vrijdag, september 04, 2026

Ontmoeting met edelweiss

Ook dit jaar wandelend en kruipend in de Italiaanse Alpen ontmoeten we de zeer zeldzame 'edele witte wollige' of te wel Edelweiss. Niet dat ik van plan ben om deze plantjes te plukken of om er tinctuur van te maken toch is deze plant in het verleden gebruikt geweest en ook nu wordt deze Leontopodium, weliswaar geteeld, als geneeskrachtige en cosmetische plant opnieuw gebruikt.

Leontopodium alpinum Cass.  behoort tot de familie Asteraceae; het geslacht Leontopodium bestaat uit 30-40 soorten, die voornamelijk in Azië voorkomen, met name in het Tibetaanse hoogland. De geslachtsnaam “Leontopodium” komt van het Griekse woord “Leontopodion”, waarbij in het Oudgrieks léon [λέων] leeuw betekent en podós [ποδός] voet of podárion [ποδάριον] en pódion [πγδιον] kleine voet betekent; de geslachtsnaam verwijst naar de viltachtige “bloemblaadjes”, die op leeuwenpoten lijken 

In Engelstalige landen staat edelweiss nog steeds bekend als "lion's foot" en "lion's paw", en in het Frans als "pied-de-lion". De vorm van de bloem heeft ook geleid tot de volksnamen "Étoile de Glacier" en "Étoile d'Argent" in het Frans, en "Stella alpina" in het Italiaans. In Duitstalige landen zijn er ook talrijke volksnamen, waaronder "Bauchwehblüml" (verwijzend naar het gebruik ervan in de volksgeneeskunde!) en "Löwentrapp".

Tijdens de Renaissance stond edelweiss bekend als "Gnaphalium", afgeleid van het Oudgriekse γνάφαλον (gnáphalon), wat "wol" en "vilt" betekent. In de 16e eeuw stond L. alpinum bekend als "wolbloem" en werd ook zo genoemd door de Zürichse natuuronderzoeker Conrad Gessner (1516–1565) in zijn werk 'Historia Plantarum' (1541). De Italiaanse botanicus Pietro Andrea Mattioli ("Matthiolus", 1501–1577) beeldde edelweiss voor het eerst af onder de naam "Leontopodium" in zijn werk 'Compendium de Plantis omnibus'. De naam ‘edelweiss’ werd voor het eerst gedocumenteerd in de Oostenrijkse bergstreek in de 18e eeuw en wordt nu ook in vele talen gebruikt.

Traditionele medicinale toepassingen van edelweiss

Het gebruik van het kruidengeneesmiddel edelweiss, Herba Leontopodii, in de volksgeneeskunde van de Alpenregio is al eeuwenlang bekend. In de 16e eeuw werd de plant afgebeeld in het kruidenboek van Jacobus Theodorus (1522-1590), beter bekend als Tabernaemontanus, hoewel hij opmerkte dat het kruid niet medicinaal werd gebruikt, maar dat het wel, net als de kruiden tegen dysenterie, kon worden ingezet, wat suggereert dat het werd gebruikt bij de behandeling van diarree en dysenterie.

Edelweiss wordt in de volksgeneeskunde in de Alpenregio al sinds de 19e eeuw gebruikt voor de behandeling van buikpijn, angina, bronchitis, diarree en dysenterie bij zowel mensen als dieren (Dalla Torre, 1895). Bij kinderen met aspecifieke buikpijn wordt het gekookt in melk; bij darmkrampen wordt het gebruikt als soep, gemengd met havermoutpap.

Edelweiss voor de huid

Sinds 2000 is deze koningin van de alpenbloemen onderwerp van farmacologisch onderzoek. Cosmetische bedrijven ontwikkelen er nu producten van, waaronder zonnebrandcrèmes, antirimpelcrèmes en bodylotions. De plant wordt gekweekt onder de naam Leontopodium "Helvetia", het heeft antimicrobiële, maar vooral ontstekingsremmende en antioxiderende eigenschappen. De flavonoïden zijn bijzonder effectief als zonbescherming en beschermen de menselijke huid, net als de plant zelf, tegen de brandende bergzon; ze zijn ook geschikt voor huidverzorging na het zonnebaden. Ze binden vrije radicalen, hebben celbeschermende en ontstekingsremmende effecten, versterken de bloedvaten en verminderen de broosheid van de haarvaten. Dankzij het edelweisszuur, de tannines, flavonoïden en chlorogeenzuren voorkomt edelweiss de vorming van schadelijke vrije radicalen die verantwoordelijk zijn voor vroegtijdige huidveroudering, en verzorgt het de huid bij couperose en spataderen, een ontstoken, onzuivere en gevoelige huid en een verminderde elasticiteit.

Effecten op het maag-darmkanaal

In een muizenstudie werd het effect van extracten van het kruid L. alpinum op de peristaltiek van het maag-darmkanaal onderzocht in vergelijking met het geneesmiddel loperamide en een placebo. Hiertoe kregen de muizen vóór aanvang van het experiment een preparaat met actieve kool.  Een verkorting van de transittijd (d.w.z. een afname van de maag- en darmperistaltiek) werd waargenomen voor het dichloormethaanextract van de bovengrondse delen van L. alpinum, vergelijkbaar met wat werd waargenomen voor het geneesmiddel loperamide. Deze resultaten suggereren dat edelweissextracten een antidiarrheale werking kunnen hebben.

Conclusie

Edelweiss is een symbool van de Alpen en heeft mensen door de eeuwen heen gefascineerd vanwege het unieke uiterlijk van de bloemen. Het medicinale gebruik ervan door de lokale bevolking heeft slechts een ondergeschikte rol gespeeld. Farmacologische studies naar edelweissextracten en, in sommige gevallen, naar geïsoleerde bestanddelen, bevestigen het traditionele gebruik ervan op basis van de bewezen ontstekingsremmende, pijnstillende en antimicrobiële werking, evenals het vermogen om de peristaltiek van het maag-darmkanaal te remmen. 

Wetenschappelijk onderzoek

Tauchen J, Kokoska L. De chemie en farmacologie van edelweiss: een overzicht. Phytochem Rev 2017; 16:295-308. doi:10.1007/s11101-016-9474-0

Geen opmerkingen: