke die ook Dodoens de plant al gaf. De magische wezens alfen of elfen zouden deze planten als rustplaats gebruikt hebben. Alfen en elfen zijn twee totaal verschillende wezentjes. Waar het alf kwaadaardig is, is het elfje vaker vriendelijk. Al spreek ik nu helaas niet uit ondervinding.

Nog weinig in gebruik

In de hedendaagse kruidengeneeskunde gebruiken we de stengels niet meer. We zijn veel voorzichtiger geworden, misschien te voorzichtig. Toch wordt het nog wel eens aangeboden. Is dat wel veilig? Misschien moeten we ons beperkten tot het uitwendig gebruik. Vroeger werd het gebruikt als kompres bij huidaandoeningen en bij nagelbedontsteking. Daar komt mogelijk de Engelse naam felonwort vandaan. Culpepper zegt: 'Landmensen nemen er gewoonlijk de bessen van, en nadat ze ze hebben gekneusd, passen ze ze toe bij nagelbedontsteking, en verlossen daardoor al snel hun vingers van zulke lastige gasten'.

Namen van bitterzoet

  • Engels: Bittere Nachtschade, Bitterzoet, Blauwe Nachtschade, Gewone Nachtschade, Dodelijke Nachtschade, Dulcamara, Fellen, Fellonwood, Felonwort, Fever Twig, Kakmachi, Morelle Douce-Amère, Mortal, Rubabarik, Scarlet Berry, Snake Berry, Staff Vine, Violet Bloom, Woody, Woody Nightshade
  • Nederlands: Bitterzoet, Elfrank, Hoe langer hoe liever, Wild zoethout, kwastjeshout, Schothout, Weerhout, Dulle kamare
  • Frans: Douce-amère, Réglisse sauvage, Morele grimpante, Vigne de Judée, Bois de ru
Bitterzoet, Solanum dulcamara een vreemde plant die in onze nuchtere tijd samen met de elfjes veel van zijn magische krachten verloren heeft.

Wetenschappelijk onderzoek

  • Boll PM. Alkaloidglycosiden uit Solanum dulcamara. IV. De samenstelling van bèta- en gamma-solamarine. Acta Chem Scand. 1963;17:1852.
  • Briggs LH, Vining LC. Solanum-alkaloïden. Deel X. De wijze van koppeling in het trisaccharidegedeelte van solanine en solasonine. J Chem Soc. 1953;2809.
  • Briggs LH, Cambie RC, Hyslop DM. Solanum-alkaloïden. Deel XVII. De suikereenheid van solamargine. J Chem Soc. 1975;2455.
  • Marker RE, Wagner RB, Ulshafer PR, Wittbecker EL, Goldsmith DP, Ruof CH. Sterolen. CLVII. Sapogeninen. 69. Isolatie en structuren van dertien nieuwe steroïde sapogeninen. Nieuwe bronnen voor bekende sapogeninen. J Am Chem Soc. 1943;65:1199.
  • Keeler RF, Baker DC, Gaffield W. Studies on Spirosolane-containing Solanum species and induction of congenital craniofacial malformations. Toxicon. 1990;28:873-874.
  • Krayer O, Briggs LH. Studies on solanum alkaloids: II. The anti-accelerator cardiac action of solasodine and some of its derivatives. Br J Pharmacol. 1950;5:517-525.
  • Friedman M, Henika PR, Mackey BE. Effect van het toedienen van solanidine, solasodine en tomatidine aan niet-zwangere en zwangere muizen. Food Chem Toxicol. 2003;41:61-71.
  • Jaggi R, Wurgler U, Grandjean F, Weiser M. Dubbele remming van 5-lipoxygenase/cyclooxygenase door een gereconstitueerd homeopathisch middel; mogelijke verklaring voor klinische werkzaamheid en gunstige gastro-intestinale verdraagbaarheid. Inflamm Res. 2004;53:150-157.
  • Dandekar DS, Lokeshwar VB, Cevallos-Arellano E, Soloway MS, Lokeshwar BL. Een oraal actief extract van een Amazoneplant (BIRM) remt de groei en metastase van prostaatkanker. Cancer Chemother Pharmacol. 2003;52:59-66.


vrijdag, september 04, 2026

Ontmoeting met edelweiss

Ook dit jaar wandelend en kruipend in de Italiaanse Alpen ontmoeten we de zeer zeldzame 'edele witte wollige' of te wel Edelweiss. Niet dat ik van plan ben om deze plantjes te plukken of om er tinctuur van te maken toch is deze plant in het verleden gebruikt geweest en ook nu wordt deze Leontopodium, weliswaar geteeld, als geneeskrachtige en cosmetische plant opnieuw gebruikt.

Leontopodium alpinum Cass.  behoort tot de familie Asteraceae; het geslacht Leontopodium bestaat uit 30-40 soorten, die voornamelijk in Azië voorkomen, met name in het Tibetaanse hoogland. De geslachtsnaam “Leontopodium” komt van het Griekse woord “Leontopodion”, waarbij in het Oudgrieks léon [λέων] leeuw betekent en podós [ποδός] voet of podárion [ποδάριον] en pódion [πγδιον] kleine voet betekent; de geslachtsnaam verwijst naar de viltachtige “bloemblaadjes”, die op leeuwenpoten lijken 

In Engelstalige landen staat edelweiss nog steeds bekend als "lion's foot" en "lion's paw", en in het Frans als "pied-de-lion". De vorm van de bloem heeft ook geleid tot de volksnamen "Étoile de Glacier" en "Étoile d'Argent" in het Frans, en "Stella alpina" in het Italiaans. In Duitstalige landen zijn er ook talrijke volksnamen, waaronder "Bauchwehblüml" (verwijzend naar het gebruik ervan in de volksgeneeskunde!) en "Löwentrapp".

Tijdens de Renaissance stond edelweiss bekend als "Gnaphalium", afgeleid van het Oudgriekse γνάφαλον (gnáphalon), wat "wol" en "vilt" betekent. In de 16e eeuw stond L. alpinum bekend als "wolbloem" en werd ook zo genoemd door de Zürichse natuuronderzoeker Conrad Gessner (1516–1565) in zijn werk 'Historia Plantarum' (1541). De Italiaanse botanicus Pietro Andrea Mattioli ("Matthiolus", 1501–1577) beeldde edelweiss voor het eerst af onder de naam "Leontopodium" in zijn werk 'Compendium de Plantis omnibus'. De naam ‘edelweiss’ werd voor het eerst gedocumenteerd in de Oostenrijkse bergstreek in de 18e eeuw en wordt nu ook in vele talen gebruikt.

Traditionele medicinale toepassingen van edelweiss

Het gebruik van het kruidengeneesmiddel edelweiss, Herba Leontopodii, in de volksgeneeskunde van de Alpenregio is al eeuwenlang bekend. In de 16e eeuw werd de plant afgebeeld in het kruidenboek van Jacobus Theodorus (1522-1590), beter bekend als Tabernaemontanus, hoewel hij opmerkte dat het kruid niet medicinaal werd gebruikt, maar dat het wel, net als de kruiden tegen dysenterie, kon worden ingezet, wat suggereert dat het werd gebruikt bij de behandeling van diarree en dysenterie.

Edelweiss wordt in de volksgeneeskunde in de Alpenregio al sinds de 19e eeuw gebruikt voor de behandeling van buikpijn, angina, bronchitis, diarree en dysenterie bij zowel mensen als dieren (Dalla Torre, 1895). Bij kinderen met aspecifieke buikpijn wordt het gekookt in melk; bij darmkrampen wordt het gebruikt als soep, gemengd met havermoutpap.

Edelweiss voor de huid

Sinds 2000 is deze koningin van de alpenbloemen onderwerp van farmacologisch onderzoek. Cosmetische bedrijven ontwikkelen er nu producten van, waaronder zonnebrandcrèmes, antirimpelcrèmes en bodylotions. De plant wordt gekweekt onder de naam Leontopodium "Helvetia", het heeft antimicrobiële, maar vooral ontstekingsremmende en antioxiderende eigenschappen. De flavonoïden zijn bijzonder effectief als zonbescherming en beschermen de menselijke huid, net als de plant zelf, tegen de brandende bergzon; ze zijn ook geschikt voor huidverzorging na het zonnebaden. Ze binden vrije radicalen, hebben celbeschermende en ontstekingsremmende effecten, versterken de bloedvaten en verminderen de broosheid van de haarvaten. Dankzij het edelweisszuur, de tannines, flavonoïden en chlorogeenzuren voorkomt edelweiss de vorming van schadelijke vrije radicalen die verantwoordelijk zijn voor vroegtijdige huidveroudering, en verzorgt het de huid bij couperose en spataderen, een ontstoken, onzuivere en gevoelige huid en een verminderde elasticiteit.

Effecten op het maag-darmkanaal

In een muizenstudie werd het effect van extracten van het kruid L. alpinum op de peristaltiek van het maag-darmkanaal onderzocht in vergelijking met het geneesmiddel loperamide en een placebo. Hiertoe kregen de muizen vóór aanvang van het experiment een preparaat met actieve kool.  Een verkorting van de transittijd (d.w.z. een afname van de maag- en darmperistaltiek) werd waargenomen voor het dichloormethaanextract van de bovengrondse delen van L. alpinum, vergelijkbaar met wat werd waargenomen voor het geneesmiddel loperamide. Deze resultaten suggereren dat edelweissextracten een antidiarrheale werking kunnen hebben.

Conclusie

Edelweiss is een symbool van de Alpen en heeft mensen door de eeuwen heen gefascineerd vanwege het unieke uiterlijk van de bloemen. Het medicinale gebruik ervan door de lokale bevolking heeft slechts een ondergeschikte rol gespeeld. Farmacologische studies naar edelweissextracten en, in sommige gevallen, naar geïsoleerde bestanddelen, bevestigen het traditionele gebruik ervan op basis van de bewezen ontstekingsremmende, pijnstillende en antimicrobiële werking, evenals het vermogen om de peristaltiek van het maag-darmkanaal te remmen. 

Wetenschappelijk onderzoek

Tauchen J, Kokoska L. De chemie en farmacologie van edelweiss: een overzicht. Phytochem Rev 2017; 16:295-308. doi:10.1007/s11101-016-9474-0