25 mei van Bellegarde naar Salagon
Een bezoek aan het Musée Conservatoire ethnobotanique de Haute Provence. Hoogdravende namen kunnen ze wel verzinnen, die Fransen. Soms stelt het dan niet veel voor, maar deze keer is het wel de moeite waard. Een mooi en goed gerestaureerd gebouw, een bijzondere tentoonstelling, verschillende interessante tuinen en een kleine maar fijne boekhandel. We moesten wel 120 km rijden, maar de rit er naar toe was al even interessant als het Conservatoire zelf. Van Bellegarde naar Establet richting Valdrome, op de col de Rossas zoeken we naar de wilde Pioen en vinden hem ook. Vorig jaar stonden ze zomaar langs de kant van de weg tussen gestort puin en daarom dachten we allemaal, behalve Marleen, dat het weggegooide, verwilderde exemplaren waren. Dit jaar ontdekten we dat er wel degelijk originele wilde Pioenen in die buurt moesten groeien en dus zijn wij nog even gaan kijken, met deze plezierige ontdekking als gevolg.
Maar we moeten verder, eerst naar Valdrôme en dan richting Serres via de eindeloos rustige col de Carabès. Net voor de col toch maar weer stoppen bij een piepklein meertje met een overvloed aan planten, vooral de mooie stevige bladeren van de gele gentianen in contrast me de stijve stelen van het schaafstro en het frivole blad van de grote pimpernel doen me op de rem trappen.
Voor we in Serres zijn stoppen we nog 2 keer, eerst in een dorp om een mooie groep bloeiende toortsplanten te bewonderen en kort daarna om onze eerste wilde gladiool in de grachtkant langs een graanakker te aanschouwen.
Voor we de Prieuré de Salagon bereiken zijn we nog 2 keer gestopt, een keer om zaad te oogsten van een grote salsifis, de gele morgenster maar met grotere bloemen dan de Belgische en een tweede keer weer voor onze gladiool, die nu massaal op en in de akkers groeide samen met klaproos, kuifhyacint en esparcetteklaver.
De tuinen van Salagon
natuurlijk en we hadden er onderweg al zoveel gezien. Voor ons waren een vreemde salie (Salvia fructicosa), een verfstofplant met indigokleur Polygonum tinctoria, een exemplaar van de Siberische ginseng (Eleutherococcus) en de Papierboom, Murier a papier (Broussonetia papyrifera (L.) Vent.) interessant. In de middeleeuwse tuin (Jardin médieval) zagen we nog eens Smilax, de Sarsa van de smurfen en de meest magische van de magischen, de Mandragora of Alruin (het mannetje, het pisdiefje) en hij bezat zelfs 2 dikke, groene zaadballetjes.
Zou hij daarom ooit als afrodisiacum in gebruik geweest zijn?
Info wilde gladiool
Gladiolus italicus Miller – Glaieul des moissons, een ook hier vrij zeldzaam akkeronkruid, bolgewasje, groeit vooral bij kalkrijke graanakkers, in boomgaarden, olijfgaarden en ook in lavendelvelden. Een mevrouw in Cognet vertelde mij enkele jaren geleden, dat ze dit sierlijk onkruid liever niet in haar lavendelvelden had omdat de wilde zwijnen de grond helemaal omwoelen om de lekkere bolletjes op te eten.
Info Prieuré de Salagon
De priorij van Salagon ligt in het dorpje Mane bij Forcalquier. Het project begon in de jaren tachtig, toen de Franse staat het domein kocht en er een middeleeuwse tuin aanlegde. De priorij van Salagon is ook het centrum van de in 1953 opgerichte organisatie "Les Alpes de Lumière" die het regionale erfgoed inventariseren. Zij publiceren ook boeken over etnobotanie.
website: http://www.musee-de-salagon.com/ Prieuré de Salagon Musée-Conservatoire ethnologique de Haute-Provence F-04300 MANE.

