vrijdag, december 26, 2003

Kerstdagen in Bellegarde

Zonnig en koud in Bellegarde. Hout verzamelen voor de kachel, zwarte esknoppen plukken om een tinctuur te maken en wandelen. Alles samen: droge lucht, houtwarmte, esknoppen en beweging de ideale therapie tegen oude, reumatische gewrichten.
In Valence bij de apotheker 1 liter pure alcohol gekocht voor 8.40 euro. Niet om op te drinken maar om glycerinemaceraten te maken. Tijdens het terug rijden naar Bellegarde genieten we van een vermiljoenen zonsondergang boven het massif de Saou.

27 december
Luc-en-Diois en Chatillon-en-Diois op de middag: levenloze dorpjes in de winterDrome. Ik pluk nog wat rijp zaad van de stokrozen. Dé planten die hier overal tussen straat en muur langs de huizen groeien. Hopelijk volgend jaar ook in mijn straat en bij ons huis.
In Chatillon een winkeltje uit de duizenden, zomaar boeken over de flora van de Vercors en zelfs een CD-rom en een tentoonstelling met geboetseerde paddenstoelen, speciaal voor ons open gesteld. Ook producten van Solaure (Claire Montesonis) en van de boerderij van Soubreroche (Anick) worden er verkocht.

28 december
Krijg ik toch wel tandpijn zeker. Een abces onder een ontzenuwde kies. Meestal goed weg te krijgen met etherische olie (kruidnagel, tijm) en vers weegbreeblad. Nu op vakantie, naar het einde van het jaar toe, in den vreemde, lukt het mij niet. Dus voor de eerste keer naar een Franse tandarts, een prachtige praktijk in een oud gerestaureerd pand met hypermoderne apparatuur. Zeer vriendelijk, to the point, even de vulling uit de tand boren zodat de druk verdwijnt en een half uur later ben ik weer een gelukkige mens zonder pijn.
Levensles: Even pijn hebben is een goede manier om daarna gelukkig te zijn. Na de tandarts kan ik zelfs weer genieten van een bezoek aan een boekhandel.

31 december
De beekranden en hellingbossen hier in Bellegarde zijn begroeid met oude, knoestige populieren met als onderbegroeiing vooral veel palmboompjes. Het mooie, harde hout van deze Buxus leent zich goed om een stevige wandelstok te maken. Dat moet ik dan maar eens proberen.
Het eind van een oud jaar is ook het begin van een nieuw jaar. De ene zijn dood is den andere zijn brood. Na regen komt zonneschijn. Yin wordt altijd gevolgd door Yang. Na weten komt vergeten.

Bestaan er filosofische planten? Planten die je een les leren? Vele zogenaamde giftige planten zoals bilzenkruid, doornappel en alruin zijn, denk ik, een soort leraars, die ons spiritueel kunnen begeleiden. Niet alleen of zelfs niet in de eerste plaats door ze op te eten, maar door ze te ontmoeten in de natuur of er uitwendig gebruik van te maken. Bijvoorbeeld door er creatief mee om te gaan. Er amuletten, kettingen of collages mee te ontwerpen of ze gewoon in huis op te hangen.
Maretak is ook zo’n plant met een symbolische betekenis, een plant die helemaal bij de overgang van het ene naar het andere jaar hoort. Als groenblijvende halfparasiet groeiend in de nu kale populieren roept hij om geplukt te worden. Mooi is ook, dat je er echt een inspanning voor moet leveren, hij laat zich hoog in de bomen, niet zomaar plukken.
De inspanning wordt dan een soort ritueel, krijgt emotionele betekenis. Dat is misschien ook de reden waarom ik me al de geplukte maretakken uit mijn leven kan herinneren.

  • De maretak uit Wéris in de schemering,
  • de maretak zo groot als mijn kleine dochter,
  • de hoog onbereikbare mistel die zomaar voor mijn voeten viel,
  • de vogellijm in de oude appelbomen in de Voerstreek.


woensdag, december 24, 2003

Over La Motte, fenegriek en kerstavond

La Motte-Chalacon, een dorp met 385 inwoners, in het jaar 1831 woonden er 1247 mensen. Voor ons het dichtstbije dorp voor onze boodschappen, met een kleine supermarkt, een bakker, een café en een tabac-boekhandeltje.
Het is een aangename verrassing om hier in dat winkeltje een hele rits biologische producten te vinden, van olijfolie tot eieren en kamillethee. Ook zaden om te kiemen van het merk Markal. Mélange a germer: kleine gespikkelde linzen, fenegriek en radijs. Lijkt mij een goede combinatie. 
Fenegriek is en klassieker, maar de laatste jaren worden er ook steeds meer andere snel kiemende zaden aangeboden, zoals in dit mengsel linzen en radijs, maar ook rode kool, prei en luzernezaden zijn makkelijk te vinden.

Over fenegriek – Trigonella foenum-graecum
Deze eenjarige vlinderbloemige was in de jaren tachtig even erg populair, maar zoals het dikwijls gaat in onze tijd van modes, verdween hij weer snel in de schuif van de anonimiteit. Het is nochtans een plant, die met zijn zenuwversterkende en roborerende werking thuis hoort in onze jachtige wereld. Hij zou goed passen naast sint-janskruid, naast adaptogenen zoals Ginseng en naast immuunversterkers zoals Rode zonnehoed. Verder bevorderen de zaden ook de eetlust en zijn ze wat spierversterkend. Dus goed te gebruiken bij algemene zwakte na een griep of om de spieren te herstellen na een zware inspanning (sport).
De zaden kunnen niet alleen gekiemd gegeten worden, maar je kan ze ook fijn malen en van het poeder samen met honing elke dag 2 koffielepels gebruiken als versterkend middel.

Nog kerstavond
Het is nog altijd 24 december, kerstavond en zoals het hoort, zien we buiten echte sterren tot de melkweg toe. Onze overbuurman hier in Bellegarde is Jezus Christus zelf of tenminste zijn huis. De deur staat vanavond gastvrij open, maar er is geen mens of zelfs geen god te zien.
De lindebomen voor de kerk en voor ons huis dragen nog steeds wat schutblaadjes van de zomerbloesem; samen met de eenvoudige kerstverlichting roepen ze bij mij een sfeer van bescheiden eeuwigheid of vrolijke vergankelijkheid op, als je begrijpt wat ik bedoel.

Lindebomen staan er hier overal. In Frankrijk wordt in de kruidengeneeskunde zeer veel gebruikt gemaakt van het lindespint ‘Aubier du tilleul’, deze binnenste bast van de kleinbladige linde (Tilia cordata) wordt in het najaar, in de winter maar vooral vroeg in voorjaar (sapstroom) geoogst. Ik heb het nog nooit zelf gewonnen en dat moet er de volgende dagen of maanden toch maar eens van komen. Deze ‘aubier’ is bijzonder goed voor de lever, drainerend en krampwerend en dus op dit moment goed te gebruiken om kalkoenen en ander overdadig eten door te spoelen.

maandag, december 22, 2003

Eerste dag in onze Franse huis

Het is zeven uur uur s’avonds. We zijn in Bellegarde-en-Diois, de eerste dag in ons lege Franse huis, de houtkachel aan, naar de oervlammen staren, buiten de eerste striemende sneeuwvlokken in de Oostenwind. Bijna alle oerelementen verzamelen zich om ons een verhaal te vertellen. 

De voorbije weken is Zuid-Frankrijk geteisterd geweest door overstromingen en aardverschuivingen. Hier in Bellegarde leek het mij hoog en droog, maar toch sijpelde het water in het hotel door de muren heen en verschoof er, gelukkig veder op zo maar een bergje met huis en al. In het stadje Die was ook de brug over de Drôme niet meer berijdbaar en moesten we via de Quintvallei, een omweg van driekwart uur maken, om onze bestemming te bereiken.
Maar toch komen we hier voor het plezier in de natuur, voor de schoonheid, de rust en natuurlijk voor de planten. Natuur is niet alleen vredige maar ook verschrikkelijke schoonheid. En maar goed ook!
December is voor mij en voor vele anderen, de maand van bezinning over natuur en mens. Dat kan voor mij door buiten te wandelen en de elementen te trotseren of door binnen een boek te lezen over de filosofische natuur (hersenspinsels van de mens). Bijvoorbeeld het boek ‘Met open zinnen’ van Ton Lemaire over natuur, landschap en aarde.
De moderne mens denkt dat de aarde van hem is, maar zou de mens niet eerder de aarde toebehoren.

Gedicht 1
Ik herken de eik in
de rook uit de schouw
Hard hout wordt oude lucht

Gedicht 2
Het huis staat er al eeuwen
Maar ik
stook er mijn eerste vuur.